BRIEF afdoening motie 1262 in dienst bij RWC.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening motie
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 2 november 2021 Sociale Zaken Rutger Groot Wassink WPI, bestuurszaken.WPI@amsterdam.nl Afdoening motie 1262 van de leden Roosma van Groen Links, El Ksaihi van D66 en Mbarki van de PvdA
Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 16 en 17 december 2020 heeft uw raad bij de behandeling van de Begroting van 2021 motie 1262 van raadsleden Roosma (GL), El Ksaihi (D66) en Mbarki (PvdA) aangenomen waarin het college gevraagd wordt om 1. Bij het kabinet te pleiten voor experimenteerruimte binnen het Regionaal Werkcentrum om verschillende aanbevelingen van de commissie Borstlap uit te voeren. 2. In elk geval te onderzoeken welke vormen er mogelijk zijn om werknemers in dienst te nemen van het Regionaal Werkcentrum en hen te detacheren en/of collectieve risico’s van werkgevers tijdelijk over te nemen zodat mensen makkelijker aan de slag kunnen gaan bij lokale werkgevers. Het College geeft als volgt uitvoering aan de motie: 1. Experimenteerruimte gericht op de aanbevelingen van de commissie Regulering van Werk. Bij de publicatie van het rapport ‘In wat voor land willen wij werken’1 van de commissie Regulering van Werk heeft het college met veel interesse kennisgenomen van de conclusies en aanbevelingen uit dat rapport. Het college onderschrijft de conclusies en aanbevelingen uit het rapport. Het pleidooi om te komen tot een overzichtelijker landschap van vormen van werknemerschap wordt gedeeld door het college.
In onze stad zien we de uitwassen van doorgeschoten flexibilisering en schijn-zelfstandigheid en de kwetsbare situatie waarin veel werkzoekenden zich daardoor vinden. Deze aanbevelingen vragen echter om aangepaste wet- en regelgeving op landelijk niveau. We zien al onderdelen uit het rapport terug in de verkiezingsprogramma’s van de partijen die nu aan zet zijn in de onderhandelingen voor een nieuw kabinet. Het college zal haar invloed proberen aan te wenden bij de onderhandelingen rondom het nieuwe coalitieakkoord van het kabinet. In de raadsbrief van 21 april 2021 heeft het college u al geïnformeerd over haar reactie
1
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/01/23/rapport-in-wat-voor-land-willen-wijwerken
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 2 november 2021 Pagina 2 van 5
ten opzichte van de rapporten van de commissie Regulering van Werk en de WRR en hoe zij daar richting de politiek in Den Haag haar invloed probeert aan te wenden2. Er zijn ook een aantal aanbevelingen waar het college nu al ruimte voelt om mee te experimenteren, bijvoorbeeld binnen het Regionaal Werkcentrum. Het starten van het Regionaal Werkcentrum was als primair bedoeld als een reactie op de gevolgen van de coronacrisis op de arbeidsmarkt. Maar tegelijkertijd biedt het Regionaal Werkcentrum de kans om meerdere aanbevelingen in de praktijk vorm te geven: a. Breed toegankelijke loopbaanwinkels en publiek-private samenwerkingsverbanden, waarin werkgevers, vakbonden, onderwijsinstellingen, uitzendbedrijven, gemeenten en UWV zich samen sterk maken voor een effectieve arbeidsbemiddeling en een sluitende personeelsvoorziening in de arbeidsmarktregio. b. Zorg bij dreigende werkloosheid of arbeidsongeschiktheid voor het tijdig switchen naar ander passend werk c. Effectieve en persoonlijke begeleiding die niet is gekoppeld aan de uitkering die iemand ontvangt d. Een anticyclisch investeringsmodel. Juist in tijden van laagconjunctuur, waarin niet voor iedereen plaats is op de arbeidsmarkt, dienen mensen in conditie te blijven door hen omscholingen, stages en trainingen aan te bieden zodat ze ‘arbeidsfit’ zijn voor (toekomstig) kansrijke sectoren.
In tijden van hoogconjunctuur lost de markt veel van deze vraagstukken op. Door in de praktijk vorm te geven aan deze aanbevelingen werden ook de knelpunten zichtbaar die optimale uitvoering van deze aanbevelingen belemmeren. Hieronder wordt per aanbeveling aangegeven hoe daar binnen het Regionaal Werkcentrum vorm aan is gegeven, welke knelpunten daarbij naar boven zijn gekomen en indien van toepassing hoe Amsterdam vorm geeft aan de lobby. Ad a. Publiek-private loopbaanwinkels Het Regionaal Werkcentrum is een publiek-private netwerkorganisatie, waarin de verschillende netwerkpartners hun expertise en dienstverlening ter beschikking stellen voor actuele arbeidsmarktvraagstukken. Amsterdam en UWV pakken nu nog een voortrekkersrol in deze netwerkorganisatie, maar er wordt gewerkt aan het versterken van de netwerkorganisatie en de dienstverlening. Daardoor zullen private partijen ook de meerwaarde ervaren van deelname aan deze netwerkorganisatie. Ook lopende publiek-private projecten (vaak gericht op omscholing naar tekortsectoren) worden verbonden aan het Regionaal Werkcentrum. Zo ontstaat er een minder versnipperd aanbod voor werkzoekenden en werkgevers (de loopbaanwinkel).
Omdat Groot-Amsterdam in vergelijking met veel andere arbeidsmarktregio’s snel na het begin van de coronacrisis was gestart van het Regionaal Werkcentrum, zijn we door het ministerie van SZW aangewezen als koploper (samen met Tilburg en Utrecht) bij de ontwikkeling en inrichting van de tijdelijke regeling aanvullende crisisdienstverlening3, waarin de werking van het Regionaal 2
https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/10058533/1/raadsinformatiebrief_afdoening_toezeg ging_reactie_op_de_rapporten_commissie_regulering_van_werk_en_w 3 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-15327.html
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 2 november 2021 Pagina 3 van 5
Mobiliteitsteam (RMT), de middelen voor Praktijkleren en voor aanvullende crisisdienstverlening beschreven staan. Amsterdam heeft vanaf het begin van de coronacrisis gepleit voor financiële middelen voor om- en bijscholing en extra ondersteuning gericht op werk naar werk dienstverlening. Met de invoering van de tijdelijke regeling is die vraag gehonoreerd. Ook voor de doelgroep Banenafspraak zijn er extra middelen toegekend om de gevolgen van de coronacrisis voor deze doelgroep te beperken. De middelen die vanuit de tijdelijke regeling zijn echter incidentele middelen (voor 2021 en 2022). Amsterdam pleit ervoor om structureel extra middelen ter beschikking te stellen aan de arbeidsmarktregio’s. Ad b. Preventie van werkloosheid Het Regionaal Werkcentrum is opgericht om werkloosheid te voorkomen, door vroegtijdig werkgevers met overcapaciteit te benaderen en die te verbinden aan werkgevers met een personeelsbehoefte. Op die manier wordt werkloosheid voorkomen. Het college heeft zelf ook als reactie op de coronacrisis de focus van de reintegratiedienstverlening tijdelijk verlegd naar preventie en de doelgroep die binnen een jaar naar werk te begeleiden is. Op die manier wordt voorkomen dat er een nieuwe groep werkzoekenden langdurig werkloos wordt.
Een ander positief effect van de coronacrisis is dat UWV nu ook structureel de opdracht heeft om, naast de re-integratiedienstverlening aan mensen met een UWV-uitkering, dienstverlening te bieden aan werknemers die met werkloosheid bedreigd worden. Dat maakt het mogelijk om ook regionaal met UWV de werk-naar-werk dienstverlening verder uit te breiden. Ad c. Uitkeringsonafhankelijke ondersteuning Het college bepleit ook al langer bij SZW om de re-integratiedienstverlening aan verschillende groepen werkzoekenden meer gezamenlijk vorm te geven. Daarom is WPI samen met UWV de pilot max WW gestart. In deze pilot wordt intensieve ondersteuning geboden door een gezamenlijk team van UWV en WPI aan WW-gerechtigden van wie de WW-uitkering na 3 maanden afloopt. Op deze manier wordt doorstroom naar de bijstand voorkomen. UWV en Amsterdam hebben de pilot ook benut om inzichtelijk te maken hoe de dienstverlening gezamenlijk vorm kan krijgen en welke belemmeringen (bijv. in wet- en regelgeving) daar nog bij komen kijken. In de beantwoording van de schriftelijke vragen van lid Mbarki4 heb ik u al geïnformeerd dat we samen met UWV in gesprek gaan met het ministerie van SZW om ruimte te bepleiten in wet- en regelgeving voor een vervolgpilot. Het pleidooi voor een meer gezamenlijke re-integratiedienstverlening heeft ook vorm gekregen in de tijdelijke regeling aanvullende crisisdienstverlening.
De budgetten voor Praktijkleren en de crisismiddelen (die ook ingezet kunnen worden voor om- en bijscholing) en de ondersteuning door het RMT kunnen ook uitkeringsonafhankelijk worden ingezet. De enige criteria zijn dat iemand met werkloosheid bedreigd moet zijn of werkloos is geworden tijdens de coronacrisis (peildatum 12 maart 2020). En daarnaast moet de ingekochte interventie ook arbeidsmarktrelevant zijn (bijv. gericht op toeleiding naar één van de kanssectoren). Deze middelen kunnen dus ook ingezet worden voor bijstandsgerechtigden die tijdens de coronacrisis werkloos zijn geworden, 4
https://amsterdam.raadsinformatie.nl/modules/4/Schriftelijke%20vragen/644344
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 2 november 2021 Pagina 4 van 5
ondernemers met een TOZO uitkering die zich willen laten om- of bijscholen of mensen met een WW-uitkering die tijdens de coronacrisis werkloos zijn geworden. Ook deze werkwijze levert inzichten op over hoe je uitkeringsonafhankelijk vorm kan geven aan re-integratiedienstverlening en welke belemmeringen de onderlinge samenwerking in de weg staan. Deze inzichten benutten we om bij het ministerie van SZW systeemwijzigingen en ruimte in wet- en regelgeving te bepleiten. Ad d. Anticyclisch investeren Het college dringt al langer aan bij de landelijke politiek om de eerdere bezuinigingen op de reintegratiebudgetten, die bij de invoering van de Participatiewet zijn doorgevoerd, terug te draaien. En zij wordt hier nu in gesteund door de aanbeveling uit het rapport van de commissie Regulering van Werk die aangeeft dat er juist in een periode van laagconjunctuur extra geïnvesteerd moet worden om te zorgen dat mensen werkfit blijven. Maar ook de huidige periode van krapte laat zien dat de markt de mismatch op de arbeidsmarkt niet vanzelf oplost. Dus dit vraagt om extra investering: de gemeente speelt een faciliterende rol om de processen rondom de loopbaanpaden naar de tekortsectoren te organiseren.
Het is dus positief dat het kabinet met de steunmaatregelen extra heeft geïnvesteerd in middelen voor de arbeidsmarktregio voor om- en bijscholing en het werkfit houden van kandidaten en extra middelen voor de re-integratiebudgetten van gemeenten beschikbaar heeft gesteld. Amsterdam gebruikt de resultaten van het Regionaal Werkcentrum om aan te tonen wat de extra investering tijdens de coronacrisis heeft opgeleverd en hoe we dit soort investeringen in de toekomst nog beter kunnen laten renderen. Want het Regionaal Werkcentrum legt ook bloot welke belemmeringen er nog spelen in een goede doorstroom naar de tekortsectoren. Het is bijvoorbeeld niet voldoende om alleen middelen beschikbaar te stellen voor om- en bijscholing van individuele kandidaten. Er moet ook geïnvesteerd worden in het verleiden en informeren van kandidaten voor werk in de tekortsectoren. En de toegankelijkheid van het scholingsaanbod voor kandidaten zou ook beter kunnen door dit te bundelen. 2. Verkenning in dienst bij RWC Het college ziet geen mogelijkheden om werknemers direct in dienst te nemen bij het Regionaal Werkcentrum. Het Regionaal Werkcentrum is een netwerkorganisatie en heeft geen eigen rechtsvorm waarbinnen personeel aangesteld kan worden. De individuele netwerkpartners leveren expertise en/of capaciteit om vorm te kunnen geven aan de dienstverlening van het Regionaal Werkcentrum.
Daarmee is het dus alleen voor de individuele netwerkpartners mogelijk om mensen in dienst te nemen. De gemeente Amsterdam heeft met de Werkbrigade al een instrument ontwikkeld om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen en ziet dus geen toegevoegde waarde om ook via het Regionaal Werkcentrum werkzoekenden in dienst te nemen. Binnen de netwerkorganisatie bieden de verbonden uitzendorganisaties de mogelijkheid om detacheringsconstructies te ontwikkelen voor bedrijven die tijdelijk personeel willen uitlenen of voor bedrijven met een (tijdelijke) personeelsbehoefte. Er is echter nog geen gebruik gemaakt van dit aanbod. Vanuit het Regionaal Werkcentrum zien we dat veel werkgevers en veel werknemers tijdens de coronacrisis een afwachtende houding aannamen. Vanwege de steunmaatregelen van
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 2 november 2021 Pagina 5 van 5
het kabinet, de vaccinatiecampagne en het vooruitzicht van versoepelingen van de coronamaatregelen, voelde weinig werkgevers de urgentie om personeel te laten gaan. Daarnaast vindt het college dat de inhuur van personeel een zaak is voor werkgevers zelf. Indien zij het bedrijfsrisico niet willen of kunnen dragen, kunnen zij voor detachering terecht bij uitzend- en detacheringsbedrijven. Het college ziet detachering van werknemers via het Regionaal Werkcentrum ook niet als oplossing voor het probleem wat wordt geschetst in het rapport ‘In wat voor land willen wij werken’. De commissie Regulering van Werk constateert dat werkgevers huiverig zijn om mensen zelf in dienst te nemen vanwege de strenge wetgeving rondom ontslag en ziekte. En dat dat de reden is waarom zij steeds vaker kiezen externe flexibiliteit. Het is juist die ontwikkeling die de commissie Regulering van Werk zou willen tegengaan, door landelijk de wet- en regelgeving aan te passen. Dan past een oplossing om op andere manier externe flexibiliteit te organiseren niet bij het geconstateerde probleem. Het Regionaal Werkcentrum spant zich wel in om de kandidaten voor te bereiden op werk in één van de kansrijke sectoren door ze kennis te laten maken en zich te laten oriënteren (wat de intrinsieke motivatie voor dat werk verhoogt), door scholing en door versterken van werknemersvaardigheden.
Op deze manier sluiten de profielen van de kandidaten beter aan bij de vraag van werkgevers en ervaren werkgevers een minder groot risico op het gebied van werknemers- en vaktechnische vaardigheden om iemand in dienst te nemen.
Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl