BRIEF inzichten Amsterdams experiment bijstand en vervolginzet college.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 16 november 2021 Sociale Zaken Rutger Groot Wassink Directie Inkomen (bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl) Amsterdams experiment bijstand – inzet college naar aanleiding van inzichten uit actuele tussenrapportages
Geachte leden van de gemeenteraad, Het college stimuleert met de bijverdienpremie dat Amsterdammers in de bijstand gaan werken. Met het Amsterdamse experiment met de bijstand (hierna: experiment) is hiernaar afgelopen jaren onderzoek gedaan1. Op 13 november 2020 bent u geïnformeerd over de tussenevaluatie waaruit bleek dat de premie bijdraagt aan een betere bestaanszekerheid. Mede daarom heeft het college de bijverdienpremie beschikbaar gesteld voor álle bijstandsgerechtigden die parttime (gaan) werken. Uit het vervolgonderzoek blijkt wederom dat de premie een positief effect heeft op bijverdienen in en uitstroom uit de bijstand. Daarom heeft het college besloten de bijverdienpremie te verlengen tot en met 31 december 2023. Op basis van de ervaringen in Amsterdam vindt het college dat het rijksbeleid inzake bijverdienen in de bijstand moet worden aangepast. In deze brief wordt u geïnformeerd over het voorlopig eindrapport van het experiment en de eerste resultaten van de invoering van de bijverdienpremie vanaf 1 maart 2021.
Op basis van het brede, interessante beeld dat het wetenschappelijk onderzoek van de UvA/HvA (hierna: UH) en de rapportage van Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) van het experiment schetsen (zie bijlagen) wil het college volop inzetten op de volgende vier sporen: voortzetten van de bijverdienpremie tot en met 31 december 2023; stimuleren van de uitstroom naar werk door compenseren van het verlies van bijverdienpremie; verhogen van het aandeel parttime werkenden in de bijstand; versterken van de begeleiding van bepaalde doelgroepen. Het college zal in deze brief de inzet motiveren en deelt tevens de aandachtspunten. Experiment met de bijstand In de brief van 13 november 2020 bent u meegenomen in de eerste bevindingen van het kwantitatieve en kwalitatieve wetenschappelijk onderzoek van het experiment en het OISonderzoek naar de effecten op werk en uitstroom. Uit de tussenevaluaties kwam naar voren dat de bijverdienpremie bijstandsgerechtigden stimuleert om de stap naar werk te maken, mensen die 1 Het experiment betrof ca. 5.000 deelnemers en liep tot 1 maart 2021. Ongeveer 750 deelnemers waren onderdeel
van het wetenschappelijk onderzoek naar (effecten van) de verschillende vormen van begeleiding: extra aandacht, zelfregie en reguliere begeleiding. De effecten van het experiment worden nog tot 1 maart 2022 gevolgd.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 november 2021 Pagina 2 van 6
werken zeer tevreden zijn met de premie en deze premie tevens resulteert in een hogere uitstroom naar werk, met een positief neveneffect op de bijstandslasten tot gevolg. Nu wordt u meegenomen in de actuele tussentijdse bevindingen van het wetenschappelijk onderzoek, dat in de loop van volgend jaar wordt afgerond. Naast het UH-onderzoek heeft OIS een rapportage gemaakt over het (uitstroom)effect van de premie met informatie over duurzaamheid van uitstroom en de sectoren waarin mensen (in deeltijd) werken en uitstromen. Belangrijkste actuele inzichten (wetenschappelijk) onderzoek Het UH-onderzoek concentreert zich kwantitatief op de verschillen in de drie begeleidingsvormen (extra aandacht, zelfregie en reguliere begeleiding2) en het effect daarvan op economische en maatschappelijke participatie en welzijn.
Diepte-interviews met bijstandsgerechtigden en klantmanagers in de periode oktober 2020 en april 2021 hebben aanvullende kwalitatieve inzichten opgeleverd in relatie tot effecten van de bijverdienpremie, inzet op parttime werk en bijdrage aan gezondheid, alsmede de begeleiding door klantmanagers; deze zijn: deelnemers in de extra aandachtgroep hebben aan het einde van het experiment vaker betaald werk (gevonden) en werken gemiddeld meer uren dan deelnemers in zelfregie en de vergelijkingsgroep; deelnemers in de extra aandachtgroep hadden tijdens de coronacrisis meer kans hun werk te behouden dan deelnemers in de andere 2 groepen; de waardering voor klantmanager is in de extra aandachtgroep gestegen en in de zelfregiegroep gedaald. Belangrijke en nuttige consistente inzichten ten opzichte van vorige tussenrapportages zijn hierbij onder andere dat: deelnemers die aan het begin van het experiment 16 uur of meer per week werk(t)en twee keer zoveel kans hebben om uit te stromen dan zij die minder dan 16 uur of niet werk(t)en; de premie bijdraagt aan de bestaanszekerheid en vooral wordt besteed aan het aflossen van schulden, achterstallige betalingen en vaste lasten, zoals huur, verzekering en abonnementen.
Het college stelt met genoegen vast dat de actuele inzichten de uitkomsten uit vorige tussenrapportages bestendigen en dat deze uitkomsten tevens erop duiden dat (meer) aandacht bijdraagt aan een grotere kans op werk. Het bieden van (meer) aandacht en begeleiding wordt beter gewaardeerd en schept meer vertrouwen, waardoor er in de samenwerking tussen burger en gemeente meer ruimte is voor maatwerk. In de eindrapportage (2022) zal nadere duiding plaatsvinden van de inzichten uit het experiment over de gehele onderzoeksperiode. Belangrijkste inzichten OIS-rapportage OIS heeft een onderzoek gedaan naar het (uitstroom)effect van de premie, de duurzaamheid van uitstroom en de sectoren waarin mensen (in deeltijd) werken en uitstromen. Het blijkt dat de bijverdienpremie deelnemers aan het experiment motiveert om parttime aan de slag te gaan, vergeleken met een groep bijstandsgerechtigden met vergelijkbare kenmerken die niet deelnam
2 De respondenten die reguliere begeleiding krijgen worden in het experiment de vergelijkingsgroep genoemd.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 november 2021 Pagina 3 van 6
aan het experiment3. Ook heeft de premie de kans op uitstroom naar werk verhoogd4 en dat er geen sprake is van een lock-in effect5. Daarnaast is de uitstroom naar werk in de experimentgroep (met premie) vaker duurzaam (minimaal zes maanden aaneengesloten aan het werk) dan in de vergelijkingsgroep6. Impact corona op experiment De coronaperiode heeft invloed gehad op de dienstverlening aan en ervaringen van (ca. 5.000) deelnemers, als ook de resultaten van het experiment. De effecten zijn onder andere: Afname van het aandeel (fysieke) contactmomenten tussen klant en klantmanager in alle experimenteergroepen van 87% naar 67% ; Afname van het aandeel deelnemers met betaald werk; vergeleken met het aantal aan het begin van het experiment is dit teruggelopen van 64% naar 54%; Afname van het aandeel positief gestemde werkzoekenden van 71% naar 67%; Afname van het aandeel personen dat vrijwilligerswerk verricht en/of een opleiding volgt. Dit is verminderd van 23% naar 16%; het aantal uren dat deelnemers aan vrijwilligerswerk en/of opleiding besteden is eveneens afgenomen; Afname van het aandeel personen dat mantelzorg verricht. Dit liep terug van 23% naar 20%. Het aantal uren dat deelnemers bijdragen aan mantelzorg is daarentegen wél toegenomen.
Door de coronacrisis hadden aan het eind van het experiment beduidend minder deelnemers betaald werk dan aan het begin van het experiment. De helft van de werkenden geeft aan dat het werk is veranderd doordat het aantal uren werk is verminderd of dat het werk is gestopt. Ondertussen zijn de meeste coronabeperkingen opgeheven, trekt de arbeidsmarkt weer aan en is het perspectief op economisch herstel groter geworden. De verwachting is dat hierdoor de deelnemers aan het eind van het experiment (weliswaar gestopt per 1 maart 2021, echter worden de effecten nog een jaar lang gevolgd) positiever terugkijken op de kansen op de arbeidsmarkt. Eerste resultaten bijverdienpremie vanaf maart 2021 Tot 1 maart was de bijverdienpremie alleen beschikbaar voor deelnemers aan het experiment. Vanwege de positieve resultaten die uit de tussenevaluatie naar voren kwamen, wordt sinds 1 maart 2021 de premie verstrekt aan alle bijstandsgerechtigden die werken. Tabel 1 laat zien dat in de totale bijstandspopulatie het aantal bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk sinds 1 maart 2021 stijgt. Ook is er een forse toename van het aantal nieuwe bijstandsgerechtigden met parttime inkomsten uit werk7.
Naast de redenen van groei van het aantal mensen met parttime inkomsten wordt de komende periode ook gekeken naar de 3 Deelnemers die voorafgaand aan het experiment niet deelnamen aan parttime werk, participeerden vaker in
parttime werk dan niet-deelnemers in de vergelijkingsgroep, zowel ten tijde van de eerste instroom in het experiment (2018: 38% vs. 9%) als ten tijde van de tweede instroom (2019: 20% vs. 8%). 4 Van de klanten die in de eerste periode (2018) startten met het experiment is 25% uitgestroomd naar werk, tegenover 19% in de vergelijkingsgroep. Klanten die in de tweede periode (2019) zijn gestart laten respectievelijk 15% (experimentgroep) en 9% (vergelijkingsgroep) uitstroom zien. 5 Hiermee wordt bedoeld dat bijstandsgerechtigden niet meer uitstromen wanneer de financiële prikkel van de bijverdienpremie wegvalt. 6 De duurzaamheid van werk ligt voor de experimentgroep hoger dan voor de vergelijkingsgroep: respectievelijk 71% vs. 63% voor instromers in de eerste periode en 67% vs. 64% voor de instromers in de tweede periode (2019). 7 In juni jl. is aan 2.728 Amsterdammers een premie betaald, waaronder 1.757 personen die vanaf 1 maart 2021 voor de eerste keer in aanmerking kwamen voor de bijverdienpremie. In totaal is er in juni € 1,3 mln overgemaakt met een gemiddelde premiebedrag van € 468.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 november 2021 Pagina 4 van 6
uitstroomredenen van deze groep (zie ook ad. b). Op dit moment is de looptijd van de bijverdienpremie te kort om hierin een duidelijke lijn te zien. Het college zal daarbij ook monitoren hoe deze groep het doet op het gebied van onder andere welzijn en schulden. In tabel 1 een overzicht van de - positieve - ontwikkeling in cijfers van het aantal (nieuwe) bijstandsgerechtigden met parttime inkomsten vanaf maart dit jaar. Tabel 1: maandcijfers parttime werk (periode maart – september 2021)
# klanten met parttime inkomsten % klanten met inkomsten uit werk ten opzichte van totale bijstandsbestand # nieuwe klanten met parttime inkomsten (cum)
2021 03
2021 04
2021 05
2021 06
2021 07
2021 08
2021 09
2.478
2.422
2.471
2.481
2.490
2.531
2.540
6,06
5,92
6,06
6,14
6,23
6,41
6,54
195
279
379
466
568
706
860
De reden dat het aantal nieuwe klanten met parttime inkomsten (personen die 12 maanden ervoor geen inkomsten uit arbeid ontvingen) harder stijgt dan het totaal aantal klanten met parttime inkomsten is, dat de cijfers van de laatste groep wordt beïnvloed door bijstandsonafhankelijke uitstroom en personen zonder inkomsten in die maand. College-inzet op vervolg experiment Op basis van het brede positieve beeld uit het wetenschappelijk onderzoek en de OIS-rapportage, wil het college, in afwachting van het eindrapport, nu al volop inzetten op de volgende sporen: a) voortzetting van de bijverdienpremie tot en met 31 december 2023; b) stimulering van de uitstroom naar werk door compenseren van het verlies van bijverdienpremie; c) verhoging van het aandeel parttime werkenden in de bijstand; d) versterken van begeleiding van bepaalde doelgroepen. Ad a: bijverdienen tot en met 31 december 2023 Vanaf 1 maart dit jaar hebben álle bijstandsgerechtigden de mogelijkheid om bij te verdienen. De huidige bijverdienpremie is 30% van de inkomsten uit werk met een maximum van €219 per maand. De groep is uitgebreid met Amsterdammers met een IOAW/Z-uitkering8. Gezien de resultaten van het UH-onderzoek en de OIS-rapportage besluit het college de mogelijkheid tot bijverdienen voort te zetten tot en met 31 december 2023, te bekostigen uit de middelen Werkbonus die de coalitie beschikbaar heeft gesteld.
Met de huidige vormgeving van de bijverdienregeling zoekt het college de randen op van de Participatiewet. Het ministerie SZW waarschuwt dat structurele inzet van deze regeling er toe kan leiden dat de Belastingdienst de premie fiscaal belast. Het college pleit daarom in haar lobby naar het ministerie voor een permanente bijverdienregeling in de Participatiewet. Voortzetting van de bijverdienpremie ná deze datum is aan het volgende college om te beslissen; een structurele bijverdienregeling zal moeten worden vormgegeven op basis van de fiscale mogelijkheden van dat 8 Er zijn op dit moment ca 1.500 huishoudens met een IOAW/Z uitkering in Amsterdam
https://www.rijksoverheid.nl/uitkering-oudere-werklozen-ioaw-iow-ioaz/
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 november 2021 Pagina 5 van 6
moment, bij voorkeur met een wettelijke basis in de Participatiewet9. Hierop zullen de Amsterdamse beleidsregels aangepast dienen te worden. Omdat het Amsterdamse experiment (significante) bevindingen heeft opgeleverd, blijft het belangrijk deze naar buiten te blijven benadrukken. Ook heeft de Amsterdamse bijverdienregeling, mede door de publiciteit in de landelijke media, veel interesse gewekt en navolging gekregen10. Daarom gaan we door met onderzoek (zie ook ad. c) zodat dit in de nabije toekomst kan bijdragen aan een voorstel voor een structurele regeling. Ad b: stimuleren uitstroom naar werk door tijdelijk compenseren van verlies bijverdienpremie Wanneer een bijstandsgerechtigde 3,5 dag of meer in de week gaat werken, stijgt het loon tot boven de bijstandsnorm en stopt de aanvullende bijstand. Daarmee wordt geen bijverdienpremie meer opgebouwd en is in feite sprake van een inkomensachteruitgang ten opzichte van de situatie waarbij de betrokkene twee of drie dagen in deeltijd werkt en wel de bijverdienpremie ontvangt. Om bij bijstandsgerechtigden duurzame uitstroom naar werk te stimuleren en mensen die als gevolg daarvan inkomensachteruitgang door misgelopen bijverdienpremie ervaren te compenseren, laat het college deze mensen nog 6 maanden een premie conform de bijverdienregeling opbouwen. Naar verwachting gaat het om gemiddeld 50 personen per maand.
De kosten worden gedekt uit de door de coalitie beschikbaar gestelde middelen Werkbonus. De regeling geldt conform de verlenging van de bijverdienpremie tot eind 2023. Ad c: verhogen aandeel parttime werk Het college zet maximaal in op werk. Elk uur dat een bijstandsgerechtigde werkt of kan werken wordt daarbij gewaardeerd. De bijverdienpremie is daarbij een extra stimulans: het verhoogt de bestaanszekerheid en de kans op volledige uitstroom naar werk voor wie dat kan. Daarom zet het college zich in om het aandeel parttime werkenden te verhogen door naast directe bijstandsonafhankelijke uitstroom naar werk, ook meer op het invullen van parttime werkvacatures te sturen. Het aanbod van werk in de Amsterdamse arbeidsmarktregio met sectoren waarin veel parttime werk wordt aangeboden (zoals horeca, logistiek, zakelijke en facilitaire dienstverlening) leent zich hier goed voor. Klantmanagers en jongerenadviseurs ontvangen trainingen over de wijze waarop de werkzoekende beter kan worden voorgelicht over parttime werken en informatie en voorbeelden dat (meer) werken in de bijstand door de inzet van de bijverdienpremie ook echt loont. Daarnaast is in september, als onderdeel van het Plan van Aanpak Werkende Minima, gestart met een project om parttime werkenden te stimuleren het aantal werkuren te verhogen tot waar mogelijk bijstandsonafhankelijkheid.
Het college blijft zich inzetten om samen met de arbeidsmarktpartners en met inzet van Social Return-afspraken de afstand tot de arbeidsmarkt van (langdurig) werkzoekenden met parttime werk te verkleinen. Aandachtspunt blijft de terechte zorg voor inkomensonzekerheid; de inkomstenverrekening is een belangrijk obstakel om (meer) te gaan werken of te veranderen van parttime baan. Dit bevestigt de noodzaak om een fundamentele herziening van de P-wet, waarin inkomensverrekening een 9 De premie moet fiscaal niet gezien worden als een periodieke uitkering, anders werkt deze door in andere
inkomensafhankelijke regelingen (Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen). 10 Onder andere in de gemeenten Rotterdam, Tilburg en Wageningen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 november 2021 Pagina 6 van 6
belangrijk aandachtspunt is. Over de voortgang van het verbeterprogramma Inkomensverrekening wordt u dit najaar geïnformeerd. Ad d: versterken begeleiding bepaalde doelgroepen De UH-rapportage (kwantitatief) laat ten aanzien van de verschillen tussen de drie begeleidingsregimes een aantal in het oog springende bevindingen zien. De kern is dat extra kwalitatieve aandacht en maatwerk voor de (werkzoekende) bijstandsgerechtigde meer oplevert als het gaat om (meer) kans op werk, werk en werkbehoud. Dit geldt vooral bij specifieke groepen Amsterdammers: het blijkt dat onder andere personen vanaf 45 jaar (bijvoorbeeld door leeftijdsdiscriminatie en deels laaggeletterdheid, lage kennisontwikkeling en beperkte mobiliteit) en personen die relatief kort een uitkering ontvangen (door benutten grotere kans op werk bij een recent arbeidsverleden) profijt hebben van extra begeleiding. Met deze inzichten gaan we graag aan de slag om de ondersteuning van deze groepen te verbeteren. Ook zet het college in op nader (wetenschappelijk) onderzoek en meer experimenteren om de dienstverlening evidence based verder te ontwikkelen11. Uiteraard blijft het college aandacht en maatwerk bieden voor álle Amsterdammers die dat nodig hebben.
Tot slot Waar het college is gestart met een wetenschappelijk experiment gericht op het mogelijk maken om naast de bijstandsuitkering te werken en daarmee ook financieel op vooruit te gaan, ligt er nu een fundamentele basis om deze lijn door te zetten. Alle Amsterdammers met een bijstandsuitkering kunnen nu door parttime te werken hun inkomen verhogen. Daarmee wordt werken beloond. U wordt periodiek op de hoogte gehouden van de voortgang en de effecten van de bijverdienpremie. Na de zomer 2022 wordt de eindrapportage van het wetenschappelijk onderzoek van het experiment verwacht. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken Bijlagen: 1. UH-tussenrapportage T2 2. UH-kwalitatief onderzoek T2 3. UH-factsheet T2 4. OIS-rapport T2 11 Amsterdam werkt met andere gemeenten (waaronder Arnhem, Den Haag en Tilburg), beroepsopleidingen, de
Beroepsvereniging voor medewerkers in sociale domein (SAM) en TNO, sinds dit jaar samen in de Community of Practice van Divosa aan verbetervoorstellen van de re-integratiepraktijk op basis van wetenschappelijke inzichten.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl