Brief-Advies-Nationale-museale-voorziening-slavernijverleden-ns.pdf
Tekst van het document
Aan: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap t.a.v. mevrouw I. van Engelshoven Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Gemeente Amsterdam t.a.v. mevrouw T. Meliani en de heer R. Groot Wassink Stadhuis, Amstel 1 1011 PN Amsterdam
1 november 2021
Betreft: advies Raad voor Cultuur en Amsterdamse Kunstraad over Nationale museale voorziening slavernijverleden
Geachte mevrouw Van Engelshoven, mevrouw Meliani en heer Groot Wassink, Met trots bieden de Amsterdamse Kunstraad en de Raad voor Cultuur u hierbij hun advies aan over het verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders. Deze verkenning is opgesteld door een regiegroep, gevormd door NiNsee, Museum zonder Muren en Izi Solutions, aangevuld met een externe voorzitter en twee experts, en in mei van dit jaar gepresenteerd. De raden beschouwen onderliggend advies als de volgende stap in het proces om te komen tot een nationaal museum over het slavernijverleden. Dit advies is voorbereid door een gezamenlijke ad hoc commissie onder leiding van de heer Franc Weerwind. De raden danken de commissieleden heel hartelijk voor hun inspanningen, kennis en kunde. De raden spreken in hun advies grote waardering uit voor het verkenningsrapport. De evidentie en urgentie voor dit museum staat onomstotelijk vast. De raden zijn zeer te spreken over de missie en visie van het museum, waarin niet alleen de slavernij-geschiedenis centraal staat, maar juist ook de doorwerking ervan in het heden. Ook onderschrijven de raden dat dit museum een nieuw, groot en iconisch gebouw verdient. Dat past bij de inhaalslag die de Nederlandse overheid met de oprichting van dit museum moet maken.
De regiegroep stelt in het verkenningsrapport dat naast aandacht voor het trans-Atlantisch slavernijverleden op den duur ook ruimte is voor verbreding naar het slavernijverleden in ’de Oost’. De raden zijn het eens met die verbreding en adviseren om de scope van het museum al vanaf de beginfase te verbreden naar het gebied van de Indische Oceaan en Indonesische archipel. Deze verbreding is waardevol, omdat zo het volledige verhaal van de koloniale slavernij en de wereldwijde impact daarvan zichtbaar worden. Verbreding sluit bovendien aan bij de toegenomen maatschappelijke aandacht voor slavernij in de voormalige VOCgebieden, die mede door nieuw onderzoek en tentoonstellingen is aangewakkerd.
Binnen deze brede benadering van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en de doorwerking daarvan neemt de trans-Atlantische slavernij ook wat de raden betreft een prominente plaats in. Dit vanwege de schaal en het grote aantal personen in diaspora. Net als de regiegroep hebben de raden nadrukkelijk geen statisch instituut voor ogen, maar een museum dat vragen stelt. Vanuit die open en onderzoekende houding kan het museum waarlijk inclusief en innovatief zijn en kan de aandacht voor de doorwerking, die niet voor elke Nederlander hetzelfde is, leiden tot het besef: dit verhaal is van ons allemaal. De raden stellen dat de verbreding als uitgangspunt van het museum niet betekent dat het werk van de regiegroep wordt overgedaan. De regiegroep heeft een uitstekend fundament voor het museum gepresenteerd. Bovendien is er de afgelopen jaren veel wetenschappelijk en museaal onderzoek gedaan waarop de oprichters van het museum kunnen voortbouwen. De regiegroep heeft het conceptadvies ontvangen voor een check op feitelijke onjuistheden. De commissie en de regiegroep hebben vervolgens met elkaar gesproken over de inhoud van het advies, waarbij de commissie een nadere toelichting heeft gegeven. De raden en de regiegroep hebben geconstateerd dat hun visies dicht bij elkaar liggen. Bovenal hebben zij een gemeenschappelijk doel voor ogen: het museum moet er komen.
De raden kijken met vertrouwen uit naar de volgende fase, waarbij na een reactie op hoofdlijnen van het Rijk en de gemeente een of meer kwartiermakers de plannen verder gaan uitwerken. De raden beschouwen de aanstelling van de kwartiermakers als de daadwerkelijke start van de oprichting van het museum en hopen dat de eerste presentatie niet lang op zich laat wachten. Voor een vlotte voortgang is het belangrijk dat de volgende stappen snel worden gezet. Namens de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad,
Met vriendelijke groet,
Kristel Baele Felix Rottenberg voorzitter Raad voor Cultuur voorzitter Amsterdamse Kunstraad Jakob van der Waarden directeur Raad voor Cultuur
Barbara van de Water algemeen secretaris a.i. Amsterdamse Kunstraad