CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief van Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad inzake de reactie op concept-nota VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2023

RAAD 10 mei 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Brief van Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad inzake reactie op concept-nota VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2023 VN2023-0116411.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

gevestigd in het Aalsmeerder Veerhuis Sloterkade 21 - 1058 HE Amsterdam Telefoon 020 6172735, Fax 020 8509202 Email vvab@amsterdamsebinnenstad.nl Website http://www.amsterdamsebinnenstad.nl Bankrekening NL67 INGB 000 1775 369

Aan: College van Burgemeester en Wethouders en de Raad van Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam

Betreft: Reactie op concept-nota VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2023 inzake: vergunningverlening, toezicht en handhaving Amsterdam, 14 april 2023 Geachte burgemeester, geachte raadsleden, Onlangs lag de concept-nota VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2023 ter visie, een lijvig document van 213 bladzijden waarop burgers mochten reageren.1 In de concept-nota schetst de gemeente op welke wijze zij invulling wil geven aan haar taken betreffende vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het terrein van de fysieke leefomgeving. Voor ons een belangrijk onderwerp, omdat wij de vergunning volgen, soms bezwaar maken en ook regelmatig handhavingsverzoeken indienen. De VVAB is niet de enige die zich in onze stad druk maakt om onze fysieke leefomgeving. Veel burgers, veel meer dan vroeger, dienen bezwaarschriften en handhavingsverzoeken in. Er wordt veel geklaagd over de wijze van publicatie van vergunningen en de vaak lakse wijze waarop op handhavingsverzoeken wordt gereageerd. Zo is het verlengen van de beslistermijn tot twaalf weken eerder regel dan uitzondering geworden. Op handhavingsverzoeken wordt vaak niet eens gereageerd, bijvoorbeeld omdat de brief zoekraakt, laat staan dat er een besluit tot afhandeling wordt genomen.

Zelfs wanneer een brief op het stadhuis wordt afgegeven moet de indiener zelf achteraf vaak alsnog een bewijsstuk aanleveren om aan te tonen dat de brief tijdig is afgegeven. De registratie van klachten, bezwaarschriften en handhavingsverzoeken schiet dus ernstig tekort. En dan hebben we het nog niet eens over de beoordeling van de ingediende bezwaren. Meestal worden deze ongegrond verklaard. En als het dan uiteindelijk lukt om bij de rechter gelijk te krijgen, dan nog legt de gemeente dit oordeel regelmatig ter zijde door met een verbeterde motivering de vergunning alsnog te verlenen.2 Dit alles leidt bij de burger - ook bij ons - tot veel ergernis en frustratie. Dit alles is ook politiek onderkend. Immers, de burgemeester presenteerde eerder een kritische verkenning van het juridisch functioneren van de gemeente, Vertrouwen begint bij de overheid, waarin werd erkend dat de vertrouwensrelatie tussen de overheid en de burger is geschaad en een cultuuromslag bij het bestuur en in het ambtelijke apparaat werd aangekondigd.3 Het belang daarvan is groot. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn voor veel burgers het meest zichtbare onderdeel van de overheid, des te erger dus als dat niet naar tevredenheid werkt.

De voorliggende concept-nota lijkt echter vooral bedoeld om de transparantie over de keuzes die de overheid maakt te vergroten en om de burger handvatten te bieden om besluiten van de overheid begrijpelijk te maken. Het uitgangspunt “Alles wat we doen, doen we voor de Amsterdammer” is een platitude. De overheid is er om de burger en het algemeen belang te dienen. Helaas moeten wij 1 https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/archief/docs/20230207-concept_vth_beleid.pdf. Het concept d.d. 7 fe-

bruari 2023 werd bij besluit van 14 februari vrijgegeven voor inspraak. Dat besluit werd op 27 februari gepubliceerd. Het lag ter visie van 2 maart tot en met 9 april. De VVAB heeft tijdig gevraagd om uitstel voor het indienen van haar reactie. Wij hebben er nu voor gekozen om onze reactie tevens als een raadsadres in te zenden, omdat inspraakreacties worden samengevat en geanonimiseerd. 2 Het meest schrijnende voorbeeld van de laatste jaren is de nieuwbouw voor de Heineken Hoek op het Leidseplein. Nadat de VVAB de rechtszaak won, gaf de gemeente in 2018 alsnog een vergunning af, met een verbeterde motivering. https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/nieuws/index.html?nieuws=144 3 https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/archief/docs/20220122-notitie-vertrouwen.pdf (ongedateerd, niet gesigneerd, op 22 januari 2022 aan de gemeenteraad ter beschikking gesteld) Doelstelling: Het behoud en herstel van de historische bebouwing en stedenbouwkundige structuur; het handhaven van het historisch karakter, het bevorderen van het stedenschoon en het verbeteren van het stadsgezicht; het bevorderen van de kwaliteit - waaronder de openbare toegankelijkheid - van de openbare ruimte, het water en het stedelijk groen inbegrepen; het bevorderen van een goed woon-, werk- en verblijfsklimaat.

constateren dat de nota aan dat streven niet zal bijdragen. De tekst is zeer ontoegankelijk, staat bol van ambtelijk jargon en verliest zichzelf in onduidelijke abstracties. Wij verwachten daarom dat niet veel burgers hierop zullen reageren of hebben gereageerd. VTH is een publieke zaak Als basisuitgangspunt wordt geformuleerd: “We zijn een dienstbare overheid, voorspelbaar en betrouwbaar. We willen verantwoordelijk en flexibel zijn. Een overheid die luistert, handelt en levert, inwoners van Amsterdam en Weesp de ruimte geeft om te groeien. Dat betekent concreet dat Amsterdam en Weesp een bijdrage willen leveren aan prettig en veilig wonen, werken en recreëren in de stad. We pakken problemen aan waar bewoners, ondernemers en bezoekers het meeste last of profijt van hebben. Resultaten in de stad staan daarbij voorop.” Dat lijkt een mooie tekst om de verstoorde relatie tussen de burger en de overheid te herstellen. Immers, de burger zag de afgelopen jaren zijn leefomgeving drastisch verslechteren zonder dat de overheid daar merkbaar en effectief tegen op trad. Toch is het gevaarlijk te stellen dat de prioriteit van de VTH ligt bij “problemen waar bewoners, ondernemers en bezoeker het meeste last of profijt van hebben”. Dat kan tot willekeur leiden en tot het dienen van private boven algemene belangen. Hier dreigt zelfs het gevaar van cliëntelisme.

Bovendien worden profijt en last niet door alle burgers hetzelfde ervaren. Tenslotte kan het niet de politieke waan van de dag zijn waarop beleid moet zijn gebaseerd. Het gaat ons inziens bij VTH om het dienen van de publieke zaak, ongeacht wat individuele burgers die hun eigen belangen dienen daarvan vinden. Immers, de kern van de overheidstaak is het treffen van maatregelen op basis van de formele wet- en regelgeving die democratisch is vastgesteld en het publieke belang dient. De overheid dient betrouwbaar en voorspelbaar te zijn. Dat heet rechtszekerheid. De formele wetgeving (denk aan de regels met betrekking tot het behoud van erfgoed) heeft soms voorrang, ook al heeft de bewoner, ondernemer of bezoeker daar last of profijt van. Zorg voor gebouwde omgeving kind van de rekening? Dat brengt ons op het onderwerp van het erfgoed, waarvoor onze vereniging zich inzet. Door een prioriteit te leggen bij problemen waar bewoners, ondernemers en bezoekers het meeste last of profijt van hebben, is de zorg voor de gebouwde omgeving het kind van de rekening. Wat opvalt in deel II hoofdstuk 4 is het contrast tussen de formulering van de zogenaamde omgevingsanalyse en het hoofddoel.

De tekst van het hoofddoel voor de Compacte Stad luidt als volgt: “We dragen bij aan het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de bebouwde omgeving en de geschiktheid van bouwwerken en open terreinen voor hun functie.” In de omgevingsanalyse wordt in 12 regels ruim aandacht besteed aan het stedelijk schoon en het gebouwde erfgoed. In het hoofddoel worden die waarden echter samengevat met het nietszeggende en neutrale begrip ‘kwaliteit’, tezamen met de mededeling dat bouwwerken vooral geschikt moeten zijn voor hun functie. Dit doet ons vrezen dat de gemeente geen prioriteit meer stelt in het behoud van het monumentale erfgoed, dus datgene wat de identiteit van de stad en haar burgers en zelfs hun levensgeluk bepaalt. Tenslotte maken we nog enkele losse opmerkingen. - Pseudo-wetenschappelijke onderbouwing. Deel IV heeft betrekking op het risico gestuurde toezicht. Op het gebied van toezicht is het adagium van het ‘risico gestuurde toezicht’ al zeker een kwart eeuw leidend. Risico wordt gedefinieerd als het product van de ernst van een incident en de frequentie daarvan. Op basis van langdurig te verzamelen informatie worden de factoren ernst en frequentie in maat en getal uitgedrukt. Vervolgens kan worden geprioriteerd welke toezichts- en handhavingstaken in welke volgorde moeten worden uitgevoerd. Kennelijk is dat ook wat de nota beoogt.

In de tabellen wordt het begrip ‘effectscore’ geparachuteerd. Dat begrip wordt bovendien voorzien van een getal. Wat wordt met effectscore bedoeld? Moeten we dat getal zien als het product van ernst en frequentie? En waarop is dat getal gebaseerd? In welke eenheden zijn de getallen uitgedrukt? Ondanks de omvang van de nota is niet de gelegenheid gevonden om de informatie te geven, die ten grondslag ligt aan deze ogenschijnlijk willekeurige getallen. Er is geen enkele kwantitatieve onderbouwing, van getallen noch capaciteiten. Hoe de gemeente is gekomen tot ‘effectscores’ blijkt nergens uit, ook niet omdat de effectscores geen relatie lijken te hebben met de gekozen prioriteiten. Daarmee staat de nota op wel erg losse schroeven. - Geen strafrechtelijke interventies. Waarom wijkt Amsterdam in haar benadering af van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS)? Deze strategie is opgesteld om eenduidig te kunnen interveniëren bij overtredingen van het omgevingsrecht. De LHS omvat zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke interventies. Maar in de gemeente Amsterdam wordt de LHS in aangepaste vorm toegepast. De reden hiervoor is dat Amsterdam in de regel enkel bestuursrechtelijk optreedt. Dit is juist voor onze monumentenstad onbegrijpelijk omdat er strafrechtelijk dient te worden opgetreden tegen illegale sloop en verminking van monumenten.

Waarom Amsterdam meent te moeten afwijken 2

van een eenduidige landelijke strategie wordt niet onderbouwd. - Capaciteit. Een belangrijke randvoorwaarde voor de implementatie van het beleid en van de gestelde doelen is de vraag of er capaciteit en de middelen beschikbaar zijn om bestaande en nieuwe taken uit te voeren of andere werkwijzen in te voeren. Dat is onzes inziens de wereld op z’n kop zetten. De gemeente moet er voor zorgen dat de capaciteiten aanwezig zijn om haar publieke taak te vervullen. In de nota staat nergens hoe de gemeente tot een gedegen budget en prioriteitsstelling komt en welke afwegingen hierbij zijn gemaakt. - Erfgoedverenigingen. De nadruk op de belangen van bewoners, ondernemers en bezoekers doet vrezen dat erfgoedverenigingen als de VVAB niet als belanghebbenden worden gezien, althans niet op het netvlies staan van de ambtenaren die deze conceptnota hebben geschreven. Feitelijk is het natuurlijk wel zo dat erfgoedverenigingen als belanghebbenden worden gezien. - Wie is verantwoordelijk? Het is trouwens volstrekt onduidelijk welke ambtenaren en afdeling deze conceptnota heeft opgesteld. De conceptnota verheldert zelf ook niet de organisatiestructuur van VTH. De (onder-?)afdeling(en?) Vergunningen en Toezicht en Handhaving komen in de gemeentelijke organogram op uw website niet voor.4 Ook staat VTH niet in het organogram en niet in de beschrijvende tekst van het organogram.

Welke directeur en welke wethoudersportefeuille zijn nu eigenlijk verantwoordelijk en aanspreekbaar? Verklaart dit wellicht dat brieven op het stadhuis zo vaak zoekraken? Conclusies Het bevoegd gezag dient zo goed mogelijk te reageren op bezwaarschriften, handhavingsverzoeken en klachten van burgers, maar daarnaast ook haar wettelijke taken naar eigen inzichten te vervullen door de wet- en regelgeving te handhaven en daarmee de publieke zaak te dienen - ongeacht de vraag of individuele burgers daar last of profijt van hebben. De VVAB moet erop kunnen vertrouwen dat niet alleen zaken worden aangepakt die zij zelf heeft geconstateerd en aanhangig gemaakt. Wij hebben met deze nota alle reden te vrezen dat dit niet langer het geval is en zelfs niet meer wordt nagestreefd. De belofte van de burgemeester dat de juridische functie van de gemeente zal worden hersteld en er een cultuuromslag in het bestuur komt zal op deze manier niet worden waargemaakt en zeker niet binnen enkele jaren. De onleesbaarheid van de nota voor de gemiddelde burger spreekt boekdelen. Deze concept-nota had niet in deze vorm in de inspraak moeten worden gebracht. Samenvattend concludeert de vereniging dat de concept-nota teleurstelt. Met vriendelijke groet, Hoogachtend, Namens de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad,

Govert Janssen voorzitter

Walther Schoonenberg secretaris

cc. L. Terwel, Dagelijks bestuur stadsdeel Centrum J. Kaper, Bureau Monumenten en Archeologie K. Kleijn, Amsterdam Erfgoed Overleg P. Laagland, afdelingsmanager RAP

4 https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/organisatie/

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12661950/1