BRIEF inzichten T3 (nameting) Amsterdams experiment bijstand.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 16 januari 2023 Sociale Zaken Rutger Groot Wassink Directie Inkomen (bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl) Amsterdams experiment bijstand – inzichten uit de nameting (T3) en stand van zaken vervolginzet college
Geachte leden van de gemeenteraad, Sinds 1 maart 2021 kunnen alle Amsterdammers die werken in de bijstand gebruik maken van de bijverdienpremie. De inzet van deze premie is een resultaat van het Amsterdamse experiment met de bijstand, opgezet naar aanleiding van motie uit 20171 van de leden Groot Wassink, Verheul en Bijleveld. Het experiment laat zien dat de bijverdienpremie bijstandsgerechtigden stimuleert om de stap naar werk te maken, dat mensen die werken zeer tevreden zijn met de premie en dat deze premie resulteert in een hogere uitstroom naar werk, met een positief neveneffect op de bijstandslasten tot gevolg. Het college blijft dan ook aan deze premie vasthouden en ook het deeltijdwerk in de bijstand van mensen voor wie dit het maximaal haalbare is daarmee waarderen. Vanaf het begin van het experiment in 2018 is de raad jaarlijks geïnformeerd over de voortgang. In deze brief informeert het college u over de belangrijkste inzichten uit de vierde tussenrapportage van het wetenschappelijk onderzoek (zie bijlagen voor rapporten). Het gaat om de nameting (T3) ongeveer een jaar na het einde van het experiment op 1 maart 2021, een periode die zich kenmerkte door economisch herstel en een aantrekkende arbeidsmarkt.
Op basis van de inzichten uit de derde tussenmeting (T2)2 heeft het college ingezet op een aantal sporen: a) voortzetting van de bijverdienpremie tot eind 2023; b) stimulering van de uitstroom naar werk door compenseren van het verlies van bijverdienpremie; c) verhoging van het aandeel parttime werkenden in de bijstand; d) versterken van begeleiding van bepaalde doelgroepen. Het college informeert u in deze brief ook over de stand van zaken over deze sporen. Het experiment Het experiment is een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar het effect van verschillende begeleidingsvormen en de bijverdienpremie op economische en maatschappelijke participatie en welzijn van de deelnemers. Het experiment liep van begin 2018 tot 1 maart 2021 (met een extra
1
amsterdam.raadsinformatie.nl/2017/motie973/experimentbijstand
2 amsterdam.raadsinformatie.nl/document/raadsinformatiebrief2021116
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 januari 2023 Pagina 2 van 6
jaar nameting tot 1 maart 2022) en betrof ruim 5.000 deelnemers waarvan ca. 750 deelnemers deelnamen aan het wetenschappelijk onderzoek3. Belangrijkste inzichten (wetenschappelijk) onderzoek nameting De nameting is gedaan in het voorjaar van 20224 en gaat alleen over de situatie van de deelnemers een jaar ná afloop van het experiment. De nameting is niet een integrale analyse van de effecten van het experiment; die volgt bij de eindrapportage die rond de zomer van dit jaar wordt verwacht. In het algemeen komen in de gesprekken tussen de onderzoekers en de deelnemers over de begeleiding door de klantmanager, ongeacht begeleidingsvorm, drie zaken naar voren: erkenning en vertrouwen zijn onmisbaar voor de relatie tussen klantbegeleider en bijstandsgerechtigden; de bijverdienpremie is een belangrijk instrument voor alle parttime werkende bijstandsgerechtigden; parttime werk is, vaak vanwege gezondheidsproblemen, voor velen het hoogst haalbare. Als het gaat om economische en maatschappelijke participatie en welzijn, zijn de belangrijkste inzichten uit de nameting5 ten opzichte van de nulmeting (T0) aan het begin van het experiment: Meer mensen zijn werkzaam en werken meer uren (gemiddeld 11,3 uur, incl. mensen die niet werken).
Deelnemers aan de extra-aandachtgroep hebben het vaakst betaald werk; het verschil met de twee andere experimentgroepen is statistisch niet significant (figuur 1 links). Deelnemers uit de extra aandachtgroep werken meer uren (gemiddeld 19 uur per week). Dit is ruim vier uur meer dan aan het begin en gemiddeld 2,5 uur per week meer dan de deelnemers aan de zelfregiegroep. Dit verschil is statistisch significant als rekening wordt gehouden met andere persoonskenmerken (figuur 1 rechts). Figuur 1. Percentage betaald werkenden (links) en gemiddeld aantal gewerkte uren per week (incl. nul uur; rechts) naar experimentgroep, T0, T1, T2 en T3 (nameting)
3 De drie begeleidingsvormen zijn: extra aandacht, zelfregie en reguliere begeleiding. De respondenten die
reguliere begeleiding kregen worden in het experiment de vergelijkingsgroep genoemd. 4 Deze laatste kwantitatieve (na)meting is gebaseerd op 513 deelnemers, die hoofdzakelijk telefonisch zijn geïnterviewd. Vergeleken met de 808 deelnemers op T0 (start experiment) is 37% van deelnemers uitgevallen. 5 Zie ook bijlage 3 (factsheet)
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 januari 2023 Pagina 3 van 6
Deelname aan vrijwilligerswerk is stabiel. Gemiddeld besteden de deelnemers bijna 17 uur per week aan activiteiten (betaald werk, vrijwilligerswerk, mantelzorg en opleiding). 50% van de deelnemers is uitgestroomd uit de uitkering. Daarvan is voor 1/3 van alle deelnemers inkomen uit werk de reden. De uitstroom is het grootst onder deelnemers die vanaf het begin al meer dan 16 uur (met name die meer dan 24 uur) per week betaald werkten. Zie figuur 2. Figuur 2. Uitstroom en uitstroom naar werk naar aantal gewerkte uren (%) 58
60
52 50 41 40
40
39
34
33 30 22
28
25
20 10 0 0 uur
1-16 uur totale uitstroom
17-24 uur
>24 uur
totaal
uitstroom naar werk
50% van de niet-werkenden wil werken. De helft van hen wil betaald werk verrichten. Hiervan is 40% positief over de kans om binnen 12 maanden werk te vinden. Meer mensen willen een opleiding volgen. 12% van de deelnemers volgt een opleiding, in twee derde van de gevallen gericht op het vinden van betaald werk. Van degenen die geen opleiding volgen, wil ca. 50% wel een opleiding of cursus doen. Minder contacten met klantmanager na afloop experiment; iets lagere waardering. 75% van de deelnemers had tijdens de periode van nameting contact met de klantmanager en waarderen dit met gemiddeld een 7,6. Ruim 50% van de deelnemers heeft langdurige gezondheidsklachten, zijnde een of meer langdurige (chronische) ziekten, aandoeningen of handicaps. Niettemin geven zij gemiddeld een 7,4 op een samengestelde welzijnsindicator (0-10), de hoogste waardering over de periode. Net als bij de vorige metingen blijkt in relatie tot werk ook uit de nameting dat (extra) kwalitatieve aandacht en maatwerk voor de (werkzoekende) bijstandsgerechtigde meer oplevert als het gaat om (meer) kans op werk, werk en werkbehoud. Dit geldt met name bij specifieke groepen Amsterdammers, waarover verderop in de brief meer. Het college is trots dat de bijverdienpremie een extra steun in de rug is voor mensen die vechten voor een betere bestaanszekerheid.
De inzichten uit de nameting bevestigen de koers en de inzet van het college, te blijven investeren in deeltijdwerk in combinatie met de bijverdienpremie, het bieden van (meer) aandacht en begeleiding op basis van (meer) maatwerk. De eindrapportage zal nadere duiding geven van de inzichten over de gehele onderzoeksperiode en ook conclusies en nadere (beleids)aanbevelingen. Impact corona op experiment Zoals eerder aangegeven betreft de nameting ruwweg de periode van een jaar na het einde van het experiment. Deze periode kenmerkte zich door afnemende coronamaatregelen, economisch herstel en een aantrekkende arbeidsmarkt; meer deelnemers zijn in deze periode weer aan het werk gegaan. Wel geven 38% van de deelnemers aan dat bij hen de financiële situatie verslechterd
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 januari 2023 Pagina 4 van 6
is sinds het begin van het experiment. Toch is de tevredenheid met het inkomen tijdens het experiment verbeterd (van 5,1 bij begin van het experiment naar 5,9 bij nameting) en is het percentage betalingsachterstanden en schulden afgenomen. Stand van zaken vervolginzet college Het college heeft naar aanleiding van de tussentijdse inzichten uit de T2-rapportages in november 2021 besloten in te zetten op een viertal sporen (zie link naar de raadsbrief in voetnoot 2): 1) voortzetting van de bijverdienpremie tot eind 20236; 2) stimulering van uitstroom naar werk door compenseren van het verlies van bijverdienpremie; 3) verhoging van het aandeel parttime werkenden in de bijstand; 4) versterken van begeleiding van bepaalde doelgroepen. Ad 1: bijverdienen tot eind 2023 De huidige bijverdienpremie is 30% van de inkomsten uit werk met een maximum van €222 per maand. Gezien de effecten van de premie heeft het college besloten de mogelijkheid tot bijverdienen voort te zetten tot eind dit jaar7. Mocht in de loop van dit jaar blijken dat de bijverdienpremie per 1 januari 2024 nog niet geregeld is in de Participatiewet, dan zal het college mede op basis van landelijke ontwikkelingen besluiten op welke wijze bijverdienen in Amsterdam na dit jaar wordt voortgezet.
Ad 2: stimuleren uitstroom naar werk door compenseren verlies bijverdienpremie Met deze inzet wilde het college een bijstandsgerechtigde bij uitstroom uit de bijstand 6 maanden lang compenseren voor de feitelijke inkomensachteruitgang door het niet meer kunnen opbouwen van de bijverdienpremie. Ook wilde het college duurzame uitstroom naar werk blijven stimuleren. Door de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB, augustus 20218) over het toepassen van de wettelijke inkomstenvrijlating bij parttime werk is dit idee niet doorontwikkeld. Door een fundamenteel andere toepassing van de vrijlatingsregeling werd het instellen van deze compensatie te complex. In de kamerbrief van 28 november jl.9 vermeldt de minister dat de wetgeving op het punt van de CRvB-uitspraak wordt aangepast en daarmee naar verwachting per 1 juli 2024 wordt teruggedraaid. Het college werkt in de tussentijd een voorstel uit voor een experimentele uitstroompremie in het kader van aanvullende maatregelen bestaanszekerheid. Ad 3: verhogen aandeel parttime werk (deeltijd werkenden) Tot 1 maart 2021 was de bijverdienpremie alleen beschikbaar voor deelnemers aan het experiment. Vanwege de positieve resultaten die uit de tussenevaluatie naar voren kwamen, wordt sinds die datum de premie verstrekt aan alle bijstandsgerechtigden die werken.
Ook uit de nameting blijkt dat de bijverdienpremie een extra stimulans is om, voor wie dat kan, parttime te werken in de bijstand. Sinds de bijverdienpremie voor alle bijstandsgerechtigden in Amsterdam beschikbaar is, is het aandeel bijstandsgerechtigden dat deeltijd werkt met meer dan een procentpunt toegenomen. In Tabel 1 wordt over een aantal momenten in de afgelopen
6 Meerderen gemeenten hebben in navolging van Amsterdam de bijverdienpremie ingevoerd.
7 In de periode november 2021 - november 2022 is aan 5.408 unieke huishoudens de bijverdienpremie uitbetaald.
Het totaalbedrag over deze periode bedraagt € 4,0 mln, gemiddeld per huishouden ca € 740. 8 uitspraken.rechtspraak.nl/ECLI:NL:CRVB:2021:2146 9 rijksoverheid.nl/2022/11/28/kamerbrief-stand-van-zaken-participatiewet-in-balans
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 januari 2023 Pagina 5 van 6
periode de ontwikkeling getoond van het aantal bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk sinds 1 maart 2021. Tabel 1: ontwikkeling deeltijd/parttime werk (maart 2021, december 2021, november 2022)
# bijstandsgerechtigden met parttime inkomsten in maand % bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk ten opzichte van totale bijstandsbestand # nieuwe bijstandsgerechtigden met parttime inkomsten (cum jaar)
2021 2021 maart december 2.478 2.734
2022 november 2.569
6,1
7,3
7,3
195
1.404
1.514
Uit een recent uitgevoerd klanttevredenheidsonderzoek naar inkomstenverrekening bij parttime werk in de bijstand blijkt, dat de bijverdienpremie voor deelnemers een belangrijke stimulans is om te blijven werken (91%). Die stimulans is er ook (maar lager) als het gaat om meer uren werken (65%). Het college blijft op basis van de inzichten uit het experiment met de premie zich nadrukkelijk inzetten op deeltijdwerk. Juist in de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam is structureel vraag naar parttime arbeidskrachten, zoals in de horeca, logistiek, zakelijke en facilitaire dienstverlening. Klantbegeleiders krijgen trainingen over de wijze waarop de werkzoekende beter kan worden voorgelicht over parttime werken en informatie en voorbeelden dat (meer) werken in de bijstand door de inzet van de bijverdienpremie ook echt loont. Als onderdeel van het Plan van Aanpak Werkende Minima is in september jl. gestart parttime werkenden te stimuleren meer te gaan werken. Hierbij worden werkende parttimers geholpen aan urenuitbreiding en ondersteund bij het uitonderhandelen van betere arbeidsvoorwaarden. Niet werkenden worden naar arbeid toegeleid aan de hand van het gezamenlijk ontwikkeld klantbeeld, waarbij op basis van achtergrond een werkperspectief in kaart is gebracht.
Voor alle uitkeringsgerechtigden in Amsterdam (en ook voor mensen die dreigen werkloos te worden en/of op zoek zijn naar een andere baan) is een opleidingsvergoeding beschikbaar om de afstand tot een passende baan te verkleinen. Omdat er op de arbeidsmarkt nog ruimte zit tussen vraag en aanbod van kennis en kunde, stuurt het college intensief op het benutten van deze gelden. Ook blijft het college zich inzetten om samen met de arbeidsmarktpartners en met inzet van Social Return-afspraken, door middel van parttime werk de afstand tot de arbeidsmarkt van (langdurig) werkzoekenden te verkleinen. Zoals eerder aangegeven is het college in gesprek met het ministerie om de problematiek rondom de inkomstenverrekening, die mede tot inkomensonzekerheid leidt en door bijstandsgerechtigden als obstakel wordt ervaren om (meer) te gaan werken of te veranderen van parttime baan, fundamenteel in de Participatiewet op te lossen. Ad 4: versterken begeleiding bepaalde doelgroepen Ook uit de nameting blijkt dat (extra) kwalitatieve aandacht en maatwerk voor de (werkzoekende) bijstandsgerechtigde meer oplevert als het gaat om (meer) kans op werk, werk en werkbehoud. Dit geldt vooral bij specifieke groepen Amsterdammers, die onder andere te maken met hebben met leeftijdsdiscriminatie, laaggeletterdheid, lage kennisontwikkeling en beperkte mobiliteit.
Ook personen die relatief kort een uitkering ontvangen hebben profijt van extra begeleiding. Het college werkt momenteel aan een plan van aanpak om de ondersteuning van deze groepen te
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 januari 2023 Pagina 6 van 6
verbeteren. Onder het project ‘Amsterdammers begeleid aan de slag’ worden verschillende nieuwe vormen van begeleiding uitgeprobeerd met als doel de duurzame arbeidsparticipatie van mensen met een (vermoedelijke) arbeidsbeperking te vergroten. Bij laagopgeleide werkzoekenden vormt hun beperkte basisvaardigheden vaak een grote barrière om weer aan het werk te komen. Het college onderzoekt hoe de screening op basisvaardigheden, het gesprek over laaggeletterdheid en het kunnen doorverwijzen naar passend aanbod onderdeel kan zijn van de WPI-dienstverlening. Vanuit een nieuw beleidsplan volwasseneneducatie en laaggeletterdheid, dat in de loop van 2023 beschikbaar komt, worden hiervoor acties uitgewerkt. Het college blijft zich daarnaast met andere gemeenten inzetten op nader (wetenschappelijk) onderzoek en meer experimenten om de dienstverlening evidence based verder te ontwikkelen10. Tot slot Het experiment met de bijstand is na vier jaar ten einde. Op basis van tussentijdse inzichten van dit wetenschappelijk experiment heeft het college in die periode ervoor gezorgd dat werken in de bijstand loont en bijdraagt aan een betere bestaanszekerheid.
Ook is er in de afgelopen tijd tussen het ministerie SZW en meerdere gemeenten, waaronder de G4, ambtelijke overleg gevoerd over onder andere het verruimen van de bijverdienmogelijkheden, het inzetten van een bufferbudget om schommelingen in inkomen in de bijstand te dempen en de mogelijkheid van automatisch verrekenen van inkomen. Inmiddels heeft de minister een voorstel uitgewerkt in de eerdergenoemde kamerbrief van 28 november jl. (zie voetnoot 9). De integrale analyse van de effecten van het experiment volgt bij het eindrapport dat naar verwachting voor de zomer van dit jaar beschikbaar komt. Dit rapport, dat tevens overall conclusies en (beleids)aanbevelingen voor de uitvoeringspraktijk zal bevatten, zal ik uiteraard met u delen. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken Bijlagen: 1. T3-nameting kwantitatief onderzoek 2. T3-nameting kwalitatief onderzoek bijstandsgerechtigden 3. T3-nameting factsheet 10 Amsterdam werkt met andere gemeenten (waaronder Arnhem, Den Haag en Tilburg), beroepsopleidingen, de
Beroepsvereniging voor medewerkers in sociale domein (SAM) en TNO, sinds 2022 samen in de Community of Practice van Divosa aan verbetervoorstellen van de re-integratiepraktijk op basis van wetenschappelijke inzichten.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl