Brief Bevindingen Ombudsman nav klachten marktondernemers Waterlooplein
Tekst van het document
Betreft: CC:
Klachten en bevindingen inzake markt Waterlooplein Gemeentesecretaris Amsterdam, 11 mei 2022
Geachte leden van de gemeenteraad, Geacht college, Graag vraag ik uw aandacht voor het volgende. “Ombudsman trekt aan de bel bij gemeente” en “Zorgen om nieuw Waterlooplein” waren de koppen in de Telegraaf van 20 april jl. boven een artikel dat vervolgde met: “Op zaterdag 14 mei aanstaande wordt het Waterlooplein feestelijk geopend na een herinrichting van ruim twee jaar. Maar een vrolijk feest lijkt het niet te worden. Marktondernemers zijn boos en de sfeer tussen de gemeente en ondernemers wordt met de dag grimmiger.” Ruim een week eerder op 11 april heeft de voorzitter van Marktvereniging Waterloo anno 1885 (hierna de Marktvereniging) zich wederom 1 tot mij gewend. Nu met een klacht over de gemeente dat ondanks gesprekken, klachten en nog lopende bezwaarprocedures de gemeente “doordendert”: nog vóór de officiële opening op 14 mei wordt de verkoopwaar van ondernemers op de markt “geschouwd”. E.e.a. gebeurt in kader van de in de Marktvisie 2018-2026 genoemde ‘non-food themamarkten’ en een op 19 september 2018 aangenomen motie (van het raadslid N.T. Bakker). Deze motie verzoekt het college “in de uitwerking van de agenda Markten instrumenten te ontwikkelen om, indien gewenst, toeristische kramen van specifieke markten te weren”. Deze klacht over de schouw komt bovenop klachten over de heringerichte markt die een Ombudsman-onderzoeker op 4 maart jl.
tijdens een bezoek aan het Waterlooplein van marktondernemers te horen krijgt. En ook bovenop klachten over de marktindeling die ik in de weken daarna krijg voorgelegd vanuit de Marktvereniging. Bijlage 1 bevat een beschrijving van de sinds 4 maart jl. ontvangen klachten. Namens haar leden heeft de voorzitter van de Marktvereniging de klachten over de voorgenomen schouw vertaald naar een verzoek om deze met drie weken uit te stellen. Dit, gezien de sfeer onder de ondernemers als gevolg van de gemaakte fouten in de marktinrichting, de vele onzekerheden rondom de schouw en de door hen ervaren kwetsende aanpak. Inmiddels heeft de schouw plaatsgehad ondanks een nadrukkelijk appel van de Ombudsman. Uit oogpunt van goed bestuur had het op de weg gelegen om een pas op de plaats te maken bij de geplande schouw. Dat het bestuur dit ondanks mijn advies zonder onderbouwing heeft doorgezet en op geen enkele wijze enige sensitiviteit heeft getoond voor de signalen en klachten, is voor mij reden om deze brief tot u te richten. Amsterdamse markten worden bestuurd vanuit wantrouwen; marktondernemers hebben recht op meer professionaliteit en meer taakvolwassenheid. In het vervolg van deze brief beschrijf ik allereerst wat mijn organisatie heeft gedaan om verdere escalatie tussen marktondernemers en de gemeente te voorkomen, gevolgd door enkele 1
Begin 2018 heeft de Marktvereniging zich tot de Ombudsman met klachten over de wijze waarop stadsdeel Centrum de voorbereidingen van de in herinrichting van het Waterlooplein organiseert. Dit heeft geleid tot het document Rapportage inzake de Herinrichting Waterlooplein d.d. 4 september 2018 (zie site Ombudsman).
1
observaties van de gedragingen van betrokken bestuurders en ambtenaren jegens vertegenwoordigers van de Marktvereniging. Vervolgens presenteer ik de eerste onderzoeksresultaten naar de bestuurlijke basis voor het huidige optreden van stadsdeel Centrum. Ik eindig deze brief met aanbevelingen voor het bestuur van Amsterdam, aan het begin van een nieuwe bestuursperiode. Uitnodiging aan bestuur Centrum en bestuur Marktvereniging Naar aanleiding van de vele klachten en ontstane grimmige sfeer heb ik op 14 april jl. het bestuur van stadsdeel Centrum uitgenodigd voor een gesprek samen met een vertegenwoordiging van de Marktvereniging. Een gesprek op zeer korte termijn, omdat ik de sfeer tussen de gemeente en de ondernemers als zorgwekkend beoordeel: escalatie dreigt. Daarnaast roepen de klachten het beeld op dat meerdere beginselen van behoorlijk bestuur met voeten worden getreden en dat de eigen gemeentelijke Verordening (m.b.t. de gewijzigde systematiek inzake het anciënniteitsbeginsel bij de indeling van de markt 2) wordt genegeerd. Hoogste prioriteit nu heeft echter het verzoek van het bestuur van de Marktvereniging om de schouw met drie weken uit te stellen, omdat er escalatie dreigt als deze doorgaat.
21 april: gesprek bestuur Centrum en Marktvereniging Waterloo 1885 Tijdens dit gesprek hebben de vertegenwoordigers van Marktvereniging indringend uitgesproken wat het woord “schouwen” voor het Waterlooplein betekent en bij hen aan gevoelens oproept: een uiterst ongelukkige term voor een markt met een sterk Joodse traditie 3. Drie weken uitstel van de schouw zou ruimte geven voor het introduceren van een andere term (tijdens het gesprek werd “opname” genoemd) en in deze drie weken zou de gemeente ook een nadere toelichting op de achtergrond en gekozen aanpak voor deze opname aan de ondernemers kunnen geven. Dit uitstel zou voor dat moment de ergste kou uit de lucht halen. Daarnaast hebben de marktondernemers in niet mis te verstane woorden geuit wat nadere regelgeving m.b.t. hun verkoopwaar betekent voor hun bedrijfsvoering, hun ondernemersvrijheid en ook voor het eigene aan “een rommelmarkt”. Resultaat van het gesprek is dat het bestuur van stadsdeel Centrum kort na afronding van het gesprek besluit de voorgenomen schouw niet met drie weken uit te stellen. Diezelfde middag ontvangt de voorzitter van Marktvereniging Waterloo anno 1885 via email het bericht: “Ter bevestiging van hetgeen ik je zojuist telefonisch heb medegedeeld het volgende. Na het gesprek met de ombudsman van vanochtend over o.a. de uitvoering van de schouw, heeft portefeuillehouder Ilse Griek e.e.a.
besproken in het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum. Het dagelijks bestuur heeft besloten dat zij geen aanleiding ziet om de start van de uitvoering van de schouw uit te stellen.”
2 In dit kader is het van belang te vermelden dat de Ombudsman op dit moment onderzoek doet naar eerdere klachten
vanuit de Albert Cuyp-, Waterlooplein- en Westerstraatmarkt over het gedurende meerdere jaren niet organiseren van een herindeling en over de communicatie en wisselwerking tussen gemeente en marktondernemers. Het onderwerp ‘herindeling’ komt ook voor in de Open brief van dhr. E. Weinberg aan o.a. college en gemeenteraad, d.d. 8 mei 2022. 3 De Schouw was een nationaalsocialistisch tijdschrift, uitgegeven door de Nederlandsche Kultuurkamer.
De tijdschriften verschenen van januari 1942 tot januari 1945. De verschillende redacties van De Schouw hebben zich moeten houden aan allerlei door de bezetter gestelde voorwaarden. De inhoud van het tijdschrift werd ook bewaakt door medewerkers van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. “De Kultuurkamer was er niet voor álle kunstenaars: joden, 'negers', Maleisiërs en Indiërs konden natuurlijk geen lid worden. Wie zich dan ook aansloot bij de Kultuurkamer of publiceerde in het tijdschrift van deze instelling, werkte in feite mee aan een nationaalsocialistische cultuurpolitiek”. Bron: Wikipedia
2
Verdere escalatie voorkomen Het gesprek op 21 april en het daaropvolgende bestuursbesluit om de schouw voort te zetten in de voorgenomen vorm leidt zichtbaar tot een verdere verslechtering en verharding van de relatie tussen gemeente en marktondernemers. Dit brengt mij ertoe diezelfde middag contact op te nemen met de directeur van het externe bureau dat de schouw gaat uitvoeren. Ik heb hem geïnformeerd over mijn zorgen, hoe ik de huidige situatie inschat en welke opties er redelijkerwijs zouden zijn. Dit, mede vanuit de gedachte dat de directeur op basis van deze actuele informatie binnen zijn organisatie e.e.a. kan afstemmen en betrokken medewerkers nader kan instrueren. Hij leek zelfs bereid te overwegen de schouwwerkzaamheden drie weken naar achteren te verplaatsen, tot na de officiële opening op 14 mei, maar meldde later dat de gemeente in haar rol als opdrachtgever vast bleef houden aan de oorspronkelijke planning. Hij is gehouden aan start schouw op vrijdag 22 april. Bevindingen Ombudsman Op 21 april heb ik twee diep geraakte, gekwetste en teleurgestelde marktondernemers en de voorzitter van de Marktvereniging gezien aan een grote tafel, tegenover een bestuurder en vier ambtenaren, die geen enkele neiging uitstraalden tot maar een poging tot enig inlevingsvermogen en/of tot enige bereidheid om een oplossingsgerichte houding aan te nemen.
Ik zag een bestuurder die koos voor afstandelijkheid en een strikte, beperkte juridische invalshoek: immers, de nog lopende bezwaarprocedures hebben geen opschortende werking … Aan de ambtelijke zijde heb ik tot driemaal toe geregistreerd dat marktondernemers in communicatie met de gemeente niet hun eigen woorden mochten kiezen om hun ongenoegen kenbaar te maken. De gemeente was niet geïnteresseerd in wat de ondernemers zeiden, maar waren gericht op hoe de ondernemers spraken; vielen hen in de rede en meldden dat bepaalde zaken niet aan de orde mochten komen en/of zo niet gezegd mochten worden. De ondernemers hebben uitgesproken door de gemeente structureel als kleine kinderen te worden behandeld vanuit een basishouding: “als je een marktondernemer een vinger geeft neemt hij je hele hand”. En die ene vinger moet je dus vooral niet geven … Als ombudsman zie ik als centraal probleem de regenteske houding van de gemeente in de communicatie met de marktondernemers. En het is deze houding die mij ertoe dwingt om aan de bel te trekken. Ik dring er dan ook op aan bij het college en de gemeenteraad om het juiste contact te organiseren waarmee de gemeente zichtbaar werkt aan herstel van geschaad vertrouwen en zichtbaar werkt volgens de normen van behoorlijk bestuur.
Centraal punt in mijn waarneming is dat de gemeente niet in staat lijkt verbinding te leggen met marktondernemers, zoals dat wel van een redelijke overheid verwacht mag worden. Werken bij de overheid houdt in dat bestuurders en ambtenaren zich inzetten voor de publieke zaak. En het Amsterdamse publiek is breed gevarieerd, bondig geformuleerd: van sjofel tot sjiek. Concreet lijkt hier –tussen gemeente en marktondernemers- vanuit de bejegening bezien een schending van de beginselen van bestuur inzake betrokkenheid, respect en oplossingsgerichtheid. Vanuit het oogpunt van goed bestuur had het voor de hand gelegen om het verzoek van de Marktvereniging te honoreren en de geplande schouw met drie weken uit te stellen. Dat het bestuur van Centrum ondanks het advies van de Ombudsman zonder enige inhoudelijke toelichting (!) door is gegaan volgens plan, en op geen enkele wijze enige sensitiviteit heeft getoond voor de afgegeven signalen en klachten heeft pijnlijk zichtbaar gemaakt dat marktondernemers en de markten in Amsterdam, zoals de gemeente het nu bestuurlijk en ambtelijk heeft georganiseerd, niet in goede handen zijn. De lijst aan klachten in de bijlage onderstrepen dit beeld.
3
Verlengd bestuur of eigenrichting? De schouw zou o.a. georganiseerd zijn naar aanleiding van een op 19 september 2018 aangenomen motie door de gemeenteraad om “indien gewenst toeristische kramen van specifieke markten te weren”. Het college heeft naar aanleiding van deze aangenomen motie e.e.a. onderzocht en geconstateerd dat het mogelijk is hiervoor bepalingen op te nemen in marktreglementen die worden vastgesteld door stadsdeelbesturen. In een brief d.d. 1 juli 2019 aan de gemeenteraad bericht de wethouder Economische Zaken hoe hij uitvoering geeft aan deze motie: “Bij gebiedsgerichte uitwerkingen van de marktvisie en bij de uitwerking voor de non-food themamarkten wordt bekeken op welke markten het toeristisch aanbod een zodanige omvang heeft of dreigt te krijgen dat de markt minder aantrekkelijk wordt voor de bewoners. De stadsdeelbesturen kunnen waar nodig de marktreglementen voor de markten die het betreft aanpassen.” Mijn organisatie heeft in de achterliggende weken e.e.a. nader onderzocht en ik stel vast dat een gebiedsgerichte uitwerking voor het Waterlooplein nog niet is opgesteld. Ook de beleidsmatige uitwerking van een non-food themamarkt -relevant voor de Waterloopleinmarkt- is nog niet gereed. Dit betekent dat definities, normen, (mate van) toegestane afwijkingen (“branchevreemd”), nadere regels, constatering van overtredingen etc.
nog niet zijn opgesteld en dus ook nog niet bestuurlijk zijn vastgesteld. Zo bezien heeft de gestarte schouw geen enkele deugdelijke, navolgbare beleidsinhoudelijke basis. Gemeenteblad 464393 van 20 december 2021 publiceert een door het stadsdeel Centrum vastgesteld nieuw marktreglement voor het Waterlooplein. Ook in dit recent geactualiseerde reglement staat niets over nadere regels en/of normen inzake toeristische verkoopwaar. Ik constateer dat Stadsdeel Centrum “achterstevoren” werkt: de uitvoering is gestart, terwijl de beleidsmatige kaders en vereiste uitvoeringsdocumenten nog ontbreken. Concreet betekent dit dat marktondernemers op het Waterlooplein nu mentaal en fysiek worden geconfronteerd met – door hen ervaren kwetsende, onduidelijke, onzeker makende – uitvoeringswerkzaamheden, waarvoor de vereiste beleidsmatige basis en bijhorende nadere regelgeving ontbreekt 4. Ik stel dan ook vast dat het bestuur van stadsdeel Centrum, met ambtelijke ondersteuning vanuit Economische Zaken (EZ) en het Marktbureau, afwijkt van de beleidskaders en uitvoeringsrichtlijnen zoals de wethouder Economische Zaken deze heeft geschetst aan de gemeenteraad op 1 juli 2019. Dit betekent niet alleen dat qua houding jegens marktondernemers, maar ook qua inhoud (inhoudelijke en procesmatige voorbereiding), de huidige gemeentelijke organisatie, zowel ambtelijk als bestuurlijk, ernstig tekortschiet.
Hoe verder? Enkele aanbevelingen Op dit moment is het gemeentebestuur demissionair en zijn collegebesprekingen voor de nieuwe bestuursperiode in volle gang. De inhoudelijke besprekingen zullen gevolgd worden door het benoemen van bestuurders. Bestuurders voor het college en voor de stadsdeelbesturen. Met deze brief agendeer ik met urgentie de situatie met betrekking tot de markten in Amsterdam. Het gaat hierbij om zowel een bestuurlijk alsook ambtelijk vraagstuk waarbij de centrale vraag is
4
De Ombudsman heeft aan de gemeente aanvullende vragen gesteld aangezien op de relevante sites van de gemeente de verwachte beleidsmatige gebiedsuitwerking van de Marktvisie inzake het Waterlooplein en de uitwerking van de nonfood themamarkt ontbraken. Op 10 mei jl. heeft de gemeente uitvoerig gereageerd op deze vragen met o.a. een uitgebreide toelichting over hoe stadsdeel Centrum te werk is gegaan qua besluitvorming. Deze reactie is zeer informatief, maar geeft op de cruciale onderdelen geen juist of geen antwoord op de gestelde vragen. De reactie bevestigt wel dat het stadsdeel eigen procedures heeft gevolgd, los van de door de wethouder Economische Zaken gegeven beleidskaders en uitvoeringsrichtlijnen. De Ombudsman gaat naar aanleiding van de beantwoording binnenkort met de gemeente in gesprek.
4
hoe de gemeente de marktondernemers weer gaat verstaan en vanuit haar publieke opgave ook professioneel en taakvolwassen gaat bedienen en ondersteunen. Amsterdam heeft gezonde markten nodig: gezond voor de ondernemers om hun brood te verdienen en voor de Amsterdammers in verband met de sociale functie die markten vervullen. Veel Amsterdammers zijn afhankelijk van de markt: zij die weinig geld te besteden hebben zijn afhankelijk van die plek waar “je gulden een daalder waard is”. Zo bezien dient het gemeentebestuur zorgvuldig met de markten om te gaan. Ik constateer dat de gemeentelijke organisatie de markten nu onvoldoende professioneel ondersteunt. De nieuwe bestuursperiode vraagt om herstel van vertrouwen in de overheid. Dit vereist het pareren van onwil, onkunde en onmacht binnen de gemeentelijke organisatie. Het gaat ook om het ombuigen van onjuiste houdingen en onjuiste aansturingen: ambtelijk en bestuurlijk. Het is van groot belangrijk straks de juiste bestuurders op de juiste positie te benoemen. Ik dring erop aan om met de nieuwe bestuurders snel in gesprek te gaan over de vraag wat zij concreet gaan doen om het vertrouwen tussen gemeentelijke overheid en burgers te herstellen. Herstellen in direct contact met burgers en ondernemers, maar ook indirect via de ambtelijke organisatie.
Een professionele, taakvolwassen organisatie met besef van de normen van behoorlijk bestuur en met oog voor de achterliggende waarden: open en duidelijk, respectvol, betrokken en oplossingsgericht, eerlijk en betrouwbaar. Daarnaast hecht ik erg aan een gedachtewisseling over ‘verlengd bestuur’. Concreet gaat het dan om de vraag op welke wijze het nieuwe college gaat toezien dat daadwerkelijk sprake is van verlengd bestuur en niet van eigenrichting door stadsdeelbesturen. Amsterdammers, bewoners en ondernemers, hebben recht op een transparant, navolgbaar bestuurlijk stelsel.
Met vriendelijke groet,
Munish Ramlal Ombudsman Metropool Amsterdam
5
Bijlage 1: Klachten n.a.v. de herinrichting, de indeling en schouw Sinds 1 maart jl. wordt het Waterlooplein weer als markt gebruikt. Vanaf die dag worden meteen fouten in de inrichting zichtbaar en met ingang van 4 maart bij de Ombudsman gemeld. Daarna volgen er klachten over de indeling en over de voorgenomen schouw. A: Klachten n.a.v. de herinrichting 1. Bomen geplant staan pal voor kramen en zelfs in een kraamplek en op sommige plaatsen is bij de bestrating geen rekening gehouden met de verplichte, standaard kramen van 4 meter. 2. Aan de kant van de Mozes en Aaronkerk is op marktplekken tegelijkertijd een stoep bedacht en ook gemaakt. Kostbare aanvullende correctiewerkzaamheden moeten worden geregeld om de fouten te compenseren: ondernemers wordt gevraagd hun vergunning (m.b.t. aantallen m2) aan te passen; 3. Aan de kant van de Zwanenburgwal is op 1 maart de bestrating niet klaar waardoor deze marktplekken niet kunnen worden gebruikt. Het resultaat is een markt met “gaten”: niet gezellig en dus minder aantrekkelijk voor bezoekers. 4. Bij het gebruik van de boxen blijken velen op verschillende plaatsten te lekken en niet geschikt voor voorraadopslag; de bedrijfsvoering van de ondernemers wordt gedurende enkele weken hierdoor ernstig verstoord en de marktondernemers zelf fysiek en mentaal extra belast. 5.
De door de gemeente bestelde wind- en regenzeilen passen niet waardoor nieuwe moeten worden besteld voor circa € 80.000. 6. De hydraulische sluiting van de boxen hapert regelmatig. Hierdoor kunnen marktondernemers hun box regelmatig niet sluiten en moeten zij na een werkdag wachten tot iemand uit Wognum (!) arriveert om het euvel te verhelpen. Marktondernemers hebben tijdens de voorbereidingen van het ontwerp van de boxen erbij de gemeente op aangedrongen naast een gevoelig hydraulisch sluitsysteem ook een handmatig mechanisme in de boxen aan te brengen. Met deze inbreng is niets gedaan. 7. “Vooral niet luisteren naar mensen met praktijkervaring; ambtenaren achter een bureau denken het veel beter te weten”, is een veel gehoorde klacht over het gedrag van de gemeente op de markt. 8. Parallel aan de herinrichting van het Waterlooplein zou een verbouwing van de begane grand van het stadhuis plaatsvinden. Verschillende horecagelegenheden, specifieke Amsterdamse bedrijfjes en Amsterdamse producten zouden er komen: een levendige en bedrijvige omgeving. Deze bestemming van de plint is door de gemeente aan ondernemers drie jaar terug toegezegd.
Wie nu vanaf het Waterlooplein naar het stadhuis kijkt ziet een donkere gevel, achter de ramen gebeurt niets, voelt een kille wind en ziet alleen stevig doorstappende wandelaars: op deze donkere, stille, kille plek (voorheen door de marktondernemers ook wel “klaagmuur” genoemd) wil niemand graag zijn. Marktondernemers was dus aan deze kant van het stadhuis een aantrekkelijk, levendig vooruitzicht voorgespiegeld en sommigen hebben daarom met dit perspectief voor ogen juist dichtbij die stadhuiskant hun plek gekozen. Deze ondernemers komen nu bedrogen uit: geen aanloop en een en al kilte. Faillissementen dreigen, zo heeft het bestuur van Marktvereniging aangekondigd. Men klaagt o.a. over het feit dat de gemeente wegkijkt van de eerder gewekte verwachtingen en van de nu ontstane problemen. Compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van een verlaging van de afdracht aan de gemeente, vindt men in deze situatie voor de hand liggen, maar men wil in een gesprek eerst dat de gemeente het probleem en haar eigen aandeel hierin onderkent. Het laatste bericht is dat de gemeente een nieuwe Europese aanbesteding gaat starten. Dit betekent dat het nog zeker 1,5 á 2 jaar duurt voordat enige levendigheid aan die kant van het stadhuis ontstaat. 6
9. De vele inrichtingsfouten, de negeerde inbreng tijdens de vele inspraakavonden en bijeenkomsten, de niet waargemaakte beloftes en tegenvallende omzetten leiden tot stress bij de ondernemers; zij typeren de gedragingen van de gemeente als ziekmakend. Naast ziekteverschijnselen komt erge boosheid voor en ook gevoelens van murw geslagen zijn. B: Klachten inzake de indeling Marktondernemers hebben zich beklaagd over het feit dat de gemeente op het Waterlooplein bij de indeling per 1 maart het anciënniteitsbeginsel (waarbij geldt dat degene met de oudste rechten als eerste een plek mag kiezen op de markt) anders is gaan toepassen: namelijk niet één anciënniteitslijst voor de gehele markt is gehanteerd, maar deellijsten per soort marktplek zijn geïntroduceerd. Dus afzonderlijke voor box-, kraam-, grond- en consumptieplekken. Bestaande rechten en posities op de huidige anciënniteitslijst veranderen door deze veranderde vernieuwde werkwijze zodra een ondernemer overstapt naar een andere pleksoort: men komt dan onderaan die deellijst te staan. Een woordvoerster van de gemeente meldt in eerdergenoemd artikel in de Telegraaf dat de gemeente bij de indeling van de nieuwe markt rekening heeft gehouden met de vergunde plaatsen die ondernemers hadden op de oude markt.
“Niet alleen hun anciënniteit is daarbij gerespecteerd, maar ook het aantal vergunde meters ruimte en de soort plaats die ze innamen”. De woordvoerster vertelt hier de helft van het verhaal volgens de marktondernemers; en dus de halve waarheid. Niet wordt verteld dat bij overstap naar een andere pleksoort na 1 maart 2022 wel degelijk door het werken met deellijsten de anciënniteit van de ondernemer wijzigt. Halve waarheden vertellen verwoorden marktondernemers als ‘liegen’. En “liegen” is een term die de Ombudsman regelmatig hoort als marktondernemers spreken over (medewerkers van) de gemeente. C: Klachten over de schouw: Wat is wel/niet “toeristenmeuk”? De gemeente heeft aangekondigd op vrijdag 22 april te starten met “een schouw” van de markt, waarbij door veldwerkers een vragenlijst wordt ingevuld, foto’s worden gemaakt en ondernemers om een handtekening wordt gevraagd. De ondernemers maken zich zorgen over deze werkwijze: ze zijn niet betrokken geweest bij de opstelling van de vragenlijst en kennen de definities niet die worden gehanteerd. Het enige wat de marktondernemers horen vanuit Economische Zaken is dat de gemeente van “de toeristenmeuk” af wil. Maar wat is “toeristenmeuk”? En wie bepaalt dat? Deze overrompelende en inhoudelijk vage aanpak leidt tot onzekerheid.
Uitstel van de schouw tot na de opening zou niet kunnen: dat zou te veel geld kosten, zo is door de gemeente aan de voorzitter van de Marktvereniging gemeld. Voor de ondernemers is dit niet te begrijpen: “In de afgelopen maanden was er wel geld om fouten van ambtenaren weg te poetsen en nu niet voor uitstel van deze schouw?” Marktondernemers die “toeristenmeuk” verkopen krijgen vier jaar de tijd om de omslag te maken naar een andere branche. Al lange tijd steekt het de marktondernemers dat de huidige toeristenwinkels in de binnenstad van Amsterdam wel mogen blijven (op basis van een zogenoemde sterfhuisconstructie), maar dat dit niet geldt voor marktondernemers. Zij zijn aan een 4-jaartermijn gebonden om hun verkoopwaar aan te passen. Zij voelen zich t.o.v. winkeliers ongelijk behandeld, waardoor in hun beleving het gelijkheidsbeginsel in het geding is 5.
5
In dit kader is het artikel “Badeendjes, wafels, wietzaad - strijd om de Amsterdamse binnenstad” in NRC Handelsblad van 29 april jl. interessant waarin de vraag centraal staat: “Waarom lukt het Amsterdam maar niet de strijd tegen de monocultuur te winnen?” Tijdens het gesprek op 21 april is van gemeentezijde ingebracht dat circa 6 marktondernemers gezien hun verkoopwaar vermoedelijk in aanmerking komen voor de overgangsperiode van 4 jaar. Dit is voor de Ombudsman aanleiding geweest om de gemeente te vragen naar de doelmatigheid en proportionaliteit van de schouw als nu reeds bekend is dat het om 6 (!) van de 144 plaatsen gaat, en waarvan de gemeente op 21 april aangeeft dat de ondernemers die het betreft ook bekend zijn. Zo bezien lijkt een schouw overbodig, niet doelmatig en niet proportioneel. De gemeente heeft aangegeven dat tijdens het gesprek op 21 april geen aantallen zouden zijn genoemd.
7