Bijlage REHA eindrapportage
Tekst van het document
Bron: Investeringsplan Net op Land, Tennet (12 september 2022)
23
Vertrouwelijk
HOOFDSTUK 3 | INFRASTRUCTUUR
Doordat schommelingen in de vraag onderling wegvallen, kan onbenutte capaciteit op het elektriciteitsnet worden verdeeld over de bedrijven die elektriciteit nodig hebben. De hierdoor gewonnen ruimte was reeds fysiek beschikbaar op het elektriciteitsnet, maar mocht door gecontracteerde transportvermogens niet worden verstrekt aan anderen. Op deze wijze kan de congestieproblematiek op korte termijn beperkt worden. In de Amsterdamse haven is er de mogelijkheid tot lokale opwek van elektriciteit vanuit bijvoorbeeld bestaande warmte-krachtkoppelingsinstallaties (WKK’s). Op korte termijn leidt dit niet per se tot een reductie van CO2 -emissie, aangezien er aardgas wordt verbrand in de installatie, al leidt dit dankzij efficiëntieverhoging in het proces als gevolg van slimme elektrificatie mogelijk ook reeds tot CO2 -emissiereductie. Het biedt daarnaast wel ruimte voor elektrificatie en uitbreidingsplannen, opdat op langere termijn CO2 -emissiereductie kan worden gerealiseerd met invoer van duurzame elektriciteit op het (verzwaarde) net. Doordat bedrijven op bepaalde momenten investeringsbeslissingen nemen met invloed op een langere termijn (bijvoorbeeld het vervangen van een installatie die decennia in bedrijf blijft), is het belangrijk om elektriciteit als modaliteit beschikbaar te hebben.
Anders is een bedrijf beperkt in de technologiekeuze en daardoor verplicht tot een bepaalde modaliteitsinname. Daarnaast creëert het een aantrekkelijk vestigingsklimaat, waardoor de Amsterdamse haven kan blijven concurreren op mondiaal niveau.
Figuur 3.2: Geplande verzwaringen door Tennet en Liander4
3.2
Waterstofnet De plannen van de deelnemende partijen voor waterstofproductie (middels elektrolysers) en inzet van waterstof als brandstof en grondstof vergen de realisatie van een waterstofnet om 4 Figuur gebaseerd op: Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 (Gemeente Amsterdam, Liander, Tennet, februari 2022), Investeringsplan Net op land 2022-2031 (Tennet, 12 september 2022) en HoogspanningsNet Netkaart versie 6.02
24
Vertrouwelijk
3.2 | Waterstofnet
de beoogde volumes te transporteren. Hynetwork Services (100% dochteronderneming van Gasunie) geeft aan rekening te houden met de aanleg van een zij-aftakking vanuit de landelijke waterstofbackbone in fase 1 van de ontwikkeling hiervan (zie figuur 3.3. Gelet op het stadium waarin het project Waterstofnetwerk Noordzeekanaalgebied zich bevindt, is het van belang op te merken dat er nog nadere gedetailleerde onderzoeken plaatsvinden, waardoor de tracés voor nieuwe waterstoftransportleidingen (in figuur 3.3) als globaal dienen te worden beschouwd.
Figuur 3.3: Fase 1 van de landelijke waterstofbackbone met een aftakking naar de Amsterdamse haven5
Hynetwork Services is gestart met het vergunningstraject voor de landelijke backbone vanuit de rijkscoördinatieregeling. Tot op heden zijn er blijken van belangstelling (expressions of interest) voor productie en/of afname van waterstof getoond vanuit het Amsterdams havengebied, maar voor daadwerkelijke aanleg van de zij-aftakking zijn er (contract)afspraken nodig over de levering en afname van waterstof middels dit net. Hynetwork Services heeft hiervoor een zogenoemde launching customer nodig, die als vliegwiel kan dienen voor aansluiting van andere geïnteresseerde partijen. Mits de gevraagde contractafspraken tijdig gemaakt worden, beoogt Hynetwork Services realisatie van de backbone met zij-aftakking in 2026. Dit betreft een globale planning die mettertijd zal worden aangescherpt. De waterstofmarkt wacht momenteel op een helder Europees kader t.a.v. groene waterstof en financieringsvraagstukken. Zodra hier helderheid in is, kan de realisatie van waterstofinfrastructuur worden gerealiseerd.
5 Figuur gebaseerd op: Project Waterstofnetwerk Noordzeekanaalgebied Voornemen en voorstel voor Participatie, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Hynetwork Services (9 september 2022), https://www.gasunie.nl/expertise/waterstof/deontwikkeling-van-het-waterstofnetwerk-nederland en https://www.portofamsterdam.com/nl/expression-interest-rib-amsterdam
25
Vertrouwelijk
HOOFDSTUK 3 | INFRASTRUCTUUR
Voor een fijnmazig lokaal lagedruk waterstofnet onderzoekt H2avennet de belangstelling vanuit de industrie. Voor het transport van grote volumina aan waterstof wordt gerekend op aanvoer van waterstof op hoge druk (vanuit het landelijk waterstofnetwerk). Voor kleinere volumina zal directe aansluiting op het landelijk waterstofnetwerk in eerste plaats nog niet aan de orde zijn (er is nu focus op launching customers voor het landelijke net), waarbij H2avennet een versnellende rol wil spelen door aansluiting op een lokaal net te faciliteren. Bij de realisatie van het lokale waterstofnet worden vergelijkbare uitdagingen verwacht als bij het landelijk net, maar de complexiteit en investeringen zijn (aanzienlijk) lager. Met het oog op het vestigingsklimaat van de Amsterdamse haven is de uitrol van een lagedruk waterstofnet een interessante kwestie, om in de toekomst meer bio-based fabrieken te kunnen aantrekken met het oog op circulariteit en de bio-based economie. Voor zulke fabrieken is de beschikbaarheid van waterstof vaak een belangrijke vereiste om zich te vestigen, omdat de grondstoffen vaak een relatief hoge koolstof/waterstof verhouding hebben, terwijl de beoogde producten vaak een hoger waterstofgehalte hebben6 . Voor dit soort productieprocessen is het dan ook essentieel om waterstof beschikbaar te hebben voor het gebruik als grondstof.
Het grootste deel van de beoogde afname voor waterstof door de deelnemende partijen is voor de inzet van waterstof als brandstof (zie figuur 2.9). Voor het maken van contractafspraken over de levering van waterstof door elektrolysers en de afname van waterstof als brandstof is de prijsontwikkeling van waterstof een belangrijke (zo niet bepalende) factor. Een geschikt prijsniveau bepaalt de rol van waterstof als vervangende brandstof van aardgas. Onzekerheid over de prijs van waterstof kan daardoor leiden tot een gebrek aan contractuele toezeggingen die een randvoorwaarde vormen voor de aanleg van het waterstofnetwerk door Hynetwork services. Dezelfde onzekerheid heeft tevens invloed op toezeggingen voor aansluiting op het lokale H2avennet dat daarnaast gelimiteerd wordt indien het lokale netwerk niet kan worden aangesloten op de landelijke backbone. Een aansluiting op het landelijke netwerk biedt immers opties in flexibele afname en productie als gevolg van import en export van waterstof. Indien een waterstofnet niet gerealiseerd wordt in de Amsterdamse haven, zullen plannen voor grootschalige opwek van waterstof middels elektrolysers waarschijnlijk geen doorgang vinden, leidend tot een lagere elektriciteitsvraag.
Daarnaast zal inzet van waterstof als vervangende brandstof van aardgas dan nauwelijks tot geen doorgang vinden, wat in de praktijk ofwel leidt tot minder CO2 -emissiereductie of tot het vervallen van een rol van de Amsterdamse haven in het balanceren van het elektriciteitsnet, waardoor deze rol elders dient te worden vervuld. Tot slot is het realiseren van een (lokaal) waterstofnet onderdeel van het behouden van een aantrekkelijk vestigingsklimaat, met name voor industrie die waterstof als grondstof behoeft.
6 Biogrondstoffenagenda Noord-Nederland, content/uploads/INN_Biogrondstoffen.pdf)
april
26
2022
(https://www.groningen-seaports.com/wp-
Vertrouwelijk
3.3 | CO2 -net
3.3
CO2 -net De plannen voor afvang van CO2 in productieprocessen leiden tot een afvang van ten minste 465 kton CO2 per jaar, mogelijk uitgebreid tot meer dan 1 megaton CO2 per jaar. Een dergelijk volume aan afgevangen CO2 dient per pijpleiding te worden getransporteerd naar een opslaglocatie (in het geval van carbon capture and storage / CCS) of naar een locatie alwaar het ingezet wordt (in het geval van carbon capture and utilization / CCU). Nabij Westpoort is een voormalige oliepijpleiding tussen Amsterdam en Rotterdam geschikt gemaakt voor transport van CO2 . OCAP beheert deze leiding en kan vanuit de bestaande CO2 -transportleiding een uitbreiding realiseren voor een CO2 -distributienet in de Amsterdamse haven. Hiermee wordt de Amsterdamse haven aangesloten op een reeds bestaand netwerk met CO2 -levering vanuit industrie in Rotterdam en CO2 -afname door de glastuinbouw in o.a. het Westland. Naast levering van CO2 aan het distributienetwerk zijn er ook opties in de aanwezige productieprocessen voor gebruik van afgevangen CO2 als grondstof (mits voldoende zuiver). Deze plannen waren nog niet ingediend voor deze studie, maar bleken in interviews technisch zeker haalbaar. Een aansluiting op het bestaande CO2 -netwerk door levering van CO2 kan hierbij als vliegwiel dienen voor potentiële CO2 -afnemers om zich tevens aan te sluiten op het netwerk.
In de schematische weergave van een mogelijke uitbreiding vanuit de bestaande OCAPleiding in figuur 3.4 is daarom een potentiële uitbreiding ingetekend. De locatie van deze uitbreiding is afhankelijk van de uiteindelijke aansluitingen (welke partijen gaan leveren / afnemen) en het door de Port of Amsterdam beschikbaar gestelde en door de overheid vergunde tracé naar deze aansluitingen. Voor de realisatie van de leidinguitbreiding is een contractuele toezegging benodigd vanuit de leverende of afnemende partij, waarna door netbeheerder OCAP een doorlooptijd van ongeveer twee jaar wordt beoogd tot daadwerkelijke aansluiting op het netwerk.
27
Vertrouwelijk
HOOFDSTUK 3 | INFRASTRUCTUUR
Figuur 3.4: Bestaande CO2 -leiding van OCAP met uitbreiding voor CO2 -levering en mogelijke verdere uitbreiding7
3.4
Stoomnet Warmte-integratie tussen industrie door uitkoppeling van stoom naar productieprocessen vereist een stoomleiding voor transport van warmte in de vorm van stoom. Om de beoogde CO2 -reductie als gevolg van warmte-integratie te realiseren, dienen er contractafspraken te worden gemaakt over de levering/afname van stoom tussen de betrokken partijen. Voor het transport van stoom is geen specifieke netbeheerder verantwoordelijk. Realisatie van een stoomleiding kan geschieden door afspraken tussen de industriële partijen onderling, naast het beschikbaar stellen van tracés voor de aanleg van deze leidingen door de Port of Amsterdam en het verstrekken van vergunningen voor aanleg door de Omgevingsdienst.
3.5
Warmtenet Een deel van de energie die momenteel door de deelnemende partijen wordt ingenomen, wordt uiteindelijk (op lagere temperatuur) verloren door koeling aan de omgeving, bijvoorbeeld door koeling m.b.v. oppervlaktewater. Ondanks energiebesparingsprojecten en plannen waarbij restwarmte middels warmtepompen wordt ingezet in het productieproces, geven de deelnemende partijen aan in de toekomst restwarmte beschikbaar te hebben voor levering aan een warmtenet. Deze restwarmte kan vanuit het eigen productieproces komen of door integratie met andere processen worden verkregen. In de referentiesituatie wordt er vanuit de deelnemende partijen warmte geleverd aan het Westpoort Warmtenet, dat schematisch is weergegeven in figuur 3.5. Westpoort Warmte B.V. is voor 50% in handen van Vattenfall en voor 50% in handen van de Gemeente Amsterdam. 7 Figuur gebaseerd op: CO2 -transportsysteem Noord-Holland Systeemontwerp en kostprijsberekening v1.1 (04-02-2015) en https://www.ocap.nl/nl/images/l_20170724_112727_7041_tcm978-422955.jpg
28
Vertrouwelijk
3.5 | Warmtenet
In de Transitievisie Warmte Amsterdam wordt gesproken over een uitbreiding van de warmtevraag van de bebouwde omgeving vanuit een warmtenet, deels als gevolg van nieuwbouw, deels als gevolg van transitie van bestaande bouw. Het huidige warmtenet (70 ◦ C) levert warmte aan 102.000 woningequivalenten. De prognose betreft een groei van het warmtenet met 248.000 woningequivalenten op 70 ◦ C en 85.000 woningequivalenten op 40 ◦ C.
Figuur 3.5: Bestaande warmtenet van Westpoort Warmte8
In figuur 3.6 wordt de transitiekaart getoond, waarin per buurt wordt aangegeven welke verduurzamingsopties er volgens de Transitievisie zijn. Gezien de relatieve nabijheid tot de Amsterdamse haven van wijken die volgens de Transitievisie worden verwarmd door een warmtenet, kan restwarmte vanuit de industrie hier een interessante warmtebron zijn. Op het moment van schrijven werkt Westpoort Warmte aan een visiedocument over duurzame warmtebronnen voor het warmtenet om ook in de toekomst te voldoen aan de (toegenomen) warmtevraag vanuit de gebouwde omgeving. Hierin wordt gekeken naar een uitbreiding van het aantal en type warmtebronnen. Het visiedocument focust op een CO2 -neutraal warmtenet in 2040, waarbij er naast nieuwe bronnen zoals geothermie (er worden nu proefboringen verricht), ook ruimte is binnen de prognose voor levering van (extra) restwarmte vanuit de deelnemende bedrijven. Hierbij is balancering tussen vraag en aanbod belangrijk. Om de mogelijkheden voor levering van restwarmte aan het Westpoort Warmtenet te inventariseren, kunnen de Port of Amsterdam en de Gemeente Amsterdam een faciliterende rol nemen door inventarisatiestudies te initiëren, door bedrijven te informeren en in contact te brengen met Westpoort Warmte.
8
Figuur gebaseerd op: Transitievisie Warmte Amsterdam, Gemeente Amsterdam (30 september 2020)
29
Vertrouwelijk
HOOFDSTUK 3 | INFRASTRUCTUUR
Figuur 3.6: Transitiekaart Amsterdam met voorkeursopties voor aardgasvrije verwarming per wijk9
Naast het Westpoort Warmtenet zijn er andere lokale warmtenetten die door derde partijen beheerd worden. Ook hier kan warmte vanuit de industrie ingezet worden. Afhankelijk van de locatie van de warmteleverende industriële partij liggen deze netten soms dichterbij. De warmtevraag (uitgedrukt in woningequivalenten) hangt af van de vereiste temperatuur en beschikbare afname in het betreffende gebied. Daarnaast is voor de lokale warmtenetten de afstand tot de betreffende industriële partij die de restwarmte kan leveren, een belangrijke factor. Hetzelfde geldt voor nieuwbouwwijken die aangesloten worden op een warmtenet. Wanneer er nabijgelegen industrie is die restwarmte beschikbaar heeft, is het vanuit verschillende aspecten interessant om deze restwarmte hier voor een bepaalde tijd in te zetten. Dit is op het gebied van zowel kosteneffectiviteit als milieu zeker op korte termijn het meest interessant. Wanneer deze restwarmte op een later moment niet meer beschikbaar is, kan er overgestapt worden op andere warmtebronnen zoals bijvoorbeeld geothermie wanneer deze beschikbaar zijn. Hierbij kan gebruikt gemaakt worden van hetzelfde net. Op de warmtevoorziening van gebouwen bij de deelnemende bedrijven wordt in deze studie niet specifiek ingegaan, gezien de relatief kleine CO2 -emissiereductie als gevolg hiervan. Het verwarmen van gebouwen en processen op lage temperatuur (bijv.
verwarmde productopslag) middels restwarmte vanuit het productieproces en/of vanuit een warmtenet is des 9
Bron: Transitievisie Warmte Amsterdam, Gemeente Amsterdam (30 september 2020)
30
Vertrouwelijk
3.5 | Warmtenet
te interessanter naarmate het Westpoort Warmtenet verder wordt uitgebreid in de Amsterdamse haven door aankoppeling van (nieuwe) bronnen. Inzet van warmte vanuit een warmtenet kan ook interessant zijn voor industrie in de Amsterdamse haven die niet deelneemt aan deze studie.
31
Vertrouwelijk
HOOFDSTUK
Roadmap De bedrijven die deelnemen aan deze studie, tonen met de plannen dat ze veel potentie zien voor CO2 -emissiereductie in de Amsterdamse haven en daarmee kunnen bijdragen aan de klimaatambities van de gemeente Amsterdam. De tijdlijn voor realisatie van de beoogde CO2 -emissiereductie wordt in grote mate bepaald door de beschikbaarheid van benodigde infrastructuur. Door het landelijke belang van infrastructuur in de Amsterdamse haven aan te kaarten in de Cluster Energie Strategie (CES) van het Noordzeekanaalgebied en in het MIEK (Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) wordt reeds een eerste stap gezet in de realisatie van een CO2 -neutrale haven, maar concrete stappen in de aanleg van infrastructuur zijn essentieel om de CO2 -reductiepotentie te verzilveren. De aanleg van infrastructuur is niet alleen voor de verduurzaming van de deelnemende bedrijven, maar helpt ook andere sectoren versnellen en zorgt ervoor dat omliggende industrie kan meeliften. Zo zullen de deelnemende bedrijven niet alleen zelf CO2 -emissiereductie realiseren, maar zorgen zij ook voor een potentiële bron van duurzame energie (restwarmte) voor de gebouwde omgeving. Verder zorgt de aanleg van infrastructuur ervoor dat omringende industrie ook de volgende stap in de energietransitie kan zetten.
Hiermee kunnen de deelnemende bedrijven als vliegwiel fungeren voor een toekomstbestendige verduurzaming van omliggende industrie en andere sectoren. In figuur 4.1 wordt de tijdlijn voor de realisatie van infrastructuur schematisch weergegeven op basis van interviews met netwerkbedrijven (voor de doorlooptijd en reeds geplande investeringen) en op basis van de door de deelnemende industrie aangegeven planning voor behoefte aan modaliteiten. Elektriciteitsnet Voor de benodigde elektriciteitsvraag - voor elektrificatie van processen, voor uitbreidingsplannen en voor productie van waterstof - is er voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet benodigd. Verzwaring van het hoogspanningsnet (door Tennet) en het midden- en laagspanningsnet (Liander) wordt naar verwachting gerealiseerd in of na 2030.
33
Vertrouwelijk
4
HOOFDSTUK 4 | ROADMAP
Figuur 4.1: Tijdlijn voor de realisatie van door deelnemende partijen benodigde infrastructuur.
Een groot deel van de doorlooptijd wordt veroorzaakt door het verkrijgen van vergunningen en de hierbij behorende bezwarenprocedure. Voor versnelling in de aanleg van infrastructuur is het dus nodig dat de vergunningverlening zo veel mogelijk wordt versneld, mogelijk door landelijke coördinatie vanuit het ministerie . Voor verdere versnelling van de benodigde verzwaring van het elektriciteitsnet is het belangrijk dat de Gemeente Amsterdam haar positie gebruikt als aandeelhouder van Alliander N.V. (9.2%).
Totdat verzwaring van het elektriciteitsnet gerealiseerd is, is extra inname van elektriciteit enkel mogelijk door het huidige netwerk maximaal te benutten. De Port of Amsterdam realiseert momenteel een energiecoöperatie met als doel zo snel mogelijk ruimte te creëren op het bestaande netwerk voor de inname van elektriciteit, zodat beoogde plannen voor bijvoorbeeld elektrificatie en bijbehorende CO2 -emissiereductie gerealiseerd kunnen worden. Deze energiecoöperatie kan als voorbeeld dienen voor andere regio’s in Nederland die met congestieproblematiek kampen.
De beoogde verzwaring van het elektriciteitsnet lijkt voldoende om ook te voorzien in de beoogde elektriciteitsvraag op basis van de plannen voor 2050. Door de toenemende onzekerheid over verwachte productiegroei en andere elektriciteitsvraag in de Amsterdamse haven, is de prognose voor de elektriciteitsvraag in 2050 vanzelfsprekend meer onderhevig aan onzekerheid. Indien mogelijke congestie op het netwerk opnieuw dreigt, is het daarom belangrijk om tijdig te starten met investeringsplannen voor verzwaring van het elektriciteitsnet.
34
Vertrouwelijk
Waterstofnet Afhankelijk van contractuele afspraken over levering en afname van waterstof, wordt de realisatie van de landelijke backbone en bijbehorende aftakking naar Amsterdam beoogd voor (eind) 2026. Hierin is het belangrijk dat een launching customer zich aanbiedt. H2avennet ambieert om een jaar eerder het lokale netwerk te hebben gerealiseerd. Voor een klein deel van de plannen rondom waterstofproductie en -afname betekent dit een mogelijke vertraging. Het grootste deel van de beoogde waterstofproductie en -afname door de deelnemende bedrijven is gepland na 2035, zoals ook blijkt uit figuren 2.6 en 2.9.
CO2 -leiding Voor de aanleg van een CO2 -transportleiding is een contract tussen netbeheerder OCAP en de leverende / afnemende partij benodigd. Beschikbaarheid van een tracé en snelle vergunningverlening zijn van belang om aanleg van de leiding snel te realiseren. Het voornaamste risico dat aanleg van de leiding in de weg staat, is de wetgeving rondom CCU (carbon capture and utilization). Zolang bedrijven die CO2 afvangen (leveranciers van CO2 ) de afgevangen hoeveelheid CO2 niet mogen meetellen als emissiereductie, kan de beoogde CO2 -besparing op papier niet gerealiseerd worden. Deze CO2 -besparing mag wel meegeteld worden in het geval van CCS (carbon capture and storage), terwijl netbeheerder OCAP de geleverde CO2 wil kunnen leveren aan gebruikers in de glastuinbouw. Technisch kan er zelfs CO2 -negatief geproduceerd worden in de Amsterdamse haven wanneer ook afgevangen kort-cyclische (groene) CO2 op papier als CO2 -emissiereductie gerekend mag worden.
Stoomleiding Aanleg van een of meerdere stoomleidingen in het Amsterdams havengebied behoeft wettelijk niet door een netbeheerder plaats te vinden, maar kan doorgang vinden door contractuele overeenstemming over de levering en vraag van stoom tussen industriële partijen onderling. Voor een spoedige realisatie van de stoomleiding en bijbehorende CO2 -emissiereductie is het beschikbaar stellen van een tracé door de Port of Amsterdam en een snel vergunningstraject belangrijk. Aanleg van een stoomleiding is een belangrijke stap om de verzwaring van infrastructuur voor andere modaliteiten (bijv. elektriciteit of waterstof) te beperken, daar de warmtevraag vanuit stoom wordt voldaan. Daarnaast wordt hiermee de systeemefficiëntie verhoogd.
Restwarmtenet Het tijdpad voor aansluiting van (extra) industriële warmtebronnen op het Westpoort Warmtenet wordt deels bepaald door de ontwikkeling naar warmtevraag vanuit het warmtenet. Zodra warmtevraag vanuit het warmtenet en potentiële levering door de industrie bij elkaar aansluiten, is het van belang een tracé beschikbaar te hebben (door de Port of Amsterdam) en 35
Vertrouwelijk
HOOFDSTUK 4 | ROADMAP
om de juiste vergunning verleend te hebben (door de Omgevingsdienst). Realisatie van extra aansluitingen op het warmtenet kan versneld worden door betrokken partijen (industriële warmteleveranciers en Westpoort Warmte) tijdig met elkaar in contact te brengen, waar Port of Amsterdam en/of de Gemeente Amsterdam een rol kunnen spelen. De Gemeente Amsterdam kan inzetten op het faciliteren en stimuleren van uitkoppeling van restwarmte van de industrie en (nieuw te vestigen) datacenters. Plannen voor uitbreiding van het warmtenet kunnen door de Gemeente Amsterdam als 50% aandeelhouder van Westpoort Warmte worden geïnitieerd, ondersteund en daarmee versneld.
4.1
Rollen Overheid, industrie en infrastructuurbedrijven dragen allen bij aan de realisatie van de transitie. De industrie toont in deze studie haar plannen m.b.t. de energietransitie en bijbehorende CO2 -emissiereductie. Om deze plannen te realiseren, dient niet alleen de industrie te investeren in de verduurzaming van haar processen en producten, maar dient ook de benodigde infrastructuur gerealiseerd te worden. Hiervoor dienen infrastructuurbedrijven te investeren in de noodzakelijke kabels en leidingen en draagt de overheid verantwoordelijkheid voor het beschikbaar zijn van de juiste randvoorwaarden. Daarnaast is het belangrijk dat infrastructuurbedrijven duidelijk kenbaar maken welke acties en stappen volgens hen benodigd zijn om realisatie van benodigde infrastructuur te versnellen en waar knelpunten de transitieplannen van de industrie mogelijk in de weg zitten.
Algemeen In algemene zin geven zowel de industriële deelnemers als de infrastructuurbedrijven aan dat de Port of Amsterdam en de Gemeente Amsterdam een faciliterende rol kunnen nemen door partijen met vraag en aanbod tijdig in contact te brengen en door de industrie tijdig te informeren over ontwikkelingen vanuit de infrastructuurpartijen. Omdat de uiteindelijke investeringsbeslissing in de meeste gevallen wordt genomen door de industrie en/of infrastructuurpartij, is de rol van de overheid veelal faciliterend. In haar faciliterende rol kan de Port of Amsterdam initiator zijn van energiebesparingsprojecten bij bedrijven. De energie die wordt bespaard hoeft immers niet vervangen te worden door alternatieve modaliteiten en leidt daarmee tot een kosteneffectieve CO2 -besparing en een lagere belasting van de benodigde infrastructuur. Om een aantrekkelijk vestigingsklimaat te behouden voor nieuwe (duurzame) industrie, is het belangrijk om de juiste en voldoende infrastructuur te bieden. Voor de realisatie hiervan is het van belang dat elke partij haar rol neemt. Vergunningen en wetgeving De doorlooptijd van veel infrastructuurprojecten wordt voor een groot deel bepaald door vergunningsprocedures en bezwaarprocedures. Voor versnelling van de ontwikkeling van 36
Vertrouwelijk
4.1 | Rollen
infrastructuur en hieruit volgende energietransitie en CO2 -emissiereductie is het nodig dat de overheid procedures tijdig start en zo kort mogelijk houdt. Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) omvat infrastructuurprojecten van landelijk belang. Hierin zijn voor de Amsterdamse haven de infrastructuurprojecten m.b.t. verzwaring van het elektriciteitsnet en aansluiting op het landelijk waterstofnet aangegeven. Het MIEK heeft echter vooralsnog geen wettelijke status. Dat betekent dat netwerkbedrijven hun investeringsbeslissingen niet formeel kunnen baseren op Cluster Energie Strategieën (CES-en) of het MIEK. Om ervoor te zorgen dat netwerkbedrijven de benodigde infrastructuur sneller kunnen realiseren, is het nodig dat de MIEK een wettelijke status krijgt. Om dit proces te bespoedigen is het nodig dat de Gemeente Amsterdam dit probleem op landelijk niveau aankaart. Voor de (versnelde) realisatie van CO2 -afvang dient wetgeving gewijzigd te worden over de CO2 -emissiereductie in het geval van Carbon Capture and Utilization (CCU). Om naast Carbon Capture and Storage (CCS) ook de toepassing van CO2 in andere processen als aantrekkelijke optie te bieden voor CO2 -emissiereductie, is het nodig dat de Gemeente Amsterdam de consequenties van de huidige wetgeving op Rijksniveau aankaart. Hiermee kan de emissie van CO2 versneld worden gereduceerd.
Daarnaast dient de wetgeving te worden gewijzigd met betrekking tot erkenning van CO2 negatieve emissies. Door ook kort-cyclische CO2 af te vangen en deze afvang te erkennen, heeft de Amsterdamse haven zelfs potentie om CO2 -negatief te worden. Alleen wanneer het beleid meegroeit met de ambities en mogelijkheden van bedrijven, kunnen CO2 emissiereductiekansen omgezet worden in realiteit.
Tracés Om de aanleg van infrastructuur in een later stadium te versnellen, is het nodig dat de Port of Amsterdam reeds mogelijke tracés in kaart brengt voor verschillende modaliteiten (stoom / waterstof / CO2 / restwarmte). Aanleg van voldoende infrastructuur houdt het havengebied van Amsterdam aantrekkelijk voor vestiging van (duurzame) bedrijven en daarmee concurrerend op wereldniveau.
Deelnemingen De Gemeente Amsterdam heeft als aandeelhouder van een aantal deelnemingen een positie, waarmee realisatie van infrastructuur geïnitieerd en waar mogelijk ondersteund, gestuurd en daarmee versneld kan worden door de urgentie aan te geven. Dit geldt specifiek voor infrastructuur op het gebied van elektriciteit en waterstof (door deelneming in Alliander) en voor infrastructuur voor restwarmte (door deelneming in Westpoort Warmte). Op het moment van schrijven is de Gemeente Amsterdam tevens voor 100% juridisch aandeelhouder van een van de deelnemende partijen, AEB. Dit maakt dat projecten vanuit deze partij daarnaast kunnen worden versneld door de positie van de gemeente. Afhankelijk van de uitkomst van een 37
Vertrouwelijk
HOOFDSTUK 4 | ROADMAP
onderzoek van de ACM naar overname van AEB door AVR, zal deze aandeelhouderspositie mogelijk wijzigen.
4.2
Samenvatting Een overzicht is weergegeven in tabel 4.1 van de beoogde CO2 -reductie per infrastructuurtype, het aantal bedrijven dat hiervan gebruikt wenst te maken en de grootste bottleneck en het grootste voordeel per infrastructuurtype. Tabel 4.1: Samenvatting met de potentie en de bottleneck per infrastructuurtype
Infrastructuur Elektriciteit Waterstof CO2 Stoom Restwarmte
CO2 -reductie kton/jaar 93,9 219,8 172,1 120,5 0(1)
Aantal bedrijven 9 1-4 1-2 4 2
Grootste bottleneck
Grootste voordeel
Tijdsduur voor aansluiting Business case door modaliteitsprijs Business case door beleid Business case door modaliteitsprijs Warmtevraag en -aanbod balanceren
Efficiëntieslag Buffering elektriciteitsnet CO2 -negatieve operatie Systeemefficiëntie CO2 -reductie voor gebouwde omgeving
(1) - Beoogde scope 2 CO -emissiereductie in de gebouwde omgeving van 49 kton/jaar 2
38
Vertrouwelijk
BIJLAGE
Deelnemende partijen Deelnemende bedrijven in het havengebied:
Figuur A.1: Overzicht locaties van deelnemers aan het project REHA
Aan het project Roadmap Energietransitie Havenindustrie Amsterdam (REHA) hebben de volgende partijen deelgenomen: Advanced Methanol Amsterdam (AMA) AMA is een geplande productielocatie van GIDARA Energy, ontworpen voor de productie van methanol (aangemerkt als biobrandstof) vanuit niet-recycleerbaar afval. De fabriek wordt naar verwachting in 2024 volledig in gebruik genomen. Naast de productieomgeving zijn er ook een testfaciliteit, kenniscentrum en pilot plant op de locatie beoogd.
39
Vertrouwelijk
A
HOOFDSTUK A | DEELNEMENDE PARTIJEN
Afval Energiebedrijf (AEB) AEB verwerkt restafval van gemeenten en bedrijven. Afval dat overblijft na scheiding, wordt verbrandt, waarmee elektriciteit en warmte wordt geleverd aan huishoudens en bedrijven. Naast de afvalenergiecentrale in Westpoort opereert AEB ook een biomassacentrale in het Westelijk Havengebied van Amsterdam, waarin laagwaardig Nederlands resthout wordt omgezet in energie voor verwarming. Albemarle Catalysts Company B.V. Bij Albemarle Catalysts in Amsterdam worden katalysatoren ontwikkeld en geproduceerd voor chemiebedrijven en raffinaderijen over de gehele wereld. Katalysatoren zorgen ervoor dat bij chemische processen minder energie gebruikt wordt, de juiste producten worden verkregen en transportbrandstoffen worden vrijgemaakt van verontreinigingen die het milieu belasten. Katalysatoren maken de transitie naar hernieuwbare of duurzame brandstoffen mogelijk. Argent Energy Argent Energy is een Europese biodieselproducent, die uitsluitend op basis van afval duurzame biodiesel produceert om zo bij te dragen tot het decarboniseren van transport wereldwijd. Vanuit afvalvetten en -oliën wordt in Westpoort tweede generatie biodiesel geproduceerd. AsfaltNu Ontstaan uit een fusie van twee grote asfaltspecialisten, de asfaltcentrales van Heijmans en BAM, ontwikkelt en produceert AsfaltNu asfalt.
Met acht productielocaties in Nederland heeft AsfaltNu de ambitie om de hoogste standaard neer te zetten in duurzame en circulaire asfaltproducten en in de asfaltproductie. In het REHA-project neemt AsfaltNu deel met twee productielocaties in Westpoort. Bunge Netherlands B.V. Bunge is wereldleider in de verwerking van oliezaden een producent en leverancier van (gespecialiseerde) plantaardige oliën, vetten en eiwitten. Op de Crushing and Refining locatie te Amsterdam produceert Bunge vanuit soja en raapzaad producten zoals soja- en raapzaadmeel, ruwe en geraffineerde plantaardige oliën en vetten, die worden toegepast in de levensmiddelen- en diervoederindustrie. Cargill Cargill verhandelt en verwerkt voornamelijk landbouwproducten zoals granen en plantaardige olie, en voedingsbestanddelen, vlees en pluimvee. De Amsterdamse vestiging betreft een multi-seedfabriek voor de verwerking van granen en raffinage van oliehoudende zaden.
40
Vertrouwelijk
ICL Fertilizers Europe C.V. ICL vervaardigt hoogwaardige kunstmestproducten voor de Europese markt. Producten met een korrel- of poederstructuur worden samengesteld uit mineralen en voedingselementen en toegepast voor bijvoorbeeld de verbetering van de voedingsbodem voor het telen van gewassen. ICL in Amsterdam heeft de ambitie om het aandeel fosfaten uit reststoffen de komende jaren steeds verder op te voeren, om zodanig een van de internationale koplopers te blijven op het gebied van fosfaatrecycling. Orgaworld Nederland B.V. Orgaworld is verwerker van organische afvalstromen, zoals uitgepakt supermarktvoedsel. In de Amsterdamse haven wordt door Orgaworld organisch afval door vergisting omgezet naar biogas en gezuiverd water. Eerder leverde Orgaworld vanuit dit biogas elektriciteit en warmte. Voortaan levert Orgaworld het geproduceerde biogas voor toepassing in de transportsector. Sonneborn Refined Products B.V. Sonneborn vervaardigt halffabricaten uit basisolie en aardoliedestillaat, zoals witte minerale olie, petroleum jelly en natriumsulfonaten. Deze producten dienen vooral als grondstof voor de farmaceutische industrie. Vattenfall Vattenfall is uitbater van een aardgasgestookte elektriciteitscentrale in Westpoort (Hemweg). Tot 2019 produceerde Vattenfall op het terrein in Westpoort tevens elektriciteit middels een kolencentrale.
Voor de toekomst voorziet Vattenfall op het terrein een fossielvrije ’hub’ voor elektriciteit en warmte.
Infrastructuurpartijen: Daarnaast is er medewerking verleend aan dit project door de volgende infrastructuurpartijen, met wie de bevindingen m.b.t. infrastructuurbehoefte zijn gespiegeld aan de reeds geplande investeringsbeslissingen: H2avennet Naast een aansluiting op de landelijke waterstofbackbone (H2BB) wordt er door H2avennet geïnventariseerd welke behoefte er is aan vraag en aanbod op een lokaal (lagedruk)waterstofnet. Hynetwork services Hynetwork Services wil in Nederland grootschalige waterstofinfrastructuur ontwikkelen en beheren. Hynetwork Services realiseert de waterstofinfrastructuur door bestaande gastransportnetten te hergebruiken. Op locaties waar het bestaande netwerk niet geschikt is of niet tijdig beschikbaar is, worden nieuwe leidingen aangelegd.
41
Vertrouwelijk
HOOFDSTUK A | DEELNEMENDE PARTIJEN
Liander Liander is als netbeheerder actief in zes regio’s in Nederland. In het Amsterdams havennet beheert Liander de elektriciteitsinfrastructuur op midden- en laagspanning. OCAP OCAP vangt CO2 af bij industriële bronnen en levert de afgevangen CO2 als voedingsstof aan tuinders in diverse glastuinbouwgebieden, waardoor tuinders geen CO2 hoeven te verkrijgen door het verstoken van aardgas. TenneT Als netbeheerder van Nederland en een groot deel van Duitsland bezit en beheert TenneT 24.000 kilometer aan hoogspanningskabels. TenneT ontwerpt het netwerk, legt het aan en beheert en onderhoudt het. Westpoort Warmte Westpoort Warmte B.V. is een samenwerkingsverband van Nuon Warmte en AEB Amsterdam. Met stadswarmte en duurzame koeling van Westpoort Warmte hebben bewoners en bedrijven in het noordwestelijke deel van Amsterdam 55.375 ton CO2 -uitstoot vermeden. Met restwarmte vanuit de industrie en vanuit een biomassa-energiecentrale worden woningen en bedrijven verwarmd.
Opdrachtgevers: Gemeente Amsterdam Port of Amsterdam
42
Vertrouwelijk
43
Vertrouwelijk