CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage2_RapportOostnadeKomma.pdf

RAAD 11 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de bestuurlijke reactie Route naar Herstel (VN2025-016231)7.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OOST NA DE KOMMA Het Koloniaal Slavernijverleden Januari 2025

1

“

Erkenning van het verleden opent de weg naar een rechtvaardige toekomst.

2

1

Inhoudsopgave Inleiding

4

Van Excuses naar Actie: De Bottom-up Aanpak voor het

7

Slavernijverleden in Amsterdam Oos Samenstelling van de Werkgroep 5

9

Eerste Bijeenkomsten en Evaluaties

11

Onder de Oppervlakte: Bijeenkomsten over het Koloniaal

12

Slavernijverleden in Amsterdam Oos Bijeenkomst 1: Diepgaande Dialogen over Racisme en Uitsluitin

13

Bijeenkomst 2: Het Belang van Gemeenschapsstemme

17

Verdere observaties

22

Aanbevelinge

24

1. Participatie & communicatie

25

2. De betrokkenheid van Jongeren

30

3. Onderwij

32

4. De arbeidsmarkt

35

Tot Slot

37

Bronnenlijst

39

Bijlage 1: Ongevraagd advies Imelda Tjon-fo Herdenkingsjaar Slavernijverleden

41

3

1. Inleiding "Na excuses volgt geen punt, maar een komma." Voormalig minister-president Mark Rutte, 19 december 2022.

Met deze woorden werden de excuses

Duizenden mannen, vrouwen en

van het kabinet voor de rol van

kinderen werden ontmenselijkt, beroofd

Nederland in de slavernij en

van hun vrijheid en gedwongen tot een

slavenhandel uitgesproken. Deze

leven van onderdrukking en geweld. De

historische erkenning was niet alleen

gevolgen van deze wrede praktijk zijn

een moment van reflectie, maar een

niet alleen een zaak van het verleden,

uitnodiging om verder te gaan, om te

maar hebben zich diep geworteld in de

luisteren naar de stemmen van hen die

structuren van de hedendaagse

tot op de dag van vandaag de

samenleving.

doorwerking van het slavernijverleden

Het herdenken van het slavernijverleden

ervaren. In Amsterdam Oost, een

is meer dan een terugblik;

stadsdeel met een unieke en diepe band met dit verleden, is die komma een kans voor iets groters. 

Het slavernijverleden is een van de donkerste hoofdstukken in de geschiedenis van Nederland.

4

het is een collectieve erkenning van de

Dit stadsdeel is doordrongen van

pijn, het onrecht en de doorwerking van

geschiedenis, maar nog belangrijker:

dit verleden op huidige generaties. 

het is een plek van de toekomst. Een plek waar de stemmen van nazaten van

De geschiedenis van het koloniaal

tot slaaf gemaakten gehoord moeten

slavernijverleden herdenken wij omdat

worden. 

de littekens ervan nog steeds voelbaar zijn. De nazaten van tot slaaf

Het was dan ook niet meer dan

gemaakten worden tot op de dag van

passend dat Imelda Tjon-Fo op 9 mei

vandaag geconfronteerd met

2023 het initiatief nam om een

ongelijkheid, discriminatie en

ongevraagd advies in te dienen bij het

uitsluiting.¹ Het herdenkingsjaar

Dagelijks Bestuur van stadsdeel

Slavernijverleden, dat in 2023

Amsterdam Oost. Dit voorstel, dat

plaatsvond, was een belangrijk moment

unaniem werd aangenomen door de

van erkenning, maar het was ook een

stadsdeelcommissie, had als doel om

oproep tot actie. Want met het

de betrokkenheid van Stadsdeel Oost te

aanbieden van excuses is het werk niet

vergroten in het herdenkingsjaar

af; het vraagt om een vervolg, een

Slavernijverleden en het vervolg op de

‘komma’. En die komma krijgt betekenis

excuses van de regering Rutte vorm te

in Amsterdam Oost. 

geven. Het advies riep op tot het organiseren van een Stadsgesprek met

Oost is niet zomaar een stadsdeel; het

nazaten van tot slaaf gemaakten

is het kloppende hart van de jaarlijkse

afkomstig uit het Caribisch deel van het

Keti Koti vieringen en de thuisbasis van

koninkrijk en Suriname, woonachtig in

het Nationaal Slavernijmonument in het

Amsterdam Oost. Dit initiatief was een

Oosterpark. De excuses van zowel de

krachtig signaal: Stadsdeel Oost neemt

koning als de burgemeester van

niet alleen deel aan de herdenking van

Amsterdam zijn hier uitgesproken. In

het verleden, maar werkt actief mee aan

Oost zal ook het Nationaal Slavernij-

het vormgeven van de toekomst.

museum verrijzen op Java eiland.

5

Na het unaniem aannemen van het

van het koloniale slavernijverleden en

advies ging Imelda Tjon-Fo

de urgente vraag hoe we als

(GroenLinks), samen met

gemeenschap verder kunnen. Dit

commissieleden Alexander Versteeg

rappor t is een weerslag van die

(PvdA) en Nora Ait Boubker (D66),

gesprekken en een aanzet tot

direct aan de slag om dit belangrijke

verandering, zowel in Amsterdam Oost

initiatief werkelijkheid te maken. Ze

als in de stad als geheel. 

richtten een werkgroep op, bestaande De reis die begon in het begin van 2024 uit leden van de stadsdeelcommissie met de eerste bewonersbijeenkomsten en externe exper ts, die zich vanaf begin heeft ons geleid naar cruciale 2023 boog over de organisatie van de momenten van reflectie, dialoog en stadsgesprekken. Deze werkgroep verbinding. Dit rappor t, voor tkomend uit heeft sindsdien hard gewerkt aan de die ontmoetingen, dialoog en bestaand invulling van het Stadsgesprek, met als onderzoek, zet uiteen hoe we verder doel om de gemeenschap van nazaten kunnen werken aan de invulling van de van tot slaaf gemaakten in Amsterdam excuses en hoe we de doorwerking van Oost een platform te bieden om hun het slavernijverleden een plaats kunnen stemmen te laten horen. 

geven in ons dagelijks leven en beleid.

In de bijeenkomsten van de Werkgroep

Het werk is nog niet af, maar met dit

‘Oost na de komma - Het

rappor t hopen wij een stap vooruit te

Slavernijverleden’ hebben bewoners van

zetten, een stap richting een inclusieve,

Stadsdeel Oost, nazaten van tot slaaf

eerlijke en rechtvaardige samenleving.

gemaakten en de inheemse volkeren, ¹Biekman, B., Captain, E., van Gent, W., Helberg-Proctor, A.,

hun persoonlijke verhalen gedeeld.

Hochstenbach, C., Hondius, D., Mesman, J., Oostindie, G.,

Schor, P., & Thijssen, L. (Eds.). (2023). Doorwerkingen van

Deze verhalen zijn krachtig, soms

slavernijverleden: Meervoudige perspectieven op de

pijnlijk, maar altijd noodzakelijk. Ze relatie tussen verleden en heden. Essaybundel in opdracht

herinneren ons aan de nalatenschap

van de staatscommissie tegen discriminatie en racisme.

6

2. Van Excuses naar Actie De Bottom-up Aanpak voor het Slavernijverleden in Amsterdam Oost Na de excuses op 1 juli 2023 werd al snel duidelijk dat de betrokken gemeenschap in Amsterdam Oost een gevoel van opluchting ervoer. Dit bleek uit de vele interviews en initiatieven die daarop volgden. De hamvraag in ons stadsdeel werd toen:

“Hoe nu verder na de komma?” Wie zou het voortouw nemen in dit proces – de politiek of de maatschappelijke organisaties?

Na de excuses hebben verschillende organisaties, waaronder het NiNsee en de Vereniging van Ons Suriname in Amsterdam Oost, in een klein comité nagedacht over het vervolg. Met belangrijke instituten en activiteiten die al in ons stadsdeel aanwezig zijn, werd binnen de politiek besloten dat het logisch was om een actieve rol te spelen in de vraag ‘Wat nu na de komma?’.

Imelda Tjon-Fo van GroenLinks, die vanwege haar Surinaamse roots al lange tijd geïnteresseerd is in het Nederlandse koloniale slavernijverleden, speelde hierbij een belangrijke rol. In het verleden vervulde ze diverse bestuursfuncties, waaronder die van vicevoorzitter van het Surinaams Inspraakorgaan, waar ze zich ook met veel toewijding voor dit onderwerp heeft ingezet. Na de excuses nam Imelda het initiatief om in contact te komen met mensen uit de Surinaamse en Caribische gemeenschap om haar plan te bespreken. Haar idee was om een bottom-up beweging te creëren in Amsterdam Oost, waarbij bewoners de kans kregen om mee te praten over wat na de komma belangrijk voor hen is. Samen met onder anderen Antoin Deul, Joyce Overdijk-Francis en Simion Blom stelde ze een conceptplan op. Dit plan vond steun binnen haar fractie en werd daarna als ongevraagd advies ingediend bij de Stadsdeelcommissie.

7

Dankzij dit initiatief en een ongevraagd advies van GroenLinks werd op stadsdeelniveau een politiek debat gevoerd over het herdenken van het slavernijverleden. Het is een belangrijke stap geweest in de zoektocht naar een antwoord op de vraag: “Hoe nu verder na de komma?” waarbij de nadruk ligt op de stem van de gemeenschap en de waarde van een bottom-up benadering in Amsterdam Oost. 

Dit voorstel werd breed gedragen door het hele stadsdeel, waarbij Nora Ait Boubker (D66) en Alexander Versteeg (PvdA) zich extra inzetten om het advies te verwezenlijken door deel uit te maken van de werkgroep “Oost na de komma: Het koloniaal slavernijverleden”. Nora Ait Boubker benadrukte de unieke positie van Amsterdam Oost: “Amsterdam Oost onderscheidt zich van andere plekken door zijn zeer diverse inwoners met verschillende achtergronden, waar het koloniale verleden ook in de publieke ruimte zichtbaar is en een plek van erkenning heeft. Opgegroeid in Oost, omringd door mensen uit de Surinaamse en Caribische gemeenschap, wier levens ook beïnvloed zijn door dat koloniale verleden, vind ik het van groot belang dat hier aandacht aan wordt besteed. Als stadsdeelcommissie nemen we de verantwoordelijkheid om te onderzoeken hoe wij kunnen bijdragen aan de ontwikkelingen “na de komma”. Hier zet ik mij graag voor in, namens D66 en voor Oost.” 

Alexander Versteeg sloot zich hierbij aan: “In de gesprekken die ik voerde over het thema met vrienden en kennissen werd duidelijk hoe beperkt onze kennis van de slavernij was. Op school heb ik er zelf ook weinig over geleerd. Door het goede gesprek met elkaar te voeren leer je de gedeelde geschiedenis kennen en kun je steun geven aan de gemeenschappen die hieronder hebben geleden.”

8

Samenstelling van de Werkgroep 

Om de uitvoering te waarborgen, werd een werkgroep samengesteld met drie leden van de stadsdeelcommissie (GroenLinks, PvdA en D66). Deze groep werd verder uitgebreid met drie sleutelfiguren uit het maatschappelijk en wetenschappelijk veld, die expertise hebben op het gebied van het slavernijverleden. 

Onder hen was Joyce Overdijk-Francis, voormalig voorzitter van de Klankbordgroep Nationaal Slavernijmuseum, die haar persoonlijke verbinding met het onderwerp deelde: “Mijn overgrootmoeder van moederszijde is in slavernij geboren op Plantage Knip, de plantage waar vrijheidsstrijder Tula vandaan komt. Mijn overgrootmoeder van vaderszijde is in slavernij geboren in de slave-villages van de ‘The Rawlins Plantation’ in St Kitts. Mijn bezoeken aan families in St. Kitts & Nevis, Antigua, Anguilla en Jamaica brachten het slavernijverleden tot leven. Ik heb in 1993 met mijn zus en dochter, begeleid door een persoonlijke gids van de World Health Organization (WHO-Akkra), bezoek gebracht aan een acht-tal forten in Ghana. Deze intensieve tocht verbreedde onze kennis en inzichten over de ‘Middle Passage’, onze ingrijpende koloniale geschiedenis en haar erfenis.” Daarnaast was Alex van Stipriaan, emeritus hoogleraar Caribische geschiedenis en cultuur aan de Erasmus Universiteit, en bewoner van stadsdeel Oost, een belangrijke aanvulling. Hij doet al heel zijn leven lang onderzoek naar het slavernijverleden en heeft talrijke publicaties hierover op zijn naam staan. Ook werkt Alex mee aan de totstandkoming van het Slavernijmuseum.

Mustapha Nahari, destijds lid van GroenLinks, inmiddels van Stem van de Burger, is werkzaam in de daklozenopvang en was tot maart 2024 betrokken bij de eerste bijeenkomsten.

9

Lucia Martis, die ook deel uitmaakt van de werkgroep, is maatschappelijk betrokken en sinds 1989 actief in het Caribisch netwerk. Ze was betrokken bij het oprichtingsbestuur van NiNsee en organiseert sinds 2011 Tula-bijeenkomsten in Amsterdam Zuidoost. Hierbij wordt elk jaar een specifiek thema gekozen. Stichting ProFor gaat in gesprek met de deelnemers over onderwerpen zoals vrouw, man, kleur, geloof en kleding. Lucia merkt op: “Ik ben zelf in mijn jongere jaren nooit thuis of op school geïnformeerd over dit verleden en probeer nu samen met mijn achterban mijn achterstand in te halen. Dit gebeurt met deskundigen, maar op een aantrekkelijke manier zodat alle bewoners, afkomstig uit diverse nationaliteiten, geïnteresseerd raken. De noodzaak is groot, aangezien de opkomst voor de bijeenkomsten ook toeneemt.”

10

Eerste Bijeenkomsten en Evaluaties 

In november en december 2023 kwam de werkgroep voor het eerst bijeen. De eerste vergaderingen stonden in het teken van kennismaking en brainstormen over de opdracht. We stelden voorwaarden op voor het ophalen van meningen uit de gemeenschap, gericht op het werven van nazaten van tot slaafgemaakten met Surinaamse en Caribische afkomst om te horen hoe de komma volgens hun in Amsterdam en specifiek in Oost ingevuld moet worden. 

Om te leren van deze eerste ervaringen, organiseerden we een pilotbijeenkomst met maximaal 25 deelnemers. Deze bijeenkomst op 18 maart resulteerde in een goed gesprek, waarin deelnemers in groepen hun ervaringen deelden. Gespreksleiders, die zelf nazaten zijn, hielpen om de gesprekken te begeleiden, en hun feedback gaf ons waardevolle inzichten. Na de bijeenkomst in maart evalueerden we als werkgroep onze aanpak en besloten we meer tijd en middelen te investeren in de volgende bijeenkomst. Op basis van deze evaluatie werd op 8 juni de grotere bijeenkomst georganiseerd. 

We hebben ons als commissie bescheiden opgesteld en de deelnemers centraal gesteld. Hun verhalen en ervaringen vormen de basis voor ons verdere werk. De uiteindelijke rapportage, opgesteld door de leden van de stadsdeelcommissie, wordt ondersteund door de werkgroep en ingediend bij de 7 stadsdeelcommissie. Door de samenwerking en het delen van kennis zetten we samen stappen richting een toekomst waarin het koloniaal slavernijverleden niet alleen erkend, maar ook op een betekenisvolle manier wordt geïntegreerd in ons huidige leven.

11

3. Onder de

Oppervlakte Bijeenkomsten over het Koloniaal Slavernijverleden in Amsterdam Oost De invulling van het Stadsgesprek vond plaats tijdens twee bijeenkomsten die als bijzondere momenten werden ervaren. De deelnemers waren zich ervan bewust dat zij onderdeel waren van iets bijzonders. Hoewel gesprekken over het koloniaal slavernijverleden al langer gevoerd worden, werd de insteek van deze gesprekken, met een bottom-up benadering, als waardevol beschouwd. De veilige omgeving waarin de gesprekken plaatsvonden, die werden begeleid door inhoudelijke experts, leidden tot diepgang en betekenis. Deelnemers vonden dat het veel meerwaarde heeft om met elkaar het gesprek te voeren. Dit is het juiste moment om elkaar op te zoeken.

12

Bijeenkomst 1: Diepgaande Dialogen over Racisme en Uitsluiting 

De eerste bijeenkomst vond plaats op maandagavond 18 maart 2024 in de grote commissiezaal van stadsdeel Amsterdam Oost. De middag duurde van 16.30 tot 20.00 uur en werd druk bezocht. Ongeveer 25 mensen namen deel aan het gesprek. Na een korte plenaire opening ging de groep uiteen in 3 subgroepen. Er waren drie gespreksleiders aanwezig om de groepen te begeleiden, geselecteerd op basis van hun ervaring en hun Caribische en Surinaamse achtergronden. De gespreksleiders waren Hendrik Comvalius, Benjamin Brown en Henna Texel. Per groep was er een notulist vanuit het stadsdeel aanwezig die verslag legde van de belangrijkste uitkomsten. Er waren in totaal twee sessies van 45 minuten waarbij de groepen wisselden. De gespreksleiders begeleidden de sessies in dezelfde ruimte, wat een vloeiende interactie tussen de groepen bevorderde. In de middag werd het buffet geopend met Caribische en Surinaamse lekkernijen. 

Tijdens de bijeenkomst geven de aanwezigen veel persoonlijke voorbeelden van racisme, discriminatie en uitsluiting. De aanwezigen leggen een duidelijke connectie met het koloniale verleden van Nederland, waar racisme, discriminatie en uitsluiting de normaalste zaak leken te zijn. De voorbeelden die de aanwezigen geven zijn verhalen uit het dagelijks leven die hebben plaatsgevonden op het werk, op school of elders. Een deelnemer merkte op:

“De decemberperiode met Zwarte Piet is altijd een lastige periode geweest. Veel opmerkingen van kinderen in de trant van ‘kijk een zwarte mevrouw’. Dat doet pijn. Mijn droom is dat iedereen zich verdiept in het verleden en zo beter weet heeft van het ontstaan van ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Daarvoor moet het (geschiedenis) onderwijs worden verbeterd. Slavernij wordt te vaak vergeten in het curriculum. Wat hebben de slaven allemaal meegemaakt? Wat is er exact gebeurd? Waarom leven hun nazaten in Nederland?”

13

14

1

De deelnemers geven aan dat de oudere generaties vaak hebben weggekeken vanen gezwegen over de pijn van het verleden en van ‘zwart’ zijn in een ‘witte’ samenleving. Maar ook dat zwijgen doet pijn, en door het zwijgen wordt die pijn juist doorgegeven, aldus een deelnemer. Vaak zien nazaten van tot slaaf gemaakten zichzelf door de ogen van de ‘witte’ ander. “Wat vinden ze van mij? Ben ik wel goed genoeg?”. Dat kan verlammend werken, benadrukte een ander. Dit kan je doorbreken door niet meer te zwijgen, door naar jezelf te durven kijken vanuit de vraag: wie wil ik zijn? Door trots te zijn op de eigen 8 voorouders. Door van jezelf te gaan houden. Door te zeggen: “dit ga ik mijn kinderen niet meer aandoen/doorgeven.” Een andere deelnemer geeft aan dat de acties rond Zwarte Piet voor velen hebben gewerkt als een extra motivatie om zich uit te spreken. Racisme, discriminatie en uitsluiting zijn overigens niet enkel fenomenen van witte mensen richting zwarte mensen; ook binnen de groep van nazaten van tot slaaf gemaakten zijn deze fenomenen zichtbaar. Deze constatering wordt in verschillende gesprekken herhaald. Is dit terug te voeren op de verdeel en heers politiek tijdens de tijd van de slavernij? Het is een van vragen die door de deelnemers worden gesteld zonder dat er direct een antwoord op komt. 

Verder wordt aangegeven dat het vaak veel energie kost om voor jezelf op te komen. Een aantal deelnemers geeft aan dat ze zich constant moeten bewijzen op hun werk en dat echte waardering vaak uitblijft. Promoties worden bijvoorbeeld soms niet toegekend, terwijl andere collega’s die wel krijgen. Ook op andere gebieden wordt ongemak ervaren. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om onderadvisering in het onderwijs of racisme en uitsluiting in de zorg.2 Racisme is niet een eenvoudig begrip. Sommige aanwezigen stellen dat colourism3 meespeelt. Maar ook het hebben van een bepaald accent kan bepalend zijn hoe respectvol of respectloos je wordt behandeld.

15

Na de twee sessies vindt er een plenaire terugkoppeling plaats vanuit de diverse groepen, en wordt een centraal gesprek gevoerd met de deelnemers. Een persoon gaf aan dat hij merkte dat er geen jongeren hadden deelgenomen, terwijl dit wel een hele belangrijke groep is.

“Wat ik mis zijn de jongeren uit Oost, hun mening is juist erg waardevol. Zij vormen de toekomst. Het lijkt mij een goed idee dat er meer wordt gedaan om jongeren er de volgende keer bij te betrekken,”

aldus een deelnemer. Dit werd beaamd door andere aanwezigen. Juist door hen de volgende keer te betrekken, kunnen nieuwe inzichten worden verkregen. Wat speelt er in de wijken van Oost? Hoe gaan jongeren om met de problemen die er zijn? Zien zij dezelfde problemen en kansen als de wat oudere generaties? Ook werd aandacht gevraagd voor mensen die verbaal iets minder sterk zijn en die niet naar dit soort bijeenkomsten komen omdat ze verlegen zijn om iets in het openbaar te zeggen. Het is erg jammer dat we deze mensen niet kunnen bereiken. Zijn er manieren om hen ook bij te betrekken? Een andere aanwezige gaf aan dat er mooie initiatieven in Oost worden georganiseerd waar veel mensen aan mee kunnen doen. Een voorbeeld dat wordt genoemd is het straatnamenproject. Andere vragen gaan over wat het stadsdeel nu met de uitkomsten gaat doen. Eigenlijk is één gesprek geen gesprek. De bijeenkomst duurde volgens velen te kort. Het gesprek kwam net goed op gang. Er wordt afgesproken om een tweede bijeenkomst te organiseren. Dan kan op basis van de eerste uitkomsten het gesprek worden voortgezet. 

16

Bijeenkomst 2: Het Belang van Gemeenschapsstemmen 

De tweede bijeenkomst vond plaats op 8 juni in het stadsdeelkantoor van Amsterdam Oost. De middag duurde van 11.00 tot 17.00 uur, en ongeveer 45 mensen namen deel aan dit gesprek onder leiding van Yvette Forster. De gespreksleiders waren wederom Hendrik Comvalius en Benjamin Brown, aangevuld met Liyana Augustzoon. Een deel van de aanwezigen had ook de eerste bijeenkomst bijgewoond, terwijl anderen nieuw waren. 

Jan-Bert Vroege, lid van het dagelijks bestuur van Stadsdeel Oost, trapte de bijeenkomst af met het onderstrepen van het belang van het Stadsgesprek over wat er moet gebeuren ‘Na de Komma’. Hij benadrukte hoezeer het onderwerp geworteld is in Stadsdeel Oost. Met de komst van het Nationaal Slavernijmuseum op de Kop van het Java-eiland en het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark, is Oost een logische plek voor dit gesprek. Vroege stelde echter dat er veel meer plekken moeten komen voor gesprekken zoals deze. “Net zoals er niet alleen in juni en juli rond Keti Koti over dit onderwerp gesproken moet worden,” voegde hij toe. Hij memoreerde in zijn inleiding zijn ontmoeting met Barryl Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden en initiatiefneemster voor het monument. Zij was in de vorige eeuw al bezig met het zoeken naar erkenning van en voor het slavernijverleden. “Eeuwen later zijn die wonden er nog altijd. Zichtbaar en onzichtbaar. Voelbaar voor een groot deel van de Amsterdamse gemeenschap. Daarom zijn dit soort bijeenkomsten van belang. Het gaat om de toekomst van onze geschiedenis,” aldus Vroege. 

17

18

1

Imelda Tjon-Fo van Stadsdeelcommissie Oost van GroenLinks benadrukte hoe essentieel de stem van de bewoners is voor de Werkgroep SDC ‘Na de Komma’. “Het is niet de bedoeling dat er vanuit de politiek invulling aan wordt gegeven. De bedoeling is om te luisteren en op basis van de verhalen en ervaringen invulling te geven aan ‘Na de komma'." Tjon-Fo gaf verder een korte terugkoppeling van de eerste bijeenkomst. Er bleek behoefte te zijn om verder door te spreken over racisme, discriminatie en uitsluiting op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt. Deze gebieden staan niet op zichzelf, maar hebben een duidelijke link met elkaar, omdat ze vaak in iemands leven in elkaars verlengde liggen. 

In drie verschillende rondes werd in een ‘wereldcafé’ setting doorgesproken over deze onderwerpen. Tussen de rondes door werd een Caribische lunch aangeboden en was er ruimte voor een spoken word door Gershwin Bonevacia en de muzikale omlijsting door Geneev (Genova Dongor). In diverse groepen werden ervaringen uitgewisseld over het onderwijs. Een deelnemer merkte op: 

“Onze ouders waren druk met werken, eten op tafel zetten en de basis thuis op orde houden. De ouders van de westerse medeburgers waren al verder en wisten beter hoe de Nederlandse maatschappij werkte qua onderwijs en opleiding. Hieruit volgden mogelijkheden van werk voor die groep. Onze gemeenschap heeft een achterstand in de maatschappij en het ontbreekt ons aan vaardigheden om mee te komen.”

Dit benadrukt de structurele ongelijkheden die de gemeenschap ervaart. Er werd aangegeven dat het onderwijs belangrijke veranderingen ondergaat. In Amsterdam is dat merkbaar, maar toch krijgt het thema van de slavernij nog te weinig aandacht vertellen ze. Dit verschilt per school en per leerkracht.

19

Een goed curriculum ontbreekt. Te vaak is de aandacht alleen geconcentreerd rond Keti Koti, terwijl het onderwerp blijvende aandacht verdient. Het onderwijsmateriaal, de lesmethoden en de kennis en kunde van het onderwijzend personeel verdienen verder aandacht. Een groot aantal deelnemers gaf aan dat ze in hun eigen leven flinke uitdagingen hebben ondervonden op onderwijsgebied. Het onderwijs in Nederland is heel anders dan in Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen. Doorstroming richting het Nederlandse onderwijs bleek enorm lastig. Ook voor de jongere generaties, die in Nederland zijn geboren, zijn er veel uitdagingen. Doorgaans wordt het potentieel van jongeren niet volledig onderkend. 

Een deelnemer vertelde hoe zij zelf een cultuurdag had geïntroduceerd op een witte school waar eerder nauwelijks aandacht was voor Keti Koti:

“Het werkte. De kinderen gingen vragen stellen. Collega-leerkrachten bleken geïnteresseerd. Nu is het standaard op school. Maar het moet niet alleen in de periode van Keti Koti gebeuren. Het moet structureel zijn. Het slavernijverleden moet vast worden opgenomen in het curriculum.” Dit benadrukt de noodzaak voor een bredere en blijvende integratie van het slavernijverleden in het onderwijs. In het onderwijs is het noodzakelijk dat ouders hun kinderen goed begeleiden. Die begeleiding is vanuit de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap niet vanzelfsprekend. Er bestaat in het onderwijs daarnaast te weinig kennis van deze gemeenschappen, en er is ook sprake van discriminatie en uitsluiting. Soms onbewust, maar vaak ook bewust, aldus de aanwezigen.

20

Uitdagingen zijn er ook op het gebied van de arbeidsmarkt volgens de deelnemers.

Het vinden van werk is in de huidige tijd niet moeilijk. Maar er is ook een tijd

geweest dat er nauwelijks banen waren. Dan kan discriminatie er toe leiden dat je

kor t- of langdurig werkloos bent, delen ze. De dimensie van kleur op de werkvloer is

per bedrijf verschillend. Vaak worden de leidinggevende posities door witte mensen

bekleed, wat er toe kan leiden dat mensen van kleur automatisch worden gezien

door klanten en leveranciers als medewerkers die werkzaam zijn onder in het

functiegebouw. Dit hoeft echter zeker niet altijd zo te zijn. Werk hebben is belangrijk

om jezelf te ontwikkelen en een inkomen te verdienen voor jezelf en jouw gezin. 

Op de werkvloer spelen daarnaast allerlei kleine conventies en ongeschreven regels

die je eerst goed moet begrijpen. Voor minderheidsgroepen is het vaak lastig om al

deze ‘spelregels’ te begrijpen en hiernaar te leven. Het is noodzakelijk om dit met

elkaar te bespreken en de werkvloer inclusiever te maken. Jarenlang was het

overheidsbeleid erop gericht om mensen aan het werk te helpen, maar misschien is

het nu wel tijd dat de overheid mensen en bedrijven gaat adviseren over werkplezier

en inclusiviteit. De gemeente kan hier het goede voorbeeld geven. Een ander facet

dat werd besproken, is de noodzaak om goede relaties en netwerken te

onderhouden. Dit kan helpen om een baan te verkrijgen of om promotie te maken.

Tegelijker tijd is dit voor mensen van kleur ingewikkelder, omdat zij opereren in een

wereld die voornamelijk door een autochtone witte cultuur wordt gedomineerd,

waarbij de mensen in de eigen groep elkaar bevoordelen.

21

Verdere observaties 

Tijdens de gesprekken zijn verschillende belangrijke gesprekslijnen naar voren gekomen: 

Ten eerste gaven de deelnemers aan dat de gesprekken niet op zichzelf staan. Ze sluiten aan bij initiatieven die vanuit de gemeenschap al sinds de jaren '60 van de vorige eeuw worden gevoerd. Eerdere generaties hebben al aandacht gevraagd voor het slavernijverleden en de aanpak van racisme en uitsluiting. Elke generatie draagt op deze manier bij aan een tijdloze beweging door voort te bouwen op de successen van voorgaande generaties en de grenzen die toen al zijn verlegd. Het is belangrijk om opnieuw de bakens te verzetten — bakens die vandaag de dag nodig zijn en aansluiten bij de actuele problemen van de huidige generaties. Dit krijgt extra momentum na de historische excuses van het vorige kabinet. 

Een tweede observatie is dat de aanwezigen het belang onderstrepen van het nemen van initiatieven vanuit de gemeenschap zelf. Alleen dan krijgt het onderwerp de kracht en energie die het nodig heeft. Het is essentieel dat initiatieven bijdragen aan het vergroten van het bewustzijn van mensen. De deelnemers achten de bottom-up aanpak cruciaal; alleen op deze manier kan een goed gesprek worden gevoerd en kunnen concrete veranderingen worden gerealiseerd. Dit is ook noodzakelijk om de politiek te bereiken en maatschappelijke veranderingen door te voeren.

22

Een derde observatie is dat de deelnemers aangeven dat gesprekken van belang zijn voor het proces van heling. Door in een veilige omgeving en met respect voor ieders standpunten het gesprek te voeren, wordt een proces van heling in gang gezet. Wat heling precies inhoudt, is niet voor iedereen even duidelijk; het lijkt voor iedere deelnemer iets anders te betekenen. Toch wordt telkens aangegeven dat de wonden, die generatie op generatie zijn doorgegeven, daadwerkelijk kunnen worden geheeld. Littekens en wonden zijn moeilijk te concretiseren, maar ze zijn voelbaar en zichtbaar voor wie dat wil zien. Tijdens de bijeenkomsten benoemen deelnemers deze littekens en wonden. Gesprekken waarin mensen vrij en open hun emoties kunnen delen, worden als helend ervaren. Gedurende de twee bijeenkomsten groeit het vertrouwen en de openheid naar elkaar toe, en wordt heling, zowel direct als indirect, benoemd als effect van de gevoerde gesprekken. 

2Martina, E. A., & Schor, P. (2015). White Order: The Racialization of Public Space in the Netherlands. Dedalus(19), 161-188. 

3Colourism: Het vooroordeel of de discriminatie die mensen ervaren op basis van hun huidskleur, waarbij meestal mensen met een lichtere huidskleur een sociaal voordeel hebben ten opzichte van mensen met een donkere huidskleur. Dit fenomeen kan optreden binnen en tussen verschillende etnische groepen en is vaak gerelateerd aan de sociale constructies van ras en schoonheid.

23

4. Aanbevelingen Op basis van de waardevolle input uit de gesprekken, de aanwezige wetenschappelijke informatie, en onze kennis van de positie van Amsterdam Oost binnen de gemeente, zijn er enkele belangrijke aanbevelingen geformuleerd. Een aantal aanbevelingen zijn geadresseerd aan het stadsdeel Amsterdam Oost, een aantal aan het College van Burgemeester en Wethouders, en sommige zijn gericht aan maatschappelijke organisaties of initiatiefrijke inwoners die dit willen oppakken. De aanbevelingen omvatten verschillende onderwerpen die bijdragen aan de erkenning en verwerking van het koloniale slavernijverleden.

24

1. Participatie & communicatie 

Participatie is essentieel bij het herdenken en bespreken van het slavernijverleden. Het betrekken van diverse stemmen, met name die van nazaten van tot slaaf gemaakten, maar ook anderen draagt niet alleen bij aan het proces van erkenning en heling, maar stimuleert ook sociale vooruitgang. Wanneer mensen de kans krijgen om hun verhalen en ervaringen te delen, ontstaat er ruimte voor dialoog en begrip, wat essentieel is voor de cohesie binnen de gemeenschap. 

De ervaringen die zijn opgehaald in de bijeenkomsten hebben aangetoond dat participatie niet alleen de betrokkenheid vergroot, maar ook bijdraagt aan een dieper begrip van de impact van het koloniaal slavernijverleden op het heden. Dit gesprek is niet alleen relevant voor de nazaten van tot slaaf gemaakten, maar voor de hele gemeenschap. Het biedt een kans om collectief te reflecteren, lessen te trekken en te werken aan een inclusieve toekomst. Daarom is het van belang dat we aanbevelingen formuleren die gericht zijn op het bevorderen van participatie. Deze aanbevelingen zullen helpen om het gesprek te verbreden, een inclusieve omgeving te creëren en de gemeenschap te empoweren in hun betrokkenheid bij dit belangrijke onderwerp. Het is van belang dat de eigen doelgroep actief betrokken wordt in de gesprekken en initiatieven. Hun perspectieven zijn essentieel voor een betekenisvolle dialoog en dragen bij aan de collectieve inspanningen om het slavernijverleden te erkennen en te verwerken.

25

Verhoog de Frequentie van Gesprekken 

Het is essentieel dat er meer gesprekken plaatsvinden over het slavernijverleden. Deze gesprekken kunnen verschillende formats aannemen, zoals stadsdeelpanels, stadsgesprekken en andere bijeenkomsten. Het is belangrijk om samen te werken met bestaande (en als het nodig is nieuwe) organisaties om deze gesprekken goed te faciliteren. Uit de gesprekken met de nazaten bleek dat de bestaande organisaties uitdagingen ervaren in het zelf organiseren van deze gesprekken. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur en het College om deze gesprekken te faciliteren en te ondersteunen op basis van wensen en behoeften uit de gemeenschap

Bereid de Discussie uit naar een Breder Publiek 

Uit de bijeenkomsten bleek dat het gesprek breder moet worden getrokken dan alleen de nazaten van tot slaaf gemaakten. Het is cruciaal om ook inwoners anders dan de nazaten te betrekken, zodat verschillende perspectieven en ervaringen worden gehoord en geïntegreerd. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur en het College om met de gemeenschap, de organisaties en andere stadsdelen het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden in het uitbreiden van deze gesprekken.

Aandacht aan Inheemse Volkeren 

Tijdens de bijeenkomsten werd specifiek ingegaan op het verlangen van inheemse volkeren om betrokken te worden in het gesprek over het koloniaal slavernijverleden. Specifiek aandacht geven aan de rol en de plek van deze inheemse volkeren van Suriname en het Caribische gebied in het gesprek over het slavernijverleden is van groot belang. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur Ga actief te onderzoeken hoe zij het liefst betrokken worden en waar hun behoeften liggen in dit gesprek, en dit te faciliteren.4

26

27

1

Aanpassen aan Unieke Behoeften per Stadsdeel 

De werkgroep heeft een specifieke vorm gekozen voor de invulling van ‘na de komma’, zoals in dit rapport wordt toegelicht. Deze aanpak kan dienen als inspiratie of voorbeeld, maar het is essentieel dat elk stadsdeel kijkt naar de eigen behoeften en unieke eigenschappen. Het gesprek moet lokaal worden gevoerd, met oog voor wat daar het beste werkt en hoe dat vorm krijgt. Flexibiliteit en maatwerk zijn hierbij van groot belang.

Verhoog de Bekendheid van het Meldpunt Discriminatie 

Het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam lijkt nog niet genoeg onder de aandacht te zijn bij inwoners, waaronder die van ons stadsdeel. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur en het College de bekendheid hiervan te vergroten door middel van gerichte communicatie, zodat mensen weten waar ze terecht kunnen met hun ervaringen.

Creëer een Overkoepelend Platform voor Activiteiten 

In tegenstelling tot de 4 mei-vieringen is er momenteel geen overkoepelend orgaan, zoals het 4 en 5 mei-comité, dat een totaaloverzicht biedt van alle activiteiten en bijeenkomsten rondom Keti Koti. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur om het College te vragen jaarlijks een overzicht te maken van alle bij de gemeente bekende activiteiten en dit op een vindbare en overzichtelijke plek beschikbaar te stellen, zodat iedereen goed geïnformeerd blijft.

28

Specifieke Aanbevelingen voor Amsterdam Oost

Actieve Betrokkenheid bij Cultuurinstellingen

Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur om het actief betrekken van de bewoners uit

Amsterdam Oost bij het Slavernijmuseum, en bestaande organisaties zoals The

Black Archives en het KIT (Koninklijk Instituut voor de Tropen) te stimuleren

Faciliteer Samenwerking met de Gemeenschap

Bij het organiseren en faciliteren van gesprekken over de doorwerking van het

koloniale slavernijverleden is het van groot belang om te luisteren naar en samen te

werken met de gemeenschap die hier al actief bij betrokken is. Wij verzoeken het

Dagelijks Bestuur om, bij het faciliteren van deze gesprekken, de reeds betrokken

nazaten en maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor dit onderwerp en

een sterke binding hebben met de gemeenschap, actief te betrekken en te

ondersteunen. 

4‘Om zo compleet mogelijk te zijn in de gesprekken en bij het delen van inzichten, is ook de rol van de eerste en oorspronkelijke

bewoners van Suriname, de inheemsen, nodig en relevant.’ Nationaal Instituut Nederlands Slavenverleden en Erfenis (NiNsee).

(n.d.). Belanghebbenden ‘doorwerking slavernijverleden’ bijeen in Nationaal Archief Suriname. https://ninsee.nl/exper tmeeting-

brengt-belanghebbenden-doorwerking-slavernijverleden-bijeen-in-nationaal-archief-suriname/

29

2. De betrokkenheid van Jongeren 

Het betrekken van jongeren in de gesprekken over het slavernijverleden is cruciaal. Hun stemmen en ervaringen bieden een frisse en noodzakelijke perspectief op dit belangrijke onderwerp. Jongeren zijn de toekomst en moeten een actieve rol spelen in de vormgeving van de discussies die hen aangaan. Echter, het aantrekken van jongeren blijkt een uitdaging te zijn. Ervaringen hebben laten zien dat algemene participatietrajecten vaak niet effectief zijn in het bereiken van deze doelgroep. Dit benadrukt de noodzaak om specifieke strategieën te ontwikkelen die de unieke behoeften en interesses van jongeren aanspreken, bijvoorbeeld het gebruik van sociale media. Het is essentieel dat we dit aandachtspunt erkennen en prioriteit geven aan manieren om jongeren daadwerkelijk te betrekken bij het gesprek over het slavernijverleden en hun rol daarin. 

In dit kader doen wij aanbevelingen om de participatie van jongeren te bevorderen, zodat zij hun stem kunnen laten horen en een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het vervolg van deze belangrijke gesprekken.

Verbreding van de Gesprekken 

Bij de gesprekken, benoemd in het vorige stukje ‘participatie’, is het belangrijk om de dialoog te verbreden. Bij het uitnodigen en aantrekken van deelnemers moet er specifiek aandacht worden gegeven aan jongeren. Dit kan onder andere door gebruik te maken van sociale media en andere platforms die jongeren aanspreken, en door bijeenkomsten specifiek voor jongeren, en waar daar behoefte aan is, ook door jongeren te laten organiseren. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur en het College om specifieke aandacht te besteden aan deze doelgroep, dit onder de aandacht te brengen bij relevante organisaties, en waar nodig ondersteuning te bieden om dit te faciliteren.

30

Rol van Jongeren in Bestaande Initiatieven 

Onderzoek bij bestaande initiatieven welke specifieke rol jongeren kunnen spelen. Denk aan mogelijkheden zoals het jongerenambassadeurschap. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur om een gesprek met bestaande organisaties en initiatieven te faciliteren om te verkennen hoe de rol van jongeren kan worden uitgebreid of geïnitieerd.

Faciliteren van Eigen Initiatieven 

Uit de bijeenkomst bleek de behoefte van jongeren om zelf initiatieven en projecten te ontplooien. Dit kan onder meer via educatieve projecten en het gebruik van kunst en cultuur, waardoor jongeren niet alleen worden onderwezen, maar ook hun eigen geluid kunnen laten horen omtrent dit onderwerp. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur hier de mogelijkheden voor te onderzoeken.

Intergenerationele Gesprekken 

Uit de bijeenkomsten bleek een sterke behoefte aan intergenerationele gesprekken en samenwerkingen tussen nazaten van tot slaaf gemaakten. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur en het College om deze gesprekken te faciliteren, zodat er kennisdeling en begrip tussen jongeren en oudere generaties kan plaatsvinden. Dit kan een waardevolle bijdrage leveren aan de voortgang van het onderwerp en het versterken van de gemeenschap.

31

3. Onderwijs 

Onderwijs is een van de meest cruciale aspecten van de ontwikkeling van een individu. Het biedt kansen voor de rest van het leven en vormt het wereldbeeld van de leerling. Wanneer er sprake is van 14 onderwaardering of gebrekkige informatievoorziening over het koloniaal slavernijverleden, kunnen de negatieve effecten langdurig zijn. 

De lokale overheid, zoals het College van Burgemeester en Wethouders, kan een cruciale rol spelen in het aanpakken van de doorwerking van het slavernijverleden in het onderwijs door beleidsmaatregelen en initiatieven te faciliteren die gericht zijn op een inclusiever en rechtvaardiger onderwijssysteem. Hier zijn enkele concrete stappen die genomen kunnen worden:

Ondersteunen van Onderzoek en Data-verzameling 

Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur om het College kate vragen onderzoek te stimuleren en financieren om beter inzicht te krijgen in de impact van het slavernijverleden op het onderwijs, zoals discriminatie bij schooladviezen en de inhoud van het curriculum. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd in samenwerking met universiteiten, onderzoeksinstituten en ervaringsdeskundigen, zodat de stad een beter begrip krijgt van de aard en omvang van deze problematiek. 

32

Faciliteren van Dialoog en Expertsessies 

De lokale overheid kan een platform bieden voor het organiseren van expertsessies waarin onderwijsdeskundigen, historici, ervaringsdeskundigen en beleidsmakers met elkaar in gesprek gaan. Het doel is om knelpunten te identificeren en concrete voorstellen te ontwikkelen voor een inclusiever curriculum. Door een structureel platform voor dialoog te creëren, kunnen deze sessies helpen bij het ontwikkelen van onderwijs dat recht doet aan het koloniale slavernijverleden. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur om het College te vragen de mogelijkheden te onderzoeken voor het opzetten van dit platform. Samenwerking met Scholen en Culturele Instellingen 

Amsterdam kan scholen ondersteunen bij het integreren van het slavernijverleden in het onderwijscurriculum door samenwerking te stimuleren met culturele instellingen zoals het Nationaal Slavernijmuseum en het Tropenmuseum. Het College kan subsidies verstrekken voor educatieve programma's en materialen die het slavernijverleden op een zorgvuldige en informatieve manier behandelen, zodat het onderwijs inclusiever wordt en gebaseerd op historische feiten. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur om dit bij het College onder de aandacht te brengen. Dit geldt ook specifiek voor Amsterdam Oost. Het stadsdeel heeft contact met scholen, maar kan deze niet aansturen. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur de noodzaak van lessen en gesprekken over het slavernijverleden en de doorwerking hiervan bij scholen onder de aandacht te brengen en te stimuleren. 

33

Beleid voor Gelijke Onderwijsadviezen 

Tijdens de bijeenkomsten werd discriminatie bij schooladviezen erg veel benoemd. Om discriminatie bij schooladviezen tegen te gaan, kan de gemeente samen met onderwijsinstellingen beleidsrichtlijnen ontwikkelen die eerlijkheid en gelijke kansen bevorderen. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur om het College te stimuleren actief in gesprek te gaan met onderwijsinstellingen en relevante partners, met als doel aanvullende concrete maatregelen tegen discriminatie bij schooladviezen te ontwikkelen en te implementeren, bovenop de initiatieven die al zijn gestart. Platform voor Leerlingen en Ouders 

Tijdens de gesprekken kwamen veel verhalen naar voren van ouders die een strijd hebben moeten voeren tegen onderadvisering van hun kind en zich vaak alleen voelen in deze strijd. Er is behoefte aan een netwerk of platform waar ouders en leerlingen elkaar kunnen vinden, ervaringen kunnen delen en ondersteuning kunnen krijgen in hoe om te gaan met dergelijke situaties. Hoewel er al bestaande netwerken zijn, verzoeken wij het Dagelijks Bestuur en het College om de bekendheid te vergroten van deze bestaande netwerken onder ouders, leerlingen en scholen, zodat zij makkelijker hun weg kunnen vinden naar deze ondersteuningsmogelijkheden. En onderzoek of er behoefte en mogelijkheden zijn voor een lokaal, laagdrempelig en toegankelijk netwerk of platform dat voorziet in deze behoefte.

34

4. De arbeidsmarkt 

Een veelgenoemde uitdaging in de gesprekken is de verbinding tussen de arbeidsmarkt en het koloniaal slavernijverleden. Diverse groepen ervaren discriminatie, maar dit rapport richt zich specifiek op de doorwerking van het slavernijverleden. Historische ongelijkheden en racistische denkbeelden uit deze periode lijken nog steeds invloed op de kansen en behandeling van nazaten van tot slaaf gemaakten. 

Racisme en discriminatie, mogelijk voortkomend uit koloniale denkbeelden, manifesteren zich in wervings- en selectieprocessen, wat kan leiden tot ongelijke kansen op werk, lagere salarissen en ondervertegenwoordiging in hogere functies.5 Daarnaast kampen veel nazaten van tot slaaf gemaakten met structurele achterstanden, zoals hogere werkloosheidscijfers en lagere inkomens.6 Deze problematiek vraagt om erkenning en actie. Onze aanbevelingen zijn gericht op het aanpakken van deze ongelijkheden en het bevorderen van inclusiviteit binnen de arbeidsmarkt.

Onderzoek naar de Impact van het Slavernijverleden 

Er is nog een gebrek aan onderzoek naar de doorwerking van het slavernijverleden op de arbeidsmarkt. Wij verzoeken het College onderzoek uit te voeren naar de connectie tussen de doorwerking van het slavernijverleden en discriminatie en achterstelling op de arbeidsmarkt (in Amsterdam). Dit onderzoek kan helpen bij het identificeren van knelpunten en het ontwikkelen van gerichte beleidsmaatregelen, evenals het bepalen van de stappen die de gemeente kan zetten om deze problemen aan te pakken.

35

Structurele Evaluatie van Diversiteit en Cultuur 

Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur en het College om structureel te kijken naar diversiteit en cultuur binnen het stadsdeel en de gemeente als werkgever. Het is van belang om te onderzoeken welke rol de doorwerking van het slavernijverleden hierin speelt en hoe hiermee wordt omgegaan. Wat voor rol speelt de doorwerking van het slavernijverleden hier? Hoe wordt hiermee omgegaan?7

Ondersteunen van Lokale Gemeenschapsorganisaties 

Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur en het College om samen te werken met en ondersteuning te bieden aan lokale gemeenschapsorganisaties en initiatieven die zich inzetten voor het bevorderen van economische kansen en emancipatie voor de nazaten van het koloniale slavernijverleden. Dit kan bijvoorbeeld door het faciliteren van netwerken en het bieden van financiële ondersteuning aan initiatieven die gericht zijn op het verbeteren van de werkgelegenheid en de economische positie van deze groep.

Mentorschapsprogramma's 

Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur en het College het opzetten van mentorschapsprogramma's te faciliteren en te ondersteunen voor jonge professionals van kleur, waarin ervaren professionals hen begeleiden in hun carrière. Dit kan helpen om ondervertegenwoordiging in hogere functies tegen te gaan en meer inclusiviteit binnen organisaties te bevorderen. 

5Essaybundel in opdracht van de staatscommissie tegen discriminatie en racisme (2023). Doorwerkingen van slavernijverleden. Meervoudige perspectieven op de relatie tussen verleden en heden. Den Haag: RFT-O. 

6Goldberg, D. T., & Essed, P. (2002). Introduction: from Racial Demarcations to Multiple Identifications. In Race critical theories: text and context (1-11). Blackwell Publishers, p. 4 (eigen vertaling). 

7Does, S., Hilbert, L., Yenga, M., Hartgerink, H., & Felten, H. (2024). Ervaren discriminatie en ander ongewenst gedrag onder medewerkers van de gemeente Amsterdam: Een kwantitatief onderzoek. Verwey-Jonker Instituut, Utrecht.

36

Tot slot

U heeft het rappor t ‘Oost na de komma - het slavernijverleden’ gelezen, een

resultaat van een grondige en zorgvuldige bottom-up aanpak. Dit rappor t is ontstaan

uit gesprekken met de gemeenschap in Amsterdam Oost, waarin individuen die zich

identificeren als nazaten van het slavernijverleden hun stemmen hebben laten

horen. 

Dit is niet het einde van het proces, maar een voorzichtige stap in de richting van het

invullen van ‘na de komma’. We beseffen dat er nog veel werk aan de winkel is en

dat er tal van grenzen zijn te verleggen. De werkgroep heeft zich in een beperkt

tijdsbestek voornamelijk gericht op ons stadsdeel, maar met de kennis en ervaring

die we hebben opgedaan, zijn we ervan over tuigd dat andere stadsdelen en heel

Amsterdam profijt kunnen hebben van een vergelijkbare invulling. Dit hoeft niet op

dezelfde manier te gebeuren als wij dat gedaan hebben, maar wij hopen dat de

lessen en adviezen uit dit rappor t, gebaseerd op de stemmen van nazaten en

deskundigen, waardevol zullen zijn voor verdere stappen. 

We hebben gekozen voor een gefaseerde aanpak, waarbij de prioriteit eerst lag bij

de nazaten zelf, omdat zij sinds het begin van de beweging het voor touw hebben

genomen in het gesprek. Dit gesprek is echter nog niet voltooid. Het is van groot

belang dat het gesprek niet alleen met nazaten wordt gevoerd, omdat vooruitgang

en verbetering niet enkel op de schouders van de gemeenschap zelf behoren te

rusten. Wij hebben iedereen nodig, en zeker degenen die de gevolgen van het

slavernijverleden niet zelf hebben ervaren, om samen een inclusieve en

rechtvaardige toekomst te bouwen. 

37

Het is ook belangrijk om te erkennen dat dit werk niet mogelijk was zonder de inzet

van eerdere generaties van nazaten, die de basis hebben gelegd voor het gesprek

over erkenning en excuses. Hun moed en vastberadenheid hebben dit proces

mogelijk gemaakt. We zijn ook diep dankbaar voor de nazaten die deel hebben

genomen aan dit proces, zich kwetsbaar hebben opgesteld en hun persoonlijke

verhalen en ervaringen met ons hebben gedeeld. Hun openhar tigheid is cruciaal

geweest voor het slagen van deze gesprekken. 

Daarnaast willen we de ambtenaren van Stadsdeel Amsterdam Oost bedanken voor

hun onschatbare steun en inzet. Ook geldt onze waardering voor de

stadsdeelbestuurder Jan Ber t Vroege, wiens aanmoediging ons in staat heeft

gesteld om dit idee en het bijbehorende proces te realiseren. 

We hebben hard gewerkt om een stap verder te komen in het invullen van de komma

van de excuses voor het slavernijverleden, maar we beseffen dat er meer nodig is.

Veel van de stappen en onderzoeken die nodig zijn liggen op landelijk niveau, en het

blijft daarom essentieel om de rijksoverheid blijvend te wijzen op de urgentie van dit

onderwerp. Desondanks proberen wij op lokaal niveau een bijdrage te leveren aan

de erkenning van de doorwerking van het koloniale slavernijverleden en streven we

ernaar om ‘de komma’ een werkelijke betekenis te geven. Zo hopen we bij te dragen

aan een inclusieve samenleving waarin de littekens van het verleden worden erkend,

maar niet langer doorwerken in de toekomst.

38

Bronnenlijst Biekman, B., Captain, E., van Gent, W., Helberg-Proctor, A., Hochstenbach, C., Hondius, D., Mesman, J., Oostindie, G., Schor, P., & Thijssen, L. (Eds.). (2023). Doorwerkingen van slavernijverleden: Meervoudige perspectieven op de relatie tussen verleden en heden. Essaybundel in opdracht van de staatscommissie tegen discriminatie en racisme. 

Brandon, P., Leerdam, J., & Brandwagt, D. (2024). Vertel het hele verhaal: Plan voor de oprichting en bouw van het Nationaal Slavernijmuseum. Rapport. https:// open.overheid.nl/documenten/b0464998-77b5-49cc-8771-a60b75e58c19/file 

Does, S., Hilbert, L., Yenga, M., Hartgerink, H., & Felten, H. (2024). Ervaren discriminatie en ander ongewenst gedrag onder medewerkers van de gemeente Amsterdam: Een kwantitatief onderzoek. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. 

Goldberg, D. T., & Essed, P. (2002). Introduction: From racial demarcations to multiple identifications. In Race critical theories: Text and context (pp. 1-11). Blackwell Publishers. 

Martina, E. A., & Schor, P. (2015). White order: The racialization of public space in the Netherlands. Dedalus, 19, 161-188. 

Goldberg, D. T., & Essed, P. (2002). Introduction: from Racial Demarcations to Multiple Identifications. In Race critical theories: text and context (1-11). Blackwell Publishers, p. 4 (eigen vertaling). 

Does, S., Hilbert, L., Yenga, M., Hartgerink, H., & Felten, H. (2024). Ervaren discriminatie en ander ongewenst gedrag onder medewerkers van de gemeente Amsterdam: Een kwantitatief onderzoek. Verwey-Jonker Instituut, Utrecht.

39

Oudshoorn-Tinga, D. H., Davids, E., Gonçalves-Ho Kang You, L. Y., Kool-Blokland, J. L., de Randamie, G., & Severina, R. R. (2021). Advies Dialooggroep Slavernijverleden 'Ketenen van het verleden'. Rapport. https://open.overheid.nl/documenten/ ronl-43a695f2-b9ce-43e7-9a10-4889ba4eb703/pdf 

Nationaal Instituut Nederlands Slavenverleden en Erfenis (NiNsee). (n.d.). Belanghebbenden ‘doorwerking slavernijverleden’ bijeen in Nationaal Archief Suriname. https://ninsee.nl/expertmeeting-brengt-belanghebbenden-doorwerkingslavernijverleden-bijeen-in-nationaal-archief-suriname/

40

Bijlage 1 Ongevraagd advies Imelda Tjon-fo Herdenkingsjaar Slavernijverleden

41

1

Dit rapport is geschreven door de leden van de Stadsdeelcommissie Amsterdam Oost: 

Imelda Tjon-Fo (GroenLinks), Alexander Versteeg (PvdA) en Nora Ait Boubker (D66) 

Met ondersteuning van de werkgroep 'Oost na de Komma', bestaande uit: 

Joyce Overdijk-Francis, Alex van Stipriaan en Lucia Martis.

Vormgeving door: Benedicta Badu

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16373095/1