CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage1-Uitwerking themas Inkoop AJH 2028-2038.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Vooraankondiging Inkoop AJH (VN2026-003825)7.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De inhoudelijke opdracht Aanvullende Jeugdhulp en de vier thema's met bijbehorende transformatieopdracht Bijlage 1 bij richtlijn inkoop AJH

De kern van de inhoudelijke opdracht aan de Aanvullende Jeugdhulp (AJH) De opdracht aan de AJH is alle jeugdhulp te leveren die valt onder de scope van de AJH en om deze jeugdhulp beschikbaar te houden voor het verzorgingsgebied van de 6 gemeenten van de regio Amsterdam-Amstelland1. Jeugdhulp moet worden geleverd met een tijdigheid die past bij de urgentie en veiligheidsrisico van de vraag. Wachttijden voor deze jeugdhulpvragen moeten zo kort mogelijk zijn. De AJH dient dit te realiseren binnen teruglopende rijksbijdragen voor jeugdhulp en toenemende schaarste op de arbeidsmarkt van jeugdhulp professionals. Dit betekent dat we niet de jeugdhulp kunnen blijven uitvoeren zoals we dat altijd hebben gedaan en kritisch moeten kijken hoe we de jeugdhulp professionals het meest effectief inzetten. De opdracht aan de AJH is om hiervoor verantwoordelijkheid te nemen en dit te vertalen naar inzet en bedrijfsvoering. De opdracht aan de AJH is erop gericht om: - Jeugdigen en gezinnen te versterken binnen de eigen omgeving (thuis, school, sport, buurt en eigen netwerk) waarin ze opgroeien. - De basisjeugdhulp (OKT/lokale teams) te versterken. De aanvullende jeugdhulp is immers een aanvulling en versterking van de basisjeugdhulp.

- Jeugdhulp in te zetten om de eigen verantwoordelijkheid van ouders, kinderopvang, onderwijs te versterken door daar kennis, expertise en behandeling aan toe te voegen. De beweging die aan de Aanvullende Jeugdhulp wordt gevraagd is om diagnosticeren minder centraal te stellen, en te werken vanuit handelingsperspectieven voor kind, gezin en omgeving vanuit vraagstellingen rondom gedrag. Gemeenten willen niet dat kinderen onnodig uit hun eigen omgeving, school, kinderopvang, gezin worden gehaald en individueel behandeld. De dagelijkse omgeving van de jeugdige is hiermee nadrukkelijker in beeld om de jeugdige te helpen veilig en gezond op te groeien. In de afgelopen contractperiode is door jeugdhulpaanbieders regionaal en lokaal, in samenwerking met gemeenten en andere partners, al gewerkt aan jeugdhulpaanbod dat gericht is op het versterken van de omgeving en het dagelijks leven. Denk aan Thuis voor Noordje voor zo thuis mogelijk wonen, de beweging naar nul uithuisplaatsingen, gebiedsgericht werken AmsterdamDUO inclusief onderwijs en kinderopvang, en Energiek en Impulsief: anders omgaan met vragen bij druk gedrag. Veelal gaat het om programma's die volgen uit landelijk beleid. Ook zijn er regionale of gemeentelijke aanpakken tot stand gekomen op basis van signalen uit het veld.

Een voorbeeld hiervan is het ontwikkelen van een aanpak voor druk gedrag als antwoord op het hoge aantal aanvragen voor ADHD-diagnoses met opvallende pieken rond de examentijd. De opdracht aan de AJH is om langs de lijnen van deze opgaven de uitvoering van de jeugdhulp invulling te geven. De opdracht AJH behelst een brede range aan activiteiten. Ten eerste gaat het om het bieden van jeugdhulp aan jeugdigen in hun dagelijks leven, zoals hierboven omschreven. Ten tweede gaat het om het toevoegen van expertise aan vanzelfsprekende professionals, zodat zij hun rol kunnen vervullen in het veilig en gezond opgroeien van jeugdigen, zonder dat daarvoor individuele jeugdhulp hoeft te worden ingezet. Met vanzelfsprekende professionals wordt bedoeld 1 Doel van de wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp

1

professionals die normaal rondom een gezin aanwezig zijn, zoals de lerares op school en de jongerenwerker in de buurt. Ten derde is de opdracht om specialistische expertise laagdrempelig beschikbaar te stellen aan de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams), zodat zij zoveel mogelijk zelf jeugdigen en gezinnen kunnen helpen. Onderdeel van de opdracht is dat de beweging wordt gemaakt van vooral individuele ondersteuning naar meer collectieve vormen van ondersteuning en van kindgericht naar gezinsgericht. Sommige bestaande vormen van jeugdhulp zoals verblijf en dagbehandeling op locatie moeten zoveel als mogelijk worden afgebouwd en daarvoor moeten ambulante alternatieven worden opgebouwd. Bij de uitvoering van de Aanvullende Jeugdhulp zullen alle eisen die aan de kwaliteit worden gesteld, zoals aangegeven in de Jeugdwet, vanzelfsprekend gelden. Daarnaast is leidend in de uitvoering van de opdracht dat de inzet van aanvullende jeugdhulp het meest ten goede moet komen aan jeugdigen in de meeste kwetsbare situaties, waar onveiligheid en andere risico's spelen (afweging vindt plaats binnen elke gemeente apart). Dat betekent ook dat voor minder urgente vragen, andere vormen van (bijvoorbeeld collectieve) jeugdhulp aangeboden mogen worden en wachttijden langer mogen zijn, en dat lichtere problemen die passen binnen de basisjeugdhulp niet meer in de aanvullende jeugdhulp terecht mogen komen.

Technologische ontwikkelingen bieden in combinatie met bovenstaande, de mogelijkheid de beschikbaarheid van jeugdhulp te vergroten met minder middelen. Het biedt mogelijkheden voor verbetering van vroegsignalering, analyse en nabijheid en anonimiteit (beeldbellen, internet en AI) maar brengt ook risico's met zich mee, zoals ongeschikte content of ethische ongebondenheid/ controleerbaarheid. De opdracht aan de AJH is om op zorgvuldige wijze de kansen te benutten van technologische ontwikkelingen. Te meer omdat deze onderdeel uitmaken van de leefwereld van jeugdigen. Belangrijk is het gebruik van ervaringsdeskundigheid voor feedback en verbetering van de hulp én om het cliëntperspectief vast te houden.

Niet vanzelfsprekend jeugdhulp inzetten als andere oplossingen beter zijn Problemen met inkomen, armoede, onveiligheid, wonen en andere problemen, kunnen ertoe leiden dat ouders hun rol als opvoeder niet goed waar kunnen maken. Alleen jeugdhulp inzetten omdat bij kinderen signalen van de problemen zich uiten, is dan niet effectief. Het vraagt om meer aandacht en inzet van andere onderdelen van het sociaal domein, gericht op het hele gezin. De gemeente heeft hierin een verantwoordelijkheid. De opdracht aan de AJH is hun expertise beschikbaar te stellen om minder inzet van jeugdhulp mogelijk te maken door: - Te signaleren waar en wanneer inzet van jeugdhulp niet effectief is, maar andere oplossingen beter zijn voor jeugdigen en het gezin, al dan niet in combinatie met jeugdhulp. - Samen met gemeenten en andere partijen (nieuwe) duurzame oplossingen uit te werken en daarin verantwoordelijkheid te nemen om deze erbij te halen. - Op casusniveau verantwoord nee te zeggen met mandaat van de gemeenten. Hierbij geldt dat veiligheid voorop staat en het gezin en de jeugdige niet tussen wal en schip mogen vallen. - Expertise van de jeugdhulpaanbieders en veiligheidsexperts zoals Veilig Thuis, wordt ingezet om te bepalen of en hoe een behandelplan uitvoerbaar is, gegeven de omstandigheden.

Te escaleren richting gemeenten als andere vormen van ondersteuning niet of onvoldoende van de grond komen. 2

-

-

Verklarende analyse in te zetten. De Maatwerkmethode in te zetten en professionals daarin te trainen.

Maatwerkmethode In de uitvoering wordt gewerkt volgens de maatwerkmethode. Dit is een gestructureerde methode van samenwerken van professionals in hele sociaal domein. Professionals werken vanuit een integrale blik en vanuit het perspectief van het gezin, in het belang van het kind. Dat betekent dat de Aanvullende Jeugdhulp start binnen een geïntegreerde aanpak. Soms betekent het dat jeugdhulp pas op de plaats maakt totdat andere problemen zijn aangepakt. Samen met professionals uit andere domeinen onderzoekt de professional AJH allereerst het perspectief van het gezin: hoe willen zij dat de toekomst er uit ziet? Dan wordt een feitelijke situatieschets gemaakt, over alle domeinen heen. Pas daarna wordt gekeken wat er aan de hand is in het gezin: welke persoonlijke problemen zijn er, welke systeem problemen? Samen met het gezin wordt beslist wat de eerste stap wordt, wie wat doet en wanneer er wordt geëvalueerd. Verklarende analyse Vanuit het veiligheidsdomein is afgesproken verplicht te werken met de verklarende analyse. Een verklarende analyse brengt de oorzakelijke invloeden en omstandigheden in kaart die een rol spelen in het ontstaan en in stand blijven van de problematiek. Dat betreft zowel de contextuele factoren (bijvoorbeeld ouders, gezin of school) als de persoonskenmerken van betrokkenen.

Werken met de verklarende analyse is gebaseerd op dezelfde wijze van kijken naar het gezin als de maatwerkmethode. Waar afspraken zijn gemaakt om het instrument van de verklarende analyse te gebruiken, is dit onderdeel van de opdracht AJH. Gemeenten hechten er vooral aan dat de professionals werken vanuit de visie die aan de verklarende analyse en maatwerkmethode ten grondslag liggen.

Gebiedsgericht samenwerken Het verzorgingsgebied van de opdracht AJH is opgedeeld in acht gebieden:

-

-

Amsterdam met zes gebieden: o Stadsdeel Centrum/Zuid; o Stadsdeel Nieuw West; o Stadsdeel West; o Stadsdeel Noord; o Stadsdeel Oost; o Stadsdeel Zuidoost/stadsgebied Weesp; Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel (DUO) gezamenlijk; Amstelveen en Aalsmeer gezamenlijk.

De opdracht aan de AJH is gebiedsgericht te werken en inzet van hun professionals in deze acht gebieden te realiseren. Met gebiedsgericht werken bedoelen de gemeenten fysieke aanwezigheid in de gebieden, en ook de manier waarop in de gebieden wordt samengewerkt in het netwerk rond gezinnen. Momenteel werken de gemeenten Amsterdam, Diemen, Uithoorn en Ouder- Amstel binnen de huidige contracten HSJH samen en wordt het gebiedsgericht werken in deze gemeenten ingevoerd. De aanpak in een gebied wordt bepaald door kenmerken en uitdagingen van een gebied. Deze gaat uit van een diepgaand begrip van- en verbinding met de lokale context en de gemeenschappen waarin jeugdigen opgroeien. De leefwereld van jeugdigen bestaat uit hun gezin, familie en vrienden, de buurt, school, hun online-wereld, kinderopvang, sport, buurtorganisaties en de cultuur en maatschappij waarin zij leven. Gebiedsgericht samenwerken is belangrijk bij de aansluiting op de specifieke kenmerken in een gebied en om de verbinding te 3

kunnen maken met de jeugdige en het gezin en hun dagelijks leven. Elk kind en gezin wil betekenisvolle relaties kunnen aangaan en bestaanszekerheid, welzijn en veiligheid ervaren. Wie daarbij ondersteuning nodig heeft, is gebaat bij een goede onderlinge afstemming tussen de betrokken professionals. Aandacht voor de mate van culturele en etnische representatie onder jeugdhulpprofessionals is hierin een cruciaal element van diversiteit en culturele sensitiviteit. De opdracht aan de AJH is om multidisciplinaire ambulante gebiedsteams te formeren die door de lokale teams laagdrempelig erbij kunnen worden gehaald en tegelijkertijd specialistische programma's te bieden die kunnen worden ingezet bij problematiek die in aard en ernst niet bij een generalistisch wijkteam past. Er zijn ook vormen van ondersteuning die, bijvoorbeeld door schaalgrootte, stedelijk of regionaal zijn georganiseerd. Van de aanbieder AJH wordt verwacht dat bij de inzet hiervan de samenwerking een samenhang wordt gezocht met wat gebiedsgericht is georganiseerd. Gebiedsgericht werken heeft dus verschillende dimensies: - Fysieke aanwezigheid van locaties en professionals voor de gezinnen in het gebied, zoveel mogelijk vanuit één, voor de inwoners herkenbare locatie.

- Kennis van de thuissituatie van de jeugdigen en gezinnen, en de mogelijkheden en de netwerken van de sociale basis en de informele zorg in de gebieden. Dit geldt ook voor het betrekken van vertegenwoordigers van lokale (zelf) organisaties en organisaties binnen de sociale basis (en bijvoorbeeld in Amsterdam ook in samenwerking met de masterplanorganisaties) in het gebied, mede gericht op het versterken van de verbinding met het sociale netwerk en de gemeenschappen waarin de hulp wordt geboden. - Bijdragen aan een gebiedsgericht netwerk van Aanvullende Jeugdhulp in het gebied voor meedenken en meedoen (zonder dat er een verwijzing AJH is. - Verdelen van de expertise op capaciteit en vragen in de gebieden. - Maatwerk bieden. Gebiedsgericht werken vereist een organisatie van de uitvoering die per gebied is afgestemd. Gemeenten vragen van professionals om per gebied te werken in een netwerk, in ambulante teams. Dat doen zij door jeugdhulpaanbieders in de gebieden voldoende expertise en personeel beschikbaar te stellen. Daarnaast wordt per gebied samengewerkt in de toegang. In Amsterdam en de DUO gemeenten heten dit gebiedsknooppunten. Dit is een netwerk per gebied waar de AJH verantwoordelijk voor is. Alle verzoeken voor AJH komen per gebied op één centraal punt binnen en worden door de jeugdhulpaanbieders opgepakt.

Zij nemen gezamenlijk de verantwoordelijk om te zorgen dat, indien nodig, de AJH door de meest geschikte AJH-partner wordt uitgevoerd. De opdracht aan de AJH is om in elk gebied capaciteit en expertise beschikbaar te stellen om samen met het lokale team, gezinsmanagement (jeugdbescherming) en huisartsen, ondersteuning te bieden aan gezinnen, zowel vóór als nadat is bepaald of AJH nodig is.

Samenhang, vergaande samenwerking en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de opdracht De opdracht AJH wordt gegund aan individuele partijen, maar dient in samenhang te worden uitgevoerd. Dit betekent dat partijen nauw samenwerken in de uitvoering en hiervoor gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen.

4

Samenhang in de uitvoering van de opdracht AJH is belangrijk in verband met beschikbaarheid van jeugdhulp expertises en omdat het ontwikkelen en realiseren van nieuwe vormen van ondersteuning vaak vraagt om co-creatie. De opdracht heeft betrekking op diverse doelgroepen, expertises, zorgvragen en zorgvormen. Partijen hoeven daarin zelf niet alles te kunnen, maar vullen elkaar hierop aan. Gezamenlijkheid in de visie op de uitvoering leidt ertoe dat er een eenduidige opvatting is over de inzet van jeugdhulp en andere mogelijkheden bij ondersteuningsvragen. Er is dan geen sprake meer van contra-indicaties en handelingsverlegenheid, zoals in de huidige praktijk wel het geval is. Gemeenten sturen daarom op de kansen en kwaliteit van duurzame onderlinge samenwerkingsmogelijkheden bij de jeugdhulpaanbieders. Van aanbieders wordt verwacht dat zij zich committeren aan vergaande samenwerking met andere gegunde partijen. Ook wordt van hen verwacht dat zij onderlinge samenwerking organiseren en afspraken hierover vastleggen.

De opdracht AJH heeft vier thema's met ieder een transformatieopdracht In de vorige contractperiode is geleerd dat het niet effectief is om alle aanbieders dezelfde rol te geven in de uitvoering van de opdracht AJH, zeker waar het om transformatie van de jeugdhulp gaat. Daarom is de opdracht AJH geordend aan de hand van vier thema's, die elk een specifiek segment van de jeugdhulp beslaat. Dit kenmerkt zich onder meer door specifieke jeugdhulpexpertise, een eigen samenwerkingsnetwerk en specifieke transformatieopdracht. Ieder thema omvat de uitvoering van alle jeugdhulp die bij dat thema hoort. Per thema wordt een beperkt aantal kernpartners/partners gecontracteerd, die gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor het bieden van die specifieke (individuele) jeugdhulp en de transformatie die daarbij hoort. Per thema wordt bepaald welke transformatie wenselijk is en in welk tempo haalbaar, en welke verschillen er per gemeente zijn. Hierbij wordt voortgebouwd op wat in de afgelopen periode is ontwikkeld met samenwerkingspartners. De opdracht AJH wordt verdeeld over de te contracteren aanbieders aan de hand van de vier thema's, waarbij geldt dat de gecontracteerde partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de gehele opdracht AJH.

Gedurende de looptijd van de contracten kan er bijstelling plaatsvinden in de aard en inhoud van de thema's, de doelen en de ordening van de thema's. De uitwerking van de thema's wordt gebaseerd op de doelen die gemeenten willen bereiken. Hierbij wordt niet alleen uitgegaan van jeugdhulptrajecten zoals die nu bekend zijn, maar juist vanuit het gewenste toekomstbeeld. Daarom wordt per thema bepaald: 1. Waar we naartoe willen. 2. Wat we willen bereiken en daarna. 3. Bepalen wat hiervoor nodig is. Het is wenselijk om dit gezamenlijk met gemeenten, aanbieders en relevante stakeholders vorm te geven. Als onderdeel hiervan wordt de rol van de AJH geformuleerd en de doelen die gedurende de contractperiode dienen te worden behaald. De beschrijving van de thema's is als volgt opgebouwd: - Kern van het thema en de transformatieopdracht - Rol van de aanvullende jeugdhulp in die opdracht - Belangrijkste samenwerkingspartners voor dit thema - Een omschrijving van de (groepen) kinderen en jeugdigen waar het thema betrekking op heeft.

5

Per thema wordt een startfoto gemaakt waarin de jeugdhulp zoals die in 2024 geleverd is door de huidige jeugdhulpaanbieders, inzichtelijk is gemaakt. Dit bepaalt – per gebied - het vertrekpunt voor de partijen die aan de thema's uitvoering gaan geven. Per thema worden het gewenste effect in 2050 en de doelen voor de AJH aan het einde (2034) en begin van de initiële contractperiode (2028) uitgewerkt, evenals kritische succesfactoren in de uitvoering van de opdracht. Deels worden deze voorgeschreven en deels aangescherpt of ingevuld als onderdeel van de dialoogfase van de aanbesteding. Het is aan de gemeenten om de outcome te bepalen, omdat deze betrekking heeft op een gewenste ontwikkeling op het niveau van de samenleving. Verder schrijven gemeenten de indicatoren voor die direct in de invloedssfeer liggen van de AJH. Deze volgen uit die doelen (2034), waarvoor dat van toepassing is. De vier thema's met transformatieopdracht zijn: A. Inclusief onderwijs en kinderopvang. B. Creëren/stabiliseren van een thuissituatie. C. Het kind met zijn eigen uitdagingen in zijn eigen netwerk. D. Jeugdigen met, en slachtoffers van, crimineel gedrag. De vier thema's zijn hierna uitgewerkt.

6

A. Inclusief onderwijs en kinderopvang Kern van het thema en de transformatieopdracht Binnen inclusief primair- en voortgezet onderwijs en kinderopvang zijn alle kinderen en jongeren welkom op een school dicht bij huis. Wie je ook bent en wat je talenten ook zijn, iedereen telt mee, doet mee en verdient gelijke kansen. Dit is landelijk beleid2, waarin de beweging is geschreven naar inclusief onderwijs per 2035. Dit is een opdracht voor het onderwijs, waar jeugdhulp ook een rol in kan hebben vanwege haar expertises op omgaan met ontwikkelingsvraagstukken bij kinderen. Inclusief onderwijs en kinderopvang legt de basis voor een inclusieve samenleving. Om dit waar te maken hebben leerkrachten naast didactische vaardigheden, ook voldoende pedagogische vaardigheden om de vraagstukken waar de kinderen in de verschillende fasen van hun leven mee te maken krijgen te herkennen en hen daarop te kunnen begeleiden. Dit is beter voor kinderen en voor hun ouders, omdat ze op school blijven en indien nodig daar – in de klas – worden begeleid. Ze kunnen met broertjes en zusjes in de eigen buurt naar school en kinderopvang. Ze vormen geen uitzondering, waarmee een basis wordt gelegd voor een inclusieve samenleving. Inclusief onderwijs draagt bij aan minder schoolwisselingen; en daarmee aan een stabielere thuissituatie.

Vanzelfsprekend is inclusief onderwijs in eerste instantie de verantwoordelijkheid van het onderwijs zelf. De realisatie hiervan vraagt om een gezamenlijke aanpak van onderwijs, samenwerkingsverbanden, kinderopvang en de AJH en de basisjeugdhulp (Ouder- en Kindteams (OKT)/lokale teams). In Amsterdam-Diemen is dit vertaald in de ambitieagenda passend onderwijs en jeugdhulp4 en wordt hier al invulling aan gegeven op grond van de experimenteerwet. Momenteel werken de gemeenten Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn en Ouder-Amstel samen met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs aan de ontwikkeling van een samenwerkingskader met betrekking tot onderwijs en jeugdhulp. Binnen Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn en Ouder-Amstel verschilt het vertrekpunt: daar waar al een lokale visie aanwezig is (Uithoorn), wordt deze vervolgd via het samenwerkingskader en de regionale visie en werkagenda. Daar waar nog geen lokale visie ligt, wordt deze ontwikkeld in samenhang met het samenwerkingsverband onderwijs en de regionale visie en werkagenda (Amstelland en Meerlanden), in het kader van het versterken van de samenwerking tussen jeugdhulp, kinderopvang en onderwijs. Bij de start van de AJH-opdracht zal voor de gemeenten Uithoorn, Ouder-Amstel, Amstelveen en Aalsmeer bekeken worden hoe de rol van de AJH het beste kan worden ingezet, in lijn met bestaande structuren en visies.

Voor de gemeente Amstelveen en Aalsmeer geldt dat zij de inzet van de basisjeugdhulp in relatie tot die van de AJH eerst nog nader onderzoeken. Bij de start van de opdracht AJH in 2028 verschilt daarom de rol van de AJH in dit thema in de diverse gemeenten, a ankelijk van hun vertrekpunt op dat moment.

Rol van de AJH De opdracht van Amsterdam-DUO aan de aanvullende jeugdhulp is aan het begin van de contracten in 2028 een mix van plekken voor dagbehandeling op locatie (waarbij in Amsterdam Diemen een gezamenlijke financiering met het onderwijs is ingevoerd) en een groot deel ambulante fte die wordt ingezet op kinderopvang en onderwijs, ter versterking of ondersteuning 2

Zie Inclusief onderwijs in 2035 | Inclusief onderwijs | Rijksoverheid.nl. In Amsterdam-DIemen wordt al ingezet op deze beweging op grond van een experimenteerwet. Naar verwachting wordt dit reguliere wetgeving. De experimenteerwet is niet van toepassing op de gemeenten Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn en Ouder-Amstel.

7

van professionals in het onderwijs. Zodat ook die kinderen die nu nog een verwijzing krijgen naar speciale voorzieningen op school kunnen blijven. Het is voor het onderwijs lastig om deze kinderen op dit moment de juiste begeleiding in de klas te geven; hierop zijn de scholen nog niet altijd toegerust. De AJH brengt jeugdhulpexpertise, zodat school en kinderopvang en hun professionals zelf (of in samenwerking met de AJH) kinderen en jongeren kunnen ondersteunen op school/ kinderopvang. Het gaat niet om het aanbieden van (individuele) hulptrajecten op een onderwijslocatie als vindplek. De inzet van de AJH is aanvullend op de rol van de leerkracht, de basisjeugdhulp/OKT en de JGGZ in de scholen. In Amsterdam wordt al aan dit thema gewerkt in de aanpak jonge kind. Inzet van Aanvullende Jeugdhulp die past bij de transformatieopgave in dit thema is:  Expertise toevoegen (tijdelijk) ter ondersteuning of versterking van professionals in het onderwijs.  Groepsaanbod in kinderopvang en het onderwijs (ontwikkelgroepen, vaste krachten samen met onderwijs en kinderopvang, vast aanbod). Bij de inzet van de AJH wordt onderscheid gemaakt tussen primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO). Hiervoor geldt dat het VO veel meer op stadsniveau/regionaal is georganiseerd. Hierbij moet de verbinding worden gemaakt met de inzet vanuit de gebieden.

Voorwaarde voor deze opdracht is dat er in samenwerking met het onderwijs een passend kader wordt opgesteld om te bepalen voor welke kinderen het onderwijs geen passende plek binnen reguliere scholen kan ontwikkelen in samenwerking met de AJH. Voor deze kinderen moeten plekken beschikbaar zijn in een cofinanciering en samenwerking van onderwijs en Aanvullende Jeugdhulp op andere locaties. Denk aan KDC, dagbehandeling en Specialistische Jeugdhulp in Speciaal Onderwijs (SJSO) etc. Voor de gemeenten Amstelveen en Aalsmeer geldt dat zij het belang zien van inclusief onderwijs. Het zou goed zijn als passend onderwijs een beroep kan doen op de expertise en advies van de jeugdhulp, het is echter op dit moment nog niet helder uitgewerkt wat de rol van de basisjeugdhulp en de Aanvullende Jeugdhulp wordt. Na afspraken tussen gemeenten, onderwijs, kinderopvang en AJH-partners kan AJH-expertise worden ingezet om scholen met hun kennis en hulpverleningsaanbod te versterken, met name om schooluitval te voorkomen. Hoe dit er precies uit gaat zien, moet nader worden onderzocht, en zal onderdeel uitmaken van de nog te ontwikkelen visies. Tegelijkertijd blijft het de verantwoordelijkheid van aanbieders om een passend jeugdhulpaanbod te realiseren voor kinderen die niet naar regulier onderwijs kunnen. Hierbij kan gedacht worden aan voorzieningen zoals kinderdagcentra (KDC) en dagbehandeling.

De belangrijkste samenwerkingspartners Onderwijs (samenwerkingsverbanden en schoolbesturen). Kinderopvangorganisaties. Basisjeugdhulp (OKT/lokale teams). Aanbieders AJH. Andere organisaties die in de wijken actief zijn (waaronder sociale basis, GGD). Cliëntenraden. Ouders en kinderen. Gemeente (als opdrachtgever AJH en regisseur van bijvoorbeeld het programma jonge kind).

8

Op welke groepen kinderen/jeugdigen is dit gericht Alle kinderen blijven op school en ontwikkelen zich. De aanpak richt zicht zich dus op die kinderen die nu nog worden geplaatst in specialistische voorzieningen, omdat scholen onvoldoende mogelijkheden hebben om deze kinderen de juiste begeleiding in de klas te geven en/of de juiste setting (kleine groepjes, prikkelarme mogelijkheid etc.) hiervoor ontbreekt. Slim investeren Gezamenlijke inzet vanuit onderwijs en jeugdhulp vraagt ook om effectieve inzet van de beschikbare middelen uit beide financieringsstromen. Er is voor Amsterdam een businesscase in de maak voor inclusief onderwijs waarbij een tijdspad is uitgetrokken van 8 jaar, 2027-2035 (ingang inclusief onderwijs aldus het Rijk).

9

B. Creëren/stabiliseren van een thuissituatie Kern van het thema en de bijbehorende transformatieopdracht De kern van dit thema is het creëren of stabiliseren van een thuissituatie voor kinderen en gezinnen waarvoor een (veilige) thuissituatie een issue is. Uithuisplaatsingen willen we voorkomen. Bij dit thema gaat het over complexe situaties, met vraagstukken op diverse levensdomeinen die niet alleen de jeugdige betreft, maar ook de andere leden van het gezin, in het bijzonder de ouders. Er speelt in deze gezinnen vaak ouderproblematiek, met vraagstukken rond bestaansonzekerheid, ggz-problematiek, verslaving, Lvb en echtscheiding. Hiervoor is inzet van andere partijen noodzakelijk. In dit thema is nadrukkelijk aan de orde dat niet vanzelfsprekend jeugdhulp wordt ingezet en de beweging wordt gemaakt naar de inzet van andere partijen om de oorzaken van de problematiek te kunnen aanpakken. Wat hierin de rol is van de AJH is in de inleiding uitgewerkt. Om te bepalen wat voor het gezin nodig is en om de beweging naar meer inzet van andere partijen te maken is de AJH nodig. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak van de AJH met het veiligheidsen volwassendomein.

Onderdeel van de opdracht is ook het helpen van kinderen en jongeren (en hun opvoeders) om hun leven in te richten, als er sprake is van een langdurige ondersteuningsbehoefte bij verstandelijke beperking van de jeugdige of ouders; ook als er geen sprake is van complexe gezinnen met ouderproblematiek. Twee transformatieopdracht binnen dit thema zijn: 1. Thuis ondersteuning bieden, zodat kinderen thuis kunnen blijven wonen en gebruik kunnen maken van contacten die het gezin al heeft en waar ze vertrouwen in hebben. De ondersteuning die hiervoor nodig is, wordt aangeboden waar kinderen vanzelfsprekend zijn en is gericht op het hele systeem waarin het kind zich beweegt, liefst op natuurlijke wijze en ongemerkt in combinatie met andere jeugdigen. 2. Waar jeugdhulp met verblijf nodig is, willen gemeenten een verschuiving van grootschalige verblijfsvoorzieningen naar kleinschaliger verblijfsvoorzieningen in de buurt. Hiermee wordt zoveel mogelijk een thuissituatie in de voor kinderen bekende omgeving gecreëerd, zodat zij hun leven kunnen voortzetten en opbouwen in hun eigen netwerk (peer groups). (Zo thuis als mogelijk).

De tweede opgave betekent een transformatie van het verblijfsaanbod, waarin het belang van jeugdigen werkelijk centraal kan staan omdat de afwegingen vanuit het systeem/ het aanbod (zoals beschikbaarheid, handelingsverlegenheid, risicomanagement, etc.) minder belangrijk worden gemaakt. Dit vraagt een behoorlijke veranderkracht die al enige jaren op gang is in de sector en vanuit rijkswege op dit moment wordt ondersteund met extra middelen. Doorplaatsing dient te worden vermeden om een zo stabiel mogelijk situatie voor het kind te creëren. Doorplaatsing als gevolg van handelingsverlegenheid met het gedrag van de jeugdige is bewezen ineffectief voor jeugdigen (het werkt escalerend). Bovendien geeft het de verkeerde boodschap aan alle betrokkenen. De begeleiding van kinderen in gezinsgericht verblijf is systemisch. Het gezin is vanaf het begin zoveel als mogelijk betrokken.

10

Rol van de AJH: Inzet van Aanvullende Jeugdhulp die past bij de transformatieopgave in dit thema is: 1. Het creëren en stabiliseren van een zo thuis mogelijke situatie, waarin kinderen (veilig) kunnen opgroeien. Om dit te bereiken wordt de expertise en ondersteuning naar het gezin toe gebracht (beide zijn leidende principes van Thuis voor Noordje). Hiermee wordt voorkomen dat kinderen en jongeren (deels) elders dan thuis opgroeien. Dit gaat om intensieve ambulante ondersteuning vanuit jeugdhulp en het volwassendomein. Inzet is hier altijd maatwerk. Er is in deze gezinnen vaak sprake van trauma's, schulden- en verslavingsproblematiek. Wat nodig is wordt gezamenlijk bepaald aan de hand van verklarende analyse/maatwerkmethode. Hierbij is vooral aandacht voor het versterken van het pedagogisch klimaat thuis. Er wordt cultuursensitief gekeken en gehandeld naar de normen voor een goed genoeg functionerend gezin. De steunende factoren in het leven van een kind zijn leidend; bijvoorbeeld de school waar een kind naar toegaat, de band met oma of informele netwerken in de wijk. Er is geen angst voor onmacht of incidenten bij professionals omdat die het nooit alleen hoeven te doen. 2. Voor jeugdigen die echt niet thuis kunnen wonen is de voorkeur pleegzorg of een gezinshuis en voor wie dat niet passend is, zijn er kleinschalige plekken in de wijk.

Deze zijn zoveel mogelijk vormgegeven als een 'thuissituatie', dus in de buurt (kinderen kunnen gewoon naar hun school en met hun vriendjes spelen), kleinschalig, gezinsvervangend, etc. Verblijf is duurzaam beschikbaar voor kinderen voor wie terug naar huis geen perspectief is. Verblijf is vooral in deeltijd of tijdelijk wanneer het perspectief is om terug naar huis te gaan. 3. Als het voor het kind en/of de situatie beter is, zijn er plekken beschikbaar buiten de buurt/regio. Maar ook daar is verblijf zo thuis als mogelijk, zodat een nieuwe school bezocht kan worden en vrienden kunnen worden gemaakt. Aanbieders AJH in dit thema zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van alle passende verblijfsplekken die zoveel als mogelijk aan de voorwaarden van inclusiviteit zoals hierboven beschreven voldoen, ook als deze nog niet zijn getransformeerd of als een plek buiten de regio nodig is. Het gaat dus ook om de verblijfsplekken die nu nog via een aparte financieringsstroom worden ingekocht (IBO/NIA). Aandachtspunt hierbij is de bovenregionale samenwerking op de kleinschalige woonvoorzieningen. De kinderen met een hoogcomplexe zorgvraag zijn niet altijd goed te matchen in deze zeer dure voorziening. Daarom is deze kleine groep, om de keuzemogelijkheden van het matchen te vergroten, te spreiden over Noord-Holland.

Het gaat in de uitvoeringspraktijk van dit thema ook om verwijzingen van de Gecertificeerde Instelling, met daarin vaak een jeugdbeschermingsmaatregel (JB-maatregel) die door een rechter zijn opgelegd. Hiervoor geldt dat aanbieders geen contra-indicaties dienen te hanteren. Parallel daaraan willen gemeenten de hierboven geschetste beweging terugzien in de aard en inhoud van de JB-maatregelen. Onderdeel van de opdracht is samen met de GI en andere relevante partners te komen tot een plan hoe hieraan invulling te geven. Opdracht aan de AJH is om invulling geven aan het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en het ontwikkelen van een gezamenlijke visie op kind en veiligheid. En om te werken binnen het handelingskader Huiselijk geweld en Kindermishandeling, en te werken aan veiligheid volgens de top 3 methode van de gefaseerde ketenzorg.

11

Crisisdienst Jeugd De Crisisdienst Jeugd is onderdeel van de opdracht AJH. Reden hiervoor is dat het werk van de Crisisdienst niet los gezien kan worden van het ambulant werken in de gebieden ter voorkoming van de crisis en van het organiseren van verblijf. De Crisisdienst Jeugd wordt gepositioneerd onder thema B, maar heeft betrekking op de gehele opdracht AJH. Voor de uitvoering hiervan moet dan ook worden samengewerkt met gecontracteerde aanbieders die in de andere thema's actief zijn. Tenslotte levert de AJH de expertise voor het Regionaal Expert Team (RET) en voert zij de jeugdhulptrajecten die volgen uit het RET uit. Ook hiervoor geldt dat de benodigde expertise betrekking heeft op de gehele opdracht AJH. Aandachtspunt: We zien in dit thema dat er 'oneigenlijk' beroep wordt gedaan op AJH: jongeren op de wachtlijst voor begeleid thuis en beschermd verblijf zitten in jeugdhulpvoorzieningen. Hier ligt ook de verplichting voor een uitstroomperspectief dat tijdig wordt opgesteld en in samenhang met partners uit het volwassendomein gerealiseerd moet worden. Hoe hier mee om te gaan is onderwerp van gesprek met alle relevante partijen.

De belangrijkste samenwerkingspartners Gecertificeerde Instellingen (JB-maatregelen). Veilig Thuis. Raad voor de Kinderbescherming. Rechtbank Amsterdam. Woningbouwverenigingen. Regionaal Expert Team (RET) Bovenregionale Expertisenetwerk Jeugd Noord-Holland OKT en buurtteams/lokale teams (o.a. vanuit het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming). Volwassendomein: - Wonen. - Wmo/ ouderproblematiek. - Wmo/ BW (verbijfsplekken). - Volwassen ggz, verslavingsproblematiek, LVB, GGZ-problematiek. - Bestaanszekerheid. Cliëntenraden. Ouders en kinderen. Aanbieders AJH. Gemeente.

Op welke groepen kinderen/jeugdigen is dit gericht Gezinnen met complexe problematiek, waar vraagstukken leven op meerdere levensdomeinen. Problematiek kan zich uiten in (dreigende) uithuisplaatsingen. Problematiek heeft vaak een veiligheidscomponent (GI/VT zijn betrokken). In een deel van deze gezinnen is sprake van LVB.

12

C. Het kind met zijn eigen uitdagingen in zijn eigen netwerk Kern van het thema en de transformatieopdracht Kinderen mogen zichzelf zijn. Accepteer dat niet iedereen hetzelfde is, dat mensen en kinderen van elkaar verschillen en dat kinderen behoeftes hebben die kunnen verschillen van elkaar, zonder dat we deze verschillen bestempelen als afwijking, 'stoornissen' of foute opvoeding. Accepteer, als ouder, betrokkene en ook als professional dat iemand anders is dan jij, andere normen en waarden heeft en een andere gebruiksaanwijzing en dat dat niet persé hoeft te worden gerepareerd. Hiervoor is het nodig de norm te verleggen van een kleiner wordend geaccepteerd gemiddelde naar de ruime realiteit van diversiteit. Dit lukt niet als we hetzelfde blijven vragen van de jeugdhulp: het geven van een diagnostisch label (adhd, autistisch, lastig opvoedbaar, verstandelijk beperkt, getraumatiseerd, kwetsbaar), en daarop geënte individuele jeugdhulptrajecten. Waar kinderen het moeilijk hebben met de dagelijkse dingen in het leven, krijgen ze steun en ruimte in hun eigen omgeving, in het eigen netwerk. Daar wordt kinderen geleerd en voorgeleefd om te gaan met wat er op hun pad komt en de problematiek die zij daar soms bij ervaren, zoals angsten, eetproblematiek, sociale omgang, enz.

In de huidige praktijk blijkt dat bij dergelijke vraagstukken nog vaak onnodig een diagnostisch label wordt gegeven en daarop geënte individuele jeugdhulptrajecten worden ingezet. Ondersteuning is daarom ook gericht op de acceptatie van de omgeving en om hen de handvatten te bieden kinderen hiermee te helpen. Het gaat daarbij dus niet alleen om te zorgen dat de omgeving het kind accepteert, maar ook om het begeleiden, coachen en of trainen van de omgeving (ouders, opvoeders, sociaal werkers etc.) in het omgaan met jeugd die soms ‘anders’ is. En dat de omgeving dus aan het werk wordt gezet om de stress waar het kind op reageert aan te pakken. Hiervoor is niet altijd een classificatie nodig. De AJH is niet altijd aan zet, hier ligt een belangrijke rol voor de basisjeugdhulp en soms kunnen gezinnen het heel goed zelf oplossen met hun netwerk. Ook hier kan het zijn dat de achterliggende vraag in het gezin meer volwassenproblematiek is, daar zou dan de focus op moeten zijn. Een deel van deze kinderen heeft natuurlijk wel degelijk hulp nodig als de uitdagingen ernstiger zijn of van lange duur. Hiervoor zijn specifieke specialismen of behandelmethoden als de Aanvullende Jeugdhulp beschikbaar. Ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats in de eigen omgeving van het kind.

Rol van de AJH De opdracht aan de AJH is: 1. Het toevoegen van expertise aan de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams), zodat deze effectieve ondersteuning in het eigen netwerk van de jeugdige kan bieden (en dit ook durft te doen, omdat ze op de expert terug kunnen vallen als het lastig wordt). In samenspraak met de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams) kan deze expertise worden toegevoegd aan jongerenwerk, sociale basis, etc.. 2. Het ontwikkelen van andere vormen van ondersteuning (collectief/ gericht op uitwisseling met ervaringsdeskundigen) in het netwerk van kinderen en jongeren en in samenspraak met de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams) en sociale basis. 3. Het uitvoeren van specifieke behandelingen waarbij deze worden geïncorporeerd in het dagelijkse leven en gericht op het netwerk van kinderen en jongeren, outreachend (professional op de fiets in de wijk, op het sportveld in plaats van in de behandelkamer). Het gaat om de inzet van specialistische expertise, gericht op de context, vanuit het perspectief van kind, zijn vragen en leefwereld. De ondersteuning wordt ambulant en gebiedsgericht georganiseerd als schil rondom OKT/lokale teams (meedenkers en meedoeners). Vanuit dit thema 13

is de AJH hofleverancier van het ambulante team zoals beschreven in Gebiedsgericht Samenwerken (GGSW). Het gaat hier om het ambulante team dat gezamenlijk door de AJH per gebied wordt ingericht. De beweging die gemeenten voorstaan vraagt in de uitvoering om de volgende inzet van jeugdhulpprofessionals:  Wegbewegen van classificaties en denken in termen van stoornissen.  Aanwezig zijn als dit nodig is. Doe-gerichte ondersteuning, in plaats van geprotocolleerd en/of op basis van classificaties en in het netwerk van kind/jongere.  In plaats van individueel behandelprogramma werken in groepen met de inzet van ervaringsdeskundigen, jongerenwerk en andere partijen in de wijk.  Expertise/ondersteuning toevoegen aan het dagelijks leven als ''passant''.  Snel ondersteuning bieden en lichter met zware ondersteuning op de achtergrond.  Inzet vanuit specifieke kenmerken van het gebied.  Als hulp nodig is: korte effectieve trajecten bij voorkeur in samenwerking met de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams).  Bij zwaardere problematiek: ambulant erbij blijven (strakke triage maar ook ruimte voelen om 3 jaar erbij te blijven als dat nodig is)  In de ondersteuning zorgen dat de context-gerelateerde en kindfactoren met elkaar in balans zijn. Dit is randvoorwaardelijk en doorslaggevend voor blijvend/duurzaam effect.

Aandachtspunt: Veel jeugdhulp in dit thema is basisjeugdhulp en dient te worden geboden of georganiseerd door de stevige lokale teams3. De rol van de AJH, zoals hierboven beschreven, is hierop aanvullend. Het uiteindelijke doel is om minder Aanvullende Jeugdhulp in te zetten. Dit kan alleen maar worden gerealiseerd als de stevige lokale teams alle basisjeugdhulp leveren. Het risico is dat te snel AJH wordt ingezet, terwijl basisjeugdhulp volstaat. Voorkomen moet worden dat de AJH als ventiel voor de capaciteit van de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams) wordt gebruikt. Dit vraagt om een zo helder mogelijke a akening van beide opdrachten (die nooit 100% sluitend kan zijn), samenwerkingsafspraken tussen de AJH en de basisjeugdhulp, en de monitoring hiervan. Gemeenten hebben bij het inrichten van de lokale teams een verschillende startsituatie. Hier moet voor 2028 ten behoeve van de uitvoering van de opdracht AJH op worden geanticipeerd. De startsituatie in 2028 per gebied is medebepalend voor de aard en omvang van de opdracht AJH in dit thema. Een tweede aandachtspunt in dit thema is dat nu veel jeugdigen door de huisarts naar de AJH worden doorverwezen, voor lichtere problematiek die in de basisjeugdhulp thuishoort.

Gemeenten nemen een actieve rol in het maken van heldere afspraken met alle partijen over duidelijke verwijsroutes en sturen hierop, zodat kinderen snel de juiste hulp krijgen. In principe wordt aangesloten bij de landelijke afspraak in de hervormingsagenda om verwijzingen vanuit de huisartsen primair naar de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams) te laten lopen.

De belangrijkste samenwerkingspartners OKT/ lokale teams. Huisartsen. Sociale basis/ jongerenwerk. Stadsdelen in Amsterdam (masterplangebieden). Volwassenenzorg. 3

De term stevige lokale teams volgt uit de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028.

14

Andere organisaties die in de gebieden actief zijn (volwassenzorg, GGD). Cliëntenraden. Ouders en kinderen. Aanbieders AJH. Gemeente.

Op welke groepen kinderen/jeugdigen is dit gericht Kinderen en jongeren die nu worden doorverwezen naar AJH (vaak door huisarts) met een verwijzing zoals angststoornissen/ eetproblematiek, faalangst, ADHD, Autisme Spectrum, vragen rond gender, licht verstandelijke beperking bij kinderen/ouders, etc.

15

D. Jeugdigen met, en slachtoffers van, crimineel gedrag Kern van het thema en de transformatieopdracht Kern van dit thema is eraan bij te dragen dat jeugdigen en gezinnen die te maken hebben (gehad) met crimineel gedrag (zowel als slachtoffer als dader), een stabiel en veilig leven kunnen leiden met toekomstperspectief. De implicaties voor jeugdigen die met dader- of slachtofferschap te maken hebben zijn immers groot. Bij slachtofferschap spreekt dit vaak voor zich. Maar dit geldt ook voor (veroordeelde) jeugdigen met crimineel gedrag en hun omgeving, bijvoorbeeld als zij vanuit een justitiële inrichting weer vrijkomen. Dan is het van groot belang dat er een woonplek is met begeleiding zodat jongeren niet onnodig lang vast blijven zitten of direct weer in de problemen raken omdat zij niet goed terecht komen. Crimineel gedrag is een signaal dat jongeren steun, structuur en kansen missen om goed op te groeien. Hun gedrag heeft gevolgen voor henzelf en hun omgeving. Door risico's vroeg te signaleren, jongeren perspectief te bieden en hun omgeving te versterken, kan verschil gemaakt worden. Hiervoor is het nodig dat er urgent hulp en ondersteuning kan worden geboden aan deze kinderen en gezinnen, al op het moment dat de problemen toenemen, jeugdigen in ongewenste sociale kringen belanden en/of criminele activiteiten gaan ondernemen.

Kwetsbare jongeren (Lvb) kunnen sneller betrokken raken bij criminaliteit; er is daarom specifieke aandacht nodig voor deze groep. Jeugdigen met- en slachtoffers van crimineel gedrag hebben jeugdhulp nodig met een specifieke expertise. Bij deze doelgroep spelen vaak veiligheidsissues in de context thuis/ buurt/ bredere omgeving en deze zijn een belangrijke afweging om ondersteuning en hulp in te zetten naast bijvoorbeeld handhaving. Voor jeugdigen met crimineel gedrag geldt dat de benodigde jeugdhulp volgt uit een gerechtelijke maatregel. Deze is vaak specifiek omschreven en door partijen met forensische expertise geïndiceerd. Er zijn twee deelopgaves te onderscheiden: 1. Versterken van het gezin, veelal bij een relatief jongere doelgroep. De nadruk ligt op vroegsignalering en verbetering van de situatie thuis en in de buurt. Hier is intensieve ambulante ondersteuning nodig, gericht op het bieden van toekomstperspectief gericht op de jeugdige in zijn context. De inzet is dus systeemgericht. Tijdelijk verblijf of deeltijd-verblijf elders dan thuis, kan onderdeel uitmaken van deze inzet, maar altijd tijdelijk. Verbondenheid met de gebieden is van belang. Deze gezinnen zoeken vaak zelf de zorg niet op. Hierbij past de nuancering dat bij een deel van deze doelgroep het gezin juist een criminogene factor kan zijn. Waardoor inzet op het gezin niet altijd wenselijk of haalbaar is.

In dat geval moet hier een passende aanpak op worden toegepast. 2. Ondersteuning gericht op jongvolwassenen om een zelfstandig leven op te bouwen. Het gaat hier om een relatief oudere doelgroep (16+). Bij deze groep is sprake is van stra are feiten of de veiligheid van de jeugdige of de omgeving staat dusdanig onder druk, dat thuis wonen echt geen optie is. Samenwerking, zowel in praktische zin als qua aanbod verblijf, met het volwassendomein is essentieel. Hierbij past de nuancering, met name bij jongeren met een Lvb-achtergrond, dat het perspectief van een zelfstandig leven soms te ambitieus is. Hier is vaker sprake van een blijvende begeleidings- en ondersteuningsbehoefte (waarvoor de AJH deels verantwoordelijk is).

16

Rol van de AJH Het bieden van ambulante ondersteuning aan jongeren in hun context die te maken krijgen met crimineel gedrag (zowel als slachtoffer als dader), waarbij er urgentie is (situationeel of door de rechterlijke uitspraak) en samenwerken met veiligheidspartijen en jongerenwerk en het gezin om tot een veilige en perspectiefrijke situatie te komen. Hierin onderscheiden we verschillende aanpakken, die aansluiten bij bovenstaande deelopgaven. Inzet van de AJH kan bestaan uit intensief ambulante begeleiding en behandeling. Hierbij wordt altijd systemisch gewerkt. Inzet kan ook bestaan uit begeleid wonen (duurzaam) waarbij actief wordt gewerkt aan perspectief (de Big Five). De interventies die worden ingezet zijn gericht op het bieden van perspectief en het voorkomen van terugval in crimineel gedrag of een slachtofferrol. Belangrijk hierbij is om patronen te doorbreken. Hiervoor is nodig: - Oplossing bieden bij woonvraag. Dit is niet altijd primair een jeugdhulpvraag, maar er kan (tijdelijk) aanvullende begeleiding van AJH nodig zijn. - Een verblijfsaanbod in de regio voor deze doelgroep, dat zoveel mogelijk bestaat uit kleinschaliger verblijfsvoorzieningen in de buurt. Als dat voor de jeugdige of de situatie wenselijk is, wordt een jeugdige buiten de regio geplaatst.

- Kennis en aanbod hebben voor diverse interventies ten aanzien van jeugdcriminaliteit (drugspakketten verkopen, overvallen plegen, maar ook wapengeweld, online criminaliteit, zedenzaken of georganiseerde misdaad). Elke vorm van criminaliteit vraagt om een andere aanpak. - Inzet op de achterliggende oorzaken en kennis van forensische expertise omdat er achter crimineel gedrag vaak diepere problemen schuilgaan zoals instabiele thuissituatie, schooluitval, armoede of gebrek aan perspectief. Naast bovengenoemde punten wordt van de AJH gevraagd: - Direct beschikbaar hebben van woningen met begeleiding in geval van rechtelijke uitspraak. - Zorgdragen voor kleinschalige voorziening voor justitiële jeugd (strafplek). - Kunnen voorzien in flexibele verblijfscapaciteit, en hierin kunnen opschalen en afschalen. - Beschikken over een netwerk om plaatsingen buiten de regio te realiseren als dat nodig is. - Inzetten op stevige samenwerking met de strafrechtketenpartners, om te bevorderen dat rechterlijke uitspraken met daarin de bepaling van de inzet van jeugdhulp zoveel mogelijk aansluiten bij de inrichting van de AJH. - Ontwikkelen van een gezamenlijke aanpak met volwassenenzorg en domein wonen.

- Op de vanzelfsprekende plekken voor jeugdigen is kennis en ervaringsdeskundigheid van verantwoordelijke volwassenen aanwezig om jeugdigen te beschermen tegen deze routes door gezamenlijk alternatieven te bieden en present te zijn. - Professionals zorg en veiligheid werken in de gebieden, kennen elkaar en de jeugdproblematiek en handelen vanuit dezelfde visie op jeugd, vullen elkaar aan en zijn op de hoogte van elkaars interventies en plannen.

De belangrijkste samenwerkingspartners Gecertificeerde instellingen/Raad voor de kinderbescherming/Justitiële Jeugdinstellingen. Kinderrechter. Politie en justitie. 17

(Volwassen-)reclassering. Jongerenwerk. Handhaving/ Openbare Orde en Veiligheid. Bureau Halt. Actiecentrum Zorg en Veiligheid. Wmo/ ouderproblematiek. Wmo/Beschermd Wonen (verblijfsplekken). Vrouwenopvang. Filomena en Centrum Seksueel Geweld. Expertisecentrum voor huiselijk/seksueel geweld. Stadsdelen in Amsterdam OKT/Buurtteam/ lokale teams (vanuit rol toekomstscenario kind en gezinsbescherming). Regionale Veiligheidsteams (vanuit toekomstscenario kind en gezinsbescherming). Cliëntenraden. Ouders en kinderen. Aanbieders AJH. Gemeente.

Op welke groepen kinderen/jeugdigen is dit gericht Jeugdigen met een strafmaatregel of jeugdigen die slachtoffer of dader zijn van crimineel gedrag Meiden (andere maatregelen en vaker slachtoffer mensenhandel en seksueel geweld). Specifieke aandacht voor LVB bij jeugdige en gezin

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789252/1