CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij bezwaarprocedures mbt Joodse erfpachttegoeden

RAAD 20 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van de Stichting Jeshive Amsterdam van 28 december 2020 inzake de bezwaarprocedures met betrekking tot de Joodse erfpachttegoeden.8.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Bezwaarschriftencommissie Gemeenteraad Amsterdam Betreft: Inzake:

Stichting Jeshive Amsterdam (bezwaar) Joodse Erfpachtgelden (bezwaarsprocedure) Stand van zaken bezwaarsprocedure H&A & AMOS Voortgang & afwikkeling

Verzonden per e-mail; bezwaarenberoep@amsterdam.n1

Amsterdam, 18 december 2020 Geachte bezwaarschriftencommissie, Bij e-mail d.d. 30 oktober heeft uw bezwaarscommissie de stichting Jeshive Amsterdam (hierna: de stichting) in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen in de bezwaarsprocedure van de organisaties AMOS 8( Hachsjara en Alijah (hierna H&A). De stichting heeft daar om verzocht gelet op haar belanghebbendheid bij alle afgegeven subsidiebeschikkingen in het kader van de Joodse erfpachtgelden. Bij brief van 18 september en 29 september 2020 - en later ook meermaals per mail en telefonisch - heeft de stichting verzocht om haar alsnog in deze procedure(s) te horen, nu haar die gelegenheid niet is geboden op de hoorzitting van deze organisaties op 24 september 2020. Daarmee is sprake van een schending van het beginsel van hoor en wederhoor. De stichting verzoekt u hierbij alsnog een (nieuwe) hoorzitting te plannen, zodat dit gebrek kan worden hersteld en de stichting haar bestuursrechtelijke rechten (ten volle) kan uitoefenen. Via deze weg brengt de stichting in ieder geval reeds het volgende naar voren.

Stand van zaken bezwaarsprocedure AMOS & HA Uw bezwaarscommissie heeft de Gemeenteraad / adviescommissie Joodse Erfpachttegoeden in de gelegenheid gesteld om in een nadere schriftelijke ronde te reageren op de door uw bezwaarscommissie gestelde vragen ter zake de (bezwaarsprocedure van de) organisaties AMOS & H&A.

U heeft de volgende vraag gesteld: 1

"Tijdens de hoorzitting op 4 september is toegezegd dat bij de adviescommissie zal worden nagevraagd of de aan de subsidie verbonden voorwaarden kunnen komen te vervallen. Tot op heden is hier echter niet op teruggekomen. Kunt u alsnog binnen één week reageren?" Hier is door de adviescommissie als volgt op gereageerd: "De adviescommissie streeft ernaar versnippering en verspilling van de gelden te voorkomen. In dat licht zijn de door deze stichtingen ingediende aanvragen tezamen bezien. De commissie meent dat een samenwerking de continuïteit van de Amsterdamse Joodse gemeenschap in belangrijke mate ten goede komt, doordat er een belangrijk synergetisch effect ontstaat, De toegekende bedragen zijn vervolgens ingegeven door het vergrote bereik van de twee stichtingen gezamenlijk. Wanneer de aanvragen niet in samenhang zouden zijn bezien, zou aan beide projecten een lagere toekenning van het subsidiebedrag worden geadviseerd. AMOS/ H&A hebben bezwaar gemaakt tegen de bij de subsidieverlening gestelde samenwerkingsvoorwaarden. Afgevraagd kan worden of de voorwaarden op het moment van besluitvorming in redelijkheid konden worden gesteld — te meer doordat eerdere pogingen tot een dergelijke samenwerking recent voor indiening van de aanvragen waren gestrand. Gelet op het voorgaande adviseren wij de subsidievoorwaarden te laten vervallen.

Nu de hoogte van de toegekende bedragen juist is ingegeven met het oog op de samenwerking, zou er wanneer de voorwaarden niet zouden worden gesteld een lager subsidiebedrag zijn verleend. Het verlagen van de toegekende bedragen is in deze bezwaarprocedure echter niet toegestaan, gezien het verbod van reform atio in peius; dat de stichtingen niet slechter mogen worden van hun bezwaar. Met het oog hierop, adviseren wij u de reeds toegekende subsidiebesluiten in stand te laten, en de gestelde samenwerkingsvoorwaarden te laten vallen."

Reactie stichting Jeshive Amsterdam De stichting stelt zich op het standpunt dat met de reactie van de Joodse adviescommissie, althans bij de uitvoering daarvan, (andermaal) sprake is van een ernstige integriteitsschending en/of sprake is van belangenverstrengeling van 2 leden van de adviescommissie, te weten d ; zij op allerlei gebied rechtstreeks betrokken bij de De organisatie AMOS (synagoge). Zij zijn ook lid van deze organisatie. De I_ hebben tevens zitting in het bestuur van een stichting die de organisatie AMOS financieel ondersteunt. Deze stichting, die de naam 'Iton' draagt (de Hebreeuwse vertaling van het woord `Krant'), is een (privé)stichting van de heer De stichting iton stelt zich onder meer ten doel AMOS financieel te ondersteunen in haar activiteiten en huisvesting, zo blijkt uit haar beleidsplannen, waarover uw bezwaarscommissie beschikt. Zoals u weet is de door AMOS aangevraagde erfpacht-subsidie bedoeld voor haar huisvesting. neemt sinds 4 mei 2020 tevens zitting in de stichting 'Administratiekantoor AMOS'. Deze stichting is opgericht om de beoogde huisvestinglocatie van AMOS aan te kopen, hetgeen reeds is geschied. De stichting is enkele maanden opgericht nadat de erfpacht-subsidie aan AMOS was toegekend. 2

Een meer vergaande toestand van (de schijn van) belangenverstrengeling kan de stichting zich niet bedenken, terwijl ook de integriteit in het geding is. Voorwaardelijke subsidie Zoals u weet is de subsidie aan de organisaties AMOS & H&A in voorwaardelijke zin verstrekt. Om versnippering te voorkomen zouden de respectievelijke bedragen aan deze organisaties worden verstrekt als ten aanzien van (nieuwe) huisvesting samen zou worden opgetrokken. Vooral binnen de organisatie AMOS bestond daarover - over de gestelde voorwaarden grote onvrede. Immers, de wens om met H&A op te treden bestaat niet (meer). Door de genoemde organisaties is daarover intern en extern onvrede cieuit (zoals ter hoorzitting), als commissieleden hen terwijl zij de daarin bekleedde rol van c niet in dank hèbben afgenomen. Teneinde te trachten van de subsidievoorwaarden af te komen is vervolgens gezamenlijk bezwaar ingesteld door de organisaties AMOS & H&A. Die procedure loopt. De adviescommissie, waarin de dus zitting hebben, heeft uw bezwaarscommissie vervolgens geadviseerd de samenwerkingsvoorwaarden te laten vallen en de subsidie alsnog - separaat - te verstrekken. Welnu, die gang van zaken is evident absurd en geeft (wederom) blijk van een vergaande mate van belangenverstrengeling, terwijl ook sprake is van strijdigheid met diverse beginselen van behoorlijk bestuur.

In dat verband wijst de stichting u op artikel 2:4, eerste lid, van de Awb, waarin is bepaald dat het bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid. De adviescommissie is zoals u weet een bestuursorgaan zoals bedoeld in de Awb. Artikel 2:4, tweede lid, van de Awb, draagt het bestuursorgaan op ertegen te waken dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden en de besluitvorming daarmee niet meer voldoet aan het in lid 1 neergelegde verbod van vooringenomenheid. Daarbij is in artikel 4, derde lid, van de Subsidieverordening opgenomen dat de leden van de commissie geen advies uitbrengen en zich onthouden aan deelname aan de besluitvorming over het advies als dit advies hen rechtstreeks of middellijk aangaat. Dit artikel sluit aan bij het algemeen bepaalde in artikel 2:4 van de Awb. De genoemde commissieleden waren en zijn op divers vlak rechtstreeks betrokken bij de door de commissie gegeven adviezen. Zij hadden zich te onthouden van betrokkenheid bij de behandeling, beraadslaging en formulering van het advies over de betreffende aanvraag. Dat is niet gebeurd, zoals onder meer blijkt uit de stukken waarover uw bezwaarscommissie beschikt en de thans gegeven adviezen.

Met het vorengaande is derhalve sprake van schending van diverse wettelijke bepalingen, de verordening en beginselen van behoorlijk bestuur. 3

Het behoeft weinig geestelijke gymnastiek om te kunnen vaststellen dat het - daarnaast minst genomen onzuiver en onbehoorlijk is dat het alhier bedoelde advies, dat wederom is ingegeven door het spekken van de eigen clubs, niet gevolgd kan worden. Het bedoelde advies geeft bovendien andermaal blijk van onwrikbare voorkeursgevoelens van bepaalde adviescommissieleden, welke rechtstreekse betrokkenheid hebben bij subsidie-aanvragende organisaties. Dat is temeer opmerkelijk nu de adviescommissie verder in geen enkele bezwaarsprocedure, op welke wijze dan ook, tegemoet is gekomen aan de wensen van andere bezwaarde organisaties. Zoals u weet lopen er 15 bezwaarsprocedures. De laakbare handelwijze van de adviescommissie is dan ook niet alleen doorzichtig en goedkoop, maar straalt ook op zeer wanstaltige wijze af op het gemeentelijke apparaat, te weten de Gemeente Amsterdam. Wat de stichting betreft is dit alles onacceptabel. Uw bezwaarscommissie, maar ook de gemeenteraad en de burgemeester van Amsterdam, zouden daar niet anders over behoren te denken.

In dit verband wordt nog verwezen naar een uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfslevenl, waarin het volgende werd geoordeeld: "Het College overweegt dat voor de beoordeling en advisering in het kader van een tendersysteem zoals door verweerder nader is ingevuld, geldt dat in beginsel ieder lid van de programmaraad dat enig persoonlijk belang heeft bij een of meerdere subsidieaanvragen, zou kunnen bevorderen dat minder aanvragen voldoen aan de criteria als bedoeld in artikel 2.4.13.7 van de Regeling waardoor de kans op subsidie voor de subsidieaanvragen waarbij zij betrokken zijn geweest, als laatstbedoelde subsidieaanvragen wel zouden voldoen aan de criteria, toeneemt. Aangezien het subsidiebudget ontoereikend was om alle aanvragen te kunnen honoreren, hadden de leden die persoonlijke betrokkenheid hadden bij projecten waarvoor ook subsidie was aangevraagd op grond van de Regeling, in beginsel indirect ook belang bij de uitkomst van de advisering over de andere aanvragen. Ten aanzien van hen bestaat naar het oordeel van het College in ieder geval de schijn van belangenverstrengeling, nu zij gelet op het voorgaande de besluitvorming ten aanzien van de aanvragen waarbij zij waren betrokken, door hun oordeel en advies over de overige concurrerende aanvragen, indirect konden beïnvloeden.

Dat zij zich hebben verschoond bij de advisering over hun eigen aanvragen is naar het oordeel van het College onvoldoende om die schijn weg te nemen en daarmee tevens in strijd met de Spelregels van verweerder," Verzoek Het klemmende verzoek van de stichting is derhalve om het vorenbedoelde advies van de adviescommissie in de zaken AMOS & H&A niet over te nemen, althans naast u neer te leggen.

CBb d.d. 13 juni 2016: ECLI:NL:CBB:2016:155

4

Geheel ten overvloede merkt de stichting daarbij overigens op dat overname van het advies ook op juridische (andere) gronden niet mogelijk is. Immers, de aanvragen van de organisaties voornoemd dienen ex tunc te worden beoordeeld, zoals verweerder in de bezwaarsprocedures van de Joodse erfpacht zelf al oordeelde: "In bezwaar wordt in beginsel ex nunc getoetst. Dit past bij het idee van een volledige heroverweging in bezwaar (artikel 7:11 van de Awb). Wanneer het gaat om de beslissing op een aanvraag tot subsidieverlening naar aanleiding van een tendetprocedure, wordt van dit uitgangspunt afgeweken, Omstandigheden die zich na het aanvraagmoment voordoen, moeten buiten beschouwing worden gelaten, nu het meenemen van informatie die dateert van na de sluiting van de aanvraagtermijn zich niet verdraagt met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en rangschikking van de ingediende aanvragen die in het tenders ysteem centraal staat (ABRvS 26 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8283)," Graag vernemen wij per ommegaande of u aan ons verzoek gehoor zult geven. Gelet op de relevantie van deze brief en het feit dat wij ons begeven in de laatste fase van de bezwaarsprocedures, achten wij het van belang een afschrift van dit schrijven te doen toekomen aan alle gemeenteraadsleden, de burgemeester de adviescommissie Joodse Erfpachttegoeden.

Uw ontvangstbevestiging van deze brief zien wij graag tegemoet. Met vriendelijke groet, Stichting Jeshive Amsterdam (bezwaarde)

Het Bestuur

5

Gemeente Amsterdam Bureau Integriteit Meldpunt Integriteitssehendingen Postbus 202 1000 AE Amsterdam

Datum: 2 september 2019 Inzake: Adviescommissie Joodse Erfpachtgelden Betreft: Klacht / verzoek om (integriteits)onderzoek Aantal pagina's: 6

Uitsluitend verzonden per mail aan: bureauintegriteit@amsterdam.n1

Geachte Bureau Integriteit, Middels dit schrijven brengen de ondergetekende (5) organisaties de volgende kwestie onder uw aandacht, met het verzoek een (integriteits)onderzoek in te stellen. Inleiding

Op 14 juli 2016 heeft de Amsterdamse gemeenteraad ingestemd met het ter beschikking stellen van een tegemoetkoming van e 10.000.000,-1 aan de Amsterdamse Joodse gemeenschap naar aanleiding van het NIOD-rapport 'Openstaande Rekeningen, de gemeente Amsterdam en de gevolgen van roof en rechtsherstel, 1940-1950'. Op 27 september 2017 heeft de gemeenteraad besloten een adviescommissie in te stellen die de gemeenteraad zou moeten adviseren over de wijze waarop de bedoelde gelden verdeeld moeten worden. De adviescommissie is op 18 juli 2018 benoemd en bestaat uit de navolgende personen: De heer E.J. Numann (voorzitter) De heer H.A. Markens De heer J. Krant Mevrouw J.A. van Kranendonk Mevrouw S. van der Hart De heer S.M. Léons Op 1 juli 2019 heeft de adviescommissie haar advies aan de gemeenteraad uitgebracht. De motivering van het advies is op 9 juli 2019 gepubliceerd via de website van de Gemeente Amsterdam: https ://wob .amsterdam.n1/2019/juli/wob-besluit-j oodse-erfpachttegoeden/, welke hier als ingelast dient te worden beschouwd.

Later werd dit € 10.800.000,-

1

Klacht Deze klacht ziet op de handelwijze van 2 adviescommissieleden, te weten d

In het advies wordt geadviseerd, onder meer, subsidie toe te kennen aan subsidieaanvrager Hachsjara en Alijah (onderdeel Jongeren) voor een bedrag van € 272.665,55. Het gaat om een voorwaardelijke toekenning, met dien verstande dat als voorwaarde wordt gesteld dat wordt samengewerkt met AMOS (onderdeel Religie), door welke organisatie eveneens een aanvraag is ingediend, teneinde de subsidie te kunnen verkrijgen. De motivering voor het toe te kennen subsidiebedrag luidt als volgt: quote Bezien naar het totaal beschikbare subsidiebedrag, acht de commissie de met de }verkzaamheden gemoeide kosten te hoog om deze individuele aanvraag volledig toe te kennen. Ter bevordering van de continuïteit en het dienen van de lange termijn van de stichtingen, komt de commissie tot gedeeltelijke toekenning, onder voorwaarden. AMOS maakt al vele jaren als huurder gebruik van het moadon (clubhuis), dat in eigendom is van H&A. AMOS is uitgegroeid tot de grootste (modern) orthodoxe sjoelgemeenschap in Amsterdam.. De commissie is van oordeel dat een samenwerking tussen H&A en AMOS de continuïteit van de Amsterdamse Joodse gemeenschap in belangrijke mate ten goede komt Door een samenwerking tussen H&A en AMOS ontstaat er volgens de commissie een belangrijk synergetisch effect. De commissie streeft er naar versnippering en verspilling van de gelden te voorkomen.

In dat licht heeft zij de door deze stichtingen ingediende aanvragen tezamen bezien. Deze aanvraag ziet op renovatie en uitbreiding van het moadon ten behoeve van Bne Ak-iwa. De commissie komt tot gedeeltelijke toekenning van de aanvraag, voor het deel dat ziet op de renovatie. Het onderdeel dat de nieuwbouw betreft, wordt afgewezen. Om tot verwezenlijking van het doel van de subsidie te komen, de continuïteit van de Joodse gemeenschap van Amsterdam, stelt de commissie de voorwaarden dat de locatie van H&A gebruikt zal worden voor de aanvraag van AMOS tot nieuwbouw, zijnde een aanbouw aan het bestaande gebouw. Het toegekende subsidiebedrag aan H&A dient gebruikt te worden ten behoeve van de renovatie van het bestaande gebouw. Het doel is zo op efficiënte wijze een multifinctioneel gebouw te realiseren voor zowel Bne Akiwa als AMOS. Aan de gedeeltelijke toekenning van het subsidiebedrag, stelt de commissie de volgende voorwaarden: - Gedeelde locatie voor H&A en Amos; - Gedeeld gebruik van het gebouw door H&A en Amos - Gedeelde zeggenschap voor H&A en Amos, door een daartoe geschikte juridische constructie (mede-eigendom of een constructie met een eigenaar-rechtspersoon). De commissie komt tot voorwaardelijke gedeeltelijke toewijzing, voor een bedrag van e 272.266,55 ten behoeve van renovatie. 2

unquote Opgemerkt zij ten overvloede dat in het advies en de motivering bij de aanvraag van AMOS dezelfde voorwaarden zijn opgenomen. Feiten en omstandigheden rondom totstandkoming van dit advies Met betrekking tot adviescommissieleden vorenbedoeld advies het volgende opgemerkt.

wordt in het kader van

is in de periode mei 2013 tot en met mei 2019 voor AMOS (een Commissielid synagoge gemeenschap) lid geweest van de Raad van Toezicht van de Nederlands Israëlietische Hoofdsynagoge (NIHS, Joodse Gemeente Amsterdam). AMOS is als synagogegemeenschap aangesloten bij de NIBS, binnen welke raad de (belangen van de) AMOS-synagoge vertegenwoordigde. Commissieli,

is - via de NIHS - betalend lid van AMOS.

Van is bekend dat hij gedurende reeds lange tijd uitgesproken voorstander is van een samenwerking tussen AMOS en Hachsjara en Alijah, in die zin dat hij van mening is dat met betrekking tot het aan Hachsjara en Alijah in eigendom toebehorende pand - waarover in het advies wordt gerept - mede-eigendom en/of zeggenschap zou moeten ontstaan voor AMOS. Er wordt zelfs al jaren gesproken over eventuele (gedeeltelijke) verkoop van dit pand aan AMOS. Over die kwestie werd al geruime tijd gesproken, reeds lang voor dat de subsidieregeling Joodse Erfpachttegoeden tot stand is gekomen. speelt / speelde in die gespreksvoering een prominente rol. Diverse betrokkenen kunnen dat verklaren. - is bestuursvoorzitter van Stichting lion (bijlage 1), welke stichting gevestigd is op zijn huisadres. Deze stichting stelt zich ten doel, het doen van uitkeringen aan liefdadige, sociale — en charitatieve instellingen in Nederland, Israël dan wel elders die een algemeen maatschappelijk of een Joodstraditioneel belang beogen. In het beleidsplan van de stichting voor de periode 2017 tot en met 2020 is het volgende opgenomen (bijlage 2):

'Recentelijk is de inrichting van de Joodse gemeenschap in Amsterdam/ Amstelveen sterk gewijzigd, waarbij de zgn. sjoelgemeenschappen een belangrijke positie hebben gekregen. Deze zijn in hoge mate autonoom en afhankelijk van de financiering door de aangesloten leden/ vrienden. Een van deze sjoelgemeenschappen is Amos die qua filosofie aansluit bij de doelstellingen van de Stichting. Het ligt in het voornemen deze sjoelgemeenschap in haar activiteiten en huisvesting te ondersteunen.' Commissielid

is - via de NIHS - betalend lid van AMOS.

Commissielid 1 en 2).

is bestuurslid van de zoeven genoemde stichting Iton (zie bijlage

hebben gedurende het subsidieaanvraagproces en Commissieleden daarna zowel mondeling als schriftelijk contact gehad met de besturen van Hachsjara en Alijah en AMOS. 3

In juni 2019, voorafgaande aan het geven van het advies dus, hebben (separaat) gespreken plaatsgevonden tussen de en bestuursdelegaties van Hachsjara en Alijah en AMOS. Deze gesprekken zouden bij c thuis hebben plaatsgevonden. Ondergetekenden beschikken verder over informatie met betrekking tot schriftelijke correspondentie die in het vorenbedoelde kader is gevoerd. Uit één van de e-mails die door de is geschreven blijkt in ieder geval het volgende: 1) Dat aan de als leden van de adviescommissie is voorgehouden dat zij Hachsjara en Alijah belazerd hebben. 2) Dat tijdens de eerder genoemde huiselijke gesprekken door dc • het adviescommissie-standpunt uiteen is gezet en dat geprobeerd is het bestuur van Hachsjara en Alijah te overtuigen van het feit dat samenwerking tussen AMOS Hachsjara en Alijah voor beide partijen een synergetisch effect zou hebben en dat dit - volgens - voor Hachsjara en Alijah tonnen zou kunnen opleveren. Strijd met Subsidieverordening Joodse Erfpachttegoeden Aan de subsidieregeling ligt een verordening ten grondslag. Het gaat om de Verordening commissie Joodse erfpachttegoeden (bijlage 3).

Daarin is in artikel 4.3 het volgende bepaald: De leden van de commissie brengen geen advies uit en nemen niet aan de besluitvorming over het advies deel als het advies hen rechtstreeks of middellijk aangaat.' Gelet op hetgeen hiervoor naar voren is gebracht, afzonderlijk en/of in samenhang bezien, is met betrekking tot de genoemde commissieleden - evident sprake van strijd met artikel 4.3. van de bedoelde subsidieverordening. Dat blijkt uit de zoeven genoemde e-mail. Immers, het bedoelde advies van de commissie gaat gedeeltelijk " -echtstreeks en/of middellijk aan. Dat volgt uit hun betrokkenheid bij AMOS en de stichting Iton. Beide commissieleden hadden zich geheel en volledig moeten onthouden van enige betrokkenheid bij het geven van het advies en/of deelneming aan de besluitvorming ervan. Uit de omstandigheid dat ten huize van (in een huiselijke sfeer dus) juist door deze twee commissieleden gesproken is over de subsidie bestemd voor AMOS, waarbij namens de commissie haar uitgangspunt uiteengezet is, terwijl bovendien geprobeerd is om een van de aanvragers te overtuigen dat samenwerking met AMOS een synergetisch effect zou opleveren en dat dit H&A 'tonnen zou kunnen opleveren', volgt duidelijk dat en welke betrokkenheid beide commissieleden hadden.

Zij konden alleen het bedoelde gesprek voeren en het standpunt van de commissie (later dus ook per e-mail) uiteenzetten en bepleiten, als zij op de hoogte waren van de ins en outs van het advies en de besluitvorming. Verder geeft ook de toonzetting in de bedoelde mail aanleiding om een onderzoek in te stellen, nu door de betrokken organisatie naar aanleiding van de desbetreffende contacten stevige kritiek wordt geuit op de adviescommissie (de adviescommissie wordt er van beticht H&A belazerd te hebben) en maakt deze duidelijk dat er op de achtergrond zaken spelen/speelde die 4

- zogezegd - het daglicht niet kunnen verdragen in het kader van de totstandkoming van bedoeld advies. Conclusie

Op basis van het vorenstaande is met betrekking tot één of meer leden van de adviescommissie sprake van: 1.Belangenverstrengeling, althans de schijn daarvan is gewekt. 2. Onverenigbare functies/bindingen/relaties. 3. Manipulatie van of misbruik van (de toegang tot) informatie. Er is sprake van een concreet vermoeden van integriteitsschending, althans er is tenminste sprake van door beide commissieleder ! opgewekte schijn dat zij nauw betrokken waren bij de totstandkoming van het advies en de besluitvorming met betrekking tot Hachsjara en Alijah en AMOS (en een derde partij, te weten Bne Akiwa). Standpunt adviescommissie

De adviescommissie is door de ondergetekende organisaties benaderd. Dat heeft geleid tot correspondentie, die op volgorde der data (bijlage 4) wordt bijgevoegd aan dit schrijven. Verzoek onderzoek in te stellen

Op basis van de naar voren gebrachte feiten en omstandigheden dient een (integriteits)onderzoek te worden ingesteld naar de gedragingen, contacten en rol van de genoemde adviescommissieleden. Wij verzoeken u daartoe over te gaan. Ten overvloede wordt nog vermeld dat de adviescommissie moet worden beschouwd als een commissie zoals bedoeld in artikel 84 Gemeentewet en/of moet worden beschouwd als een bestuursorgaan zoals bedoeld in de Awb, zodat uw bureau aangewezen is deze klacht in behandeling te nemen. Spoedeisendheid bii afhandeling van deze klacht

Gelet op de geplande commissievergadering Algemene Zaken op 5 september 2019 en de Raadsvergadering op 18 en 19 september 2019 is grote haast geboden bij uw onderzoek en (bekendmaking van) de uitkomst daarvan. Ons verzoek is dan ook deze klacht in ieder geval voor de raadsvergadering van 18/19 september 2019 af te ronden. Vast staat dat indien het door de adviescommissie gegeven advies - onder de geschetste omstandigheden - door de gemeenteraad wordt bekrachtigd er - zogezegd - 'geen weg meer terug' is. Bezwaar- en beroepsprocedures zouden dan weliswaar nog tot ongedaanmaking van (op basis van op niet integere wijze tot stand gekomen adviezen) beschikkingen kunnen leiden, echter het integriteitsaspect en/of eventuele belangenverstrengelingkwesties bij de totstandkoming van het advies zouden dan, in juridische zin, geen rol van betekenis hebben in de beoordeling van dergelijke (rechts)procedures. Ook om die reden is een zeer spoedige 5

afhandeling van deze klacht door uw bureau, in ieder geval vóór 18/19 september 2019, passend en geboden. Uw beoordeling op de klacht zou de facto de enige manier kunnen zijn het thans voorliggende advies een halt toe te roepen of, anders gezegd, aanleiding kunnen zijn het advies - gelet op de integriteitsschending - te verwerpen. Uiteraard is die beslissing aan de gemeenteraad, edoch uw beoordeling op deze klacht zal daartoe een handvat moeten bieden. Een en ander klemt temeer, nu het een feit van algemene bekendheid is dat gemeenteraadsleden een advies van een door henzelf aangestelde (advies)commissie in vrijwel geen enkel geval niet zullen bekrachtigen, terwijl de raadsvergaderingen van laatstbedoelde data moeten worden gezien als een 'hamerstuk' van het thans voorliggende advies. Gelet op de huidige - geschetste - stand van zaken is dat onacceptabel. Alleen de beoordeling door uw bureau zou daar dus mogelijk nog verandering in kunnen brengen, hetgeen mede redengevend is voor zeer spoedige afhandeling van de onderhavige klacht. In dit licht moet de rol van uw bureau in het onderhavige onderwerp (de Joodse Erfpachttegoeden) ook als uiterst essentieel worden beschouwd.

Vertrouwelijke behandeling van deze klacht Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ieder van de ondertekende organisaties, is het uw Bureau niet toegestaan de identiteit van de indieners van deze klacht bekend te maken of te delen met derden of met diegenen tegen wie deze klacht gericht is. Deze klacht wordt voorshands 'anoniem' ingediend en u wordt verzocht bij de behandeling ervan de identiteit van de indieners en datgene dat zij middels deze klacht aan de orde hebben gebracht, bijlagen daaronder inbegrepen, steeds vertrouwelijk te houden. Wij zijn bereid tot het verstrekken van nadere informatie. Met vriendelijke groet, namens de besturen van, Stichting Leerhuis Ets Chaim Stichting Reisjies Gogmoh Stichting Jeshive Amsterdam Stichting Joodse Kindergemeenschap Cheider Joodse Jeugdvereniging Hasjalsjelet Gelieve uw antwoord te richten aan alle correspondentieadressen van ondergetekende organisaties: infoO,beishamedrasj .nl, info@rgsjoel.nl, jeshiveamsterdam@gmail.com, bestuur@cheider.nl, hasja1sjelet613@gmail.com, of via e-mailadres: joodseerfpacht@gmail.com

Bijlagen: 4

6

SUL E

Bedrijfsprofiel Stichting Iton (33298391) Kamer van Koophandel, 06 augustus 2019 - 13:52

Uittreksei

KvK-nummer 33298391 Rechtspersoon RSIN Rechtsvorm Statutaire naam Statutaire zetel Bezoekadres Telefoonnummer Faxnurnrner E-mailadres Datum akte van oprichting Datum akte laatste statutenwijziging Activiteiten

Bestuurders Naam Geboortedatum en pleats Datum in functie Titel Bevoegdheid

Naam Geboortedatum en pleats Datum In functie Titel Bevoegdheid

Naam Geboortedatum en pleats Datum In functie Titel Bevoegdheid

806337278 Stichting Stichting Iton Amsterdam De Cuserstraat 21, 1.081g< Amsterdam 0206444141 0206429129 26-11-1997 29-11-2012 SBI-code: 94996 - Overige Ideële organisaties Het doen van uitkeringen aan liefdadige,soclale -en charitatieve instellingen In Nederland, Israel, dan wel elders die een algemeen maat- schappelijk of een joodstraditioneel belang beogen.

26-11-1997 Bestuurder Gezamenlijk bevoegd (niet andere bestuurder(s), zie statuten)

Maastricht 26-11-1997 Bestuurder Gezamenlijk bevoegd (niet andere bestuurder(s), zie statuten)

Tel-Aviv, Palestine 26-11-1997 Bestuurder

ULAGE 2

Beleidsplan Stichting Iton voor de periode 2017 tot en met 2020

Inhoudsopgave 1, Inleiding 2. Doelstelling en beleid 3. Werkwijze en projecten 4. Organisatie Stichting

Inleiding Na de Holecauet bleef in Europa, Incl. Oost-Europa, een gedecimeerde Joodse gemeenschap over, Ook Nederland werd zwaar getroffen. Van de pens zo bloeiende Joodse gemeenschap, voornamelijk in Amsterdam, was weinig meer over. Met hard werken en veel inzet is er weer een redelijk bloeiende Joodse gemeenschap opgebouwd. Er zijn, weliswaar koshere voorzieningen, enkele resteurant,s, echolpn, bejaardenhuizen, een ZiekenhuisafdelIng en zelfs een hospice, 1n 1943 werd door David Efen Gurion de stoat Israël uitgeroepen. Inmiddels bijna 70 jaar en vele oorlogen later is er een moderne, democratische staat, Israël biedt aan elke Jood de mogelijkheid zich in het land te vestigen. De hoop dat Israël na de Holocaust hét tehuis zou worden voor de overlevenden en hun nakorrielIngen is in zekere mate bewaarheid. Vele miljoenen Joden uit Arabische landen, Ethiopië, Rusland en Oost-Europa zijn naar Israël gegaan, Helaas hebben zij (nog)niet in vrede kunnen loven en wordt het land voortdurend bedreigd cleor vijanclelijke beren en het conflict met de Palestijnen. De verbondenheid van de Joodse gemeenschap in de hele wereld met Israël ie groot, Het is deze verbondenheid met Israël enerzijds en de noodzaak de Joodse gemeenschap in Nederland te ondersteunen anderzijds, die hebben geleid tot de oprichting van de Stichting Iton.

Doelstelling en beleld De Stichting heeft ten doel: het doen van uitkeringen aan liefdadige, sociale — en charitatieve instellingen In Nederland, Israël dan wel elders die een algemeen maatschappelijk of een Joodsheditioneel belang haven. In de afgelopen jaren heeft de Stichting diverse instellingen ondereteund, voornamelijk in Israel. Speerpunt van het beleid is om mensen met minder kansen te helpen en dan vooral kinderen. In de harde samenleving van de 21''° eeuw raken vele gezinnen ontwricht, waarbij vaak kinderen het slachtoffer worden. Door het grote aandeel dat defensie inneemt In het budget van de staat Israël, is er vaak te weinig geld voor educatie on zorg. Het beleid van de Stichting is er tevens op gericht instellingen te ondersteunen, die de infrastructuur van Joods Nederland in stand houden en verbéteren. Recentelijk is de Inrichting van de Joodse gemeenschap in Amsterdam/ Amstelveen sterk gewijzigd, waarbij de zgn sjoelgemeenschappen een belangrijke positie hebben gekregen. Deze zijn in hoge mate autonoom en afhankelijk van de financiering door de aangesloten leden/ vriencien. Een van deze i3joelgemeenschappen is Amos die qua filosofie aansluit bij de doelstellingen van de Stichting. Het ligt in het voornemen doze ijoelgemeenschap In haar activiteiten en

huisvesting te ondersteunen. Daarnaast worrier) algemeen maatschappelijke doelen ondersteund zoals het VUmc kankercentrum, VUmc Alzheimercentrum, diabetesonderzoek en het Hospice linmenuel. Dit beleid zal worden voortgezet, waarbij zorg, educatie en voorlichting de prioriteiten zijn on blijven.

Werkwijze en projecten Het bestuur van de Stichting vergadert tenminste een keer per jaar en voert regelmatig ad hoc overleg, vooral indien een (nieuw)verzoek voor ondersteuning wordt ontvangen. Diverse organisaties dragen projecten aan die na goeclkeuring, vaak voor meerdere jaren, worden ondersteund zodat continuïteit wordt gewaarborgd. Belangrijk daarbij is dat uitsluitend instellingen die onder toezicht staan en een financiële verantwoording geven, worden ondersteund, De Collectieve Israël Actie (CIA), die al vele jaren geld inzamelt in Nederland t.b.v. Israël en over een professionele organisatie beschikt zowel in Nederland als in Israël, speelt een belangrijke rol. Ze screent vele organisaties en is een belangrijke partner. Het Joods Historisch Museum (JHM) te Amsterdam is een beneficiënt, die een belangrijke positie in Nederland inneemt m.b.t. voorlichting over de geschiedenis van de Joden in Nederland en daarbuiten. Het kindermuseum van het JHM wil een bijdrage leveren aan het bevorderen van tolerantie en integratie. Semen met .de Hollandse Schouwburg, de Portugese Synagoge en het recent opgerichte Nationale Holocaust Museum maken ze deel uit van het Joods Cultureel Kwartier. Het bestuur benadert zelf instellingen met de vraag of zij een project hebben dan wel wordt de Stichting benaderd met een verzoek om steun.

Wil men in aanmerking komen voor ondersteuning dient men een goede financiële verantwoording te geven. Al meerdere jaren wordt het Alyn-ziekonhuis in Jerusalem ondersteunt. Alyn is het enige revalidatiecentrum voor lichamelijk beperkte kinderen en jongvolvvassen in Israël voor alle gezindten. Een ander project dat al jaren wordt gesteund is het Jaffainstituut dat al meer dan 20 jaar kansarme kinderen helpt. Het Jaffainstituut kreeg al tweemaal de Israëlische Staatsprijs voor Opvoedkunde, want als geen ander weet men bij dit instituut wat Joodse en Arabische jongens en meisjes uit de sloppenwijken nodig hebben. In Nederland worden diverse Joodse organisaties ondersteund, waaronder de Stichting Bij Leven en Welzijn (BLEW), die voor de beveiliging van Joodse instellingen zorgt. De Cefina is hierbij een partner, die zorgt voor financiering van instellingen on scholen. Tot 2009 heeft het accent vooral op projecten on instellingen in Israël gelegen, Het bestuur is voornemens dit beleid te continueren, maar zal bij het toenemen van het vermogen meer aandacht besteden aan zowel Joodse — als niet-Joodse instellingen in Nederland. Organisatie Stichting De Stichting Iton - gevestigd: De Cuserstraat 21, 1081CK Amsterdam — is op 26 november 1997 opgericht. Het bestuur van de Stichting bestaat uit: e J, Krant te Amsterdam, voorzitter o Dr. H. Markens te Amsterdam, secretaris * Drs. A.Z.

Markuszower. De bestuursleden worden voor onbepaalde tijd benoemd en zij genieten voor hun werkzaamheden geen beloning. Het bestuur komt minimaal eenmaal per jaar bijeen voor een vergadering, waarbij tevens de jaarstukken worden besproken. Hiervan worden officiële

notulen opgemaakt. Regelmatig vindt overleg plaats via internet of via een telefonische vergadering wanneer sprake is van een aanvraag.

Amsterdam, februari 2017

BIJLAGE 3

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad

>t

Voordracht voor do raadsvergadering van woensdag 18 en donderdag 19 juli 2018

Jaar

2018

Afdeling

1

Nummer

601

Publicatiedaturn

11 jull 2018

Agendapunt

17

Datum besluit I35W

19 junl 2018

laewmararucaslancs.lancen~".... Onderwerp

Vaststellen van de Verordening commissie Joodse erfpachttegoeden. Met deze voordracht stollen wij u voor het volgende besluit le nemen: Tekst van openbare

.. .

De gemeenteraad van Amsterdam

besluiten wordt gepublicaerd'

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders, Besluit:

vast te stellen de volgende Verordening commissie Joodse erfpachttegoeden Artikel 1 Instelling 1, Er is een commissie Joodse Erfpachttegoeden. 2. De commissie bestaat tilt zes leden en heeft tot teak de raad te adviseren over de besteding van de collectieve tegemoetkoming von 10 miljoen euro aan de Joodse gemeenschap voor de erfpachttegoeden. Artikel 2 Samenstelling van de commissie 1. De read benoemt de leden van de commissie. 2. De Commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. 3. Leden van de commissie worden bij afwezigheid niet vervangen. 4. De ondersteuning wordt verricht door een ambtelijk secretaris. Artikel 3 Vergaderingen en verslaglegging 1. De commissie vergadert zo vaak zij nodig gordeelt. 2. De vergaderingen von de commissie zijn besloten, tenzij de commissie enders beslist. 3, Van iedere vergadering wordt door de secretaris een verslag gemaakt. 4. De verslagen van de besloten vergaderingen van de commissie zijn geheim. Artikel 4 Besluitvorming I. De commissie besluit bij gewone meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter. 2. De commissie brengt schriftelijk advies uit. I-let advies wordt ondertekend door de voorzitter. 1

Jaar 2018 Afdeling 1 Nummer 601 Datum 11 jull 2018

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 18 en donderdag 19 juli 2018

3. De leden van de commissie brengen geen advies uit en nemen niet aan de besluitvorming over het advies deel als het advies hen rechtstreeks of middellijk aangaat. Artikel 5 Verantwoordingsplicht 1. De leden van de commissie zijn gezamenlijk, voor de uitoefening van hun taak verantwoording schuldig aan de raad. 2. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad daarvoor nodig heeft. Artikel 6 inwerkinetredind Deze verordening wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad en treedt op de dag na publicatie in werking.

Wettelijke grondslag

Artikel 84 Gemeentewet. Bestuurlijke achtergrond

Op 14 juli 2016 heeft de gemeenteraad ingestemd met het ter beschikking stellen van een tegemoetkoming van €10.000.000,- aan de (Amsterdams) Joodse gemeenschap naar aanleiding van het MOD rapport 'Openstaande Rekeningen, de gemeente Amsterdam en de gevolgen van roef en rechtsherstel, 1940-1950. De raad heeft daarbij ingestemd met het oprichten van een stichting die de opdracht krijgt de gemeenteraad te adviseren over de besteding van de tegemoetkoming aan collectieve doelen. Op 27 september 2017 heeft de gemeenteraad besloten met het voornemen adviescommissie (in de zin van artikel 84 gemeentewet) in te stellen in plaats van een stichting. Tevens heeft de raad Ingestemd met de beoogd leden van de commissie. Dit zijn: de heer E.J. Numann (voorzitter), mevrouw S. van der Hart, mevrouw J.A. van Kranendonk, de heer J. Krant, de heer S.M. Léons en de heer 1-1.A. Markens. Onderbouwing besluit

De beoogd commissieleden hebben onderling afgesproken hoe zij to werk willen gaan. In de verordening is weergegeven hoe de commissie haar werkzaamheden verricht. Als de verordening is vastgesteld en de commissieleden zijn benoemd en uw raad tevens instemt met de Subsidieverordening Joods Erfpachttegoeden, kan het inhoudelijk werk van de commissie aanvangen. Deze voordracht is verbonden aan de voordracht 'Instemmen met de met de leden van de commissie Joodse erfpachttegoeden'. Geheimhouding

Niet van toepassing

2

2018 Jaar Afdeling 1 Nummer 601 Datum 11 juli 2018

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 18 en donderdag 19 Juli 2018

Stukken Meegestuurd Ter inzage gelegd

n.v.t. .

_ .

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e•mailadres)

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

J.J. van Aartsen, ‘,vnd burgemeester

A.H.P. Van Gils, gemeentesecretaris

BIJLAGE 4

Aan: Adviescommissie Joodse Erfpacht p/a Gemeente Amsterdam Amstel 1 101.1 PN Amsterdam

Datum: 15 augustus 2019 Inzake: Joodse Ettachtgelden I Gemeente Amsterdam Beavit: Verzoek om rondetclielgesprek

Uitsluitend verzonden per mail aan de ambtelijk secretaris van de advieseommissk

Geachte adviescommissie, Ondergetekende (6) organisaties hebbenicimis genomen van uw advies en de daaraan gekoppelde motiveringen met betrekking tot de Joodse Erfpachtgelden (hierna: 'het advies'). Het advies roept bij-ons diverse vragen op, meer in bijzonder over de adviezen die zijn uitgebracht met betrekking tot de aanvragen dje door onze organisaties zijn ingediend. Daarnaast leven bij ons vragen over de mate waarin uw eommissie feitelijk de gehele Amsterdamse joodse gemeenschap vertegenwoordigt, nu vertegenwoordiging van in ieder geval de traditionele orthodo?de in uw commissie ontbreekt. Feit is dat geen van uw commissieleden voldoende kennis draagt van deze organisaties en bun activiteiten. Dat volgt reeds uit de adviezen en specifiek datgene dat in de motiveringen door uw commissie wordt opgemerkt met betrekking tot de subsidieaanvragen van deze organisaties. Gelet -hierop nodigen wij u graag uit voor een gesprek met gedelegeerden van onze besturen om het bovenstaande met p te bespreken in een rondetafelgesprek. Dit gesprek zou in de avond kunnen plaatsvinden op 29 of 30 augustus, of 2 of 3 september 2019. Graag vernemen wij uw voorkeur, waarna wij een locátie en tijdstip aan u zullen communiceren.

Gelet op de beperkte tijd die resteert tot aan divers geplande momenten in het onderhavige dossier, zoals de commissie- en raadsvergadering in september, verzoeken wij u ons uiterlijk op woensdag 21 augustus a.s. te laten weten of u ingaat op onze uitnodiging tot een gesprek.

2

Hoewel wij ons realiseren dat uw commissie formeel mogelijk niet gehouden is tot beantwoording van onze vragen en u e.e.a, allicht zal doorverwijzen naar de Amsterdamse Gemeenteraad, willen wij uw commissie toch nadrukkelijk verzoeken het verzochte gesprek met ons aan te gaan. In het andere geval zullen onbeantwoorde vragen, die de facto uitsluitend beantwoord zullen kunnen worden door (leden van) uw commissie, vrijwel zeker leiden tot (meer) controverse binnen de Amsterdamse Joodse gemeenschap over het onderhavige onderwerp, een en ander met alle denkbare en onwenselijke gevolgen van diem Met vriendelijke groet, namens de besturen van,

Stichting Leerhuis Ets Chaim

Stichting Reisjies Gogrnoh

Stichting Jeshive Amsterdam Stichting Joodse Kindergemeenschap eheider

Joodse Jeugdvereniging Hasjalsjelet

Kerkgenootschap Kahal Kudos Ahabat J-linam Bendigamos

Gelieve uw antwoord te richten aan alle correspondentieadressen van ondergetekende organisaties: info@beisha medras i.nl, infbrgsjoel.nl, ieshiveamsterdamfagmail.com., bestuur@cheider.nl, hasjalsje1et613@gmail.com, infoQbendigamos.org of via emailadres: joodseerfpacht@gmail.com

Verzonden per mall aan: joodsr,.,erfpachiffigiRall.comi ipl gbelshame4res,W; infoakgsjeeLnj; jeshiveamsterdarn@_gmaji.com; bestijurOcheider.ril; bojaisjeletQl.3.C.alitriejl.com; infoQbendtgamos,org. Amsterdam, zo augustus 2018

Betreft; reactie op uw brief van 15 augustus 2mg: Verzoek om rondetafeigesprek

Geachte vertegenwoordigers van stichting Leerhuis Ets Chaim, stichting Reisjies Gogmoh, stichting Jeshive Amsterdam, stichting Joodse Kindergerneenschap Cheider, Joodse Jeugdvereniging Hasjalsielet en kerkgenootschap Kahal Kados Ahabat HInam Bendigamos, Namens de commissie Joodse Erfpachttegoeden bericht lk u dat uw brief van 15 augustus 2019 in goede orde is ontvangen. U geeft aan vragen te hebben over het advies over de door uw organisaties ingediende aanvragen op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoe.den. Daarnaast heeft u vragen over de mate waarin de commissie de gehele Amsterdamse Joodse gemeenschap vertegenwoordigt, nu vertegenwoordiging van in leder geval de traditionele orthodoxie en kennis daarvan In de • commls'sle volgens u ontbreekt, De commissie Is samengesteld door de burgemeester van Amsterdam in 2016. De commissie is vervolgens door de gemeenteraad ingesteld om te adviseren over de besteding van de tegemoetkoming waartoe de raad eerder had besloten. Met het Indienen van het advies van ijuil jl. heeft de commissie aan die opdracht voldaan, Het Is nu aan de gemeenteraad om te bepalen of zij wel of niet instemmen met het advies. De commissie meent dan ook dat het niet zinvol Is in te gaan op uw uitnodiging tot een gesprek.

Het advies zal eerst besproken worden In de commissie Algemene Zaken van 5 september en vervolgens in de gemeenteraadsvergaderIng van 18 en19 september, U bent welkom bij beide vergaderingen. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geformeerd,

met vriendelijke grnet, nameri de commissie Joodse Erfpachttegoeden,

Mr. E. J. Nurnann, Voorzitter

Aan: Adviescommissie Joodse Erfpacht pin Gemeente Amsterdam Axnstel 1 1011 PN Amsterdam

Datum.: 27 augustus 2019 Inzake: Joodse Eitachtgelden I Gemeente Amsterdam Betreft: Reactie op uw brief alsook op uw stellingname via media

Uitsluitend verzonden per mail aan de ambtelijk secretaris van de adviescommissie,

Geachte beer Numann, Uw brief gedateerd 20 augustus 2018, kennelijk abusievelijk onjuist gedateerd, ontvingen wij op 20 augustus. 2019 in goede orde per e-mail . In uw reactie geeft u aan dat een gesprek met onze organisaties niet zinvol is, omdat de adviescommissie aan haar opdracht beeft voldaan en bet nu aan de gemeenteraad is om met het door de adviescommissie gegeven advies al dan niet in te stemmen. Verder hebben wij kennis genomen van hetgeen u afgelopen week in het Nieuw Israëlietisch Weekblad (N1W) heeft gezegd. Alvorens wij het hiernavolgende onder uw aandacht willen brengen, hechten wij eraan te vermelden dat wij ons scharen achter de opmerking in het NIW dat u van onbesproken gedrag bent. Wij berichten 1,1 verder als volgt. Uw opvatting dat na indiening van het advies een gesprek niet zinvol is delen wij niet en wordt / is door (leden van) uw commissie ook niet consequent toegepast. Wij hebben kennis genomen van het feit dat met (leden van) uw adviescommissie in ieder geval v66r en na 1 juli 2019 contacten hebben plaatsgevonden met één of meer (delegaties van) organisaties die een subsidieaanvraag hebben ingediend. Tijdens die gesprekken is in ieder geval het onderdeel van het advies en de totstandkoming daarvan aan de orde gekomen, dat betrekking heeft op de subsidieaanvragen van de desbetreffende organisatie(s).

In bedoeld(e) overleg(gen) zijn de desbetreffende (te geven) adviezen besproken, nader toegelicht en zijn door (leden van) de adviescommissie zelfs suggesties gedaan over de wijze waarop tot een maximale subsidietoekenning gekomen zou kunnen worden, In bedoelde overleggen is sprake geweest van zogenoemde vooradviezen en instructies aan subsidieaanvragers om subsidieaanvragen van een mayimaln kang van glaann te vnnyzinn

Daarmee is ons inziens sprake van ontoelaatbaar gedrag van (leden van) uw commissie, terwijl uw afwijzing tot een gesprek met ons mede vanwege dat aspect (het wel degelijk voeren van overleg na indiening van het advies) reeds onbegrijpelijk is. Daarbij komt nota bene, dat ééri of meer van de vorenbedoelde commissieleden op velerlei wijze gelieerd is/zijn aan en/of betrekkingen beeft/hebben met één of meer van de bedoelde (subsidie-aanvragende) organisaties. Met het vorengaande is wat ons betreft ook evident sprake van belangenverstrengeling, waarover de Verordening Commissie Joodse Erfpachttegoeden zeer duidelijk is. Daarin is immers vastgelegd dat leden van de commissie geen advies uitbrengen en niet deelnemen aan de besluitvorming over het advies als het advies hen rechtstreeks of middellijk aangaat. Uw opmerkingen in het NIW, dat 'cle commissie in lijn daarmee heeft gehandeld' kunnen wij in dit licht clan ook niet plaatsen. Immers, van zo een situatie is - gelet op het vorenstaande juist wel degelijk sprake. Die gang van zaken is voor ons onacceptabel en kan wat ons betreft ook niet zender nadere aandacht blijven. - Er zijn twee mogelijkheden: of u bent inet het vorenstaande niet bekend, in geval pasende en onmiddellijk actie van uw zijde geboden is, of u bent wel met de kwestie bekend en meent (kennelijk) dat een en ander - zogezegd - door de beugel kan.

In het laatste geval stellen wij WM deze kwestie tezamen met ondergetekenden en uw adviescommissie aan het Bureau Integriteit van de gemeente Amsterdam voor te leggen, Uw reactie hierop zien wij graag wederom gelet op de beperkte tijd die resteert - uiterlijk morgen (28 augustus 2019) tegemoet. Verder menen wij dat het vorenstaande an sich ook aanleiding geeft om uw bosluit om het gesprek niet met ons aan te gaan, te heroverwegen. In onze brief van 21 augustus 2019 hebben wij aangegeven dat onbeantwoorde vragen vrijwel zeker zullen leiden tot (meer) contreyerse binnen de Amsterdamse Joodse gemeenschap over het onderhavige onderwerp. Dat vermoeden lijkt inmiddels een voldongen feit te zijn geworden, nu wij kennis hebben genomen van bezwaren van meer en andere subsidie-aanvragende organiSaties en anderen over het advies. Het zij herhaald, dat onze inzet is en blijft dat een eerlijke verdeling van de erfpachigelden moet plaatsvinden, waarbij een commissie adviseert die alle gelederen van Joods Amsterdam representeert (of geen enkele, dat is ook een optie). Het gevraagde overleg is ook om die reden onontbeerlijk. Wij nodigen uw advieseommissie daarom graag andermaal uit voor een rondetafelgesprek en wel op maandag 2 september 2019 om 20.00 uur, waarbij wij in ieder geval de aanwezigheid van de voorzitter van de adviescommissie verlangen. Graag vernemen wij uiterlijk vrijdag a.s.

of u van deze uitnodiging gebruik maakt. Met vriendelijke groet, namens de besturen van, Stichting Leerhuis Ets Chaim Stichting Reisjies Gogmoli Ctinhfltirr Tpoliixrp illetorrla rn

Geachte besturen,

Uw brief yen 27 dezer geeft mil aanleiding tot de navolgende reactie, die ik namens de voltallige commissie geef, Wij handhaven ons standpunt dat met hel uitbrengen van het advies aan de gemeenteraad op 1 juli ji,, aan de teak van de commissie een voorlopig einde is gekomen. Ons rest nog slechts om hat whiles toe te lichten aan de reed on/of de commissie AZ on eventuele vragen te beantwoorden die raedsieden mochten hebben. Onze commissie heart met geen enkele aanvrager inhoudelijk gesproken over het uitgebrachte advies of de totstandkoming daarvan, !eat staan over dat advies verantwoording afgelegd. Daartoe is de commissie slechts gehouden tegenover hear opdrachtgever, de raad. Ik zaj daarom geen gehoor geven aan de in uw brief herhaalde uitnodiging met u een gesprek te voeren, nog daargelaten dat g er blijkgns uw brief naar streeft een enders samengestelde commissie met een geheel nieuw advies te laten Omen. Het zal u niet verbazen dat onze commissie, die uw negatieve mening over hoar samenstelling en de kwaliteit van hear advies niet deelt, een dergelijke besluitvorming niet zel bevorderen. Geen van de commissieleden heeft aanvragers van advies gediend over het inkleden van aanvragen, en/of 'vooredviezen of instructies gegeven, noch geïnformeerd over (de totstandkoming van) het uitgebrachte of uit te brengen advies zoals u in de vierde alinea van uw brief beweert.

In enkele specifieke gevallen hebben commissieleden contact gehad met aanvragers; DR is op goede gronden en in opdracht van de commissie gebeurd. Uiteraard zal die commissie zich tegenover raadsleden verantwoorden voor een en ander, Indien deze dat wensen.

Opgemerkt zij overigens dal:.de zojuist bedoelde contacten op geen enkele wijze op gespannen voet staan met de in de, Vererdening commisele Jec.)dee erfpechttegoeden (in art, 4 lid 3) .neergelegde waarborg tegen belangenverstrengeling. Het spijt mij u met deze reactie te moeten teleurstellen. Met vriendelijke groet,

28 augustus 2019/ E.J. Numann, voorzitter,

Aan: Adviescommissie Joodse Erfpacht p/a Gemeente Amsterdam Amstel 1 1011 PN Amsterdam

Datum: 29 augustus' 2019 Inzake: Joodse Eiffiachtgelden I Qetneente Amsterdam Betreji; Reactie op uw brief dd 29 augustus 2019

Uitsluitend verzonden per mail aan de ambtelijk secretaris van de adviescommissie,

Geachte heer Numann, • Uw brief van heden ontvingen wij in goede orde per e-mail van Wij danken u voor uw prompte reactie, welke voor ons aanleiding is u als volgt te berichten. U wijst een gesprek met onze organisaties andermaal af, Wij hebben geen andere keus dan deze beslissing te respecteren en zullen onze dringende behoefte tot overleg met u daarom verder laten rusten. U geeft aan dat de adviescommissie met geen enkele aanvrager inhoudelijk gesproken heeft over het uitgebrachte advies of de totstandkoming daarvan, laat staan dat daarover verantwoording is afgelegd. Verder geeft u aan dat geen van de commissieleden aanvragers van advies heeft gediend over het inkleden van aanvragen, en/of 'vooradviezen' of instructies heeft gegeven, noch geïnformeerd heeft over (de totstandkoming van) het uitgebrachte of uit te brengen advies. Uw stellingname is aantoonbaar onjuist. Immers, vóór en na 1 juli 2019 hebben (huiselijke) contacten met organisaties plaatsgevonden, waarin door commissieleden onder meer is aangegeven op welke wijze tot maximale subsidietoekenning gekomen zou kunnen worden en waarbinnen subsidietoekenningen - zogezegd - bekokstoofd zijn. Zo hebben wij kennis genomen van een e-mailwisseling waarin namens uw commissie onder meer wordt gezegd dat een bepaalde (satnenwerkings)constructie 'wel eens 3 ton zou kunnen belopen'.

In bedoelde correspondentie wordt ook gerefereerd aan uitlatingen van een van do betrokken organisaties, die uw commissie van niet integer handelen hetinht Van (vnnr)advierz en inRirnetieg van (leden van) uw adviegennimigstie

Het voorleggen van deze kwestie en de onderliggende correspondentie aan het Bureau Integriteit lijkt ons gelet op het vorengaande onontkoombaar. Uw adviescommissie zou - gelet op uw uiterst importante en verantwoordelijke taak in alle opzichten gevrijwaard moeten zijn en blijven van enige schijn van belangenverstrengeling, Daarvan is geen sprake. Vorenbedoelde kwestie wekt de bedoelde schijn - objectief bezien - op z'n minst op, hetgeen - voor alle betrokken partijen in de onderhavige kwestie - onwenselijk is en zo mogelijk ongedaan moet worden gemaakt. Wij veronderstellen dat u deze zienswijze met ons deelt. Wij gaan er van uit dat u kennis hebt van vorenbedoelde (e-mai)correspondentie. Mocht dat niet het geval zijn, dan vernemen wij dit graag uiterlijk vandaag van u, waarbij wij overigens bereid zijn u inzage te geven in bedoelde e-mails. Wij berichten u dat indien u geen behoefte hebt aan kennisname van de mails, of u hebt daarvan reeds kennis, wij per ommegaande in ieder geval over zullen gaan tot het voorleggen van de kwestie aan het Bureau Integriteit van de Gemeente Amsterdam. De met u.gevoerde correspondentie zullen wij dan ook overleggen. Met vriendelijke groet, namens de besturen van, Stichting Leerhuis Ets Chaim Stichting Reisjies Gogmoh Stichting Jeshive Amsterdam Stichting Joodse Kindergemeenschap Cheider Joodse Jeugdvereniging Hasjalsjelet

Joodse Erfpacht <joociseerfpacht@gmall.corn>

Brief aan Adviescommissie Joodse Erfpachtgelden Amsterdam 29 augustus 2019 om 19:26 Aan: Joodse Erfpacht loodseerfpacht@gmall.com> Cc: Info@beishamedrasj.ni" <info@beishamedrasj.ni>, "info@rgsjoelni" <info@rgsjoelml>, Hjeshiveamsterdam@gmail.com" leshiveamsterdarn@gmail.com>, "bestuur@cheider.n1" <beStuur@cheider.nl>, "hasjelsjelet616@gmail.com" <hasjalsjelet613@gmall.com> Geachte geadresseerden, Mr. Numann heeft uw brief van 29 augustus ontvangen,hitiverzoek mij u te laten weten dat doze hem geen aanleiding tot een nadere reactie geeft, Met vriendelijke groat,

Juridisch adviseur Directie Juridische Zaken Gemeente Amsterdam

I OKSI Ull oorspronkelijke bericht is verborgen)

<Brief d.d, 29 augustus 2019 aan de heer mr. A, Numann, vz adviescominissie.pcif> [Tekst uit oorspronkelijke bench( Is verborgen)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9620124/1