Bijlagen uitwerkingsbesluit d.d. 27-05-2025_Definitief.pdf
Tekst van het document
BIJLAGEN UITWERKINGSBESLUIT Versie: d.d. 27 mei 2025 Inhoud Bijlagen 1.
Toekomstige inrichting vanaf 1 januari 2026 .............................................................. 2
2.
Uitgangspunten ontvlechting ..................................................................................... 19
3.
Implementatieplan 1-1-2026 ........................................................................................ 28
4.
Kosten ontvlechting .................................................................................................... 36
5.
Risicoanalyse ............................................................................................................... 43
6.
Samenwerkingsovereenkomst ................................................................................... 48
7.
Concept plan van scheiding ....................................................................................... 51
8.
Formele ontvlechtingshandelingen............................................................................ 55
9.
Toelichting 11 voorwaarden splitsing ........................................................................ 59
10.
Afhandeling moties en amendementen ..................................................................... 62
Bijlagen 1.
Toekomstige inrichting vanaf 1 januari 2026
1.1 Inleiding 1.1.1 Doel inrichting 1 januari 2026 Deze bijlage dient om inzicht te geven in de contouren van de inrichting van de twee nieuwe organisaties per 1 januari 2026 (Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en de aangepaste stichting) en de bijbehorende samenwerking tussen deze organisaties. Komende periode worden de contouren nader uitgewerkt tot een organisatieplan en een detailontwerp voor beide organisaties. Ook de wijze waarop wordt samengewerkt tussen beide organisaties en de bijbehorende samenwerkingsafspraken worden de komende periode nader uitgewerkt. De exacte planning hiervoor staat opgenomen in Bijlage 3. Implementatieplan 1-1-2026. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende kaders zoals het sociaal statuut inclusief aanvullende afspraken, de uitgangspunten voor deze ontvlechting en wat haalbaar is op 1 januari 2026 gegeven de context van de huidige organisatie Waternet. 1.1.2 Totstandkoming Met het besluit zoals genomen in de zomer van 2024 is overeengekomen dat Waternet ontvlochten zal worden en dat hier een definitief Uitwerkingsbesluit voor genomen dient te worden.
In de voortgangsbrief van 3 december 2024 zijn richtinggevende bestuurlijke uitspraken benoemd over het voortbestaan van de naam Waternet, het voortbestaan van de huidige stichting als juridische entiteit, en het toewerken naar twee onderdelen binnen de toekomstige stichting met zoveel mogelijk eigen sturing. De richting betrof: • De naam Waternet en stichting Waternet gaan op termijn verdwijnen. Amsterdam zal tijdelijk na ontvlechting haar taken voortzetten binnen de e aangepaste stichting, zodat er voldoende tijd is om de organisatievorm te bepalen waarbinnen ze haar taken wil (laten) uitvoeren. • Vanaf 1 januari 2026, zodra helder is welke werkzaamheden in welke entiteiten worden voortgezet, wordt het gebruik van de naam Waternet uitgefaseerd. Om te voorkomen dat er voor een korte periode extra ontvlechtingskosten zullen ontstaan, wordt dit op een pragmatische manier gedaan. • Op korte termijn worden de taken georganiseerd in twee organisatieonderdelen binnen de toekomstige stichting: een onderdeel ‘Drinkwater’ en een onderdeel ‘Riolering en overige waterbeheertaken’. Hierbij wordt uit oogpunt van flexibiliteit en wensen van de toezichthouders toegewerkt naar zoveel mogelijk zelfstandige aansturing, eigen ondersteuning en financiële en personele administratie.
Op basis van de het besluit en de bestuurlijke inrichting die is meegegeven zijn opbouwteams voor AGV en AMS aan de slag gegaan en hebben zij de contouren van de inrichting van organisaties uitgewerkt. Dit heeft geleid tot de totstandkoming van de voorliggende bijlage met betrekking tot inrichting en samenwerking per 1 januari 2026. Deze contouren worden de komende periode nader uitgewerkt tot een detailinrichting die werkbaar en haalbaar is op 1 januari 2026. 1.1.3 Leeswijzer In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan bod.
• • • •
Uitgangspunten inrichting en samenwerking 1 januari 2026 Inrichting AGV per 1 januari 2026 Inrichting de aangepaste stichting per 1 januari 2026 Samenwerking per 1 januari 2026
2
1.2 Uitgangspunten inrichting vanaf 1 januari 2026 De uitgangspunten voor inrichting zijn bepalend voor de uitwerking van de organisaties en de bijbehorende samenwerking per 1 januari 2026. Deze zijn opgesteld door de opbouwteams van zowel AGV als de aangepaste stichting (Drinkwater (DW) en Amsterdamse Riool & Watertaken (ARW)). Deze lijst is tot stand gekomen via een zorgvuldig en stapsgewijs proces waarin ook de bestuurlijke wensen zijn geborgd. Deze uitgangspunten zijn onder voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring. Om overzicht te houden en het onderscheid duidelijk te maken tussen de toepassing van diverse uitgangspunten, zijn de uitgangspunten verdeeld in vier categorieën: • Randvoorwaarden inrichting en samenwerking: Deze uitgangspunten stellen de kaders voor de inrichting en samenwerking, ze zijn randvoorwaardelijk en staan niet (meer) ter discussie.
• Algemene uitgangspunten inrichting en samenwerking: Deze zijn richtinggevend voor de uitwerking van de inrichting en de wijze van samenwerken beide organisaties • Uitgangspunten inrichting AGV: Deze zijn richtinggevend voor de uitwerking van de inrichting voor specifiek AGV (opgenomen in subhoofdstuk inrichting Amstel, Gooi en Vecht per 1 januari 2026) • Uitgangspunten inrichting de aangepaste stichting: Deze zijn richtinggevend voor de uitwerking van de inrichting per 1 januari 2026 voor specifiek AGV (opgenomen in subhoofdstuk inrichting de aangepaste stichting per 1 januari 2026) Randvoorwaarden inrichting en samenwerking 1 Per 1 januari 2026 staan er twee eigenstandige, werkende entiteiten, met geplaatst personeel bij ofwel AGV of de aangepaste stichting, en binnen de aangepaste stichting geplaatst bij de kolom DW, ARW of GD. 2 Er worden nieuwe afspraken gemaakt over de samenwerking tussen gemeente Amsterdam, AGV en de aangepaste stichting. Per 1 januari 2026 wordt de bestaande samenwerking tussen gemeente Amsterdam, AGV en Waternet beëindigd en zullen de nieuwe afspraken in werking treden.
3 De (al dan niet tijdelijke) strategisch/bestuurlijke en operationele samenwerking tussen Amsterdam, AGV en de aangepaste stichting per 1 januari 2026 wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen Amsterdam, AGV en de aangepaste stichting en dienstverleningsovereenkomsten tussen AGV en de aangepaste stichting. Algemene uitgangspunten inrichting • Splitsing (van taken, afdelingen, teams, etc.) waar het kan, (tijdelijke) samenwerking waar het niet anders kan. • Per 1 januari 2026 worden zover mogelijk de onderdelen van de organisatie ten dienste van het waterschap AGV naar AGV verplaatst, het andere gedeelte van de organisatie (inclusief gemeenschappelijke diensten) naar de aangepaste stichting. • Het huidige stichtingsbestuur besluit in afstemming met Gemeente Amsterdam over een nieuwe governance per 1-1-2026. Deze governance dient de aangepaste stichting (kolom DW en ARW) in staat te stellen de huidige problemen omtrent de governance op te lossen en zelfstandig te sturen op hun respectievelijke watertaken, uitgaande van de uitgangspunten zoals beschreven in Bijlage 1.4.
1.3 Inrichting Waterschap Amstel, Gooi, Vecht vanaf 1 januari 2026 1.3.1 Inleiding Het doel van de ontvlechting voor Amstel, Gooi en Vecht (hierna AGV) is dat zij op 1 januari 2026 een eigen organisatie heeft met (zoveel als mogelijk) alle bedrijfsfuncties die nodig zijn om zelfstandig sturing en uitvoering te geven aan de watertaken van het waterschap. Kerntaken AGV is verantwoordelijk voor de uitvoering van de volgende kerntaken: • Waterveiligheid: Het waterschap beheert dijken, stelt versterkingsplannen vast en handhaaft activiteiten van derden, op basis van normen gesteld vanuit het rijk en de provincie.
3
• • •
Waterkwantiteitsbeheer: Het waterschap is verantwoordelijk voor het waarborgen van de juiste hoeveelheid water door het gebruik van gemalen en sluizen, en het verdelen van water bij droogte of regen. Daarnaast adviseert het waterschap over de wateraspecten van inrichting van openbare ruimte. Waterkwaliteitsbeheer: Het waterschap is verantwoordelijk voor het verbeteren van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater door zich samen met andere partijen in te zetten voor schoon water. Afvalwaterzuivering: Het waterschap is verantwoordelijk voor het zuiveren van afvalwater van bewoners en bedrijven, met een focus op efficiëntie en het gebruik van groene energie.
Uitgangspunten inrichting AGV per 1 januari 2026 In de contourenplannen voor AGV zijn de volgende uitgangspunten qua sturing en verantwoording vastgelegd die in de organisatie- en implementatieplannen uitgewerkt zullen worden:
• • • •
• • • •
Het algemeen bestuur stelt de kaders en controleert en het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering. AGV is zodanig ingericht dat het kan functioneren als een zelfstandig functionerende overheid. De wettelijke taken staan bij de inrichting van de organisatie centraal. AGV gaat uit van twee besturingsprincipes: • Integrale verantwoordelijkheid: De integrale verantwoordelijkheid voor de primaire kerntaken komt bij de managers van deze afdelingen te liggen (en wordt niet meer procesgericht georganiseerd). • Opgave-gericht: We zijn als waterschap een organisatie die kan meebewegen met de maatschappelijke veranderingen en maatschappelijk opgaven. We weten ons zodanig te organiseren dat vanuit het waterschap een bijdrage kan worden geleverd. AGV wordt ontworpen met ‘Three Lines Model’ in het achterhoofd, welke aansluit bij integraal management: 1ste lijn verantwoordelijk, 2de lijn adviserend/ondersteunend, 3de lijn systeemverantwoordelijk De belangen van AGV dienen bij de verdere ontvlechting van de IT Dienstverlening goed geborgd zijn. Waar nodig werkt AGV in regie of samen met ander overheden voor de uitvoering van de taken. AGV neemt adequate maatregelen om synergie verlies ten gevolge van de ontvlechting op te vangen.
1.3.2 Bestuurlijke en ambtelijke inrichting Algemeen bestuur Als hoogste, democratisch gekozen orgaan stelt het algemeen bestuur het beleid en de regels met betrekking tot de taken van het waterschap vast. Het algemeen bestuur van AGV bestaat uit dertig leden. Het algemeen bestuur heeft een kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol. Dit betreft:
•
Kaderstellende rol: Het algemeen bestuur stelt beleidsplannen vast voor het waterschap, zoals het Waterbeheerprogramma (WBP), de programmabegroting en voor onderwerpen als klimaatadaptatie en biodiversiteit.
•
Controlerende rol: Het algemeen bestuur controleert het dagelijks bestuur. Het beoordeelt de ‘verantwoording’ van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur. Dat vindt bijvoorbeeld plaats bij tussenrapportages, de jaarrekening maar ook bij beleidsevaluaties. Het algemeen bestuur oordeelt over deze verantwoording van het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur kan daarvoor onder andere vragen stellen en moties aannemen.
•
Volksvertegenwoordigende rol: De laatste rol is de volksvertegenwoordigende rol. Hier treden de leden van het algemeen bestuur in contact met degene die haar gekozen heeft: de inwoners (algemeen belang) of belangenorganisaties van natuurbeheerders en agrariërs (specifiek belang). Hier speelt ook de zichtbaarheid van het waterschap en de bestuursleden een grote rol bij.
4
Dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat de plannen van het algemeen bestuur worden uitgevoerd. Het dagelijks bestuur doet dit vanuit haar rol als opdrachtgever richting de directie. De directie is vervolgens verantwoordelijk voor de operationele uitvoering, met het mandaat van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur bestaat uit de dijkgraaf en vijf bestuursleden. Het algemeen bestuur wijst uit haar midden leden voor het dagelijks bestuur aan. Voor de waterschappen geldt nog dat sprake is van een monistisch stelsel. Toch heeft het waterschap nu, met toestemming van de provincie, ook al iemand van buiten in het dagelijks bestuur. Dijkgraaf De dijkgraaf wordt voor een periode van zes jaar op voordracht van het algemeen bestuur door de Kroon benoemd. De dijkgraaf is zowel voorzitter van het algemeen bestuur als van het dagelijks bestuur. De dijkgraaf zit daarmee beide gremia voor, bewaakt de orde en zorgt ervoor dat de besluitvorming ordentelijk verloopt. De dijkgraaf heeft net als andere leden van het dagelijks bestuur een eigen portefeuille (o.a. veiligheid en crisis, moderne overheid, communicatie en toezicht en handhaving). In het algemeen bestuur heeft de dijkgraaf geen stemrecht. De dijkgraaf mag dus niet meebeslissen over het beleid van het waterschap.
In het dagelijks bestuur, de voorbereiding en uitvoering van het beleid, heeft de dijkgraaf wel stemrecht. De dijkgraaf speelt een belangrijke rol in het bevorderen van samenwerking tussen bestuursleden, fracties en externe partijen. Daarnaast vertegenwoordigt de dijkgraaf het waterschap naar buiten toe, zowel lokaal als nationaal niveau. Secretaris directeur De secretaris-directeur gaat over het ‘hoe’ en zit op het scharnierpunt tussen het bestuur en de organisatie. Deze persoon is tevens algemeen directeur en de WOR-bestuurder. In de organisatie ressorteert de secretarisdirecteur onder het dagelijks bestuur en stuurt de ambtelijke organisatie aan. Het werkgeverschap van de secretaris-directeur ligt bij het algemeen bestuur middels een werkgeverscommissie. Griffier De griffier staat de leden van het algemeen bestuur en de door het algemeen bestuur ingestelde commissies terzijde in de uitoefening van hun functie. De griffier doet dat door ondersteuning en advies aan leden van het algemeen bestuur te bieden bij hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taak. De griffier is het loket voor alle vragen en praktische zaken die een algemeen bestuurslid of commissielid heeft. De griffier bereidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en commissies voor. Controller De three lines worden bij de inrichting van de ambtelijke organisatie geborgd.
Van belang daarbij is dat de concerncontroller een directe adviesrol richting zowel de directie als het Dagelijks bestuur heeft. Rekenkamer De Rekenkamer bestaat uit drie externe leden. Deze worden ondersteund door een ambtelijke secretaris. Met haar onderzoeken wil de Rekenkamer een constructieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van de besluitvorming door het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Het versterkt de kaderstellende en controlerende rol van het algemeen bestuur. Om de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid te kunnen beoordelen, voert de Rekenkamer onderzoeken uit die inzicht bieden in de prestaties van AGV en formuleert conclusies en aanbevelingen op basis van die onderzoeken. De Rekenkamer rapporteert, gehoord het dagelijks bestuur, aan het algemeen bestuur.
5
1.3.3 Werkorganisatie De AGV-organisatie bestaat op hoofdlijnen uit een directie en drie organisatieonderdelen. De directie bestaat uit de secretaris directeur, de directeur Water en de directeur Bedrijfsvoering. Ook wordt er een kwartiermaker IV&ICT aangesteld die deel uitmaakt van het directieteam. Hieronder volgt meer toelichting per organisatieonderdeel van de werkorganisatie:
• •
• •
De secretaris-directeur staat aan het hoofd van het onderdeel dat zich primair richt op strategie en beleid. Dit onderdeel bevat tenminste de hoofdactiviteiten: strategie, bestuurs- en juridische zaken, communicatie en vergunningverlening, toezicht en handhaving. De directeur Water staat aan het hoofd van het onderdeel dat zich primair richt op de uitvoering van de watertaken. Dit onderdeel bevat tenminste de hoofdactiviteiten: waterzuivering, watersysteem en veiligheid, projecten, onderzoek & advies, beleid & plannen, assetmanagement, -advies & -onderhoud (technische uitvoering als technische voorbereiding, support & advies). De directeur Bedrijfsvoering staat aan het hoofd van het onderdeel dat zich primair richt op de bedrijfsvoering. Dit onderdeel bevat tenminste de hoofdactiviteiten: dienstverlening, belastingen en archief, HRM en managementondersteuning, financiën en control en inkoop, facilitaire zaken, vastgoedbeheer. De kwartiermaker IV&ICT heeft een belangrijke rol in de sturing en coördinatie van de activiteiten op het gebied van IT-dienstverlening welke tijdelijk worden uitgevoerd vanuit de aangepaste stichting ten dienste van AGV. Hiervoor wordt voor 1 januari 2026 een stelsel van samenwerkingsafspraken overeengekomen tussen AGV en de aangepaste stichting (zoals omschreven in Bijlage 1, Hoofdstuk 1.5).
Deze contouren worden de komende maanden nader uitgewerkt in een organisatieplan zodat medewerkers hierop geplaatst kunnen worden en de organisatie verder kan worden voorbereid voor 1 januari 2026. Meer informatie over het plan van deze nadere uitwerking volgt in Bijlage 3. 1.4 Ingerichting de aangepaste stichting vanaf 1 januari 2026 1.4.1 Inleiding Stichting Waternet zal in aangepaste vorm tijdelijk worden voortgezet. Het doel van de ontvlechting van de stichting Waternet is een duidelijke governance die aan de eisen van de toezichthouders voldoet. De aangepaste stichting zal op 1 januari 2026 worden ingericht zoveel mogelijk zelfstandige organisatieonderdelen Drinkwater (DW) en Amsterdamse Riool- en Watertaken (ARW). Deze twee onderdelen zullen vervolgens, na 1 januari 2026, worden doorontwikkeld naar een eigen Drinkwater-organisatie (deelneming) en het onderbrengen van de ARWtaken binnen de gemeentelijke diensten. Het kan ten behoeve van de continuïteit van dienstverlening noodzakelijk zijn om op 1 januari 2026 nog tijdelijke hulpconstructies in te richten voorafgaand aan de stap naar de zelfstandige organisatieonderdelen Drinkwater (DW) en Amsterdams Riool- en Watertaken (ARW).
Het goed inbedden van de bedrijfsvoeringsactiviteiten (zoals F&C en HR) binnen de organisatieonderdelen DW en ARW is hierbij een belangrijk onderwerp waarbij denkbaar is dat deze tijdelijk geclusterd worden binnen een van de organisatieonderdelen. In het organisatieplan zal dit transitiepad worden beschreven. Gedurende implementatie gericht op 1 januari 2026 zal steeds expliciet worden getoetst welke hulpconstructies nodig zijn en welke hulpconstructies kunnen vervallen. Hierbij is de haalbaarheid van de transitie op 1 januari 2026 een belangrijk criterium. Er wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de kwetsbaarheid van de huidige organisatie. Deze kwetsbaarheid komt onder andere voort uit onderbezetting op onderdelen op verschillende (leidinggevenden)posities en de afhankelijkheid van inhuur. Ook de beperkte ervaring met dergelijke grote transities en organisatieveranderingen speelt hierbij een rol. Het verandervermogen is beperkt daarom wordt de haalbaarheid van de transitie een belangrijk criterium waarop de inrichting voor 1 januari en de bijbehorende hulpstructuren worden getoetst. Vanaf 1 januari 2026 wordt gewerkt aan de volgende stap en doorontwikkeling waarbij het precieze moment waarop de eigenstandige Drinkwaterorganisatie is opgericht en de ARW-taken worden opgenomen in Gemeentelijke diensten nog niet is bepaald.
6
De aangepaste stichting kent op 1 januari 2026 ook een onderdeel Gezamenlijke Diensten waarbinnen tenminste de IV&ICT activiteiten worden ondergebracht. Vanaf 1 januari wordt er vanuit dit onderdeel gewerkt aan de verdere digitalisering voor AGV en de aangepaste stichting. Daarbij is het doel om IV&ICT zo snel als mogelijk te ontvlechten zodat AGV en de aangepaste stichting dan wel de organisaties DW en ARW zelfstandig verder kunnen ook op het gebied van IV&ICT. Deze samenwerking is dus van tijdelijke aard. In de uitwerking van de contouren van de inrichting wordt nader onderzocht in hoeverre de bedrijfsvoeringsactiviteiten (zoals F&C en HR) in de organisatieonderdelen DW en ARW kunnen worden ondergebracht of dat deze tijdelijk geclusterd worden binnen een van de organisatieonderdelen of anders gezegd kolommen. Ook hierbij is de haalbaarheid van de transitie op 1 januari 2026 een belangrijk criterium. Kerntaken Namens de gemeente Amsterdam is de aangepaste stichting verantwoordelijk voor de uitvoering van de volgende kerntaken: • Drinkwater: Drinkwaterbedrijven hebben vanuit de drinkwaterwet de primaire taak om voldoende drinkwater van goede kwaliteit te leveren aan consumenten en andere afnemers. Goed natuurbeheer rondom onze bronnen is daarvoor essentieel.
De drinkwaterwet regelt onder meer de bepalingen van tarieven, de leveringszekerheid en de continuïteit van de drinkwatervoorziening. Het Amsterdamse beleid op de drinkwatertaak is vastgelegd in het leveringsplan drinkwater. • Rioleringszorg: Het beheren van het rioolstelsel en het zorgen voor efficiënte afvoer van afval- en overtollig hemel en grondwater. Deze taken zijn in omgevingsplan riolering beschreven. • Waterbeheertaken: Het monitoren van en adviseren over ondiep grondwaterpeilbeheer en -maatregelen, onderhoud reguleren van binnenwateren (baggeren, drijfvuilvissen, verwijderen wrakken) en bedienen van bruggen en sluizen voor veilige scheepvaart. Deze taken en opgaven bij deze taken staan omschreven in Programma 2.5 van de Amsterdamse begroting. Uitgangspunten inrichting de aangepaste stichting per 1 januari 2026 In de contourenplannen voor DW en ARW zijn de volgende uitgangspunten qua sturing en verantwoording vastgelegd die in de organisatie- en implementatieplannen uitgewerkt zullen worden: • Na 1 januari 2026 zal gemeente Amsterdam tijdelijk haar watertaken voortzetten binnen de aangepaste stichting, zodat er voldoende tijd is om de organisatievorm te bepalen waarbinnen ze haar taken wil (laten) uitvoeren. • Met de aanpassing van de statuten komt er ook een nieuwe juridische naam voor de aangepaste stichting per 1 januari 2026.
Zodra helder is welke werkzaamheden in welke entiteiten worden voortgezet, wordt de merknaam Waternet uitgefaseerd. Om te voorkomen dat er voor een korte periode extra ontvlechtingskosten zullen ontstaan, wordt dit op een pragmatische manier gedaan. • Op korte termijn worden de taken georganiseerd in twee organisatieonderdelen binnen de bestaande stichting: een onderdeel ‘Drinkwater’ en een onderdeel ‘Amsterdamse Riool- en Watertaken’. Hierbij wordt uit oogpunt van flexibiliteit en wensen van de toezichthouders toegewerkt naar zoveel mogelijk zelfstandige aansturing, eigen ondersteuning en financiële en personele administratie. Op onderdelen waar eigenstandige sturing nog niet haalbaar wordt geacht, zal tot een tijdelijke oplossing worden gekomen. • De kolom GD, de derde kolom binnen de aangepaste stichting, zal uitvoering geven aan een beperkt aantal diensten waar nog samenwerking tussen AGV en de aangepaste stichting. • Op onderdelen waar eigenstandige sturing nog niet haalbaar wordt geacht, zal tot een tijdelijke oplossing worden gekomen. De kolom GD, de derde kolom binnen de aangepaste stichting, zal uitvoering gegeven aan een beperkt aantal diensten waar nog samenwerking tussen AGV en de aangepaste stichting. • Gemeente Amsterdam neemt maximaal 5 jaar de tijd om haar taken, c.q. de twee kolommen op een definitieve plek te organiseren.
• Wettelijke kerntaken van de gemeente respectievelijk de kaders van de drinkwaterwet staan centraal in de inrichting van de aangepaste stichting. • De sturing en verantwoording binnen de aangepaste stichting sluit aan op de programmabegroting van gemeente Amsterdam, de Amsterdamse doelenboom en de specifieke kaders voor de rioolheffing en drinkwaterwet
7
• • • •
• •
Rioolheffing: wettelijke vereisten omtrent kostendekking en kostentoerekening Drinkwatertarieven: wettelijke vereisten van de drinkwaterwet We streven naar vereenvoudiging van de sturingslijnen en versterking van resultaatgericht werken (verhogen realisatie). Een verdere versterking van het integraal management en accountability is daarbij uitgangspunt. De governance van de aangepaste stichting voldoet aan de gestelde verbeterpunten van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) voor de drinkwatertaak en die van de Amsterdamse Rekenkamercommissie voor ARW. In beginsel is de begroting een leidend principe bij het bouwen van de nieuwe organisaties, met de intentie dat de ontvlechting niet zal leiden tot verhoging van structurele kosten. De kolom ARW wordt zo ingericht dat het mogelijk is om de taken op termijn onder te brengen in gemeente Amsterdam, rekening houdend met organisatorische (door)ontwikkelingen in de Amsterdamse organisatie.
1.4.2 Bestuurlijke en ambtelijke inrichting Gemeenteraad en college B&W De gemeenteraad van Amsterdam controleert het college van burgemeester & wethouders (college van B&W). Het college van B&W bepaalt op hoofdlijnen via het algemeen mandaat en de jaarmandaten de taken en de invulling van de taken van de aangepaste stichting. Met het jaarmandaat wordt jaarlijks ook het budget voor de uitvoering van de taken bepaald. Directeuren gemeente Amsterdam De stedelijke directeuren hebben op reguliere basis afstemming over de uitvoering van de taken, de plannen en de verantwoording. Hiermee is er duidelijke sturing vanuit gemeente Amsterdam aanwezig met aandacht voor de kaders die gelden vanuit de externe toezichthouders. Daarnaast heeft de coördinerend directeur voor het financiële gemeentelijke programma 2 een verantwoordelijkheid binnen de planning & control cyclus van de aangepaste stichting omdat alle Amsterdamse taken van de aangepaste stichting onderdeel uitmaken van programma 2. Afdeling Water De afdeling Water van V&OR functioneert als gedelegeerd opdrachtgever voor alle Amsterdamse watertaken namens de directeuren van gemeente Amsterdam zolang de aangepaste stichting nog bestaat.
1.4.3 Werkorganisatie De aangepaste stichting bestaat op 1 januari 2026 op hoofdlijnen uit een raad van bestuur (ofwel stichtingsbestuur, al zal deze niet zo genoemd worden) en drie organisatieonderdelen of kolommen namelijk Drinkwater (hierna: DW), Amsterdamse Riool en Watertaken (hierna: ARW) en een kolom Gemeenschappelijke Diensten (hierna: GD). Mogelijk is er ook een raad van toezicht voor het intern toezicht op de stichting als geheel. Dit wordt nog nader onderzocht. Raad van bestuur In de aangepaste statuten van de aangepaste stichting wordt opgenomen hoe de werking en samenstelling van de raad van bestuur van de aangepaste stichting zal zijn vanaf 1 januari 2026. Belangrijke aanpassing ten opzichte van de huidige situatie is dat de raad van bestuur alleen nog bestaat uit niet-politiek benoemde bestuurders ofwel statutair directeuren (dus geen dijkgraaf of wethouder). Hiermee komt de stichting als uitvoeringsorganisatie meer op afstand te staan van het politiek-bestuurlijke en wordt de governance minder complex. Het stichtingsbestuur zal bestaan uit initieel drie statutaire directeuren (en in ieder geval een oneven aantal) die dagelijks leidinggeven aan de aangepaste stichting. Er wordt de komende periode nader bepaald wat een (tijdelijke) samenstelling van de directie moet zijn om de transitie in goede banen te leiden.
De directeur DW is het aanspreekpunt voor de externe toezichthouder ILT.
8
Raad van toezicht (RvT) In de aangepaste stichting krijgt op 1 januari 2026 een RvT. De RvT heeft de rol van intern toezichthouder op de stichting als geheel. Dit wordt met de uitwerking van de statuten vastgelegd. De externe toezichthouder (ILT) kan voor een belangrijk deel steunen op het intern toezicht dat door de raad van toezicht wordt uitgevoerd. In nadere uitwerking van de governance wordt er ook gekeken wat de rol van de OR zal zijn in relatie tot de RvT. De RvT bestaat uit onafhankelijke leden die aantoonbare affiniteit hebben met drinkwater, riool, en watertaken, ontvlechtingsoperaties en gemeenschappelijke diensten met name IT-dienstverlening. Het wettelijk uitgangspunt is een collectieve verantwoordelijkheid van de RvT. Met de functieprofielen wordt gewaarborgd dat er voor iedere kolom expertise aanwezig is in de RvT. Als bekrachtiging en borging van de samenwerking kan het beoogde RvT-lid met expertise over de kolom GD, worden gedragen door zowel AGV en AMS. Het exacte aantal leden van de RvT is nader te bepalen op grond van: • De verwachte zwaarte van de rol • Een omvang passend bij de grootte en complexiteit van de aangepaste stichting, maar tenminste bestaande uit een oneven aantal leden, rekening houdend met afwezigheid en besluitvorming binnen de RvT • Optioneel in te stellen commissies, zoals de audit-commissie en remuneratie-commissie.
De RvT houdt op te bestaan zodra er wordt voldaan aan alle van de volgende criteria: de drinkwater-organisatie wordt verzelfstandigd, ARW is opgenomen in de gemeentelijke organisatie, de samenwerking met AGV op m.n. IT-dienstverlening is ontvlochten en de aangepaste stichting houdt op te bestaan. Daarbij ligt het voor de hand dat de RvT-leden met affiniteit met de drinkwater-organisatie deze organisatie zullen volgen door toe te treden tot de RvT of raad van commissarissen van de verzelfstandigde drinkwater-organisatie. Besluitvorming In de statuten staat omschreven hoe de besluitvorming van de raad van bestuur zal zijn. Daarbij geldt dat de raad van bestuur (i.e. de statutaire directeuren tezamen) een collegiaal bestuur vormen en vanuit die rol alle directeuren – ondanks de portefeuilleverdeling – gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor alle taken van de aangepaste stichting. De invloed van AGV zal geborgd zijn door de betrokkenheid bij de voordracht van het lid van de RvT met expertise over de GD-kolom, het gezamenlijk opstellen en vaststellen van het plan voor doorontwikkeling op digitalisering en ontvlechting van de IT-dienstverlening en het sturen op de digitalisering en ontvlechting van de IT-dienstverlening doormiddel van het stelsel van samenwerkingsafspraken per 1 januari 2026de aangepaste stichting (zoals omschreven in Bijlage 1, Hoofdstuk 1.5).
De statuten en governance van de aangepaste stichting worden nader uitgewerkt en in overleg met de notaris in de tweede helft van 2025 opgesteld. Organisatieonderdelen (kolommen) De aangepaste stichting kent op 1 januari 2026 drie organisatieonderdelen, namelijk Drinkwater, Amsterdamse Riool & Watertaken en de Gemeenschappelijke Diensten. Hieronder volgt meer toelichting per organisatieonderdeel van de werkorganisatie:
•
•
De directeur Amsterdamse Riool & Watertaken staat aan het hoofd van kolom Amsterdamse Riool & Watertaken. Deze kolom zal zich primair richten op het uitvoeren van de volgende hoofdtaken: • Beleid, assets & programmeren afvalwaterketen • Ontwerp & uitvoering afvalwatertaken • Bediening & onderhoud afvalwatertaken • Ondersteuning operatie afvalwaterketen • Waterbeheer & ondersteuning (inclusief brug- & sluisbediening, baggeren & drijfvuilvissen) • Bedrijfsvoering & dienstverlening De directeur Drinkwater staat aan het hoofd van kolom Drinkwater. Deze kolom zal ingericht worden richting de principes van Vewin, en zal zich primair richten op het uitvoeren van de volgende hoofdtaken
9
•
• • • •
Beleid, assets & programmeren drinkwater Productie drinkwater Distributie drinkwater (inclusief onderhoud, ontwerp & uitvoering) Bedrijfsvoering & dienstverlening (inclusief bron- & natuurbeheer) De directeur Gemeenschappelijke Diensten staat aan het hoofd van de kolom Gemeenschappelijke Diensten. Deze kolom zal zich primair richten op de tijdelijke uitvoering van een aantal diensten voor AGV en de aangepaste stichting. Hierbij gaat het in ieder geval om de diensten van bedrijfsfuncties: • IT Dienstverlening (voorheen (IV&ICT) • Huisvesting en Facilitair (mede gelet op de gezamenlijke huisvesting na 1 januari voor een bepaalde periode)
In de nadere uitwerking van de contouren van de inrichting zal worden gekeken naar eventuele gewenste clustering van hoofdactiviteiten binnen de stichting daar waar dat bijdraagt aan de haalbaarheid en zorgvuldigheid van de transitie. Vanaf 1 januari 2026 werkt de aangepaste stichting aan een doorontwikkeling waarbij in het eindbeeld: • De ARW-kolom wordt ondergebracht bij de gemeente Amsterdam • Er een verzelfstandiging plaatsvindt van de DW-kolom • De GD-kolom wordt ontvlochten Zodra dit het geval is (dag 2) dan houdt de aangepaste stichting op te bestaan.
1.5 Samenwerking vanaf 1 januari 2026 1.5.1 Inleiding De organisaties AGV en de aangepaste stichting worden per 1 januari 2026 gescheiden, en er wordt samengewerkt waar scheiding nog niet realiseerbaar of wenselijk is. Deze samenwerking is essentieel voor de borging van de continuïteit (beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit) van de dienstverlening en watertaken. De samenwerking tussen AMS, AGV en de aangepaste stichting na 1 januari 2026 wordt georganiseerd en geborgd door een aantal elementen, met de volgende (in hiërarchische volgorde):
• •
•
•
•
Strategisch plan voor bestuurlijke samenwerking: Bestuurlijke samenwerkingsagenda in het kader van de langdurige en structurele samenwerking. Zie separate bijlage Bestuurlijke Samenwerkingsagenda Waterschap Amstel, Gooi en Vecht - Gemeente Amsterdam voor verdere toelichting. Strategisch plan voor digitalisering en ontvlechting IV/ICT: Op 1 januari 2026 is er een plan waarin is vastgelegd hoe er wordt samengewerkt op IV&ICT. Hierin is opgenomen welke ontwikkeling op het gebied van digitalisering wordt uitgevoerd voor beide organisaties (AGV als de aangepaste stichting). In dit plan is ook vastgelegd hoe de ontvlechting van IV&ICT zal verlopen. Op deze manier kunnen beide partijen sturen op realisatie digitaliseringswerkzaamheden en de ontvlechting. Samenwerkingsovereenkomst (SOK): betreft een overeenkomst tussen het waterschap AGV en Gemeente Amsterdam waarbij de aangepaste stichting een belangrijk vehikel is. Met deze afspraken krijgt de samenwerking een juridische borging. In de SOK worden afspraken gemaakt over waarop wordt samengewerkt en hoe wordt samengewerkt.
Ook de plannen voor samenwerking worden hierin verankerd (bestuurlijk, IV/ICT) en hoe hierop wordt gestuurd (overlegstructuur), hoe de verdere ontvlechting zal verlopen, hoe wordt omgegaan met het mitigeren van de risico’s, de verrekening van kosten, geschillenbeslechting, uitstap en welke dienstverleningsovereenkomsten er zullen zijn. Samenwerking- en sturingsmodel: Vastlegging van de sturende processen, rollen en overlegstructuur ten behoeve van de samenwerking. Hierin zijn AGV en de aangepaste stichting op directieniveau vertegenwoordigd. Hiermee wordt direct en gelijkwaardig sturing gegeven op de samenwerking op met name IV/ICT. Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s): Dienstverleningsafspraken met afspraken over dienstverleningsniveaus en de compensatie voor de diensten, waarbij mogelijk ook de kolommen van elkaar diensten afnemen.
10
•
Afspraken over operationele samenwerking: Bijvoorbeeld werkafspraken en protocollen.
Figuur 1. Overzicht samenwerking na 1 januari 2026 Meerjarige samenwerkingsafspraken Strategisch plan voor bestuurlijke samenwerking
Waterschap Amstel, Gooi & Vecht
Strategisch plan voor digitalisering en ontvlechting IV/ICT
Gemeente Amsterdam
Samenwerkingsovereenkomst (SOK)
Opdracht & mandaat
Opdracht & mandaat
Samenwerking- en sturingsmodel Directie Strategische Overleg (strategisch | reguliere dienstverlening en verbeteringen) Portfolioboard (reguliere dienstverlening en verbetering) Dienstverleningsoverleg (tactisch | reguliere dienstverlening)
Ambtelijke organisatie Waterschap
Bedrijfsfunctieoverleggen (tactisch | verbeteringen)
Uitvoeringsorganisatie aangepaste stichting
Overige samenwerkingsafspraken Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) Afspraken over operationele samenwerking
1.5.2 Strategisch plan voor bestuurlijke samenwerking In dit document wordt bestuurlijke samenwerking gedefinieerd als een gezamenlijke inspanning van de gemeente Amsterdam (AMS) en het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) om strategische, tactische en operationele vraagstukken aan te pakken. Het strategische plan vormt het kader waarin partijen overkoepelende principe afspreken om richting te geven aan de samenwerking op bestuurlijk niveau voor de lange termijn, met als doel de wateropgaven te realiseren. AGV en AMS spreken af elkaar tenminste vier keer per jaar op bestuurlijk niveau te ontmoeten over de grote bestuurlijke en inhoudelijke thema’s. Ook spreken zij uit dat het belangrijk is dat beide organisaties elkaar blijven opzoeken voor samenwerking en uitwisseling van ontwikkelingen en innovaties. Dit wordt bijvoorbeeld vormgegeven door gezamenlijke werkbezoeken. Daarnaast wordt er een gezamenlijke kennisagenda opgesteld waarin innovatie wordt gestimuleerd. 1.5.3 Strategisch plan voor digitalisering en ontvlechting IV&ICT Waterschap AGV en gemeente Amsterdam leggen in een strategisch plan vast hoe er wordt samengewerkt op IV&ICT. Dit strategisch plan voor digitalisering en ontvlechting IV&ICT zal een van de bouwstenen vormen van de Samenwerkingsovereenkomst tussen AGV en gemeente Amsterdam (SOK).
De ambtelijke organisatie en de aangepaste stichting zullen uitvoering geven aan dit strategisch plan, en de samenwerking tussen beide organisaties zal worden vormgegeven en gemonitord doormiddel van de respectievelijke gremia in het samenwerking- en sturingsmodel. De afspraken over verleende diensten tussen de ambtelijke organisatie AGV en de aangepaste stichting zullen worden vastgelegd in Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s). In het strategische plan voor digitalisering en ontvlechting IV & ICT is opgenomen welke ontwikkeling op het gebied van digitalisering wordt uitgevoerd voor beide organisaties (AGV en de aangepaste stichting met ARW en Drinkwater). In dit plan is ook vastgelegd hoe de ontvlechting van IV&ICT zal verlopen. Op deze manier kunnen beide partijen sturen op realisatie van digitaliseringswerkzaamheden en de ontvlechting.
11
Op hoofdlijnen bevat dit plan het volgende:
•
•
•
•
Aanpak door middel van gecontroleerde fasering en verdeling in concrete ‘werkpakketten’. Het plan voor de ontvlechting is conform de keuze voor ‘scenario 2’ (stapsgewijze ontvlechting) verdeeld in drie fases, waarbij naast goed programmamanagement, monitoring van de voortgang en kwaliteit van de resultaten kan plaatsvinden doormiddel van nog nader te bepalen instrumenten zoals gateway-reviews. Fase 1: De eerste fase betreft de werkzaamheden voor de (logische) afscherming van de IV&ICT omgeving van AGV per dag 1 door middel van ‘ringfencing’. AGV en de aangepaste stichting blijven in deze situatie samenwerken in dezelfde systemen, maar binnen de systemen worden aanpassingen gemaakt zodat geen ongewenste toegang tot gegevens mogelijk is. De voorbereidende werkzaamheden voor deze fase zijn reeds gestart en zijn onderdeel van de ‘werkpakket 1’, wat volledig is gericht op het bereiken van een logisch afgeschermde omgeving op 1 januari 2026. Deze afscherming of ‘ringfencing’ vindt plaats op een gedeelte van het totale landschap op basis van vastgestelde afschermingsprioriteiten en -principes (zie sectie 2.4). Fase 2: De tweede fase betreft het fysiek splitsen van het IV&ICT landschap in drie IV&ICT omgevingen richting 'dag 2’. Dag 2 wordt daarbij gedefinieerd als de situatie waar bij de IV&ICT systemen ‘as is’ worden gesplitst c.q.
‘gekopieerd’ zodat drie afzonderlijk te onderscheiden IV&ICT omgevingen ontstaan: een omgeving voor AGV, een omgeving voor ARW en een omgeving voor Drinkwater. Deze opzet biedt de ruimte voor de drie organisaties om vanuit deze drie afzonderlijke IV&ICT omgevingen grotendeels onafhankelijk van elkaar keuzes te maken richting de gewenste IV&ICT doelsituatie volgens het tempo passend bij de prioriteiten per organisatie. Ontwerp en planvorming voor fase 2 start in het tweede kwartaal 2025 zodat direct na dag 1 gestart kan worden met de uitvoering. In de ontwerp en planvorming fase worden de prioriteiten nog afgestemd met de opdrachtgevers en de gebruikersorganisaties. Fase 3: De derde fase betreft de beweging richting een gewenste toekomstige eindsituatie per organisatie (ook wel ‘dag 3’ genoemd). De eindsituatie verschilt sterk per organisatie en hangt af van strategische keuzes en ambities van de betreffende organisatie. Ontwerp en planvorming voor fase 3 loopt grotendeels parallel met de planvorming voor fase 2 mede om te voorkomen dat in fase 2 keuzes worden gemaakt die strijdig zijn met of onnodige extra investering vereisen in fase 3. Afhankelijk van de ontwikkelingen per organisatie kan ervoor gekozen worden om voor delen van het landschap direct naar een ‘dag 3’ situatie te bewegen, waarbij fase 2 voor deze delen wordt overgeslagen.
Een goede onderlinge dialoog tussen de drie organisaties is randvoorwaardelijk om een directe stap van fase 1 naar fase 3 te kunnen maken. Contouren IV&ICT samenwerkingsmodel per fase Het IV&ICT samenwerkingsmodel zal in fase 2 verder uitgewerkt worden in goed overleg met de bestuurlijk opdrachtgevers en diens opbouwteams en opgeleverd worden voor 1 januari 2026. Om zoveel mogelijk recht te kunnen doen aan de ambities van de opbouwteams in relatie tot het IV&ICT samenwerkingsmodel, is het van belang dat ontvlechtingsprioriteiten tijdig in 2025 worden gedeeld. Zonder invulling van de ambities van de individuele opbouwteams zullen er veel onderlinge afhankelijkheden blijven ontstaan in de invulling van de ontvlechtingsaanpak. Prioritering van IV&ICT ontvlechtingswerkzaamheden In het prioriteren van capaciteit van de gedeelde IT Dienstverlening worden de prioriteiten van de bestuurlijk opdrachtgevers afgezet tegen de werkzaamheden die IT Dienstverlening verplicht is uit te voeren om de diensten aan ARW, Drinkwater en AGV in stand te houden en naar behoefte door te ontwikkelen, zoals wordt afgesproken in de overeen te komen Dienstverleningsovereenkomst(en).
De prioritering van ontvlechtingswerkzaamheden ten behoeve van ARW, Drinkwater en AGV zal ondersteund worden door IT Dienstverlening door middel van analyses en adviezen over wat de meest gecontroleerde en technisch haalbare manier is om de bestuurlijke prioriteiten te realiseren. De bestuurlijk opdrachtgevers kunnen in de gremia zoals beschreven in paragraaf 1.5.5 in gezamenlijkheid op basis van deze analyses een keuze maken in de oplossingsrichting die IT Dienstverlening zal leveren. Gecontroleerde uitvoering van ontvlechtingswerkzaamheden Gedurende de uitvoering van ontvlechtingswerkzaamheden zullen sturingsmechanismen ingericht zijn in het ontvlechtingsprogramma waarmee de bestuurlijk opdrachtgevers zicht houden op de voortgang, grip houden op risico’s, en gefaciliteerd worden in het maken van prioriteringskeuzes. De uitvoering van de ontvlechtingswerkzaamheden vindt plaats onder architectuur, op basis van nader vast te stellen kwaliteitscriteria vanuit ARW, Drinkwater en AGV.
12
•
•
Volgorde van ontvlechting na 1 januari 2026 De prioritering van de verdere ontvlechtingswerkzaamheden wordt in de ‘ontwerp en planvorming’ van Fase 2 verder uitgewerkt en zal voor 1 januari 2026 opgeleverd worden. Als deel van deze prioritering en planvorming zal ook bepaald worden welke ‘Dag 2’ definitieve ontvlechtingsmomenten na worden gestreefd. Hierbij wordt rekening gehouden met de strategische doelen van de opdrachtgevers (zie ‘Prioritering van IV&ICT ontvlechtingswerkzaamheden’). Tijdslijnen Het jaar 2029 wordt vastgesteld als het beoogde eindpunt voor de ontvlechting van IV&ICT. De verdere uitwerking van de werkpakketten in de periode 2026–2029 vindt plaats binnen de ontwerp- en planvormingsfase in de tweede helft van 2025. Keuzes van de opdrachtgevers met betrekking tot de vormgeving van de ontvlechting zijn gedurende planvorming en uitvoering bepalend voor de tijdslijnen van zowel de afzonderlijke organisaties als het geheel.
1.5.4 Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Voor 1 januari 2026 wordt een samenwerkingsovereenkomst (SOK, indien juridisch nodig meerdere SOK’s) opgesteld voor de samenwerking tussen AGV en gemeente Amsterdam, met de ambtelijke organisatie van het waterschap en de aangepaste stichting als uitvoeringsvehikels. Deze overeenkomst legt vast op welke onderwerpen vanaf 1 januari 2026, voor een bepaalde en onbepaalde tijd, samenwerking zal zijn. In de SOK worden de afspraken vastgelegd die zorgen dat de strategische plannen geborgd zijn, waaronder de afspraken tussen de uitvoeringsvehikels. Deze afspraken betreffen ten minste de samenwerking op IV & ICT dienstverlening, a en facilitair en de operationele samenwerkingen. In de SOK staat onder andere: • Het doel van de (tijdelijke) samenwerking tussen de AGV en de Gemeente Amsterdam: • Samen zorgen voor de bedrijfscontinuïteit op die onderdelen waar meer tijd nodig is voor de ontvlechting (dan 1 januari 2026). • Ervoor zorgen dat de eenmalige kosten van de ontvlechting beperkt blijven. • Gezamenlijk in te kopen als partijen daarmee structurele voordelen denken te behalen, zolang wordt voldaan aan de relevante aanbestedingsrechtelijke wet- en regelgeving.
• Afspraken te maken over de langdurige samenwerking tussen AGV en de Gemeente Amsterdam ten aanzien van de uitvoering van de taken waarin een praktische overlap zit tussen de uitvoering van de waterschapstaken van AGV en de uitvoering van de waterschapstaken van de Gemeente Amsterdam (daarbij kan men bijvoorbeeld denken aan afspraken ten aanzien van het sluiten van de noodkeringen, het bedienen van het hoofdpersleidingstelsel en afspraken over het kwelwater van de Bethunepolder). • Welke samenwerkingsafspraken zijn gemaakt en hoe dit (op hoofdlijnen) wordt georganiseerd. Dit omvat ten minste het volgende: • Gelijkwaardige afspraken over de vergoeding voor de samenwerking tussen AGV en Gemeente Amsterdam en hun uitvoeringsvehikels. Hierbij zijn de uitgangspunten om een uniforme kostenstructuur te hanteren, en om de vergoeding voor de samenwerking te baseren op compensatie voor de geleverde uren en het ingezette personeel. • De spelregels over hoe wordt omgegaan met risico’s, geschillen en verrekeningen, inclusief een verdeelsleutel voor mogelijke additionele kosten buiten de DVO’s. • Afspraken omtrent escalatie, verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden. • Het opzetten van een samenwerkings- en sturingsmodel, waarbij de rollen, verantwoordelijkheden, en sturende processen zijn vastgelegd.
• De spelregels hoe er wordt omgegaan met verrekeningen en eventuele vroegtijdige uitstap (op onderdelen) van AGV dan wel de kolommen DW en ARW (exit strategie) bij uittreden. Het betreft afspraken over onder andere aansprakelijkheid (en wanneer deze zal aflopen), verrekening en resterende (gezamenlijke) risico’s na verdeling • Afspraken over de duur van de samenwerking.
13
1.5.5 Samenwerking- en sturingsmodel In de SOK wordt ook verwezen naar het samenwerkings- en sturingsmodel. In dit model wordt beschreven welke rollen, verantwoordelijkheden, sturende processen, jaarkalender, overleggen, etc. er zijn in het kader van de samenwerking tussen AGV en de aangepaste stichting. Denk daarbij tenminste aan de volgende gremia:
•
Directie Strategische overleg (strategisch | reguliere dienstverlening en verbeteringen): Dit betreft een strategisch overleg met een vertegenwoordig van de directies van AGV en de aangepaste stichting. Leidend in dit overleg zijn de strategische kaders en afspraken omtrent de operationele samenwerkingen en de samenwerkingsafspraken met betrekking tot de digitalisering en ontvlechting op het gebied van ITdienstverlening en huisvesting en facilitair.
•
Portfolioboard (reguliere dienstverlening en verbeteringen): De portfolioboard is verantwoordelijk voor de monitoring, uitvoering en sturing op de brede IT-dienstverlening veranderagenda (incl. de IV&ICT ontvlechting). Lopende en nieuwe veranderinitiatieven worden vanuit de portfolioboard overzien en aangestuurd, binnen de kaders die door het directie Strategisch overleg zijn vastgesteld met focus op ontvlechting, compliance (wet- & regelgeving), continuïteit primaire taken en strategische innovatie.
•
Dienstverleningsoverleg (tactisch | reguliere dienstverlening): In het dienstverleningsoverleg vindt operationeel overleg plaats en wordt afgestemd over de algemene dienstverlening en lopende samenwerking, waaronder de kwaliteit van de dienstverlening en de totstandkoming van de producten of diensten. Deze overleggen zullen met name gericht zijn op de operationele samenwerking, huisvesting & facilitair en IT-dienstverlening, waarbij de onderliggende DVO’s het uitgangspunt voor het overleg vormen Bedrijfsfunctie overleggen (operationeel | verbeteringen): Het bedrijfsfunctieoverleg zorgt voor afstemming op operationeel niveau over ontvlechting, vernieuwing en innovatie voor zover er afhankelijkheden zijn tussen de organisaties op bepaalde bedrijfsfuncties (HR, F&C, etc.) en er de noodzaak is om dit onderling af te stemmen. Deze overleggen zullen met name zijn op IT-dienstverlening en andere processen waarop nog zal worden samengewerkt.
•
De boven genoemde gremia bestaan uit een vertegenwoordiging van AGV en de verschillende kolommen binnen de aangepaste stichting. Deze overlegstructuur bestaat tussen AGV en de aangepaste stichting en wordt vanuit beide organisaties gezamenlijk vormgeven, waarbij op strategisch niveau een vertegenwoordiging van de directeuren van de aangepaste stichting en de directie van AGV vertegenwoordigd zijn. 1.5.6 Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) Voor de diensten die over een weer gaan tussen organisaties (en kolommen) kunnen dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) worden opgesteld. Hierin wordt de verwachte dienstverlening vastgelegd en wordt vastgesteld hoe hierop wordt gestuurd. Ook wordt afgesproken hoe de GD-kolom wordt gecompenseerd voor de geleverde diensten. DVO’s kunnen periodiek worden herzien. 1.5.7 Operationele samenwerking Vanaf 1 januari 2026 blijft de samenwerking tussen AGV en de aangepaste stichting dan wel Gemeente Amsterdam op essentiële (operationele) onderdelen gehandhaafd. In lijn met de bestuurlijke afspraken is ambtelijke samenwerking noodzakelijk wanneer deze samenwerking onmisbaar is om risico’s, verstoringen, of kennisverlies te voorkomen. Het doel is de continuïteit te waarborgen en de vitale kennisposities van beide partijen te behouden.
Alle operationele samenwerking zullen worden vastgelegd in DVO’s tussen AGV en de aangepaste stichting, waarbij structurele operationele samenwerking ook zal worden vastgelegd in de SOK tussen AGV en Gemeente Amsterdam. In het kader van de splitsing tussen AGV en de aangepaste stichting is samenwerking op volgende punten overwogen. Dit heeft geleid tot het volgende overzicht aan concept besluiten. IT-dienstverlening Afspraak is om de IV&ICT-omgeving stapsgewijs te ontvlechten. Per 1 januari 2026 (‘Dag 1’) wordt voor de meest kritieke IT-onderdelen een logisch gescheiden IT-landschap ingericht door middel van zogeheten ringfencingmaatregelen. De IT-dienstverlening aan AGV blijft in deze opzet geborgd via dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de aangepaste stichting, binnen de kolom GD. In de overgangsperiode van ‘Dag 1’ naar ‘Dag 2’ vindt de volledige fysieke ontvlechting van de IV&ICT-omgeving plaats.
14
Hoofdkantoor Het hoofdkantoor staat op de balans van de huidige Stichting Waternet en vormt in financiële omvang het belangrijkste bezit van Waternet. AGV en Gemeente Amsterdam zijn samen ‘economisch eigenaar’ van het hoofdkantoor. Het maakt daarmee deel uit van de boedel van Waternet die moet worden verdeeld. Als eerste zijn er afspraken gemaakt over het toekomstig gebruik van het hoofdkantoor. Afspraak is dat de gemeente Amsterdam en het waterschap voor een periode van minimaal 5 jaar samen gebruik blijven maken van het hoofdkantoor. Dat doen de partijen voor die periode onder gelijkblijvende kosten. Er zijn sluitende afspraken gemaakt over het proces om te komen tot duidelijkheid over het economische en juridische eigendom voor de langere termijn. De afspraak is dat de besluitvorming hierover voor het einde van het jaar is afgerond. Afvalwatertransport Deze afspraken gaan over het riool- en transportstelsel in Amsterdam van huisaansluiting tot aan de rioolwaterzuiveringen West, Westpoort en Weesp. Na het ontvlechten van de huidige stichting Waternet zijn er twee afspraken nodig, die we vastleggen in een afvalwaterakkoord: 1 Verdeling van het eigendom van stelsel van leidingen en gemalen en afspraken over financiering. 2 Bediening van het stelsel en dan in het bijzonder het eindtransport naar de rioolwaterzuiveringen van AGV.
Ad 1 Eigendom • De aangepaste stichting vraagt het eigendom van het eindtransportstelsel Westpoort niet terug; • Het eigendom van eindtransportstelsel Westpoort (eindgemalen en persleidingen) blijft bij AGV en het assetmanagement daarover belegt AGV bij de aangepaste stichting middels een (door geen van de partijen eenzijdig opzegbare) DVO, waarbij de aangepaste stichting (en na opheffing van de stichting, de gemeente Amsterdam) het assetmanagement van AGV en Amsterdamse stelsel als een geheel en een systeem kan uitvoeren; • De aangepaste stichting en AGV spreken samen de kaders af voor onderhoud, vervanging en bediening en maken elk jaar een geïntegreerd plan voor het stelsel, op basis van een meerjarenonderhouds- en investeringsplan (lange termijn assetplanning), rekening houdend met de financiële mogelijkheden (meerjarenkaders) van elk; • AGV verzorgt de benodigde financiering (gaat niet alleen om investeringen, maar ook om capaciteitsuitbreiding bij assetmanagement/planvorming ondergrond). Naast de wederzijdse belangen blijven op deze wijze ook de wederzijdse afhankelijkheden bestaan en dat past voor deze situatie. Ad 2 Bemaling Bij de bediening van het afvalwatertransport zijn we overeengekomen dat AGV de bediening over het eindtransport naar de rioolzuiveringen uitvoert, binnen de kaders die daarvoor vanuit assetmanagement worden meegegeven.
Zo houdt AGV grip op de toevoer van afvalwater en Amsterdam grip op zijn eigen stelsel en ondergrond. Organisatorisch is afgesproken dat het huidige team bemaling gesplitst wordt in twee teams, waarbij de consequentie is dat aan de AGV kant de formatie uitgebreid wordt. Afspraak is dat de teams operationeel ook in toekomst nauw als ware het inhoudelijk één team blijven samenwerken. Als uitgangspunt voor de samenwerking is daarom meegegeven de twee teams dezelfde ontwikkelopgaven hebben, werken vanuit één proces en de teamleiders elkaar ook op inhoudelijk vlak kunnen vervangen.
15
Crisisorganisatie De huidige stichting Waternet beschikt momenteel een crisisorganisatie per waardeketen: Watersystemen (WS), Afvalwater (AW), Drinkwater (DW) en IV&ICT. De crisisorganisatie bestaat uit medewerkers die naast hun reguliere functie ook een crisisrol vervullen tijdens hun wachtdienst. In het kader van de ontvlechting is afgesproken dat elke organisatie per 1 januari 2026 zelfstandig verantwoordelijk is voor haar eigen crisisorganisatie. Dit betekent dat zowel AGV als de aangepaste stichting (kolom DW, kolom ARW) een eigen crisisorganisatie zullen moeten inrichten. Gedurende een overgangsperiode trekken de organisaties nog gezamenlijk op in de crisisbeheersing. De afspraken over deze samenwerking worden vastgelegd in de SOK. Voor 1 januari 2026 wordt hiervoor een gezamenlijk crisisbeheersingsplan opgesteld. Dit plan vormt een bouwsteen voor het calamiteitenplan/ continuïteitsplan Riolering en het verstoringsplan Drinkwater. Zolang ITdienstverlening nog onder de aangepaste stichting valt (kolom GD), is daarnaast een DVO nodig voor de crisisbeheersing op het gebied van informatievoorziening en ICT (bijv. cyberaanvallen zoals hacks of DDoSaanvallen). Vastgoed, beheer en facilitaire dienstverlening (VBF) Voor de overige vastgoedobjecten is het voorlopige uitgangspunt dat de VBF-taken per 1 januari 2026 worden gesplitst op basis van het asset-eigenaarschap.
Het technisch onderhoud van deze objecten wordt ondergebracht bij de onderhoudsafdeling van de betreffende organisatie. Heldere afspraken over de samenwerking worden opgesteld en vastgelegd. Dit voorstel wordt meegenomen in de verdere organisatorische uitwerking ter validatie en keuze ten aanzien van de definitieve indeling. Dit voorstel borgt de gezamenlijke regie voor het hoofdkantoor en maakt tegelijkertijd een doelgerichte en efficiënte uitvoering van technisch onderhoud en VBF-taken per organisatie mogelijk. Elke organisatie draagt eigen verantwoordelijkheid voor verdere professionalisering van haar VBF-taken IJ-front Bij het ontvlechten van de huidige stichting Waternet is het nodig afspraken te maken over beheer, bediening en onderhoud van het IJ- en Amstelfront, zodat deze in noodgevallen 24/7 tijdig inzetbaar zijn. Dit zijn sluizen en schotten, in eigendom en beheer van Amsterdam die ingezet kunnen worden om het binnenwater van Amsterdam (de zogenaamde stadsboezem) af te sluiten van het IJ (het zogenaamd IJfront) of Amstelboezem (zogenaamde Amstelfront). Nu verzorgt de huidige stichting Waternet de noodbediening van deze sluizen en schotten en die rol moet na ontvlechting geborgd blijven: 1.
2.
Status en functie borging in legger De status en waterhuishoudkundige functie van deze sluizen en schotten wordt vastgelegd in de legger – een officieel register waarin eigendom, onderhoudsplicht en technische kenmerken zijn vastgelegd. Dit maakt deel uit van de beheerverordening van het AGV. Hierin legt AGV conform artikel 2.39, eerste lid van de Omgevingswet, de eisen omtrent de staat van onderhoud en eisen aan bedienbaarheid van waterstaatwerken vast. Door het vastleggen van de afspraken in de Legger zijn de eisen eenduidig en afdwingbaar. Borgen bediening 24/7 Afspraak is dat AGV, als het waterbeheer dat nodig maakt, opdracht kan geven tot gehele of gedeeltelijke sluiting van IJ- en Amstelfront aan Amsterdam. Amsterdam waarborgt momenteel 24/7 een sluitingstijd van 7 uur. Er worden afspraken gemaakt per wanneer de gewenste sluitingstijd van 3-4 uur geeffectueerd kan worden. Hiertoe worden de communicatielijnen met verantwoordelijke en bedieners bij Amsterdam vastgelegd; de frequentie van testen; en hoe we met afwijkingen omgaan.
16
3.
Crisisbeheersing: periodiek oefenen De bovenstaande afspraken zullen worden uitgewerkt in operationele SOK, waarin ook afspraken zullen zijn opgenomen over crisisbeheersing, opleiding, training en periodieke oefeningen en evaluatie van calamiteiten.
Leidingwerken De afdeling Leidingwerken werkt momenteel binnen de huidige stichting Waternet voor zowel DW als AGV. Voor AGV beperkt de inzet van deze afdeling zich tot het uitvoeren van werkzaamheden bij incidenten en calamiteiten met persleidingen. Per 1 januari 2026 worden deze taken voor een tijdelijke overgangsfase belegd bij de aangepaste stichting (kolom ARW). In deze periode krijgt AGV de gelegenheid om een eigen afdeling op te zetten, inclusief het afsluiten van benodigde contracten en het opleiden van personeel. De onderlinge afspraken tussen AGV en de aangepaste stichting (kolom ARW) worden vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst (DVO). Deze onderlinge afspraken betreffen uitsluitend taken met betrekking tot het persleidingenstelsel van de rioolwaterzuiveringen buiten de gemeente Amsterdam en de persleidingen bij gemalen in eigendom van AGV. Overige werkzaamheden van de afdeling Leidingwerken vallen onder afspraken binnen de aangepaste stichting en worden meegenomen in de verdere uitwerking. Meldkamer Afspraak is dat de samenwerking met betrekking tot de meldkamer tussen AGV en de aangepaste stichting voorlopig behouden blijft, met gescheiden klantkanalen per organisatie. Deze tijdelijke oplossing waarborgt de continuïteit van de dienstverlening en behoudt tegelijkertijd de herkenbaarheid voor de inwoners van beide organisaties.
De meldkamer blijft in de overgangsfase een gezamenlijke voorziening voor zowel AGV als de aangepaste stichting, ondergebracht binnen de DW. Deze constructie geldt als tijdelijke oplossing (‘Dag 1’) en fungeert als tussenfase naar een zelfstandig opererende meldkamer voor AGV op de langere termijn (‘Dag 2’). Voor de overgangsperiode worden de wederzijdse afspraken vastgelegd in een DVO tussen AGV en de aangepaste stichting (kolom DW). Onderzoek en Advies De afdeling Onderzoek & Advies (O&A) wordt formeel gesplitst naar AGV en de aangepaste stichting (kolom DW, kolom ARW). De inhoudelijke samenwerking blijft geborgd door continuering van het bestaande gezamenlijk programma op gebied van innovatie en onderzoek. Afspraken over kennisdeling en uitwisseling van werkzaamheden worden vastgelegd in een SOK. In 2025 wordt het programma geëvalueerd. Op basis van de uitkomsten hiervan worden eventuele nieuwe samenwerkingsafspraken gemaakt. Techniek – Team Gemalen Team Gemalen is verantwoordelijk voor het preventief en correctief onderhoud van de rioolgemalen in Amsterdam en poldergemalen en technische installaties van AGV. De werkplanning en werkwijze is sterk vervlochten (en houdt ook wachtdienst in) en deze vak technici zijn zeer schaars, waardoor ontvlechting niet per 1 januari 2026 te realiseren is.