CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bouwstenen voor transformatie van de juridische functie (1).pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 8 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bouwstenen voor de Goede (rechts) orde. Andere bestuursstijl? (ZD2021-008848)18.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

20 https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/9721610/1/09012f978335a4f2 21 https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/5362524/1/09012f978201db99

17

Zie over het onprofessioneel behandelen van zienswijzen door stadsdeel West het uitgebreide rapport van de Ombudsman uit 2017 inzake Wenslauerstraat 22 Bij het dossier ‘deelscooters’ is in honderden zienswijzen gewaarschuwd voor de overlast van free floating deelscooters. Hiermee is niets gedaan. In de vergunning kregen Felyx en Check volledig vrij spel. Als bewoners willen klagen dan verwijst de gemeente bewoners door naar Felyx en Check, die hun schouders ophalen. Inmiddels is een klacht bij de Ombudsman ingediend. Hotel in het Gat van de Kinkerbuurt (OLO 1357591). Alles in de Bestuurscommissie West was in 2015 erop gericht een omgevingsvergunning voor hotel, supermarkt, detailhandel en horeca op de hoek J.P.Heijestraat-Borgerstraat in strijd met het bestemmingsplan mogelijk te maken. De portefeuillehouder sneed gretig bochten af voor realisatie van het project door te stellen dat er voor bezwaar al geen ruimte meer was en daarmee bewoners op het verkeerde been te zetten. Dat werkte averechts. Honderden zienswijzen, een petitie en brieven van maatschappelijke organisaties en bewonersorganisaties volgen, maar die hebben geen enkele invloed op het uiteindelijke besluit. Van enig draagvlak in de buurt is geen sprake. In de zienswijzen wordt al gewezen op de verkeersveiligheid-problemen, vooral vanwege de nu al zeer gevaarlijke kruising J.P.

Heijestraat-Kinkerstraat (een van de beruchte Blackspots in de stad), die ernstig in het gedrang komt door dit plan en waardoor de verkeersveiligheid verslechtert. Typerend is deze tekst in de Nota van Beantwoording: “Dit onderdeel van de zienswijzen geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het gewenste bouwplan. Wel heeft de zienswijze geleld tot een ambtshalve verzoek tot nadere advisering door de verkeersdeskundige door afdeling Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam. Het Stadsdeel volgt de conclusies van de verkeersdeskundige zoals hierboven zijn weergegeven en onderschrijft het oordeel dat de eventuele toename in het verkeer niet van zodanige mate is dat dit leidt tot een andere conclusie bij de ruimtelijke afweging.” Idem bij de parkeeraspecten, die in strijd zijn met de Amsterdamse Parkeernota, maar waar de gemeente nu stelt dat de parkeerbehoefte bij dit project zodanig beperkt is dat deze wel door de buurt kan worden opgevangen. Wederom is de standaardtekst: “Dit onderdeel van de zienswijzen geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbesluit”. Dit verkeers- en parkeeraspect is uiteindelijk precies de reden dat de fase 1 omgevingsvergunning door de Raad van State op 22 januari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:215) vernietigd wordt.

Een bewoner van een bovenhuis in Oud-Zuid wilde een enorm balkon aan zijn appartement aanbrengen, waardoor de benedenbuurvrouw gedurende ca. 8 maanden per jaar van ruim 70% van haar zonlicht- en daglichttoetreding wordt beroofd. Als zij op grond daarvan aan het Stadsdeel verzoekt zelf de situatie eens te komen bekijken en de vergunning (OLO 258 62 69) te weigeren, zegt de portefeuille houdende ambtenaar: “Nee mevrouw, schouw is hier niet gebruikelijk; we kijken niet en oordelen uitsluitend op dossier”. Kort daarna verleent het Stadsdeel de vergunning, met als enige argumentatie: “Het is niet aannemelijk dat de effecten van de bouw zodanig zijn dat die moeten leiden tot weigering van de vergunning”. We herkennen de stijl ‘wegschrijven’ van zienswijzen, vanuit een vooropgezette partijdige gelegenheidsargumentatie. De bestuursrechter moest eraan te pas komen zodat de vergunning alsnog werd geweigerd.

d. Omgekeerde ontvankelijkheidskwesties (aanvrager voetstoots aanmerken als ontvankelijk) Bij vergunningen wordt te snel een aanvraag als ontvankelijk aangenomen, als de aanvrager niet eens alle stappen heeft doorlopen om zijn plan ten uitvoering te kunnen brengen. Dat is het geval als de aanvrager (bijvoorbeeld van verbouwing aan een pand) niet zelf (geheel) eigenaar is en ook niet tevoren een instemmingsverklaring van de (mede) eigenaar (van de grond, het pand in een VvE) heeft gekregen. In gevallen waarin bijvoorbeeld vergunning wordt gevraagd voor het herstel of het belasten van mandelige funderingen of op- of aanbouw aan een appartementengebouw, hoort de gemeente zich steeds allereerst af te vragen of de rechthebbenden (de mandelige mede-eigenaar, de VvE) wel toestemming voor de realisatie heeft gegeven. De gemeente zou anders zo’n aanvraag niet eens in behandeling mogen nemen, want de aanvrager is volgens de regels van de Awb geen belanghebbende als niet vooraf vaststaat dat hij zijn plan ook daadwerkelijk kan uitvoeren. Anders gezegd: De gemeente heeft te vaak geen oog voor de privaatrechtelijke randvoorwaarden en beperkt zich tot de eigen 22 https://www.ombudsmanmetropool.nl/uploaded_files/article/Wenslauerstraat_201801151051.pdf

18

publiekrechtelijke kaders. Stelling. De gemeente Amsterdam gaat stelselmatig in op aanvragen voor omgevingsvergunningen die nog niet voldoende zijn voorbereid met privaatrechtelijke rechthebbenden, dus met voorbijgaan aan de rechten en belangen van de belanghebbenden, die dan maar moeten zien de ten onrechte verleende vergunning aan te vechten. Voorbeelden Er zijn veel projecten waarvoor niet alleen een Omgevings (WABO)-vergunning maar ook bijvoorbeeld een Huisvestingsvergunning (HV) nodig is. Toch worden WABO-vergunningen verleend zonder dat de HV-vergunning er is. Een bewoner van een boven-appartement aan de Van Breestraat wenst een daklaag op zijn woning te plaatsen en verkent de mogelijkheden daarvoor op het stadsdeelkantoor. Daar krijgt hij ambtelijk de marges te horen, waarbinnen zijn bouwplan zich moet bewegen. Dat zijn o.a. de criteria en eisen van het bestemmingsplan en die van het zgn. A2 (kruimel)-beleid. Voldoet hij daaraan, dan zal de vergunning hem zeker worden verleend, zo wordt hem toegezegd. Verzuimd wordt echter te vermelden dat volgens het VVE-reglement de toestemming van de VVE nodig is. Uiteindelijk heeft de iniitiatiefnemer geen aanvraag gedaan, maar het gaat hier om de onwetendheid van de vergunningverleners in het stadsdeel.

Soortgelijke voorbeelden zijn er bij onderkeldering (vaak eufemistisch gepresenteerd als ‘funderingsherstel’), waar lichtvaardig vergunningen worden verleend met soms advies om nog even met de buren te overleggen ‘teneinde moeilijkheden te voorkomen’ in plaats van deze te weigeren en de aanvraag niet in behandeling te nemen totdat de vereiste instemming van de VVE is verkregen. Een casus in de van Eeghenstraat zonder VVE met ‘funderingsherstel’ ter uitbreiding het vloeroppervlak van een eigen pand stuitte op een mandelige muur van de buurman. De vergunning AMS 19/6661 WABOA was al soepel verleend door het stadsdeel, maar kon niet door de beugel volgens de bestuursrechter, omdat geen acht was geslagen op de privaatrechtelijke belemmering van een niet meewerkende buurman. Zo wordt door een blinde vlek bij de gemeente veel nodeloos geprocedeerd en gewonnen met verstoring van verhoudingen en gemoedsrust van betrokkenen. De nodeloze belasting van gemeentelijke en juridische capaciteit bij de rechtbank, is navenant. Een bovenbuurman krijgt in de Helmersbuurt lichtvaardig vergunning voor het aanbouwen van een balkon. Hij beroept zich tegenover de totaal verraste buurvrouw op “goed nabuurschap en Amsterdamse onderlinge tolerantie”, met de verleende vergunning als drukmiddel. Het VvE reglement schrijft ook hier toestemming vooraf van de VvE voor, die er niet is en niet zal komen.

De buurvrouw voorziet dreigende zeer aanzienlijke verlies van zon- en daglichttoetreding in haar woning, die vanwege de bijzondere ligging van het pand (in een hoek), excessief zou zijn. Ondanks alles ontkent de bovenbuurman de relevantie van het VvE-reglement “nu immers het stadsdeel (West) zelfs al akkoord is” (citaat). Als de bouwsteigers al komen wint zij het kort geding. Maar dan moet haar inziens de vergunning nog van tafel. Het stadsdeel houdt echter voet bij stuk (zoals eerder vermeld, leidt de ‘onafhankelijke’ bezwaarprocedure zelden tot bezinning) en dan is nog een uitspraak van de bestuursrechter nodig om de vergunning vernietigd te krijgen. Van gemeentelijke ambtenaren komt dan het verweer “burenrecht is ook lastig en daarop worden we niet aangestuurd”. In de eerder aangehaalde zaak Frans van Mierisstraat 131 (OLO 4842367) is van alles mis. Het begint er al mee dat de aanvrager geen belanghebbende was in de zin van art. 1:2 Awb en dat de bouwtekeningen onvolledig waren, zodat de aanvraag niet eens ontvankelijk verklaard had mogen worden. Welstandstoetsing ontbrak geheel. Toch bleef de vergunning ook in beslissing op beroep in stand.

e. Vergunningverlening miskent stelselmatig het belang van omwonenden. Strijk en zet is de gang van zaken bij vergunningverlening zodanig dat de omwonenden en andere belanghebbenden pas in beeld komen als de aanvraag of zelfs het besluit al is gepubliceerd. Stelling: Vergunning- en ontheffingverlening waarbij niet voorafgaand aan de besluitvorming is gesproken met belanghebbenden en serieus belangen zijn afgewogen is onzorgvuldig. Te vaak wordt in Amsterdam onvoldoende gecommuniceerd met de buurt over ingrepen in de omgeving en eenzijdig in het belang van de aanvrager gemotiveerd. 19

Hiermee komen Algemene beginselen van behoorlijk bestuur in het gedrang. In de volgende paragraaf komt strijdigheid met wettelijke eisen (privaatrecht) die hier heel vaak mee gepaard gaat aan de orde. Voorbeelden Hierbij kunnen we voortbouwen op een eerder opgesteld Klachtendossier uit 2017 met een verzameling voorbeelden uit Amsterdam West. Wij citeren het persbericht: “ Gemeente brengt Amsterdammer schade toe Bewoners uit West raken verstrikt in procedures en regelgeving en hebben slapeloze nachten over ruimtelijke plannen die een aantasting zijn van hun woongenot en directe leefomgeving. Bewoners worden niet of onjuist geïnformeerd, krijgen geen gelegenheid te participeren, belangenafwegingen worden niet zorgvuldig gemaakt. Het is een structureel probleem in Stadsdeel West. Op 2 maart 2017 wordt een klachtendossier overhandigd aan het College in de Raadscommissie Algemene Zaken. Veel bewoners van Stadsdeel West ontkomen er uiteindelijk niet aan om naar de bestuursrechter te stappen. Om dit in de toekomst te voorkomen willen zij dat het Stadsdeel beter functioneert. Dat is de reden dat zij hun klachten bij elkaar brengen en de Gemeenteraad en het College van Burgemeester en Wethouders vragen in te grijpen. […]” Het klachtendossier bevatte de volgende zaken: • HappyHappyJoyJoy Bilderdijkstraat: Bijzondere afwijking van Bestemmingsplan.

Vooringenomenheid bij vergunningverlening. Slechte of ontbrekende communicatie. Geen buurtconsultatie. • Woningbouw/hoogbouw Wenslauerstraat: Bijzondere afwijking van Bestemmingsplan. Achterhouden van informatie, mogelijke integriteitsschending, Slechte of ontbrekende communicatie. Geen buurtconsultatie. • Brugwachtershuisjes, 8 adressen: Onzorgvuldige voorbereiding, trage procedures, belemmeringen bij het inzien van stukken. Geen buurtconsultatie. ongeoorloofde termijnverlenging. • Laad/Loskade Jacob van Lennepkade: Trage procedure, geen buurtconsultatie. Diverse belemmeringen en vreemde vergunningverlening. • Handhavingsverzoek Hallenkwartier: Handelen in strijd met de eigen regels. Ontkennen van de eigen regels. Geen buurtconsultatie. • Longstay-appartementenhotel Jan Pieter Heije-/Borgerstraat: Grote lijst van procedurele gebreken. Geen buurtconsultatie. Verplichte taken van de Bestuurscommissie niet uitgevoerd zonder verdere consequenties. • Woningbouw Jan Hanzenstraat: Mislukte experimentele buurtconsultatie. Gebrekkige communicatie. • Woningbouw Bellamystraat: Vooringenomenheid bij vergunningverlening 1e fase. Vergunning ten onrechte te vroeg verleend. • Woongroep/studentenoverlast Hoofdweg. Weigering handhaving, verkeerd beoordelen eigen regels. • Ligplaatsen Van Noordtkade: geen buurtconsultatie, achterhouden informatie wob- verzoek over gevoeligheid dossier.

• Illegaal restaurant Jacob van Lennepkade: Zeer gebrekkige communicatie en onduidelijkheden over regelgeving. • Geen handhaving Bellamyplein: stelselmatig ontkennen van problemen Melding Openbare Ruimte.

Eind 2020 wordt door de Initiatiefgroepen Bouwwoede (West en Zuid) geconstateerd dat de vergunningverlening nog steeds veel steken laat vallen. We citeren een aantal ervaringen van bewoners die op de gezamenlijke website https://www.bouwwoedeamsterdam.nl zijn geplaatst: “De bouwwoede duurt onverminderd voort. Volgens ervaringen van bewoners valt er nog wel wat aan te merken op de gang van zaken in Zuid en ook in West. In hun strijd met de projectbazen en de gemeente komen zij van alles tegen. We hebben uit hun ervaringen mogen noteren (selectie): - Overschrijding van behandeltermijnen, waardoor vergunninghouders - in afwachting van behandeling van een bezwaarschrift -, in alle rust hun bouwactiviteiten kunnen voortzetten en de rechten van omwonenden worden uitgehold; - Alleszins aanvechtbare juridische interpretaties, constructies en redeneringen, soms tegen beter weten in; - Daarmee worden regelmatig duidelijke strijdigheden van een bouwplan met het bestemmingsplan of het eigen beleid, gemaskeerd, goedgepraat of weggeredeneerd; - Ambtenaren nemen genoegen met aanvragen met daarin aantoonbaar onjuiste en /of onvolledige gegevens bijv. ontbreekt goed zicht op het bouwplan in zijn omgeving; - Vereenzelviging door bezwaarschriftencommissies en behandelend ambtenaren gezamenlijk, met de belangen van de aanvrager, de al eerder ingenomen standpunten en de verleende vergunning;

20

-

Niet-communicatief optreden naar omwonenden, maar hun belangen veronachtzamend of bagatelliserend (privacy!); zeker géén overheid-voor-alle burgers willen zijn. Werkelijke belangenafweging ontbreekt stelselmatig; Duidelijk te ruime beleids- en interpretatie-vrijheid voor de individuele behandelend ambtenaar, die hij/ zij steeds in het voordeel van de bouwaanvrager gebruikt, ten koste van omwonenden. Die krijgen het nakijken en worden naar de kanton- of bestuursrechter gejaagd; Gebrek aan bestuurlijke aansturing van de ambtenarij, met name bij lastige onderwerpen zoals die op het snijvlak van het privaat- en bestuursrecht (bijv. bij VvE-situaties); Gebrek aan tijdige interne coördinatie bij dossiers, bijv. tussen de afdeling Vergunningen (VTH), de Commissies ruimtelijke kwaliteit (CRK) en de beleidsafdeling Ruimte en duurzaamheid (R&D); Tekort aan feitelijk inzicht in zaken omdat ambtenaren weigeren een situatie te komen bekijken om zelf een oordeel te vormen op basis van feitelijke constateringen; Het consequent negeren van de wettelijke plicht (Awb art. 4:8) om ook omwonende belanghebbenden te betrekken/ te horen bij besluitvorming; Gebrekkige interne controle op de inhoud van de besluitvorming door ambtenaren; Een notoir gebrek aan bereidheid bij de gemeente om van eigen eerder gemaakte (bouwkundige of juridische) fouten te leren.

Blunders worden zo herhaald en zien we later terug, in de bouw als ‘trendsetter’ of in rechte als ‘precedent’.

Op de Prins Hendrikkade is eerst een touringcarhalte gekomen en later een taxistandplaats. Direct belanghebbenden zijn daarover willens en wetens niet geïnformeerd terwijl dit grote gevolgen had voor hun werken woonomgeving. De touringcarsector was wel meegenomen in het maken van de plannen. De belangen van direct omwonenden en ondernemers waren niet in kaart gebracht. Ook werd de maatregel via een verkeersbesluit genomen waartegen geen bezwaar mogelijk is. Afspraken die gemaakt werden over handhaving ter plaatse werden niet nagekomen. Op handhavingsverzoeken werd gereageerd dat er geen budget was. De Ombudsman stelde hierover vast dat het niet de schoonheidsprocedure verdiende. In een gesprek met bewoners noemde de stadsdeelvoorzitter de bewoners: zeurpieten. Ook sprekende voorbeelden betreffen evenementenvoorzieningen, zoals de vergunningverlening door Stadsdeel Noord aan “Heren2” en TNT-Explosive Productions voor de grootschalige horeca/evenementen-voorziening “Noordkust” op 21 december 2020. Hier speelden in feite 3 vergunningen, m.b.t. een bouwwerk, een Horeca Exploitatie-vergunning en de Drank en Horeca vergunning. In feite wordt door afzonderlijke afhandeling van deze vergunningen een ‘salami-tactiek’ gecreëerd, waarbij mensen pas doorhebben wat het gehele project behelst als alle vergunningen zijn verleend.

(OLO nr.4589423) Op salami-tactiek zijn meer varianten: bijvoorbeeld een woning eerst opsplitsen in appartementen en vervolgens die weer verkameren; of een woning eerst verbouwen voor zogenaamd eigen gebruik maar in werkelijkheid voor kamer-exploitatie. De gemeente werkt hier consequent aan mee, zich uitsluitend baserend op de aanvraag zoals die is ingediend;

f. Regelrechte strijd met wet- en regelgeving Artikel 4:84 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb), luidt: ”Het bestuursorgaan handelt volgens de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen”. De beleidsregel betekent bijvoorbeeld dat voor omgevingsvergunningen antwoord moet worden gegeven op de vraag of de aanvraag voldoet aan het bestemmingsplan, het bouwbesluit, de bouwverordening en welstandseisen. Dat is de bestuurlijke wet. Bij de gemeente wordt dan steevast geredeneerd dat de vergunning moet worden verleend. De vereiste belangenafweging wat de gevolgen zijn voor omwonenden wordt ‘als regel’ achterwege gelaten. Die zijn echter wel degelijk relevant, omdat de onrechtmatige gevolgen van de vergunningverlening (bijvoorbeeld strijd met het privaatrechtelijke burenrecht) wel degelijk moeten worden meegewogen. De gemeente weigert dat stelselmatig, en doet daarmee afbreuk aan de door de wetgever gegarandeerde waarborgen en rechten van burgers/ buren. Dit verwijt geldt natuurlijk a fortiori bij strijd met wet- en regelgeving, maar ook dat komt regelmatig voor in belang van de aanvrager. Stelling: De gemeente houdt zich (willens en wetens) niet altijd aan de wet.

In Amsterdam wordt zelfs vastgehouden aan besluiten die evident in strijd zijn met de wetten die omwonenden beschermen. 21

Burgers mogen dan bij de rechter hun gelijk bevechten. De raadsbrief van het Bestuurlijk Team Aanpak Bouwdynamiek van 19 februari 2019 gaat daar volkomen aan voorbij. Voorbeelden In het BW wordt in artikel 5:50 duidelijk geregeld dat balkons niet zodanig mogen worden gebouwd dat van daaruit binnen 2 meter rechtstreeks zicht op het buurerf mogelijk is (waardoor de privacy van de buren wordt benadeeld). Toch zijn er verschillende voorbeelden waarin dit wordt genegeerd. Bijvoorbeeld Hacquartstraat 7 (OLO 509 29 53), waar eindelijk de bezwaarcommissie er niet meer onderuit kon om dit te erkennen. Aanvrager en stadsdeel proberen bewoners te bewegen om zich neer te leggen bij een compromis, waardoor de vergunning, nog steeds in strijd met de wet overeind kan blijven. Vergunningverlening in strijd met het vigerende bestemmingsplan is strijk en zet. Kruimelregeling (A2-beleid) mag natuurlijk niet fundamenteel de rechtszekerheid biedende strekking van het bestemmingsplan onderuit halen, zoals gebeurt bij de eerder genoemde vergunning voor een grootschalige horecavoorziening Noordkust voor 700 gasten in het rustige en verkeersluwe woongebied bij de Nieuwendammerdijk. Dit is niet te rijmen met de hoofdlijn van het Bestemmingsplan Nieuwendam Zuid II.

Zo ook vindt in Nieuw-West stelselmatige vergunning van kamer-exploitatie in strijd met bestemmingsplan plaats; ook dat is misbruik van de wettelijke bevoegdheid tot afwijking; Zoals in februari 2020 nog werd geconstateerd, lichten de ambtenaren van stadsdelen sinds 2016 stelselmatig de hand met de beperkingen op de verhuur van nieuw gevormde kamers. De gemeenteraad had eind 2020 na jarenlange klachten van bewoners eindelijk een verbod tot opknippen van woningen in appartementjes afgekondigd, maar de vergunningverleners in de stadsdelen blijven onverdroten de huisjesmelkers ter wille. Recente dieptepunten in Nieuw-West: vergunningen voor het opknippen van woningen in 10 hokjes van 2 x 4 m, begin 2020 aan de Pieter Calandlaan en kort daarna 9 hokjes aan de Mesquitalaan. De Huisvestingswet art. 21 en de Amsterdamse vertaling in de Huisvestingsverordening verbieden categorisch minstens sinds 2016 verhuur van nieuw gevormde kamers van minder dan 12 m2, ingaande 2020 aangescherpt tot de verhuur van nieuw gevormde kamers van welke grootte dan ook, maar Amsterdamse stadsdelen gingen doodleuk verder met vergunningen afgeven, mogelijk nog steeds. Zeker meer specifiek met de Huisvestingsverordenening, die op 17 december jl door de Raad is vastgesteld met een verbod op appartement-knippen ingaande 1-1-2021.

Die wijziging in de Hvv kwam nota bene op uitdrukkelijk advies zomer 2020 van alle stadsdeelbesturen, maar nog steeds zijn de vergunningverleners van de gemeente de huisjesmelkers ter wille door de hand te lichten met dat verbod. De ambtenaren menen de nieuwe regels zo te mogen interpreteren dat vergunningverlening voor verkamering naar het moment van aanvraag beoordeeld mag worden, wat juist uitdrukkelijk niet de bedoeling is. Er is juist uitdrukkelijk ex nunc-toetsing voorgeschreven, maar ook daarnaast zouden de vergunningverlenende ambtenaren zich aan de regels moeten houden. Bovendien druist ruimhartigheid op dit terrein tegen het gemeentelijk beleid in (of toch niet?). 23 Vergunningaanvragen inzake de Huisvestingsverordening moeten dus in veel gevallen ex nunc worden beslist, maar in strijd met de regels wordt in Amsterdam steeds de facto de datum van aanvraag aangehouden. De regels die gelden op het moment van aanvragen zijn in 2019 en 2020 gunstiger dan op het moment van beslissen in het volgende jaar. Dan is het opvallend dat vlak voor het van kracht worden van strengere regels veel aanvragen worden ingediend, zie de aantallen kamer-aanvragen eind 2019 en de appartement-aanvragen eind 2020; Zo ook in de casus Hendrikus Rempestraat 7, onttrekking aan de woningvoorraad ten behoeve van kamergewijze exploitatie; Dossiernummers.

Z2020-NW001698 / 5330023, Z/20/1781706-2037973. Bij deze en soortgelijke vergunnigen in een quotum-gebied hebben de vergunningverleners is ook afgezien van andere verplichtingen, bijvoorbeeld de verplichting de vergunning slechts een tijdelijk te verlenen, het vereiste dat de aanvrager eigenaar moet zijn en het vereiste dat de huurders individuele huurcontracten moeten krijgen. Gek is ook dat verkamerde woningen blijven meetellen met het totaal aantal woningen terwijl het geen woningen meer zijn, zodat het quotum per wijk en per pand stelselmatig te hoog wordt berekend. In de zaak bovenhuis in Oud-Zuid met enorm balkon (OLO nr. 258 62 69) kwamen ongeveer alle misstanden bij 23 Zie Raadsadres 10 maart 2021, https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/9829914/1/

Raadsadres%20ingrijpen%20in%20vergunningverlening%20voor%20omkatten%20woningen

22

elkaar. Want het weerwoord was: “Dat is lastig; we hebben daarvoor geen criteria (meegekregen) en ga dus daarvoor maar naar de civiele rechter” en ook: “Het stadsdeel heeft geen beleidsregel die zon- of daglicht aan de tuinzijde moet garanderen”. Tot twee keer toe hebben de bewoners de rechter moeten inroepen om zich tegen het doen en vooral het nalaten van de stadsdeelbestuurder te beschermen; eerst de (civiele) kantonrechter, vervolgens de bestuursrechter. Uiteindelijk met goed resultaat, maar uiterst beschamend voor de bestuurder en ook voor de falende bezwaarschriftprocedure. Naast het ontbreken van benul voor privaatrechtelijke belangen resp. belemmeringen, blijkt vooral onwil om de vergunningverlenende collega’s af te vallen. Er werd zelfs geen een kritische vraag gesteld over de afweging van deze ambtenaren. Uiteraard heeft naderhand, in beroep, de bestuursrechter dit gemeentelijk wangedrag veroordeeld en de vergunning nietig verklaard. Wel ten koste van veel geld en ergernis. Aanvraag voorraadvergunning voor het onttrekken van woonruimte voor short-staygebruik in de Tweede Tuindwarsstraat 14A-2, Dossiernummer Z/21/1905794. Dit soort vergunningen zijn sowieso niet meer toegestaan (behalve misschien in bedrijfspanden als tevens woonruimte wordt toegevoegd).

Waarom dan nog in behandeling nemen? Een reeks voorbeelden hebben betrekking op het bomenbeleid van de gemeente Amsterdam. Een raadsadres uit Noord 24 legt haarfijn uit hoe de gemeente lijnrecht in strijd met artikel 7 van de eigen Bomenverordening handelt. In plaats van zoveel mogelijk herplanten 1-op-1 ‘in natura’ wordt de waarde van oude bomen en de veel hogere kosten van herplanten met elkaar in evenwicht gebracht, waardoor per saldo minder dan de helft van de bomen overblijft.

g. Chicanes, steekspel met trucs Wanneer de gemeente betrapt wordt op het gebruik van ontoelaatbare slimmigheidjes kan dat het gevolg zijn van onnadenkendheid of van opzet om de burgers (en rechters) te imponeren. Hoewel dus niet zonder meer hoeft te worden uitgegaan van kwade trouw zijn onderstaande voorbeelden weinig vertrouwenwekkend. Stelling: In gevallen waarin de gemeente naar haar eigen belang toe redeneert is sprake van een verkeerde houding jegens de eigen burgers. Voorbeelden Leg maar laag in de la; probleem lost zich dan vanzelf op Het beleid in stadsdeel Zuid lijkt medio 2019 iets aan het verschuiven. Een nieuwe etage op het dak wordt niet langer zomaar toegestaan. Wat te doen om het toch wél te laten lukken? Wel: Dien je plan voor een extra etage gewoon bij het stadsdeel in. Spreek wel af met de behandelend ambtenaar dat er geen haast bij is en dat het best een tijdje mag blijven liggen, de ambtenaar is per slot erg druk en de aanvrager heeft daar alle begrip voor. Ook de ambtenaar is welwillend en werkt aan deze opzet mee. Na 8 weken meldt de aanvrager zich weer en eist nu wel direct zijn vergunning op. De termijn van 8 weken die de gemeente heeft voor haar beoordeling, is verstreken en nu moet de vergunning toch worden verleend. En wel van rechtswege, d.w.z. zonder enige inhoudelijke toets of beoordeling.

De welwillende ambtenaar wordt hartelijk bedankt en de nieuwe etage wordt zeker gebouwd, ondanks de strijdigheid met het beleid. Een soortgelijk voorbeeld, maar dan omgekeerd, zien we in de Wild West van Amsterdam-Zuid bij de al onder par. 2.b vermelde vergunningverlening voor Van Eeghenstraat 94-96-98. Daar wilde een grote projectontwikkelaar een enorme uitbreiding realiseren: een parkeergarage voor 27 auto’s. Kelder onder gehele tuin en onder 3 panden. Ook gehele achtergevel voorzien van uitbouw met daarop dakterrassen. Helaas was er een Bestemmingsplan in voorbereiding waarin dit niet meer zou kunnen. [Bonus op deze casus is dat ambtenaren zelfs hebben geprobeerd het concept-bestemmingsplan zodanig te bewerken dat de garage wel weer zou kunnen en dat zelfs de bewoners in hun bezwaar en beroep niet ontvankelijk hadden kunnen worden verklaard wegens ontbreken van rechtsgrond, maar door alert optreden van de raadsleden Nienke van Renssen en Tiers Bakker kon dit voorkomen worden.] Er werd een Voorbereidingsbesluit voorafgaand aan het ‘goede’ bestemmingsplan gemaakt, waaraan doorgaans geen ruchtbaarheid wordt gegeven om anticiperend gedrag te voorkomen. Geen nood, want in dit geval werd de vergunning net één dag vóórdat het Voorbereidingsbesluit was getekend afgegeven! In Amsterdam Zuid kan de afdeling als het nodig is dus ook pijlsnel handelen.

24 https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/10034807/2/

Raadsadres%20ELZO%20bomenbeleid%20in%20Amsterdam

23

Vergunning (OLO nr. 4066045). Dit schoot de hele buurt in het verkeerde keelgat. Met 155 belanghebbenden is tegen dit misbruik ruim twee jaar geprocedeerd. Raadslid N. van Renssen heeft kritische vragen gesteld, onder meer over de grondwater-effecten en het ontbreken van ‘goede ruimtelijke ordening’ onder dit besluit. Uiteindelijk heeft de projectontwikkelaar bakzeil gehaald. Ook in het buurpand Van Eeghenstraat 100 is een grote projectontwikkelaar met goede relaties in de gemeente de belanghebbende. Voor hem mag toch wel een oogje dichtgedaan worden? In deze omgeving regelt het bestemmingsplan de waarde van blijvend uitzicht bij doorkijkjes (in jargon: de code ‘Waarde Landschap’ is van toepassing). Ook is in het bestemmingsplan het verharden van tuinen ten behoeve van parkeerplaatsen niet toegestaan. Hier vond de gemeente aanvankelijk niet eens een vergunning nodig voor een uitbouw aan de zijkant van het gebouw die het doorzicht zou belemmeren. De eigenaar kon vergunningsvrij zijn gang gaan. Omwonenden hebben drie jaar gewerkt aan bezwaar en beroep. Daaruit resulteerde dat toch een vergunning nodig was, die de gemeente vervolgens grif verleende. Daarmee nam de buurt geen genoegen; uiteindelijk moest de gemeentelijke projectleider erkennen dat zijn bestemmingsplan altijd al de code Waarde Landschap behelsde, die een dergelijke uitbouw verhindert.

Dus afbreken? We moeten het nog zien. Nog verder gaat het voorbeeld Van Eeghenstraat 104 van een andere grote projectontwikkelaar, die veel goeds doet voor de gemeente. In de eerste plaats valt het contrast op tussen de beleidstoepassing ten aanzien van garages in dit geval met een zaak die 6 jaar eerder speelde een paar huizen verder. In Van Eeghenstraat 92 mocht in 2011 onder geen beding een garage in de tuin bouwen. De gemeente stond in dit geval aan de kant van omwonende belanghebbenden. Tot de Raad van State heeft de aanvrager geprocedeerd, wat hem uiteindelijk nog een kleine garage opleverde. De gemeente bleef tot in het hoger beroep volhouden dat zelfs het opgeven van 35 m2 groen niet getolereerd kon worden, ook in verband met de dreigende precedentwerking. Vergelijk nu de situatie van Van Eeghenstraat 104. Veel meer aantasting van groen, hier opeens een parkeerkelder voor 6 auto’s! Nu beginnen echter de chicanes tegen de 49 bezwaarmakende omwonenden. Zij vroegen tot twee keer toe aan de Welstandscommissie om gehoord te mogen worden (een recht dat is vastgelegd) en bij de derde brief kregen ze als antwoord dat de hoorzitting net was geweest! Vervolgens een briefwisseling met de verantwoordelijke wethouder Van Doorninck, die aanvankelijk volhield dat de regelgeving m.b.t. ondergronds parkeren genoeg ruimte zou bieden voor een grote garage.

Later kwam zij daar in een mail ruiterlijk op terug, maar namens de gemeente werd lustig voortgeprocedeerd op basis van de aanvankelijke stellingname. De wethouder zou er geen verstand van hebben, zo kregen omwonenden ambtelijk te horen. Intussen staat de parkeerkelder er, veel groter dan volgens de wethouder beleidsmatig zou mogen, maar zelfs groter dan de uiteindelijk verleende, nog niet onherroepelijke omgevingsvergunning (OLO 4140575) aangeeft (80 m2 i.p.v. 65 m2). Nu komt het aan op handhaving….(prioriteit?) Op hetzelfde perceel werd vergunning gevraagd voor het kappen van 14 bomen in 2018 (OLO 3447557), maar de eigenaar was al in december 2017 begonnen met kappen. Maar ook de verstrekte omgevingsvergunning wordt niet nageleefd. Nu komt het weer en nog steeds aan op handhaving…. Doorgaans mag dakopbouw slechts plaats vinden op een afstand van ten minste 2 meter vanuit de bestaande dakrand. Dat vinden aanvragers jammer, omdat dat hen veelal 6x2 = 12m2 inpandige ruimte scheelt. In eerste aanleg is de aanvrage nog in orde: de aanvrager beperkt de bouwtekening keurig tot 2 meter vanuit de dakgrens en de vergunning wordt conform verleend. Bij aanvrager begint het toch te knagen.

Die extra meters zijn toch wel erg aantrekkelijk… Hij dient ondershands en informeel, alsnog een aanvullende tekening in waarbij de dakopbouw tot pal op de dakgrens wordt gesitueerd en presenteert die als een technische correctie/bijstelling op de eerdere aanvrage. De ambtenaar denkt: O, deze aanvrage hebben we al gehad, het is slechts een technische correctie op de eerdere en ze hoeft dus niet opnieuw te worden gepubliceerd of door de Omgevingsdienst te worden beoordeeld. Zonder nadere beoordeling wordt de aangevraagde vergunning verleend. Buren/omwonenden hebben het nakijken; ze hebben geen weet gekregen van het bijgestelde plan. En hebben dus ook geen kans gehad om met een zienswijze of bezwaren te komen, want wat er feitelijk gebeurt, blijkt pas na afronding van alle bouwwerkzaamheden, als het oranje zeil is weggetrokken. Gemeente helpt crimineel zwart geld witwassen. Bouwtransacties lenen zich er goed voor om crimineel verkregen geld wit te wassen. Daarom behoort het Stadsdeel Zuid bij vergunningaanvragen met een aanneemsom boven de ca 250.000,-, een zgn. Bibob advies aan te vragen waarbij de herkomst van het in te zetten geld wordt bekeken. Projecten onder dit bedrag gaan vrijuit. Bij witwaspraktijken wordt een aanneemsom onder dit bedrag opgegeven, al bedragen de werkelijke kosten bijv. 5 a 6 ton.

Voorbeelden uit Oud-Zuid en de Pijp zijn bekend, waarbij ambtelijk werd toegestaan dat de opgegeven som onder dit grensbedrag bleef, terwijl de werkelijke kosten daar ver boven lagen. Nog los van het feit dat de gemeente zo aanzienlijke bedragen aan leges misloopt, gaan ambtenaren in de fout door toe te staan dat zo de Bibob-toets wordt omzeild, in het belang van een bepaald soort aanvragers. Dezen hebben er graag wat voor 24

over om ambtelijk zo te worden gefaciliteerd. Er is geen manier (bekend) om zo’n gang van zaken achteraf te herstellen. Gat in de Kinkerstraat; deze casus is hierboven al langsgekomen onder 2.c. In de procedure werd door het college (lees de ambtenarij) regelrecht gelogen en gesjoemeld met de berekeningen van het aantal verkeersbewegingen om het horeca-project maar te laten doorgaan. De Raad van State hierover: “[appellant C] betoogt terecht dat het college in het Verkeersveiligheidsonderzoek ten onrechte het standpunt inneemt dat het kruispunt Jan Pieter Heijestraat/Kinkerstraat als veilig is aan te merken en niet als 'blackspot' is geregistreerd. [appellant C] heeft gemeentelijke documenten overgelegd waaruit blijkt dat de kruising een zogenoemde 'blackspot' is, omdat er in drie jaar tijd meer dan drie letselongevallen hebben plaatsgevonden. Verder blijkt dat het wegvak van de Kinkerstraat tussen de Lootsstraat en de Jan Pieter Heijestraat een zogenoemde 'red route' is, omdat daar 30 of meer letselongevallen per kilometer plaatsvinden in een periode van drie jaar.

Gelet hierop is in het Verkeersveiligheidsonderzoek ten onrechte opgenomen dat de kruising niet voorkomt op de lijst met blackspots en dat de kruising veilig is.” In het vervolg van deze casus (Omgevingsvergunning fase 2, OLO-3576327) beweerde de vertegenwoordiger van het bestuur, na vragen van de bezwaarden over de verplichte bibob-toets tegenover de bezwaarcommissie dat deze inderdaad had plaatsgevonden. Het verhaal wekte argwaan zodat bezwaarden een Wob-verzoek hierover hebben ingediend. Uit het Wob-besluit 25blijkt dat er geen documenten zijn gevonden over een bibob-toets. Die heeft dus niet plaatsgevonden. En dat bij een project van €5.000.000,-. Glasharde leugens in juridische procedures. Nummer X uit het trukenboek van bouwers: je maakt twee sets bouwtekeningen, éen voor de gemeente bij de aanvraag van de vergunning. En éen voor de uitvoerder, die daarmee de toegestane bouwhoogte overschrijdt. Dit gebeurde dezer dagen in de Johannes Verhulststraat 6 en blijkt bij een nameting: 1 meter hoger dan volgens het bestemmingsplan is toegestaan. Maar de vergunning is verleend en krijg hem dan maar weer eens weg. De gemeentejuristen werken doorgaans nauw samen met de advocaat van de aanvrager om een list te bedenken. In de eerder vermelde planschadezaak kwam ook gehannes met bezonningstekeningen aan de orde.

Die ongedateerde en ongesigneerde tekeningen kwamen opeens ter tafel toen de procedure al 5 jaar liep. Die tekeningen zouden speciaal in 2013 vervaardigd zijn. In de reactie van de gemeente ontbrak het besef dat het niet past om bijna 4 jaar na de indiening van een planschadeverzoek over o.m. bezonning nog eens achter de rug van betrokkenen tekeningen zonder enige toelichting of verantwoording te vervaardigen die het standpunt van de gemeente moesten ondersteunen. Dit wekt toch de schijn van malversatie. In de reactie van de gemeente werd alleen gesproken over ‘het volledig maken van het dossier’ Uiteindelijk is dit spookdocument van de rol verdwenen. Bij een omstreden omgevingsvergunning produceerde de gemeentelijke verweerder een ansichtkaart uit 1908, die moest aantonen dat het aanpalende gebouw ‘oudere rechten’ had dan de woningen van eisers. Bij nadere beschouwing bleek deze kaart een voorbeeld van ‘photo-shopping’ avant la lettre te zijn. De uitgever had de panden eromheen laten wegretoucheren om het gebouw beter te laten uitkomen. Dat moest ook wel zo zijn gebeurd, want de eisers produceerden bewijs uit het Bevolkingsregister dat hun huizen al in 1902 bewoond waren. Zelfs toen ze ook nog een verklaring van het gemeentelijk bureau Monumenten inbrachten over de eerdere bouwdatum van hun woning, bleef de gemeentelijke jurist de bewijskracht van zijn ‘vondst’ volhouden.

h. Bureaucratische handelwijze, onbegrijpelijke ambtelijke taal, die intimideert en ontmoedigt, maar inhoudelijk aanvechtbaar is. Natuurlijk is ambtelijke taal geen spreektaal, maar hier doelen we op nodeloos formalisme: de paarse krokodil. En vooral als het taalgebruik een aanvechtbare of onjuiste boodschap verhult (afpoeieren). Stelling: In de juridisch geformuleerde brieven van de gemeente zijn de redeneringen zelfs voor een juridisch ingevoerde ontvanger vaak niet begrijpelijk en overtuigend. De wens om de eigen beleidsvoorkeuren en genomen besluiten (vergunningen) overeind te houden gaat te vaak ten koste van de juridische kwaliteit en leidt dan tot verstrikking in foute redeneringen.

25 https://archief.amsterdam/inventarissen/details/31245/keywords/wob/withscans/0/start/0/limit/10/flimit/5 # 50 Borgerstraat

25

Burgers hadden bij het te lang uitblijven van een besluit een ingebrekestelling ingediend met een respijt van twee weken. Deze brief was gedateerd op de dag van het verlopen van de beslistermijn en op de post gedaan, echter op de dag vóór die datum. Ze kregen bericht retour: niet-ontvankelijk wegens te vroeg manen. Een herstelde ingebrekestelling was gauw gemaakt, maar de ergernis was wel gewekt. Bewoners hebben zich toen het te gek werd met stapeling van zowel procedurele als juridische fouten in 2018 gewend tot het Hoofd van het Bureau Juridische Zaken. Deze heeft de klagers begripvol in twee gesprekken aangehoord, waarbij zij nog meer voorbeelden aandroegen. Maar zijn schriftelijke reactie getuigt precies van dezelfde instelling als waartegen de klagers fulmineerden 26: zwakke en ontwijkende juridische redeneringen waarom de gemeente het allemaal goed gedaan zou hebben. De laatste stap van deze bewoners was een klacht over het hele complex juristerij bij de Ombudsman, die telefonisch meedeelde dat hij e.e.a. in zijn gesprek met betrokkenen binnen de gemeente zou aankaarten. Verder niets meer van gehoord.

De directeur van het Juridisch Bureau schrijft ook aan de bewoners dat de ambtenaren hen niet anders hebben behandeld dan ieder ander. Dit geeft te denken over de manier waarop de gemeente met al haar burgers omgaat. Bedenk hierbij dat de gemeente beschikt over een batterij juristen die eenvoudige burgers belast met een steekspel van juridische argumenten om de gemeente te verdedigen (de dubbele pet van het eigen belang van de almachtige gemeente).

i. Onvoldoende verantwoordelijkheid geven en nemen op het juiste niveau Het is van belang dat de verantwoordelijkheid voor het nemen van besluiten duidelijk is geregeld en dan ook overeenkomstig wordt uitgeoefend. Dat betreft natuurlijk de verhouding tussen bestuurders op verschillende niveaus onderling en tussen ambtenaren en bestuurders, waarbij de laatsten niet zouden moeten vingerwijzen naar anderen als er kritiek komt. Maar minstens zo belangrijk is het dat het mandaat voor het nemen van besluiten op voldoende niveau is geregeld, en dat er altijd twee paar ogen bij de beslissingen zijn betrokken, waarbij de manager ook kennis van zaken heeft over de geldende regelgeving, dus meer is dan een procescoördinator. Het door ons bepleite onderzoek voor ‘onder de motorkap’ zou hier speciale aandacht aan moeten wijden, omdat hier wel eens de sleutel voor veel problemen zou kunnen liggen. Men kan zich makkelijk voorstellen dat onvoldoende deskundige menskracht bij vergunningverlening vrij spel creëert voor zware jongens uit de vastgoedwereld, maar sowieso het hier gesignaleerde grote aantal fouten en tekortkomingen verklaart door tekort aan kennis en verantwoordelijkheid. Als dan ook de bestuurders en volksvertegenwoordigers hun corrigerende en controlerende taak onvoldoende serieus nemen, is het risico van misstanden compleet.

Ten slotte is zeker voor de lage ambtenaren die geacht worden verantwoordelijkheid te dragen, laat staan voor de burgers, geen touw vast te knopen aan de verhouding tussen de ambtelijke mandaatregeling, die stadsbreed is geregeld 27 en de bestuurlijke mandaatregeling, die per stadsdeel is vastgelegd 28. Dit kan alleen maar tot grote vergissingen leiden. Stelling: Bestuurders gaan slordig om met mandaatverhoudingen en controle op aan ambtenaren toegekende verantwoordelijkheden. Voorbeelden Duiken: DB-West dat voor foute vergunningen van West verwijst naar de wethouder en de dienst Wonen. 26 Brief in bezit bij de auteurs 27 https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Amsterdam/482317/CVDR482317_16.html 28 https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Amsterdam/377469/CVDR377469_22.html

26

Het omgekeerde, eigenwijsheid, komt ook voor: als enig argument aanvoeren dat een ander (hoger) bestuursorgaan het niet goed ziet. Van de DB’s -West en -Nieuw West èn van B&W kwam bij herhaling een betoog met de strekking dat de Huisvestingsverordening niet zou zijn bedoeld zoals de gemeenteraad klip en klaar heeft besloten en daarom anders wordt uitgevoerd dan er staat. De mandaatregeling waarmee de managers van alle stadsdelen onder-mandaat verlenen aan zo'n beetje alle medewerkers om te beslissen namens B&W / DB! De functie-niveau's stonden er niet bij, maar om schaal 8 of 9 zal het vast wel gaan. Dit is toch moeilijk voorstelbaar in het licht van de aard van de zwaarwegende belangen die met het domein van vergunningen, toezicht en handhaving gemoeid zijn. En toch staat het er. 29 Met hun onder-mandatering volgens deze regeling hebben alle Dagelijks Besturen onaanvaardbaar risico genomen: sowieso moet bij aanvragen van vergunningen het vier-ogen-beginsel worden toegepast, en al helemaal als het gaat om de vastgoed-sector die notoir niet integer functioneert en waar hele grote financiële en tegengestelde maatschappelijke belangen in het geding zijn. Bewoners hebben het intimiderend optreden van huisjesmelkers aan den lijve ondervonden, reden om aan te nemen dat zij dit gedrag niet vertonen tegenover de vergunningambtenaren is er niet.

Bovendien is de regelgeving van rijk en gemeente en de jurisprudentie daarover dermate complex dat de beslissing op een aanvraag in rede niet kan worden toevertrouwd aan het functie-niveau van deze aanvraagbehandelaars. Illustratief zijn ook de talloze voorbeelden, waarbij onder een besluit een handtekening van een direct verantwoordelijke ontbreekt. Er staat dan b/a of iets onleesbaars. Terwijl het Algemeen Bevoegdhedenbesluit regels stelt voor de ondertekening, met verschil tussen 'ondertekenen namens’ en ‘beslissen namens’. Altijd moet klip & klaar zijn wie nu eigenlijk heeft beslist, degene die ondertekent of B&W / DB zelve. En altijd moet de naam + functie van de ondertekenaar er bij staan, juist wegens aanspreekbaarheid en toepassing van de juiste bevoegdheid. In de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent het lokaal bestuur in Amsterdam (Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam) staan boven bijlage 3 een groot aantal belangrijke beperkingen van het verstrekte mandaat. Hoeveel van de medewerkers aan wie vervolgens het royale onder-mandaat is verstrekt zullen dit gelezen/begrepen hebben? In elk geval zien we veelvuldig ten onrechte ‘Namens B&W’ in plaats van ‘namens DB’ onder de vergunningsbesluiten staan.

De juiste bevoegdheid aanwijzen is in de Amsterdamse jungle (we stevenen af op de derde herziening van het bestuurlijk stelsel in 10 jaar!) ook erg moeilijk. Zelfs senior juristen van Het Juridisch Bureau trapten tot twee keer toe in dezelfde val door bij een planschade zaak het DB van het Stadsdeel te laten besluiten in plaats van de centrale stad. Dit betrof planologische besluiten die door het oude Stadsdeel waren genomen en dus na maart 2014 tot de competentie van het college van B&W behoren (Bevoegdhedenregister voor de Bestuurscommissies, versie juni 2014, nr. B7)

j. Equality of arms? Is er equality of arms en de mogelijkheid van burgers om gelijkwaardig tegenwicht te kunnen bieden tegen de kennisovermacht van de gemeente? Stelling: De gemeente draagt niet of onvoldoende bij aan een voor de rechtsstaat wezenlijk beginsel als de equality of arms, mede gelet op de enorme kennisvoorsprong die zij op de burgers heeft. Voorbeelden Equality of arms was het argument waarmee de VBM in haar brief aan het stadsdeel over de participatie bij het nieuwe bestemmingsplan Museumkwartier en Valeriusbuurt vroeg om bewoners te voorzien van deskundig advies voor het opstellen van zienswijzen. Een verzoek dat kortaf van de hand werd gewezen. In overgang naar de volgende paragraaf zien we onder meer bij erfpacht dat documenten geheim worden gehouden/verklaard met als argument dat in rechtsgedingen de hierin vermelde informatie wel eens tegen de 29 Zie gemeenteblad 38191, 13 februari 2020, Besluit van de managers vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) van de

stadsdelen Centrum, West, Nieuw-West, Oost, Zuid en Noord, alsmede de stadsdeelsecretaris van stadsdeel Zuidoost van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent ondermandaat VTH-managers stadsdelen 2019

27

gemeente zou kunnen worden gebruikt. Dit is een schoolvoorbeeld waarin de gemeente de macht van kennis (nota bene in een contractuele verhouding, waarin partijen gelijkwaardig zijn) gebruikt om de equality of arms te doorkruisen.

3. Gebrek aan transparantie Het achterhouden van overheidsinformatie en de weigering documenten beschikbaar te stellen ondermijnen de juridische mogelijkheden van de burgers en de controle van de gemeenteraad. Voordat op deze Wet openbaarheid van bestuur een beroep wordt gedaan heeft het bestuur eerst informatie achtergehouden of selectief weergegeven. En als een burger eenvoudig bij de behandelend ambtenaar vraagt om even wat stukken te laten zien leidt dat bijna nooit tot resultaat, hoewel dat tien keer eenvoudiger en goedkoper is dan een formele Wob-procedure. Dus zelfs bij deze hoeksteen van het democratisch bestel is de gemeente aan het formaliseren, juridiseren en tegenwerken; Zoals bekend is het voor public watchdogs zoals journalisten van essentieel belang om tijdige en ruime toegang te hebben tot documenten om hun werk goed te kunnen doen (zoals bepaald in het EVRM). Natuurlijk gebeurt dat via gesprekken, raadsbrieven en gepresenteerde onderzoeken, maar daarnaast ook in een heel aantal gevallen via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (de Wob) die mogelijk vervangen wordt door de Wet Open Overheid Woo. Het verstrekken van interne informatie geeft een goede inkijk in de totstandkoming van beleid en besluiten en is essentieel om het politieke en maatschappelijke debat op een goede manier te kunnen voeren.

Hoewel de gemeente Amsterdam dat in juridische procedures nog miskent, hebben public watchdogs (zoals journalisten) in een heel aantal gevallen recht op meer informatie dan in de Nederlandse Wob is voorzien. Denk aan het Tasz-arrest. Uiteraard dient alsnog een cultuuromslag plaats te vinden. Zoals de Rekenkamer al constateerde is er binnen de gemeente Amsterdam een geheimhoudingscultuur. Door veel meer documenten actief te openbaren -ook minder welgevallige- kan het toch al broze vertrouwen van burgers in de overheid vermoedelijk alleen maar verbeteren. Daarvoor is wel de benodigde cultuuromslag nodig. Een omslag die alleen vanaf de leiding ingezet kan worden. Een voorbeeld: begin vanaf heden eens met het verzamelen en actief openbaren van alle documenten die betrekking hebben op de aardgasvrijprojecten (iets dat vrijwel alle Amsterdammers gaat raken). Het hoeft niet moeilijk te zijn. In diverse landen kunnen burgers met een paar muisklikken hele dossiers opvragen, die zij binnen enkele dagen krijgen toegestuurd. In Noorwegen zelfs binnen 4 dagen. Amsterdam zou hier -als de gemeente transparantie en openheid serieus neemt- een voorbeeld aan kunnen nemen en een voortrekkersrol voor Nederland in kunnen spelen.

Nu dit ook in de Wet open overheid was opgenomen (maar na een lobby van minder transparantie-gerichte partijen zoals de VNG is teruggeschroefd), staat het de gemeente Amsterdam natuurlijk vrij om zelfstandig over de invoering van een dergelijk systeem te beslissen. Het vergt een investering, maar levert tegelijkertijd veel winst op omdat veel minder FTE's nodig zijn om documenten te verzamelen en te beoordelen. Het is bovendien sneller en efficiënter. Met hulp van Noorwegen kan een dergelijk register zo worden geïmplementeerd. Dan nog de gevolgen van de toeslagenaffaire. De commissie Van Dam heeft geoordeeld dat het begrip 'persoonlijke beleidsopvatting' regelmatig te ver wordt opgerekt, iets dat ook in Amsterdam dikwijls gebeurt. Het is daarom raadzaam om een nieuw kader te bedenken waarin informatie kan worden geweigerd op grond van artikel 11 (eerste lid) van de Wob, juist ook gezien roep om meer transparantie. Het tweede en derde lid van artikel 11 van de Wob worden in Amsterdam overigens vrijwel nooit toegepast, terwijl die toch ruimte biedt voor meer transparantie.

28

a. Erfpacht, oncontroleerbaar voor erfpachters Erfpacht is een rijke Fundgrube voor voorbeelden. Een kernprobleem is dat de gemeente het nieuwe systeem van eeuwigdurende erfpacht (bewust) zo heeft ingericht dat narekenen en controleren van de uitkomst van de ‘modelmatige’ canonberekening niet mogelijk zou zijn. Voor het niet hoeven openbaar maken van de parameters die de variabele BSQ (buurtstraatquote) bepalen heeft de gemeente zich verschanst achter een reeks verschuivende argumenten die stuk voor stuk zijn omgekegeld (privacy, niet-openbaar-zijn van WOZ-2014, artikel 40 Wet WOZ, nee, artikel 40, lid 2 van diezelfde wet,….) Maar het doorslaggevende argument dat voortvloeit uit uitspraken van Hoge Raad en Raad van State wordt steeds genegeerd. 30 Voorbeelden Een erfpachter wilde wel eens weten wat de rol van het Grondbedrijf/Bureau Erfpacht was geweest bij de totstandkoming van het alles bepalende rapport Schoon Schip van de ‘onafhankelijke’ Grondwaardecommissie. Relevant voor ‘het recht om te weten waarom het bestuur tot een bepaalde keuze is gekomen’. Maar om dit tegen te houden kreeg deze burger een Zuidas-advocaat tegenover zich. Over de besluitvorming ter voorbereiding van de Samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties en de daarbij behorende grondprijzen werden Wob-verzoeken ingediend.

Documenten werden daarbij geweigerd met als argument dat er sprake zou zijn van persoonlijke beleidsopvattingen, wat volgens de Wob een valabel argument zou kunnen zijn, maar niet volgens de Raadsbrief vermeld in voetnoot 6 hierboven. Zelfs voerde men aan “dat de gemeente in haar procespositie onevenredig benadeeld wordt indien deze documenten en elementen van haar interne besluitvorming en afwegingen openbaar worden”.31 Hier komt de equality of arms weer in de knel. Traineren is een tactiek die ertoe kan bijdragen dat de verstrekte informatie de actualiteit overleeft. Wethouder Grondzaken lukte het om op een Wob-Verzoek van De Telegraaf (op verzoek van de gemeente sterk ingeperkt) in 11 maanden tijd slechts 128 documenten te presenteren (en te weigeren). Maar…. intussen heeft het gemeentebestuur besloten om in één klap alle 40.000 (!) documenten betreffende de Vernieuwing van het Erfpachtstelsel openbaar te maken. Dit moet alle genoemde Wob-verzoeken overbodig maken. Het zal ongeveer een miljoen uren kosten om het allemaal te lezen. Nou maar hopen dat dit voor erfpachters werkelijk tot transparantie leidt. Alleen in de eerstvolgende gemeenteraad van 22 april 2021 volgde een beslispunt om een aantal belangrijke documenten voor onbepaalde tijd geheim te verklaren.

Het is hoogst ongebruikelijk om documenten geheim te verklaren nadat er een Wob-verzoek is gedaan om ze op tafel te krijgen en dit draagt bij aan het wantrouwen over hetgeen daar. verborgen wordt gehouden. PM nadere besluitvorming Raad 26-5 Het kernprobleem dat hierboven als eerste voorbeeld is opgenoemd, zal hiermee nog niet zijn opgelost, want dat vereist geen ‘document’, maar het produceren van per straat gebruikte data.

b. Termijnoverschrijding, gebrekkige informatiehuishouding? Terwijl de gemeente Amsterdam al sinds 2017 beterschap belooft met betrekking tot de behandeling van Wob-verzoeken, het ruimhartig openbaren van (ook minder welgevallige) documenten, blijkt in de praktijk nog al te vaak het tegenovergestelde. Allereerst valt op dat in vrijwel alle Wob-verzoeken die door media (maar ook door burgers) worden gedaan de wettelijke termijn met voeten worden getreden. Journalisten die Wob-cursussen hebben gevolgd kunnen zich daar misschien nog gemakkelijk tegen verweren (onder andere door het instellen van beroep wegens-niet tijdig beslissen) maar de rechtszoekende burger weet die weg vaak niet te behandelen. Bovendien zijn daaraan kosten verbonden.

30 Zie https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/9829196/1/-

%2020%20Juridische%20Zaken%20(5)%20bijlage%20rechtskundige_inbreng_black_box_ballegooi 31 Zie https://wob.amsterdam.nl/2020/november/wob-besluit-'vernieuwing-erfpacht/ stuk 20201120 Wob-besluit, pag 4

29

Vaak gehoorde klacht bij bestuursorganen is dat het aantal Wob-verzoeken zo is toegenomen, echter, in Nederland wordt heel weinig geWobt. Ter illustratie: in Noorwegen zijn er gemiddeld 1000 verzoeken per 100.000 inwoners, in de Verenigde Staten 500 per 100.000 inwoners, in het Verenigd Koninkrijk 80 per 100.000 inwoners. In Nederland gemiddeld 10 Wob-verzoeken per 100.000 inwoners. Niet zelden raken Wob-verzoeken (of bezwaarschriften) overigens bij de gemeente Amsterdam kwijt. Wat zou helpen: één digitaal loket waar alle Wob-verzoeken binnen moeten komen. 32 Een samenwerking met de Open State Foundation verdient dan ook aandacht. Hun site is veel gebruiksvriendelijker en sneller dan de site van het Amsterdamse stadsarchief waar elk document nu afzonderlijk van elkaar moet worden gedownload en de documenten niet doorzoekbaar zijn. Deze manier van publiceren heeft de werkwijze juist onnodig ingewikkeld gemaakt. Waarom het wiel opnieuw uitvinden als het is uitgevonden? Omdat mogelijk de informatiehuishouding bij de gemeente niet op orde is, blijkt in de praktijk dat er onevenredig veel tijd moet worden besteed aan het zoeken naar documenten. Als deze zijn aangetroffen, is het in meerdere gevallen gebleken dat de informatie incompleet was.

Dit kan worden ondervangen door een documentenregister (zoals ook in Scandinavische landen het geval is en in het primaire voorstel van de Wet open overheid (Woo) was opgenomen). Stelling: Wob-verzoeken duren veel te lang, soms tot de actualiteit van het probleem is verdwenen of worden simpelweg terzijde gelegd. Voorbeelden Bij een Wob-verzoek naar de besluitvorming over de Meervaart werden weer ruimschoots de termijnen overschreden. De verzoeker werd overladen met papier, maar de juiste stukken zitten er niet bij. De essentiële stukken worden juist weggelaten. Ook adviezen van ambtenaren, tijdens raads- en commissievergaderingen. Belangrijk lijkt bijvoorbeeld een ‘plan B’, genoemd in een bericht van ‘bureaubuhrs.nl'. Wat wel werd openbaar gemaakt, heeft overigens wel voldoende ophef veroorzaakt. Inspraak hoe het nièt moet. Wob-verzoek (kenmerk Z /19/620 393 / 21514 85) door bewoners naar de stukken betreffende de weigering van een hotelexploitatievergunning na de bomaanslag op Hotel Parkview in 2019, is na ruim een half jaar nog niet beantwoord, terwijl de wet daar toch termijnen (4 weken) voor stelt. De bewoners interpreteren dit als een weigering om de informatie, die hun zeker aangaat, te verstrekken. Dan maar naar de bestuursrechter? Waarom die termijnen zo worden overschreden is niet altijd duidelijk, maar gebrekkig informatiebeheer blijkt mede een oorzaak te zijn.

In de zaak betreffende het Wob-verzoek van De Telegraaf over de ontslagvergoedingen aan gemeenteambtenaren verklaarde de burgemeester dat veel gegevens ontbraken door gebrekkig informatiebeheer 33. In een Wob-verzoek over de Commissie Joodse erfpachttegoeden kwamen opeens tijdens de rechtszaak eerder betwiste documenten boven water (ECLI:NL:RBAMS:2020:4587). Bij het Wob-verzoek over de vertrekregeling van brandweercommandant Schaap heeft de burgemeester excuses gemaakt over de trage en chaotische afhandeling. 34 Op een wobverzoek betreffende een culturele aangelegenheid in de gemeente volgt de standaard verdaging van de beslissing. Er volgt daarna een behandeling bij de bezwaarschriftencommissie, maar daarna wordt het stil. Na het instellen van het beroep tegen een fictieve weigering komt er enige dagen voor de behandeling een afwijzende beslissing met een evident verkeerd juridisch argument. Op de zitting voert de gemeente het verweer dat er geen belang meer is bij het beroep. De rechter kijkt lijdelijk toe, vernietigt de beslissing, maar beslist ook dat de gemeente geen nieuwe beslissing meer hoeft te nemen, omdat er geen belang meer is.

32 Zie ook: https://www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/publicaties/openbaar-gemaakte-informatie-na-wob-verzoeken/ 33 Zie https://www.at5.nl/artikelen/195388/halsema-rommeligheid-is-reden-trage-afhandeling-wob-verzoek 34 Zie https://www.at5.nl/artikelen/195388/halsema-rommeligheid-is-reden-trage-afhandeling-wob-verzoek

alsmede https://www.nrc.nl/nieuws/2020/08/05/transparante-overheid-vaak-een-lachertje-a4007903

30

c. Geheimhouding / onterechte weigering Wob-Verzoeken Bij Wob-verzoeken van journalisten valt op dat er te vaak een 'nee tenzij'-principe wordt gehanteerd in plaats van een 'ja tenzij'. In alle door De Telegraaf aanhangig gemaakte Wob-procedures (denk o.a. aan de weigering inzage ontslagvergoedingen, de Damdemonstratie, een Wob-verzoek over erfpacht (VES)) kregen journalisten uiteindelijk meer stukken dan in het eerste besluit was opgenomen. Los van de negatieve publiciteit, gerechtelijke kosten, verontwaardigde rechters en maandenlange vertraging, leidde dat tot meer wantrouwen. Wat houdt de gemeente nog meer achter? Het zou niet moeten lonen om juridische procedures te starten, maar de praktijk leert tot op heden dat dat wel het geval is. Die trend moet natuurlijk gekeerd worden en daarvoor is een 'ja, tenzij' houding nodig. Er heerst vaak onnodige kramp, is onze constatering. Stelling: Ondanks goede voornemens ten aanzien van openbaarheid van bestuur, om beter te presteren dan volgens landelijke voorschriften het minimum zou zijn 35, is de gemeente Amsterdam koploper 36 in geheimhouding. Ook bij Wob-verzoeken wordt nog veel te restrictief en dikwijls te laat of in het geheel niet gereageerd. Voorbeelden UIt antwoorden dd. 6-10-2020 van DB-West op SDC-vragen van augustus 2020 bleek dat B&W voor alle onrechtmatige kamervergunningen een stads-brede oplossing hebben getroffen.

Boeiend is dat B&W hierover niets hebben gepubliceerd. Op een Wob-verzoek werd veel brisante informatie verstrekt behalve deze oplossing. Een formele bezwaarprocedure loopt nog. Overdreven weglakken van passages uit de documenten is niet altijd te controleren, behalve als zelfs de naam van de burgemeester en het logo van de stad worden weggelakt. 37 Bij een vraag naar stukken over het door de gemeente gevoerde beleid ten aanzien van het Stedelijk Museum, werd na het horen van de bezwaarde (van welke hoorzitting geen behoorlijk verslag was gemaakt), pas een beslissing op het bezwaarschrift gegeven nadat er een beroep tegen een fictieve weigering bij de Rechtbank was ingesteld. Toen kwam er een gedeeltelijke negatieve beslissing met een beroep op een juridisch precedent dat niet van toepassing was, hetgeen de gemeente bij de rechtbank moest toegeven, om vervolgens het verweer te voeren dat de appellant geen belang meer had bij een beslissing op het bezwaarschrift.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469487/1