Bijlage Uitspraak CBb inz prioriteitskader ACM voor verzoek transportcapaciteit elektriciteitsnet
Tekst van het document
Gelet hierop is naar het oordeel van het College geen aanleiding voor de conclusie dat in dit verband in het prioriteringskader sprake is van een te beperkte afbakening van acute zorg. 6.17 Voor zover de Vereniging Afvalbedrijven en de NVRD ook hebben beoogd te betogen dat sprake is van een onjuiste afbakening van de functies in categorie 2 omdat afvalwaterzuivering wel is opgenomen (onder de functie waterbeheer) en de inzameling en behandeling van vaste afvalstoffen niet, volgt het College hen hierin niet. Van een dusdanige verwevenheid tussen waterbeheer en afvalbeheer dat de ACM deze functies niet kan scheiden bij de afweging deze al dan niet te prioriteren is naar het oordeel van het College geen sprake. Conclusie 7.1 Uit wat onder 4.8 is overwogen, volgt dat het beroep van Equinix niet-ontvankelijk is. De beroepen van de overige appellanten zijn gegrond, omdat het prioriteringskader in strijd met artikel 3:46 en artikel 3:2 van de Awb is genomen. Het College vernietigt daarom het prioriteringskader. De ACM zal, indien zij dat noodzakelijk vindt, opnieuw een prioriteringskader moeten vaststellen. Daarbij moet de ACM opnieuw de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb doorlopen.
Voorlopige voorziening tot (uiterlijk) 1 januari 2026 7.2 Als gevolg van de vernietiging zou zonder verder ingrijpen van het College in het geheel geen prioriteringskader meer gelden. Omdat geen van de partijen dat heeft bepleit, de bevoegdheid van de ACM om een prioriteringskader op te stellen vaststaat en de ACM naar het oordeel van het College beschikt over de nodige beleidsruimte, zou dat naar het oordeel van het College een te verstrekkend gevolg van de uitspraak zijn. Het College ziet echter geen mogelijkheid het geschil zelf definitief te beslechten. Een tussenuitspraak (bestuurlijke lus) is naar zijn oordeel, gelet op de mogelijkheid dat belangen van andere partijen dan appellanten betrokken zullen zijn bij de (nadere) besluitvorming, niet aangewezen. Alles overwegende, acht het College het nodig om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb te treffen die ertoe strekt dat het prioriteringskader, in afwachting van nieuwe besluitvorming, tot uiterlijk 1 januari 2026 zal blijven gelden. Omdat de ACM op de zitting heeft verklaard dat zij van plan is het prioriteringskader na de uitspraak in deze zaken aldus te wijzigen dat de functie van openbare drinkwatervoorziening onder categorie 2 komt te vallen, zal de te treffen voorlopige voorziening ook die wijziging omvatten.
Proceskosten 8.1 Aan Equinix hoeft de ACM geen proceskosten te vergoeden. 8.2 Het College veroordeelt de ACM in de door de overige appellanten gemaakte proceskosten voor door een derde verleende rechtsbijstand. De hoogte van de te vergoeden proceskosten wordt, voor zover nodig in afwijking van de artikelen 2, eerste lid, en 3, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, als volgt vastgesteld: 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het indienen van de repliek en 2 punten voor het verschijnen op de zitting (vanwege de duur van twee dagen), met een waarde per punt van 907,- en wegingsfactor 1. Dit betekent voor VodafoneZiggo, KPN, ProRail, VEWIN, LHV e.a., de Vereniging Afvalbedrijven, DOVA e.a., HTM e.a., de NVRD en de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecretaris Openbaar vervoer en Milieu een bedrag van ieder in totaal 3.174,50 en voor NS Reizigers die geen repliek heeft ingediend, een bedrag van in totaal 2.721,-. Ten aanzien van TLN en DDA is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
Het College:
- verklaart het beroep van Equinix niet-ontvankelijk; - verklaart de beroepen van VodafoneZiggo, KPN, ProRail, VEWIN, de LHV e.a., de Vereniging Afvalbedrijven, DOVA e.a., HTM e.a., de NVRD, NS Reizigers, DDA, de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecretaris Openbaar vervoer en Milieu en TLN gegrond; - vernietigt het besluit van de ACM van 12 april 2024, zoals gewijzigd bij besluit van 26 september 2024 (Staatscourant 2024, nr. 31151) en bij besluit van 14 november 2024 (Staatscourant 2024, nr. 38044); - treft de voorlopige voorziening dat wat in het vernietigde besluit is bepaald blijft gelden met dien verstande dat de functie openbare drinkwatervoorziening wordt verplaatst naar tabel 2 ( categorie 2 veiligheid) tot uiterlijk 1 januari 2026, of zoveel eerder als de ACM een nieuw besluit heeft vastgesteld met inachtneming van deze uitspraak; - veroordeelt de ACM in de proceskosten van appellanten voor door hen gemaakte proceskosten in verband met de behandeling van hun beroep tot een bedrag van 3.174,50 aan VodafoneZiggo, KPN, ProRail, VEWIN, de LHV e.a., de Vereniging Afvalbedrijven, DOVA e.a., HTM e.a., de NVRD en de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecretaris Openbaar vervoer en Milieu, en een bedrag van 2.721,- aan NS Reizigers; - draagt de ACM op het betaalde griffierecht van 371,- te vergoeden aan VodafoneZiggo, KPN, ProRail,
VEWIN, de LHV e.a., de Vereniging Afvalbedrijven, DOVA e.a., HTM e.a., de NVRD, NS Reizigers, DDA, de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecretaris Openbaar vervoer en Milieu en TLN.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, mr. J.H. de Wildt en mr. M. van Duuren, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
w..g. D. Brugman w.g. Y.R. Boonstra-van Herwijnen
Bijlage wettelijk kader
Elektriciteitsrichtlijn (EU) 2019/944
Artikel 6 Toegang van derden 1. De lidstaten dragen zorg voor de invoering van een systeem voor toegang van derden tot de transmissie- en distributiesystemen, gebaseerd op bekendgemaakte tarieven die voor alle afnemers gelden en die objectief worden toegepast zonder onderscheid te maken tussen systeemgebruikers. De lidstaten zorgen ervoor dat deze tarieven of de aan de berekening daarvan ten grondslag liggende methoden voorafgaand aan hun toepassing worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 59 en dat deze tarieven en, wanneer alleen de methoden zijn goedgekeurd, de methoden worden bekendgemaakt voordat zij in werking treden. []
Artikel 59 Taken en bevoegdheden van de regulerende instanties [] 7. Behalve in gevallen waarin ACER bevoegd is om de voorwaarden of methoden voor de tenuitvoerlegging van de netcodes en richtsnoeren uit hoofde van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2019/942 vanwege hun gecoördineerde karakter vast te stellen of goed te keuren, zijn de regulerende instanties bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake: a) de aansluiting op en toegang tot nationale netten, inclusief de transmissie- en distributietarieven of de methoden daarvoor; die tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten kunnen waarborgen; b) de verstrekking van ondersteunende diensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen; dergelijke ondersteunende diensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en c) toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van
capaciteit en congestiebeheer.
Elektriciteitswet 1998
Artikel 24 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk. 2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de vorige volzin is met redenen omkleed. De netbeheerder verschaft degene aan wie transport is geweigerd desgevraagd en ten hoogste tegen kostprijs de relevante gegevens over de maatregelen die nodig zijn om het net te versterken. Indien ten aanzien van duurzame elektriciteit een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de eerste volzin plaatsvindt, meldt de netbeheerder dit aan de Autoriteit Consument en Markt, waarbij de netbeheerder aangeeft welke maatregelen worden genomen om toekomstige weigeringen te voorkomen.
3. De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt.
Artikel 32 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, de netbeheerder van het net op zee of ten minste een derde van het aantal overige netbeheerders kan de gezamenlijke netbeheerders verzoeken een voorstel te doen tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 27 en 31, onder opgave van de redenen die naar zijn oordeel een dergelijke wijziging noodzakelijk maken. 2. Indien naar haar oordeel wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 27 en 31, noodzakelijk is, zendt de Autoriteit Consument en Markt een ontwerp van een besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden aan de gezamenlijke netbeheerders en de representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt. 3. In een voorstel of een ontwerp van een besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden worden die onderdelen, bedoeld in artikel 27 of 31, opgenomen waarvan wijziging wordt verzocht.
Artikel 36 1. De Autoriteit Consument en Markt stelt de tariefstructuren en voorwaarden vast met inachtneming van: a. het voorstel van de gezamenlijke netbeheerders als bedoeld in artikel 27, 31 of 32 en de resultaten van het overleg, bedoeld in artikel 33, eerste lid, b. het belang van het betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functioneren van de elektriciteitsvoorziening, c. het belang van de bevordering van de ontwikkeling van het handelsverkeer op de elektriciteitsmarkt, d. het belang van de bevordering van het doelmatig handelen van afnemers e. het belang van een goede kwaliteit van de dienstverlening van netbeheerders, f. het belang van een objectieve, transparante en niet discriminatoire handhaving van de energiebalans op een wijze die de kosten weerspiegelt, g. de in artikel 26b bedoelde regels, h. hetgeen is gesteld bij of krachtens verordening 2019/943 en de richtlijn en i. artikel 15 van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315). []
Netcode elektriciteit
Hoofdstuk 7. Transportvoorwaarden § 7.1. Het recht op transport
Artikel 7.0a 1. De netbeheerder geeft onder de in artikel 7.0b, eerste lid, onderdeel a, bedoelde omstandigheden alleen prioriteit bij de toekenning van transportcapaciteit indien:
a. een partij om prioriteit verzoekt; en b. de partij die om prioriteit verzoekt voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel a, of het tweede lid, onderdeel b. 2. De netbeheerder geeft een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, alleen prioriteit: a. voor de functie genoemd in tabel 1, van bijlage 22: 1°. indien de netbeheerder vaststelt dat de verzoekende partij een congestie-verzachter is overeenkomstig de omschrijving in tabel 1 van bijlage 22; en 2°. indien de verzoeker contractuele afspraken heeft gemaakt met de netbeheerder waarin is vastgelegd dat hij zich zal gedragen als congestie-verzachter als bedoeld in de omschrijving in tabel 1, van bijlage 22; b. voor de (sub)functie genoemd in tabel 2 of tabel 3 van bijlage 22: 1°.indien de verzoekende partij aangeeft dat hij een (sub)functie overeenkomstig de omschrijving in tabel 2 of tabel 3, van bijlage 22 uitoefent; 2°.indien de verzoekende partij de in tabel 4, van bijlage 22, genoemde bewijsstukken heeft overgelegd aan de netbeheerder; en 3°.indien de gevraagde transportcapaciteit alleen wordt gebruikt voor de afname van elektriciteit.
3. De in tabel 4, van bijlage 22 bedoelde bestuursverklaring bevat: a. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving zoals opgenomen per (sub)functie in tabel 2 of tabel 3, van bijlage 22; b. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of taken als bedoeld in tabel 2 of tabel 3, van bijlage 22, en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit; c. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten; d. een verklaring dat de bewijsstukken als bedoeld in tabel 4, van bijlage 22, compleet zijn; e. een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld; en f. instemming dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen indien de verklaring niet naar waarheid is ingevuld en/of indien er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 22.
4. In aanvulling op het derde lid, bevat de in tabel 4, van bijlage 22, bedoelde bestuursverklaring voor de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3, van bijlage 22: a. indien er sprake is van kleinschalige andere activiteiten bij de woonfunctie, een deugdelijke motivering dat de kleinschalige andere activiteiten nodig zijn om de woonfunctie te realiseren; en/of b. indien er sprake is van collectieve voorzieningen waarvoor een aansluiting met een totale doorlaatwaarde van groter dan 3x35A nodig is, een deugdelijke motivering dat de collectieve voorziening en de daaraan gekoppelde aansluiting nodig is.
5. De netbeheerder stelt na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en in overleg met de verzoekende partij als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vast of de partij kwalificeert als congestie-verzachter als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en informeert de verzoekende partij daar schriftelijk over.
6. De netbeheerder toetst binnen twintig werkdagen na ontvangst van het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of de verzoekende partij voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel b. 7. De netbeheerder informeert een verzoekende partij als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, schriftelijk of het verzoek voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel b. 8. Indien de netbeheerder in zijn verzorgingsgebied per kwartaal bij meer dan 25% van het totaal aantal transportverzoeken zoals bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 een prioriteringsverzoek, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ontvangt, meldt hij dit aan de Autoriteit Consument en Markt. De netbeheerder kan daarop in afstemming met de Autoriteit Consument en Markt besluiten: a. om de toekenning van prioriteit tijdelijk te staken; b. hoe tijdens de periode van staking wordt omgegaan met het toekennen van transportcapaciteit; en c. hoe na een periode van staking, als bedoeld in onderdeel a, de werkwijze waarbij prioriteit wordt toegekend weer wordt gestart.
9. Indien sprake is van een staking als bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, vermeldt de netbeheerder de reden voor het staken en de duur daarvan op de website als bedoeld in artikel 9.8.
Artikel 7.0b 1. De netbeheerder hanteert voor het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998: a. indien het transportverzoek betrekking heeft op gebieden als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, de volgorde van prioriteit als bedoeld in het derde lid; of b. indien het transportverzoek betrekking heeft op andere gebieden, de volgorde op basis van binnenkomst. 2. Indien een aanvrager op basis van artikel 9.6, derde lid, zijn verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport wijzigt, blijft zijn initiële plaats bij de volgorde als bedoeld in het eerste lid behouden. 3. De netbeheerder bepaalt de volgorde van prioriteit, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, als volgt: a. verzoeken uit tabel 1 van bijlage 22, aan wie op grond van artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel a, door de netbeheerder prioriteit is toegekend hebben de hoogste prioriteit; b. verzoeken uit tabel 2 van bijlage 22, aan wie op grond van artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, door de netbeheerder prioriteit is toegekend hebben de op één na hoogste prioriteit; c. verzoeken uit tabel 3 van bijlage 22, aan wie op grond van artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, door de netbeheerder prioriteit is toegekend hebben de op twee na hoogste prioriteit; d.
verzoeken van partijen zonder toegekende prioriteit krijgen geen prioriteit. 4. Voor partijen als bedoeld in het derde lid, geldt dat de netbeheerder bij het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 de volgorde van de in dat lid genoemde onderdelen hanteert en per onderdeel de volgorde van het moment van binnenkomst van het transportverzoek. 5. Voordat de netbeheerder een partij of meerdere partijen op basis van de volgorde als bedoeld in het derde en vierde lid, een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 doet, toetst de netbeheerder in lijn met artikel 7.0a, zesde lid, eerst alle verzoeken als bedoeld in artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, die de netbeheerder heeft ontvangen tot de dag voorafgaand aan het vrijkomen van transportcapaciteit.
Artikel 7.0c 1. Indien de netbeheerder op grond van artikel 7.0b, derde lid, onderdeel a, prioriteit heeft gegeven aan een partij als bedoeld in artikel 7.0a, eerste lid, onderdeel a, en deze partij de met de netbeheerder gemaakte contractuele afspraken als bedoeld in artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel a, vervolgens niet nakomt, neemt de netbeheerder de toegekende transportcapaciteit af. 2. Indien de netbeheerder op grond van artikel 7.0b, derde lid, onderdelen b en c, prioriteit heeft gegeven aan een partij als bedoeld in artikel 7.0a, eerste lid, onderdeel a, en vervolgens blijkt dat deze partij in strijd met artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, onjuiste of frauduleuze bewijsstukken heeft overgelegd bij zijn prioriteringsverzoek, neemt de netbeheerder de toegekende transportcapaciteit af. 3. De netbeheerder stelt de partij van wie transportcapaciteit is afgenomen als bedoeld in het eerste en tweede lid, in staat om een nieuw verzoek tot het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en een verzoek als bedoeld in artikel 7.0a, eerste lid, in te dienen. 4. De netbeheerder meldt afgenomen transportcapaciteit als bedoeld in het eerste en tweede lid binnen een maand na afname aan de Autoriteit Consument en Markt.
Artikel 7.0d De netbeheerder rapporteert jaarlijks uiterlijk op 31 maart over het afgelopen kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt over zijn verzorgingsgebied: a. afzonderlijk voor tabel 1 van bijlage 22 en per (sub)functie in tabel 2 en tabel 3, van bijlage 22: 1°.het aantal ontvangen prioriteringsverzoeken; 2°.het aantal toegewezen prioriteringsverzoeken; 3°.het totaal toegewezen transportvermogen; en 4°.het aantal afgewezen prioriteringsverzoeken. b. het totaal aantal transportverzoeken als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 waarvoor de netbeheerder nog geen aanbod voor transportcapaciteit heeft gedaan; en c. de doorlooptijden van de behandeling van prioriteringsverzoeken.
Artikel 9.6, vijfde lid Netcode (oud) De netbeheerder handelt bij de uitvoering van dit artikel aanvragen als bedoeld in het eerste lid af in volgorde van binnenkomst. Wanneer een aanvrager op basis van het derde lid zijn verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport wijzigt, blijft zijn initiële plaats bij de volgorde van behandeling behouden.
Overzicht en inzicht congestiemaatregelen ACM, gepubliceerd op de website van de ACM op 25 november 2024; https://www.acm.nl/nl/publicaties/overzicht-en-inzicht-congestiemaatregelen-acm. 1
2
Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende
maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid. Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie. 3
Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten. 4
5
Arrest van het Hof van Justitie van 27 januari 2022, Fondul (ECLI:EU:C:2022:58).
6
Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de
interne markt voor elektriciteit. Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit. 7
8
Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake
milieuaangelegenheden van 25 juni 1998 (Verdrag van Aarhus). Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft. 9
Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie. 10
Richtlijn (EU) 2019/1161 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn 2009/33/EG inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen. 11
12
Kamerstukken II 2018/2019, 32 813, nr. 342.
Arrest van het Hof van Justitie van 29 september 2016, Essent Belgium ( ECLI:EU:C:2016:732), punt 80, arrest van het Hof van Justitie van 7 juni 2005, VEMW e.a. (ECLI:EU:C:2005:362) punt 48, arrest van het Hof van Justitie van 16 december 2008, Arcelor Atlantique et Lorraine e.a. (ECLI:EU:C:2008:728) punt 47. 13