BRIEF Bestuurlijke reactie op de genderscan re-integratie_getekend.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 2752, 1000 CT Amsterdam
Datum: 16 februari 2021 Bijlagen: Scan op genderstereotypering van het re-integratie- en participatiebeleid van de gemeente Amsterdam Onderwerp: Gender en Re-integratie
Geachte leden van de commissie WIO en de commissie KDD, Hierbij ontvangt u de scan op genderstereotypering van het re-integratie- en participatiebeleid van de gemeente Amsterdam. De scan is uitgevoerd door Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis1, en een van de acties uit de nota gendergelijkheid 2019-2022. Met de genderscan is gekeken of het re-integratiebeleid uitgaat van stereotiepe denkpatronen over gender en daarmee onbedoeld en onbewust mannen bevoordeelt ten opzichte van vrouwen. Het betreft een scan van het beleid, het is geen onderzoek naar de uitvoeringspraktijk noch naar de resultaten en effecten van het beleid. Om enig beeld van man-vrouw verdeling in het bijstandsbestand en de uitstroom naar werk te krijgen, is door OIS een aanvullend data-onderzoek gedaan. De resultaten daarvan zijn opgenomen als addendum bij het onderzoek. In deze brief informeer ik u over de inzichten en aanbevelingen uit de scan en het data-onderzoek. Voor het college is het tegengaan van kansenongelijkheid prioriteit. We zijn blij met de genderscan omdat die ons helpt om mogelijke onbewuste en onbedoelde (voor-)oordelen in ons re-integratiebeleid in beeld te brengen en aan te pakken. In deze brief gaan we in op de inzichten en hoe we gevolg geven aan de aanbevelingen.
Algemeen De algemene conclusie van de genderscan is dat het re-integratiebeleid van de gemeente genderneutraal is2. Dat betekent dat de gemeente zich wel bewust is van mogelijke verschillen in de situatie van mannen en vrouwen maar geen specifiek beleid voert om eventuele verschillen tussen mannen en vrouwen in beeld te brengen en terug te dringen.
1 De genderscan is uitgevoerd als onderdeel van het landelijke programma Werk.en.de.Toekomst dat wordt
ondersteund door het Ministerie van OCW. Werk.en.de Toekomst zet zich in voor het doorbreken van genderstereotypering in het onderwijs en op de arbeidsmarkt en het verbeteren van de mogelijkheden om werk, zorg en leren met elkaar te combineren. 2 De genderscan is uitgevoerd op de vigerende beleidsdocumenten Koersbesluit Re-integratie, Leidraad Participatie, de beleidsbrieven Meer kans op Werk, en op de instrumentenwaaier. Er is niet gekeken naar deelbeleid zoals voor statushouders of jongeren.
1
Om zicht te krijgen op mogelijke verschillen tussen mannen en vrouwen in de uitstroom naar werk, is aanvullend data-onderzoek gedaan door OIS3 . De cijfers zijn als addendum opgenomen in de genderscan. De cijfers laten zien dat in de periode 2016-2018 de uitstroom van vrouwen uit de bijstand naar betaald werk lager is dan van mannen. In het totale bijstandsbestand is 51% vrouw en 49% man. Bij de uitstroom naar werk is 41% vrouw en 59% man. Binnen de groep vrouwen zien we verschillen. Amsterdamse bijstandsgerechtigde vrouwen met een niet-westerse achtergrond, een Marokkaanse en Turkse achtergrond stromen relatief het minst vaak uit naar werk, resp. 30%, 37% en 39%. Onder bijstandsgerechtigden met een Surinaamse achtergrond is de man-vrouw verdeling in de uitstroom precies gelijk (50-50). Daarnaast zien we dat verschillen in de uitstroom tussen mannen en vrouwen groter worden naarmate we verder differentiëren naar opleidingsniveau en leeftijd. Meerdere factoren bepalen de uitstroom naar werk. Het functioneren van de arbeidsmarkt, van werkgevers, maar ook de situatie en opvattingen van vrouwen zelf. Bovendien is niet altijd helder of de verschillen gender-gerelateerd zijn of dat er op de achtergrond andere factoren spelen die dominant zijn. Gerichte beleidsinterventies kunnen we doen als we zicht hebben op waar de schoen wringt.
De hier genoemde data zijn onderdeel van een breder onderzoek van OIS naar uitstroom uit de bijstand dat momenteel wordt uitgevoerd. Op basis van die inzichten kunnen we gaan bepalen welke aanscherpingen mogelijk zijn. In het re-integratiebeleid van de gemeente is individueel maatwerk uitgangspunt van beleid en uitvoering. We willen zoveel mogelijk recht doen aan de kansen, mogelijkheden en motivatie van bijstandsgerechtigden. We willen dat iedereen kan uitstromen naar betaald werk en zetten daar vol op in, ongeacht of het om vrouwen of mannen gaat. Dit sluit echter niet uit dat we mogelijk onbewust en onbedoeld mannen en vrouwen anders behandelen. Dat willen we uiteraard voorkomen. Op basis van de conclusies en aanbevelingen uit de genderscan pakken we de volgende acties op. 1. Genderspecifieke data en informatievoorziening en bijstellen van beleid De onderzoekers signaleren dat genderspecifieke data en informatie over mannen en vrouwen momenteel niet op een eenvoudige en snelle wijze uit de informatiesystemen van de gemeente kan worden gehaald, o.a. door registratie op huishoudniveau en niet op individueel niveau. Daardoor is er geen goed inzicht in de verschillende situatie van mannen en vrouwen in de bijstand en in de eventueel verschillende uitwerking van het beleid op mannen en vrouwen.
Aanbevolen wordt om consequent en systematisch data met betrekking tot gender te verzamelen en te analyseren, en de verzamelde data te gebruiken bij de aanpassing van bestaand beleid of formulering van nieuw beleid. Beter inzicht in welke factoren de uitstroom van vrouwen stimuleren of verhinderen, maakt gericht beleid mogelijk. Zoals we nu bijvoorbeeld al doen voor vrouwelijke statushouders4. We zijn bezig met een vernieuwing van de registratiesystemen. Daarin wordt geregistreerd op individueel klantniveau (naast huishoudniveau). Dit stelt ons in staat om ons bestand te analyseren op basis van de variabele gender. Het stelt ons ook in staat om meer evidence-based te gaan
3 Het OIS-onderzoek betreft de periode 2016-2018. Dit houdt verband met het gebruik van CBS-data en het
criterium van duurzame uitstroom > 6 maanden. 4 Zie de brief over de (arbeids-)participatie van vrouwelijke statushouders, dd 18 februari 2021
2
werken, de resultaten te monitoren en de effectiviteit van het instrumentarium te onderzoeken, ook naar gender. Dit geeft gerichte informatie voor het bijstellen van ons beleid. 2. Passende en toegankelijke re-integratie instrumenten Op basis van een analyse van de instrumentenwaaier wordt in de genderscan geconcludeerd dat een relatief groot deel van de aangeboden leerstages en voorschakeltrajecten gericht is op stereotiep mannelijke beroepen. Aanbevolen wordt te zorgen voor een divers aanbod aan instrumenten, die goed bereikbaar zijn en waar nodig (gratis) kinderopvang aan te bieden. Het aanbod van instrumenten en trajecten is geen statisch geheel. Op basis van de ervaringen en resultaten passen we het aanbod aan om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de verschillende behoeften van alle potentiele toekomstige deelnemers. Naast stereotiep mannelijke beroepen zijn er voorschakeltrajecten in detailhandel, facilitair, zorg en horeca. Waar we een behoefte zien en de trajecten niet zelf kunnen organiseren zoeken we samenwerking met andere partijen. Zo zijn onlangs samen met Calabris toeleidingstrajecten in de zorg op niveau 1 en 2 ontwikkeld. De deelnemers zijn bijna allemaal vrouw. Bij de werkbrigade hebben we al eerder geconstateerd dat de werkzaamheden minder aantrekkelijk zijn voor vrouwen. Het is veelal (zwaar) fysiek werk in de buitenlucht.
Daarom zetten we nu tweejarige wijkleerbedrijven op gericht op het verlenen van laagdrempelige zorg zoals helpen boodschappen doen, samen wandeling maken, samen eten en opruimen, voorlezen, helpen met computer. We zoeken daarmee aansluiting bij de behoeften van vrouwen maar houden ook de kansen op de arbeidsmarkt in de gaten. Voor de bereikbaarheid van onze trajecten geldt dat de locaties van Amsterdam Werkt met openbaar vervoer te bereiken zijn. Daar waar dat niet zo is worden deelnemers opgehaald. Of deelnemers kunnen aanspraak maken op een beschikbaar gestelde fiets. Om de bereikbaarheid van trajecten voor vrouwen te verbeteren zullen we gaan bekijken hoe we meer flexibiliteit kunnen organiseren, bijvoorbeeld in start- en eindtijden. Bij deelname aan re-integratietrajecten wordt kinderopvang in alle gevallen vergoed. Bij overige trajecten (participatie, taal) is dat niet (altijd) het geval. Het aanbieden van gratis kinderopvang door de gemeente is financieel niet haalbaar. Vanuit het beleidskader Armoede en Schulden wordt onderzoek gedaan naar de (financiële) belemmeringen die vrouwen ondervinden bij de toegang tot kinderopvang en hoe deze kunnen worden weggenomen. De bevindingen en aanbevelingen uit de genderscan worden in het onderzoek meegenomen. 3.
Versterken gender- en cultuursensitief werken Geconstateerd wordt dat intakers, klantmanagers, en andere uitvoerders van het beleid veel verantwoordelijkheid en vrijheid hebben in de uitvoering van hun vak. Daardoor kunnen zij maatwerk bieden aan bijstandsgerechtigden. Het is daarbij belangrijk om hen de middelen in handen te geven om dit zo goed mogelijk te doen. Aanbevolen wordt om medewerkers te trainen in gender- en cultuursensitief werken. In het kader van de bestuursopdracht inclusie en diversiteit verkent WPI momenteel de mogelijkheden om cultuursensitief werken te versterken. Vanuit het programma arbeidsmarktdiscriminatie wordt voor medewerkers van WPI een training ontwikkeld om medewerkers meer bewust te maken van de (voor-)oordelen, aannames en stereotypen die we onbedoeld en onbewust meekrijgen en zelf hanteren. In het curriculum van de training zal expliciet aandacht worden gegeven aan gendersensitief werken. 3
Meer kans op werk voor vrouwen De genderscan geeft een bruikbare handreiking om in ons re-integratiebeleid geen onbewuste en onbedoelde vooroordelen over mannen en vrouwen te hanteren die nadelig uitpakken voor de uitstroomkansen van vrouwen. Belangrijkste daarin is dat we ons bewust zijn van de verschillen, die actief in beeld brengen, analyseren en bijsturen waar nodig. Het optimaliseren van de datasystemen en meer evidence-based werken, is daarvoor een belangrijke eerste stap. Daarnaast moet het instrumentarium gelijke kansen faciliteren. Omissies in ons aanbod en de toegankelijkheid daarvan voor vrouwen, gaan we scherper in beeld proberen te krijgen. Maar bovenal is re-integratie mensenwerk. De persoonlijke begeleiding van klantmanagers, trajectbegeleiders, jobcoaches en andere professionals is bepalend voor de uiteindelijke uitstroom naar werk. Ieder mens hanteert onbewust aannames en oordelen die doorwerken in het eigen handelen. Het is van belang dat we ons daarvan bewust zijn. Daarover gaan we met elkaar in gesprek en bieden we ondersteuning aan in de vorm van training. De arbeidsparticipatie van vrouwen wordt door meerdere factoren bepaald. Die kunnen we niet allemaal beïnvloeden. In ons beleid en uitvoering willen we geen kansen voor vrouwen laten liggen. Met bovenstaande wil het college daar verder aan bijdragen. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken
4