Co2 -Reductietargets.pdf
Tekst van het document
•
Hogere kosten: Voor zwaar materieel (bijv. vrachtwagens, bouwmachines) liggen de kosten momenteel hoger (>€150/ton CO₂), onder andere vanwege nieuwe technologie en hogere aanschafprijzen. De verwachting is dat deze kosten de komende decennia dalen door schaalvergroting en technologische innovatie.
Hoewel sommige maatregelen, zoals elektrificatie van zwaar materieel, relatief duur zijn in de huidige markt, zijn ze cruciaal om de lange termijn doelstellingen van 90– 100% reductie in 2040–2050 te behalen. Daarentegen zijn andere maatregelen, zoals elektrificatie van personenmobiliteit of verduurzaming van elektriciteit, relatief kostenefficiënt — soms zelfs kostenbesparend over hun levensduur. Kosten mogen niet het enige afwegingskader zijn. De gemeente Amsterdam kan met doelgerichte aanbestedingsvormen (zoals MKI-sturing), het benutten van externe financieringsbronnen (bijv. SDE++, EU-fondsen) en strategische samenwerking met marktpartijen sturen op een optimale balans tussen kosten en klimaateffect. Zo blijft het reductiepad niet alleen technisch, maar ook economisch haalbaar.
1Netto Contante waarde van projecten gedeeld door de jaarlijkse CO -reductie 2
39
07
Conclusie
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
Conclusie De gemeente Amsterdam heeft zichzelf het doel gesteld om in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn, inclusief de indirecte emissies in scope 3 van de gemeentelijke organisatie. Dit rapport onderzoekt in hoeverre deze doelstellingen haalbaar zijn, gegeven de verwachte ontwikkelingen in de keten en de invloed die de gemeente via inkoop kan uitoefenen. Uit de analyse blijkt dat op veel onderdelen aanzienlijke reductie mogelijk is. Voor sectoren als elektriciteit, personenmobiliteit, gebouwde omgeving en materialen zoals asfalt en cement lopen de reductiepotenties op tot 80–100%. Een deel van deze reductie wordt autonoom gerealiseerd, bijvoorbeeld door de versnelde verduurzaming van het elektriciteitsnet of de toename van elektrische voertuigen. In andere sectoren, zoals zwaar materieel en industrieel materiaalgebruik (staal, baksteen), is actieve beleidssturing noodzakelijk om het potentieel te benutten. Tegelijkertijd lijken op basis van wat in deze analyse is meegenomen de autonome ontwikkelingen nog niet in lijn te liggen met het reductiedoel van 100% in 2050. De kloof tussen prognose en doelstelling is niet onoverbrugbaar, maar vereist gerichte interventies vanuit de gemeente. Met name op het gebied van inkoop kan Amsterdam het verschil maken.
Door te sturen op emissiearme materialen, innovatieve aanbestedingsvormen (zoals MKI) en lange-termijnsamenwerkingen met marktpartijen, kan de gemeente haar inkoopkracht inzetten als hefboom voor verduurzaming. Ook is in de analyse geen rekening gehouden met aanvullende reductieopties zoals materiaalreductie, substitutie (bijvoorbeeld houtbouw), gedragsverandering of het inzetten van CO₂-verwijderingstechnologieën (removals). Daarmee is de geschetste prognose een conservatieve benadering: er is dus ruimte om te versnellen, mits beleidsmatig gestuurd. Er is ook niet gekeken naar de huidige maatregelen die de gemeente al neemt. In theorie zouden bepaalde maatregelen dus al van toepassing kunnen zijn, waardoor het werkelijke reductietempo mogelijk al hoger ligt. Wat betreft kosten laat de Marginal Abatement Cost Curve zien dat een groot deel van de maatregelen zich in de bandbreedte van €50–100 per ton CO₂ bevindt. Sommige maatregelen zijn zelfs kostenneutraal of besparend. Andere, zoals elektrificatie van zwaar materieel, zijn duurder, maar essentieel voor de lange termijn. De gemiddelde kostprijs komt uit op circa €90 per ton CO₂. Deze prijs is het groene premium voor reductie, waarbij onbekend is waar in de keten deze kosten zullen worden genomen.
De conclusie is dan ook dat de doelen van Amsterdam binnen bereik liggen, mits er tijdig en consistent gestuurd wordt op verduurzaming van de gemeentelijke keten. Door ambitie, regie en samenwerking te combineren, kan de gemeente haar voorbeeldrol waarmaken.
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
41
Bijlage 1: Status AEB
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
Status Afval Energie Bedrijf Buiten scope laten van het Afval Energie Bedrijf Het Afval Energie Bedrijf (AEB) is volledig in eigendom van de gemeente Amsterdam, daarmee valt alle uitstoot van het bedrijf volledig in de scope 3 van de gemeente. De uitstoot van de AEB op jaarbasis is zo aanzienlijk dat wanneer deze actief wordt meegenomen in de scope 3-reductiedoelstellingen van de gemeente, deze doelstellingen grotendeels afhankelijk zouden worden van maatregelen die specifiek gericht zijn op de AEB. Om deze reden is er voor gekozen om aparte reductiedoelstellingen op te stellen voor de ‘overige’ emissies van de gemeente Amsterdam. De AEB zelf heeft op het moment al een strategie tot en met 2030, waarbij ook actief wordt gewerkt aan CO2reductie. Huidige ontwikkelingen Afval Energie Bedrijf Initieel waren de plannen vanuit de gemeente om de AEB af te stoten. Hiermee zouden de emissies die worden veroorzaakt door de AEB ook niet langer in de scope 3 van de gemeente zitten. In februari 2025 is echter bekend geworden dat de AEB toch in handen blijft van de gemeente, omdat er geen acceptabel bod is gekomen. Het afvangen van de emissies uit de afvalcentrale door middel van Carbon Capture and Storage (CCS) is de maatregel die kan zorgen voor de meest significante reducties.
De AEB heeft ook besloten om deze maatregel te gaan toepassen en de CO2 af te vangen en op te slaan in de Noordzee. Dit project, onder de naam Aurora, heeft inmiddels ook financiële steun gekregen van de Nederlandse overheid (SDE++). De huidige verwachting is dat dit project vanaf 2028 jaarlijks 480 kton ton CO2 gaat afvangen en opslaan.
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
43
Bijlage 2:
Benchmark klimaatdoelstellingen van drie Europese steden in vergelijking met Amsterdam
Kopenhagen, Parijs en Rotterdam
Benchmark Introductie
In 2025 heeft de gemeente Amsterdam reductiedoelstellingen geformuleerd voor de scope 3-emissies van haar gemeentelijke organisatie. Deze doelstellingen richten zich op het verminderen van indirecte uitstoot in de keten — voornamelijk afkomstig uit de inkoop van goederen, diensten, materialen en infrastructuur. Om deze ambities te onderbouwen, valideren en versterken, heeft de gemeente besloten een internationale benchmark uit te voeren. Hierbij zijn drie gemeenten geselecteerd ter vergelijking, elk met hun eigen relevante context en benadering van klimaatbeleid: -
Kopenhagen is gekozen vanwege de sterke overeenkomsten met Amsterdam op het gebied van stadsopbouw, fietsvriendelijkheid, cultuur en bevolkingssamenstelling. Bovendien staat de stad bekend om haar vooruitstrevende klimaatambities, met onder andere het doel om in 2035 CO₂-positief te zijn. Daarmee vormt Kopenhagen een interessante referentie voor wat er mogelijk is binnen een vergelijkbare stedelijke context.
-
Parijs is geselecteerd als representant van een toonaangevende West-Europese metropool. De Franse hoofdstad heeft een internationale voorbeeldrol op het gebied van klimaatbeleid en beschikt over een uitgebreid en goed onderbouwd actieplan, inclusief ambitieuze doelstellingen voor consumptiegebonden emissies. Hiermee is Parijs een waardevol voorbeeld voor hoe bredere maatschappelijke impact binnen stedelijk beleid kan worden geïntegreerd.
-
Rotterdam is als Nederlandse stad opgenomen in de benchmark om nationale beleidskaders, vergelijkbare bestuurlijke context en geografische overeenkomsten mee te nemen in de analyse. Rotterdam is actief op thema’s als circulariteit en duurzame mobiliteit, en beschikt over een groeiend aantal inkoopmaatregelen, wat waardevolle inzichten biedt voor de Nederlandse praktijk.
Kopenhagen
Parijs
Voor alle drie de steden is eerst gekeken naar het klimaatbeleid op stedelijk niveau (stad als geheel) om de bredere beleidscontext te begrijpen. Vervolgens is ingezoomd op de specifieke doelstellingen en maatregelen van de gemeentelijke organisatie zelf, met bijzondere aandacht voor scope 3-emissies. Uit de analyse van Amsterdam, uitgevoerd door Anthesis, blijkt dat het overgrote deel van de scope 3-uitstoot voortkomt uit gemeentelijke inkopen. Daarom is de benchmark vooral gericht op het identificeren van klimaatambities, doelstellingen en concrete maatregelen op het gebied van duurzaam inkoopbeleid. De vergelijking biedt inzicht in de positie van Amsterdam ten opzichte van internationale koplopers én binnenlandse collega’s, en helpt bij het aanscherpen van beleid, tempo en uitvoeringsstrategieën.
Rotterdam Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
45
Benchmark
Emissiegrenzen Om de benchmark goed te kunnen begrijpen, is het essentieel om het onderscheid tussen de verschillende emissiegrenzen die worden vergeleken duidelijk te maken. Zo zijn er drie verschillende grenzen. Een voor de stad en twee voor de gemeentelijke organisatie. De stad: Scope 1 & 2 van de stad: Dit omvat alle uitstoot binnen de stadsgrenzen, inclusief de emissies van extern opgewekte elektriciteit die in de stad wordt verbruikt (= verbruiksbenadering)
De gemeente: •
Scope 1 & 2 van de gemeentelijke organisatie: Dit omvat alle directe en energie-gerelateerde uitstoot die wordt gegenereerd door gemeentelijke gebouwen, voertuigen en infrastructuur.
•
Scope 3 van de gemeentelijke organisatie: Dit betreft de indirecte uitstoot buiten de gemeente die wordt veroorzaakt door gemeentelijke activiteiten, zoals emissies die vrijkomen bij de productie van ingekochte goederen en diensten.
Scope 3 binnen stadsgrenzen
Scope 3 buiten stadsgrenzen
Scope 1 & 2 binnen stadsgrenzen
Scope 1 & 2 buiten stadsgrenzen
Gemeentelijke organisatie
•
Scope 1 & 2 Stad Amsterdam
In het figuur rechts is schematisch te zien hoe deze verschillende grenzen zich tot elkaar verhouden.
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
46
Benchmark Samenvatting
Op stadsniveau hebben alle steden klimaatdoelstellingen. Echter verschillen hier de ambitieniveaus van de steden al behoorlijk. Hieronder een overzicht van de doelstellingen van de drie steden: 1.
Kopenhagen – CO2-neutraal in 2025 en CO2 positief in 2035.
2.
Parijs – 50% reductie van de lokale emissies in 2030 en 100% reductie in 2050.
3.
Rotterdam – 25% minder uitstoot in 2025, 55% in 2030 en klimaatneutraal in 2050.
Op stadsniveau streeft Amsterdam een reductie van 60% in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050 t.o.v. 1990. Hiermee is alleen Kopenhagen ambitieuzer dan Amsterdam. De doelstellingen voor Rotterdam en Parijs zijn in 2050 gelijk, maar in 2030 is Amsterdam ambitieuzer met een reductie van 60% ten opzichte van 55% voor Rotterdam en 50% voor Parijs.
Ambities op gemeentelijk organisatieniveau zijn lastiger te identificeren voor de verschillende steden: 1.
Kopenhagen heeft in 2025 de ambitie uitgesproken om 50% uitstoot te reduceren in hun inkoop in 2035 t.o.v. 2019.
2.
Parijs heeft als doelstelling om als gehele stad 40% in 2030 en 80% in 2050 te reduceren op consumptie emissies en hiermee nemen zij indirect ook hun eigen inkoopbeleid mee.
3.
Rotterdam heeft doelstellingen voor hun eigen vastgoed (55% reductie in 2030) en voor hun volledige wagenpark (uitstootvrij in 2030). Alleen geen CO2-doelstellingen op hun inkoop beleid.
Voor de gemeentelijke organisatie is Amsterdam daarmee de meest ambitieuze stad voor scope 3 emissiereductie van de gemeentelijke organisatie. Verder is opnieuw Kopenhagen het meest ambitieus van de drie gebenchmarkte steden, gevolgd door Parijs en met Rotterdam als minst ambitieuze stad. Ondanks dat de doelstelling van bijvoorbeeld Rotterdam misschien niet heel concreet zijn op het inkoopbeleid is het goed om te weten dat de stad wel diverse bestaande maatregelen heeft om deze uitstoot binnen afzienbare tijd omlaag te brengen. In de individuele secties van de verschillende steden is hier meer over te lezen.
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
Kopenhagen
Gemeente Amsterdam
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
Scope 1 & 2 uitstoot van de stad ter referentie1:
Kopenhagen
Overzicht van de kwantitatieve doelen van de stad en gemeentelijke organisatie Kopenhagen
Amsterdam
Kopenhagen
Aantal inwoners
918.117
660.000
Uitstoot (tCO2)
3.590.000
470.986
3,91
0,71
Uitstoot per inwoner (tCO2/inwoner)
CO2-doelstelling van de stad Kopenhagen: CO2-doelstelling van de stad Kopenhagen:
Scope 1 & 2:
Scope 1 & 2: 2025: 2025: • CO2-neutraal – doel is uitgesteld •• CO -neutraal doel is uitgesteld 0,7 2miljoen ton–CO 2-reductie t.o.v. 2011 (36%)
• 0.7 miljoen ton CO2-reductie t.o.v. 2011 (36%)
Gemeente
Stad
Gemeente Gemeente
Stad Stad
2035: CO2-positief
2035: CO2-positief Scope 3: Geen / onbekend CO2-doelstellingen van de gemeentelijke organisatie Kopenhagen : Scope 1 & 2: CO2-doelstellingen van de gemeentelijke organisatie Kopenhagen : Geen / onbekend CO -doelstellingen van de gemeentelijke organisatie Kopenhagen : 2
Scope 1 & 2: Scope 3: Scope 1 & 2: 2035: 50% reductie van de stad haar eigen inkoop t.o.v. 2019 Geen / onbekend
Scope 3: 2035: 50% reductie van de stad haar eigen inkoop t.o.v. 2019 2035: 50% reductie van de stad haar eigen inkoop t.o.v. 2019 Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
49 1Beide waardes komen uit 2023
Scope 1 & 2 uitstoot van de stad ter referentie1:
Kopenhagen
Kwalitatieve uitleg en context voor de doelstellingen
Amsterdam
Kopenhagen
Aantal inwoners
918.117
660.000
Uitstoot (tCO2)
3.590.000
470.986
3,91
0,71
Uitstoot per inwoner (tCO2/inwoner)
Op het moment van het uitvoeren van de benchmark van Kopenhagen is de gemeente bezig met het opstellen van het klimaatplan voor de periode 2026-2035. Vanuit interne stakeholders en via de gemeente Amsterdam is wel een eerste uitwerking ontvangen van de plannen voor de inkoopstrategie van de stad. De stad heeft zoals op de vorige pagina te lezen dus de ambitie om de uitstoot van hun eigen inkoop met 50% te laten dalen ten opzichte van 2019 in 2035. Verder heeft het dus de doelstelling om dit jaar (2025) CO2-neutraal te zijn en in 2035 CO2-positief. De aanpak om dit doel te bereiken, was deels door hernieuwbare energie te exporteren naar regio’s buiten de stad en deels door middel van het installeren van een Carbon Capture and Storage (CCS) installatie om de CO2 af te vangen van een energiecentrale en/of afvalcentrale. Hiermee zouden ze een significant deel van hun uitstoot reduceren door de fossiele emissies die vrijkomen af te vangen en met het afvangen van de biogene emissies zorgen ze voor permanent CO2-verwijdering. Biogene emissies worden volgens internationale richtlijnen beschouwd als kortecyclus emissies en worden daarom niet meegerekend in de totale uitstoot. Het afvangen van deze emissies resulteert in ‘negatieve’ emissies, die kunnen worden ingezet om de resterende uitstoot in de stad te compenseren.
Echter heeft in 2022 de burgemeester Sophie Haestorp Andersen aangegeven dat het doel voor 2025 om CO2-neutraal te zijn niet langer haalbaar is. Het doel voor 2035 blijft daarbij wel staan. In 2025 is er weer extra geld beschikbaar voor CCS, dus lijkt het erop dat de installatie(s) er uiteindelijk toch gaan komen. Voor het inkoopbeleid is ook een duidelijke doelstelling. Aangezien het plan om de 50% CO₂-reductie via het inkoopbeleid van Kopenhagen te realiseren nog in ontwikkeling is, is het lastig om de context volledig te bepalen en iets te zeggen over de haalbaarheid ervan. De gemeente Kopenhagen heeft al wel andere maatregelen geïmplementeerd of is daar nog mee bezig, zoals: 1.
Het energieverbruik van eigen vastgoed verminderen met 40% t.o.v. 2010
2.
Alle voertuigen elektrisch op waterstof of op biobrandstof laten draaien
3.
LED stadsverlichting implementeren
4.
Nieuwe aanbestedingsmethodes en milieu eisen in aanbestedingen.
Concluderend, is de belangrijkste doelstelling voor deze benchmark de 50% reductie van de uitstoot gerelateerd aan alles wat de gemeente inkoopt in 2035 t.o.v. 2019. De uitwerking van de bijbehorende plannen om dit te realiseren wordt op dit moment nog opgesteld, dus zijn nog niet publiekelijk inzichtelijk. Het laat in ieder geval al wel de duidelijke ambities van de stad zien. Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
Parijs
Gemeente Amsterdam
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
Scope 1 & 2 uitstoot van de stad ter referentie1:
Parijs
Amsterdam
Overzicht van de kwantitatieve doelen van de stad en gemeentelijke organisatie Parijs
Aantal inwoners
918.117
2.100.000
Uitstoot (tCO2)
3.590.000
4.800.000
3,91
0,71
Uitstoot per inwoner (tCO2/inwoner)
CO2-doelstelling van de stad Parijs:
Parijs
Scope 1 & 2 uitstoot van de stad ter referentie:
CO van de stad Parijs: Scope 1 & 2: 2-doelstelling 2030: 50% reductie van emissies t.o.v. 2004 Scope 1 & 2: 2030: lokale emissies 2050: 50% 100%reductie reductievan van emissies t.o.v. 2004 2: 100% reductie van lokale emissies Scope 32050: 2030: 40% reductie van de emissies van het grondgebied (lokale emissies, inclusief consumptie) t.o.v. 2004 Scope 3: 2030: emissies van grondgebied (lokalemissies, emissies, inclusiefconsumptie) consumptie)t.o.v. t.o.v.2004 2004 2050: 40% 80% reductie reductie van vande emissies van hethet grondgebied (lokale inclusief
Gemeente
Stad
Gemeente
Stad
2050: 80% reductie van emissies van het grondgebied (lokale emissies, inclusief consumptie) t.o.v. 2004
CO2-doelstellingen van de gemeentelijke organisatie Parijs: Scope 1 & 2: 2030: 50% reductie van emissies t.o.v. 2004 (doelstelling voor de hele stad en omvat daarmee ook de scope 1 & 2 van de gemeentelijke organisatie) 2050: 100% reductie van emissies t.o.v. 2004 (doelstelling voor de hele stad en omvat daarmee ook de scope 1 & 2 van de gemeentelijke organisatie) Scope 3: 2030: 40% reductie van de emissies van het grondgebied t.o.v. 2004 (de doelstelling omvat de consumptie-emissies van de hele stad, inclusief de scope 3-emissies van de gemeentelijke organisatie) 2050: 80% reductie van emissies van het grondgebied t.o.v. 2004 (de doelstelling omvat de consumptie-emissies van de hele stad, inclusief de scope 3-emissies van de gemeentelijke organisatie)
1Waarde Amsterdam komt uit 2023, de waarde voor Parijs uit 2021.
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
2Naast doelstellingen voor de emissies binnen de stadsgrenzen heeft
Parijs ook doelstellingen voor wat zij noemen de consumptie-emissies van de stad. Hier aangeduid als scope 3
52
Scope 1 & 2 uitstoot van de stad ter referentie:
Parijs
Amsterdam
Kwalitatieve uitleg en context voor de doelstellingen
Aantal inwoners
918.117
2.100.000
Uitstoot (tCO2)
3.590.000
4.800.000
3,91
0,71
Uitstoot per inwoner (tCO2/inwoner)
In het ‘Paris Climate Action Plan’ staat het actieplan van Parijs voor 2030 beschreven en de doelen voor 2050. Zoals te zien is op de vorige pagina heeft Parijs voor beide jaren twee duidelijke doelen. Het eerste doel voor de ‘reductie van lokale emissies’ gaat over de emissies binnen de stadsgrenzen en het tweede doel ‘reductie van emissies van het grondgebied’ gaat over de consumptie emissies van de hele stad. Dit tweede doel, wat dus 40% reductie voor ogen heeft in 2030 en 80% in 2050, omvat dus ook de uitstoot van alles wat de gemeente Parijs inkoopt. Tot en met 2030 zijn deze doelen ook onderbouwd met een verscheidenheid aan maatregelen, een aantal significante zijn: 1.
Belangrijk: Parijs classificeert haar uitgaven op basis van bijdrage aan broeikasgasreductie. Van ‘zeer gunstig’, ‘gunstig, ‘neutraal’, ‘ongunstig’ en ‘onbepaald’. In 2023 was er 30% meer geclassificeerd als (zeer) gunstig.
2.
Inzetten op een flexitarisch dieet en meer duurzamere (lokaal, biologisch en gecertificeerde) producten integreren in de openbare catering
3.
Gebouwen renoveren, energie verbruik daarmee verminderen en stimuleren van lokaal opgewekte en opgeslagen hernieuwbare energie
4.
De transitie maken van betonnen gebouwen naar bio-based materialen
5.
Hub voor groene financiering om duurzame investeringen te bevorderen
Parijs heeft als stad een duidelijke doelstelling. Ondanks dat de doelstellingen niet op gemeentelijk niveau zijn gezet, omvatten ze met beide doelstellingen voor ‘reductie van lokale emissies’ en de ‘reductie van emissies van het grondgebied’ wel de volledige emissies van de gemeentelijke organisatie. Het duidelijke actieplan en de diverse maatregelen laten zien dat de stad een goed doordachte en uitgebreide strategie heeft, die bij een juiste uitvoering hen flink op weg zal helpen om deze doelstellingen te behalen. Daarnaast laat het voortgangsrapport ook zie dat zij al 36% reductie hebben gerealiseerd in 2023 t.o.v. 2004 binnen de stadgrenzen.
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
Parijs
Rotterdam
Gemeente Amsterdam
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
Scope 1 & 2 uitstoot van de stad ter referentie1:
Rotterdam
Overzicht van de kwantitatieve doelen van de stad en gemeentelijke organisatie Rotterdam
Amsterdam
Rotterdam
Aantal inwoners
918.117
600.000
Uitstoot (tCO2)
3.590.000
2.370.000
3,91
3,95
Uitstoot per inwoner (tCO2/inwoner)
CO2-doelstelling van de stad Rotterdam: Scope 1 & 2: 2025: 25% minder uitstoot t.o.v. 1990 2030: 55% minder uitstoot t.o.v. 1990
Gemeente
Stad
Gemeente
Stad
2050: 100% minder uitstoot t.o.v. 1990
CO2-doelstellingen van de gemeentelijke organisatie Rotterdam: Scope 1 & 2: 2030: • •
Eigen bedrijfsvoering 55% minder uitstoot t.o.v. 2019 Eigen wagenpark uitstootvrij
•
Eigen bedrijfsvoering uitstoot vrij t.o.v. 2019
2050: Scope 3: 2030: 2040:
• 10% reductie op de geïnstalleerde speeltoestellen • 50% duurzame mobiliteit – dit geldt voor zowel woon- werkverkeer als zakelijk reizen t.o.v. 2016 • 100% duurzame mobiliteit – dit geldt voor zowel woon- werkverkeer als zakelijk reizen t.o.v. 2016 Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
55 1Beide waardes komen uit 2023
Rotterdam
Kwalitatieve uitleg en context voor de doelstellingen
Scope 1 & 2 uitstoot van de stad ter referentie1: Amsterdam
Rotterdam
Aantal inwoners
918.117
600.000
Uitstoot (tCO2)
3.590.000
2.370.000
3,91
3,95
Uitstoot per inwoner (tCO2/inwoner)
Zoals te zien op de vorige pagina heeft Rotterdam een aantal doelen voor haar eigen organisatie, namelijk voor haar eigen vastgoed, wagenpark en mobiliteit (woon- werkverkeer en zakelijk reizen). Echter hebben ze geen concrete CO2doelstellingen op hun inkoop beleid. Het is hier wel belangrijk om te zien dat de stad wel een verscheidenheid aan maatregelen heeft om deze uitstoot naar beneden te brengen: •
Introduceren materialenpaspoort
•
Levenscyclusanalyses (LCA’s) uitgevoerd van producten die de gemeente aanschaft
•
Overig: circulair loket, vegetatieproject en voedselverspilling aanpakken
Daarnaast heeft de stad ook twee andere doelen, namelijk: 1.
Om 50% minder mineralen, metalen en fossiele grondstoffen te gebruiken in 2030
2.
Om volledig circulair te worden in 2050.
De bovenstaande maatregelen en doelen hebben allemaal wel direct of indirect een hoogstwaarschijnlijk positief effect op het naar beneden brengen van de CO2-uitstoot van alles wat de gemeentelijke organisatie inkoopt. Concluderend heeft de gemeente Rotterdam dus een aantal doelstellingen voor de gemeentelijke organisatie, maar op de meest significante uitstoot, namelijk het inkoopbeleid heeft de gemeente nog geen CO2-doelstellingen. De gemeente heeft met het Klimaat Actieplan Rotterdam wel veel maatregelen en plannen die direct of indirect de uitstoot van hun inkoop naar beneden zullen brengen.
Conclusie
Gemeente Amsterdam
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
Conclusie Vergelijking tussen de gebenchmarkte steden Uit de resultaten blijkt dat Kopenhagen het meest ambitieuze doel heeft voor de emissies binnen de stadsgrenzen, met de ambitie om in 2035 klimaatpositief te zijn. Rotterdam en Parijs streven beiden naar klimaatneutraliteit in 2050. Hoewel hun doelstellingen grotendeels overeenkomen, heeft Rotterdam voor 2030 een tussendoelstelling van 55%, wat 5% ambitieuzer is dan de 50% van Parijs. Voor de doelstellingen van de gemeentelijke organisatie zijn Kopenhagen en Parijs het meest ambitieus. Kopenhagen met 50% reductie van de uitstoot van eigen inkoop in 2035 t.o.v. 2019 en Parijs door uitstoot te willen reduceren van de consumptie emissies van de hele stad (en daarmee ook de gemeentelijke organisatie) met 40% in 2030 en 80% in 2050 t.o.v. 2004. Rotterdam is hierin het minst ambitieus, aangezien het geen duidelijke doelstellingen heeft op de scope 3 emissies van de organisatie.
Vergelijking ten opzichte van Amsterdam Op stadsniveau streeft Amsterdam naar een reductie van 60% in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050 t.o.v. 1990. Hiermee is alleen Kopenhagen ambitieuzer dan Amsterdam. De doelstellingen voor Rotterdam en Parijs zijn in 2050 gelijk, maar in 2030 is Amsterdam ambitieuzer met een reductie van 60% ten opzichte van 55% voor Rotterdam en 50% voor Parijs. Op gemeentelijk niveau streeft Amsterdam naar 60% reductie in 2030, 90% reductie in 2040 en 100% reductie in 2050 t.o.v. 1990. Hiermee is de stad de meest ambitieuze stad onder de gebenchmarkte steden. Parijs heeft de doelen nog wel breder door te kijken naar de consumptie emissies van de hele stad en niet alleen de gemeentelijke organisatie, maar de doelen van 40% reductie in 2030 en 80% in 2050 zijn wel minder ambitieus. Kopenhagen heeft met 50% reductie op inkoop in 2035 ook een minder ambitieus doel. Als laatste Rotterdam met geen concrete CO2-doelstelling op hun scope 3 is dan het minst ambitieus. Het is wel belangrijk om mee te nemen dat Parijs en Kopenhagen doelstellingen hebben t.o.v. 2004 en 2019 respectievelijk, wat de exacte vergelijking van ambitie lastiger maakt.
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
58
Bronnen Kopenhagen
Parijs
Rotterdam
1.
CPH 2025 Climate Plan (link)
1.
1. CO2-monitor rotterdam 2023 (link)
2.
Climate Plan 2035 (link)
Overview of the paris 2024-2030 Climate Action Plan (link)
3.
Uitstel klimaat doelen (link)
2.
Paris Climate Action Plan – short version (link)
2. CO2 prestatieladder Tussenrapportage 2024 (link)
4.
Budget allocatie CCS 2025 (link)
3.
Paris Climate Action Plan – long version (link)
3. Duurzaam010 (link)
5.
Impactful Cities: Reducing CO2 emissions through the power of procurment (intern beschikbaar)
4.
C40knowledge hub – Climat Action Plan (link)
4. Inkoop en aanbesteding (link)
5.
Blue Climat 2024 (intern beschikbaar)
5. Klimaat Actieplan Rotterdam (link)
6.
CO2-regnskab for Københavns Kommune 2023 (link)
6. CO2 prestatieladder Analyse Meest Materiele Emissies (MME) (intern beschikbaar) 7. Impactanalyse MVI Rotterdam (intern beschikbaar) 8. CO2 prestatieladder managementplan 2025 (link)
59
Bijlage 3: Aanbevelingen voor korte-termijnacties
Rapport reductiepotentieel gemeente Amsterdam
Korte-termijnacties ter versnelling van de CO2-reductie Domein
Eigen vastgoed
Maatregel
CO₂-reductiepotentieel (indicatief)
Doorzetten van ambitie Amsterdam aardgasvrij in 2040
12 kton bij een lineaire reductie Niet aanvullend op 32 kton in 2030 bij versnelling bestaand beleid
All-electric waar kan, en focus op CO2-arme materialen: - Hout, dunne steenstrips, biobased isolatiemateriaal
Meten
Al vastgelegd in beleid; implementatie loopt Creëer afwegingskader met CO2/MKI als toetsingscriterium -Maatwerk per gebouw
7 kton (20%) in 2030
Laag tot gemiddeld
Lage temperatuur en hergebruik direct uitvoerbaar
12 kton (22%) in 2030
Gemiddeld
Via MKI-sturing en bestekken
38 kton (10%) in 2030
Hoog
Gericht sturen op innovatieve inkoop
Mobiliteitsuitstoot leveranciers verlagen via aanbestedingseisen (elektrisch of openbaar vervoer)
22 kton (23%) in 2030
Laag
Richting leveranciers sturen op CO₂-reductie
Eisen aan CO₂-prestaties bij langdurige contracten (bv. schoonmaak, beveiliging, IT)
–
–
Eisen opnemen in gunning (MKI)
Accuratere meting van woon-werkverkeer medewerkers
–
Middel
Waarschijnlijk is uitstoot conservatief ingeschat en ligt deze lager bij een nauwkeuriger meting
Bevorderen elektrisch vervoer bij aannemers & dienstverleners (inclusief laadinfra)
16 kton (23%) in 2030 (personen) + 32 kton (31%) (zwaar materieel)
Laag–hoog
Zero-emissiezones, aanbestedingseisen
Stimuleren fiets- en OV-gebruik bij medewerkers (reiskostenbeleid)
–
Laag
Gedragsmaatregelen kunnen snel starten
Grond-, WegToepassen van CO₂-arm cement en beton en Waterbouw Onderzoeken naar mogelijkheden voor inzetten van lowcarbon of gerecycled staal bij constructies, of alternatieven zoals houtbouw.
Transport & mobiliteit
Opmerkingen
–
Warm asfalt (LEAB) en asfaltrecycling toepassen in alle aanbestedingen
Inkoop diensten
Verwachte kosten
Probeer continue betere data te verkrijgen om de carbon footprint van Amsterdam te berekenen.
Thomas de Groot Projectleider Thomas.degroot@anthesisgroup.com
Nils van Veen Consultant Nils.van.veen@anthesisgroup.com