Bijlage - Sociaal Werk onder de Participatiewet
Tekst van het document
Bijlage 1
Sociaal Werk onder de Participatiewet
In deze bijlage wordt het wettelijk kader toegelicht waarmee Amsterdammers die extra ondersteuning nodig hebben bij het vinden en behouden van werk worden ondersteund. In de bijlage is hierover de achtergrondinformatie te vinden die in de raadsinformatiebrief slechts in hoofdlijnen in beschreven, zoals: - De belangrijkste uitgangspunten van de Participatiewet, - De rol die de gemeente met de invoering van de Participatiewet heeft gekregen, - Een beschrijving van de doelgroep die onder deze wet valt, - De financiering op basis van de Participatiewet ten opzichte van de situatie daarvoor, - Een nadere toelichting op de financieringssystematiek van de Participatiewet. Ten slotte worden de belangrijkste regelingen en begrippen toegelicht zoals we die in Amsterdam hanteren. Uitgangspunten Participatiewet Uitgangspunt van de Participatiewet is te komen tot een inclusieve arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt die plaats biedt voor jongeren en ouderen en voor mensen met en zonder beperking. De wet gaat er daarbij van uit dat mensen zo veel mogelijk op de reguliere arbeidsmarkt aan het werk gaan. Voor de Participatiewet bood de Wsw mensen met een arbeidsbeperking de mogelijkheid in de beschermde werkomgeving van een sociale werkvoorziening (zoals Pantar) aan de slag te gaan.
Het rijk ging er bij de intrede van de Participatiewet van uit dat twee derde van de groep arbeidsbeperkten regulier kan werken met inzet van loonkostensubsidies en nog slechts een derde in een beschermde omgeving zoals de Wsw bood. Rol gemeente sinds 2015 De Participatiewet is op 1 januari 2015 in werking getreden ter vervanging van de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wajong. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet: vanaf 2015 kunnen mensen met arbeidsvermogen die tot de doelgroep van de Participatiewet behoren een beroep doen op de gemeente voor re-integratieondersteuning en/of een uitkering. Tegelijkertijd is de toegang voor nieuwe instroom in Wsw gestopt en de Wajong alleen nog toegankelijk voor jongeren die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. De mensen die al vanuit de Wsw of de Wajong werden ondersteund, blijven onder dit wettelijk kader vallen totdat zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Aangezien instroom in de Wsw niet meer mogelijk is daalt het aantal sw-ers jaarlijks met 5-6%. In de praktijk betekent dit dat pas vanaf 2050 Sociaal Werk volledig bestaat uit mensen met arbeidsvermogen die extra ondersteuning nodig hebben onder de Participatiewet.
Doelgroep Participatiewet De groep waarvoor de gemeente direct verantwoordelijk is wat betreft extra ondersteuning blijft toenemen, vanwege de geleidelijke ingroei, tot ongeveer 2050. Het gaat hierbij vooral om werknemers die aan het werk zijn met begeleiding (vaak in de vorm van jobcoaching) en voor wie meestal ook loonkostensubsidie (LKS) wordt ingezet om de werkgever te compenseren voor een lagere productiviteit. Wanneer zij in dienst komen bij een werkgever hebben zij hierbij veelal langdurig of zelfs structureel ondersteuning nodig.
Verandering van Financiering Wsw en Loonkostensubsidie Kenmerken van de Wsw zijn:
-
Voor mensen met arbeidsbeperking, op basis van indicatie van het UWV vooral in dienst bij sociale werkvoorzieningen zoals Pantar, gericht op werken in een beschermde omgeving: aangepaste werksoorten en werkplekken, groepsgewijs, extra begeleiding door teamleiders, werkbegeleiders etc. de loonkosten worden (vrijwel) geheel vergoed door het rijk op basis van een gemiddeld bedrag per persoon ongeacht de productiviteit (loonwaarde) en begeleidingsbehoefte. Daarnaast opbrengsten uit bedrijfsvoering om overhead te dekken.
Kenmerken van de Participatiewet zijn: - Mensen met arbeidsbeperking werken mee naar vermogen, zo regulier mogelijk. Gericht op werken bij reguliere werkgevers op basis van individuele aanpak. - Beschermde omgeving alleen beschikbaar voor meest kwetsbaren voor wie werken bij reguliere werkgever geen optie is in de vorm van Beschut Werk. Beschut werk is voor mensen die alleen in een ‘beschutte’ omgeving onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. De voorziening is bedoeld voor mensen die alleen met een aanzienlijke investering in begeleiding en/of aanpassingen - in staat zijn tot productief werk. - Financiering gebaseerd op loonwaarde: ‘niet-productieve’ deel van werkzaamheden wordt via loonkostensubisidie gecompenseerd, de werkgever moet productieve uren terugverdienen. Daarnaast beperkt budget voor jobcoaching beschikbaar. Op individuele basis is aanpassing werkplek, inzet vervoersvoorziening e.d. mogelijk. Door de forse bezuinigingen die gepaard gingen met de invoering van de Participatiewet zijn de middelen voor de nieuwe doelgroep aanzienlijk lager dan onder de oude regeling. En daardoor is er veel minder financiële ruimte om banen volledig te subsidiëren en de infrastructuur van een beschermde werkomgeving zoals bij Pantar te financieren. Alleen via Nieuw Beschut kunnen de loonkosten voor een beperkte groep mensen in hoge mate worden vergoed.
Het beleid is mede daardoor er veel meer op gericht om mensen bij reguliere werkgevers te plaatsen met loonkostensubsidie op basis van loonwaarde in plaats van in de beschermde werkomgeving van Pantar.
Financieringssystematiek Participatiewet Bij de invoering van de Participatiewet in 2015 is er door het rijk voor gekozen de middelen voor de loonkostensubsidie toe te voegen aan het BUIG budget en deze middelen via het landelijk verdeelmodel te verdelen. Amsterdam heeft net als de andere G4-gemeenten een hoge bijstandsdichtheid in vergelijking met andere gemeenten en dat leverde een financieel voordeel op. Anders gesteld: een financieel voordeel doordat het Amsterdamse aandeel in de reguliere bijstandspopulatie groter is (circa 10%) dan in het aandeel Wsw en Wajong (circa 5 %). Met ingang van 2022 is de financiering gewijzigd en worden de kosten voor LKS vergoed op basis van feitelijke realisatie. Deze nieuwe financiering is nadelig voor Amsterdam ten opzichte van de eerdere. Dit betekent niet persé dat Amsterdam te weinig doet aan LKS, maar alleen dat er een verschil is tussen het aandeel in de BUIG en het aandeel in de LKS. Dat komt doordat het aantal Wsw’ers en het aantal Wajongers scheef over het land is verdeeld, waardoor de verhouding tussen de Wsw/Wajong en de nieuwe doelgroepen tussen gemeenten verschilt. Dit is van oudsher zo, omdat er in het verleden verschillende keuzes zijn gemaakt in het land bij het indiceren van mensen voor de Wsw en Wajong.
De aanpak van de gemeente is er op gericht een goed evenwicht te vinden tussen de inzet van loonkostensubsidies enerzijds (de gewijzigde financieringssystematiek maakt het aantrekkelijker voor de gemeente hier meer op in te zetten) en de extra kosten voor begeleiding anderzijds (kosten die de gemeente zelf grotendeels dient te financieren).
Toelichting belangrijkste regelingen en begrippen
Beschut Werk/Nieuw Beschut Beschut werk is een landelijke regeling, onderdeel van de Participatiewet, voor mensen die alleen in een ‘beschermde’ omgeving onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. De voorziening is bedoeld voor mensen die alleen met een aanzienlijke investering in begeleiding en/of aanpassingen in staat zijn tot productief werk. Hierbij is een persoon die behoort tot de doelgroep beschut werk werkzaam in loondienst (arbeidsovereenkomst of ambtelijke aanstelling). De financiering vanuit het rijk is gebaseerd op landelijk vastgestelde streefcijfers per gemeente. Loonkostensubsidie op basis van Loonwaarde (LKS) Deze subsidie, onderdeel van de Participatiewet, kunnen gemeenten inzetten voor personen die bij aanvang van een dienstverband niet zelfstandig het Wettelijk Minimumloon (WML) kunnen verdienen. Aan de hand van een loonwaardemeting wordt in de startfase vastgesteld welke productie de persoon in de betreffende functie kan leveren in verhouding tot wat gebruikelijk is (de ‘loonwaarde’). De gemeente verstrekt de werkgever een loonkostensubsidie voor het ‘nietproductieve’ deel. Periodiek wordt de loonwaarmeting herhaald en de loonwaarde opnieuw vastgesteld. Zo geldt bijvoorbeeld voor een persoon met een loonwaarde van 60% dat de gemeente 40% van de loonkosten (tot WML) vergoedt.
In de praktijk zet de gemeente naast de LKS meestal ook persoonlijke ondersteuning (jobcoaching) in. Sociaal Werk In Amsterdam hanteren we de term Sociaal Werk voor de inzet voor Amsterdammers die bij aanvang van een dienstverband niet zelfstandig het Wettelijk Minimumloon (WML) kunnen verdienen. Onder Sociaal Werk vallen daarmee de sw-medewerkers, de medewerkers Beschut Werk en de medewerkers die werkzaam zijn met inzet van LKS. Gesubsidieerd Werk Amsterdam kent, net als veel andere gemeenten, een lokale voorziening in de vorm van gesubsidieerd werk. Er zijn diverse vormen van gesubsidieerd werk, zoals de Werkbrigade en Buurtbanen. Daarnaast zijn er afbouwende voorzieningen, zoals de Sargentinibanen en de voormalige WIW- en ID-banen. De hoogte van de subsidie is niet afhankelijk van de loonwaarde van de werknemer. In het algemeen geldt voor het meeste gesubsidieerd werk dat het banen betreft die een maatschappelijke meerwaarde voor de stad hebben en die ingevuld worden door werkzoekende Amsterdammers om werkervaring op te doen. In beginsel betreft het tijdelijk gecreëerde banen voor de stad, daar waar dit voor reguliere werkgevers onvoldoende interessant is, en de werknemers met de opgedane werkervaring door te laten stromen naar een reguliere baan zonder gemeentelijke ondersteuning.
Een tweede doel is Amsterdammers in kanssectoren tijdelijk de kans te geven tot het gewenst niveau te groeien (via een betaalde baan in combinatie met opleidingen), indien ze bij de start nog niet dit gewenste functieniveau halen.