Bijlage1Plan Rigoureus VergroenenCie8-1-26
Tekst van het document
Plan Rigoureus Vergroenen Wat is er nodig tot 2050? Dit plan is een uitwerking van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Het laat zien hoeveel en welk groen we in 2050 nodig hebben. Rigoureus vergroenen betekent meer én beter groen, van dak tot buurt en van boom tot park. Zodat onze groeiende stad in 2050 voldoende groen en natuur heeft voor gezond leven, veiligheid en leefbaarheid. Zodat Amsterdam ook in 2050 een stad is waar het prettig wonen en werken is, iedereen graag buiten is en meer beweegt.
Rigoureus Vergroenen
Inhoud 1. Samenvatting 3 2. Inleiding, scope en leeswijzer 6 3. Wat is rigoureus vergroenen en wat als we dat niet doen? 7 4. Wat zijn risico’s en belemmeringen? 9 5. Wat zijn kansen en uitdagingen? 10 6. Wat doen we al (NU) en wat is nodig (LATER)? 11 A. Gebouwen en kavels 12 B. Voor de buurt 13 C. Voor groene en groenblauwe verbindingen 14 D. Voor parkgebieden 15 E. Voor het landschap om de stad 16 7. Straks 17 Bijlage18
2
Rigoureus Vergroenen
1. Samenvatting In de Omgevingsvisie 2050 is rigoureus vergroenen één van de vijf strategische keuzes. In de afgelopen vijf jaar zijn verschillende vragen en perspectieven ontstaan over de betekenis daarvan. Voor dit stuk is berekend wat minimaal nodig is aan nieuw groen en ander groen voor Amsterdam tot 2050, zodat de huidige levenskwaliteit behouden blijft ondanks de verwachte woningbouw, de bevolkingsgroei en de klimaatverandering. Tijdens het schrijven van dit stuk is duidelijk geworden dat de vraag en de noodzaak voor vergroening groot is vanwege veiligheid, gezondheid en leefbaarheid. Dat blijkt uit Amsterdam Maakt Ruimte, de onderzoeken naar Klimaatadaptatie en het referendum dat leidde tot de adviezen van het Burgerberaad Groene Stad. Tegelijkertijd is er een gebrek aan fysieke en financiële ruimte geconstateerd, waardoor het moeilijk is om de stad door middel van groen toekomstgericht in te richten en te beheren. Scherpe keuzes en een betere integrale werkwijze zijn nodig voor een complete stad in de komende periode voor de bestaande openbare ruimte en de gebiedsontwikkeling. Als de keuzes niet worden gemaakt dan is het risico dat uitvoering vertraagt en ambities zoals vergroenen maar ook andere ambities niet worden gehaald.
De belangrijkste vergroening nodig tot 2050: de top 5
1. Voor bomen: in buurten is gemiddeld nu een boomkroonbedekking van 19%. In 2050 moet dat 30% worden voor voldoende schaduw. Dat bereiken we door de aanplant van toekomstbestendige bomen (25.000) en het verbeteren van de groeiplaats van bestaande bomen (70.000). We hebben nu 306.000 bomen in beheer. 2. Voor parken: aanleg van zes nieuwe stadsparken, om te voorzien in de groeiende behoefte aan ruimte voor ontspanning en verkoeling. Daarnaast zorgen voor behoud en kwaliteitsimpuls van bestaande parken en landschap om de stad. In Amsterdam zijn nu 47 parkachtige groengebieden. 3. Voor biodiversiteit: we zijn begonnen met het verbeteren van de ecologische kwaliteit in parkachtige gebieden en verbindingen. Dat bouwen we verder uit met 158 km nieuwe ecologische verbindingen en de aanleg van 30 km natuurvriendelijke oevers. We verbeteren de vliegroutes voor bijen en vlinders (de Vlindersnelweg). Ecologisch beheer van het groen in beheer bij de gemeente breiden we verder uit van 50% nu tot 90% in 2050. Meer natuurinclusieve inrichting van private en publieke ruimtes in en om de stad. 4. Voor buurten: we vergroenen 300 locaties tot een koele groene plek zoals een buurtpark. We breiden de ondersteuning van groene buurtinitiatieven uit met 200.000 m2. En ontwikkelen meer groen gericht op natuurbeleving en gezondheid van kinderen, jongeren en ouderen. 5.
Voor gebouwen: tuinen (en andere private buitenruimte) ontharden en vergroenen van 46% nu tot minimaal 50% in 2050. Geveltuinen leggen we aan langs 50% van de geschikte gevels, waar mogelijk met klimplanten. We zetten in op natuurinclusief bouwen inclusief natuurinclusieve en waterbergende daken.
3
Rigoureus Vergroenen
NU (2025-2026)
STRAKS (2026-2030)
LATER (2030-2050)
Zijn we de stad al aan het vergroenen en brengen we met Plan Rigoureus Vergroenen in beeld wat er nodig is tot 2050 en wat we al doen om de beleidsdoelen op klimaatadaptatie, gezondheid, sociaal welzijn en biodiversiteit met groen te behalen.
Vertalen we de gemaakte keuzes van een nieuwe coalitie met de beschikbare middelen naar een uitvoeringsagenda waar ook de adviezen van het Burgerberaad Groene Stad in landen. We werken integraal samen aan de complete stad, we combineren functies en houden rekening met de schaarste op ruimte, middelen en capaciteit.
Actualiseren we iedere coalitieperiode wat nodig is aan vergroening met het Plan Rigoureus Vergroenen. Op basis van dan gemaakte keuzes maken we iedere 4 jaar ook een uitvoeringsagenda. De stip op de horizon blijft de groeiende stad die leefbaar, gezond en veilig is.
is en aan welke kwaliteit dit moet voldoen voor verschillende schaalniveaus. De benodigde toename aan oppervlakte groen in beheer van de gemeente bedraagt naar schatting 2%.
Kansen
NU Wat doen we al? Amsterdam is een groene stad en zet al in op meer en beter groen. De afgelopen jaren zijn mooie resultaten geboekt en is de hoeveelheid groen in de stad ondanks de woningbouw minder afgenomen dan in de jaren ervoor. De uitvoering van projecten is verbeterd, beheren doen we met aandacht voor ecologie en de data om te vergroenen is beter op orde (zie bomenbrieven, groenbrieven en uitvoeringsplan groen). We hebben 74 (van de 80) nieuwe groene plekken aangelegd, de groene wandelboulevard langs de Nassaukade is opgeleverd, verschillende pleinen zijn groener geworden en in het straatbeeld verschijnen steeds meer geveltuinen en klimplanten. Met “Groen in de buurt” en de “Verbonden buurt-aanpak” werken we samen met bewoners aan het vergroenen van de leefomgeving. We zorgen met aandacht voor de bescherming, het behoud en het beheer van bestaand groen, parken en bomen.
Wat is nodig tot 2050? Rigoureus vergroenen betekent dat we doorgaan met wat we doen en daarnaast extra inzetten op meer en beter groen. Dat is belangrijk voor een groeiende stad waar vitale functies nodig zijn voor veiligheid (klimaatadaptatie), gezondheid en leefbaarheid (sociaal welzijn en biodiversiteit). Ook Europa vraagt om meer groen en betere bescherming van bestaand groen, vastgelegd in de Natuurherstel verordening. Berekend is hoeveel groen er in 2050 nodig
Wat als we dat niet doen? Als we niet zorgen voor meer en beter groen tegen 2050 dan heeft dat een negatief effect op: fysieke en mentale gezondheid, overlast door weersomstandigheden, fysieke en sociale veiligheid, leefbaarheid, natuurbeleving, kansengelijkheid, waterkwaliteit, plaagonderdrukking, biodiversiteit, eenzaamheid, tevredenheid, economie, ontwikkeling jeugd, eigenaarschap en verbondenheid.
Om de ambities toch te realiseren moet meer gekeken worden naar kansen die er zijn in het combineren van functies, het werken met een integraal afwegingskader, het aanpassen van werkwijzen (programmeren, normeren) en samenwerking met groenorganisaties, bewoners, woningbouwcorporaties en bedrijven. Binnen de gemeente zijn kansen door met andere beleidsvelden samen te werken en te prioriteren, met name: Amsterdam Maakt Ruimte, Klimaatadaptatie en het Sociaal Domein.
Risico’s Voor de uitvoering zien we verschillende risico’s, belemme ringen en beperkingen. De ruimte in Amsterdam, zowel boven als onder de grond, is beperkt. Vele ambities van de gemeente doen een claim op de openbare ruimte, niet alles past. Het maken van scherpe keuzes, met integrale werkwijze en prioriteitstelling is van belang. Daarover dient transparant te worden gecommuniceerd binnen en buiten de gemeente. Behalve de ruimte zijn er risico’s op financieel gebied. Voor de aanleg en beheer van nieuw of ander groen zijn onvoldoende middelen, ook voor capaciteit.
4
Rigoureus Vergroenen
STRAKS Afhankelijk van de keuzes van het nieuwe college maken we een uitvoeringsagenda voor 4 jaar. Focus is dat kansen voor vergroenen beter worden benut, risico’s worden geminimaliseerd en scherpe keuzes worden gemaakt. Keuzes zullen steeds opnieuw moeten worden gemaakt en de transparantie daarvan blijft van belang. Randvoorwaarden hiervoor zijn betrouwbare data en de bereidheid om integraal samen te werken binnen de gemeente én met bewoners, groenorganisaties en bedrijven. Ook de monitoring van uitvoering adviezen Burgerberaad Groene Stad hoort daarbij.
LATER Iedere 4 jaar actualiseren we de uitvoeringsagenda op basis van de dan beschikbare kennis, middelen en de keuzes van een nieuwe coalitie. We houden de blik op wat nodig is aan vergroening in 2050 voor een gezond, veilig en leefbaar Amsterdam.
5
Rigoureus Vergroenen
2. Inleiding, scope en leeswijzer In de Omgevingsvisie 2050 is rigoureus vergroenen één van de vijf strategische keuzes. In de afgelopen vijf jaar zijn verschillende vragen en perspectieven ontstaan over de betekenis daarvan. Voor dit plan is berekend wat minimaal nodig is aan vergroening (nieuw en beter groen) voor Amsterdam tot 2050, zodat de huidige levenskwaliteit behouden blijft ondanks de verwachte woningbouw, de bevolkingsgroei en de klimaatverandering. Dit sluit aan bij de vastgestelde doelstellingen van Amsterdam Maakt Ruimte voor opgroeien, ontmoeten en gezond leven en bij de doelen van Klimaatadaptatie.
Scope De ambities uit de Omgevingsvisie 2050 en Groenvisie 2020-2050 zijn vertaald naar wat daarvoor concreet nodig is aan meer en beter groen. Passend bij ander gemeentelijk beleid, de Europese Natuurherstelverordening en verschillende onderzoeken (zie bijlage). Voor de berekening is gebruik gemaakt van onderzoeken van RIVM en Arcadis en de Handreiking Groen In en Om de Stad van het Rijk (zie bijlage). Ook de Amsterdamse data van klimaatadaptatie en biodiversiteit, het Meerjarenplan Groen van de stadsdelen en het Grote Groenonderzoek zijn hiervoor gebruikt (zie bijlage). Zodra nieuwe kennis en inzichten daar aanleiding toe geven, moeten deze geborgd en aangevuld worden in een hernieuwde versie. Vele ambities van de gemeente doen een claim op de openbare ruimte, niet alles past. Het maken van scherpe keuzes en prioriteitstelling is van belang. Ook kunnen hiervoor kansen meer worden benut op gebied van integraal
samenwerken, combineren van functies en aanpassen werkwijzen.
Leeswijzer In dit document geven we aan wat er nodig is tot 2050 met de huidige kennis. We geven aan wat er gebeurt als we niets extra’s doen en waar we nu staan. We geven aan waar het knelt en welke risico’s en belemmeringen moeten worden opgelost door het nemen van keuzes. We geven aan dat in een nieuwe coalitieperiode een uitvoeringsagenda gemaakt kan worden waarin beschreven wordt waar de focus voor 4 jaar op komt te liggen, afhankelijk van de keuzes gemaakt door de nieuwe coalitie en de beschikbare middelen, en waarmee de adviezen van het Burgerberaad Groene Stad opgevolgd worden.
Nu
Later
6
Rigoureus Vergroenen
3. Wat is rigoureus vergroenen en wat als we dat niet doen? Rigoureus vergroenen betekent dat we doorgaan met wat we al doen en daarnaast extra inzetten op meer en beter groen tot 2050 (zie hoofdstuk 6). Dat is belangrijk voor een groeiende stad waar vitale functies nodig zijn voor gezondheid, veiligheid (klimaatadaptatie) en leefbaarheid (biodiversiteit en sociaal welzijn).
Meer en beter groen is nodig om doel stellingen te behalen op gebied van gezond leven, klimaatadaptatie, biodiversiteit en sociaal welzijn. Doelen die Amsterdam zichzelf heeft gesteld en die Europa aan ons oplegt (zie bijlage). Als we dat niet doen heeft dat effect op:
Gezond leven Fysieke gezondheid: • Door hitte en droogte ontstaat meer last van benauwdheid, astma, hartinfarcten en beroertes. Effect is het grootst bij ouderen (75+) en bij bewoners met lage sociaaleconomische status in buurten met minder publiek groen. • Door hevige regenbuien kan schimmel in huizen toenemen vanwege een verhoogde luchtvochtigheid. Dit kan leiden tot gezondheidsproblemen. • Bewoners bewegen minder als de omgeving een tekort aan buurtgroen heeft of als de loopafstand tot een park
(meer dan 10 minuten lopen) te groot is. Met name voor kwetsbare groepen en kinderen neemt de ongelijkheid in gezondheid hierdoor toe. Zij gebruiken groen om in te bewegen minder als de afstand te groot is. • Een gezonde waterkwaliteit is mede afhankelijk van groen omdat het veront reinigingen filtert en algengroei beperkt. Mentale gezondheid: • Rustige groene plekken zijn belangrijk voor de mentale gezondheid door stressvermindering, het bevorderen van herstel en een positieve invloed op de gemoedstoestand. Een tekort aan groen in de omgeving kan angst, depressie en stress verhogen, het concentratie vermogen verslechteren en leiden tot meer negatieve emoties. Dit is met name belangrijk voor kinderen, jongeren en kwetsbare groepen.
Klimaatadaptatie Grotere overlast van weersomstandigheden en minder veiligheid door: • Meer last van hitte: groene buitenruimte draagt op hete dagen bij aan het afkoelen van de omgeving. Bomen creëren schaduw als ze gezond en groot kunnen worden en de bladeren voor veel boomkroonbedekking zorgen. • Meer last van hevige regen: meer risico op schade en overlast door overstroming van het rioolstelsel. Bomen en planten kunnen bijdragen aan de opvang en verwerking van regenwater waardoor minder schade ontstaat en het rioolstelsel niet wordt overbelast. • De toename van droogte: die zorgt voor problemen voor waterkwaliteit en
beschikbaarheid van drinkwater. Bomen en planten kunnen de effecten van droogte dempen door het vasthouden van water.
Biodiversiteit • Voor de leefbaarheid in steden is ruimte voor natuurbeleving met voldoende biodiversiteit belangrijk. Als de stedelijke biodiversiteit niet wordt beschermd, verbeterd en versterkt heeft dat een negatief effect op het stedelijk leven. • Voor toename van het waterleven is ecologisch gezond oppervlaktewater een randvoorwaarde. • Plagen en allergieën nemen toe als de biodiversiteit in de stad afneemt.
7
Rigoureus Vergroenen • De achteruitgang van de kwaliteit van de leefomgeving heeft een negatief effect op het voorkomen van algemene soorten dieren en planten. • Een afname in biodiversiteit zorgt voor minder aantrekkelijke groengebieden zoals parken en bossen.
Sociaal welzijn • De kansengelijkheid neemt af als niet iedereen gelijke toegang heeft tot het groen. Dat groen moet veilig voelen voor vrouwen en kwetsbare groepen. • Eenzaamheid en ontevredenheid neemt toe als er minder groene ruimte is die inclusief is en uitnodigt om anderen te ontmoeten. Dit speelt vooral in gebieden waar Amsterdammers wonen met een lage SES. • De kwaliteit van de openbare ruimte neemt af als door toenemende drukte onvoldoende groen over blijft voor iedereen. Groen moet meegroeien met de groei van de bevolking en draagt bij aan een aantrekkelijk investeringsklimaat. • Voor opgroeiende kinderen en jongeren is ruimte nodig waar ze veilig met elkaar en met natuur in contact kunnen komen. • Eigenaarschap voor de eigen leefomgeving draagt bij aan een prettige sfeer in buurten. Door de mogelijkheid voor eigen initiatief in het groen zijn bewoners vaker in de openbare ruimte, is er meer contact tussen buren en meer gevoel van veiligheid en verbondenheid.
8
Rigoureus Vergroenen
4. Wat zijn risico’s en belemmeringen? Scherpe keuzes zijn nodig voor de komende periode voor de bestaande openbare ruimte en de gebiedsontwikkeling. Als die niet worden gemaakt dan is het risico dat uitvoering van huidige projecten vertraagt en ambities zoals vergroenen en ook andere ambities niet worden gehaald. Wat zijn de grootste risico’s, belemmeringen en beperkingen waardoor het niet mogelijk is om de groene ambities en andere ambities voor de openbare ruimte te realiseren?
Ruimte De ruimte boven en onder de grond is schaars en moet met alle ruimtelijke beleidsvelden gedeeld worden. Denk aan mobiliteit, toegankelijkheid voor voetgangers, de energietransitie, ondergrondse afvalcontainers en groen. Er is niet voldoende fysieke ruimte om alle ambities tegelijk te realiseren. Vooral de extra groeiruimte voor bestaande en nieuwe bomen botst ondergronds met andere voorzieningen die nodig zijn voor de energietransitie en digitalisering. De druk op de ruimte boven en ondergronds is niet alleen groot in bestaande wijken maar speelt ook in de gebiedsontwikkeling.
De huidige areaalsystematiek voor beheer van groen werkt nog niet goed waardoor de middelen voor beheer niet meegroeien met de uitbreiding of kwaliteitsverbetering van groen. Reden hiervoor zijn ook de prijsstijgingen van de afgelopen jaren.
Capaciteit Bij de gemeente en bij aannemers is beperkte capaciteit voor nieuwe aanleg, onderhoud, schoon houden en beheer. Vooral het tekort aan werkvoorbereiders en handhavers is een belangrijke factor. Ook het gebrek aan gebiedskennis door wisselende aannemers bij aanplant en beheer is een risico.
Financiën
Communicatie
Gemeentelijke budgetten voor aanleg en beheer van groen zijn onvoldoende beschikbaar. Andere financieringsbronnen zoals van andere overheden of private middelen zijn zeer beperkt in te zetten.
De gemeente communiceert niet voldoende transparant over welke ambities al worden gerealiseerd, welke afwegingen worden gemaakt en wat wel of niet kan. Dat is wel belangrijk voor de samenwerking met bewoners en bedrijven.
Veiligheid De veiligheid moet gewaarborgd blijven. Veiligheid staat voorop zowel in het verkeer, tijdens storm maar ook de sociale veiligheid op straat.
Processen Door het ontbreken van een integraal afwegingskader kunnen projecten vertraging oplopen en worden niet alle ambities tijdig betrokken. Dit geldt voor de openbare ruimte en gebiedsontwikkeling.
Afhankelijkheid
Rijk, EU of van andere gemeentes. Voor privaat terrein is de mogelijkheid om te sturen op inrichting beperkt.
Tijd Planten leven en hebben tijd nodig om te groeien. Bomen komen binnen 10 tot 15 jaar tot wasdom. Voor grote ingrepen (zoals een nieuw stadspark of stadsbos) moet tijdig ruimte worden gereserveerd. Daarnaast is de aanleg van een park(je) tijdrovend. Van voorbereiding tot uitvoering kost een buurtpark 2 à 5 jaar en een stadspark 10 à 15 jaar om aan te leggen.
Voor gebiedsontwikkeling en het landschap is Amsterdam vaak afhankelijk van Provincie,
9
Rigoureus Vergroenen
5. Wat zijn kansen en uitdagingen? Als scherpe keuzes worden gemaakt zijn mogelijk de middelen om rigoureus te vergroenen nog steeds een beperkende factor. Welke kansen en uitdagingen worden gezien om toch verder te kunnen vergroenen?
Integrale afweging
Aanpassen werkwijzen
Om een integrale afweging van verschillende ambities in de openbare ruimte te maken is het belangrijk een afwegingskader op te stellen. Bij een tekort aan middelen kan per collegeperiode gekozen worden om prioriteit te geven aan de meest urgente maatregelen. Knoppen om aan te draaien zijn bijvoorbeeld: de urgentie voor hittebestendigheid of gezondheid en ook de keuze voor specifiek doelgroepen, bijvoorbeeld kwetsbare groepen, jeugd of ouderen.
Vaak kan door een aanpassing van werkwijzen meer gedaan worden met hetzelfde budget. Ook kan dezelfde kwaliteit worden gehaald door te kiezen voor een andere volgorde of maatregel. Voorbeelden zijn de nieuwe beplantings concepten, innovatieve technieken en het vooraf reserveren van ondergrondse ruimte voor bomen en (gevel)planten bij een project.
Functies combineren Functies zijn vaak te combineren bij werkzaamheden in de openbare ruimte. Dit geldt voor maatregelen voor klimaat adaptatie en biodiversiteit, maar ook andere combinaties zijn mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn groene fietsroutes, natuurlijke speelplekken, groene transformatorhuisjes en koele ontmoetingsplekken.
Samenwerking met bewoners, bedrijven, organisaties en andere overheden • Door bewoners een grotere rol te geven in het vergroenen van hun leefomgeving en daarin samen op te trekken kan sneller resultaat worden behaald*. • Met eigenaren van sociale woningbouw en zorginstellingen kan nauwer worden samengewerkt om de leefomgeving van kwetsbare groepen te vergroenen. • Met nutsbedrijven kan meer worden samengewerkt om groeiplaats voor bomen te reserveren. • Met andere overheden en organisaties optrekken voor regionale, nationale en Europese lobby.
Aanpassen regelgeving Regelgeving is niet altijd actueel en kan de aanplant van bomen of de toepassing van natuurinclusieve maatregelen in de weg staan. In het kader van de Omgevings wet kan regelgeving worden aangepast bijvoorbeeld voor private buitenruimte en de ondergrond in het Omgevingsplan of met een Omgevingsprogramma.
Andere financiering inzetten Onderzoek private financieringsmiddelen zoals een bomenfonds of groenfonds.
Kennisontwikkeling over kosten en toepassing • Bij vergroening wordt vaak gedacht dat het duur is. Dat is niet altijd het geval. Zo zijn natuurinclusieve maatregelen aan gebouwen relatief goedkoop en eenvoudig toe te passen. • De toepassing van een bepaalde maat regel zoals de aanplant van een boom of aanleg van een natuurvriendelijke oever blijkt soms na integrale afweging niet mogelijk. In dat geval is het wel mogelijk om voor een andere toepassing te kiezen uit de toolbox Natuurinclusief ontwerpen.
* Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad.
10
Rigoureus Vergroenen
6. Wat doen we al (NU) en wat is nodig (LATER)? Per schaalniveau geven we op de volgende pagina’s aan wat we al doen en wat nodig is. We doen ook al veel dat ten goede komt aan alle schaalniveaus.
Wat doen we al voor alle schaalniveaus?
Voor de hele stad
• Amsterdam is een groene stad en zet al in op de bescherming van bestaand groen en op de ontwikkeling van meer en beter groen. De afgelopen jaren is de hoeveelheid groen in de stad ondanks de woningbouw minder afgenomen dan in de jaren ervoor. De geactualiseerde Monitor Groen die begin 2026 wordt gepubliceerd laat dat zien. • De realisatiegraad van projecten is verbeterd, er is meer aandacht voor nazorg en beheer en de data om te vergroenen is beter op orde. • In contracten van de gemeente voor beheer zetten we in op meer ecologisch. • We vragen 100 % biologisch en gifvrij voor publiek groen binnen de gemeente waar dat mogelijk is. • We houden bij projecten van de gemeente rekening met klimaatadaptatie via een quickscan en advies.
• We onderhouden en beschermen bestaande bomen en planten in de gemeente. Amsterdam heeft 306.000 bomen in beheer in de openbare ruimte. Veel aandacht gaat jaarlijks naar het boombeheer en het zo lang mogelijk op een veilige manier behouden van bomen. • In tenders voor gebiedsontwikkeling hanteren we het natuurinclusieve punten systeem. Hiermee kan de ontwikkelende partij kiezen welke natuurinclusieve maatregelen toegepast worden.
Wat is nodig tot 2050 voor alle schaalniveaus? • Rigoureus vergroenen betekent dat we doorgaan met wat we doen en daarnaast extra inzetten op meer en beter groen. De benodigde toename aan oppervlakte openbaar groen in de gemeente bedraagt minstens 2%. In Amsterdam is nu 5347 ha groen in de openbare ruimte (zie bijlage).
• De biodiversiteit (uitgedrukt in het aantal kwalificerende soorten) neemt verder toe in de hele stad. Daarvoor breiden we ecologisch beheer van gemeentelijk groen uit van 50% naar 90%. • Nieuw groen wordt met ecologische en klimaatadaptieve inzichten ingericht, zodat het bijdraagt aan de biodiversiteit en klimaatadaptatie*. Dat kan bijvoorbeeld door natuurinclusieve maatregelen toe te passen. • Meer groen toegankelijk en bereikbaar maken voor een breder publiek - binnen en buiten de stadsgrenzen. • Meer groen aantrekkelijk inrichten voor kwetsbare groepen, kinderen, jongeren en ouderen. • We gaan door met de aanplant van bomen en het verbeteren van de groeiplaats van bomen (met specifieke doelstelling voor buurten, zie 6B).
* Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad.
11
Rigoureus Vergroenen
A. Gebouwen en kavels toekomstbestendige stad. De nadruk ligt daarbij op wijkversterking, klimaatadaptatie, biodiversiteit, en collectieve leefkwaliteit.
Wat is nodig tot 2050?
Wat doen we al? • Stimuleren van geveltuinen en klimplanten via geveltuinbeleid en communicatie. Sinds 2019 worden 1000 geveltuinen per jaar aangelegd. • In een aantal bestemmingsplannen zijn regels opgenomen over percentage bebouwing in tuinen en compensatie. • Vanuit de gemeente subsidiëren we groene daken en groene tuinen. Op 85% van alle nieuwbouwdaken wordt een groen dak aangelegd, dankzij de eisen van de hemelwaterverordening en het puntensysteem bij tenders voor natuurinclusief bouwen. • Amsterdam werkt samen met partners aan de ontwikkeling van vijf daken die bijdragen aan een leefbare en
• 30% (toename van 10%) van de 12 km2 bestaande platte daken zijn groenblauw. Ze bestaan uit een daktuin, natuurdak of polderdak dat 60 mm/m2 water kunnen opvangen. • Tuinen (en andere private buitenruimte) ontharden en vergroenen van 46% nu tot minimaal 50% in 2050*. • Uitbreiden van natuurinclusieve maatregelen op bestaande en nieuwe gebouwen en kavels. • Geveltuinen leggen we aan langs 50% van de geschikte bestaande gevels, waar mogelijk met klimplanten. Dat kan door de aanleg van ongeveer 15.000 nieuwe geveltuinen. • Bij nieuwbouw worden geveltuinen mee ontworpen en wordt daar in de ondergrond rekening mee gehouden. • Nieuwe daken – inclusief de daken na optoppen en renovaties – optimaal benutten voor duurzaamheid, onder andere met natuurdak, polderdak of daktuin.
* Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad.
12
Rigoureus Vergroenen
B. Voor de buurt • We hebben op buurtniveau in beeld hoeveel groen er is en welke opgaven er zijn m.b.t. hitte, regenbestendigheid, sociaal welzijn en afstanden tot groen met het Meerjarenplan Groen Stadsdelen. • We planten bomen in buurtstraten met aandacht voor diversiteit van bomen. Hierdoor voorkomen wij monotone beplanting die gevoelig is voor ziektes. • Afgelopen jaren zijn met het programma Nieuwe groene plekken 80 plekken vergroend in de stadsdelen en Weesp. Dit heeft gezorgd voor meer dan 17.500 m2 nieuw groen.
Wat doen we al?
Wat is nodig tot 2050?
• We investeren in de herinrichting van speelplekken om ze leuker, spannender en mooier te maken. Bijvoorbeeld in het Weteringspark in Centrum, het Piet Wiedijkpark in Nieuw-West en het Plan van Gool in Noord. • We brengen met stadsverbeterings projecten in tientallen buurten en op pleinen verbeteringen aan in de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld op Plein ’40-’45 in Nieuw-West. • Met het programma Groen in de buurt ondersteunen we al meer dan 10 jaar groene bewonersinitiatieven. Met de Verbonden buurt-aanpak werken we samen met bewoners aan het vergroenen van de leefomgeving bij groot onderhoud.
• In buurten is gemiddeld een boomkroon bedekking van 19%. In 2050 moet dat toenemen voor de nodige 30% schaduw in buurten. Dat bereiken we door de aanplant van toekomstbestendige bomen (25.000) en het verbeteren van de groeiplaats van bestaande bomen (70.000). We hebben als gemeente nu 306.000 bomen in beheer. • In iedere buurt moeten kinderen veilig kunnen buitenspelen, op straat en in het groen. Daarom is er behoefte aan 300 nieuwe koele groene plekken waar je kan ontmoeten en spelen. Waar mogelijk vormen we bestaande speelplekken en (school)pleinen om tot een groene koele plek zoals een buurtpark.
• Vergroenen van buurten* uit het Meerjaren plan Groen Stadsdelen die slecht scoren op hitte of regenbestendigheid, in combinatie met een tekort aan groen en een lage sociaal-economische status (zie bijlage). • Het Grote Groen Onderzoek 2024 laat zien dat de potentie voor groene buurtinitiatieven groot is. We breiden de ondersteuning van groene buurtinitiatieven uit met 200.000 m2. Daarvoor moet de informatie voor bewoners goed vindbaar zijn**.
• We ontwikkelen meer groen gericht op natuurbeleving en gezondheid van kinderen, jongeren en ouderen. De toegankelijkheid voor kinderen van natuureducatie, buitenschoolse natuuropvang en natuurverenigingen moet worden verbeterd. • Oprichten van groencoöperaties waarin de buurt samen met de gemeente groenbeheer organiseert (voortkomend uit Initiatiefvoorstel Groencoöperaties, VN2025-003390). In 2025 is één groen coöperatie opgericht. • Voor regenbestendigheid in buurten wadi’s toevoegen.
* Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad. ** Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad.
13
Rigoureus Vergroenen
C. Voor groene en groenblauwe verbindingen Wat is nodig tot 2050?
Wat doen we al? • We leggen op verschillende locaties natuurvriendelijke oevers aan en verzachten zo de overgang tussen water en land voor meer biodiversiteit. • We hebben belangrijke routes vergroend zoals de binnenring, de Weesperzijde, de Nassaukade en de Stadhouderskade. • We voegen groen toe in straten, o.a. waar parkeerplekken verdwijnen. • We leggen groenstroken aan tussen tramrails, waar wenselijk en mogelijk (afhankelijk van bijvoorbeeld nood- en hulpdiensten). • Met organisaties werken we samen aan de Vlindersnelweg. Dat is een initiatief ter verbetering van vliegroutes voor o.a. bijen en vlinders.
• De aanleg van 30 km nieuwe natuurvriendelijke oevers. • Voor kinderen is er behoefte aan minimaal 30% schaduw op belangrijke loop- en fietsroutes door middel van groen. Zodat de 250 basisscholen te bereiken zijn via groene, veilige en speelse routes, in lijn met Amsterdam maakt Ruimte. • Amsterdam heeft 2122 km straten. In 2050 zorgen we dat bestaande grotere groengebieden zoals parken verbonden zijn via ecologische verbindingen langs een straat*. Deze verbindingen dragen bij aan een gezond leven en de biodiversiteit. In 2050 zijn 17% (377km) van de straten ingericht als ecologische verbinding. Dat vraagt voor een deel (219km) om omvorming van bestaande groenelementen. Voor het andere deel (158 km) van de straten is het nodig om tot 2050 natuurinclusieve maatregelen toe te passen. Dit doen we volgens de Koele Groene Stratenkaart.
* Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad.
14
Rigoureus Vergroenen
D. Voor parkgebieden • We combineren waar mogelijk groen en spelen in parken.
Wat is nodig tot 2050?
Wat doen we al? • Verschillende parken hebben een kwaliteitsimpuls gekregen. We werken de komende jaren aan de verbetering van circa 20 van de 47 parkachtige groengebieden in de stad, waaronder de verbetering van het Nelson Mandelapark en de Gaasperplas in Zuidoost. • We werken meer met gelaagd groen in de vorm van zomen in parken. Dat versterkt zowel de esthetiek als de biodiversiteit. En levert meer volume groen op. • We hebben samen met organisaties volkstuinparken en herdenkingsparken beter toegankelijk gemaakt voor een breder publiek.
• Voldoende stadsparken zodat iedereen op maximaal 10 minuten wandelen van de woning in een stadspark kan zijn. Dat betekent dat 6 nieuwe stadsparken nodig zijn als de stad groeit. Amsterdam telt nu 47 parkachtige groengebieden. Op een aantal locaties zijn al stadsparken in voorbereiding. Echter ontbreekt het aan investeringsruimte voor de uitvoering. • Een kwaliteitsimpuls voor voorzieningen van een aantal bestaande stadsparken die laag scoren in het Grote Groenonderzoek 2024*. Doordat de gebruiksdruk van parken toeneemt met meer bewoners is het belangrijk dat het beheerniveau daarop wordt aangepast. • Stadsparken waar nodig meer functie geven om regenwater op te vangen**. • Versterken van de biodiversiteit in parken en grote groengebieden. Inzet op vergroten, verbinden en kwaliteit. Dit doen we volgens het Plan Biodiversiteit Parken en Natuurgebieden. • Uitbreiding van het aantal schooltuinen van 13 naar 15 vanwege de groei van de stad.
* Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad. ** Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad.
15
Rigoureus Vergroenen
E. Voor het landschap om de stad Wat is nodig tot 2050?
Wat doen we al? • We versterken biodiversiteit in grote groengebieden. • We maken ruimte voor stadslandbouwinitiatief. • We werken samen met regionale partners aan een duurzaam landschap om de stad.
• Iedereen is op 15 minuten fietsen in een landschapspark of stadsbos of een groot groengebied met recreatieve waarde. Voor de bereikbaarheid is aandacht nodig voor andere mobiliteit, bijvoorbeeld met OV. • De aanleg van een nieuw stadsbos. Hiervoor het onderzoek naar mogelijke locaties een vervolg geven. • Omvorming van twee groengebieden naar landschapsparken met behoud van de lokale biodiversiteit: de Tuinen van West en de Kop Amstelscheg. • Het versterken van de routes tussen stad en landschap waardoor het landschap toegankelijker wordt met nieuwe voet- en fietspaden en met “poorten van stad naar landschap”. • Inzetten op verdere ontwikkeling van voedselbossen en stadslandbouw*. • Verbeteren van de kwaliteit van regionale ecologische verbindingszones met andere partners.
* Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad.
16
Rigoureus Vergroenen
7. Straks •
Om te kunnen vergroenen is het nodig om scherpe keuzes te maken. Een integrale afweging is van groot belang, want ondanks slimme oplossingen zullen er ook keuzes moeten worden gemaakt die ten koste gaan van bepaalde ambities. Verschillende stedelijke ambities concurreren, dit vraagt een integrale aanpak waarin we groen niet los kunnen zien van andere stedelijke opgaven.
•
• •
•
• Nadat de focus door een nieuwe coalitie is aangebracht, beschikbare middelen bekend zijn en keuzes zijn gemaakt maken we een uitvoeringsagenda waarin we aangeven hoe rigoureus vergroenen er in de komende collegeperiode uitziet en hoe adviezen van het Burgerberaad Groene Stad (zie bijlage) worden uitgevoerd*. In een uitvoeringsagenda geven we in een volgende stap aan hoe we de komende 4 jaar met rigoureus vergroenen aan de slag gaan. De uitvoeringsagenda is gericht op: • Vertaling van gemaakte keuzes door een nieuwe coalitie met de beschikbare middelen. • Het afwegingskader voor ruimtelijke inpassing in boven en ondergrond
inclusief een normenkader om groen te borgen (voortkomend uit Initiatiefvoorstel Een Stem voor Groen VN2025-013490). De vertaling van het afwegingskader naar stedelijke programmering en prioritering*. Welke projecten en acties starten voor de realisatie van de 5 belangrijkste benodigdheden uit dit plan: 1. Bomen, 2. Stadsparken, 3. Biodiversiteit, 4. Buurtgroen, 5. Privaat groen. De communicatie en samenwerking, binnen en buiten de gemeente**. Hoe bewoners, groenorganisaties en bedrijven meer te betrekken bij het vergroenen* (voortkomend uit Raadsadres ToekomstVerbond GROEN VN2025-003491). Het benutten van kansen en het aanpakken van risico’s die nodig zijn voor de uitvoering. De uitvoering van de adviezen Burgerberaad Groene Stad die zijn aangenomen.
Met nieuwe kennis en inzichten worden de uitvoeringsagenda en wat nodig is voor rigoureus vergroenen iedere 4 jaar geactualiseerd. Ieder jaar wordt de Raad geïnformeerd over groen met de Bomen brief en de Groenbrief met een Uitvoerings rapportage. Die rapportage bevat de monitor van adviezen van het Burgerberaad Groene Stad, de monitor van de resultaten en de uitvoeringsprojecten en de monitor van de lange termijn benodigdheden voor rigoureus vergroenen. Voor goede en snelle monitoring en prioritering is het van belang het datafundament van de gemeente te onderhouden en verbeteren. * Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad. ** Sluit aan bij advies Burgerberaad Groene Stad.
17
Rigoureus Vergroenen
Bijlage
3 Verwachte toename aantal inwoners en woningen
Toelichting, definities, adviezen Burgerberaad Groene Stad en bronnen
2025
2030
2040
2050
Inwoners
934.526
954.681
1.023.274
1.080.812
Woningen
486.769
509.467
557.967
588.467
4 De adviezen van het Burgerberaad Groene Stad 1 Saldo groen toename/afname in Amsterdam Totale oppervlakte, zowel privaat als publiek. • Periode 2018-2022: afname 1,3 % • Periode 2023-2024: afname 0,5%
2 Oppervlaktes in 2025 Data uit Monitor Groen (O&S) en Maps.amsterdam.nl (R&D) Type
Oppervlakte
Gemeente Amsterdam totale oppervlakte
24,365 ha
Totale oppervlakte zonder water
18,331 ha
Totale oppervlakte zonder water en bebouwing
15,778 ha
Totaal zonder water en zonder agrarisch gebied
12,904 ha
Gemeente Amsterdam openbare ruimte (OR) zonder water
13,377 ha
Openbare ruimte zonder water en zonder agrarisch gebied
10,503 ha
• Waarvan groen
5347 ha = 51%
• Waarvan grijs
5156 ha = 49%
Gemeente Amsterdam privaat terrein (groen en grijs) zonder bebouwing 2401 ha • Waarvan groen
1117 ha = 46%
• Waarvan grijs
1284 ha = 54%
Gemeente Amsterdam privaat terrein (groen en grijs) zonder bebouwing 12 km2 • Waarvan groen
0,728 km2 = 6,1%
De hoeveelheid stedelijk groen (openbaar + privaat) is 5347 + 1117 = 6464 ha.
Ingediend op 27 september 2025 1. Groen inclusief beleid door de gemeente: leg groenbeleid structureel vast in meerjarenbeleid met een begroting voor de lange termijn en zet groen op één door leefbaarheid, veiligheid én een creatieve aanpak voorop te stellen in beleid, uitvoering, monitoring, onderhoud en beheer. 2. Veerkrachtig groen als antwoord op klimaatverandering: klimaatadaptieve en ecologisch verantwoorde groenvoorzieningen die bijdragen aan biodiversiteit, gezondheid en sociaal welzijn. 3. Waterrijk: wij adviseren de gemeente Amsterdam om zich te richten op wateropslag en het verbeteren van de waterkwaliteit, met als doel om nu en op lange termijn de ecologische rijkdom en leefbaarheid van het stedelijk water te bevorderen. 4. De groengebieden in en om de stad: verbinden, inrichten en handhaven. Groene verbindingen tussen groen structuren in en om de stad versterken, optimaliseren en verankeren. 5. Kwalitatieve groene ruimtes en parken voor iedereen: Amsterdammers hechten waarde aan natuur en buitenleven, daarom moeten we investeren in het verbeteren en onderhouden van groene ruimtes,
terwijl we duidelijke functies in parken definiëren die zowel inclusiviteit voor mensen bevorderen als biodiversiteit beschermen. 6. De Groene Ring A10: creëer stapsgewijs een groene ring door onze stad door de huidige A10 te ondertunnelen en/of te overkappen. 7. Minder auto mits beter OV, en zo meer groen: beperk het particulier autogebruik, parkeer geconcentreerder en breid het openbaar vervoer uit, om ruimte te maken voor meer en beter bereikbaar groen. 8. Groen inclusief bouwen: Amsterdam wil blijven groeien, en dat moet groen. Bouw voor alle doelgroepen, van studenten, starters tot senioren zodat iedereen een passende en betaalbare woning kan vinden met een focus op natuur, gezondheid en sociaal welzijn. 9. Groenvisie in nieuw- en verbouw: in het beleid en alle beheercontracten moet staan dat er altijd een verplichte toets op de groenvisie Amsterdam wordt gedaan, voor start van de project ontwikkeling en nogmaals als de bouw/ verbouw begint. 10. Regisseur Groene Groei: benoem een Regisseur Groene Groei die onafhankelijk werkt met mandaat die de onderlinge samenwerking en cohesie van de afdelingen in de gemeente kan bevorderen met een overkoepelend overzicht op het onderwerp groen.
18
Rigoureus Vergroenen Richt een Groenraad (e.g. type OR) die ambtenaren en bewoners (representatie) in gesprek brengt met de Regisseur Groene Groei om tot gedeelde wensen en belangen te komen en onderling gesprek te bevorderen. De Groenraad heeft als doel informatie bij partijen op te halen en te brengen. 11. Het Amsterdamse Groen Beraad (AGB): richt een permanent Amsterdams Groen Beraad op: bewoners, experts, ambtenaren, woningcorporaties, projectontwikkelaars, ondernemers en bestuurders die samenwerken om Amsterdam groener te maken terwijl de stad groeit. Dit beraad werkt samen aan promotie en educatie waardoor alle betrokkenen ‘groener’ gaan denken en doen. Het is een permanente samenwerking waarin cyclisch wordt geleerd en bijgestuurd. 12. Groen moet voor iedereen zijn: gemeente, betrek Amsterdammers via de centrale groenpunten. Breng bij deze centrale groenpunten de groen activiteiten in de buurt onder. Hierdoor creëer je een laagdrempelige manier voor de burger om met groenvragen fysiek langs te komen. Zorg er voor dat juist bewoners die normaal gesproken minder snel betrokken worden actief worden benaderd en ondersteund, zodat ook zij gebruik kunnen maken van alle groene diensten en acties. 13.
Instelling van een Groenkamer: wij adviseren de gemeente tot instelling van een orgaan te noemen Groenkamer ter bevordering van de openheid van bestuur, bestaande uit één FTE voor een medewerker die geheel onafhankelijk functioneert van de politieke partijen, gesteund door één fte in schaal 2.
14. Burgers activeren: verbeter de toegankelijkheid van reeds bestaande informatie over groene initiatieven, zodat het voor burgers gemakkelijker wordt om actieve deelnemers te worden in het vormgeven van hun groene leefomgeving. 15. Toegankelijkheid subsidies: maak vergroenen door subsidies makkelijker voor bewoners, (sport)verenigingen, bedrijven en woningcorporaties (en eventueel andere maatschappelijke initiatieven) die in de wijk gevestigd zijn. 16. Green Index voor bedrijven: stimuleer bedrijven en bedrijfsinvesteringszones (BIZ) om bij te dragen aan de vergroening van Amsterdam en beloon/ vier nieuwe initiatieven.
5 Meerjarenplan (MJP) Groen Stadsdelen Het MJP Groen wordt opgesteld in opdracht van de stadsdelen en beoogt vergroening van alle stadsdelen van Amsterdam en van Weesp. De scope is de bestaande openbare ruimte op buurtniveau. Uit het MJP Groen komen 12 urgente buurten naar voren vanwege een slechte score op hitte- of regenbestendigheid in combinatie met een tekort aan groen en een lage sociaaleconomische status. Ook weten we dankzij de analyse van het MJP Groen dat op een aantal plekken in de stad stadsparken en buurtparken worden gemist. Conclusie uit het concept-MJP is dat de opgave per wijk/stadsdeel erg verschillend is: • In stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord zorgt lokaal waterinfiltratie en hittestress voor redenen om te vergroenen in buurten. Dit in combinatie met kwetsbare groepen zorgt voor urgentie.
• Voor transformatielocaties, zoals NDSM, Amstel III of Sloterdijk is de opgave vooral het creëren van genoeg groen en de verbindingen met stadsparken. • In de 19e-eeuwse stadsdelen rondom het centrum (Oost, West en Zuid) is de grootste opgave op buurtniveau: ondanks stadsparken in de buurt is op straatniveau soms relatief weinig groen, er zijn weinig buurtparken en hittestress speelt op veel plekken. • Wijken met recente nieuwbouw- of stedelijke vernieuwing locaties zoals Oosterdokseiland of IJburg scoren relatief slecht op de hoeveelheid en toegang tot groen ten opzichte van andere delen van de stad. • In Centrum en andere hoogstedelijke gebieden is vooral vergroening op kleine schaal mogelijk via gevelgroen, gevel tuinen, buurtparkje, groene daken, bomen. Voor de analyse van het MJP is gebruik gemaakt van referentienormen (250 meter tot buurtparken en 750 meter tot stadspark) corresponderend met de in 2018 vastge stelde referentienorm voor Maatschappelijke voorzieningen, Groen en Spelen. Uitkomsten zijn o.a.: • het percentage boomkronen in Amsterdam bedraagt gemiddeld 19% en wijkt daarmee af van de veel gehanteerde norm van 30%. • de gemiddelde afstand tot een park vanaf een woning is in Amsterdam 545 meter. Als we de algemene norm van maximaal 750 meter als uitgangspunt zouden nemen, voldoen meer dan 100 buurten hier niet aan.
6 Amsterdams beleid Doelstellingen op groen Sociale basis: investeren in de mentale gezondheid van de Amsterdammers en bestrijden eenzaamheid, vooral in de meest kwetsbare gebieden Amsterdam maakt ruimte: • We maken ruimte voor opgroeien. • We maken ruimte voor ontmoeten. • We maken ruimte voor gezond leven. • De openbare ruimte moet voor iedereen prettig en uitnodigend zijn. • Biodiversiteit is onderdeel van het stedelijk leven en wordt beschermd en versterkt. Strategie klimaatadaptatie: • De buitenruimte is een aangename verblijfplaats en draagt bij aan het afkoelen van de omgeving. • We vergroten de sponswerking van de stad. • De groene gebieden van Amsterdam bieden verkoeling en schaduw. Het is ons doel meer groene, koele en schaduwrijke plekken te creëren in de stad. Plan Biodiversiteit: parken en natuurgebieden: Biodiversiteit behouden en vergroten in de parken en natuurgebieden van Amsterdam. Nota gezondheidsbeleid/ Gezondheidslogica: Een gezonde stad is een groene stad.
19
Rigoureus Vergroenen Groenvisie 2020-2050: Stedelijke visie gericht op groen dat bijdraagt aan 4 pijlers: gezondheid, sociaal welzijn, klimaatadaptatie en natuur. Omgevingsvisie Amsterdam 2050: Rigoureus vergroenen is een van de 5 strategische keuzes.
7 Nationaal beleid Basiskwaliteit Natuur: Zonder een basiskwaliteit neemt het risico op negatieve effecten van klimaatverandering in stedelijke gebieden, zoals hittegolven en wateroverlast toe. Biodiversiteit is geen luxe, maar de absolute basis voor een leefbaar Nederland, nu en in de toekomst.
8 Europees beleid • KaderRichtlijnWater (KRW): Realiseren en behouden van ecologisch gezond oppervlaktewater. Europese richtlijn uit 2000 die als doel heeft de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater in Europa te verbeteren en te behouden. De richtlijn eist dat alle waterlichamen in de EU in 2027 een goede ecologische en chemische toestand bereiken, wat betekent dat het water gezond moet zijn voor planten en dieren en er geen schadelijke stoffen in mogen zitten. • Europese Natuurherstelverordening (NHV): In steden moet de oppervlakte groene ruimte op nationaal niveau minstens behouden blijven tegen 2030 en toenemen tegen 2050. Ook de boomkroonbedekking moet toenemen in steden.
9 Bronnen • Amsterdam Klimaatbestendig 2050 Arcadis, 2025 • Amsterdams Groen: Waardering van de bijdrage van de natuur aan de mens RIVM, 2019 • Basiskwaliteit Natuur in de bebouwde omgeving Samen voor Biodiversiteit, 2025 • Biodiversiteit en de financiële sector: een kruisbestuiving? Planbureau voor de leefomgeving, 2020 • Bomenbrief 2024 gemeente Amsterdam 2024, 2025 • Climate Amelioration Forest Research • Effectief Klimaatgroen Hogeschool van Amsterdam 2019 • Europese plannen natuurherstel zetten Nederland niet op slot Vertegenwoordiging in Nederland van de Europese Commissie (netherlands. representation.ec.europa.eu/nieuws/ europese-plannen-natuurherstel-zettennederland-niet-op-slot-2022-12-22_nl) • Groenbrief 2024 gemeente Amsterdam, 2025 • Handreiking Groen In en Om de Stad Rijksoverheid, 2024 • Kennisbundeling Groen en Gezondheid RIVM, 2022 • Koele Groene Stratenkaart gemeente Amsterdam, 2025 • maps.amsterdam.nl gemeente Amsterdam, 2025 • Monitor Groen 2022 gemeente Amsterdam, 2023 onderzoek.amsterdam. nl/publicatie/monitor-groen-2022 • Natuurherstelwet Europese Commissie, 2024
• Plan Biodiversiteit Parken en Natuur gebieden gemeente Amsterdam, 2025 • Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council on nature restoration Europese Commissie, 2022 • Temperatuur-gerelateerde sterfte in Amsterdam RIVM, 2025 • Toolbox Integrale Aanpak Openbare Ruimte City deal Openbare ruimte, TAUW/ORG-ID, 2024 • Toolbox Natuurinclusief Ontwerpen Amsterdam gemeente Amsterdam, 2025 • Uitvoeringsplan Groen 2025 gemeente Amsterdam, 2024
Publicaties • Konijnendijk, C.C. (2022) Evidencebased guidelines for greener, healthier, more resilient neighbourhoods: Introducing the 3–30–300 rule. Journal of Forestry Research, 1–10. • Mohamed, A., DeClerck, F., Verburg, P. H., Obura, D., Abrams, J. F., Zafra-Calvo, N., Rocha, J., Estrada-Carmona, N., Fremier, A., Jones, S. K., Meier, I. C., & Stewart-Koster, B. (2024). Securing Nature’s Contributions to People requires at least 20%–25% (semi-) natural habitat in human-modified landscapes. One Earth, 7(1), 59–71. • Yu, Z., Li, S., Yang, W., Chen, J., Rahman, M. A., Wang, C., Ma, W., Yao, X., Xiong, J., Xu, C., Zhou, Y., Chen, J., Huang, K., Gao, X., Fensholt, R., Weng, Q., & Zhou, W. (2025). Enhancing Climate-Driven Urban Tree Cooling with Targeted Nonclimatic Interventions. Environmental Science & Technology, 59(18), 9082–9092.
10 Definities/ verklarende woordenlijst • Biodiversiteit De variatie aan soorten organismen (waaronder planten en dieren), aan genen, aan ecosystemen en de onderlinge relaties hiertussen. Naast de verscheidenheid aan soorten omvat biodiversiteit ook de diverse ecosystemen (leefgebieden) waar die soorten voorkomen. In Amsterdam leven zo’n 10.000 soorten dieren en planten. • Burgerberaad Groene Stad: in 2025 is dit burgerberaad gehouden. Een burgerberaad is een vorm, waarin een grote groep burgers, een afspiegeling van de bevolking, wordt samengesteld op basis van loting. Aan dit beraad is de adviesvraag voorgelegd: Hoe maken we samen een groeiend Amsterdam groener? Op 27 september heeft het burgerberaad het advies aangeboden aan de gemeente Amsterdam. • Buurtgroen Dit is al het openbaar groen in de directe woonomgeving dat binnen enkele minuten lopen bereikbaar is. Het omvat zowel kleine groenvakken, plantsoenen, geveltuinen, boomspiegels als grotere groene plekken zoals b.v. buurtparken en spelplekken waar bewoners kunnen ontspannen, spelen of elkaar ontmoeten. Het wordt beheerd door de gemeente maar vaak ook samen met bewoners via verschillende initiatieven zoals bv. medebeheer. • Dagelijks groenbeheer Het dagelijkse onderhoud van het groen in de stad, zoals maaien en snoeien.
• Ecologisch beheer Vorm van beheren waarbij gestreefd wordt de biodiversiteit te vergroten, en de flora en fauna de kans te geven zich te ontwikkelen door middel van natuurlijke processen.
20
Rigoureus Vergroenen • Groen Natuurlijke elementen of plekken die op verschillende schaalniveaus voorkomen, variërend van straatniveau, zoals bomen en groenstroken, tot stedelijk en regionaal niveau, bijvoorbeeld parken en natuurgebieden • Groene en groenblauwe verbindingen De koele groene stratenkaart met ecologische verbindingen, die bestaande groengebieden met elkaar verbinden. • Groene gevel Gevels van gebouwen waar planten op groeien. Vaak gaat het om klimplanten die tegen de gevel opklimmen. Een groene gevel biedt dekking, voedsel en nestgelegenheid voor vogels en insecten. • Groennorm Een norm die aangeeft hoeveel groen er minimaal in een stad of buurt moet zijn, voor een leefbare omgeving. In 2018 zijn voor het eerst groennormen opgesteld als onderdeel van de “Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen”. Deze worden gebruikt bij gebiedsontwikkeling en daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebruiksgroen en ecosysteem groen. • Grote groenonderzoek Het grote groenonderzoek is een onderzoek van de gemeente Amsterdam, naar hoe bewoners het groen in en rond de stad gebruiken en waarderen. Het wordt ongeveer elke vijf jaar uitgevoerd. De meest recente versie is van 2024. In het onderzoek wordt gekeken naar gebruik van parken, buurtgroen en recreatie gebieden, en naar hoe Amsterdammers deze beoordelen.
Volgens het Grote Groenonderzoek 2024 gaan mensen vaker het groen in als het goed toegankelijk is en dichtbij is.
• Hoofdgroenstructuur In de Hoofdgroen structuur (HGS) is juridisch-planologisch vastgelegd welke groene gebieden waardevol zijn voor de stad en de directe omgeving. Dit zijn groene gebieden die een onmisbare functie vervullen voor de verbetering van het leefklimaat, de waterhuishouding, de biodiversiteit, groene recreatie, voedselproductie, behoud van cultuurhistorische waarden en een gevarieerd totaalaanbod aan groen. • Inheemse soorten Dit zijn soorten planten en dieren die van nature in Nederland voorkomen, zonder dat ze door mensen zijn ingevoerd. Ze zijn aangepast aan het lokale klimaat, en de bodem en vormen een belangrijk onderdeel van het oorspronkelijke ecosysteem. • Invasieve soorten Planten en dieren die niet van oorsprong in Nederland voorkomen en een bedreiging vormen voor de oorspronkelijke soorten. • Klimaatadaptatie Het aanpassen van samenlevingen en gebieden aan veranderingen in het klimaat, zodat de kwetsbaarheid hiervoor vermindert of er geprofiteerd wordt van de kansen die een veranderend klimaat biedt. • Medebeheer Bewoners of ondernemers dragen als vrijwilliger bij van het beheren van het groen in hun straat of in hun buurt. • Natuurinclusief De natuur een volwaardige plek geven in de stad. Hiermee bedoelen we het natuurinclusief bouwen, ontwerpen, inrichten en beheren van de openbare en private buitenruimte.
Zo streven we naar een optimale lokale biodiversiteit en natuurwaarden. • Natuurinclusieve maatregelen Zie de maatregelen uit de toolbox natuur
inclusief ontwerpen Amsterdam • Natuurvriendelijke oever Door flauwe taluds, natuurlijke beplanting en variatie in natte en droge zones ontstaat hier een leefgebied voor diverse soorten. (zie ook toolbox natuurinclusief ontwerpen Amsterdam) • Omgevingsprogramma Een omgevings programma is een uitvoeringsgericht document dat de ambities uit de Omgevingsvisie concreet maakt door middel van beleid en maatregelen voor een specifiek deel van de fysieke leefomgeving zoals groen of de ondergrond. • Omgevingsvisie 2050 Met deze omgevingsvisie (vastgesteld in 2021) zet Amsterdam de ruimtelijke lijnen uit naar 2050. Hoe richten we de gemeente in ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers? Rigoureus Vergroenen is een van de vijf strategische keuzes in de Omgevingsvisie. • Publieke en private ruimte De publieke of openbare ruimte is de ruimte waar iedereen mag komen. Iedereen kan dus genieten van groen in de publieke ruimte, zoals buurt- en stadsparken. De private ruimte is in het bezit van individuen en/of organisaties, en kan vaak niet door iedereen gebruikt worden. Voorbeelden hiervan zijn binnentuinen en daktuinen. • Scheggen De landschappen aan de rand van de stad, die als groene vingers het bebouwde gebied van Amsterdam binnendringen.
De gemeente beschouwt de scheggen als een unieke kwaliteit, waardoor het landschap altijd binnen 15 minuten fietsen bereikt kan worden. De landschappen die het verst in de stad
•
•
•
•
•
doordringen worden de koppen van de scheggen genoemd. Stadsbos: een Amsterdams stadsbos ligt in of vlakbij stedelijk gebied, heeft een boomkroondekking van minimaal 60% en biedt hierdoor een koele plek in Amsterdam. Een stadsbos biedt ruimte aan mens, dier en plant. Amsterdammers kunnen hier recreëren, tot rust komen en zingeving ervaren. Daarnaast biedt een stadsbos veel ruimte aan biodiversiteit en legt het CO2 vast. Stadslandbouw Kleinschalige vormen van landbouw en voedselinitiatieven in en om de stad van bewoners of ondernemers. De voedselproductie wordt vaak gecombineerd met activiteiten die bijdragen aan bijvoorbeeld kennisuitwisseling, bewustwording, zorg, sociale cohesie, landschapsbeheer en recreatie. Stedelijk groen Groen binnen de gemeentegrens zowel openbaar als privaat (zonder agrarisch gebied en zonder dakgroen). Voedselbos Een door mensen ontworpen ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan bomen en planten waar ook voedsel te vinden is. Wadi (Water Afvoer Drainage en Infiltratie) is een ondiepe greppel of verlaging in de grond die wordt gebruikt om regenwater op te vangen, tijdelijk op te slaan en te laten infiltreren in de bodem. Het is een vorm van duurzame water afvoer die helpt om wateroverlast te voorkomen en het grondwater aan te vullen.
Wadi’s worden vaak toegepast in stedelijke gebieden als onderdeel van klimaatadaptatie en waterbeheer.
21
Colofon Plan Rigoureus Vergroenen Vastgesteld door het College van Amsterdam op 9 december 2025 Bestuurlijk opdrachtgever Wethouder Melanie van der Horst Ambtelijk opdrachtgever Directie Ruimte en Duurzaamheid en Directie Verkeer en Openbare Ruimte Fotografie en beelden Gemeente Amsterdam en Fizzbake Ontwerp Ontwerpwerk Met dank aan Alle collega’s die aan Plan Rigoureus Vergroenen hebben bijgedragen Meer informatie g.wijten@amsterdam.nl
Plan Rigoureus Vergroenen