CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bomen-Effect-Analyse-Nulmeting

RAAD 30 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Middenmeer I en II, herziening Archimedesplantsoen 87VN2022-0298923.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nulmeting

Nulmeting Archimedesplantsoen Amsterdam

1 - 23

Nulmeting

Colofon

Opdrachtgever Contactpersoon Klantnummer Projectnummer

: : : :

Yuverta mw. M. Vroom 1016156 22-05280

Bedrijfsgegevens Controleur Rapportage Controleur E-mail

: : : : :

Donker Groen dhr. M. Visch, Tree Technician dhr. M. Visch dhr. W. Jansen mario.visch@donkergroep.com

Project Plaats Datum Bestandsnaam

: : : :

Archimedesplantsoen 87 Amsterdam 19 oktober 2022 nulmeting Archimedesplantsoen Amsterdam

Copyright Donker Groep B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën, opname, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Donker Groep B.V. Eventuele schades ontstaan bij gebruik van de gegevens uit deze rapportage kunnen niet worden gereclameerd bij Donker Groep B.V. 2 - 23

Nulmeting

SAMENVATTING Dit rapport beschrijft de resultaten van de nulmeting, uitgevoerd op 12 oktober 2022. Deze nulmeting is uitgevoerd ter voorbereiding op de voorgenomen planontwikkeling door Yuverta scholen voor de locatie Yuverta Amsterdam Oost aan het Archimedesplantsoen 87 te Amsterdam. Hier wordt het huidige schoolterrein aangepast en het nieuwe scholencomplex ontwikkeld. Op het complex zijn bomen aanwezig in de vorm van solitaire bomen, rand beplanting en als groene aankleding op de pleinen. Voorafgaand aan de nulmeting heeft een inmeting plaatsgevonden waarbij de gegevens zijn verwerkt en als basis voor de nulmeting zijn gebruikt. Tijdens de nulmeting zijn de bomen genummerd en zijn de boomspecifieke kenmerken opgenomen en wordt de locatie op kaart weergegeven. Vervolgens zijn de conditie en kwaliteit per individuele boom beoordeeld en verwerkt in de rapportage. Hierbij is uitgegaan van de kwaliteit van de bomen wanneer er geen werkzaamheden zouden plaatsvinden. Het advies is verwoord in hoofdstuk 4 Conclusie en advies. Voorafgaand aan de werkzaamheden adviseren wij tevens om een BEA met boombeschermingsplan op te stellen voor het duurzaam behoud van de bomen gedurende de uitvoeringsfase.

3 - 23

Nulmeting

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ....................................................................................................................................... 5

1.1

Doelstelling van de nulmeting ........................................................................................... 5

1.2

Locatie en werkzaamheden .............................................................................................. 5

1.3

Onderzoeksmethode ......................................................................................................... 6

1.4

Toegepaste stukken .......................................................................................................... 6

2

NULMETING .................................................................................................................................... 7

2.1

Inventarisatie ..................................................................................................................... 7

2.2

Bevindingen nulmeting ...................................................................................................... 9

2.3

Quickscan flora en fauna in en rondom de boom ........................................................... 11

2.4

Optimale groeiomstandigheden ...................................................................................... 11

3

DE BOOM EN HET PROJECT ..................................................................................................... 13

3.1

Afkadering nulmeting ...................................................................................................... 13

3.2

Projectinvloed .................................................................................................................. 14

3.3

Conclusie nulmeting ........................................................................................................ 15

4

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................. 16

BIJLAGEN ............................................................................................................................................. 17

Bijlage 1: Biologische en mechanische afwijkingen ................................................................... 17 Bijlage 2: Conditiebeoordeling Dr. A. Roloff ............................................................................... 17 Bijlage 3: Foto’s bij bevindingen ................................................................................................. 18 Bijlage 4: Bomenposter .............................................................................................................. 20 Bijlage 5: Begrippenlijst .............................................................................................................. 22

4 - 23

Nulmeting

1

INLEIDING

1.1 Doelstelling van de nulmeting Donker Groen heeft op 29 augustus van Yuverta de aanvraag ontvangen om een nulmeting uit te voeren bij Yuverta Linnaeus aan het Archimedesplantsoen 87 te Amsterdam. Hier wordt het terrein van het scholencomplex gerevitaliseerd. De nulmeting geeft een beeld van de kwaliteit en kwantiteit van de op het perceel aanwezige bomen. Bij deze beoordeling wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de boom in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden in zijn huidige verschijningsvorm en op zijn huidige standplaats duurzaam behouden moet kunnen blijven. Daarnaast is de projectinvloed bekeken op basis van het huidige conceptontwerp om een globaal beeld van de mogelijke conflictsituaties van de projectontwikkeling op de aanwezige bomen te geven. Specifieke onderzoeksvragen zijn: • Opname bomenbestand, conditie, soort, maat (algemene gegevens). • Eventuele gebreken per boom in kaart brengen. • Plattegrond maken met locatie boom.

1.2 Locatie en werkzaamheden De aanleiding voor deze nulmeting ten behoeve van de BEA zijn de voorgenomen werkzaamheden op het perceel betreffende de planontwikkeling van het scholencomplex en de openbare bibliotheek welke mogelijk invloed hebben op de groeiomstandigheden van de bomen op ditzelfde perceel. Op het moment van binnenkomst van deze aanvraag verkeerde het project betreffende de aanleg in de VO-(voorlopig ontwerp)fase. Onderstaande kaart is een weergave van de locatie.

Afb. 1: Plattegrond huidige en verwachte situatie

5 - 23

Nulmeting

1.3 Onderzoeksmethode De nulmeting wordt uitgevoerd middels een VTA (Visual Tree Assessment), waarbij de boom wordt gecontroleerd op de mechanische opbouw en mogelijke mechanische of biologische gebreken (uitleg onder bijlage 2). Echter, met de nulmeting wordt alleen gekeken naar de conditie van de boom en niet naar de gevaarzetting, hetgeen bij een VTA wel gebruikelijk is. Met de resultaten van de nulmeting wordt een eerste schifting gemaakt tussen de behoudenswaardige en dode bomen, wat uitsluitend is gebaseerd op de huidige conditie van de bomen. Deze resultaten zijn gepresenteerd in hoofdstuk 2. 1.4 Toegepaste stukken Om een gedegen nulmeting uit te kunnen voeren is gebruik gemaakt van een aantal documenten en tekeningen. Dit betreft de volgende stukken: Document

Documentnaam

Handboek Bomen 2022

Handboek Bomen 2022, Norminstituut Bomen

Stadsbomen vademecum 3a

Boomcontrole en onderzoek

Bureau voor Stedebouw en Architectuur Wim de Bruin

Project nummer 31107 VO-050

Kadastrale kaart

https://kadastralekaart.com

Tabel 1: Overzicht toegepaste stukken

6 - 23

Nulmeting

2

NULMETING

2.1 Inventarisatie Alvorens de nulmeting ten behoeve van de BEA kan worden uitgevoerd moeten eerst algemene gegevens over het bomenbestand worden verzameld. In onderstaande tabel zijn deze gegevens weergegeven. De boomnummers die zijn toegekend aan de bomen zijn afgebeeld op de tekening op afbeelding 2. Nr.

Boomsoort

Diameter (cm)

1

Carpinus betulus (haagbeuk)

2 stam 13 + 10

Betula pendula (ruwe berk) Alnus glutinosa (els) Crataegus X lavallei (meidoorn) Qurecus robur (zomereik) Robinia pseudoacacia (schijn acacia)

24

Quercus robur (eik) Ginkgo biloba (Japanse notenboom) Carpinus betulus (haagbeuk) Sorbus intermedia (Zweedse meelbes)

46

Acer platanoides Gobosum (bolesdoorn) Acer platanoides Gobosum (bolesdoorn) Acer platanoides Gobosum (bolesdoorn) Laburnum X watereri ‘Vossii’ (gouden regen) Crataegus X lavallei (meidoorn)

17

Salix alba (gewone wilg) Liquidambar styraciflua (amberboom)

105

2 3 4 5 6 7 8 9 10

11

12

13

14

15 16 17

7 - 23

64

20 16

42

27 43

15

Hoogte (m1)

Standplaats

Conditie

Maatregel

6

Beplanting

Goed

Geen

Goed

Geen

Goed

Geen

Beplanting

Goed

Geen

Beplanting

Goed

Geen

Beplanting

Goed

parkeerplaats

matig

Beplanting

Goed

Dood hout Dood hout Geen

Beplanting

Goed

Geen

Beplanting

Goed

Geen

Goed

Geen

Bestrating

Goed

Geen

Bestrating

Slecht

Beplanting

Goed

plantenbak

Matig

9,6 20,4 6 7,6 12 16 9,6 11,7 5

Beplanting Bestrating

Bestrating 3

11 3 10 3

27

4

21 4

47

20 15

Geen

Geen Gras

Goed

Gras

Goed

Geen Geen

Toelichting

Oude bastschade

Kap i.v.m. projectplan Insterven kroon

Kap i.v.m. projectplan Behoud bij projectplan niet mogelijk Behoud bij projectplan niet mogelijk Behoud bij projectplan niet mogelijk Behoud bij projectplan niet mogelijk Behoud bij projectplan niet mogelijk Behoud bij projectplan niet mogelijk

Nulmeting

Nr.

18 19 20

21 22 23 24 25

26 27 28

Boomsoort

Diameter (cm)

Salix X sepucralis ‘Tristis’ (treurwilg) 85 Betula pendula ‘Yongii’ (prieelberk) 24 Ulmus Glabra ‘Camperdouwnii’ 22 (prieel-iep) Styphnolobium japonica 70 (honingboom) Salix babylonica 23 (kronkelwilg) Salix babylonica 37 (kronkelwilg) Platanus acerifolica (plataan) 135 Metasequoia glyptostroboides 79 (watercipres) Platanus acerifolica (plataan 90 Platanus acerifolica (plataan Salix alba (gewone wilg)

84 80

Prunus serrulata 24 (sierkers) Crataegus X lavallei 2 stam 30 (meidoorn) 15 + 20 Tabel 2: Inventarisatie bomenbestand 29

8 - 23

Hoogte (m1)

Standplaats

Conditie

Gras

Goed

Gras

Goed

4

Gras

Goed

Geen

16

Gras

Goed

Geen

Beplanting

Goed

Geen

Beplanting

Goed

Geen

Bestrating

Goed

Geen

22

Beplanting

Goed

Geen

23

Beplanting

Goed

Geen

18 4

9 11 20,2

23 16 3 4

Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting

Goed Goed Voldoende Goed

Maatregel

Toelichting

Geen Geen

Geen Geen Geen

Geen

Is gekandelaberd

Nulmeting

2.2 Bevindingen nulmeting Gelijktijdig met de inventarisatieronde is een nulmeting uitgevoerd. In onderstaande tabel zijn de bevindingen, voortkomend uit deze nulmeting, genoteerd. De conditiebeoordeling bij deze bevindingen is gebaseerd op de classificering gehanteerd door Dr. A. Roloff (zie bijlage 3). Naar aanleiding van deze beoordeling is bepaald of de boom behouden kan blijven of moet worden gerooid. Het is belangrijk te weten dat dit oordeel uitsluitend is gebaseerd op de huidige conditie, zonder rekening te houden met toekomstige werkzaamheden. Nr.

Conditie

Mechanische gebreken

Toekomstverwachting

1

Goed

Geen, 2-stammig

> 15 jaar

2

Goed

Geen

> 15 jaar

3

Goed

Oude stam/snoeiwonden

> 15 jaar

4

Goed

Geen

> 15 jaar

5

Goed

Geen

> 15 jaar

6

Goed

Grof dood hout

> 15 jaar

7

Matig

Grof dood hout

10-15 jaar

8

Goed

Geen

> 15 jaar

9

Goed

Geen

> 15 jaar

10

Goed

Geen

> 15 jaar

11

Goed

Geen

> 15 jaar

12

Goed

Geen

> 15 jaar

13

Goed

Geen

> 15 jaar

14

Goed

Geen

> 15 jaar

15

Goed

Geen

> 15 jaar

16

Goed

Geen

> 15 jaar

17

Goed

Geen

> 15 jaar

18

Goed

Geen

> 15 jaar

19

Goed

Geen

> 15 jaar

20

Goed

Geen

> 15 jaar

9 - 23

Maatregel Boombescherming Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Behouden Kap i.v.m. planvorming Behouden/ Boombescherming Onderhoudssnoei Behouden Boombescherming Kap i.v.m. planvorming Behoud bij projectplan niet mogelijk Behoud bij projectplan niet mogelijk Behoud bij projectplan niet mogelijk Behoud bij projectplan niet mogelijk Behoud bij projectplan niet mogelijk Behoud bij projectplan niet mogelijk Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming

Nulmeting

21

Goed

Geen

> 15 jaar

22

Goed

Geen

> 15 jaar

23

Goed

Geen

> 15 jaar

24

Goed

Geen

> 15 jaar

25

Goed

Geen

> 15 jaar

26

Goed

Geen

> 15 jaar

27

Goed

Geen

> 15 jaar

28

Goed

Geen

> 15 jaar

29

Voldoende

Geen

10-15 jaar

30

Voldoende

Geen

10-15 jaar

Tabel 3: Bevindingen en maatregelen

10 - 23

Behouden Boombescherming, Overhang bij gebouw snoeien Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Overhang bij gebouw snoeien Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Overhang bij gebouw snoeien Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming Behouden Boombescherming

Nulmeting

2.3 Quickscan flora en fauna in en rondom de boom Gelijktijdig met de nulmeting is een quickscan met betrekking tot de flora en fauna in en rondom de boom uitgevoerd. Conform de Wet natuurbescherming is het verplicht om bij werkzaamheden vooraf te controleren of de flora en fauna hiervan hinder gaat ondervinden. Deze bevindingen kunnen gevolgen hebben voor de in de BEA te presenteren oplossingen. In onderstaande tabel zijn deze bevindingen genoteerd. Let wel: dit zijn alleen bevindingen voor de flora en fauna in de boom en in de directe omgeving van de boom. Deze bevindingen zeggen dus niets over de gevolgen van de (bouw)werkzaamheden voor de flora en fauna. Nr.

Alle bomen

Aangetroffen flora en fauna Er zijn geen projectbelemmerende waarnemingen inzake flora en fauna en rust- en verblijfsplaatsen aangetroffen bij de controle van het werkgebied en de betreffende bomen.

Gevolgen voor het project Controleren voor het uitvoeren van maatregelen. Indien flora en fauna aanwezig zijn moeten de werkzaamheden worden uitgesteld en de werkwijze worden aangepast (in overleg met een ecoloog bepalen van de vervolgstappen).

Tabel 4: Flora en fauna 2.4 Optimale groeiomstandigheden Om een goed beeld te kunnen krijgen van de invloeden van de geplande werkzaamheden op de groeiomstandigheden van de bomen, is kennis van de groeiplaatsaspecten van de boom noodzakelijk. In onderstaande subparagrafen worden de belangrijkste groeiplaatsaspecten van de boom beschreven. Nutriëntenkringloop Een boom heeft voedingsstoffen nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Deze nutriënten komen grotendeels voort uit de afbraak van organisch stof. Deze organische stof is voor een groot deel afkomstig van plantenresten, zoals afgevallen blad of takken welke via een open bodem en afbraakprocessen aan de boom beschikbaar worden gesteld. Wanneer er sprake is van een scheidingslaag tussen de bovengrondse en ondergrondse ruimte, bijvoorbeeld bij het aanbrengen van een verhardingslaag of bebouwing, wordt deze nutriëntenkringloop onderbroken. Een voedingstekort ontstaat met een groeistagnatie van de boom tot gevolg. Zuurstofgehalte Alle processen die zich in een boom afspelen om de boom in leven te houden en groei mogelijk te maken kosten energie. Om deze energievrij te maken worden suikers verbrand, een proces waarvoor zuurstof benodigd is. De zuurstof wordt via de wortels opgenomen. Om voldoende zuurstof aan de boom beschikbaar te kunnen stellen is een mate van porositeit van de bodem noodzakelijk.

Bij een te lage porositeit (niveau afhankelijk van de boomsoort) zal een zuurstoftekort ontstaan. De boom neemt voedingselementen minder goed op en wordt minder weerbaar tegen giftige stoffen. Deze situatie kan ontstaan bij verdichting van de bodem, door bijvoorbeeld het aanbrengen van verhardingen of het berijden van de bodem rondom de boom met machines. Dit kan leiden tot groeistagnatie of het afsterven van de boom. Vochtgehalte Vocht (water) is het middel waarmee stoffen door de boom worden getransporteerd. Daarnaast bestaat 80-90% van de boom uit water. Naast het verbruik van vocht in de processen van de boom verdampt ook een deel van het vocht. Wanneer dit verbruikte vocht niet wordt aangevuld ontstaat een vochttekort, waardoor de boom niet meer in staat is tot fotosynthese (en dus groei). Echter, teveel vocht in de bodem kan leiden tot een zuurstoftekort wat, zoals beschreven onder de kop “zuurstofgehalte”, kan leiden tot ernstige gebreken. Een vochttekort kan ontstaan door het aanbrengen van een afsluitende laag op maaiveldniveau zoals verharding of door bronbemaling. Een vochtoverschot kan veroorzaakt worden door het dichtsmeren van de poriën in diepere lagen van de bodem, waardoor een soort badkuipeffect ontstaat. In beide gevallen kan dit leiden tot groeistagnatie of het afsterven van (delen van) de boom.

11 - 23

Nulmeting

Doorwortelbare ruimte Een boom heeft ondergronds ruimte nodig om het wortelgestel te ontwikkelen. Dit wortelgestel is nodig voor stabiliteit en de opname van vocht, zuurstof en nutriënten. Wanneer de boom in kroonomvang toeneemt, moet het wortelgestel meegroeien om de behoefte aan voeding, zuurstof en vocht door de kroon te kunnen bijbenen. Hetzelfde geldt voor de stabiliteit van de boom. Een vaak gebruikte vuistregel die hierbij gesteld wordt is een m3 doorwortelbare ruimte per levensjaar. Wanneer de boom in de ondergrondse groeiruimte beperkt wordt zal de groei van de boom stagneren. Deze beperking in groeiruimte ontstaat in veel gevallen door in de grond aangebrachte civiele constructies, zoals puinfunderingen van wegen, funderingen van bebouwing of rioleringen. Naast groeistagnatie kan dit uiteindelijk leiden tot een verkorting van de levensduur van de boom. Vrije uitgroeiruimte kroon Een boom ontwikkelt zich bovengronds door zowel lengte- als breedtegroei. Bij vrije uitgroeiruimte bereikt de boom een evenwichtige kroon wat naast stabiliteit ook een fraai beeld geeft. Wanneer de kroon geen vrije uitgroeiruimte heeft kan dit gevolgen hebben voor zowel de visuele als conditionele kwaliteit van de bomen. Een beperking in bovengrondse groeiruimte kan ontstaat door andere, dichtbij de boom groeiende, bomen of door de aanwezigheid van bebouwing.

Dit kan zorgen voor instabiliteit, achteruitgang van de beeldkwaliteit of vermindering van de levensverwachting.

12 - 23

Nulmeting

3

DE BOOM EN HET PROJECT

3.1 Afkadering nulmeting De nulmeting vormt het uitgangspunt voor het onderzoek. Op onderstaande kaart zijn de bomen in het onderzoeksgebied weergegeven. Uit de nulmeting is een aantal maatregelen gekomen die inzicht geven in de huidige conditie van het bomenbestand. Op onderstaande kaart zijn alle bomen op het perceel weergegeven. In het vervolgtraject zal met de gegevens van de nulmeting van de bomen, de overige benodigde onderzoeken naar invulling van de benodigde ruimte voor de planontwikkeling en de inmeting van de locatie een modellenstudie worden uitgevoerd. In de fase modellen-studie wordt samen met de eigenaar, ontwikkelaar en bouwkundig architect bekeken welke wensen er liggen voor dit gebied. Met bouwvolumes en aantallen zal geschoven worden om te bepalen wat het daadwerkelijk programma van eisen is en hoe er een optimale situatie gecreëerd kan worden voor ontwikkeling en het behoud van waardevolle bomen. Wanneer tijdens het traject blijkt dat er bomen moeten wijken zal hier gezocht worden naar een goede compensatie in overleg met diverse partijen.

Afb. 2: Locatie en bomen opgenomen in de nulmeting

13 - 23

Nulmeting

3.2 Projectinvloed De in de voorgaande paragraaf genoemde groeiaspecten van de boom zijn weggezet tegenover de voorgenomen werkzaamheden op het naastgelegen perceel. In onderstaande tabel is een prognose opgesteld voor alle bomen betreffende de verwachte invloed van de werkzaamheden op de groeiomstandigheden. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen een directe en indirecte invloed. Met een directe invloed worden alle werkzaamheden bedoeld die binnen de groeiplaats van de boom plaatsvinden. Een indirecte invloed betreft werkzaamheden op afstand, zoals bronbemaling, welke indirect invloed kunnen hebben op de groeiomstandigheden. De prognoses worden door middel van een op te stellen BEA bevestigd dan wel ontkracht indien de definitieve planvorming bekend is. Nr. 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 29, 30 6, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25 26, 27, 28

Verwachte projectinvloed

Oorzaak invloed

Gevolg invloed Bovengrondse takschade, verdichten bodem en beschadigen wortels, beperking in doorwortelbare ruimte Groeiplaats vervalt, verlies doorwortelbare ruimte

Onderzoeksmethode Visueel vaststellen benodigde groeiruimte

Direct

Bouw- en sloopwerkzaamheden

Direct

Realisatie gebouw

Direct

Bouw- en sloopwerkzaamheden

Verdichten bodem, beschadigen wortels, beperking in doorwortelbare ruimte

Visueel vaststellen benodigde groeiruimte en graven proefsleuf

Direct

Bouw- en sloopwerkzaamheden

Verdichten bodem, bovengrondse takschade, ophoging en beschadigen wortels

Visueel vaststellen

Visueel vaststellen benodigde groeiruimte

Tabel 5: Projectinvloeden Tijdens de controle is tevens gebleken dat het bomenbestand op het terrein grotendeels bestaat uit bomen langs de gebouwen, parkeerplaats, schoolpleinen en langs de ontsluitingswegen. Uit de boomcontrole komt naar voren dat een deel van de bomen zich in de volwassen fase bevindt en beeldbepalend en beschermwaardig zijn. Een deel van de overige beplanting op de schoolplein bestaat verder uit vormbomen en overige groeninvulling waarvan door de huidige planvorming de groeiplaats vervalt. Bij de voorgenomen planontwikkeling is het beter om de betreffende beplanting te vervangen door nieuwe en hierbij te investeren in groeiplaatsen met toekomstperspectief. In het groene tuingedeelte betreft het behoudenswaardige bomen van diverse soorten welke een ecologische waarde hebben die nog niet door jong aan te planten bomen vervuld kan worden en tot de hoofdgroenstructuren behoren. Voorafgaand aan de bouw wordt hiervoor geadviseerd een boombeschermingsplan op te stellen.

14 - 23

Nulmeting

3.3

Conclusie nulmeting

Verwachte projectinvloed Goed

Voldoende

Onvoldoende

Slecht

Zeer slecht

Legenda:

Kaart verwachte projectinvloed (SO-02 CONCEPT B 1_200 pdf)

Uitleg projectinvloed Goed ++ Project heeft geen ('noemenswaardige') belemmerende invloed op de duurzaame handhaving van de boom Voldoende + Project heeft een beperkte belemmerende invloed op de duurzame handhaving van de boom Onvoldoende Project heeft een belemmerende invloed op de duurzame handhaving van de boom Slecht -- Project heeft een aanzienlijk belemmerende invloed op de duurzame handhaving van de boom Zeer slecht x Project heeft een fatale belemmerende invloed op de duurzame handhaving van de boom

Nb. De bomen zijn nog niet allemaal ingemeten. De locatie op de kaart is een benadering van de werkelijke groeiplaats.

15 - 23

Nulmeting

4

CONCLUSIE EN ADVIES

4.1 Bevindingen nulmeting Gezien de geplande werkzaamheden op het perceel is deze nulmeting uitgevoerd om vast te stellen of de boom in zijn huidige verschijningsvorm en op zijn huidige standplaats duurzaam behouden kan blijven. Dit onderzoek heeft geresulteerd in maatregelen om dit duurzame behoud van de boom mogelijk te maken dan wel de boom te rooien. Onderstaand volgt een opgave van deze maatregelen. De geplande bebouwing komt tegen en soms over de erfgrens van boomnummer 6, 9, 10, 11, 12, 13, 14 en 15 en vindt plaats over, dan wel binnen de groeiplaats van de bomen. Hierdoor zal er significante wortelkap van het wortelgestel en verdichting van de groeiplaats moeten plaatsvinden om dit te kunnen realiseren. De noodzakelijke kap van wortels zal gevolgen hebben voor de stabiliteit en conditie en vormen een invalspoort voor parasitaire schimmels. Deze bomen hebben derhalve zonder projectaanpassing geen toekomstperspectief waardoor geadviseerd wordt deze bomen te kappen of een projectaanpassing te laten plaatsvinden. Voor het kappen van de bomen is een kapvergunning noodzakelijk waarbij geadviseerd wordt om de groenwaarde te compenseren. Wij adviseren het toepassen van boombescherming voor de overige bomen op het te ontwikkelen bouwperceel, de tuin en de naastgelegen groenstrook. Het betreft hier voor de omgeving zeer beeldbepalende bomen met een biodivers sortiment.

Bomen van deze grootte vervullen een maatschappelijke en ecologische waarde die niet door aanplant van kleine bomen vervuld kan worden. Wij adviseren dringend om middels boombeschermende maatregelen de fysieke betreding van de kwetsbare boomzone te beperken. Dit kan door deze af te schermen met stambescherming en te werken conform de Bomenposter (zie bijlage 4: poster “Werken rond bomen”). De poster wordt zichtbaar in de keet en nabij de boom op het hekwerk aangebracht en mag pas verwijderd worden als de van invloed zijnde werkzaamheden zijn afgerond. De maatregelen dienen tijdens de uitvoering gecontroleerd te worden door een ter zake deskundige medewerker; minimale vereiste European Tree Worker.

16 - 23

Nulmeting

BIJLAGEN Bijlage 1: Biologische en mechanische afwijkingen Biologische aspecten - Blad (bezetting, kleur en grootte) - Scheutlengte - Vertakkingspatroon - Scheutsterfte/vorming van dood hout - Schimmels - Aantastingen (o.a. insecten) - Wondovergroeiing

-

Bijlage 2: Conditiebeoordeling Dr. A. Roloff

17 - 23

Mechanische aspecten Breukgevoeligheid Verzwakkingssymptomen (verdikking, ribvorming) Beschadigingen (holtes, scheuren) Takken (aanhechting, uitzakking) Afwijkende bastpatronen Ingezonken bastdelen Stabiliteit Scheefstand (grondscheuren, kruinvolume) Wortelaanzetten (ontbrekend, verdikt, vorming adventiefwortels) Verdikte stamvoet

Nulmeting

Bijlage 3: Foto’s bij bevindingen

Boom 1: Carpinus vlakbij de gevel in de tuin

Boom 6: Robinia te kappen voor planvorming

Boom 9: Carpinus te kappen voor planvorming

Boom 13: Bolesdoorn te kappen voor planvorming

18 - 23

Nulmeting

Boom 14: Bolesdoorn te kappen voor planvorming

Boom 25: Metasequoia behoudenswaardig

19 - 23

Boom 21: Honingboom behoudenswaardig

Boom 26 en 27: Plataan behoudenswaardig en beeldbepalend

Nulmeting

Bijlage 4: Bomenposter

20 - 23

Nulmeting

21 - 23

Nulmeting

Bijlage 5: Begrippenlijst Uitleg gebreken Gebrek

Bastnecrose

Locatie

Stam

Kroon Dierlijke aantasting

Stam/ Stamvoet

Uitleg Betreft het afsterven van de bast. De oorzaak is niet altijd duidelijk, maar kan veroorzaakt worden door schimmels, insecten, en bij bomen met een dunnere schors door vorst of de zon. Aantasting, vaak op het blad, waardoor de conditie van de boom achteruit gaat of gevaarlijk is voor de gezondheid van mensen. Met name bast- en houtborende insecten, die de bast kunnen doen afsterven of de stabiliteit ondermijnen.

Dood hout > 4cm

Kroon

Dode takken, met een doorsnede groter dan 4 cm, geven een risico op schade bij af-/uitbreken.

Foutstandige takken

Kroon

Takken die door de groeiwijze of aanhechting een grote kans hebben op af-/uitbreken.

Lekpitten

Stam

Als “lekkage” ogende plek op de stam, als gevolg van een schimmelaantasting.

Kroon

Takken die door een verkeerde lengte-/dikteverhouding kunnen gaan scheuren of afbreken.

Mechanische gebreken Stam

Rot/holte

Kroon/Stam/ Stamvoet Kroon

Schade

Scheefstand

Stam/ Stamvoet

Stamvoet

Kroon Schimmels Stam/ Stamvoet

22 - 23

Vaak in de vorm van scheuren, welke kunnen ontstaan door vorst of extreme mechanische belasting zoals wind, zware sneeuwval of ijzel. Ontstaat vaak door een uitgebroken tak, door toedoen van een specht of een andere beschadiging. Dit beïnvloedt de stabiliteit. Gebroken takken, schade door menselijk toedoen. Verwonding aan de stam. Deze verwonding vormt een invalspoort voor schimmels en houtborende insecten. Binnen dit gebrek maken we onderscheid tussen scheefstand en scheefgroei. Scheefgroei is meestal geen probleem. Dit duidt op het feit dat de boom zich aanpast aan zijn groeiomstandigheden. Scheefstand kan duiden op een instabiele situatie, door graafschade of extreme windbelasting.

Een schimmel (paddenstoel) kan de stabiliteit van een tak ernstig ondermijnen, waardoor de kans op af-/uitbreken groter wordt. Paddenstoelen die uit de boom groeien zijn vaak parasitair en kunnen het levende houtweefsel aantasten, waardoor de boom kan afbreken of omvallen.

Nulmeting

Verdikking/ribben

Schurende takken

23 - 23

Stam/ Stamvoet

Dit kan duiden op een oude overgroeide (stam)schade, een overgroeide lengtescheur of holte. Dit geeft een zwakte aan.

Dit zijn takken die tegen elkaar aankomen en door de wind continu tegen elkaar aan schuren, wat een verwonding aan beide takken oplevert. Dit kan tot gevolg hebben dat de takken afbreken. Tevens levert dit een invalspoort op voor schimmels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12114739/1