CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting _Bijlage 6 Quickscan.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Van Zeggelaarstraat 18B (VN2024-009361)2.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna van Zeggelaarstaraat 18b Amsterdam

In opdracht van: R. van der Helm Edam, 14/03/2022

Colofon Tekst en fotografie:

In opdracht van: Datum: Plaats:

Ing. D. van der Elsken Elsken Ecologie Oorgat 74 1135 CT Edam daan@elskenecologie.nl 06-34082608 R. van der Helm 14 maart 2022 Edam

Copyright © 2022 Elsken Ecologie. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, in geautomatiseerde bestanden opgeslagen en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Elsken Ecologie. In overeenstemming met artikel 15a van het Nederlandse auteursrecht is het toegestaan delen van deze publicatie te citeren, daarbij gebruik makend van een duidelijke referentie naar deze publicatie. Aansprakelijkheid Hoewel uiterste zorg is besteed aan de inhoud van deze publicatie aanvaardt Elsken Ecologie geen enkele aansprakelijkheid voor onvolledigheid, onjuistheid of de gevolgen daarvan. Gebruik van de inhoud van deze publicatie is voor de verantwoordelijkheid van de gebruiker.

2

Inhoudsopgave

Blz:

Samenvatting

4

1. Aanleiding 1.1 Doelstelling 1.2 Literatuuronderzoek 1.3 Veldbezoek

5 5 5 5

2. Beschrijving Plangebied en voorgenomen werkzaamheden

6

3.1 Gebiedsbescherming 3.1.1 Natura 2000 3.1.2 Natuurnetwerk Nederland 3.1.3 Hoofdgroenstructuur en ecologische structuur Amsterdam

7 7 7 7

4. Soortbescherming Wet Natuurbescherming 4.1 Vaatplanten 4.2 Reptielen & Amfibieën 4.3 Vissen 4.4 Vogels 4.5 Vlinders 4.6 Libellen 4.7 Zoogdieren 4.7.1 Muizen 4.7.2 kleine marterachtigen 4.7.3 Vleermuizen 4.8. Algemene soorten grondgebonden zoogdieren

8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8

5. Gebiedsbescherming 5.1 Natuurnetwerk Nederland en het plangebied 5.2 Natura-2000 en het onderzoeksgebied

10 10 10

6. Zorgplicht

12

Conclusies & aanbevelingen

13

3

Samenvatting Met het oog op de wens tot het realiseren van een woning op een perceel dat heden een bedrijfsbestemming heeft aan de van Zeggelaarstraat 18b te Amsterdam staan voor de nabije toekomst ruimtelijke ingrepen gepland. Volgens nationale en internationale regelgeving is de initiatiefnemer verplicht voor de ingrepen onderzoek te doen naar het (eventuele) voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit om te toetsen of er al dan niet bedreigde soorten in hun voortbestaan bedreigd worden. Voor door de Wet natuurbescherming beschermde (verblijfplaatsen van) vogels, reptielen, amfibieën, grondgebonden zoogdieren, vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen zijn niet aangetroffen. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een natura-2000 gebied. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen. Het plangebied ligt in de nabijheid van de Hoofdgroenstructuur Amsterdam. Het is aan de Technische Advies Commissie van Amsterdam om te beoordelen of werkzaamheden welke (mogelijk) een negatieve impact hebben op de hoofdgroenstructuur doorgang kunnen vinden. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht.

Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.

1. Aanleiding Met het oog op de wens tot het realiseren van een woning op een perceel dat heden een bedrijfsbestemming heeft aan de van Zeggelaarstraat 18b te Amsterdam staan voor de nabije toekomst ruimtelijke ingrepen gepland. Volgens nationale en internationale regelgeving is de initiatiefnemer verplicht voor de ingrepen onderzoek te doen naar het (eventuele) voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit om te toetsen of er al dan niet bedreigde soorten in hun voortbestaan bedreigd worden. 1.1 Doelstelling Door middel van een literatuurstudie en een veldbezoek zal deze quickscan de volgende vragen beantwoorden: · Welke middels Wet Natuurbescherming beschermde soorten komen er (potentieel) voor in het plangebied? · Welke negatieve effecten kan de (potentieel) aanwezige flora en fauna beschermd door de Wet Natuurbescherming ondervinden van de ingreep? · Is er gezien de effecten van de ingreep sprake van een overtreding van de Wet Natuurbescherming? · Welke beschermde gebieden met gebiedsbescherming, o.a ecologische hoofdstructuur, Natura-2000 en weidevogelleefgebieden zijn er in de nabijheid van het projectgebied aanwezig en kunnen negatieve effecten op deze gebieden worden uitgesloten? 1.2 Literatuuronderzoek Door middel van een literatuuronderzoek is gekeken welke beschermde flora, fauna en beschermde gebieden er in (de omgeving van) het plangebied voorkomen.

Daarvoor is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, natuurdatabanken en is er gezocht naar bestaande onderzoeksrapporten. 1.3 Veldbezoeken Het veldbezoek is afgelegd op 13 maart 2022 door Ing. D. van der Elsken van Elsken Ecologie. Voorafgaand aan en tijdens het veldbezoek is met de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling de ingreep besproken om zo een beeld te vormen van de (eventuele) impact op beschermde natuur. Tijdens het bezoek zijn de aanwezige structuren, ecotopen en de (mogelijk) aanwezige flora en fauna geïnventariseerd. Aan de hand van het vooraf uitgevoerde literatuuronderzoek is middels een zogenaamde “expert judgement” een inschatting gemaakt van de (potentieel) aanwezige beschermde natuur, flora en fauna. In dit rapport zijn de (mogelijke) negatieve effecten van de werkzaamheden getoetst aan de Wet Natuurbescherming.

2. Beschrijving Plangebied en voorgenomen werkzaamheden Op het perceel aan de van Zeggelaarstraat 18b te Amsterdam staat een loods opgetrokken uit staalplaten. Het terrein eromheen is verhard met stelconplaten. Het ligt aan de zuidzijde van de straat met woningen en grenst aan de Wilmkebreekpolder. Het ligt er van gescheiden door een sloot met betonnen kademuur.

Afb.1: Ligging van het te ontwikkelen perceel aan de van Zeggelaarstraat 18b te Amsterdam.

3. Wettelijk kader De ruimtelijke ingrepen zoals in dit rapport zijn beschreven zijn middels een literatuurstudie en in het veld getoetst aan geldende wetgevingen omtrent de natuur. Vanaf 2017 allen geschaard onder de wet Natuurbescherming. Hierin is de soortbescherming alsmede bescherming van gebieden opgenomen. Activiteiten waarbij schade wordt gedaan aan beschermde flora en fauna zijn krachtens deze wet verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het “nee, tenzij” principe). De wet kent, naast de zorgplicht, een aantal verbodsbepalingen welke relevant zijn voor onderhavige toetsing. Deze quickscan is er op gericht om te bepalen of ui te sluiten of er een overtreding plaatsvindt van een van de verbodsbepalingen van de wet natuurbescherming. 3.1 Gebiedsbescherming 3.1.1 Natura 2000 Deze quickscan is bedoeld om te onderzoeken of de geplande ruimtelijke ontwikkelingen een negatief effect hebben op door de natuurbeschermingswet beschermde gebieden en/of de instandhoudingsdoelen van Natura-2000 gebieden. Of dat er aanvullend onderzoek nodig is om de effecten van de geplande ingrepen op een natura-2000 gebied te beoordelen. Eventuele stikstofberekeningen voortkomend uit de bouw- en gebruiksfase en hun effecten op Natura-2000 gebieden zijn niet meegenomen in deze rapportage.

3.1.2 Natuurnetwerk Nederland Deze quickscan is bedoeld om te onderzoeken of de geplande ingrepen een negatief effect hebben op de wezenlijke waarden van het Natuurnetwerk Nederland dan wel dat aanvullend onderzoek nodig is om de effecten van de ruimtelijke ingrepen op het Natuurnetwerk Nederland te toetsen. 3.1.3 Hoofdgroenstructuur en ecologische structuur Amsterdam Deze quickscan is bedoeld om te onderzoeken of de geplande ingrepen een negatief effect hebben op de hoofdgroenstructuur Amsterdam en/of de ecologische structuur Amsterdam dan wel dat aanvullend onderzoek nodig is om de effecten van de ruimtelijke ingrepen hierop te toetsen.

4. Soortbescherming Wet Natuurbescherming Beschermde soorten die volgens het literatuuronderzoek in (de directe omgeving van) het projectgebied zijn aangetroffen en hun beschermingsstatus staan in onderstaande soortteksten beschreven. 4.1 Vaatplanten Het perceel bestaat compleet uit verharding. Er zijn hier geen beschermde soorten te verwachten. De betonnen kademuur is geïnspecteerd. Daarop geen muurplanten. 4.2 Reptielen & amfibieën Op basis van de fysieke karakteristieken van het plangebied worden beschermde en/of algemene soorten reptielen en/of amfibieën het perceel niet niet verwacht. Er is geen dekkingen en er zijn geen rommelhopen met overwinterings mogelijkheden. Er zijn geen geschikte (voortplantings) waterpartijen. 4.3 Vissen Er worden geen ingrepen aan wateren gedaan. Het aangrenzende slootje betreft een zuurstofarme, voedingstofrijke sloot. Niet geschikt voor beschermde soorten uit regio grootAmsterdam. 4.4 Vogels Het perceel is niet geschikt voor broedende vogels. Er zijn geen struiken en er is geen dekking. Wel kunnen bouwwerkzaamheden, met name indien het werken met hei-installaties en/of hijskranen betreft, een negatief effect hebben op weidevogels welke in de aangrenzende Wilmkebreek polder broeden. Indien met hoog opgaand materiaal gewerkt moet worden, zoals o.a hierboven genoemd, moet dit worden gedaan buiten het broedseizoen.

4.5 Vlinders Er zijn geen geschikte waardplanten of bomen voor middels de wet Natuurbescherming beschermde vlindersoorten aanwezig in het plangebied. Noch worden er bomen gekapt of groenstructuren aangetast. 4.6 Libellen Er zijn geen geschikte wateren of groenstructuren voor middels de Wet Natuurbescherming beschermde libellen soorten aanwezig in het plangebied. 4.7 Zoogdieren 4.7.1 Muizen Het plangebied is niet geschikt voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Het ontbreekt er aan geschikte biotoop. Het ontbreekt aan (geschikt) water en/of een rietkraag. 4.7.2 Marterachtigen Er zijn geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van deze soorten. De loods is niet toegankelijk. 4.7.3 Vleermuizen Er zijn. geen openingen die toegang tot het pand verlenen en de stalen wanden van de loods bieden geen houvast bij eventueel aanvliegen. Vleermuisverblijven worden derhalve uitgesloten.

5. Gebiedsbescherming 5.1 Natuurnetwerk Nederland en het plangebied Het plangebied ligt niet in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland (afb.2). 5.2. Natura-2000 gebieden en het plangebied Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een natura-2000 gebied (afb.3). Gezien de aard van de werkzaamheden, en de afstand tussen het perceel en het dichtstbijzijnde natura-2000 gebied, worden negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatsoorten niet verwacht. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen. 5.3 Hoofdgroenstructuur en ecologische structuur Amsterdam Het plangebied ligt in de nabijheid van de hoofdgroenstructuur (afb.4). Het is aan de Technische Advies Commissie van Amsterdam om te beoordelen of werkzaamheden welke (mogelijk) een negatieve impact hebben op de hoofdgroenstructuur doorgang kunnen vinden.

Afb.2: Ligging van het plangebied ten opzichte van de ecologische hoofdstructuur. (bron: www.atlasleefomgeving.nl)

Afb.3: Ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura-2000. (bron: www.atlasleefomgeving.nl)

Afb.4: Ligging van het plangebied ten opzichte van de hoofdgroenstructuur Amsterdam. (bron: maps.amsterdam.nl)

Afb.5: Ligging van het plangebied ten opzichte van de ecologische structuur. (bron:maps.amsterdam.nl)

11

6. Zorgplicht De zorgplicht verlangt van de initiatiefnemer van ruimtelijke ontwikkelingen dat deze met respect omgaat met alle levende natuur. Dit is opgenomen in artikel 2 en luidt als volgt: 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voorzover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voorzover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Invulling van de term “in redelijkheid” is een eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. De wet erkent de intrinsieke waarde van de in het wild levende dieren. Dat betekent dat voor de wet alle dieren van onvervangbare waarde zijn en dat daar niet onzorgvuldig mee mag worden omgegaan. Vanuit deze gedachte is de zorgplicht in artikel 2 van de wet opgenomen. De zorgplicht geldt voor alle soorten, ook voor plantensoorten en de soorten die niet als beschermd zijn aangewezen.

Er mag van de initiatiefnemer worden verwacht dat de personen verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden op de hoogte zijn of worden gebracht van de zorgplicht. In het geval van het bouwrijp maken van het perceel aan de Bonte Kraaiweg 26-28 mag van de initiatiefnemer vanuit het gedachtengoed van de zorgplicht worden verwacht dat deze rekening houdt met de aanwezigheid van algemene soorten grondgebonden zoogdieren. In de praktijk betekend dit dat deze soorten de kans moet worden geboden te ontkomen naar alternatief leefgebied. Er moet derhalve worden gewerkt van westelijke naar oostelijke richting in de richting van het achterliggende rietland. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.

Conclusies & aanbevelingen Voor door de Wet natuurbescherming beschermde (verblijfplaatsen van) vogels, reptielen, amfibieën, grondgebonden zoogdieren, vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen zijn niet aangetroffen. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een natura-2000 gebied. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen. Het plangebied ligt in de nabijheid van de Hoofdgroenstructuur Amsterdam. Het is aan de Technische Advies Commissie van Amsterdam om te beoordelen of werkzaamheden welke (mogelijk) een negatieve impact hebben op de hoofdgroenstructuur doorgang kunnen vinden. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.

Literatuur Creemers, R.C.M & J.J.C.W van Delft, 2009 (ravon). De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse fauna deel 9. Dietz , 2009. Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Herder, J.E, J.Kranenbarg, D.M Hoogeboom, J. Hamers & K. Dekker (red) 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen 1980-2012. Hoogeboom, D,M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (red) 2014. Atlas van de NoordHollandse zoogdieren Kaag, K. 2012. Vlinders van duin tot dijk. De dagvlinders van Noord-Holland 2000-2009 Limpens, 2011. Vleermuizen en planologie. Riet, van de, B. 2014. Atlas van de Noord-Hollandse flora. Scharringa et al, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels. Svensson, 2005. Vogelgids van Europa. Internet: www.atlasleefomgeving.nl/kaarten www.synbiosys.alterra.nl

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446427/1