Brief wh Groot Wassink extra informatie hoofdpunten referendum
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 20 april 2021 Democratisering Rutger Groot Wassink K. Aissaoui, juridische zaken, k.aissaoui@amsterdam.nl, tel 06 1348 1387
Onderwerp
Extra informatie hoofdpunten referendumverordening
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad,
In de commissie KDD van januari 2019 heeft de commissie aangegeven de kaders voor referenda in Amsterdam te willen verruimen. In de geagendeerde hoofdpuntennotitie hebben wij hiervoor een voorstel gedaan. Dit is nadrukkelijk een voorstel voor inhoudelijke uitgangspunten, omdat het belangrijk is om over die inhoudelijke uitgangspunten eerst overeenstemming te hebben, voordat deze worden verwerkt in een voorstel voor een verordening en de uitvoering daarvan. Naar aanleiding van de bespreking in de commissie KDD van 7 april doen wij u onderstaande extra informatie toekomen. De extra informatie heeft betrekking op de vragen uit de brief van het presidium over de uitvoering, en daarnaast op een aantal vragen en opmerkingen uit de commissiebespreking. Inmiddels heeft een constructief overleg met het presidium plaatsgevonden. Daarbij is afgesproken dat de praktische consequenties van de voorstellen in het vervolgproces richting een nieuwe verordening in gezamenlijkheid verder worden verkend en uitgewerkt. In de brief van het presidium van 7 april zijn vijf punten geadresseerd. Hieronder treft u per punt mijn reactie. Wanneer is sprake van een ‘voorgenomen’ besluit? Bij een voorgenomen besluit kan het gaan om een voorgenomen besluit van de raad of van het college, afhankelijk van wie beslissingsbevoegd is.
In het geval van een raadsbesluit wordt het besluit referendabel op het moment dat het na collegebesluitvorming wordt aangeboden aan de raad. Dit is de situatie op basis van de huidige verordening. In de uitgangspunten wordt voorgesteld dit uit te breiden met voorgenomen besluiten waarbij het college beslissingsbevoegd is, maar die via een ‘wensen en bedenkingen’ procedure ook aan de gemeenteraad worden aangeboden. Deze procedure is van toepassing bij bepaalde specifieke besluiten (zoals het oprichten van een deelneming) zoals neergelegd in artikel 160 lid 2 Gemeentewet. Daarnaast kan het aan de orde zijn als de uitoefening van de
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 13 april 2021 Pagina 2 van 5
collegebevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f en g Gemeentewet, ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. Ook in dat geval wordt een ‘wensen en bedenkingen’ procedure. Dit is vastgelegd in 169 lid 4 Gemeentewet. Wie treedt namens de raad in overleg met initiatiefnemers die een alternatief voorstel indienen? Hiervoor zijn twee opties mogelijk. In het eerder toegezonden voorstel staat dat de Raad (meerderheid) vraagt aan het College om dit op zich te nemen. In dat geval zou een ambtelijk team worden opgericht om initiatieven te begeleiden tijdens het proces, zorg te dragen voor een goed verloop, en ook het contact te onderhouden met de onafhankelijke referendumcommissie. Maar er is ook iets voor te zeggen om het gesprek tussen initiatiefnemers en de Raad te laten plaatsvinden. Immers, de nieuwe referendumverordening gaat ook over het stimuleren van een constructieve dialoog tussen de stad en de raad. De raad kan daarvoor een (ad hoc) commissie instellen, die namens (de meerderheid van) de raad het gesprek aangaat met initiatiefnemers. Op landelijk niveau kan de Tweede Kamer commissie van de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven hiervoor tot voorbeeld dienen. In die commissie zijn alle fracties vertegenwoordigd met sec de taak de verzoeken te beoordelen, aan de hand van het reglement dat voor verzoekschriften en burgerinitiatieven is opgesteld.
De ambtelijke ondersteuning gebeurt door de griffie van de Tweede Kamer. Het is dus goed mogelijk om tot een gelijksoortige opzet te komen. In gesprek met de griffie is overeengekomen dat deze optie onderzocht wordt. Deze varianten worden in gezamenlijkheid met de griffie nader uitgewerkt. Daarbij wordt uiteraard ook uitgewerkt welke extra bezetting hiervoor noodzakelijk is. Op dit moment wordt dit geschat op ca 2 fte. Wat zijn de bevoegdheden van het college en wat zijn de bevoegdheden van de raad? Zie hierboven. De precieze procedure voor een referendumverzoek wordt in de verordening geregeld. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de procedure die er nu is bij het volksinitiatief (www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/gemeenteraad/werkt-raad/invloed-raad/initiatieven) met dus de optie om dit bij een raadscommissie en de griffie neer te leggen waarbij ook gekeken zal moeten worden naar extra bezetting. Gelet op de lange doorlooptijden, de opschortende werking van besluiten en de verwachte toeloop, zal rekening gehouden moeten worden met lange doorlooptijden voor besluitvorming en onduidelijkheden in de agenda’s van de gemeenteraad. Het antwoord op de vraag waar de uitvoering organisatorisch wordt belegd, is bovenstaand gegeven. De gemaakte inschatting dat er een grote toename aan referenduminitiatieven komt, valt te relativeren.
In de rest van het land, waar drempels in verschillende gemeenten lager zijn dan in Amsterdam, is geen sprake van grote aantallen referenda. Desalniettemin is het goed om een
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 13 april 2021 Pagina 3 van 5
paar scenario’s te beschrijven en te kijken welke potentiële druk daarvan uitgaat op de agenda van de raad. Voorstel is om dit samen met de griffie in kaart te brengen. Een referendum organiseren kost veel geld; in de voordracht worden geen middelen ter beschikking gesteld. Voor de uitvoering van referenda zijn ook bij de eerdere verordeningen (inclusief de huidige) geen aparte middelen structureel opgenomen in de begroting. Er werd gehandeld naar bevind van zaken. De kosten voor een referendum zijn door de huidige keuze voor fysiek stemmen relatief hoog. Het college stelt daarom alternatieve methoden van stemmen te onderzoeken. Omdat het lokale referendum niet gebonden is aan de Kieswet kan digitaal (online) gestemd worden. Ook stemmen per brief is een mogelijkheid. Daarnaast is het organiseren van meerdere referenda op één dag en het combineren van het referendum met reguliere verkiezingen goed mogelijk. Bij de uitwerking worden de kosten in beeld gebracht en zal een voorstel gedaan worden over de wijze waarop daarmee omgegaan kan worden. In de commissiebespreking kwam aanvullend nog een aantal onderwerpen aan de orde waarop nog een schriftelijke toelichting toegezegd is. Hieronder komen die puntsgewijs langs.
Plek in de democratiseringsagenda Een aantal raadsleden heeft gevraagd hoe het verbreden van de mogelijkheden voor een referendum binnen de bredere democratiseringsagenda past, en of daarover niet in samenhang besloten zou moeten worden. In de dagmail van vrijdag heeft u de toegezegde voortgangsbrief ontvangen, waarin de totale democratiseringsagenda wordt geschetst. De uitgangspunten van de referendumverordening worden bewust los van het participatiebeleid voorgelegd, omdat het in de kern een andere opgave betreft, namelijk het vergroten van de directe zeggenschap van de Amsterdammer, op initiatief van die Amsterdammers. De vraag of, en zo ja hoe, de raad hiervoor extra mogelijkheden wil geven, is daarmee van een andere orde dan de vraag hoe om te gaan met participatie, en is om die reden los geagendeerd. Daarnaast is voor een referendum een nieuwe verordening noodzakelijk. Omdat het uitwerken van die verordening tijd kost, is het onwenselijk het besluit over het referendum afhankelijk te maken van het tijdpad rond en voltooiing van het nieuwe participatiebeleid, die rond de zomer voorzien is. Zelfbinding Een referendum kan onder de huidige Grondwet niet anders dan raadgevend zijn.
Om toch zo goed als mogelijk voorafgaand aan het referendum duidelijk te maken welke status de uitslag zal hebben voor ‘de politiek’, is er de mogelijkheid voor raadsleden om aan zelfbinding te doen. Dit geeft kiezers inzicht in hoe zwaar hun vertegenwoordigers de uitslag van het referendum wegen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 13 april 2021 Pagina 4 van 5
Bij circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken is al in 1993 vastgesteld dat zelfbinding door individuele raadsleden is toegestaan. Zelfbinding gaat als volgt in zijn werk: een raadslid verklaart publiekelijk onder welke voorwaarden hij of zij de uitslag zal respecteren. In die zin is het een belofte, zoals het ook elk raadslid vrij staat om die te doen voorafgaand, tijdens of na verkiezingen. Meestal zal dit gaan over de opkomst in combinatie met het verschil tussen voor- en tegenstanders (of voorstanders voor plan A of plan B). In de huidige verordening is opgenomen dat de uitslag van een referendum geldig is indien ten minste 20% van alle kiesgerechtigden een geldige stem heeft uitgebracht. Het is in onze ogen zuiverder om volksvertegenwoordigers per referendum te vragen aan te geven hoe ze omgaan met een uitslag, en hoe zij daarin de opkomst meewegen. Het college stelt daarom voor om de mogelijkheid van zelfbinding voor raadsleden op te nemen in de verordening. De gemeente Haaksbergen heeft dit bijvoorbeeld als volgt in de referendumverordening opgenomen: In de vergadering waarin de raad besluit dat een referendum wordt gehouden, wordt ieder raadslid in de gelegenheid gesteld om uit te spreken welke binding de uitslag van het referendum voor hem/haar zal hebben. Het is dus een mogelijkheid voor raadsleden om zich uit te spreken, en geen verplichting.
Hoewel het wat het college betreft wenselijk is, is echter niet noodzakelijk deze mogelijkheid tot zelfbinding in de verordening op te nemen. Zelfbinding kan ook een ongeschreven regel zijn die raadsleden onderling hanteren. Zo gaven bij het nationaal referendum in 2005, waarbij geen opkomst- of uitkomstdrempel werd gehanteerd, verschillende partijen aan dat ze de uitslag zouden overnemen indien er sprake was van een hoge opkomst. Schrappen van artikel 45 In de commissiebehandeling is ook gevraagd naar de consequenties van het schrappen van artikel 45 voor de voorspelbaarheid en beheersbaarheid van grote projecten. Artikel 45 biedt de mogelijkheid om voorafgaand aan een langdurig besluitvormingstraject de besluiten aan te wijzen waarover een referendum mogelijk is. Denk bijvoorbeeld aan de besluitvorming over de NoordZuidlijn, de sprong over het IJ of Zuidasdok. Referenda zijn dan niet meer mogelijk over andere besluiten over dat onderwerp. Omdat het wenselijk is om bij dit soort ingrijpende besluitvormingstrajecten ruimte te bieden aan referenda en dit niet vooraf te beperken, wordt voorgesteld ook deze beperking te schrappen. De gevolgen van het schrappen van dit artikel kunnen in de uitwerking nader in kaart worden gebracht.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 13 april 2021 Pagina 5 van 5
Tot slot Vanzelfsprekend worden met het voorliggende besluit geen onomkeerbare stappen gezet. We zullen u bij aanbieding van de nieuwe verordening zorgvuldig meenemen in de wijze waarop de thema’s die u en het presidium naar voren hebben gebracht - en waarop in deze brief al een toelichting opgenomen is, -in de definitieve verordening worden verwerkt. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Democratisering
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl