BRIEF Vrouwelijke statushouders - getekend WIO 170320.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de leden van de Raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs Datum Behandeld door Onderwerp
11-02-2021 WPI/Statushouders Marije Schoonen, m.schoonen@amsterdam.nl Vrouwelijke statushouders
Geachte commissieleden,
In de commissie van 17 juni 2020 heb ik u tijdens de bespreking van het Jaarverslag Amsterdamse aanpak en inburgering 2019 toegezegd nader in te gaan op de begeleiding van vrouwelijke statushouders in de Amsterdamse aanpak.1 In deze brief informeer ik u graag over de stand van zaken en over hoe we vrouwen met een vluchtelingenstatus in onze stad de kans willen geven om zich te ontplooien en (financieel) zelfredzaam te zijn. Waarom aandacht voor vrouwelijke statushouders? Vrouwen blijven in de arbeidsparticipatiecijfers achter op mannen. Dit geldt in het algemeen voor vrouwen, maar in het bijzonder voor vrouwen met een migratie- en/of vluchtelingenachtergrond.2 In de onlangs uitgevoerde scan op genderstereotypering van ons re-integratiebeleid luidt de aanbeveling om in ons beleid rekening te houden met de verschillende uitgangsposities van vrouwen en mannen.3 Vrouwen worden op verschillende vlakken belemmerd in hun keuzevrijheid en gelijkwaardigheid, denk aan de verdeling van arbeid en zorg, seksueel geweld en veiligheid.4 In het beleidskader Samen naar duurzame integratie hebben we ambities geformuleerd, waaronder maatwerk bieden aan vluchtelingen, met oog voor hun specifieke behoeften en achtergrond.5 Dit doen we binnen de Amsterdamse aanpak door zo goed mogelijk in te spelen op specifieke behoeften en mogelijkheden, waaronder die van Amsterdamse vrouwelijke statushouders.6
Hoe staat het ervoor?
1
Onder andere naar aanleiding van vragen van De Fockert (GL) en Martens (VVD). Zie o.a. het rapport ‘Op weg naar werk? Vrouwelijke statushouders en gemeenten over kansen en belemmeringen bij arbeidstoeleiding’. Kennisplatform Informatie & Samenleving (KIS) concludeert dat de arbeidsmarktpositie van vrouwelijke statushouders in Nederland zwak is (september 2019). 3 Scan op Genderstereotypering van het re-integratie- en participatiebeleid van de gemeente Amsterdam, Atria. 4 Zie ‘Rechten, Ruimte en Representatie. Nota gendergelijkheid 2019-2022’, Gemeente Amsterdam. 5 ‘Samen naar duurzame integratie. Beleidskader vluchtelingen in Amsterdam 2019-2022’, Gemeente Amsterdam. Vastgesteld in de cie. WIO op 15 mei 2019. 6 Atria (Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis) noemt de Amsterdamse aanpak in het rapport Gendersensitief beleid. Illustratieve voorbeelden, december 2018. 2
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 11-02-2021 Pagina 2 van 8
Achtergrond Ongeveer een derde van de recent in Amsterdam gearriveerde vluchtelingen is vrouw, voornamelijk afkomstig uit Syrië en Eritrea. Daarvan is ongeveer 57% als nareiziger naar Nederland gekomen.7 Bijna de helft van de vrouwelijke statushouders die we begeleiden binnen de Amsterdamse aanpak vormt een huishouden met een partner, al dan niet met kind(eren).8 Aanzienlijk minder vrouwelijke statushouders (52%) dan mannelijke (71%) zijn alleenstaand en 20% van de vrouwen is alleenstaande ouder. Dit is een hoog percentage vergeleken met het percentage mannelijke alleenstaande ouders, namelijk 1%. Juist alleenstaande vrouwen zijn relatief vaak aangewezen op een uitkering.9 Uit onze cijfers blijkt dat mannelijke statushouders meer dan twee keer zoveel kans hebben dan vrouwelijke statushouders om uit te stromen uit de uitkering. In het algemeen hebben aanzienlijk meer vrouwelijke statushouders dan mannen een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en zijn ze langer uitkeringsgerechtigd. Bij vrouwelijke statushouders zien we tot 27 jaar meer uitstroom, maar dat komt omdat ze tot die leeftijd veelal een opleiding volgen. Daarna ontvangen ze vaak weer een uitkering. Meer mannen dan vrouwen worden bemiddeld naar een traject gericht op werk.10 Relatief weinig vrouwelijke statushouders werken parttime (14% t.o.v. 86% van de mannen).
Vrouwen starten gemiddeld wel sneller dan mannen met taal- en inburgeringsonderwijs. Uit onderzoek weten we dat vrouwelijke statushouders graag willen werken en zichzelf niet enkel thuis voor de kinderen en het huishouden zien zorgen.11 Kennis van de Nederlandse taal, het (her)verwerven van (beroeps)competenties en het opbouwen van een sociaal netwerk met mensen die in verbinding staan met de arbeidsmarkt zijn daarvoor cruciaal. Zo krijgen vrouwelijke statushouders toegang tot informatie, niet alleen over mogelijkheden om te werken, maar ook over bijvoorbeeld kinderopvang en scholing. Om hier als gemeente een bijdrage aan te kunnen leveren, is het van belang dat deze vrouwen in beeld zijn en toegang hebben tot passend aanbod. Wat doen we met deze kennis en wat ambiëren we?
7
Na een piek in 2017 van de komst van nareizigers, is er een lichte daling. In 2019 kwam bijna de helft van de statushouders als nareiziger naar Nederland (44%, waarvan 53% vrouw en 35% man). Onder Eritrese statushouders is het aantal nareizigers juist toegenomen. In 2019 kwam 67% van de Eritrese statushouders als nareiziger naar Nederland (inclusief kinderen). Zie Vluchtelingenmonitor 2020, OIS. Binnen de Amsterdamse aanpak begeleiden we vrouwelijke statushouders naar werk en participatie. Ook veel vrouwelijke gezinsmigranten reizen na. Deze vallen buiten de scope van de aanpak en deze brief. 8 Cijfers uit registratiegegevens in RAAK/WPI, peildatum 1 januari 2020. 9 Dit komt overeen met de WPI-brede bevindingen over vrouwen uit de genderscan. Zie ‘Addendum genderscan re-integratiebeleid’. Gemeente Amsterdam, december 2020. 10 We onderzoeken nog in hoeverre dit te maken heeft met de uitgangspositie van vrouwelijke statushouders, zoals alleenstaand ouderschap. 11 Zie o.a. ‘Re-integratie van vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt’. Verwey-Jonker Instituut, januari 2020.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 11-02-2021 Pagina 3 van 8
We hebben de volgende vier pijlers geformuleerd in onze inzet voor vrouwelijke statushouders: 1. Vrouwelijke statushouders zijn in beeld 2. Taalverwerving is cruciaal 3. Scholing voor optimale kansen op de arbeidsmarkt 4. Bijdragen aan een kansrijke omgeving Deze pijlers geven richting aan onze werkwijze en lichten we toe in deze brief. In het verlengde hiervan gaan we in op de aankomende Wet inburgering. Deze wet geeft de mogelijkheid om meer vrouwelijke statushouders te bereiken en hen meer te bieden. De datum van de inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is wederom uitgesteld, maar we blijven hierop voorsorteren.12 Vrouwelijke statushouders zijn in beeld De Amsterdamse aanpak statushouders streeft ernaar dat elke statushouder in beeld is en blijft. Iedere statushouder krijgt bij aankomst een klantmanager van team Entree en een consulent van VluchtelingenWerk toegewezen. Partners worden om te beginnen gekoppeld aan eenzelfde klantmanager, zodat afstemming plaatsvindt. Als de situatie hierom vraagt, begeleidt de klantmanager de partners vervolgens afzonderlijk om maatwerk mogelijk te maken.13 Klantmanagers binnen de aanpak worden getraind in gender- en cultuursensitieve vaardigheden. Diegene die eerder in Nederland is gearriveerd (doorgaans de man) heeft vaak een voorsprong op de nareizende partner (in de meeste gevallen een vrouw, al dan niet met kinderen).
De man beheerst de taal dan vaak al enigszins, heeft een netwerk opgebouwd en in sommige gevallen een baan gevonden. Nareizigers zijn hierdoor vaak (financieel) afhankelijk van hun partner. Indien er ook kinderen met de vrouw zijn nagereisd moet er kinderopvang of een school geregeld worden, voordat de vrouw kan starten met haar participatie- en inburgeringstraject. Uit onderzoek komt naar voren dat statushouders en de meeste nareizigers in beeld zijn bij de gemeente of een van de ketenpartners.14 Een deel van de nareizigers komt niet via de COA-opvang in de Amsterdamse keten terecht, met het risico dat zij pas na enige tijd in beeld komen. Als het gezin geen uitkering (meer) ontvangt omdat een van de partners werkt, heeft de niet-werkende partner geen participatieverplichting. We stimuleren dat de niet-uitkeringsgerechtigde (NUG-)partner (meestal een vrouw) blijft deelnemen aan het begeleidingstraject en de inburgering op tijd afrondt.15
12
In november 2020 werd bekend dat de nieuwe Wet inburgering niet ingaat op 1 juli 2021, maar naar verwachting pas op 1 januari 2022. 13 In Participatieprofielen vrouwen met een migratieachtergrond licht het Kennisplatform Integratie & Samenleving toe dat gemeenten zich om diverse redenen meer richten op mannelijke dan vrouwelijke statushouders, KIS 2021. 14 Vooral nareizigers zonder kinderen die direct na het verblijf in ter Apel bij de woning van referent intrekken lopen het risico uit zicht te raken. Zie Quickscan nareizigers, uitgevoerd door stedelijk coördinatieteam Gemeente Amsterdam, gedeeld met de commissie WIO en AZ op 4 november 2019. 15 Dit is op vrijwillige basis, omdat er geen wettelijke basis meer is voor verplichte begeleiding. Statushouders zonder uitkering kunnen, zolang zij inburgeringsplichtig zijn, gebruik maken van onze dienstverlening, binnen het Next Step traject (nazorg voor statushouders zonder uitkering) of ze blijven in begeleiding bij hun klantmanager.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 11-02-2021 Pagina 4 van 8
Voor zicht op gezinnen in de wijk werkt WPI samen met de stadsdelen. Vanaf 1 april 2021 kunnen Amsterdammers in elk stadsdeel voor vragen en ondersteuning bij een buurtteam terecht. De buurtteams hebben korte lijnen met de maatschappelijke spelers die actief zijn binnen de sociale basis. Deze teams hebben bijvoorbeeld zicht op geschikte dagbesteding in de buurt. Stadsdelen zorgen voor een breed aanbod aan maatschappelijke activiteiten in de sociale basis, waar ook vrouwelijke statushouders gebruik van kunnen maken. Binnen de aanpak proberen we zoveel mogelijk vrouwelijke statushouders toe te leiden naar werk en gerelateerde activiteiten die de kans op werk en participatie vergroten. Informeel aanbod kan hierbij een belangrijke aanvulling zijn op het formele aanbod. Hier is gelukkig steeds meer aandacht voor.16 Taalverwerving is cruciaal Een van de grootste uitdagingen voor vluchtelingen die hier een nieuw bestaan opbouwen is het leren van de Nederlandse taal. Als de taal toereikend is, is het makkelijker om sociale contacten aan te gaan. Een goede beheersing van de taal creëert kansen op werk en aansluiting in de directe omgeving, op school en in de buurt. Voor vrouwelijke statushouders is het belang hiervan zeker zo groot. We weten uit ervaring dat zij voorkeur geven aan beroepen waarvoor een goede beheersing van de taal een voorwaarde is.
In het algemeen kiezen vrouwelijke statushouders vaker voor een opleiding of werk in de sociale sector, zoals sociaal werk, de thuiszorg, kinderopvang of onderwijs en doen ze minder vaak fysiek (zwaar) werk. We willen tegemoet komen aan hun vraag, zodat er meer mogelijk is, maar zijn in de begeleiding alert op genderstereotypering. Bij het taalonderwijs is het van belang om non-formeel aanbod te verbinden aan de formele trajecten van het inburgeringsaanbod. Het laten aansluiten hiervan draagt bij aan het sneller en beter beheersen van de Nederlandse taal. In 2019 zijn we gestart met specifieke trajecten voor vrouwen. We hebben een intensieve taaltraining ontwikkeld voor vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij is extra aandacht voor het toepassen van de taal in de eigen omgeving. Iets leren vragen in de supermarkt of aan de huisarts is, als je de taal nog niet goed beheerst, een belangrijke stap. De groepstraining geeft de vrouwen kans om contacten op te doen en een breder perspectief te krijgen. Vanwege de coronamaatregelen wordt de training momenteel online gegeven. Onverwacht succes is dat het enthousiasme over het online aanbieden groot is. Voor sommige vrouwen vergemakkelijkt dit het combineren van de training met zorgtaken.
Als vervolg op deze training bieden we een traject gericht op (arbeids-) participatie.17 Dit biedt vrouwelijke statushouders de mogelijkheid om samen met een jobhunter over hun toekomst na te denken. Om het netwerk te vergroten en te blijven oefenen met de Nederlandse taal wordt elke deelnemer van de training gekoppeld aan een taalmaatje.18 Ook het programma Taal en Ouderbetrokkenheid biedt kansen als een laagdrempelige voorziening om vrouwelijke statushouders verder te helpen met de Nederlandse taal. Deze cursus 16 Zie raadsbrief van 8 september 2020 n.a.v. afhandeling motie 1097 van raadsleden De Heer en
Karaman over het aansluiten van formele en informele ondersteuning ter bevordering van de (arbeids-) participatie van vrouwen. 17 Training K!X Works, in samenwerking met Movisie. 18 De stadsdelen subsidiëren vanuit de sociale basis Vluchtelingenwerk voor het faciliteren van ‘taalcoaches’ in brede zin.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 11-02-2021 Pagina 5 van 8
is toegankelijk voor statushouders en vergroot de betrokkenheid bij de school van het kind. Opgroeien in een taalrijke omgeving draagt daarnaast bij aan de verbetering van kansen van kinderen. Scholing voor optimale kansen op de arbeidsmarkt Uit de cijfers blijkt dat vrouwelijke statushouders minder vaak onderwijs volgen dan mannelijke statushouders.19 Tegelijkertijd weten we dat een goede (voor)opleiding doorslaggevend is voor het verkrijgen van een duurzame positie op de arbeidsmarkt. Om de instroom in het mbo te stimuleren hebben we daarom met het ROCvA specifieke trajecten ontwikkeld voor statushouders, waarin taalonderwijs gecombineerd wordt met een beroepsopleiding (niveau 1). We zien dat vooral opleidingen richting zorg en welzijn en hospitality (gastvrouw) in trek zijn bij vrouwelijke statushouders. De entree voorschakeltrajecten in de ouderenzorg en horeca (kok/gastvrouw) zijn al een tijd succesvol. In september 2020 zijn er ook trajecten richting kapper en retail gestart. Vrouwelijke statushouders tonen ook interesse voor opleidingen als docent, klassenassistent, kinderopvang en apothekersassistent. Dit zijn zeer talige beroepen waarvoor een hoog opleidings- en taalniveau nodig is (vanaf mbo-niveau 3). In samenwerking met het ROCvA zijn we aan het onderzoeken of we een voortraject in de richting ‘assisterende beroepen’ kunnen opstarten, om het aanbod te verbreden.
Verder zien we voor vrouwen kansen in het opzetten van meer parttime opleidingstrajecten. Deze hebben een laagdrempelig instapniveau en zijn beter te combineren met eventuele zorgtaken. Eind 2019 is een parttime traject uitgewerkt richting brood en banket, een avondopleiding in samenwerking met werkgevers. Hiermee wordt gestart zodra de situatie rondom corona dit toelaat. Ook bij het begeleiden naar scholing is het zaak om ervoor te waken dat het bieden van maatwerk niet leidt tot het versterken van stereotypen. Bijdragen aan een kansrijke omgeving Het is van belang om bij het creëren van kansen richting (arbeids-)participatie voor vrouwelijke statushouders ook hun omgeving te betrekken.20 Denk hierbij aan de partners, die een belangrijke rol spelen in de taakverdeling binnen het huishouden en de onderlinge bewegingsvrijheid. In het verlengde daarvan is goede kinderopvang een belangrijke succesfactor in de mogelijkheden tot zelfontplooiing. Vrouwen zijn relatief vaak mantelzorger. Het is daarom belangrijk dat trajecten (inburgering, opleiding en werk) en participatieplekken goed zijn te combineren met zorgtaken. Dit is niet vanzelfsprekend. Vrouwelijke statushouders beschikken over een minder groot netwerk en missen soms de juiste informatie. Daarbij is autonomie om eigen keuzes te kunnen maken van belang en aandacht voor (seksuele) veiligheid.
Ook culturele voorkeuren en taboes spelen een rol in het dagelijkse leven. Bepaald werk of sommige bezigheden kunnen ervaren worden als schaamtevol in de ogen van familie en andere landgenoten.21 19
Zie bijv. webpublicatie Asiel en integratie. Cohortonderzoek asielzoekers en statushouders 2020. Ministerie van OCW, SZW, JenV en VWS. 20 Zie o.a. ‘Rechten, Ruimte en Representatie. Nota gendergelijkheid 2019-2022’, Gemeente Amsterdam. 21 In dit kader start WPI in samenwerking met Diversion binnenkort met een training voor NUG-vrouwen die zich richt op het bespreekbaar maken van taboes en andere belemmeringen richting werk die voortkomen uit (culturele) normen en waarden.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 11-02-2021 Pagina 6 van 8
Als aanvulling op individuele begeleiding en aanbod vanuit de sociale basis, zijn we gestart met het bieden van maatwerk via groepstrainingen. We proberen hierbij oog te hebben voor de verschillen in uitgangspositie en behoeften van (groepen) vrouwelijke statushouders. De ervaring leert dat een groepsgerichte training waarbij ervaringsdeskundigen worden betrokken meerwaarde kan hebben. De gemeenschappelijke achtergrond kan de communicatie vergemakkelijken en leidend zijn voor de inhoud. Soortgelijke trainingen geven we aan gemengde groepen, zoals bijvoorbeeld de instaptrainingen participatie die alle Eritrese statushouders aangeboden krijgen binnen een jaar na aankomst, maar ook aan groepen vrouwen. In het najaar van 2019 is gestart met een pilot empowermenttraining voor Tibetaanse vrouwen.22 Hierbij is een Tibetaanse co-trainer betrokken en worden eventuele partners meegenomen in het doel en inhoud van het traject. Tibetanen zijn als groep minder zichtbaar en ervaren vaak meer afstand van de Nederlandse samenleving als het gaat om taal, systeemkennis en netwerken buiten de eigen groep. Voor Amsterdamse vrouwen van Somalische komaf is een coachingstraject ontwikkeld met de Werkmeester om, met vrouwelijke rolmodellen, de weg te effenen naar werk en participatie.23 Groepsgewijs aanbod richt zich ook op mannen.
Op de huisvestingslocatie Spark/Stek is na signalen van grensoverschrijdend gedrag begin 2019 gestart met een pilot groepsgesprekken met Eritrese mannen in samenwerking met o.a. Vluchtelingenwerk. Daarin komen thema’s aan de orde als omgangsvormen, seksualiteit en ongeschreven regels. In 2021 krijgt deze pilot een vervolg. Als het gaat om kinderopvang zien we belemmeringen. Om te beginnen zijn er voor sommige dagen wachtlijsten in de kinderopvang voor kinderen tussen 0-2. Kinderen van 2 tot 4 jaar kunnen, indien het werk en/of studierooster dit toestaat, naar de voorschool. Groot struikelblok is echter dat als er een toeslagpartner gekoppeld is aan de ouder die geen traject volgt of werkt, het recht op kinderopvangtoeslag vervalt. Het is niet altijd vanzelfsprekend dat de mannelijke partner de zorg van de kinderen op zich neemt. Om die reden en het feit dat er geen recht op kinderopvangtoeslag is, is een traject voor vrouwen soms moeilijk of zelfs onmogelijk om te volgen. Het komt ook voor dat jonge moeders (veelal alleenstaand) in een woning wonen met “huisgenoten” waardoor deze huisgenoten toeslagpartner zijn. Als achteraf blijkt dat alleenstaande moeders een toeslagpartner hebben in het buitenland, wordt het recht op kinderopvangtoeslag teruggedraaid met alle gevolgen van dien.
Behalve financiële belemmeringen zien we dat er culturele drempels kunnen zijn om kinderen naar de opvang te laten gaan.
22
In november 2016 is de gemeente gestart met maatwerk aan kwetsbare groepen, waaronder Eritrese statushouders. Op 15 mei 2019 heeft de cie. WIO kennis genomen van voortgangsrapportage. De aanpak heeft het streven om waar mogelijk instrumentarium te ontwikkelen voor andere (sub)groepen. 23 Dit traject is onderdeel van de pilot VIA (intensieve begeleiding voor langdurige werkzoekenden) dat valt onder het programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt van het ministerie van SZW. Het gaat van start zodra de corona-maatregelen dit toelaten, in principe in de eerste helft van 2021.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 11-02-2021 Pagina 7 van 8
Kansen: de nieuwe Wet inburgering Al geruime tijd anticiperen we op de aankomende inburgeringswet. De gemeente krijgt de regierol in de uitvoering en dat is goed nieuws. Amsterdam zal dan om te beginnen alle statushouders gaan begeleiden in het kader van de verplichte inburgering. Daarmee komen en blijven ook nietuitkeringsgerechtigden beter in beeld. Vrouwelijke statushouders die nu buiten beeld raken omdat ze niet onder de Participatiewet vallen, kunnen we dan beter (gaan) begeleiden. Ten tweede zal in het nieuwe stelsel de inburgering expliciet worden verbonden met participatie. Dit biedt kansen om via de inburgering de arbeidsmarktpositie van vrouwelijke statushouders te verbeteren. Aan het begin van het inburgeringstraject stellen we voor iedere statushouder een inburgerings- en participatieplan op. Hierin houden we rekening met persoonlijke omstandigheden en behoeften. Statushouders krijgen daarbij binnen de nieuwe wet de mogelijkheid en verplichting om toe te werken naar een hoger taalniveau.24 Ook hier zorgen we voor een vorm van taalcoaching die aansluit bij de leerbehoeften en mogelijkheden van de statushouder.25 Dit verbetert hun positie op de arbeidsmarkt. Ook kan in het nieuwe stelsel de inburgering worden gecombineerd met een voorbereiding op onderwijs waarvoor de gemeente trajecten inkoopt.
Vrouwelijke statushouders krijgen via de verschillende inburgeringsroutes de kans om de richting te volgen die bij ze past. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat alle inburgeringsroutes praktisch haalbaar zijn voor vrouwen met kinderen. Inburgeringstrajecten geven recht op kinderopvangtoeslag. In de praktijk is het spannend hoe dit gaat werken omdat sommige (niet-inburgerings-)trajecten hier geen recht op geven. Aanvullend is er door de Tweede Kamer een amendement aangenomen om te stimuleren dat inburgeringsplichtigen hun nog niet leerplichtige kinderen naar de voor- en vroegschoolse educatie laten gaan om onderwijsachterstanden te voorkomen.26 Tot slot We concluderen dat er nog een lange weg te gaan is in ons streven naar een gelijkwaardige positie van vrouwelijke statushouders op de arbeidsmarkt. Er zijn kansen voor nu en in de toekomst, maar we zien ook belemmeringen. Vrouwelijke statushouders komen daarbij grotendeels dezelfde belemmeringen tegen als andere vrouwen op de arbeidsmarkt, zoals ingesleten rolpatronen, het vaker voorkomen van alleenstaand ouderschap en de lastige toegang tot kinderopvang. Vrouwelijke statushouders hebben daarnaast te maken met specifieke problemen, zoals taalachterstand, het gebrek aan een netwerk en het feit dat zij vaker als nareiziger binnenkomen in Nederland.
24 Sinds 2019 heeft de gemeente via het Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering al meer zicht op de
kwaliteit van het taalonderwijs in Amsterdam en worden inburgeraars zo veel mogelijk doorverwezen naar een adequate taalschool. 25 Passende taalcoaching kan bijvoorbeeld zijn: één op één taalcoaching, taalcoaching in groepen, taalcafés of taalcoaching op de werkvloer. 26 Amendement ingediend door lid Becker c.s. nr. 51, 30 juni 2020. We onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is om ouders in de brede intake en het persoonlijk plan inburgering en participatie te committeren aan de afspraak dat kinderen deelnemen aan de voor- en vroegschool.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 11-02-2021 Pagina 8 van 8
We werken gericht aan het verkleinen van deze hindernissen en het verbeteren van de aanpak. Daarin hebben we de afgelopen tijd de eerste stappen gezet. We zullen u verder op de hoogte houden in het jaarverslag Amsterdamse aanpak statushouders en inburgering. Ook informeren we de commissie nog over de gevolgen van Covid-19 op het arbeidsmarktperspectief van statushouders.27 Daarbij kijken we specifiek naar vrouwen. Zo willen we met elkaar de weg effenen naar zelfontplooiing en (financiële) onafhankelijkheid van vrouwelijke statushouders. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken, Diversiteit en Democratisering
27
Toegezegd in de vergadering van de commissie WIO van 6 januari 2021.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl