CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage verslag Brieven lijsttrekkers aan de verkenner

RAAD 1 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Nabeschouwing van de gemeenteraadsverkiezing VN2026-0035528.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij het verslag van de verkenner 30 maart 2026 - Brieven van de lijsttrekkers aan de verkenner _________________________________________________________________________________ 20260324 Verslag Verkenner Socialistische Partij Vanuit de verkenner is mij gevraagd om antwoord te geven op onderstaande vragen. Mijn antwoorden staan schuingedrukt. 1. Wat is uw duiding van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen en die van uw partij in het bijzonder? Wij hebben een goede uitslag gehad met winst in 5 stadsdeel verkiezingen. Mijn partij heeft wel last gehad van de versplintering op links, wat ons de tweede raadszetel heeft gekost. We hadden er bij de verkiezingen voor de centrale stad een radicaal linkse partij met grote ideologische overlap bij, De Vonk, en daarnaast deden Bij1 en de PvdD ook mee. Je ziet in de uitslagen voor de stadsdelen dat wij waar zij slecht scoren of niet meedoen, wij duidelijk beter scoren. In Centrum en Noord hebben we bijvoorbeeld 5% van de SDC-stemmen gehaald. Al met al hebben we in totaal 4 extra volksvertegenwoordigers, en staan we er daardoor veel sterker voor dan 4 jaar geleden. Dit is wat we nodig hadden om te kunnen bouwen aan een sterkere Socialistische Partij. 2.

Welke mogelijkheden ziet u voor een college, en welke rol ziet u daarin weggelegd voor uw eigen partij? Wij zien mogelijkheden voor een écht links college waarin GroenLinks-PvdA wordt aangevuld door PvdD, Bij1 en de Socialistische Partij. In zo’n college kunnen veel van de beloften uit programma’s van GroenLinks en de PvdA daadwerkelijk worden waargemaakt. 3. Op welke wijze en op welke onderdelen ziet u mogelijkheden voor samenwerking mocht uw partij niet in het college komen? Al onze hoofdpunten (Afname Toerisme, Gratis Openbaar Vervoer, Gemeentelijk Woonbedrijf en Vergroening) komen in verzwakte mate terug in de programma’s van de andere partijen uit de voorgestelde coalitie. Wij hebben vanaf het begin af aangegeven dat wij willen meewerken aan een coalitie als we het Socialisme (concreet gemaakt in onze hoofdpunten) dichterbij kunnen brengen. Stappen richting die hoofdpunten geven ons reden om mee te doen en onze steun te verlenen. 4. Wat is uw advies ten aanzien van het proces om tot een college te komen en heeft u suggesties voor de aanpak van de informatie? Ik verwacht dat GroenLinks-PvdA (met name het GroenLinks smaldeel) het voortouw neemt bij de vorming van het college.

Daarbij is mijn nadrukkelijke verzoek om eerst de optie over links te onderzoeken, daarna eventueel een minderheidscollege met alleen GroenLinks-PvdA en pas als laatste optie te zoeken naar rechtse partners zoals de VVD of D66. Deze laatste optie is namelijk funest voor Amsterdam, de oorspronkelijke plannen van GroenLinks en zou tenslotte een schoffering zijn van de gevoerde GroenLinks-campagne. Tenslotte zou hij u nog de volgende, meer inhoudelijke vraag, voor willen leggen: 5. Wat zouden voor uw partij de top prioriteiten moeten zijn van het toekomstige stadsbestuur?

Het realiseren van meer betaalbare woningen, het verbeteren van het Openbaar Vervoer en de vergroening van de stad. Daarnaast wordt mij gevraagd naar de gezamenlijke raadsinzet voor de verbetering van de opkomst. Ik ben daar niet tegen, maar wij hebben als Socialistische Partij onze eigen opdracht en ideeën voor het vergroten van de politieke participatie van de werkende klasse. Alleen het vergroten van het aantal stemmers is niet voldoende voor het bereiken van werkelijke democratie, daarvoor zijn radicalere stappen nodig. Met strijdbare groet, Angelo Delsen Lijsttrekker Socialistische Partij Amsterdam

Verslag gesprek van FVD Amsterdam met verkenner Hendrik Jan Biemond 23 maart 2026

Er is op prettige wijze een open een constructief gesprek gevoerd tussen beide gesprekspartners FVD Amsterdam in de persoon van fractievoorzitter Johan Dessing en de verkenner Hendrik Jan Biemond, waarvoor onze dank. De analyse van de verkiezingsuitslag laat zien dat de uitslag in Amsterdam duidelijk afwijkt van de landelijke uitslagen, die voor FVD hebben geresulteerd in een grote overwinning in bijna alle gemeenten en verlies van GroenLinks. Het is jammer dat ondanks de percentuele groei van het aantal FVD stemmers in Amsterdam dit niet heeft geresulteerd in het uitbreiden van het aantal zetels voor FVD. Wat ons zorgen baart net als veel andere partijen is de lage opkomst bij deze verkiezingen, in sommige wijken slechts 20%. Dit is volgens ons een duidelijk signaal aan de politiek dat de kiezer het vertrouwen in de (lokale) politiek voor een groot deel is verloren. Er zijn volgens ons in dit kader twee groepen aan te wijzen die zich niet vertegenwoordigd voelen door de Amsterdamse politiek: de werkende nieuwkomers en de werkende autochtone bevolking. De eerste groep is door de gemeente gestimuleerd door middel van verkiezingsboodschappen in meerdere talen, maar de autochtone bewoner voelt zich niet gehoord. Voor die groep wil FVD met name een stem in de raad zijn.

Om het vertrouwen van alle Amsterdammers te winnen stelt FVD voor om te onderzoeken of er kan worden afgestapt van de klassieke links-rechts verdeling en om een raadsbreed raadsakkoord op onderdelen te verkennen waar alle partijen zich kunnen vinden in plaats van een klassiek akkoord op basis van een vaste (linkse) meerderheid. Op die manier geef je een stem aan alle kiezersgroepen in het beleid van de stad. Wij willen ons daar constructief bij opstellen. De onderwerpen die zich daar voor lenen zijn wat ons betreft Openbare Veiligheid, de woningnood, het afvalprobleem, infrastructuur en OV – bijvoorbeeld als het gaat over beter OV in het algemeen en het sluiten van de metroring in het bijzonder. In het geval dat er toch wordt gekozen voor een klassiek akkoord dan ziet FVD daar op basis van onze 1 zetel geen rol voor ons weggelegd. Voor wat betreft het proces om te komen tot een nieuw Amsterdams college stelt FVD voor om een financieel concerncontroller te betrekken bij dit proces, om de plannen van het nieuwe college te beoordelen op financiële haalbaarheid. Dit om een verdere verslechtering van de financiën van Amsterdam te voorkomen.

Voor wat betreft lokale speerpunten die voor FVD belangrijk zijn naast de hiervoor genoemde punten onder het raadsakkoord zien wij de noodzaak tot het verminderen van wet- en regelgeving, vermindering van het aantal ambtenaren en willen wij met nadruk

op uitvoering van beleid een focus op kerntaken van de gemeente: Openbare veiligheid, infrastructuur en de basisvoorzieningen op orde. De politieke keuzes die worden gemaakt zullen wat FVD betreft altijd langs de lat worden gelegd van wel of geen kerntaak en van financiële haalbaarheid. Verder zullen wij ons hard maken voor een goede invulling van directe democratie: een goede participatieverordening. Wij wensen het toekomstige college veel wijsheid toe. Wij zullen ons constructief opstellen. Dat betekend dat wij goede plannen zullen steunen en plannen die slecht voor de stad en voor de Amsterdammers zijn bestrijden. FVD Amsterdam Johan Dessing

Van Fractie CDA Amsterdam R.Havelaar@raad.amsterdam.nl Aan Informateur Biemond

Via opgegeven email adres

Amsterdam, 24 maart 2026 Betreft: Antwoord op de door u gestelde vragen ter voorbereiding op ons overleg

Geachte heer Biemond, beste Hendrik-Jan, Allereerst dank voor uw bereidheid om als informateur op te treden. Hieronder zal ik namens het CDA ingaan op de door u gestelde vragen.

1.

Wat is uw duiding van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen en die van uw partij in het bijzonder?

Amsterdam heeft in grote lijnen hetzelfde gestemd zoals vier jaar geleden. Niet alleen zijn de electorale verhoudingen beperkt verschoven, maar ook de opkomstpatronen zijn hardnekkig hetzelfde gebleven. In West, Noord, Nieuw-West en Zuidoost bleef de opkomst opnieuw onder de 50 procent met zelfs uitschieters naar slechts 17%. Dat baart het CDA zorgen. Ook in Oost, Zuid, Weesp en Centrum bleven grote groepen Amsterdammers thuis. De democratische opdracht voor het nieuwe stadsbestuur is daarmee breder dan alleen coalitievorming, maar gaat ook om de vraag hoe we zorgen dat de politiek van álle Amsterdammers wordt.

Als we dieper inzoomen op de resultaten dan ziet het CDA twee accentverschillen in de verkiezingsuitslag van 2026 ten opzichte van 2022: 1.

2.

Ten eerste lijkt er sprake van een lichte verschuiving naar partijen die sterker de nadruk leggen op individuele keuzevrijheid ten opzichte van partijen die gemeenschappen als uitgangspunt nemen. GroenLinks wint twee zetels, VVD en D66 winnen er ieder één, terwijl de PvdA er twee verliest en BIJ1 en SP ieder één. Ten tweede is er sprake van een beperkte economische verschuiving naar rechts, met winst voor VVD en D66 en verlies voor de PvdA.

Die verschuivingen moeten overigens ook niet overdreven worden: ze zijn beperkt en werden pas zichtbaar bij de verdeling van restzetels. Desalniettemin kun je per saldo zeggen dat Amsterdam iets rechtser en individualistischer heeft gestemd dan vier jaar geleden. Voor het CDA betekent de uitslag een bescheiden groei van 0,7 procent. Wij danken de kiezer voor het in ons gestelde vertrouwen, maar constateren ook dat deze groei zich niet vertaalt in extra zetels. Daarmee ligt coalitiedeelname voor het CDA niet voor de hand.

2.

Welke mogelijkheden ziet u voor een college, en welke rol ziet u daarin weggelegd voor uw eigen partij?

Gelet op de verkiezingsuitslag acht het CDA een coalitie van GroenLinks/PvdA, D66 en VVD het meest wenselijk. Daarvoor zien wij drie argumenten. 1.

Ten eerste biedt deze combinatie de meeste bestuurlijke stabiliteit. Er ontstaat dan een relatief evenwichtige machtsverhouding binnen de coalitie, met GroenLinks/PvdA aan de ene kant en D66/VVD aan de andere kant. Wanneer slechts één van beide partijen (D66/VVD) zou deelnemen, wordt de interne balans wat het CDA betreft te eenzijdig. Dat komt de stabiliteit en het wederzijds eigenaarschap niet ten goede.

2.

Ten tweede kan een brede coalitie helpen om bruggen te slaan in een stad die bestuurlijk en maatschappelijk de afgelopen jaren sterk gepolariseerd is geraakt. Het CDA herinnert in dat verband aan de moeizame relatie met het Rijk en aan de recente kritiek vanuit onder meer MKB Amsterdam, ORAM en tientallen maatschappelijke organisaties. De stad is gebaat bij een bestuur dat samenwerking zoekt, tegenstellingen overbrugt en zich in toon en stijl dienstbaar aan de stad en haar inwoners opstelt.

3.

Ten derde zijn de grootste opgaven voor de komende jaren in belangrijke mate bestuurlijk en organisatorisch van aard. De eerste opdracht van het nieuwe stadsbestuur is niet nieuw beleid maken, maar de basis herstellen. De stad moet weer schoon en heel worden, de basistaken moeten op orde gebracht worden, er moet rust komen in de ambtelijke organisatie en de uitvoeringskracht moet vergroot worden. Het ziekteverzuim binnen de gemeente is ongekend hoog en de kosten van mislukte projecten zijn de afgelopen jaren fors geweest. Juist voor dat herstel is een stabiele coalitie met breed politiek draagvlak wenselijk.

3.

Op welke wijze en op welke onderdelen ziet u mogelijkheden voor samenwerking mocht uw partij niet in het college komen?

Het CDA werkt graag samen op onderwerpen die maatschappelijke verbanden versterken, ontmoeting tussen mensen bevorderen en voorkomen dat mensen onnodig afhankelijk worden van de overheid. Denk aan preventie, gemeenschapsvorming, informele netwerken en maatschappelijke weerbaarheid. In bredere zin geldt dat het CDA altijd bereid is constructief samen te werken wanneer voorstellen bijdragen aan een sterkere en veerkrachtigere stad. Daarbij vindt het CDA financieel prudent beleid heel belangrijk. Afgelopen jaren is er, met name door coalitiepartijen, op het allerlaatste moment in de begrotingscyclus nog geschoven met geld. Bijvoorbeeld met de frictiekosten, de algemene reserve, ‘het potje van 100 miljoen’. Het CDA vindt het belangrijk om als Raad als geheel beter in positie te zijn waar het gaat om het nemen van financiële beslissingen. Daar hoort bij dat de bestuursopdracht om de financiën inzichtelijker te maken doorgezet moet worden. Ook vraagt het om terughoudendheid aan Raadsfracties om op het allerlaatste moment voorstellen te doen die onvoldoende beoordeeld kunnen worden op financiële impact/haalbaarheid. Het is wenselijk als de nieuwe coalitiepartijen hiervoor procesafspraken maken. Naast dat het CDA zelf altijd constructief samenwerking zoekt, vraagt ze dat ook terug van toekomstige coalitiepartners.

Het dualisme van de Amsterdamse politiek was in de ogen van het CDA op verschillende momenten onvoldoende. Ook hecht het CDA waarde aan een meer open samenwerking tussen het college en de oppositie. Waardevolle ideeën, initiatieven en voorstellen voor Amsterdam komen niet enkel voort uit de gelederen van coalitiepartijen, maar worden ook ingebracht door oppositiepartijen. Wij verwachten van een toekomstige coalitie en college een constructieve samenwerking, met een proactieve houding naar alle raadsleden, ongeacht politieke kleur. Daarnaast ligt in de opdracht die nu door de kwartiermaker uitgevoerd om de gemeentelijke organisatie op orde te brengen ook de vraag “wat vraagt dit van de Amsterdamse politiek” besloten. Hier zal de Raad komende jaren antwoord op moeten geven. Het CDA werkt daar graag aan mee.

4.

Wat is uw advies ten aanzien van het proces om tot een college te komen en heeft u suggesties voor de aanpak van de informatie?

Ons advies is om eerst met enerzijds GroenLinks/PvdA en anderzijds met D66/VVD te onderzoeken of zij ervoor open staan om commitment naar elkaar uit te spreken om de stad te besturen. Dit zal dan ook discipline van beide kanten vragen om het wederzijds commitment vast te houden. Wanneer beide ‘blokken’ deze bereidheid tonen kan er een hoofdlijnenakkoord gesloten worden, waarbij het CDA als aandachtspunt mee wil geven: -

-

Om het aantal wethouders te laten dalen naar vijf wethouders om daarmee een duidelijk signaal af te geven voor de noodzaak om de organisatie te versimpelen en meer politiek op hoofdlijnen te bedrijven; Te onderzoeken of bepaalde stads-brede thema’s opgepakt kunnen worden door stadsdeelbestuurders (denk aan afval, toerisme, groen, maatschappelijke verbanden, maatschappelijke weerbaarheid). Deze stadsdeelbestuurders nemen deze portefeuilles dan stadsbreed op en bespreken deze ook met de betreffende Raadscommissies.

5.

Wat zouden voor uw partij de topprioriteiten moeten zijn van het toekomstige stadsbestuur?

Naast de al genoemde noodzakelijke focus op het op orde brengen van kerntaken, aandacht voor democratische betrokkenheid van burgers, herstel van relatie tussen de gemeente Amsterdam en diverse stakeholders en het op orde brengen van de gemeentelijke organisatie ziet het CDA drie inhoudelijke prioriteiten: I.

II.

III.

Allereerst maakt het CDA zich zorgen over het verdwijnen van maatschappelijk weefsel uit de stad. Denk aan het terugschroeven van buurtbudgetten, de beperkte beschikbaarheid van buurthuizen en jongerenplekken en de spanning tussen grootschalige evenementen in parken die veel bezoekers van buiten de stad aantrekken en het gewone gebruik van die parken door buurtbewoners in de zomer. Een sterke stad vraagt om sterke gemeenschappen. Daarnaast maakt het CDA zich zorgen over de groeiende afhankelijkheid van de gemeentelijke begroting van parkeren en toerisme. Als het stadsbestuur werkelijk minder autogebruik en minder toeristische druk wil, dan moet dat zich ook financieel vertalen. Anders ontstaat het risico dat politieke ambities niet sporen met de financiële prikkels. Het CDA ziet daarom meer in een koers waarbij opbrengsten uit parkeren en toerisme nadrukkelijker worden ingezet voor schuldreductie, investeringen in de openbare ruimte, reiniging en het terugdringen van toeristische druk. Onze zorg is dat een nieuw coalitieakkoord opnieuw wel hogere lasten zal bevatten, maar onvoldoende harde financiële koppelingen zal maken met de ambitie om autogebruik en toerisme daadwerkelijk terug te dringen. Tot slot ziet het CDA graag dat het nieuwe stadsbestuur serieus werk maakt van maatschappelijke weerbaarheid.

De stad moet enerzijds beter voorbereid zijn op ontwrichting en crisissituaties. Een concreet voorbeeld zou zijn om toe te werken naar een grootschalig stedelijk scenario waarin Amsterdam in maart 2029 oefent met een situatie waarin de stad 72 uur lang in hoge mate op zichzelf is aangewezen. Anderzijds moet ook de sociale weerbaarheid van de stad omhoog, bijvoorbeeld in de omgang met mensen met onbegrepen gedrag en in het vermogen om verschillen tussen mensen te verdragen zonder dat de stad verder polariseert.

Met vriendelijke groet,

Rogier Havelaar

Fractievoorzitter CDA Amsterdam

De heer HJ. Biemond Verkenner namens Groenlinks-PvdA Amsterdam 24 maart 2026 Beste meneer Biemond, We willen allereerst Groenlinks-PvdA feliciteren met de overwinning van de gemeenteraadsverkiezingen. “Amsterdam was links, is links en blijft links”, sprak Zita Pels tijdens verkiezingsavond. BIJ1 zal die woorden deze bestuursperiode onthouden en waar nodig in herinnering roepen. De stad dreigt een stad voor alleen “rijken” te worden en wij zullen dat samen moeten voorkomen. Er heerst veel onvrede in de stad: een tekort aan woningen, afval dat blijft liggen, aanhoudende toeristendruk, gentrificatie, zorgen over bestaanszekerheid en slecht en ‘kapotduur’ openbaar vervoer. Toch heeft het huidige college opnieuw het vertrouwen van de kiezer gekregen. Tegelijkertijd is het zorgwekkend dat minder dan 50% van de Amsterdammers is gaan stemmen. Het opkomstpercentage in de meest kwetsbare stadsdelen is opnieuw schrikbarend laag, in tegenstelling tot de meer welvarende delen van de stad. BIJ1 heeft in zowel Zuidoost als Nieuw-West veel stemmers bereikt. Tegelijkertijd zien wij hoe moeilijk het is om mensen naar de stembus te krijgen wanneer zij het gevoel hebben dat beslissingen buiten hen om worden genomen. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het debacle rond metrolijn 53, een belangrijke verbinding tussen Zuidoost en het centrum.

Om reizigers in het centrum, met een overvloed aan alternatieven, een minuut korter te laten wachten, wordt deze lijn opgeheven. Dat is niet uit te leggen aan de bewoners van Zuidoost. Juist de grote mate van participatie vanuit dit stadsdeel, zowel online als tijdens fysieke bijeenkomsten, laat zien hoe belangrijk deze verbinding voor hen is. Dit soort besluiten draagt niet bij aan een verbonden stad, maar breekt hem af. Gezien de verkiezingsuitslag ligt het voor de hand dat de huidige coalitie wordt voortgezet. BIJ1 heeft niet de ambitie om daar onderdeel van uit te maken, tenzij GroenLinks-PvdA kiest voor een uitgesproken linkse koers met PvdD, SP, DENK en BIJ1. Wij staan open voor samenwerking wanneer voorstellen aantoonbaar bijdragen aan het verbeteren van de stad en onze achterban. BIJ1 wil een sterke oppositiepartij zijn die het college waar nodig naar links beweegt. Een eerste belangrijk punt waarop wij

samenwerking zien, is gratis openbaar vervoer. Wij zien een meerderheid voor gratis OV tot 18 jaar en pleiten ervoor dit uit te breiden naar alle Amsterdammers. Dit draagt bij aan het doorbreken van sociaal isolement, ondersteunt mensen bij stijgende kosten, is beter voor het milieu en vergroot toegang tot werk en onderwijs. Wij adviseren snel tot een college te komen. We zien geen onoverbrugbare tegenstellingen binnen het huidige college, behalve dan wat betreft de woningmarkt. Wij delen de zorgen en aanbevelingen in het rapport “Bouwen aan de complete stad” van de Rekenkamer en zoals ook verwoord door Sofyan Mbarki, om woningbouwdoelen niet eenzijdig te baseren op aantallen te realiseren woningen zonder duidelijke regie, omdat dat zal leiden tot te dure en te kleine woningen en een gebrek aan sociale voorzieningen en openbare ruimte met een éénzijdige bewonerssamenstelling die niet wortelt in de stad. Voor een verbonden stad is stevige regie nodig, zowel wat betreft nieuwbouw als het benutten van de bestaande woonvoorraad. Timmer niet alles dicht en laat ook wat ruimte voor de oppositie door voldoende vrije onderwerpen binnen het coalitie akkoord de ruimte te geven. We hebben eerder al het Openbaar Vervoer genoemd als een van de topprioriteiten. Zowel het gratis openbaar vervoer alsook een betere ontsluiting van de stadsdelen Zuidoost en Nieuw West en verbindingen met Noord.

Laten we keihard gaan werken aan een schone veilige stad. Wij zien kansen om de “masterplannen” Noord, Zuidoost en Nieuw West beter te benutten voor direct zichtbare impact in kwetsbare wijken. De masterplannen moeten door de bewoners gedragen geworden en niet top down worden vormgegeven door buitenstaanders. Zeker niet door een projectteam, dat eerst het wiel nog moet uitvinden en totaal geen wortels heeft in het betreffende stadsdeel. Ook het rapport 'Route naar Herstel' is voor BIJ1 een belangrijke stap in de erkenning van de doorwerking van het slavernijverleden in onze stad. Dit door het Zwart Manifest opgestelde adviesrapport biedt een cruciaal kader voor holistisch herstel, waarbij de regie bij de nazaten zelf komt te liggen. Bovendien is het rapport op 16 maart bekrachtigd in het zogeheten stembusakkoord Route naar Herstel. Wij steunen de topprioriteiten uit dit rapport volledig, zoals het instellen van een fonds in eigen beheer voor nazaten en het officieel erkennen van 1 juli als vrije dag. Voor BIJ1 is het essentieel dat herstel verder gaat dan symboliek; het vraagt om concrete investeringen in de Zwarte gemeenschap en het structureel aanpakken van institutioneel racisme op alle beleidsterreinen. We roepen de verkenner dan ook op om de uitvoering van dit rapport als speerpunt op te nemen in het nieuwe coalitieakkoord. Tenslotte: Amsterdam Zuidoost

Vier jaar geleden werd BIJ1 daar de tweede partij en leverden wij een bestuurder. Dat is een succesvolle keuze gebleken en om uw woorden te gebruiken: het was een geslaagd “experiment”. Vayhishta Miskin heeft zich de afgelopen 4 jaar bewezen als een constructief bestuurder die samenwerking centraal stelt. BIJ1 is opnieuw overtuigend met 14,5% de tweede partij geworden in het stadsdeel. Voor de continuïteit en de voortgang van ingezette ontwikkelingen pleiten wij ervoor mevrouw Miskin een tweede termijn te gunnen. Juist in een stadsdeel waar vertrouwen en stabiliteitessentieel zijn, is bestuurlijke continuiteit van grote waarde. Wij gaan ervan uit dat onze adviezen en de nadrukkelijke wens voor continuïteit in het bestuur van Zuidoost serieus worden meegewogen in uw verkenning. BIJ1 blijft strijdbaar voor een Amsterdam waarin gelijkwaardigheid de norm is en herstel niet slechts een belofte is, maar een tastbare realiteit voor alle Amsterdammers. Met vriendelijke groet, Tofik Dibi Fractievoorzitter BIJ1

Sheher Khan, DENK 1. Wat is uw duiding van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen en die van uw partij in het bijzonder? De lage opkomst blijft een groot en urgent probleem. Hoewel er stadsbreed sprake is van een lichte stijging, zien we dat de ongelijkheid in opkomst tussen stadsdelen juist is verdiept. Dat betekent dat grote groepen Amsterdammers zich niet vertegenwoordigd voelen. Als zeven of acht op de tien inwoners in sommige wijken niet stemmen, dan is dat niet alleen een democratisch probleem, maar ook een teken van vervreemding van de politiek. Voor DENK is dat een topprioriteit: het stadsbestuur moet dichter bij deze wijken komen te staan en hun zorgen beter betrekken bij beleid en besluitvorming. Onze partij heeft groei doorgemaakt in absolute stemmen. In Nieuw-West zijn wij zelfs doorgegroeid van de derde naar de grootste partij. Dat zien wij als een bevestiging dat ons geluid steeds meer weerklank vindt in de stad en dat zullen wij de komende 4 jaar ook voortzetten. 2. Welke mogelijkheden ziet u voor een college, en welke rol ziet u daarin weggelegd voor uw eigen partij? Het ligt voor de hand dat de huidige coalitie eerst verkent of zij samen verder kan. Wat DENK betreft is het belangrijk dat er snel duidelijkheid komt, met name op het gebied van wonen.

Daar ligt voor ons een duidelijke prioriteit: meer betaalbare woningen, met minimaal 40% sociale huur en 40% middenhuur. Mocht D66 niet daartoe bereid zijn, dan zijn er andere haalbare combinaties mogelijk, zoals een complete wijken-coalitie met GL-PvdA, PvdD, Volt en DENK. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat recht wordt gedaan aan de uitslagen in de stadsdelen. In stadsdelen waar partijen sterk vertegenwoordigd zijn, moet dat ook terug te zien zijn in het stadsdeelbestuur. Dat draagt bij aan legitimiteit en vertrouwen. Vanzelfsprekend is DENK bereid om haar verantwoordelijkheid daarin te nemen. 3. Op welke wijze en op welke onderdelen ziet u mogelijkheden voor samenwerking mocht uw partij niet in het college komen? Wij zijn voorstander van een coalitieakkoord op hoofdlijnen. Dat geeft enerzijds duidelijkheid op belangrijke beleidsterreinen, maar laat anderzijds ruimte voor debat en samenwerking in de raad. Juist die ruimte is belangrijk om ook partijen buiten het college serieus te betrekken en om tot breed gedragen oplossingen te komen. 4. Wat is uw advies ten aanzien van het proces om tot een college te komen en heeft u suggesties voor de aanpak van de informatie? Voor een goed resultaat is het belangrijk dat de onderhandelende partijen de ruimte krijgen om inhoudelijk tot afspraken te komen. Wij vinden het belangrijk dat: •

het proces zorgvuldig verloopt,

•

er voldoende transparantie is richting de raad,

•

en dat de gemaakte keuzes goed worden onderbouwd.

Daarom pleiten wij ervoor dat alle relevante stukken tijdig met de raad worden gedeeld, zodat de raad kan controleren welke keuzes zijn gemaakt. 5. Wat zouden voor uw partij de top prioriteiten moeten zijn van het toekomstige stadsbestuur? Voordat we het hebben over concrete beleidsterreinen zoals wonen of bestaanszekerheid, moeten we het hebben over verbondenheid. Onze inwoners maken zich grote zorgen over de verdere groei van extreemrechtse politiek in Nederland. We zien dat mensen zich steeds vaker collectief weggezet voelen – of het nu gaat om moslims die verdacht worden gemaakt, proPalestina-demonstranten die worden gecriminaliseerd of jongeren die te kampen hebben met ongelijke kansen. Wij zien ook dat deze uitsluiting direct samenhangt met een lagere opkomst in kwetsbare wijken. Mensen haken af als ze het gevoel hebben dat de politiek hen niet ziet of beschermt. Dat vraagt om meer dan alleen plannen, maar om een stadsbestuur dat naast de inwoners van kwetsbare wijken gaat staan. Als DENK noemen wij dat Amsterdammerschap: het principe dat elke Amsterdammer moet ervaren dat de stad er ook voor hem of haar is. Dat moet concreet worden gemaakt in beleid. Bijvoorbeeld door eerlijke toegang tot de woningmarkt, ondersteuning voor middeninkomens via de Stadspas en een stadsbestuur dat de heersende verdeel-en-heerspolitiek actiever bestrijdt.

Sheher Khan, DENK

Geachte heer Biemond, beste Hendrik Jan, De stemmen zijn geteld, de uitslag is bekend en binnenkort start een nieuwe raad. Daarbij zal JA21 weer zijn plaats innemen. We hebben helaas net niet een derde zetel bemachtigd, maar zijn tevreden met de groei: groei van JA21, met 25% extra stemmen, maar vooral ook de groei van het centrum-rechtse blok van partijen in de raad, die stuk voor stuk meer stemmen en soms ook meer zetels hebben veroverd. Daartegenover staat dat het linkse blok is gekrompen. SP en BIJ1 hebben moeten inleveren. De Vonk en Partij voor Morgen keren na 1 april niet terug. En aan die verschuiving moet, wat JA21 betreft, recht worden gedaan. Hoewel de conclusie voor de hand ligt dat de huidige coalitie doorgaat, en ook wij tot 23 kunnen tellen, wil ik u vragen om ook expliciet te onderzoeken of er een mogelijkheid is om een coalitie te vormen met de VVD, hetzij als vierde partij, hetzij in een andere samenstelling. Wat JA21 zelf betreft, past ons met twee zetels vooral een stevige oppositierol. Wij zullen het coalitieakkoord waarschijnlijk niet voldoende kunnen beïnvloeden. Daarom zal onze rol de komende vier jaar naar verwachting dezelfde zijn als in de afgelopen periode: een zeer kritisch tegengeluid om Amsterdam weer schoon, veilig en betaalbaar te maken, met het aandragen van oplossingen en ombuigingen met een beroep op gezond verstand.

Deze raad is grotendeels gebaseerd op de winnaars in de samenleving, terwijl de opkomst met 47% dramatisch laag was. Juist de welgestelde linkse elite van deze stad heeft de weg naar de stembus weten te vinden. De hardwerkende Amsterdammer, veelal verdrukt naar buiten de ring of naar Noord, is afgehaakt. Nog los van alle Amsterdammers die vanwege het bouw- en voorrangsbeleid de stad uit zijn gedrukt. Zij hebben de afgelopen acht jaar een college gezien dat er niet voor hen was. Voor die mensen zal JA21 er ook de komende vier jaar wel weer zijn. Wij gaan er zijn voor die hardwerkende Amsterdammer die al vijftien jaar op een wachtlijst staat en nog steeds geen huurwoning kan krijgen. Wij gaan er zijn voor dat jonge stel dat een gezin wil stichten, maar geen betaalbare koopwoning kan krijgen. Wij gaan er zijn voor die jonge vrouw die veilig thuis wil komen na een avondje stappen. Wij gaan er zijn voor die homoseksuele man die met zijn partner hand in hand over straat wil kunnen lopen. Wij gaan er zijn voor de Joodse Amsterdammer, zodat die niet meer uit angst zijn keppeltje onder een pet hoeft te verbergen. En de eerste stap om alle burgers het gevoel te geven dat zij ertoe doen, is een open en transparante informatievoorziening. Geen schimmige deals in achterkamertjes. Geen handjeklap vanuit de ivoren toren van de bestuursvleugel van de Stopera.

Maar een helder proces, met duidelijke voortgangsinformatie richting de raad. Vier jaar geleden ontbrak het daar nogal aan. Dat leidde toen tot een appèl van JA21, Volt, DENK en BIJ1 op meer transparantie. Ik hoop dat de lessen van die formatie zijn geleerd en vertrouw op een open blik naar alle raadsfracties bij het vormen van het coalitieakkoord. Qua prioriteiten voor de stad zou het wat ons betreft niet moeten gaan om het temperen van de bouwverwachtingen, zoals door sommigen wordt voorgesteld, maar juist om het bouwen van extra veel woningen. Daarnaast moet worden ingezet op meer veiligheid, schone straten en een

gezond financieel huishoudboekje. We koersen nu af op 242 miljoen euro aan rentelasten per jaar in 2029. Dat geld had ook ten goede kunnen komen aan de burger. Met vriendelijke groet,​ Sytze Rijpkema

Amsterdam, 24-03-2026 Geachte heer Biemond, Opnieuw is de opkomst in Amsterdam zorgwekkend laag gebleven. Nog problematischer blijft hoe ongelijk die opkomst over de stad verdeeld is. Daarbij durf ik nu al te voorspellen dat de opkomst onder jongeren niet veel hoger zal zijn dan 2022. Het laat zien dat het vertrouwen in dit politieke proces laag is en dat Amsterdammers zich niet vertegenwoordigd voelen. Juist daarom moet de nieuwe bestuursperiode in het teken staan van het herstellen van vertrouwen en het versterken van betrokkenheid van dit stadsbestuur bij de Amsterdammer. Niet door nog meer beleid over Amsterdammers te maken, maar door te gaan samenwerken met de stad. Het is ook niet voor niets dat ruim veertig bewonersorganisaties dit jaar een brandbrief stuurden aan de gemeente en gemeenteraad. De organisaties stellen dat de inbreng van gewone Amsterdammers te vaak wordt genegeerd bij besluitvorming. Dit is een signaal dat we niet mogen negeren. Het is wat Volt betreft ook een onderwerp dat de afgelopen vier jaar vaak een ondergeschoven kindje is geweest, terwijl de kern van democratisering, het vergroten van medezeggenschap van inwoners, juist iets is wat de vertegenwoordiging kan versterken. Amsterdam heeft behoefte aan een stadsbestuur dat nog meer vanuit bewoners redeneert en ruimte maakt voor initiatieven van onderop.

Daarbij zou ik het van groot belang vinden dat er de komende vier jaar gericht wordt geïnvesteerd in de toekomstige generatie. Jongeren vertrekken uit de stad, of besluiten hier niet meer heen te komen. Ik maak me zorgen over wat dit betekent voor de toekomst van de stad. Investeren in jongeren betekent wat mij betreft investeren in betaalbaar wonen, in (sociale) veiligheid, maar ook in hun positie binnen onze democratie. Jongeren moeten niet alleen onderwerp van beleid zijn, maar daadwerkelijk onderdeel van de besluitvorming. Tot slot vinden wij het belangrijk om te benoemen dat de wereld onrustiger is geworden. Ook Amsterdam kan zich daar niet van afsluiten. Voor Volt betekent weerbaarheid dan ook meer dan alleen voorbereid zijn op risico’s. Het gaat ook over hoe sterk we als stad met elkaar verbonden zijn, hoeveel vertrouwen er is tussen mensen, en of jongeren voelen dat vrijheid en democratie iets zijn om actief te beschermen. Tijdens mijn bezoeken aan Oekraïne werd zichtbaar hoe krachtig dat bewustzijn kan zijn. Ook in Amsterdam moeten we bouwen aan die weerbaarheid: door jongeren serieus te nemen, gemeenschapszin te versterken en samen te werken aan een stad die tegen onzekerheid bestand is. De afgelopen vier jaar heeft Volt laten zien waar wij voor staan. Wij hebben ons constructief opgesteld, de samenwerking opgezocht en tegelijkertijd steeds nieuwe ideeën ingebracht.

Wij hebben laten zien dat wij niet alleen kritisch zijn, maar ook verantwoordelijkheid nemen en oplossingen aandragen. Wij zien het als onze taak om de afstand tussen inwoners en bestuur te verkleinen, en juist jongeren beter te betrekken bij de toekomst van hun stad, uitdagingen waarop wij ons de afgelopen vier jaar nadrukkelijk hebben bewezen en waarin we de komende vier jaar graag onze verantwoordelijkheid willen pakken.

GroenLinks, PvdA en D66 hebben de afgelopen jaren goed samengewerkt, en kunnen nu ook weer met een meerderheid een coalitie vormen. Tegelijkertijd horen wij in de stad de wens om het bestuur te vernieuwen en nieuwe perspectieven toe te voegen. Volt wil daarin een constructieve rol spelen en een frisse blik toevoegen. We zien daarom veel kansen in de voortzetting van een progressieve samenwerking, waarbij Volt zich aansluit bij een coalitie met GroenLinks, PvdA en D66. In zo’n samenstelling kan Volt onder andere bijdragen aan democratische vernieuwing, met extra nadruk op de jongere generatie. Ook in andere samenstellingen staat Volt open om verantwoordelijkheid te nemen en dit perspectief mee te brengen. Welke route ook wordt gekozen, voor Volt staat centraal dat Amsterdam behoefte heeft aan een stadsbestuur dat de grote problemen van deze tijd met ambitie aanpakt en daarin de wijsheid en ervaring van Amsterdammers serieus onderdeel maakt van hoe we de stad maken. Dat geldt wat ons betreft ook voor de verkenning en de formatie. Een open en transparant proces vanaf het begin is daarbij belangrijk. Niet alleen voor het vertrouwen tussen politieke partijen, maar ook om zichtbaar te maken dat de stad, haar bewoners en maatschappelijke organisaties serieus worden genomen. Hartelijke groet, Juliet Broersen Fractievoorzitter Volt Amsterdam

Amsterdam, 24 maart 2026 Geachte heer Biemond, beste Hendrik Jan, In navolging op ons gesprek van gisteren stuur ik u hierbij nog schriftelijk onze opmerkingen over de verkiezingsuitslag en over het proces dat voor ons ligt. U vroeg ons allereerst de uitslag te duiden. De opkomst is opnieuw betreurenswaardig laag. Dit baart ons zorgen en vraagt om een herbezinning over de aanpak van opkomstbevordering. Verder hebben Amsterdammers duidelijk gekozen voor linkse, progressieve en groene politiek. Omkijken naar elkaar en opkomen voor anderen in kwetsbare situaties; dat verlangen stemmers van de gemeente. Er is in onze stad geen sprake van groei van rechtspopulistische en haatdragende partijen. Daar is de Partij voor de Dieren trots op. We zien het behoud van onze drie zetels in de gemeenteraad als aanhoudende en stabiele steun voor meer inzet op dierenwelzijn, natuurbescherming en een gezonde leefomgeving voor mens én dier. Wij vinden het belangrijk dat er in het komende coalitieakkoord sterk wordt ingezet op de toekomstbestendigheid van de stad met het oog op klimaatverandering en vervuiling. Amsterdammers hebben recht op een veilige stad met gezonde lucht, schoon water en een levende bodem. Toegankelijke straten die bestand zijn tegen hitte en hoosbuien. En complete woonwijken met alle nodige voorzieningen, om te kunnen ontspannen, ontmoeten, bewegen en jezelf te ontwikkelen.

Amsterdam bestaat nu 750 jaar en de Partij voor de Dieren wil dat de keuzes van nu ook positief bijdragen aan de omstandigheden van bewoners die hier de komende 750 jaar leven. Daarom zien wij nog onverminderd de volgende prioriteiten voor het komende stadsbestuur: vergroening, klimaatadaptatie, biodiversiteit, schone leefomgeving, duurzame en rechtvaardige economie en de energietransitie. Natuurlijk moet dit gepaard gaan met solidair beleid voor mensen en dieren die in kwetsbare situaties verkeren. Het dierenwelzijnsbeleid heeft dus ook meer ambitie en prioriteit nodig met voldoende middelen en menskracht. En wij vinden het bij al deze thema's belangrijk dat ondersteunende bewonersinitiatieven en maatschappelijke organisaties uit de stad de ruimte krijgen en verder worden versterkt. Er zijn volop mogelijkheden om tot een meerderheid te komen met deze verkiezingsuitslag. Maar een écht groen en diervriendelijk akkoord lijkt ons het meest kansrijk wanneer de Partij voor de Dieren aan boord is. Ons advies aan u is dan ook om niet als vanzelfsprekend naar dezelfde samenstelling van de vorige coalitie te kijken. Wij staan ervoor open om met iedereen samen te

werken, behalve met FvD. Als wij niet in de coalitie komen, dan zetten wij uiteraard onze oppositierol als “luis in de pels” en aanjager voort en zullen wij samenwerkingskansen blijven zoeken om successen te boeken op de hierboven genoemde thema's. Tot slot. Naast zorgdragen voor een hogere opkomst bij de volgende verkiezingen, ziet mijn fractie nog een tweede belangrijke opdracht voor de nieuwe gemeenteraad. Voor de kwaliteit van het debat en een goede controle van het bestuur vinden wij het noodzakelijk dat de politieke cultuur van de raad verandert. Met name bij de aanstaande coalitiefracties ligt een verantwoordelijkheid om met een meer open blik politiek te bedrijven samen met oppositiepartijen. En voor de hele raad zou het streven moeten zijn om minder vergadertijd op te maken aan technische overhoringen, en om juist vaker de ideeënstrijd aan te gaan. Ruimte geven aan goede plannen uit de stad en uit de raad; dat maakt Amsterdam uiteindelijk rijker. Met vriendelijke groet, namens de Partij voor de Dieren fractie, Anke Bakker

Amsterdam, 25 maart Geachte verkenner, geachte heer Biemond, Graag delen we met u onze duiding van de verkiezingsuitslag, de belangrijkste uitdagingen wat D66 betreft voor de volgende bestuursperiode en onze inzet voor de formatie. Duiding uitslag: Amsterdam kiest voor vooruitgang De uitslag van de Nederlandse gemeenteraadverkiezingen van 18 maart laat zien dat ook in Nederland de populariteit en daarmee het gevaar van antidemocratische krachten groeit. Amsterdammers die naar de stembus zijn gegaan hebben echter overweldigend voor democratische partijen gekozen. Partijen die vooruit willen stijgen of blijven gelijk ten koste van de flanken. D66 ziet dat Amsterdam hiermee kiest voor samenwerken, vooruitgang en het daadwerkelijk oplossen van problemen. Voor politiek die in verbinding staat met de stad, haar bewoners en ondernemers. Het feit dat minder dan de helft van de Amsterdammers naar de stembus gaat blijft een groot probleem. D66 wil laten zien dat politiek resultaten kan leveren. Waarbij bestuurlijke keuzes daadwerkelijk leiden tot zichtbare verbeteringen voor de stad en in het leven van Amsterdammers. Met oog voor alle Amsterdammers, ongeacht of en op wie zij hebben gestemd. Kernuitdagingen: wonen, overheid als bondgenoot en vrijheid Het gebrek aan voldoende (betaalbare) woonruimte in Amsterdam is een grote uitdaging.

Voor veel Amsterdammers staat hun leven stil doordat zij geen passende woning kunnen vinden. Voor D66 is het daarom van uiterst belang dat we doorgaan met het creëren van voldoende woonruimte voor Amsterdammers. Een hoge woningbouwambitie, ruimte voor middeninkomens, betere doorstroom, en regie op de markt zijn speerpunten voor D66 De rol, houding en manier van werken van de overheid is cruciaal in de vooruitgang van de stad en van Amsterdammers. Te veel Amsterdammers lopen vast in regels en procedures. De gemeente is voor hen een complex systeem dat tegenover hen staat. Het is daarom cruciaal dat de overheid zich opstelt als een bondgenoot. Dat betekent dat vertrouwen het uitgangspunt wordt, dat er ruimte is voor maatwerk en de nadruk komt te liggen op de uitvoering. Hierbij hoort ook dat de gemeente zichtbaar beter presteert op haar kerntaken en vooruitgang boekt bij het oplossen van problemen als afval op straat en overlast door toerisme. Amsterdam dient de vrijheid van de huidige en toekomstige generaties Amsterdammers te waarborgen. Te veel Amsterdammers zijn niet vrij door een gebrek aan kansen, puur door de postcode van het huis waar ze zijn geboren en/of door de achtergrond van hun familie. We zien de acceptatie van minderheden afnemen, en de positie en rechten van vrouwen onder druk staan in de stad.

Amsterdam moet een baken zijn van vrijheid en tolerantie en om dat te benadrukken dienen we te blijven investeren voor gelijke kansen voor íedereen. Ook voor onze (klein)kinderen. Als we Amsterdam prachtig(er) achter willen laten voor onze kinderen dienen we ons vol in te zetten voor klimaatadaptatie, het oplossen van netcongestie, en het omlaag brengen van de CO2-uitstoot van de stad.

Inzet formatie: een stabiel en ambitieus stadsbestuur De uitdagingen van deze tijd vereisen een stabiele en ambitieuze coalitie. Een coalitie die samenwerkt met de stad, die problemen aanpakt en in staat is om resultaten te boeken. D66 is een partij die een stap naar voren doet als er verantwoordelijkheid moet worden genomen, en staat daarom open voor deelname aan zo’n coalitie. Tegelijkertijd geldt voor D66 bij het nemen van verantwoordelijkheid ook altijd het adagium ‘we doen het goed of we doen het niet’. Amsterdam heeft progressief gestemd. Het huidige college van PvdA, GroenLinks en D66 heeft gezamenlijk draagvlak behouden, en is beloond met een extra zetel voor D66. Het lijkt ons daarom een niet logisch zonder een van deze partijen verder gaan. Tegelijkertijd vraagt de nieuwe politieke realiteit ook om het vinden van de juiste balans. De fusie van GroenLinks en PvdA betekent dat de partij een grote stempel drukt op de toekomst van de stad. Hierbij is het van belang dat Amsterdammers die niet op deze partij hebben gestemd, zich gehoord en erkend voelen door een nieuw stadsbestuur. D66 vindt het daarom belangrijk dat een coalitieakkoord oplossingen biedt voor de problemen van álle Amsterdammers.

Gezien de complexe uitdagingen die de stad voor zich heeft en de risico’s van een stad die tot stilstand komt, sluit D66 op voorhand geen partijen uit, behalve Forum voor Democratie. Met vriendelijke groet, Namens de fractie van D66,

Melanie van der Horst

Amsterdam, 24 maart 2026

Geachte heer Biemond, beste Hendrik-Jan,

Wij zijn trots op Amsterdam. Onze stad heeft gekozen voor een koers van hoop en verbinding, in plaats van haat en uitsluiting. Bijna een derde van de Amsterdammers heeft op GroenLinks en de PvdA gestemd, die nu een gezamenlijke fractie zijn. Daarnaast is een flinke meerderheid van de stemmen naar progressieve en linkse partijen gegaan. Daarmee kiest een groot deel van de Amsterdamse stemmers voor sociaal, groen en inclusief beleid. Inwoners van de stad spreken zich uit voor een koers waarin betaalbaar wonen prioriteit krijgt, waar we de welvaart eerlijk verdelen, waar mensenrechten worden beschermd en waarin de klimaatcrisis voortvarend wordt aangepakt. Tegelijkertijd ligt het opkomstpercentage wederom onder de 50%. Dat is slecht nieuws voor de democratie en bovendien een extra opgave voor ons als grootste partij, om ervoor te zorgen dat ook de bewoners die niet zijn gaan stemmen, zich gehoord en gerepresenteerd voelen door het stadsbestuur. Wij voelen die verantwoordelijkheid voor de komende jaren. In onze ogen betekent dat dat we extra moeten inzetten op opkomstbevordering, maar ook blijvend moeten investeren in het sociale weefsel in de wijken waar de opkomst lager is. Als mensen zien dat de gemeente er voor hen is, wordt de interesse om te gaan stemmen ook hoger.

Terugkijkend op de campagne hebben we genoten van de vele gesprekken met de stad, de debatten bij allerlei organisaties op verschillende plekken in de stad en met andere partijen. Wij zijn ervan overtuigd dat we de uitdagingen voor onze stad – zoals hieronder meer in detail uiteengezet – alleen gezamenlijk kunnen aanpakken. Samen maken we Amsterdam. Het uitgangspunt voor de onderhandelingen is voor ons het centraal stellen van de opgaven die we nu zien in de stad. Hierbij moet de bestaande stad voorop staan. We willen investeren in betaalbare woningen en leefbare wijken die schoon en veilig zijn. Daarbij zullen we als gemeente ook in onze eigen uitvoering stappen moeten zetten. We zijn een grote organisatie geworden, maar in veel delen van de stad nog te onzichtbaar. Om onze ambities waar te kunnen maken moet de organisatie compacter en wendbaarder worden en dichter bij de Amsterdammers komen te staan. 1.​ Grootste uitdagingen voor Amsterdam Betaalbaar wonen​ Voor veel Amsterdammers is het vinden van een betaalbare woning steeds moeilijker geworden. Jongeren blijven noodgedwongen langer thuis wonen, middeninkomens worden de stad uitgedrukt en de wachtlijsten voor sociale huur zijn veel te lang.

Ook in de bestaande bouw zien we de effecten van de wooncrisis: kinderen groeien op in schimmel, er zijn te veel tochtige woningen en sommige verhuurders houden zich niet aan de regels of vragen meer huur dan is toegestaan. Dit vraagt om stevige regie van de gemeente en een duidelijke koers waarbij de betaalbaarheid voor de bewoners voorop staat. Wij willen daarom bouwen aan een complete stad volgens de 40/40/20-verdeling, met voldoende sociale huur en middenhuur. Daarbij hoort het ontwikkelen van gemengde wijken met voorzieningen, werkplekken, scholen en groen, zodat buurten leefbaar en inclusief blijven. We willen de grip op de woningmarkt vergroten door marktwerking waar mogelijk terug te dringen en publieke instrumenten sterker in te zetten, bijvoorbeeld via erfpacht en actieve grondpolitiek.

Ook moet er extra aandacht zijn voor specifieke groepen die moeilijk toegang krijgen tot de woningmarkt, zoals starters, gezinnen, ouderen, mensen met een zorgvraag en essentiële beroepen. Door te gaan bouwen voor doorstroom kunnen we een verhuisketen op gang brengen. Tegelijkertijd moeten we dakloosheid structureel aanpakken door te investeren in preventie, voldoende opvang en vooral in betaalbare woningen. Iedereen verdient een fijn thuis in Amsterdam. Een sociale en inclusieve stad​ Amsterdam is een stad waar we onze diversiteit vieren, het is onze kracht. Tegelijkertijd zien we dat ongelijkheid groeit en dat de verbinding tussen groepen ook hier onder druk staat. Racisme, antisemitisme en discriminatie blijven hardnekkige problemen en het vertrouwen in instituties staat bij sommige groepen onder spanning. Wij zien het als een kernopgave om te werken aan een stad waarin iedereen gelijke kansen heeft en zich thuis kan voelen. Daarom blijft ongelijk investeren gelijke kansen te realiseren ook nu noodzakelijk, en dat begint bij onderwijs, jeugdvoorzieningen en buurten waar ongelijkheid het grootst is. Daarnaast willen we inzetten op het versterken van ontmoeting en verbinding tussen Amsterdammers om de ziel van de stad te behouden. Via formele maar zeker ook informele organisaties. Buurthuizen, cultuur, sport en maatschappelijke initiatieven spelen hierin een belangrijke rol.

Ook willen we blijven zorgen voor humane opvang van ongedocumenteerden, asielzoekers en mensen in kwetsbare posities. Niemand mag buiten de boot vallen in onze stad. Groen en duurzaam​ Amsterdam moet voorop blijven lopen in de energietransitie en in de overgang naar een duurzame en circulaire economie. Daarnaast vraagt klimaatverandering om een stad die beter bestand is tegen extreme hitte, droogte en hevige regenval. Vergroening draagt bovendien ook bij aan biodiversiteit, gezondheid en sociale cohesie. De verduurzaming biedt bovendien kansen voor nieuwe banen en economische ontwikkeling. De energietransitie moet eerlijk zijn: de lasten mogen niet terechtkomen bij mensen die al minder te besteden hebben. Het isoleren van huizen en omlaag brengen van de energierekening blijft voor ons daarom prioriteit houden, net zoals het terugdringen van de uitstoot van grote vervuilers in de stad. Het tekort aan stroom is een grote uitdaging voor onze stad. Hierdoor worden onze eigen ambities en die van anderen in de stad hard geraakt. Hier moet een nieuwe coalitie een antwoord op formuleren waarbij we realistisch omgaan met wat er wel en niet kan. Eerlijk verdelen van de welvaart​ Hoewel Amsterdam economisch divers en sterk is, profiteren niet genoeg Amsterdammers evenveel van deze welvaart.

Bestaanszekerheid staat voor veel mensen onder druk door stijgende kosten voor wonen, energie en levensonderhoud. Die onzekerheid zal met de geopolitieke spanningen waarschijnlijk toenemen. Wij willen werken aan een stad waarin een sterke economie ook betekent dat die welvaart eerlijker wordt verdeeld en iedereen kan meedoen. Dat betekent investeren in een sterke lokale economie die werkt voor alle Amsterdammers, met goede banen en kansen voor ondernemers in alle wijken. Daarbij hebben we oog voor de tekorten op de arbeidsmarkt, met name in cruciale sectoren. Armoede en schulden moeten we actief aanpakken. Toegankelijk en betaalbaar openbaar vervoer vergroot de mogelijkheden voor werk, onderwijs en deelname aan de samenleving. Door te investeren in onderwijs, werk, zorg en voorzieningen bouwen we aan een stad waarin iedereen perspectief heeft.

2. Mogelijke coalities Amsterdam heeft opnieuw linkser en progressiever gestemd. Samen beschikken GroenLinks-PvdA, SP, Partij voor de Dieren, DENK, VOLT en BIJ1 over 27 zetels in de Amsterdamse gemeenteraad. Daarbij heeft ook de huidige coalitie meer steun gekregen en groeien we met 1 zetel. Tegelijkertijd vinden we het belangrijk dat de grote steun voor de huidige coalitiepartijen en GroenLinks-PvdA in het bijzonder niet leidt tot verwijdering met andere partijen. Een coalitieakkoord zal moeten rusten op breed draagvlak onder alle partijen en we willen tijdens de onderhandelingen goed nadenken over een gezonde verhouding tussen de coalitie en oppositie. Gegeven de verkiezingsuitslag zien wij meerdere coalities die onderzocht kunnen worden. Daarbij vinden wij het belangrijk dat een coalitie recht doet aan de wens van Amsterdammers voor een sociale, groene en inclusieve koers en dat deze voldoende stabiliteit biedt. Wij zien de volgende mogelijkheden: ●​ GroenLinks-PvdA en D66 (25 zetels) ●​ GroenLinks-PvdA, VVD en PvdD (26 zetels) ●​ GroenLinks-PvdA, PvdD, VOLT en DENK/BIJ1/SP (23 of 24 zetels)

Gedurende de campagne heeft GroenLinks-PvdA net als vele andere partijen aangegeven dat samenwerking met Forum voor Democratie in een college uitgesloten is, vanwege extreemrechtse kandidaten op haar lijsten en de weigering hier afstand van te nemen. Bij de verdere verkenning vinden wij het van belang dat wordt gekeken naar overeenkomsten van programma’s, een gezamenlijke visie op de grote opgaven van de stad en de stabiliteit van het toekomstige bestuur.

3. Tijdsplanning We willen graag tempo maken in de formatie, zodat we snel aan de slag kunnen met de grote uitdagingen waar Amsterdam voor staat. Tegelijkertijd willen we het proces niet overhaasten; zorgvuldigheid en draagvlak zijn essentieel. Wij achten het desalniettemin realistisch en wenselijk dat er voor de zomer een nieuwe coalitie gevormd kan worden. Wij zien uit naar het vervolg van de gesprekken en nemen graag onze verantwoordelijkheid in het verdere proces.

Met vriendelijke groet,

Namens GroenLinks-PvdA Amsterdam,

Zita Pels Sofyan Mbarki

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16773352/1