CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Rijkswaterstaat geluidsonderzoek

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 23 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Krantenartikel: Tienduizenden Amsterdammers in herrie en fijnstof door kapotte geluidsschermen A10 (VN2023-005174)77.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

A10 Noord Tijdelijke ontheffing geluid vanwege het verwijderen van beschadigde delen van geluidschermen

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

|

2/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Samenvatting De geluidschermen langs de A10 Noord te Amsterdam en Landsmeer hebben hun einde levensduur bereikt. De vervanging is voorzien in 2025-2026. De afgelopen jaren zijn er diverse schermpanelen los gaan zitten. Om in de toekomst een (verkeers)onveilige situatie te voorkomen zijn in 2022 schermpanelen verwijderd. De geluidschermen waren oorspronkelijk 4,5 tot 5 meter hoog. Op de locaties waar de panelen zijn verwijderd is de hoogte maximaal 3 meter. Door het verwijderen van het bovenste deel van het scherm verliezen de geluidschermen een deel van hun functie. Het gedeeltelijk functieverlies van de geluidschermen leidt tot geluidsoverlast voor de achterliggende wijken. Daarnaast voldoet Rijkswaterstaat niet meer aan de wettelijke kaders voor geluid conform de Wet milieubeheer. Het functieverlies en de daarbij gepaard gaande geluidsoverlast strekt zich uit over een periode van vier jaar. Rijkswaterstaat zal voor de periode tot en met 2026 een Tijdelijke Ontheffing van Naleving geluidproductieplafonds aanvragen. Dit onderzoek is een bijlage bij de aanvraag Tijdelijke Ontheffing. Uit berekeningen blijkt dat op bijna 6.900 woningen een geluidtoename is groter dan 0,5 dB. Van deze woningen is bij 1.084 woningen de toename 2,5 dB of meer. In dit rapport wordt nader ingegaan op deze 1.084 woningen.

Bij een toename lager dan 2,5 dB wordt in het kader van de Leidraad ontheffingen geluidproductieplafonds rijks- en spoorwegen aanvullende maatregelen bij woningen niet proportioneel geacht. De geluidbelasting (Lden) in het jaar 2026 is bij deze 1.084 woningen 52 tot 65 dB. Bij 344 woningen is naar verwachting de geluidbelasting in de woning hoger dan de binnenwaardeeis. Uit de berekeningen blijkt dat het mogelijk is om het aantal woningen met een overschrijding van 2,5 dB of meer significant te verlagen. De significante verlaging is zowel mogelijk met een snelheidsverlaging (50 km/uur) gedurende het gehele etmaal, 2L ZOAB op zowel de binnen als de buitenring of een tijdelijk scherm van 3,5 meter hoog in combinatie met een snelheidsverlaging naar 90 km/uur op de binnenring. Hoewel vanuit geluid de drie verschillende varianten ongeveer gelijk scoren, kunnen de effecten voor andere aspecten sterk uiteenlopen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan bewonersperspectief, doorstroming, handhaafbaarheid, kosten, realisatietermijn en restwaarde van de maatregel vanaf het moment dat deze niet meer nodig is. Geadviseerd wordt op de resultaten voor geluid in een breder perspectief te plaatsen met andere aspecten. En op basis daarvan een keuze te maken.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

|

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Inhoudsopgave Samenvatting

2

1 Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Doel onderzoek Leeswijzer

4 5 5

2 Regelgeving

6

2.1 2.2 2.3

6 6 6

De algemene systematiek van geluidproductieplafonds Naleving geluidproductieplafonds Tijdelijke ontheffing

3 Uitgangspunten

8

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

8 12 13 18 18

Modellering van de weg Modellering van de omgeving Maatregelvarianten Berekeningsmethode Criteria toets geluidbelasting

4 Resultaten 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.2.7 4.2.8 4.2.9 4.2.10 4.2.11 4.3

20 Situatie 2026 met verlaagde schermen 20 Maatregelvarianten voor situatie 2026 23 Maximaal toegestane rijsnelheid 80 km/uur gehele etmaal 25 Maximaal toegestane rijsnelheid 70 km/uur gehele etmaal 26 Maximaal toegestane rijsnelheid 50 km/uur gehele etmaal 27 Maximaal toegestane rijsnelheid 80 km/uur (23.00-06.00) 28 Maximaal toegestane rijsnelheid 70 km/uur (23.00-06.00) 30 Maximaal toegestane rijsnelheid 50 km/uur (23.00-06.00) 32 Aanleg tweelaags ZOAB op HRL: km 1,5 – 2,3 en HRR: km 32,4 – 5,7534 Aanleg tweelaags ZOAB op HRL: km 32,4 – 5,75 35 Aanleg tweelaags ZOAB op HRL en HRR; km 32,4 – 5,75 37 Tijdelijke schermen hoogte 3,5 meter 38 Tijdelijke schermen hoogte 2,9 meter 39 Conclusie 40

Bijlage 1 Toename geluidbelasting per klasse en decibel

42

Bijlage 2 Per woning | Geluidbelasting en toename geluidbelasting

44

Colofon

45

3/45

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

|

4/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

1

Inleiding 1.1

Aanleiding De geluidschermen langs de A10 Noord te Amsterdam en Landsmeer hebben hun einde levensduur bereikt en zijn in het Vervang- en Renovatieprogramma (VenR) opgenomen. De vervanging is voorzien in 2025-2026. De afgelopen jaren zijn er diverse schermpanelen los gaan zitten. Deze zorgen voor een (verkeers)onveilige situatie. Dat heeft zich voorgedaan tijdens de storm Eunice op 18 en 19 februari 2022. Om te voorkomen dat bij een volgende storm opnieuw een onveilige situatie ontstaat, zijn eind augustus 2022 ook andere schermpanelen verwijderd. De locatie van de panelen die zijn verwijderd zijn in Figuur 1 met een rode en oranje lijn weergeven.

Figuur 1

Verwijderde schermdelen zijn met een rode en oranje lijn weergegeven.

De geluidschermen waren oorspronkelijk 4,5 tot 5 meter hoog. Op de locatie van de rode en

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

|

5/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

oranje lijnen zijn de panelen preventief verwijderd tot een hoogte van 3 meter. Door de panelen tot een hoogte van 3 meter te behouden wordt een open verbinding tussen de woonwijken en de rijksweg voorkomen. Echter door het verwijderen van het bovenste deel van het scherm verliezen de geluidschermen een deel van hun functie. Het gedeeltelijk functieverlies van de geluidschermen leidt tot geluidsoverlast voor de achterliggende wijken. Daarnaast voldoet Rijkswaterstaat niet meer aan de wettelijke kaders voor geluid conform de Wet milieubeheer. Rijkswaterstaat is voornemens de geluidschermen te vervangen. Dit is ook opgenomen in het VenR programma en staat in de planningen voor 2025-2026. Het functieverlies en de daarbij gepaard gaande geluidsoverlast strekt zich uit over een periode van vier jaar. Rijkswaterstaat zal voor de periode tot en met 2026 een Tijdelijke Ontheffing van Naleving geluidproductieplafonds aanvragen, hierna te noemen: Tijdelijke Ontheffing.

1.2

Doel onderzoek Het doel van het onderzoek is tweeledig:  Inzicht krijgen in het aantal woningen en de locatie van de woningen dat in verband met de Tijdelijke Ontheffing voor gevelisolatie in aanmerking komt;  De hoogte van de geluidbelasting van deze woningen vast te stellen gedurende de ontheffingperiode. Aanvullend biedt het onderzoek inzicht in de effecten bij maatregelvarianten met snelheidsverlaging, tweelaags ZOAB en tijdelijke schermen.

1.3

Leeswijzer Dit rapport bevat in hoofdstuk 2 de regelgeving welke aanleiding is tot dit onderzoek. De uitgangspunten van het geluidmodel, de maatregelvarianten en de berekeningen zijn vastgelegd in hoofdstuk 3 en tot slot staan de resultaten in hoofdstuk 4. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

|

6/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

2

Regelgeving

Dit hoofdstuk gaat nader in op de regelgeving. In §2.1 wordt begonnen met de algemene systematiek van geluidproductieplafonds. Daarna wordt in §2.2 ingegaan op de verplichting tot naleving van de geluidproductieplafonds. En wordt tenslotte in §2.3 beschreven dat in bijzondere omstandigheden een verzoek gedaan kan worden voor een Tijdelijke Ontheffing.

2.1

De algemene systematiek van geluidproductieplafonds De Wet milieubeheer, hoofdstuk 11, beoogt de omgeving te beschermen tegen geluidhinder van rijks- en spoorwegen maar tegelijkertijd niet de mobiliteit te belemmeren. Geluidproductieplafonds bieden de beheerder van de weg een gewaarborgde geluidruimte die tevens het belang van mobiliteit dient. Het verkeer kan zich ontwikkelen zolang de geluidproductie daarvan onder het geldende plafond blijft. Het geluidproductieplafond garandeert indirect dat een bepaalde maximale geluidbelasting bij de woning niet wordt overschreden. Door de vaststelling van geluidproductieplafonds voor wegen, heeft de burger een waarborg dat die geluidsbelasting op zijn woning niet overschreden zal worden. De vaststelling leidt ertoe dat over lange tijd bezien de geluidproductie in het referentiepunt gemiddeld genomen ongeveer gelijk blijft aan de heersende waarde bij invoering van de wet. Pas in geval van wijziging van een geluidproductieplafond kan ook de maximaal te ondervinden geluidsbelasting op de woning veranderen. Dit kan slechts in een met waarborgen omklede procedure plaatsvinden. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek op woningniveau is daarbij een vereiste.

2.2

Naleving geluidproductieplafonds De beheerder van de weg, Rijkswaterstaat, draagt zorg voor de naleving van de geluidproductieplafonds. Dat houdt in dat Rijkswaterstaat erop toeziet dat de geluidproductieplafonds niet overschreden worden. Hiertoe dient Rijkswaterstaat jaarlijks een verslag uit te brengen aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Daarin wordt verslag gedaan van de naleving van de geluidproductieplafonds. Wanneer er een overschrijding van de GPP’s aan de orde is die slechts tijdelijk is, is het onder bepaalde omstandigheden mogelijk om hiervoor een ontheffing aan te vragen.

2.3

Tijdelijke ontheffing Rijkswaterstaat kan in bijzondere omstandigheden, in het geval van een tijdelijk probleem, een verzoek aan de Minister doen om een tijdelijke ontheffing van de nalevingsplicht. Op

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

|

7/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

basis van artikel 11.24 Wet milieubeheer kan de Minister op verzoek van Rijkswaterstaat een ontheffing verlenen van de verplichting tot naleving van een geluidproductieplafond. Een tijdelijke overschrijding kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer door wegwerkzaamheden, de verkeersintensiteit op een andere weg aanzienlijk toeneemt. Of zoals in het geval bij de A10 Noord door onvoorziene omstandigheden zoals een krachtige storm, vanwege de verkeersveiligheid los zittende schermpanelen verwijderd moeten worden. De maximale termijn waarvoor een tijdelijke ontheffing kan worden verleend bedraagt vijf jaar. Bij het verzoek om een ontheffing moet worden aangegeven wat de verwachte mate van overschrijding van de GPP’s is. Hiervoor moeten worden onderzocht wat de geluidproductie op de referentiepunten zal zijn tijdens de ontheffing, en welke geluidbelastingen en toename van de geluidbelasting er op de woningen zal zijn ten opzichte van de geluidbelasting met een volledig benut geluidproductieplafond. Ook moet worden aangegeven wat de duur en de aard van de bijzondere omstandigheid is, en voor welke kalenderjaren de ontheffing wordt aangevraagd. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden voor de duur van de ontheffing. Het onderzoek op referentiepunten maakt geen deel uit van deze rapportage, maar is vastgelegd in een memo dat een bijlage is van de aanvraag Tijdelijke Ontheffing.

Ook kan de Minister ervoor kiezen om geluidwerende maatregelen aan geluidgevoelige objecten te treffen, wanneer de ontheffing leidt tot een overschrijding van de binnenwaarde (het geluidniveau in de woning) van meer dan 5 dB. In dat geval moet dus onderzoek worden gedaan naar de geluidwering van de gevels. Het onderzoek naar de woningen waar de ontheffing mogelijk tot een overschrijding van de binnenwaarde leidt is vastgelegd in het voorliggende rapport. Het voorliggende rapport is een bijlage van de aanvraag Tijdelijke ontheffing. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft met de ‘Leidraad ontheffingen geluidproductieplafonds rijks- en spoorwegen’ een hulpmiddel aangereikt voor onderzoeken in het kader van tijdelijke ontheffingen. §3.5 gaat daar nader op in.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

|

8/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Uitgangspunten

3

Dit hoofdstuk gaat nader in op de uitgangspunten. Daarin is een onderverdeling gemaakt tussen de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het geluidmodel (§3.1 en 3.2), de maatregelvarianten die zijn beoordeeld (§3.3), de berekeningsmethode (§3.4) en de toets van de berekende geluidbelasting en het geluid in de woningen (§3.5).

3.1

Modellering van de weg Geluidregister (situatie Lden,GPP) Voor de modellering van de weg zijn de brongegevens uit het geluidregister voor rijkswegen als uitgangspunt genomen. Daarop zijn de volgende onderdelen aangepast:  Het saneringsscherm uit het besluit van 22 februari 2022 (kenmerk IenW/BSK-2022/22807) langs de A10 is eruit gehaald. Het betreft het 8 m hoge scherm van km 31,85 – 32,08 aan de rechterwegzijde langs de zuidelijke toerit S118. Het besluit voor dit saneringsscherm geeft aan dat dit scherm binnen 5 jaar (na het onherroepelijk worden van het besluit van 22 februari 2022) kan zijn getroffen. Dit scherm wordt daardoor niet voor, pas in of mogelijk na de periode van deze Tijdelijke Ontheffing gerealiseerd;  Het scherm langs de A10 aan de zijde van Landsmeer is toegevoegd. Dat scherm is gerealiseerd voor nieuwe woningen uit het bestemmingsplan Luijendijk-Zuid in Landsmeer, maar staat niet in het geluidregister. Het scherm ligt tussen km 32,685 - 1,125 en is 3,5 m hoog. In Figuur 2 en Figuur 3 zijn respectievelijk de wegdekverharding en de gemodelleerde rijsnelheid afgebeeld. Bij de snelheid is de rijsnelheid per voertuigcategorie gegeven (lichte motorvoertuigen/middelzware motorvoertuigen/zware motorvoertuigen). De snelheid in de dag-, avond- en nachtperiode is gelijk.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

|

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Figuur 2

Wegdekverharding situatie geluidregister.

Figuur 3

Snelheid situatie geluidregister.

9/45

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 10/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Situatie 2026 met verlaagde schermen Voor de modellering van de weg in de tijdelijke situatie met verlaagde schermen is de situatie in 2026 als uitgangspunt genomen. Daartoe is de hierboven beschreven situatie ‘Geluidregister’ inclusief de twee wijzigingen als uitgangspunt genomen. Daarop zijn voor de situatie in 2026 de wegvakken op de A10 van km 31,8 – 8,6 op de volgende onderdelen aangepast:  Intensiteiten op basis van het jaar 2026;  Wegdekverharding op basis van onderzoek naleving 2021;  Snelheden op basis van onderzoek naleving 2021.  Geluidschermen verlaagd naar 3 meter op basis van de situatie in september 2022 In Figuur 4 en Figuur 5 zijn respectievelijk de wegdekverharding en de snelheid afgebeeld. Bij de snelheid is de snelheid per voertuigcategorie gegeven (lichte motorvoertuigen/middelzware motorvoertuigen/zware motorvoertuigen). De snelheid in de dag-, avond- en nachtperiode is gelijk. In Figuur 6 zijn respectievelijk de schermen aangegeven waarvoor de hoogte is verlaagd naar 3 meter. Als voor een deel van zo’n scherm de hoogte al lager is dan 3 meter, dan is de hoogte niet aangepast. Dat komt voor bij schermen die aan het einde aflopend zijn.

Figuur 4

Wegdekverharding situatie 2026 zonder aanvullende maatregelen.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 11/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Figuur 5

Snelheid situatie 2026 zonder aanvullende maatregelen.

Figuur 6

Geluidschermen situatie 2026 met locatie van de verlaagde geluidschermen.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 12/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

3.2

Modellering van de omgeving Bodemgebieden Bodem gebieden kunnen geluid absorberen (‘zachte bodems’, zoals grasland) of reflecteren (‘harde bodems’ zoals water en dicht asfalt) De bodemgebieden zijn samengesteld op basis van de informatie uit de BGT. De BGT is een grootschalige kaart van heel Nederland, waarin de ligging van alle fysieke objecten, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en terreinen gedetailleerd is geregistreerd. De BGT is een vlakkenbestand. Eigenschappen van de vlakken zijn vastgelegd in objectklassen en -functies. Aan de vlakken in de BGT zijn akoestische eigenschappen toegekend. Voor alle voorkomende combinaties van objectklassen en -functies is bepaald welke vlakken reflecterend (bodemfactor 0) of absorberend (bodemfactor 1) zijn. In de selectie zijn alle ondergrondse objecten buiten beschouwing gelaten. Wegen met een absorberend asfalt, zoals ZOAB, zijn in het model met een bodemfactor 0,5 ingevoerd. Gebouwen Voor de gebouwen is het bestand 3D Geluid als basis gebruikt. In dit vlakkenbestand is zowel de maaiveldhoogte bij de gebouwen als de gebouwhoogte opgenomen. Gebouwen zijn hierin opgedeeld in meerdere delen, als de gebouwhoogte binnen een gebouw varieert. De gebruikte versie van het bestand 3D Geluid gaat uit van peildatum 1 januari 2020.

Om een actuelere dataset voor het geluidmodel te verkrijgen, die representatief is voor de situatie in 2021, zijn correcties toegepast. Hiertoe is het bestand 3D Geluid vergeleken met het gebruikte bronbestand van de BAG. Daarbij zijn de volgende controles en acties uitgevoerd: 1. Gebouw in 3D Geluid én in BAG: gebouw uit 3D Geluid opnemen in geluidmodel; 2. Gebouw wel in 3D Geluid maar niet in BAG: gebouw uit 3D Geluid niet opnemen in geluidmodel; 3. Gebouw wel in BAG maar niet in 3D Geluid: gebouw uit BAG opnemen in geluidmodel. Het merendeel van de gebouwen in het geluidmodel valt binnen de eerste categorie.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 13/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

De gebouwen uit de BAG bevatten geen hoogte-informatie. Daarnaast heeft een klein deel van de gebouwen in het bestand 3D Geluid verkeerde hoogte-informatie. Dat blijkt enerzijds uit de kwalificatie van de hoogte-informatie die in het bestand 3D Geluid is opgeslagen en anderzijds uit aanvullende geautomatiseerde controles van dBvision. Voor deze selectie van gebouwen is hoogte-informatie opgehaald uit het AHN (het Actueel Hoogtebestand Nederland). Vervolgens is beoordeeld of met deze extra informatie wel reële gebouwhoogten verkregen worden. Voor bijna alle gebouwen is dat het geval. Hiervoor is de hoogteinformatie van het AHN overgenomen. Voor de resterende gebouwen is voor de maaiveldhoogte wel uitgegaan van het AHN maar zijn standaard waarden voor de gebouwhoogten gehanteerd. Voor de geluidgevoelige gebouwen is daarbij uitgegaan van 9 m en voor niet geluidgevoelige gebouwen van 2 m. Alle gebouwhoogten in het geluidmodel zijn afgerond op veelvouden van 0,5 m. De volgende gebouwen zijn niet het geluidmodel opgenomen:  Ondergrondse gebouwen;  Gesloopte gebouwen;  Gebouwen met een sloopvergunning. Hoogtelijnen De hoogtelijnen zijn samengesteld op basis van de volgende bestanden: 1. DTB: dit bestand bevat de hoogte-informatie in de omgeving van rijkswegen en vaarwegen; 2.

Hoogtelijnen in het bronbestand van Rijkswaterstaat: dit bestand bevat de hoogteinformatie in de omgeving van de A10; 3. 3D Basisvoorziening: dit bestand is gebruikt voor de hoogte-informatie in de omgeving buiten de rijkswegen, vaarwegen en spoorwegen. Dit betreft vooral de omgeving van de gemeentelijke en provinciale wegen. In het bestand 3D Basisvoorziening zijn vlakken van representatieve categorieën ‘CityObjects’ geselecteerd, zoals wegen en water. Deze vlakken zijn inclusief bijhorende hoogte-informatie omgezet naar een lijnenbestand dat ingelezen kan worden in het geluidmodel. Wallen en schermen Voor de A10 zijn de schermen uit het geluidregister als uitgangspunt genomen. Bij tunnels zijn tunnelbakwanden toegevoegd. De aanpassing van de schermen is beschreven in §3.1.

3.3

Maatregelvarianten De geluidbelasting voor de referentie situatie is Lden,gpp. De geluidbelasting voor het jaar 2026 is bepaald voor de situatie met verlaagde schermen tot een hoogte van 3 meter. In deze situatie is rekening gehouden met de verlaagde schermen zoals die vanaf september 2022 langs de A10 Noord staan.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 14/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Aanvullend is beoordeeld wat het effect is van geluidmaatregelen waarmee de toename van het geluid door de verwijderde schermpanelen wordt verminderd. Van de onderstaande maatregelvarianten zijn de effecten bepaald: a. Lden,2026 met maximaal toegestane rijsnelheid 80 km/uur gehele etmaal b. Lden,2026 met maximaal toegestane rijsnelheid 70 km/uur gehele etmaal c. Lden,2026 met maximaal toegestane rijsnelheid 50 km/uur gehele etmaal d. Lden,2026 met maximaal toegestane rijsnelheid 80 km/uur (23.00-06.00) e. Lden,2026 met maximaal toegestane rijsnelheid 70 km/uur (23.00-06.00) f. Lden,2026 met maximaal toegestane rijsnelheid 50 km/uur (23.00-06.00) g. Lden,2026 met aanleg tweelaags ZOAB op HRL: km 1,5 – 2,3 en HRR: km 32,4 – 5,75 h. Lden,2026 met aanleg tweelaags ZOAB op HRL: km 32,4 – 5,75 i. Lden,2026 met aanleg tweelaags ZOAB op HRL en HRR; km 32,4 – 5,75 j. Lden,2026 met tijdelijke schermen hoogte 3,5 meter met maximumsnelheid op de HRR van 90 km/uur k. Lden,2026 met tijdelijke schermen hoogte 2,9 meter met maximumsnelheid op de HRR van 90 km/uur In Figuur 7, Figuur 8 en Figuur 9 is wegdekverharding afgebeeld voor maatregelvariant g, h en i. De wegdekverharding voor de overige maatregelvarianten is gelijk aan de situatie 2026 zonder aanvullende maatregelen.

In Figuur 10 en Figuur 11 is de snelheid per voertuigcategorie gegeven (lichte motorvoertuigen/middelzware motorvoertuigen/zware motorvoertuigen). De snelheid in de dag-, avond- en nachtperiode is gelijk. Het gaat bij Figuur 10 om maatregelvariant a en bij Figuur 11 om maatregelvarianten j en k. Bij maatregelvariant b en c is de snelheid net als bij maatregelvariant a aangepast, maar dan naar een lagere snelheid. Ook de snelheid op de toeen afrit is aangepast naar deze snelheid in het geval deze anders zou zijn dan de snelheid op de aangrenzende hoofdrijbaan. Voor de varianten d, e en f is enkel de snelheid voor de nachtperiode tussen 23.00 – 06.00 uur aangepast aan de maximaal toegestane rijsnelheid van respectievelijk 80, 70 of 50 km/u. Voor de periode 06.00 – 07.00 uur is de snelheid niet aangepast. Aangenomen is dat de verkeersintensiteit per uur in de nachtperiode voor en na 06.00 uur gelijk is. De snelheid voor de overige maatregelvarianten is gelijk aan de situatie 2026 zonder aanvullende maatregelen. Behalve bij de variant met tijdelijke schermen. Bij zowel de basisvariant (situatie 2026) als de maatregelvarianten wordt aanvullend een marge van +0,5 dB op de geluidimmissie meegenomen, voordat deze wordt getoetst aan de referentie situatie Lden,gpp.

De marge van +0,5 dB wordt meegenomen om enige ruimte te creëren voor het opvangen van fluctuaties en onzekerheden over de prognose van de verkeersintensiteit (aantal/samenstelling) en voorkomt een onderschatting van het geluid voor de omwonenden.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 15/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

In Figuur 12 is de locatie afgebeeld van de tijdelijke schermen. Deze zijn meegenomen in maatregelvariant j en k. Bij j is de hoogte van het scherm 3,5 meter en bij k is de hoogte 2,9 meter. Uitgangspunt bij deze tijdelijke schermen zijn:  Absorberende schermen;  De basis van het scherm is een barrier van 0,80 meter breed;  Voorkant barrier komt op 1,5 meter naast de kantstreep, daardoor komt de top van het geluidscherm op 1,9 meter naast kantstreep. Het tijdelijke scherm staat daarmee tussen de rijbaan en de bestaande (verlaagde) schermen, zie Figuur 12. Om die reden is de maximumsnelheid op de HRR (waar de tijdelijke schermen staan) uit veiligheidsoverwegingen verlaagd naar 90 km/uur. De tijdelijke schermen staan enkel aan de binnenring. Op de buitenring tussen de toe- en afrit van S117 wordt geen tijdelijk scherm geplaatst. Het verlagen van het bestaande scherm is hier enkel over een klein deel dat deels overlapt met het scherm dat langs de toerit loopt. Het verlagen van het scherm tussen de toe- en afrit heeft niet tot nauwelijks effect op de woningen aan de noordzijde van de A10.

Figuur 7

Wegdekverharding 2026 maatregelvariant g (2L ZOAB 1).

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 16/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Figuur 8

Wegdekverharding 2026 maatregelvariant h (2L ZOAB 2).

Figuur 9

Wegdekverharding 2026 maatregelvariant i (2L ZOAB 3).

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 17/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Figuur 10 Snelheid 2026 maatregelvariant a (80 km/u).

Figuur 11 Snelheid 2026 maatregelvariant j en k (tijdelijk scherm).

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 18/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Figuur 12 Geluidschermen 2026 maatregelvariant j en k (tijdelijk scherm).

3.4

Berekeningsmethode De berekeningen op woningniveau zijn uitgevoerd op basis van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, Bijlage III. Voor de berekeningen is de software Geomilieu versie 2022.2.2 gebruikt.

3.5

Criteria toets geluidbelasting De berekende geluidbelasting wordt getoetst in twee stappen. Deze zijn hieronder nader beschreven. Deze stappen zijn afkomstig uit de Leidraad ontheffingen geluidproductieplafonds rijks- en spoorwegen die is vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Bij de toets van de geluidbelasting op woningen wordt gekeken naar het verschil tussen de situatie die is ontstaan nadat de schermen verlaagd zijn naar 3 meter en de situatie bij volledig gevuld geluidproductieplafond (Lden,gpp). Ook bij de maatregelvarianten wordt daarnaar gekeken. Op basis van dat verschil wordt beoordeeld of er een overschrijding is ten opzichte van de referentiesituatie Lden,gpp Stap 1: Is er sprake van een toename van 3 dB of meer bij woningen? Wanneer de overschrijding gering is of van korte duur, wegen maatregelen niet op tegen de kosten daarvan. De grens voor de mate van de overschrijding wordt gelegd bij een

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 19/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

overschrijding van afgerond maximaal 2 dB (inclusief de onzekerheidsmarge van +0,5 dB). Hierbij is rekening gehouden met het feit dat 2 dB geluidstoename een voor het menselijk gehoor relevante grens is en de overschrijding duurt maximaal 5 jaar. Er wordt daarom getoetst bij welke woningen het geluid met 3 dB of meer toeneemt. Het gaat dan om een overschrijding ten opzichte van de referentiesituatie Lden,gpp. Bij die woningen wordt tevens in Stap 2 het geluidniveau in de woning onderzocht.” Stap 2: Is het waarschijnlijk dat het geluid in de woning 5 dB boven de eis ligt? Voor een toets van het geluid in de woningen is beoordeeld in hoeverre het waarschijnlijk is dat de grens voor de binnenwaarde door de verwijderde panelen met meer dan 5 dB wordt overschreden. Daarbij is standaard aangenomen dat de minimale geluidwerendheid van gevels 17 dB is (basis gevelisolatie). Voor een deel van de woningen zijn in de bestaande situatie al geluidwerende maatregelen aan de gevel geconstateerd. Voor deze woningen is aangenomen dat de minimale geluidwerendheid van gevels 22 dB is (eerder verzwaarde gevelisolatie). De woningen zijn bij de resultaten afzonderlijk geduid. De aanleg van de A10 Noord is in 1990 afgerond. Omdat het hier woningen langs een nieuwere weg betreft geldt een eis voor de binnenwaarde van het geluid van 36 dB.

Als sprake van een gevelbelasting van 59 dB dan bestaat de mogelijkheid dat de binnenwaarde eis met meer dan 5 dB wordt overschreden1. Het geluid in de woning is in zo’n geval 42 dB of hoger. In het geval van de woningen waar geluidwerende maatregelen zijn geconstateerd is deze grens niet 59 dB maar 64 dB.

1

59 dB (gevelbelasting) – 17 dB (gevelisolatie) = 42 dB (binnenwaarde)

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 20/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4

Resultaten

In dit hoofdstuk wordt in §4.1 beschreven in welke mate de situatie 2026 met verlaagde schermen leidt tot een toename van geluid op woningen. Daarna wordt in §4.2 ingegaan op de toename van het geluid bij de verschillende maatregelvarianten. Tot slot staat in §4.3 de conclusie.

4.1

Situatie 2026 met verlaagde schermen De geluidtoename voor de situatie 2026 met verlaagde schermen is weergegeven in Figuur 13. Het gaat daarbij om de toename ten opzichte van Lden,GPP. Als de waarde van Lden,GPP lager is dan de wettelijke voorkeurswaarde van 50,5 dB is de toename ten opzichte van 50,5 dB. Bij het berekenen van een toename en bij de weergave van de geluidbelasting is rekening gehouden met de onzekerheidsmarge van +0,5 dB voor de situatie 2026 met verlaagde schermen (zie §3.5). De toename tot en met 0,5 dB wordt veroorzaakt door de genoemde onzekerheidsmarge van 0,5 dB. Daarboven komt de toename door het verlagen van de schermen naar een hoogte van 3,0 meter. Tot een afstand van maximaal 1.000 m van de A10 komt een toename groter dan 0,5 voor. De maximale toename is 7 dB en komt voor bij 10 adressen. Van deze 10 adressen is de maximale geluidbelasting 59 dB in de situatie 2026 met verlaagde schermen. Op bijna 6.900 woningen is een geluidtoename berekend groter dan 0,5 dB. Van deze woningen is bij 1.084 woningen de toename 2,5 dB of meer. Deze 1.084 woningen zijn weergegeven in Figuur 14. In het vervolg van dit rapport wordt nader ingegaan op deze 1.084 woningen met een toename van 2,5 dB of meer.

Bij een toename lager dan 2,5 dB wordt in het kader van de Leidraad ontheffingen geluidproductieplafonds rijks- en spoorwegen aanvullende maatregelen bij woningen niet proportioneel geacht. Van de 1.084 woningen met een toename van 2,5 dB of meer is de geluidbelasting tussen de 52 en 65 dB. In Figuur 14 zijn de woningen in vier kleuren aangeduid. Tevens is met een zwarte cirkel aangeduid of sprake is van een toename van 5 dB of meer. De kleurenaanduiding is hieronder nader toegelicht.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 21/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Woningen met basis gevelisolatie  Groen: Geluidbelasting van 53,0 – 58,5 dB;  Oranje: Geluidbelasting van 58,5 – 68,0 dB. Woningen met eerder verzwaarde gevelisolatie  Blauw: Geluidbelasting van 53,0 – 63,5 dB;  Paars: Geluidbelasting van 63,5 – 68,0 dB. De hier genoemde geluidbelasting is inclusief de onzekerheidsmarge van +0,5 dB. In Figuur 14 komen woningen met een paarse kleur niet voor. Tabel 1 geeft het aantal woningen per klasse. Bijlage 1 geeft een nadere detaillering op Tabel 1. Daarbij is per kleur een uitsplitsing gemaakt naar geluidtoename per afgeronde decibel. Bij de woningen zonder bestaande gevelisolatie is naar verwachting enkel bij de woningen met een oranje kleur aanvullende gevelisolatie nodig. Dat moet blijken uit een nog nader uit te voeren gevelisolatie onderzoek.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 22/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Figuur 13 Toename geluid situatie 2026 met verlaagde schermen ten opzichte van Lden,gpp.

Figuur 14 Geluidsituatie 2026 met verlaagde schermen en indeling naar klasse gevelisolatie.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 23/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Tabel 1

Aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer in de situatie 2026 met verlaagde schermen zonder aanvullende maatregelen en ingedeeld naar klasse.

4.2

Klasse

Aantal woningen

Groen

449

Oranje

344

Blauw

291

Paars

0

Toelichting Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

Maatregelvarianten voor situatie 2026 De resultaten voor de situatie 2026 met verlaagde schermen zonder aanvullende maatregelen (zoals weergegeven in Tabel 1) staan in een staafdiagram in Figuur 15. Daarbij gaat het om de variant aangeduid met ‘3m’. Aanvullend zijn de maatregelvarianten zoals vastgelegd in §3.3 ook in Figuur 15 weergegeven. Daarin wordt dezelfde volgorde gebruikt. Zo is bijvoorbeeld ‘maatregelvariant a’ in de staafdiagram aangeduid met ‘80’ en ‘maatregelvariant b’ met ’70’.

Figuur 15 Aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer in de situatie 2026 met verlaagde schermen en ingedeeld naar klasse (zie Tabel 1 voor een toelichting op de kleuren).

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 24/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Uit Figuur 15 is af te leiden dat een snelheidsverlaging gedurende het grootste deel van de nacht (‘80n’, ‘70n’ of ‘50n’) een relatief geringe reductie oplevert van het aantal woningen met een toename van ten minste 2,5 dB. In het vergelijk van de maatregelvarianten is de situatie 2026 met verlaagde schermen (‘3 m’) als referentie genomen. Deze variant heeft enkel effect op het geluid in het grootste deel van de nachtperiode. En is daarmee vooral gericht op het verminderen van de slaapverstoring door het geluid van het verkeer op de A10. Met een snelheidsverlaging gedurende het gehele etmaal (‘80’, ‘70’ of ‘50’) of met 2L ZOAB (‘2LZ1’, ‘2LZ2’ of ‘2LZ3’) is ongeveer een gelijke reductie te halen. Daarbij is duidelijk te zien dat naarmate de snelheidsmaatregel forser is (lagere snelheid) er een grotere afname van het aantal overschrijdingen is. Hetzelfde is te zien bij de omvang van 2L ZOAB als maatregel. Daarbij is 2L ZOAB aan de buitenring (‘2LZ2’) meer effectief dan 2L ZOAB op de binnenring (‘2LZ1’). Een tijdelijk scherm aan de binnenring (zuidzijde) in combinatie met een snelheidsverlaging naar 90 km/uur op de binnenring, heeft ook effect op de reductie van het aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer. Daarbij is er een groot verschil tussen een tijdelijk scherm van 3,5 meter hoog (‘sch 3,5’) en één van 2,9 meter hoog (‘sch 2,9’).

Bijlage 1 geeft een nadere detaillering op in Figuur 15. Daarbij is per kleur een uitsplitsing gemaakt naar geluidtoename per afgeronde decibel. In de paragrafen hierna zijn de verschillende varianten eveneens toegelicht.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 25/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.1

Maximaal toegestane rijsnelheid 80 km/uur gehele etmaal Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van snelheidsverlaging naar 80 km/uur gedurende het gehele etmaal. De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 16 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 80 km/uur (a) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 2

Aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 80 km/uur (a) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse Groen

Aantal woningen 106

Toelichting Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

Oranje

179

Blauw

198

Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig)

Paars

0

Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 26/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.2

Maximaal toegestane rijsnelheid 70 km/uur gehele etmaal Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van snelheidsverlaging naar 70 km/uur gedurende het gehele etmaal. De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 17 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 70 km/uur (b) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 3

Aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 70 km/uur (b) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse Groen

Aantal woningen 47

Toelichting Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

Oranje

60

Blauw

132

Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig)

Paars

0

Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 27/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.3

Maximaal toegestane rijsnelheid 50 km/uur gehele etmaal Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van snelheidsverlaging naar 50 km/uur gedurende het gehele etmaal. De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 18 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 50 km/uur (c) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 4

Aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 50 km/uur (c) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse Groen

Aantal woningen 12

Toelichting Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

Oranje

14

Blauw

75

Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig)

Paars

0

Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 28/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.4

Maximaal toegestane rijsnelheid 80 km/uur (23.00-06.00) Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van snelheidsverlaging naar 80 km/uur gedurende het grootste deel van de nacht. De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 19 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 80 km/u nacht (d) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 5

Aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 80 km/u nacht (d) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse

Aantal woningen

Groen

254

Oranje

306

Blauw

257

Paars

0

Toelichting Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 29/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

De resultaten van deze variant scoren minder goed dan de variant met dezelfde snelheidsverlaging gedurende het gehele etmaal (zie §4.2.1). Deze variant is echter een optimalisatie, waarbij aan de ene kant gedurende de nachtperiode (relevant voor slaapverstoring) een gelijk resultaat wordt bereikt als in de situatie met een snelheidsverlaging in het hele etmaal (zie §4.2.1). Maar gedurende de dag- en avondperiode wordt de doorstroming van het verkeer niet wordt belemmerd. Voor de beoordeling van geluidhinder scoort deze daardoor minder goed dan de variant in §4.2.1.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 30/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.5

Maximaal toegestane rijsnelheid 70 km/uur (23.00-06.00) Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van snelheidsverlaging naar 70 km/uur gedurende het grootste deel van de nacht. De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 20 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 70 km/u nacht (e) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 6

Aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 70 km/u nacht (e) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse

Aantal woningen

Groen

206

Oranje

274

Blauw

241

Paars

0

Toelichting Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 31/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

De resultaten van deze variant scoren minder goed dan de variant met dezelfde snelheidsverlaging gedurende het gehele etmaal (zie §4.2.2). Deze variant is echter een optimalisatie, waarbij aan de ene kant gedurende de nachtperiode (relevant voor slaapverstoring) een gelijk resultaat wordt bereikt als in de situatie met een snelheidsverlaging in het hele etmaal (zie §4.2.2). Maar gedurende de dag- en avondperiode wordt de doorstroming van het verkeer niet wordt belemmerd. Voor de beoordeling van geluidhinder scoort deze daardoor minder goed dan de variant in §4.2.2.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 32/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.6

Maximaal toegestane rijsnelheid 50 km/uur (23.00-06.00) Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van snelheidsverlaging naar 50 km/uur gedurende het grootste deel van de nacht. De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 21 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 50 km/u nacht (f) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 7

Aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 50 km/u nacht (f) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse

Aantal woningen

Groen

155

Oranje

255

Blauw

223

Paars

0

Toelichting Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 33/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

De resultaten van deze variant scoren minder goed dan de variant met dezelfde snelheidsverlaging gedurende het gehele etmaal (zie §4.2.3). Deze variant is echter een optimalisatie, waarbij aan de ene kant gedurende de nachtperiode (relevant voor slaapverstoring) een gelijk resultaat wordt bereikt als in de situatie met een snelheidsverlaging in het hele etmaal (zie §4.2.3). Maar gedurende de dag- en avondperiode wordt de doorstroming van het verkeer niet wordt belemmerd. Voor de beoordeling van geluidhinder scoort deze daardoor minder goed dan de variant in §4.2.3.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 34/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.7

Aanleg tweelaags ZOAB op HRL: km 1,5 – 2,3 en HRR: km 32,4 – 5,75 Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van aanleg van geluidreducerend asfalt (2L ZOAB) op de binnenring en ter plaatse van S117 (aansluiting Landsmeer). De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 22 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 2LZ1 (g) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 8

Aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 2LZ1 (g) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse

Aantal woningen

Groen

96

Oranje

142

Blauw

228

Paars

0

Toelichting Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 35/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.8

Aanleg tweelaags ZOAB op HRL: km 32,4 – 5,75 Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van aanleg van geluidreducerend asfalt (2L ZOAB) op de buitenring. De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 23 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 2LZ2 (h) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 9

Geluid bij maatregelvariant 2026 2LZ2 (h) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse

Aantal woningen

Groen

60

Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig)

Oranje

108

Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

Blauw

132

Paars

0

Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

Toelichting

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 36/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Tweelaags ZOAB op de buitenring scoort beter dan op de binnenring (zie paragraaf 4.2.7), omdat de geluidschermen het geluid van de buitenring minder goed afschermen. Dat komt omdat de afstand van de binnenring tot het scherm kleiner is vanaf de buitenring.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 37/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.9

Aanleg tweelaags ZOAB op HRL en HRR; km 32,4 – 5,75 Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van aanleg van geluidreducerend asfalt (2L ZOAB) op de binnen- en buitenring. De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 24 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 2LZ3 (i) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 10

Geluid bij maatregelvariant 2026 2LZ3 (i) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse

Aantal woningen

Groen

19

Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig)

Oranje

4

Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

Blauw

65

Paars

0

Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

Toelichting

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 38/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.10 Tijdelijke schermen hoogte 3,5 meter Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van aanleg van tijdelijk geluidscherm met een hoogte van 3,5 meter op de vluchtstrook aan de binnenring. Mede vanwege verkeersveiligheid wordt aanvullend de maximumsnelheid op de binnenring verlaagd naar 90 km/uur. De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 25 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 scherm 3,5 (j) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 11

Geluid bij maatregelvariant 2026 scherm 3,5 (j) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse

Aantal woningen

Groen

14

Oranje

2

Blauw

27

Paars

0

Toelichting Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 39/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.2.11 Tijdelijke schermen hoogte 2,9 meter Bij deze maatregelvariant wordt uitgegaan van aanleg van tijdelijk geluidscherm met een hoogte van 2,9 meter op de vluchtstrook aan de binnenring. Mede vanwege verkeersveiligheid wordt aanvullend de maximumsnelheid op de binnenring verlaagd naar 90 km/uur. De uitgangspunten bij deze maatregelvariant is in detail nader beschreven in §3.3. In onderstaande figuur en tabel staan de resultaten bij deze variant.

Figuur 26 Woningen met een toename van 2,5 dB of meer bij maatregelvariant 2026 scherm 2,9 (k) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Tabel 12

Geluid bij maatregelvariant 2026 scherm 2,9 (k) en indeling naar klasse gevelisolatie.

Klasse

Aantal woningen

Groen

197

Oranje

268

Blauw

202

Paars

0

Toelichting Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 58,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning zonder bestaande gevelmaatregelen | 58,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 53,0 – 63,5 dB (geen gevelisolatie-onderzoek nodig) Woning met bestaande gevelmaatregelen | 63,5 – 68,0 dB (gevelisolatie-onderzoek nodig)

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 40/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

4.3

Conclusie Zonder aanvullende maatregelen leidt de situatie met verlaagde schermen (tot 3,0 meter) in 2026 op bijna 6.900 woningen tot een geluidtoename groter dan 0,5 dB. Van deze woningen is bij 1.084 woningen de toename 2,5 dB of meer. Bij een toename lager dan 2,5 dB wordt in het kader van de Leidraad ontheffingen geluidproductieplafonds rijks- en spoorwegen aanvullende maatregelen bij woningen niet proportioneel geacht. In dit rapport wordt nader ingegaan op deze 1.084 woningen met een toename van 2,5 dB of meer. Voor deze woningen worden aanvullende maatregelen onderzocht en afgewogen. De geluidbelasting (Lden) bij deze woningen is 52 tot 65 dB inclusief een onzekerheidsmarge van 0,5 dB. Bij 344 woningen is naar verwachting de geluidbelasting in de woning hoger dan de binnenwaarde-eis. Snelheidsverlaging gedurende het etmaal Snelheidsverlaging gedurende het gehele etmaal heeft een significant effect op het aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer. En ook op het aantal woningen met een geluidbelasting hoger dan de binnenwaarde eis. Een verlaging naar 80 of 50 km/uur verlaagt het aantal woningen met een overschrijding van 2,5 dB of meer van 1.084 naar respectievelijk 483 of 101. Ook voor de woningen met een geluidbelasting hoger dan de binnenwaarde eis is een sterke verlaging van 344 naar respectievelijk 179 of 14.

Een snelheidsverlaging gedurende het gehele etmaal heeft naast de positieve effecten voor geluid negatieve effecten voor de doorstroming en het is twijfelachtig of de lagere maximumsnelheid handhaafbaar is. Snelheidsverlaging gedurende het grootste deel van de nacht De variant met een snelheidsverlaging gedurende het grootste deel van de nacht heeft het nadeel van de verminderde doorstroming minder. Maar heeft ook een veel kleiner effect op de reductie van het aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer en het aantal woningen met een geluidbelasting hoger dan de binnenwaarde eis. Een verlaging naar 80 of 50 km/uur verlaagt het aantal woningen met een overschrijding van 2,5 dB of meer van 1.084 naar respectievelijk 817 of 633. Ook voor de woningen met een geluidbelasting hoger dan de binnenwaarde eis is een verlaging van 344 naar respectievelijk 306 of 255. Een snelheidsverlaging gedurende het grootste deel van de nacht vooral effect op een reductie van de slaapverstoring. Deze is ongeveer gelijk aan de reductie bij een snelheidsverlaging gedurende het gehele etmaal. Aanleg van geluidreducerend asfalt Aanleg van geluidreducerend asfalt in de vorm van 2L ZOAB heeft een significant effect op het aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer. En ook op het aantal woningen met een geluidbelasting hoger dan de binnenwaarde eis. Afhankelijk van de variant is een

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 41/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

verlaging van het aantal woningen met een overschrijding van 2,5 dB of meer van 1.084 naar 466, 300 en 88 mogelijk. Ook voor de woningen met een geluidbelasting hoger dan de binnenwaarde eis is een verlaging van 344 naar 142, 108 en 4 mogelijk. De meeste reductie wordt bereikt met 2L ZOAB op zowel de binnen- als de buitering. Daarna leidt 2L ZOAB op de buitenring tot de meeste reductie. De minste reductie geeft 2L ZOAB op de binnenring en op een klein deel van de buitenring nabij S117. Aanleg van 2L ZOAB heeft geen negatieve effecten voor de doorstroming. Aanleg van tijdelijke geluidschermen Tijdelijke geluidschermen op de vluchtstrook langs de binnenring ter plaatse van de schermen die zijn verlaagd naar 3,0 meter hebben ook effect op de reductie van het geluid. Dat komt mede ook omdat vanwege verkeersveiligheid de snelheid op de binnenring dan ook verlaagd moet worden naar 90 km/uur. Maar ook omdat het scherm dicht bij de rijstrook is gepositioneerd. Er is een groot verschil tussen de variant met tijdelijke geluidschermen van 2,9 meter hoog en van 3,5 meter hoog. De variant met een 3,5 meter hoog scherm verlaagt het aantal woningen met een overschrijding van 2,5 dB of meer van 1.084 naar 43. Ook voor de woningen met een geluidbelasting hoger dan de binnenwaarde-eis is een verlaging van 344 naar respectievelijk 2.

Bij een tijdelijk scherm van 2,9 meter hoog zijn deze reducties naar respectievelijk 667 (toename 2,5 dB) en 268 (binnenwaarde) woningen. Algemene conclusie Uit de berekeningen blijkt dat het mogelijk is om het aantal woningen met een overschrijding van 2,5 dB of meer significant te verlagen. De significante verlaging is zowel mogelijk met een snelheidsverlaging (50 km/uur) gedurende het gehele etmaal, 2L ZOAB op zowel de binnen als de buitenring of een tijdelijk scherm van 3,5 meter hoog in combinatie met een snelheidsverlaging naar 90 km/uur op de buitenring. Hoewel vanuit geluid de drie verschillende varianten ongeveer gelijk scoren, kunnen de effecten voor andere aspecten sterk uiteenlopen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan bewonersperspectief, doorstroming, handhaafbaarheid, kosten, realisatietermijn en restwaarde van de maatregel vanaf het moment dat deze niet meer nodig is. Geadviseerd wordt op de resultaten voor geluid in een breder perspectief te plaatsen met andere aspecten. En op basis daarvan een keuze te maken.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 42/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Bijlage 1 Toename geluidbelasting per klasse en decibel Deze bijlage bevat een nadere detaillering van de resultaten. Daarin is de kleuraanduiding gebruikt die in §4.1 is beschreven. Deze kleurenaanduiding is hieronder nogmaals nader toegelicht. Woningen met basis gevelisolatie  Groen: Geluidbelasting van 53,0 – 58,5 dB;  Oranje: Geluidbelasting van 58,5 – 68,0 dB. Woningen met eerder verzwaarde gevelisolatie  Blauw: Geluidbelasting van 53,0 – 63,5 dB;  Paars: Geluidbelasting van 63,5 – 68,0 dB. De hier genoemde geluidbelasting is inclusief de onzekerheidsmarge van +0,5 dB.

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 43/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Tabel 13

Aantal woningen met een toename van 2,5 dB of meer ingedeeld naar klasse en toename voor de verschillende maatregelvarianten (‘80’ tot en met ‘sch 2,9’ (zie §3.3 voor de aanduiding a tot en met k)) en de geluidsituatie 2026 met verlaagde schermen (‘3m’).

Klasse

Toename

3m

80

70

50

80 n

70n

50n

2LZ1

2LZ2

2LZ3

sch 3,5

sch 2,9

Groen Groen

2 dB 3 dB

1 142

3 148

1 59

4 10

0 204

3 206

1 220

1 113

2 103

0 4

1 1

0 227

Groen Groen

4 dB 5 dB

172 29

28 0

0 0

0 0

102 0

65 0

34 0

28 0

3 0

0 0

0 0

41 0

Groen Groen

6 dB 7 dB

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Oranje Oranje

2 dB 3 dB

16 369

1 89

0 43

0 12

2 208

9 167

6 127

2 69

0 51

0 19

0 14

1 174

Oranje Oranje

4 dB 5 dB

54 10

16 0

4 0

0 0

43 1

29 1

22 0

25 0

9 0

0 0

0 0

22 0

Oranje Oranje

6 dB 7 dB

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Blauw Blauw

2 dB 3 dB

1 104

0 100

0 73

2 41

1 113

0 116

0 109

2 105

1 90

0 51

1 26

1 102

Blauw Blauw

4 dB 5 dB

93 51

59 33

43 16

32 0

77 36

65 40

62 37

55 38

37 4

14 0

0 0

69 30

Blauw Blauw

6 dB 7 dB

32 10

6 0

0 0

0 0

30 0

20 0

15 0

28 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Paars Paars

2 dB 3 dB

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Paars Paars

4 dB 5 dB

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Paars Paars

6 dB 7 dB

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing |

dBvision

| 44/45

RWS041-01-10fe | 2 februari 2023

Bijlage 2 Per woning | Geluidbelasting en toename geluidbelasting Deze bijlage bevat een nadere detaillering van de resultaten. De geluidbelasting in deze bijlage is zonder de onzekerheidsmarge van +0,5 dB. Bij het berekenen van de toename is voor de situatie 2026 is bij alle varianten wel een onzekerheidsmarge van +0,5 dB opgeteld. De marge van +0,5 dB wordt meegenomen om enige ruimte te creëren voor het opvangen van fluctuaties en onzekerheden over de prognose van de verkeersintensiteit (aantal/samenstelling) en voorkomt een onderschatting van het geluid voor de omwonenden. De toename van de geluidbelasting is berekend ten opzichte van de referentie situatie Lden,gpp. Als deze Lden,gpp waarde niet hoger is dan de voorkeurswaarde van 50 dB, dan is de voorkeurswaarde als referentie aangehouden. Op één woning is veelal gerekend met meer dan een waarneempunt. Dat komt omdat woningen vaak meerdere etages bevatten of meerdere gevels. De geluidbelasting in de tabel geeft de hoogste waarde op één van de waarneempunten bij deze woning. De toename van de geluidbelasting ten opzichte Lden,gpp is de maximale toename op één van deze waarneempunten. Bijlage 2 bevat twee tabellen: 1. Een tabel met de geluidbelastingen van de verschillende varianten, en daarna 2. Een tabel met de toenam van de geluidbelasting ten opzichte van Lden,gpp.

Daarbij is de toename rood gekleurd als deze 2,5 dB of meer is.

Bijlage 2 Per woning | Geluidbelasting en toename geluidbelasting

Adres Abraham de Haanstraat 4 Abraham de Haanstraat 6 Abraham de Haanstraat 8 Abraham de Haanstraat 10 Abraham de Haanstraat 12 Achtersteven 8 Achtersteven 20 Achtersteven 24 Adrianus van Waertweg 3 Adrianus van Waertweg 5 Adrianus van Waertweg 6 Adrianus van Waertweg 7 Adrianus van Waertweg 10 Adrianus van Waertweg 11 Adrianus van Waertweg 13 Adrianus van Waertweg 14 Adrianus van Waertweg 15 Adrianus van Waertweg 17 Adrianus van Waertweg 18 Adrianus van Waertweg 19 Adrianus van Waertweg 20 Adrianus van Waertweg 21 Adrianus van Waertweg 22 Adrianus van Waertweg 23 Adrianus van Waertweg 24 Adrianus van Waertweg 25 Adrianus van Waertweg 26 Adrianus van Waertweg 27 Adrianus van Waertweg 30 Adrianus van Waertweg 31 Adrianus van Waertweg 32 Adrianus van Waertweg 33 Adrianus van Waertweg 35 Adrianus van Waertweg 37 Adrianus van Waertweg 39 Adrianus van Waertweg 41 Adrianus van Waertweg 43 Amerbos 2 Amerbos 8 Amerbos 10 Amerbos 12 Amerbos 18 Amerbos 20

A10 Noord geluid tijdelijke ontheffing | dBvision RWS041-01-10fe | 30 januari 2023 1 / 52

Postcode 1035TC 1035TD 1035TD 1035TD 1035TD 1034VA 1034VB 1034VB 1035SE 1035SE 1035SG 1035SE 1035SG 1035SE 1035SE 1035SG 1035SE 1035SE 1035SG 1035SE 1035SG 1035SE 1035SG 1035SE 1035SG 1035SE 1035SG 1035SE 1035SG 1035SE 1035SG 1035SE 1035SE 1035SE 1035SE 1035SE 1035SE 1025ZM 1025ZM 1025ZM 1025ZM 1025ZM 1025ZM

Geluidbelasting Lden,GPP

2026 3 m

2026 80

2026 70

2026 50

2026 80n

2026 70n

2026 50n

2026 2LZ1

2026 2LZ2

55,50 57,49 57,94 56,04 57,00 62,56 61,08 62,46 53,70 53,79 55,18 54,28 55,78 54,54 55,64 55,96 55,74 55,05 51,41 55,13 55,48 56,00 55,71 52,13 57,05 55,60 56,30 56,31 57,98 55,79 57,02 56,44 57,57 55,84 56,79 56,48 58,03 52,10 51,54 50,58 50,80 49,10 49,27

58,05 60,46 60,52 58,23 59,68 64,60 63,74 64,59 55,99 56,03 57,25 56,55 57,83 57,23 59,08 58,02 59,27 57,61 53,44 57,85 58,05 59,71 58,48 54,69 60,38 58,43 59,11 60,07 60,83 58,28 59,55 59,02 60,62 58,97 60,31 59,74 60,10 54,51 53,65 53,10 53,32 52,67 52,90

57,11 59,49 59,54 57,27 58,70 63,52 62,66 63,51 55,05 55,08 56,31 55,60 56,89 56,28 58,08 57,06 58,27 56,63 52,53 56,88 57,10 58,70 57,52 53,76 59,37 57,47 58,14 59,05 59,83 57,31 58,56 58,05 59,61 58,00 59,30 58,77 59,11 53,67 53,01 52,38 52,59 51,68 51,91

56,57 58,91 58,96 56,71 58,13 62,88 62,02 62,87 54,49 54,53 55,76 55,04 56,33 55,72 57,49 56,50 57,68 56,08 52,00 56,32 56,55 58,11 56,96 53,21 58,78 56,90 57,58 58,46 59,24 56,74 57,98 57,48 59,01 57,42 58,70 58,19 58,53 53,18 52,60 51,92 52,12 51,11 51,33

56,21 58,48 58,52 56,34 57,71 62,25 61,39 62,24 54,12 54,17 55,39 54,69 55,95 55,34 57,03 56,10 57,21 55,70 51,70 55,93 56,18 57,62 56,57 52,90 58,29 56,50 57,17 57,96 58,74 56,33 57,55 57,05 58,52 57,00 58,22 57,73 58,08 52,51 51,87 51,22 51,43 50,68 50,90

57,68 60,08 60,14 57,85 59,30 64,19 63,33 64,18 55,62 55,66 56,88 56,18 57,46 56,86 58,69 57,65 58,88 57,23 53,08 57,47 57,68 59,32 58,10 54,33 59,99 58,06 58,73 59,67 60,45 57,90 59,16 58,64 60,22 58,59 59,92 59,36 59,72 54,18 53,39 52,82 53,03 52,29 52,52

57,49 59,88 59,94 57,65 59,10 63,97 63,11 63,96 55,43 55,46 56,69 55,98 57,27 56,66 58,49 57,45 58,67 57,03 52,89 57,27 57,48 59,11 57,90 54,13 59,78 57,86 58,53 59,47 60,24 57,70 58,96 58,44 60,02 58,39 59,71 59,16 59,51 54,01 53,25 52,65 52,87 52,09 52,32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12447176/1