CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij concept-beleidskader horeca en terrassen.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 19 mei 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het vrijgeven voor inspraak van het stedelijk beleidskader horeca en terrassen (VN2022-011905)15.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

kan de burgemeester een ontheffing openingstijden verlenen aan horecabedrijven die; a. gelegen zijn in het een van de volgende gebieden zoals bedoeld in het Omgevingsplan Amsterdam: werkgebied, gemengd gebied, lokaal horeca gebied of horeca uitgaansgebied, en b. beschikken over een omgevingsplanvergunning horeca voor een van de volgende categorieën: middelzware horeca, horeca zwaar fastfood of horeca zwaar uitgaan. 2.  In de ontheffing wordt bepaald tot wat de duur van de verlengde openingstijd is en voor welke dagen van de week de verlenging van de openingstijd geldt. 3.  De ontheffing wordt verleend voor de (resterende) duur van de exploitatievergunning en vervalt bij overdracht of beëindiging van het bedrijf en bij (tijdelijk) intrekken van de exploitatievergunning. Artikel 3.8 lid 1 is niet van toepassing op deze ontheffing. 4.  De burgemeester kan gebieden aanwijzen die worden uitgesloten van het verlenen van een ontheffing als bedoeld in lid 1. 5.  De burgemeester regelt bij afzonderlijk besluit hoe een ontheffing kan worden aangevraagd, hoe een aanvraag wordt beoordeeld en wanneer een afgegeven vergunning wordt ingetrokken.

28

Bijlagen Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

Bijlage 6. Terrassenbeleid Het terrassenbeleid geeft de kaders voor het vergunnen van terrassen, zowel ten aanzien van vragen over waar terrassen geplaatst mogen worden als ten aanzien van de omvang, de inrichting en het gebruik - inclusief openingstijden - van deze terrassen. Het exploiteren van een terras kan een meerwaarde zijn voor zowel de ondernemer, zijn gasten als de omgeving. Maar openbare ruimte in Amsterdam is schaars en er strijden vele verschillende functies om een deel van de openbare ruimte, waaronder objecten voor algemeen gebruik (bankjes, prullenbakken, fietsparkeervoorzieningen), groen en nutsvoorzieningen (elektriciteitskasten, lantaarnpalen). Het gebruik van de openbare ruimte is geen recht. Steeds zal van geval tot geval gewogen moeten worden of een terras op een bepaalde locatie mogelijk is gezien alle belangen die op een specifieke locatie spelen. De beoordelingsregels voor terrassen beogen een aanvaardbaar compromis te sluiten tussen de positieve effecten van een terras (verlevendiging, verblijfsmogelijkheid in de openbare ruimte, zichtbaarheid van de horeca en extra verdiensten voor de ondernemer) en de negatieve effecten daarvan, zoals aantasting van het woon- en leefklimaat en het beslag leggen op (openbare) ruimte door een commerciële functie. De beoordelingsregels zien toe op de volgende onderwerpen: A. Waar mag een terras? B. Afmetingen C.

Voorwerpen en gebruik D. Openingstijden terras E. Bijzondere onderwerpen, maatwerkprocedure en terrassenplan Wat is een terras? Een terras is een buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecabedrijf waar uitsluitend dranken en/of etenswaren en/of rookwaren (waterpijp) voor directe consumptie ter plaatse worden geserveerd en genuttigd en dat daartoe is ingericht. Uit deze definitie vloeit voort dat een terras: •  altijd verbonden is aan een horecabedrijf en niet op zichzelf staat; •  zelf niet gelegen is in een besloten ruimte; •  is ingericht voor het direct consumeren van dranken en/of etenswaren; •  niet bedoeld is om dranken en etenswaren op te bereiden, maar alleen om te verstrekken; •  het aanbieden van waterpijpen als toegestane activiteit heeft, mits het horecabedrijf een vergunning heeft waarmee de activiteit voor het aanbieden van waterpijpen is toegestaan. Het exploiteren van een terras is naar haar aard een tijdelijke functie: een terras wordt alleen geëxploiteerd als de horeca-inrichting waar het bij hoort in bedrijf is (en vaak korter, gezien de weersomstandigheden). Omdat een terras niet in een besloten ruimte is gelegen, worden de effecten van het gebruik van het terras op de omgeving niet gefilterd. Het is dan ook niet wenselijk permanent gebruik van terrassen toe te staan, al dan niet door bebouwing.

Objecten die op een terras worden geplaatst moeten verwijderd kunnen worden. Het is wel toegestaan parasols en terrasschotten te verankeren, mits daarvoor toestemming is verkregen via een WIORvergunning klein. De verankerde objecten moeten eenvoudig verwijderd kunnen worden. Voor gebouwde terrassen geldt een aparte regeling.

gemeente Amsterdam

29

Winterterrassen De regeling voor winterrassen (van november t/m februari) heeft als uitgangspunt dat de winter een rustperiode is waarin de openbare ruimte minimaal wordt gebruikt door ondernemers. Dit vertaalt zich voor terrassen naar het toestaan van een klein terras aan de gevel. Voor winterterrassen gelden ook de regels zoals hieronder staan beschreven. A. Waar mogen terrassen? Terrassen zijn een onderdeel van een horecabedrijf en deze verbinding moet blijken uit de fysieke locatie van een terras. Omdat terrassen op openbare grond liggen, worden er regels gesteld aan de locatie en omvang, zodat er voldoende ruimte overblijft voor ander, niet-commercieel gebruik van deze openbare grond. •  Bij de (her)verdeling van openbare ruimte of bij de herinrichting van straten, gaan we uit van een obstakelvrije doorloopruimte van minimaal twee meter. Dit heeft effect op de manier waarop we de openbare ruimte inrichten, zoals het groen, parkeren en ook op terrassen. Op zeer drukke voetgangersroutes kan op basis van een integrale belangenafweging meer doorloopruimte gerealiseerd worden bij herinrichtingen of als onderdeel van een terrassenplan.

Voor overige locaties blijft de huidige doorloopruimte van kracht zoals vastgesteld in de terrasregels van de verschillende stadsdelen zoals die tot op heden van kracht waren, totdat het college een nieuw besluit neemt over het voetgangersbeleid. •  In het geval dat er geen trottoir is (shared space) gelden geen aparte normen ten aanzien van de vrije doorloopruimte. Dit gebeurt alleen in gevallen waar dit verkeersveilig kan. Hier geldt de verkeerswet. •  Terrassen zijn gelegen aan de gevel van het horecabedrijf of daar tegenover, zijnde op dezelfde stoep aan de straatzijde of aan de overzijde van een weg. •  Terrassen zijn niet gelegen direct aan de gevel van een ander pand. •  Terrassen aan de overzijde van een weg zijn toegestaan, mits de ruimte aangrenzend aan het terras vrij is van objecten met een functie of bestemming die hinder ondervinden van een terras en mits de ingebruikneming van de overzijde als terras geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid of het veilig gebruik van de weg door het verkeer. •  Voor een terras tegenover de gevel wordt in eerste instantie gekeken naar de ruimte recht daar tegenover. Als er vanwege de aanwezigheid van bomen, openbare nutsvoorzieningen of andere objecten geen ruimte is recht tegenover de gevel, maar iets verderop wel, dan kan een terras schuin tegenover de gevel worden vergund.

•  Een terras mag niet buiten het zicht gelegen zijn of zodanig ver verwijderd van de horeca-inrichting dat snel en adequaat ingrijpen door de exploitant, leidinggevende en/ of het overige personeel bij overlast, ongelukken of verstoringen van de openbare orde niet meer mogelijk is. Dit toezicht kan niet vervangen worden door cameratoezicht of het permanent aanwezig hebben van personeel op het terras. •  Gesplitste terrassen (twee losse terrasdelen op hetzelfde trottoir met een deel aan de gevel en een deel aan de rijwegzijde) zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij de aanwezigheid van een gesplitst terras de doorloopruimte ten goede komt of dit vanwege de specifieke inrichting van de openbare ruimte functioneel is (bijvoorbeeld een bomenrij waar een terras tussen geplaatst kan worden). •  Terrassen zijn niet gelegen op terrasboten, dekschuiten of (afmeer)steigers. Dit is een gevolg van het stedelijk beleid op het water. Als een dergelijk terras op grond van het stedelijk beleid op het water wel wenselijk gevonden wordt (of mogelijk wordt gemaakt), kan een terras op een boot, dekschuit of steiger wel vergund worden. •  Een bijzondere inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld een park, plantsoen, plein of andere bijzonderheden, kunnen aanleiding zijn om af te wijken van bovenstaande beleidsregels.

In dergelijke gevallen is het uitgangspunt dat we als gemeente een terrassenplan maken. Hierop worden de vergunde terrassen aangegeven en kan de integrale afweging gemaakt worden over het gebruik van de beschikbare ruimte.

30

Bijlagen Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

B. Afmetingen In het verlengde van de vraag op welke plekken terrassen toegestaan kunnen worden, ligt de vraag naar de precieze omvang van een terras. •  De vereiste minimale diepte voor elk terras is 50 centimeter. Samen met de harde eis aan de vrije doorloopruimte betekent dit dat er tenminste 2,50 meter aan trottoir beschikbaar moet zijn om een terras te kunnen vergunnen. •  Toegestane objecten (zie hieronder) en de gebruikers van het terras moeten binnen de vergunde afmetingen blijven. •  Uitgangspunt is dat er minimaal twee meter vrije doorloopruimte aanwezig is tussen een terras en een weg en/of een ander object. •  Bij herinrichting van straten en plekken waar een integrale afweging gemaakt wordt in terrassenplannen wordt gewerkt met een vrije doorloopruimte van minimaal twee meter. Voor overige locaties blijft de huidige minimale doorloopruimte van kracht, totdat het college een nieuw besluit neemt over het voetgangersbeleid. Een terras is in beginsel net zo breed als de gevel waar het aan of tegenover gelegen is. •  Bij trottoirs breder dan 4 meter mag een terras maximaal de helft van het trottoir beslaan. In gevallen waar een terras ruimer wordt toestaan, is altijd een terrassenplan nodig.

•  Een bijzondere inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld een park, plantsoen, plein of andere bijzonderheden, kunnen aanleiding zijn om af te wijken van bovenstaande beleidsregels. In dergelijke gevallen is het uitgangspunt dat we als gemeente een terrassenplan maken. Hierop worden de vergunde terrassen aangegeven en kan de integrale afweging gemaakt worden over het gebruik van de beschikbare ruimte. C. Voorwerpen en gebruik terras Onderstaande beleidsregels geven antwoord op de vraag welke objecten onder welke voorwaarden op een terras aanwezig mogen zijn en welke niet. •  Objecten die het normaal gebruik van het terras mogelijk maken zijn toegestaan. Normaal gebruik van een terras verwijst naar het nuttigen van consumpties ter plekke. Hoofdelementen op een terras zijn tafels, banken en stoelen. •  Objecten voor het bereiden van eten, drinken en shisha op het terras zijn niet toegestaan: een terras is een onderdeel van het horecabedrijf waar consumpties genuttigd kunnen worden, maar niet een onderdeel van het bedrijf waar deze consumpties bereid kunnen worden. Het bereiden van eten en drinken op een terras leidt tot meer geur en geluid en daarmee voor meer effecten op de omgeving van het bedrijf. Met bereiden wordt bedoeld het verhitten en plaatsen van kooltjes.

•  Objecten die een ander gebruik van het terras mogelijk maken, zijn alleen toegestaan als de functie van de gronden waar het terras op is gelegen dit gebruik toelaat en als het gebruik als terras als zodanig herkenbaar blijft. •  Voor alle objecten geldt dat ze niet zonder toestemming verankerd mogen worden en verwijderd moeten kunnen worden als dat nodig is voor het gebruik of beheer van de openbare ruimte. Objecten moeten binnen de vergunde terrasruimte blijven en mogen nooit leiden tot verkeersonveilige situaties. •  Voor reclame op terrassen gelden de regels uit het vigerende Stedelijk Kader Buitenreclame1. •  Terrasschotten mogen geplaatst worden. Ze dragen bij aan het voorkomen van uitwaaiering en kunnen veiligheid en een comfortabeler gebruik van het terras bieden. Ze mogen echter niet leiden tot privatisering van de openbare ruimte. Ze mogen daarom alleen haaks op de gevel geplaatst worden. Alleen in een terrassenplan kan worden onderbouwd of schotten op een andere plek dan haaks op de gevel mogelijk zijn. Deze locatie zal dan in het plan worden opgenomen. Verankering is mogelijk indien daar toestemming voor is verkregen. De (elektrische) schotten mogen maximaal tot 1,80 meter hoog 1 https://www.amsterdam.nl/bestuur-en-organisatie/organisatie/ruimte-economie/verkeer-openbare-ruimte/hior/

gemeente Amsterdam

31

reiken en zijn tenminste de bovenste helft doorzichtig. Terrasschotten bij een terras aan de overzijde van de weg zijn in eerste instantie niet toegestaan. •  Parasols mogen aanwezig zijn, maar mogen niet verworden tot bouwwerken of tenten. Verankering is mogelijk indien daar toestemming voor is verkregen. Als er geen toestemming is voor verankering dan moet de parasol verwijderd kunnen worden met uitsluitend mankracht en zonder mechanische hulpmiddelen. Volanten (een strook of een band) zijn toegestaan. De parasol mag zich niet uitstrekken over een deel van de openbare ruimte dat niet als terras is vergund. •  Terrasverwarming is alleen toegestaan aan de gevel en indien daarvoor een vergunning is verkregen. Overige vormen van terrasverwarming, zoals losstaande elementen en/ of verwerkt als elementen in een parasol, zijn niet toegestaan. Bij verwarmde terrassen geldt: •  Verwarming is alleen toegestaan tijdens de openingsuren van het terras. •  Voor het verwarmen van terrassen wordt gebruik gemaakt van de “best available practice”, zijnde een duurzame, energiezuinige en doelmatige variant. •  Stemgeluid van bezoekers op het terras wordt meegenomen bij de beoordeling van de geluidsnormen.

•  (Kunst)objecten zoals plantenbakken en kunstbloemen, zijn toegestaan als: •  de openbare ruimte dat toelaat; •  ze geen afbreuk doen aan het zicht van verkeersdeelnemers en/of de verkeersveiligheid; •  geplaatst zijn binnen de vergunde terrasruimte; •  onderhouden worden; •  verwijderd kunnen worden met uitsluitend mankracht en dus zonder mechanische hulpmiddelen. •  Waterpijpen mogen aanwezig zijn als het aanbieden van waterpijpen een horeca-activiteit is die in de bij het terras horende locatie is toegestaan. Opslag van waterpijpen buiten is niet toegestaan. •  Muziekinstallaties, luidsprekers, beeldschermen en boxen zijn niet toegestaan op een terras. •  Als het horecabedrijf gesloten is, moet het meubilair zoveel mogelijk binnen worden opgeruimd. Als het terrasmeubilair buiten blijft staan, moet het zo worden opgeruimd dat het niet gebruikt kan worden. Maximaal 20 % van de vergunde terrasruimte mag gebruikt worden voor opslag. •  Om vervuiling van de omgeving tegen te gaan, gelden voor alle terrassen de volgende voorwaarden: •  De exploitant is verantwoordelijk voor het bedienen, voor het afruimen van tafels en het schoonhouden van het terras. •  Het gebruik van wegwerpartikelen (o.a. wegwerp servies, bestek, glazen) op een terras is niet toegestaan. D.

Terrastijden Een belangrijk onderdeel van de regels ten aanzien van terrassen zijn die over de openingstijden. Deze regels zijn overgegaan van de APV naar (de omgevingsvergunning horeca op grond van) het omgevingsplan vanwege de impact die de openingstijden van een terras op de fysieke leefomgeving hebben. In de APV blijft het een bevoegdheid voor de burgemeester om in geval van openbare orde verstoringen of de ernstige vrees daarvoor de openingstijden van het terras te beperken. Naast de opbouw in zwaartecategorieën wordt bij het vaststellen van de openingstijden van terrassen onderscheid gemaakt aan de hand van de volgende kenmerken: •  het gebied waarin het terras is gelegen, zie onderstaande tabel; •  de zomer- of winterperiode.

32

Bijlagen Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

Openingstijden zomer Zwaartecategorie

Gebiedstypologie - Woongebied - Groen/recreatie - Winkelstraat/ cluster

Lichte horeca

- Gemengd gebied - Werkgebied - Bedrijventerrein

- Lokaal horecagebied - Horeca uitgaansgebied

tot 22:00 Zo/do tot 00:00 Vr/za tot 01:00

Reguliere horeca Middelzware horeca Zo/do tot 22:00

Zo/do tot 00:00

Vr/za tot 23:00

Vr/za tot 01:00

Middelzware horeca plus tot 01:00

Zware horeca (fastfood) Zware horeca (uitgaan)

Openingstijden winter Standaard: vanaf de vergunde openingstijden van de horecazaak tot 22:00. Op basis van horeca-ambitieplannen/terrassenplannen kunnen andere terrastijden worden vastgelegd. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat een eventuele ontheffing van de openingstijden voor de binnenlocatie, die bij sommige categorieën kan worden afgegeven, niet geldt voor de bij het bedrijf behorende terrassen. E. Bijzondere onderwerpen, maatwerkprocedure en terrassenplan Naast de hierboven staande algemene beleidsregels zijn er nog een aantal bijzondere onderwerpen die apart aandacht behoeven. Het betreft: •  terrassen op bijzondere locaties – maatwerk en terrassenplan; •  het tropisch weer scenario; •  roken op terrassen. Maatwerkprocedure De meeste terrassen zullen aan de hand van bovenstaande beleidsregels voor de locatie en omvang van een terras vergund kunnen worden. Er zijn echter locaties denkbaar met een bijzondere ligging of een bijzondere inrichting van de openbare ruimte, waar toepassing van bovenstaande regels niet leidt tot het meest optimale gebruik van de openbare ruimte of waar een ruimer terras kan bijdragen aan een positieve fysieke leefomgeving. Voorbeelden van dergelijke situatie zijn: •  Een horecabedrijf in een stadspark met een groot stuk eigen grond of op een eiland. •  Een horecabedrijf in een ontwikkel- of transformatiegebied.

•  Een horecabedrijf in een bijzonder gebouw, bijvoorbeeld een kraan, een olieplatform of afgemeerd schip. •  Een solitair horecabedrijf in het buitengebied. •  Een horecabedrijf in een bijzonder gebied, zoals de Haven of een stationsgebied. In dit soort situaties kunnen er goede redenen zijn om terrassen groter, ruimer of in afwijking van de overige regels (denk aan zichtlijnen en aantal terrasdelen) te vergunnen dan op grond van de

gemeente Amsterdam

33

beleidsregels mogelijk zou zijn, omdat een dergelijk terras kan bijdragen aan de leefbaarheid, de aantrekkelijkheid of de veiligheid van een gebied. Het is niet de bedoeling bij de maatwerkprocedure op voorhand vast te leggen hoe een maatwerkterras eruit komt te zien. Dit zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden. Een maatwerkterras kan worden vergund onder maatwerkvoorschriften en voorwaarden. Daarbij wordt altijd zoveel mogelijk aangesloten bij de regels zoals die voor reguliere terrassen gelden. Wel zijn er een aantal voorwaarden om voor de maatwerkprocedure in aanmerking te kunnen komen: •  Het gaat om een bijzondere situatie in de openbare ruimte, niet om een bijzonder horecabedrijf of een bijzondere exploitatie. •  Het vergunnen van een (groter) terras is niet of beperkt mogelijk op grond van de algemene beleidsregels, maar het terras kan een bijzondere bijdrage leveren aan een van de hieronder genoemde belangen. •  Het vergunnen van een terras draagt bij aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, aan de leefbaarheid of aan de veiligheid in de omgeving van het horecabedrijf. Terrassenplan Naast de maatwerkprocedure kan er ook aanleiding zijn voor het maken van een gebiedsgericht terrassenplan.

Anders dan bij de maatwerkprocedure gaat het dan niet om een enkel horecabedrijf waarbij toepassing van de beleidsregels tot een ongewenste uitkomst leidt, maar om een deel van de openbare ruimte waar meerdere horecabedrijven zijn gevestigd en waar het maken van een terrassenplan kan bijdragen aan een evenwichtige verdeling van de beschikbare openbare ruimte, de aantrekkelijkheid en levendigheid van het gebied of het benutten van de specifieke mogelijkheden van het gebied. In een terrassenplan kan afgeweken worden van de algemene regels, bijvoorbeeld door juist wel gesplitste terrassen als uitgangspunt te nemen of grotere of kleinere terrassen te vergunnen om zo een eenduidige terrasgrens te creëren. Ook hier geldt dat in de beleidsregels niet wordt vastgelegd hoe een terrassenplan eruit moet zien (behoudens het waarborgen van de vereiste minimale vrije doorloopruimte), maar wel wat de voorwaarden zijn om een terrassenplan te kunnen maken: •  Er is sprake van een bijzondere inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld een plein, een groot middenterrein, ligging aan een kade of in een zeer dichtbebouwd gebied. •  Er zijn in het gebied meerdere panden met een horecafunctie aanwezig.

•  Terrassen leveren een positieve bijdrage aan het gebied door verlevendiging, door het veraangenamen van het verblijf in de openbare ruimte, door een grotere aantrekkelijkheid van het gebied of door meer (sociale) veiligheid. •  Er blijft ook openbare ruimte beschikbaar voor niet-commercieel gebruik. •  Buurtbewoners worden betrokken bij het maken van het terrassenplan.

Het tropisch weer scenario Het tropisch weer scenario voor terrassen is bij de vaststelling van het ‘Draaiboek terrassenhandhaving’ 19951 geïntroduceerd. Bij uitzonderlijke klimatologische omstandigheden mogen vergunde terrassen uitwaaieren en ook horecagelegenheden zonder terrasvergunning mogen een klein terras plaatsen (bijvoorbeeld één of twee tafeltjes aan de gevel). Er wordt dus tijdens het tropisch weer scenario geen onderscheid gemaakt tussen horecaondernemingen met of zonder terrasvergunning, voor wat betreft het gebruik van de openbare ruimte. Tegen het plaatsen van een (groter) terras wordt niet opgetreden voor zover wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden:

34

Bijlagen Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

•  Er mogen geen verkeersbelemmerende of verkeersonveilige situaties ontstaan. •  Er blijft minimaal 1,5 meter vrije doorloopruimte over. •  De bereikbaarheid voor de nood- en hulpdiensten is gewaarborgd. •  Er worden geen toegangen van derden geblokkeerd. •  Na sluitingstijd van het terras moet iedereen naar binnen. •  Bij horeca die normaal geen terras mag hebben geldt een sluitingstijd 22:00 uur. •  Er worden geen terrassen geplaatst op delen van de openbare ruimte met een specifieke bestemming, zoals parkeerplaatsen, laad- en losplaatsen en fietsparkeerplaatsen. •  De reguliere regels voor horeca en terrassen blijven gelden. Uitgangspunt voor een tropische dag is een verwachte temperatuur van 28°C (meetpunt De Bilt). De weersverwachting van de dag ervoor om 20:00 uur is bepalend of de dag daarop het tropisch weer scenario van toepassing is. Als het de dag daarop kouder blijkt te zijn, mag het tropisch weer scenario dus worden toegepast. Als de weersverwachting minder dan 28 graden was en de dag daarop blijkt het wel minimaal 30 graden te zijn, geldt het tropisch weer scenario niet. Straten die in het geheel uitgesloten zijn van het plaatsen van terrassen komen hier niet voor in aanmerking.

Voor onderstaande straten in stadsdeel Centrum geldt dat deze zijn uitgesloten van deze regeling: •  Nieuwendijk •  De middengedeelten van de Dam •  Kalverstraat •  Heiligeweg •  Reguliersbreestraat •  Halvemaansteeg •  Staalstraat (met uitzondering van de nummers 4, 21 en 22) •  Middengedeelte Thorbeckeplein •  Amstelstraat (met uitzondering van de nummers 32 en 34 en Amstel 202 met aan zijkant terras op de Amstelstraat) •  Leidsestraat •  Vijzelstraat •  Het middengedeelte van het Leidseplein voor de nummers 1 tot en met 19 (oneven zijde) Roken op een terras Roken binnen in een horecagelegenheid is niet toegestaan, ook niet meer in speciaal daarvoor bestemde rookruimten. Dit betekent dat rokers zijn aangewezen op het roken buiten. Roken – ook het roken van waterpijpen met of zonder tabak – kan echter leiden tot (geur)overlast voor omwonenden. Daarnaast is roken slecht voor de gezondheid en voert de overheid een ontmoedigingsbeleid. Vanuit het belang om overlast van geur door het roken en gebruiken van waterpijpen zoveel mogelijk te voorkomen, wordt bij vergunningen voor gesplitste terrassen of terrassen met een terrasdeel aan de overkant van de weg het voorschrift opgenomen dat roken en het gebruik van shisha alleen op dat deel van het terras mag worden toegestaan.

Bij dergelijke terrassen is roken en het gebruik van shisha op terrasdelen direct aan de gevel niet toegestaan. Enige uitzondering hierop zijn geheel solitaire horecagelegenheden, zonder boven- of naastgelegen woningen. Daarnaast is de exploitant verantwoordelijk voor het voorkomen van overlast door de bezoekers van een terras en de bezoekers van de horecagelegenheid die buiten staan om te roken. Denk hierbij aan overlast door stemgeluid, sigarettenpeuken op straat of in het portiek.

gemeente Amsterdam

35

Bijlage 7. Andere activiteiten en evenementen Activiteiten in de horeca buiten de vergunde activiteiten om Uitgangspunt is dat andere activiteiten in de horeca zijn toegestaan, onder de volgende voorwaarden: •  De horeca-activiteiten zijn de hoofdfunctie en voeren de boventoon. Dat betekent concreet dat een horecazaak als zodanig herkenbaar is en blijft, is ingericht op het uitvoeren van de vergunde activiteiten en de bezoekersstromen voor de horeca-activiteiten dominant zijn. Dit kan blijken uit de tijden waarop andersoortige activiteiten plaatsvinden (bijvoorbeeld alleen op bepaalde momenten in de week, zoals yoga op zondagochtend of een workshop op dinsdagmiddag), het samenvallen van de andere activiteiten en de horeca-activiteiten (een lezing tijdens een lunch, een voorstelling tijdens het eten) of de indeling van de ruimte (een apart hoekje voor knutselen, een klein podium voor een optreden). Ook de omzet kan duiding geven over de verhouding tussen de verschillende activiteiten. •  Activiteiten die worden aangeboden in het verlengde van en ondersteunend aan de horeca-activiteiten, zoals darten, poolen, het organiseren van pubquizen of proeverijen of (sport)wedstrijden kijken, zijn in alle zwaartecategorieën toegestaan, waarbij steeds geldt dat dit moet passen binnen de context van de betreffende categorie.

•  Bepaalde activiteiten binnen vereisen, om uitgevoerd te kunnen worden, een vergunde horeca-activiteit. Het laten optreden van een muzikant vereist dat de horeca-activiteit ‘meer dan achtergrondmuziek’ is vergund. Het organiseren van wekelijkse feestavonden met salsa-optredens door organisatoren vereist dat de horeca-activiteit ‘zaalverhuur’ is vergund. Het laten plaatsvinden van andersoortige activiteiten mag er niet toe leiden dat onder een andere noemer alsnog een niet vergunde horeca-activiteit plaatsvindt. •  Als andersoortige activiteiten de overhand krijgen, wordt de horeca feitelijk additioneel en wordt in het pand een andere hoofdfunctie uitgevoerd. Dat is alleen mogelijk als de desbetreffende functie op grond van het omgevingsplan mogelijk is en additionele horeca bij die functie is toegestaan. De omgevingsvergunning horeca wordt in dat geval ingetrokken en de exploitatievergunning aangepast. Evenementen Worden in een horecabedrijf horeca-activiteiten ontplooid die niet passen binnen de vergunde zwaartecategorie en dus niet passen binnen de reguliere bedrijfsvoering, dan mogen die niet worden uitgevoerd. Het is wel mogelijk om incidenteel voor dergelijke activiteiten een evenementenvergunning aan te vragen, onder de volgende restricties: •  De evenementenvergunning sluit in principe aan bij de reguliere openingstijden en geluidsnormen.

•  Wordt hiervan afgeweken, dan wordt dit beschouwd als een ontheffing geluid en/of incidentele ontheffing openingstijden (5 ‘verlaatjes’ per jaar). Deze worden dus afgetrokken van het totaal aantal te verlenen ontheffingen. •  Als het evenement op het terras van de horecazaak plaatsvindt, dient er een evenementenvergunning te worden aangevraagd. In deze vergunning staat opgenomen wat er mag qua muziek, optreden, geluidsniveau en eindtijd.

36

Bijlagen Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

Evenementen op terrassen Op een terras zijn geen andere activiteiten toegestaan binnen de reguliere exploitatie (eten en drinken ter plaatse), gezien de strikte omschrijving van een terras. Als de exploitant toch andere activiteiten op een terras wil organiseren dan is daarvoor een evenementenvergunning vereist. De mogelijkheden voor het organiseren van een evenement op een terras worden versoepeld. Horecabedrijven kunnen twee keer per jaar een kleinschalig evenement op hun terras organiseren, binnen een vastgesteld kader. Als de activiteiten binnen dit kader passen kan worden volstaan met een melding ‘incidenteel terrasevenement’. Indien een evenement op een terras binnen het volgende kader plaatsvindt, kan worden volstaan met een melding ‘incidenteel terrasevenement’: •  De geluidsbelasting als gevolg van de activiteiten op de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige gebouwen bedraagt niet meer dan 70 dB(A). •  De activiteiten vinden plaats tussen 9:00 en 22:00. •  Er wordt aan alle (brand)veiligheidsvoorschriften voldaan, meer in het bijzonder de voorschriften ten aanzien van het vrijhouden van vrije looproutes uit boven- of naastgelegen gebouwen, het vrijhouden van calamiteitenroutes en het plaatsen van brandgevaarlijke objecten.

•  Op het terras worden ten behoeve van de activiteiten alleen tijdelijke objecten geplaatst, beperkt tot speeltoestellen, geluidsinstallaties, bereidingsapparatuur voor eten, beeldschermen en podia. Het reguliere meubilair hoeft gedurende de activiteiten niet geplaatst te worden. •  De melding betreft alleen het terras, binnen blijft de exploitatie zoals gebruikelijk. Dat betekent ook dat het terras niet vanuit binnen mag worden voorzien van muziek. •  De ondernemer voorkomt uitwaaiering van het terras als gevolg van de activiteiten en zorgt er dus voor dat personen buiten de terrasgrenzen niet worden voorzien van consumpties, of anderszins deelnemen of toeschouwen. Tevens dient de openbare ruimte rondom het terras beschikbaar te blijven voor passanten. •  Van de activiteiten wordt minimaal zeven dagen van tevoren actief melding gemaakt bij de omwonenden en aan hen wordt een direct nummer ter beschikking gesteld waarop zij gedurende de activiteiten de ondernemer kunnen bereiken. •  De activiteiten worden minimaal veertien dagen van tevoren bij de gemeente gemeld. De burgemeester kan in verband met verwachte overlast, openbare orde problemen en/of een te groot beslag op de openbare ruimte de voorgenomen activiteiten alsnog verbieden.

De burgemeester kan ook besluiten de activiteiten niet toe te staan als er verschillende meldingen voor dezelfde dag/dagen in dezelfde omgeving worden gedaan, waardoor de druk op de omgeving te groot wordt. •  Bij collectieve festiviteiten of gebeurtenissen (bijvoorbeeld een EK voetbal of het Songfestival) kunnen afwijkende regels gelden.

gemeente Amsterdam

37

Bijlage 8. Nadere regels veiligheidsplan horecabedrijven Artikel 1 De volgende horecabedrijven zijn verplicht te beschikken over een veiligheidsplan volgens het door de burgemeester vastgestelde format (laatste versie is te vinden op www.amsterdam.nl/ horeca): a. horecabedrijven waar beveiligingsbeambten worden ingezet; b.  horecabedrijven die vaker dan vijf keer per jaar open kunnen zijn tussen 04.00 uur en 07.00 uur; c. horecabedrijven met een capaciteit van meer dan 500 bezoekers; d.  afzonderlijke horecabedrijven indien de aanwezigheid van een veiligheidsplan naar het oordeel van de burgemeester wenselijk is om de openbare orde en veiligheid, het woonen leefklimaat en de gezondheid te waarborgen. Artikel 2 1.  Het veiligheidsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning voor de exploitatie van een horecabedrijf, of de verlenging daarvan. 2.  Het veiligheidsplan wordt overgelegd indien door de burgemeester hierom wordt gevraagd. 3.  Het veiligheidsplan wordt aangemerkt als een aan de exploitatievergunning verbonden voorschrift. 4. De vergunninghouder is verplicht zich te houden aan het bepaalde in het veiligheidsplan. Artikel 3 In het veiligheidsplan licht de exploitant als bedoeld in art.

3.1 lid 1 onder c van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 toe op welke wijze hij en zijn leidinggevende(n) zorgdragen voor een goede gang van zaken in het horecabedrijf en in de directe omgeving daarvan zoals bedoeld in artikel 3.16 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de getroffen maatregelen om te voorkomen dat: •  overlast plaatsvindt; •  drugs worden verhandeld of aanwezig zijn; •  wapens worden binnengebracht of aanwezig zijn; •  er wordt gediscrimineerd; •  geweld wordt gebruikt; •  geld of goederen van bezoekers worden gestolen; •  seksuele intimidatie of aanranding plaatsvindt; •  excessief alcohol wordt geconsumeerd; •  overige veiligheids- of gezondheidsrisico’s plaatsvinden. Artikel 4 1.  De burgemeester kan op grond van een relevant belang de exploitant verplichten tot het opnemen van specifieke maatregelen in het veiligheidsplan. 2.  Deze maatregelen worden geacht deel uit te maken van het veiligheidsplan.

38

Bijlagen Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

Artikel 5 De vergunninghouder is verplicht te controleren of het personeel dat is belast met beveiligingstaken toestemming heeft van de eenheidsleiding van de politie Amsterdam tot het verrichten van beveiligingswerkzaamheden in de desbetreffende horecaonderneming en beschikt over een legitimatiebewijs, voorgeschreven op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Artikel 6 Het niet naleven van het veiligheidsplan is een overtreding van de voorschriften van de exploitatievergunning. Handhaving hierop vindt derhalve plaats op basis van de vigerende Handhavingsstrategie Horeca en Slijterijen (inclusief winkels) en de Alcoholwet.

gemeente Amsterdam

39

Bijlage 9. Nadere regels dance events in horeca Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a.  dance event: een feest in een horecabedrijf waarbij het hoofddoel is om (langdurig) te dansen op versterkte elektronische muziek; b. horecabedrijf: horecabedrijf als bedoeld in artikel 3.1 lid 2 onder f APV; c. exploitant: exploitant als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 onder c APV; d.  gecertificeerde beveiligingsbeambte: natuurlijke persoon die toestemming heeft van de eenheidsleiding van de politie Amsterdam tot het verrichten van beveiligingswerkzaamheden in het horecabedrijf en beschikt over een legitimatiebewijs, voorgeschreven op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus; e.  eerste hulp gekwalificeerde medewerker: natuurlijke persoon die minimaal beschikt over een geldig EHBO- of BHV-certificaat (met de modulen ‘spoedeisende hulp’ en ‘niet spoedeisende hulp’) overeenkomstig de Nederlandse Richtlijnen Eerste Hulp van 15 april 2016 van Het Oranje Kruis, Nederlands Rode Kruis en NIBHV, aangevuld met een EHBDu-certificaat conform het landelijk curriculum Eerste Hulp Bij Drank- en drugsincidenten in het uitgaanscircuit (EHBDu) f.  horecakluis: een alleen door de politie te openen stalen kluis die beschikt over twee gemarkeerde inwerpopeningen (een voor wapens en een voor drugs) en die goed is af te sluiten met een slot of codeslot met

moedersleutel, welke zijn overgedragen aan de politie. De horecakluis heeft een mechanisme in de opening (klep) waardoor het niet mogelijk is om ingeworpen goederen via de opening uit de kluis te halen. Artikel 2 Wanneer er een dance event plaatsvindt in een horecabedrijf neemt de exploitant de volgende maatregelen om middelengebruik en daarmee gepaard gaande (gezondheids)risico’s zoveel mogelijk te beperken en een goede gang van zaken in het horecabedrijf en in de directe omgeving daarvan (als bedoeld in artikel 3.16 lid 3 APV) te waarborgen: a.  Uitvoeren van een goede visitatie door gecertificeerde beveiligingsbeambten. b.  Communiceren van toegangsregels en huisregels zodat bezoekers hiervan kennis kunnen nemen. c.  Gebruik maken van een horecakluis die deugdelijk is bevestigd aan de wand. d.  Beschikken over voldoende eerste hulp gekwalificeerde medewerkers en de benodigde middelen om eerste hulp te kunnen verlenen bij (middelengerelateerde) gezondheidsincidenten. e.  Bezoekers op adequate wijze voorlichten over de gezondheidsrisico’s van middelengebruik. f. Op verzoek verstrekken van gratis drinkwater.

40

Bijlagen Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

Artikel 3 Als een exploitant van een horecabedrijf beschikt over een veiligheidsplan op grond van de Nadere regels veiligheidsplan horecabedrijven, vult de exploitant het veiligheidsplan aan met de in artikel 2 genoemde maatregelen en licht daarbij toe op welke wijze hij invulling geeft aan deze maatregelen. Dit met inachtneming van de hierna in de toelichting gegeven richtlijnen. Artikel 4 Als bij de visitatie of elders in het horecabedrijf verboden middelen worden aangetroffen, dienen deze te worden afgenomen door de beveiligingsbeambte. De verboden goederen worden in de horecakluis gedeponeerd, tenzij conform de vervolgingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie de politie direct moet worden ingeschakeld. Aan de betrokken bezoeker dient de toegang te worden ontzegd. Artikel 5 1.  Het niet nakomen van deze nadere regels wordt gelijkgesteld met een overtreding van de voorschriften exploitatievergunning horeca. 2.  Bij een overtreding wordt opgetreden conform de Handhavingsstrategie Horeca gemeente Amsterdam. 3.  Indien in incidentele onvoorzienbare gevallen de voorwaarde uit artikel 2 onder c leidt tot onbillijkheden van overwegende aard, gelet op het doel en de strekking van deze regeling, kan de burgemeester besluiten dat hieraan niet of slechts gedeeltelijk hoeft te worden voldaan. I.

Te bepalen dat deze Nadere regels dance events in horeca in werking treden op 1 augustus 2017 en daarmee de op 12 juli 2016 vastgestelde Nadere regels dance events in horeca vervangen.

gemeente Amsterdam

41

Bijlage 10. Nadere regels VIP-tafels in de horeca Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a.  VIP-tafel: een tafel en/of zitgelegenheid in een alcoholverstrekkend horecabedrijf dat hoofdzakelijk in gebruik of bestemd is voor het bieden van dansgelegenheid, waarbij in elk geval een of meer van de volgende elementen een rol spelen: I. de tafel en/of zitgelegenheid wordt aangeboden tegen betaling van een tarief of tegen voorwaarden die afwijken van het reguliere toegangstarief of de reguliere voorwaarden; II. er worden extra services aangeboden (snelle entree, toegang tot een afgeschermd gedeelte van de gelegenheid, speciale bediening, etc.); III. een bepaalde hoeveelheid (sterke) drank wordt aangeboden als onderdeel van de prijs van de tafel; d.  horecabedrijf: horecabedrijf als bedoeld in artikel 3.1 lid 2 onder f APV; e.  exploitant: exploitant als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 onder c APV. Artikel 2 Wanneer VIP-tafels worden aangeboden, neemt de exploitant de volgende maatregelen om incidenten rondom VIP-tafels en het gebruik van VIP-tafels ten behoeve van criminele activiteiten zoveel mogelijk te beperken en daarmee een goede gang van zaken in het horecabedrijf en in de directe omgeving daarvan (als bedoeld in artikel 3.16 lid 3 APV) te waarborgen: a.  De exploitant houdt de verkoop van VIP-tafels te allen tijde in eigen hand.

b.  Bij de toegang tot het horecabedrijf worden gasten gevisiteerd door gecertificeerde beveiligingsbeambten conform de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. c.  Van alle VIP-gasten dient te worden vastgesteld dat zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt aan de hand van een geldig legitimatiebewijs. d.  Het VIP-gedeelte wordt afdoende in beeld gebracht door middel van camera’s. Camerabeelden worden tot ten minste negen dagen bewaard. Indien er een incident heeft plaatsgevonden in het horecabedrijf, worden de camerabeelden ten minste tot negen dagen na melding of aangifte van het incident bewaard. e.  Rekeningen van en behorende bij de VIP-tafel dienen giraal te worden betaald; contante betalingen worden niet geaccepteerd. f.  Flessen alcoholhoudende drank dienen in het gehele horecabedrijf giraal te worden voldaan. g.  Waar het de veiligheidsmaatregelen betreft mogen VIP-gasten in geen geval een voorkeursbehandeling krijgen ten opzichte van de reguliere gasten.

42

Bijlagen Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

Artikel 3 1.  De exploitant van een horecabedrijf dat VIP-tafels aanbiedt, meldt dit bij de gemeente, afdeling Vergunningen. 2.  Bij de melding zoals bedoeld in het eerste lid wordt een veiligheidsplan ingeleverd waarin de in artikel 2 genoemde maatregelen zijn opgenomen en is toegelicht op welke wijze daar invulling aan wordt gegeven. 3.  Als een exploitant van een horecabedrijf al beschikt over een veiligheidsplan op grond van de Nadere regels veiligheidsplan horecabedrijven, vult de exploitant het veiligheidsplan aan met de in artikel 2 genoemde maatregelen. Artikel 4 1.  Het niet nakomen van deze nadere regels wordt gelijkgesteld met een overtreding van de voorschriften exploitatievergunning horeca. 2.  Bij een overtreding wordt opgetreden conform de Handhavingsstrategie Horeca gemeente Amsterdam. I.  Te bepalen dat deze Nadere regels VIP-tafels in de horeca in werking treden op 1 januari 2019.

gemeente Amsterdam

43

Bijlage 11. Besluit exploitatievergunningvrije ondergeschikte horeca Artikel 1. Aanwijzing soorten horecabedrijven waarvoor de exploitatievergunningplicht niet geldt

Voor de volgende soorten horecabedrijven geldt de vergunningplicht als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de APV niet: 1. hotels, waar uitsluitend voor hotelgasten dranken worden geschonken en/of eetwaren worden verstrekt; 2.1 horeca-activiteiten in winkels, waar bedrijfsmatig of anders dan om niet, uitsluitend alcoholvrije dranken en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en die voldoen aan de volgende criteria: 2.1.1 de winkelactiviteit valt niet onder de uitsterfregeling van het betreffende bestemmingsplan; 2.1.2 het horecagedeelte beslaat geen groter vloeroppervlak dan maximaal 20% van het netto vloeroppervlak van de hele winkel, en het horecagedeelte is niet groter dan 20 m2; 2.1.3 de horeca-activiteit wordt door dezelfde ondernemer geëxploiteerd; 2.1.4 de horeca-activiteit wordt alleen uitgeoefend gedurende de tijden dat de winkel geopend is 2.2 horeca-activiteiten in winkels, waar sprake is van een grootschalige opzet, qua assortiment en/of vloeroppervlak, zoals een warenhuis, een tuincentrum, een meubelzaak of elektronicazaak en waar de horeca-activiteit, gelet op het langdurig verblijf van de bezoeker in de winkel als ondersteuning dient voor de winkelende bezoekers, mits die winkels voor het overige voldoen aan de criteria, als bedoeld, onder 2.1.3 t/m 2.1.4.; 2.3 horeca-activiteiten in winkels waarin activiteiten plaatsvinden, waarvan in

het horecabeleidsplan is aangegeven dat daarvoor in het geheel geen vergunning, als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de APV, wordt gegeven, zijn uitgezonderd van hetgeen onder 2.1 en 2.2. is bepaald; 2.4 horeca-activiteiten in avondwinkels, als bedoeld in de Verordening Winkeltijden Amsterdam 2010; 3 prostitutiebedrijven waarvan een gedeelte voor de horeca is bestemd; 4. religieuze gebouwen, mits de consumpties uitsluitend kunnen worden verkregen voorafgaande aan of na afloop van de religieuze bijeenkomst, door bezoekers van die bijeenkomsten; 5. bedrijfskantines, voor zover deze in hoofdzaak bezocht worden door personeel van de hoofdactiviteit in het gebouw, dan wel dat de bedrijfskantine in hoofdzaak bestemd is ten behoeve van het gezamenlijk gebruik van personeel van aangesloten bedrijven in omliggende gebouwen. Daarbij dient het toegangsbeleid ten behoeve van de toezichthouder op eerste verzoek te worden aangetoond; 6. horeca-activiteiten in sport- en dansscholen, mits in de school geen wedstrijden, anders dan onderlinge wedstrijden worden gehouden, en de school uiterlijk om 24.00 uur wordt gesloten; 7. horeca-activiteiten in sauna’s en zonnecentra, mits de dranken en etenswaren uitsluitend worden verstrekt aan bezoekers die gebruikmaken van de sauna- en zonnecentrafaciliteiten;

44

Bijlagen Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

8. horeca-activiteiten in ziekenhuizen, verzorgingshuizen en verpleeghuizen, indien de dranken en etenswaren uitsluitend worden verstrekt aan degenen die verblijven in deze instellingen en hun bezoekers, alsmede verzorgingshuizen en verpleeghuizen die toegankelijk zijn voor de doelgroep in de buurt, mits deze toegankelijkheid uitsluitend ligt tussen 08.00 uur en 23.00 uur; 9. voor het publiek toegankelijke inrichtingen waar bedrijfsmatig, of in een omvang alsof bedrijfsmatig 9.1. kookcursussen worden gegeven, waarbij de eindproducten ter plaatse worden geconsumeerd door de deelnemers aan de cursus; of 9.2. wijncursussen worden gegeven waarbij ter plaatse wijnen geproefd worden met het oog op educatie 10. horeca-activiteiten in gemeenschappelijke ruimten op volkstuinencomplexen aangesloten bij de Bond van Volkstuinders, mits de dranken en etenswaren uitsluitend worden verstrekt aan de leden. Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde aanwijzing geldt uitsluitend voor horecabedrijven, zonder terras op of aan de weg, als bedoeld in artikel 1.1, aanhef en eerste lid, onder 9 van de APV. II het besluit van 9 maart 1994, Gemeenteblad 1994, afdeling 3, nummer 43, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van 16 oktober 1997, nr 971567 in te trekken. III te bepalen dat de onder I en II bedoelde besluiten in werking treden met ingang van de dag na die van de bekendmaking in afdeling 3b van het Gemeenteblad.

Colofon Tekst en redactie gemeente Amsterdam Fotografie Edwin van Eis (p. 1, 2), Berbe Rinders (p. 45) Vormgeving Vorm de Stad, Tom van Veenhuijzen februari 2022 Het Stedelijk beleidskader horeca en terrassen is een uitgave van de gemeente Amsterdam. Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend.

gemeente Amsterdam

45

46

Bijlagen Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

gemeente Amsterdam

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11467028/1