CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage.Quickscan Landschapswaarden en natuurwaarden RES gebieden Amsterdam

RAAD 10 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Brief van wethouder Van Doorninck van 8 februari 2021 inzake nieuwe windturbines in Amsterdam en een quickscan over windzoekgebieden naar aanleiding van de toezegging in de raadscommissie FED van 14 januari 2021.4.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan windzoekgebieden in relatie tot landschappelijke waarden, cultureel erfgoed en natuurwaarden Februari 2021 Inhoudsopgave 1.0 2.0 3.0 4.0

Inleiding Landschappelijke kwaliteiten Natuurbescherming Natuurwaarden in relatie tot de RES gebieden 4.1 Beschrijving per RES-gebied

1 3 5 10 11

Bijlagen

14

1.0 Inleiding In dit document zijn de beleidsdocumenten en onderzoeken (literatuur) die bekend zijn en een relatie hebben met de RES-zoekgebieden samengebracht. Internationaal gaat het om Natura 2000 en Unesco en op nationaal niveau geldt het beleid uit Natuur Netwerk Nederland. Op provinciaal niveau zijn dat het Bijzonder Provinciaal landschap en het cultureel erfgoed en op schaal van Amsterdam de Amsterdamse Hoofdgroenstructuur (HGS) en de Amsterdamse Ecologische Structuur. In de bijlage zijn de verschillende contouren van de bovenstaande beleidsdocumenten opgenomen. Hierin is ook te zien welke contouren raken aan de in de concept RES NHZ opgenomen zoekgebieden. Hieronder in figuur 1 zijn het internationaal, rijksbeleid en provinciaal beleid samengevoegd en in figuur 2 het Amsterdamse beleid.

Figuur 1: Totaalkaart internationaal, rijks en provinciaal beleid

1

Figuur 2: Totaalkaart Amsterdams beleid (Structuurvisie Amsterdam 2040)

In de volgende hoofstukken wordt ingegaan en verwezen naar de landschappelijke, culturele en natuur (ecologische) kenmerken en waarden van de verschillende beleidsdocumenten. Voor het Amsterdamse beleid geldt dat dit gebaseerd is op de vigerende structuurvisie wetende dat de Ontwerp Omgevingsvisie in de maak is. Deze quickscan toont welke beleidsdocumenten o.a. van toepassing zijn op de verschillende RESgebieden. Voor elke zoeklocatie waaraan planologische medewerking wordt verleend zal een vervolgonderzoek uitgevoerd worden. Dit zal uitgevoerd worden door middel van een verplichte milieueffectrapportage (MER). Hierin worden de milieueffecten voor plant, dier en mens in beeld gebracht.

2

2.0 Landschappelijke kwaliteiten De zoekgebieden voor windturbines zoals opgenomen in de concept RES NHZ liggen allen in of aan de rand van de stad met het omliggende landschap. Vanuit het Amsterdamse perspectief hebben we het dan over de groene scheggen.

Figuur 3: Scheggen Amsterdam met zoekgebieden RES

De kwaliteiten en kenmerken van het Noord-Hollandse landschap zijn in veel documenten beschreven. Echter zijn de belangrijkste, namelijk die van invloed zijn op de beoordeling van mogelijke inpassing van windturbines, opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening 2020. Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De basis voor een kwalitatieve beschrijving van het landschap van Noord-Holland is gelegd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (Provincie Noord-Holland, 2018). Voor 20 gebieden (zogenaamde ensembles, bijvoorbeeld ‘Waterland’) en 10 structuren (bijvoorbeeld: de Stelling van Amsterdam, bijlage D) zijn gebied dekkend en op consistente wijze de ontstaansgeschiedenis, de dynamiek en de drie belangrijkste kernwaarden beschreven: landschappelijke karakteristiek, openheid/ruimtebeleving en ruimtelijke dragers. Uitzondering hierop is het IJmeer. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. De leidraad is openbaar en gebruiksvriendelijk toegankelijk via: https://leidraadlc.noord-holland.nl/

Bijzondere Provinciale landschappen De inhoud van de Leidraad werkt door in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (vastgesteld november 2020). T.a.v. kwalitatieve ruimtelijke inpassingsvraagstukken in het landschap is specifiek de nieuwe categorie ‘Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL)’ van belang. Dit omvat 32 landschappen waarop we extra zuinig moeten zijn vanwege hun bijzondere eigenschappen voor mens en dier. Voor deze gebieden worden steeds een korte kenschets, de begrenzing en context, de ontstaansgeschiedenis en de kernkwaliteiten beschreven. 3

De Omgevingsverordening bevat als belangrijkste regel dat verstedelijking niet is toegestaan in het BPL en andere ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan mits de kernkwaliteiten van het betreffende landschap niet worden aangetast.

Figuur 4: Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL)

Het BPL is openbaar en gebruiksvriendelijk toegankelijk via: https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Bijzonder_Provinciaal_Landschap.

Op de RES gebieden van Amsterdam zijn de volgende BPL gebieden van toepassing: 3 Amstelscheg blz. 31-45 21 Tuinen van West blz. 261-274 22 Vechtstreek Noord (inclusief Diemerscheg) blz. 275-291 25 Waterland blz. 318-334 Ten aanzien van het raakvlak met de RES-gebieden dekken de Bijzondere Provinciale Landschappen niet het IJmeer af. Voor dit gebied zijn de volgende kaders mee te geven: IJmeerscheg Het IJmeer is onderdeel van het IJsselmeerlandschap en het landschaps-ecologisch systeem dient ook op die schaal te worden beschouwd. Het is vrijwel volledig Natura-2000-gebied en in het IJmeer specifiek zijn Pampuseiland en de IJdoornpolder onderdeel van de Stelling van Amsterdam (UNESCO-monument). De grote openheid in de verdichtende regio is zowel landschappelijk, cultuurhistorisch als ecologisch van unieke en grote kwaliteit. Het wordt wel ‘de metropolitane verademing’ genoemd. De belangrijkste ruimtelijke kenmerken van het IJsselmeergebied zijn beschreven in ‘de 10 gouden regels voor het IJsselmeergebied’ in de ‘Atlas van het IJsselmeergebied’ (Frits Palmboom, 2016).

Benoemd worden onder andere:  de continuïteit van dijken rondom (primaire waterkering);  recreatieve rondjes rond het gebied;  verschil tussen strakke en grillige kusten;  grootste open maat in het gebied (lengteassen over groot open water);  opeenvolging van baaien en kapen;  diversiteit (onder)waterlandschap en diversiteit van het achterland. Kenmerk uitgelicht uit de gouden regels die van toepassing is op de zoeklocatie: “Gebruik interventies bij de grillige kusten om het dijkverloop puntsgewijs te articuleren en te verfijnen. Voeg je naar het ritme van de dijk. Een enkel baken of mast kan, grootschalige lijnopstellingen van bijvoorbeeld windturbines niet.”

4

3.0 Natuurbescherming De provincie Noord-Holland heeft de wettelijke taak om planten en dieren te beschermen. Dat is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet regelt dat de provincies ter bescherming van bijzondere soorten een landelijk samenhangend stelsel van natuurgebieden moet begrenzen én beschermen, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, bijlage klaart B). Bij de NNN wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden en verbindingen. Verder regelt de wet de bescherming van de internationaal belangrijke natuurgebieden (Natura 2000, bijlage kaart A) en soorten. Ook kent Amsterdam haar eigen Hoofd Groen Structuur (HGS) en Amsterdamse Ecologische Structuur (EHS), bijlage kaart E en F. De HGS en EHS zijn opgenomen in de structuurvisie Amsterdam 2040, blz 133-139 en 239-250: https://131f4363709c46b89a6ba5bc764b38b9.objectstore.eu/hior/Documenten/Structuurvisie%20Amsterdam%20204 0%20(2011).pdf

NNN is beschermd in gemeentelijke bestemmingsplannen en in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. De provincie vergroot het bestaande natuurnetwerk de komende 7 jaar verder in met 5.600 hectare extra natuur. Bij plaatsing van windturbines in of nabij de NNN is compensatie verplicht (volgens saldo benadering of het nee tenzij beginsel) en mitigatie waarschijnlijk een vereiste. Mitigatie kan bijvoorbeeld zijn dat tijdens de trek de windturbines worden stilgezet of eisen die worden gesteld aan de kleur van de rotorbladen. Compensatie betekent dat elders de NNN in de vorm van hectares en functie gecompenseerd moet worden. Mogelijke effecten op de NNN Bij de beschrijving van de mogelijke effecten op de NNN gebieden en bijbehorende verbindingen is teruggegrepen op de provinciale ruimtelijke verordening en die regels stelt wanneer en hoe aantasting van natuurwaarden van de NNN moeten worden gecompenseerd. Volgens deze verordening wordt de natuurwaarde aangetast als 1. areaal vernietigd wordt; 2. als er verstoring plaatsvindt van de aanwezige natuurwaarden; 3. als de functionaliteit van de natuurwaarde wordt aangetast. Vernietiging areaal Vernietiging van het areaal treedt op door de aanwezigheid van de betonnen funderingsplaat en de aan te leggen onderhoudsweg.

Het oppervlakte verlies als gevolg van deze verhardingen (fundatieplaat en ontsluitingsweg) wordt als verwaarloosbaar ingeschat in deze fase van het onderzoek en daarmee het feitelijke verlies van de biotoop door plaatsing van turbines over het algemeen klein. Wel dient opgemerkt te worden dat mogelijk door het aanbrengen van fundaties en toegangswegen de grondwaterstand kan worden beïnvloed. Deze mogelijke verandering in de grondwaterstand kan gevolgen hebben op de aanwezige natuurwaarde in het gebied. Door mitigerende maatregelen kan dit negatieve effect op de grondwaterstand worden vermeden. Verlies aan functionaliteit Op voorhand zijn er twee gebied soorten aan te wijzen die door plaatsing van windturbines verlies aan functionaliteit hebben of zouden kunnen hebben. Het betreft de verbindingszone van de NNN en de weidevogelgebieden (heden: Bijzonder Provinciaal Landschap). De ecologische verbindingszones zijn over het algemeen smal en door het plaatsen van een windturbine in deze smalle verbindingszones is de kans groot dat dit een effect heeft op de functionaliteit van deze gebieden. Daar waar de verbindingszone breed is (>300 meter) is niet op voor hand te zeggen of er verlies optreedt. Dit dient nader onderzocht te worden.

De weidevogelgebieden verliezen ook aan functionaliteit door het verstorende effect dat windturbines hebben op de grote groepen vogels die in deze gebieden voorkomen en beschermd worden. Verstoring van aanwezige natuurwaarde De volgende effecten kunnen optreden:  Oppervlakte verlies  Versnippering  Verstoring door geluid  Optische verstoring  Verstoring door mechanische effecten  Verandering in de populatiedynamiek

5

storingsfactor oppervlakteverlies

toelichting Van vernietiging van oppervlakte leefgebied is sprake door de omvang van de standplaats en eventuele ontsluitingsweg van de turbine. versnippering Van versnippering is sprake bij het uiteenvallen van leefgebieden als bijvoorbeeld turbines als barrière werken tussen het broedgebied en het foerageergebied. verstoring door Het geluid van draaiende turbines kan een verstorend effect hebben op dieren. Bij vogels geluid is de optische verstoring echter maatgevend (boven verstoring geluid). optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid van voorwerpen die niet thuis horen in het natuurlijke systeem. Turbines kunnen hierdoor een verstorende werking hebben op dieren. Omdat dieren in verminderende mate of helemaal geen gebruik meer maken van een bepaald gebied rond turbines kan een oppervlak leefgebied verloren gaan. verstoring door Mechanische effecten treden op door de luchtwervelingen veroorzaakt, door de mechanische effecten rotorbladen van de turbine. verandering in de Veranderingen in de populatiedynamiek (instandhoudingsdoelstelling) kunnen optreden populatiedynamiek als gevolg van sterfte door botsing met de rotorbladen van de turbine. Hierdoor kunnen effecten optreden op de populatieomvang (aantallen), en/of populatieopbouw (verhouding jong-oud, man-vrouw).

Mogelijke effecten op de NNN gebieden en de verbindingszones De belangrijkste natuurwaarden voor de studiegebieden zijn vleermuizen en vogels (broed-, weide- en trekvogels), soorten zoals genoemd in de Wnb. Effecten op overige (beschermde) dier- en plantensoorten zoals Rugstreeppad, Ringslang, Noordse woelmuis en Waterspitsmuis zijn waarschijnlijk minimaal of treden niet op. Per storingsfactor is bekeken wat de effecten op de vleermuizen en vogels kunnen zijn. Oppervlakte verlies Het oppervlakte verlies als gevolg van de noodzakelijke verhardingen (fundatieplaat en ontsluitingsweg) is verwaarloosbaar klein en daarmee lijkt de kans groot dat het feitelijke verlies van biotoop door plaatsing van turbines over het algemeen klein is. Zeker als vooraf wordt bepaald waar de windturbine het best kan worden geplaatst. Vogels Het feitelijke verlies van biotoop door plaatsing van turbines kan klein worden gehouden. Een uitzondering daarop vormen de weidevogelgebieden. Vleermuizen Het feitelijke verlies van biotoop door plaatsing van turbines is niet van toepassing.

6

Versnippering Door de plaatsing van turbines kunnen barrières ontstaan in de trekroutes tussen nestplaats en foerageerplek en belemmering en verstoring van de jaarlijkse migratie tussen het leefgebied in de zomer overwinteringsgebied. Vogels Versnippering treedt op bij:  verstoring van voedselvluchten tussen nestplaats en foerageerplek  verstoring van de jaarlijkse migratie tussen broedgebied en overwinteringsgebied Vleermuizen Versnippering treedt op bij:  verstoring van foerageervluchten  bij sommige soorten zoals Ruige dwergvleermuis, verstoring van de jaarlijkse migratie tussen zomergebied en overwinteringsgebied. Verstoring door geluid Het geluid van draaiende rotorbladen kan een verstorend effect hebben op dieren. Vogels Uit onderzoek (Winkelman, et al., 2008) blijkt dat vogels snel gewenning kunnen vertonen aan geluiden. Vleermuizen Mogelijk spelen in de directe verstoring ook de hoorbare en ultrasone geluiden en de electromagnetische velden bij draaiende windturbines een rol. Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid van voorwerpen die niet thuis horen in het natuurlijke systeem. Vogels Uit onderzoek (Everaert, et al., 2002) is gebleken dat rustende en foeragerende vogels een zekere afstand bewaren tot windturbines. Over het algemeen zijn verstoringsafstanden van broedvogels kleiner dan die van niet broedende vogels.

Vleermuizen Optische verstoring speelt zover bekend bij de genoemde soorten geen rol. Mogelijk dat wel de navigatieverlichting van de windtubines verstoring kan optreden. Verstoring door mechanische effecten Mechanische effecten treden op door de luchtwervelingen, veroorzaakt door de rotorbladen van de turbine. Vogels Door de beweging van de rotorbladen kunnen luchtwervelingen ontstaan waardoor vogels gewond kunnen raken of sterven. Vleermuizen Vleermuizen kunnen tegen draaiende rotorbladen aanvliegen, last hebben van de werveling voor en achter de rotorbladen en last van onderdruk achter de rotorbladen. Verandering in de populatiedynamiek Veranderingen in de populatiedynamiek kunnen optreden als gevolg van sterfte door botsing met de rotorbladen of de mast van de turbine.

7

Vogels Vogels kunnen zich dood vliegen tegen de rotorbladen of tegen de mast. Vooral ´s nachts en bij mist en regenachtig weer kunnen er slachtoffers vallen. In gebieden waar veel trekbewegingen (foerageertrek) van vogels voorkomen of soorten leven die ´s nachts actief zijn of gestuwde seizoenstrek plaatsvindt, neemt het risico toe op een dodelijke botsing van de vogel met de mast of rotorbladen van de turbine. Vleermuizen Vleermuizen kunnen zich dood vliegen tegen de rotorbladen. In gebieden waar veel trekbewegingen (seizoenstrek en foerageertrek) van vleermuizen voorkomen neemt het risico toe op een dodelijke botsing van de vleermuis met de rotorbladen van de turbine. Vleermuizen Vleermuizen maken op diverse wijzen gebruik van het landschap. Delen van het landschap worden gebruikt als foerageergebied. Bomen en gebouwen kunnen functioneren als zomer-, winter en/of baltsverblijfplaats. Vleermuizen maken hierbij gebruik van een uitgebreid netwerk aan verblijfplaatsen, waar ze op verschillende momenten in het seizoen gebruik van maken. Daarnaast is het landschap de verbindende schakel tussen het foerageergebied en de verschillende verblijfplaatsen. Hiervoor kunnen vleermuizen gebruik maken van bepaalde landschapselementen die dekking geven aan hun gedurende het seizoen dagelijkse vliegroutes.

Tot slot is er nog sprake van seizoenstrek, waarbij sommige vleermuissoorten in het voor- en najaar gebruik maken van migratieroutes van en naar hun winterverblijven. Hierbij maken vleermuizen in ons gebied vooral gebruik van grote waterlopen en kustlijnen als de IJsselmeerkust. Vleermuizen kennen een winterrust van globaal november tot maart. In Amsterdam en omgeving komen van de twintig soorten in Nederland er elf (Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Rosse vleermuis, Laatvlieger, Watervleermuis, Grootoorvleermuis, Meervleermuis, Tweekleurige vleermuis, Bosvleermuis, Baardvleermuis en Kleine dwergvleermuis) in of om Amsterdam voor. Van de Bosvleermuis, Baardvleermuis en Kleine dwergvleermuis zijn maar enkele waarnemingen bekend. Vleermuizen en windturbines Uit onderzoek (Winkelman et al., 2008) bij windturbines met een maximale hoogte van circa 100 meter, blijkt dat vleermuizen de grootste risico’s lopen bij de bewegende rotorbladen, die aan de uiteinden snelheden kunnen halen van 200 tot 300 meter per seconde. Ongelukken worden veroorzaakt door direct contact of door de luchtwervelingen veroorzaakt door deze draaiende rotorbladen Vogels Het studiegebied is het leefgebied van een groot aantal vogels. Vogels maken afhankelijk van de soort op verschillende manieren gebruik van het landschap.

Er wordt gebroed, gefoerageerd en overwinterd maar Amsterdam wordt ook gepasseerd door trekvogels op weg naar het zuiden of noorden of van het broed- of overwinteringsgebied naar het voedselgebied. Vogels en windturbines Dat vogels slachtoffer kunnen worden van windturbines is uit onderzoek bekend. Er zijn drie belangrijke vogelwaarden in de zoeklocaties te onderscheiden; broedvogels, weidegebieden en trekroutes. De aanwezigheid en gedrag van de vogels bepaalt in grote mate het gevaar voor vliegaanvaring met de rotorbladen van de windturbines. Naast een direct en dodelijk contact is ook de werveling en turbulentie door de draaiende rotorbladen een dodelijk gevaar. Broedvogels: uit een onderzoek van 2010 blijkt dat er ruim 122 soorten broeden in en om Amsterdam. In 2019 is door de Vogelwerkgroep Amsterdam een onderzoek gestart naar de broedvogels en wintergasten van Groot-Amsterdam. De resultaten zullen in de vorm van een atlas verschijnen in 2021. De weidegebieden in het Oostzanerveld, Ilperveld, Waterland en Amstelland zijn van groot en internationaal belang als broed- en foerageergebied voor kritische weidevogels zoals de zomertaling, slobeend, watersnip, grutto en tureluur. Het gaat slecht met de weidevogels in Nederland. De oorzaken hebben vooral te maken met intensivering van de veehouderij, ontwatering en maaibeleid.

Trekvogels maken vooral gebruik van de kustlijn van het IJsselmeer en Markermeer. Foerageertrek is kriskras over het gebied Zo liggen bijvoorbeeld in de winter smienten overdag te rusten op de

8

Ouderkerkerplas en ’s nacht wordt er gefoerageerd in de Ronde Hoep en zo broeden lepelaars in de buurt van Halfweg en wordt er voedsel gezocht in Waterland. Weidegebieden Binnen de gekozen zoeklocaties is een drietal locaties gesitueerd nabij een weidevogelgebied. Deze locaties zijn de Ring A10 Noord, Diemerbos en Amstelland. Er is in deze fase van de planvorming nog niet of en/of waar een of meerdere turbines binnen de zoekgebieden komen te staan. Mogelijke verstoring door versnippering, verstoring door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en verandering in de populatiedynamiek kunnen daar optreden als de turbines in een weidevogelgebied of binnen een afstand van 300 meter van de weidevogelgebieden worden gesitueerd. Trekroutes Er zijn geen landdekkende gegevens beschikbaar over de vogeltrek. De beschikbare informatie geeft vooral een beeld waar waarnemers actief zijn. Op basis van expert judgement en op basis van gegevens beschikbaar gesteld door SOVON, tellingen van de 150 trektelposten en radargegevens van de luchtmacht de trekroutes over Nederland is door deskundigen een kaart samengesteld. De kaart is opgesteld voor soorten die tot circa 200 meter hoogte trekken. Figuur 5 laat zien dat West Nederland, op de kuststrook na, de classificatie ‘laag risico’ heeft gekregen.

De kaart geeft verder aan dat in ons gebied de Diemer Vijfhoek van groot belang is als rustplaats en oriëntatiegebied in de trek voor trekvogels tijdens het voor- en najaar.

Figuur 5: Potentiele risico’s van windmolens voor trekvogels (bron: Aarts & Bruinzeel, 2009)

Vervolg onderzoek verplicht Er is nog geen onderzoek gedaan naar de effecten op vleermuizen, broedvogels, weidevogels en trekvogels in relatie tot windturbinespecifieke locaties voor windturbines. Voor de daadwerkelijke plaatsing van windturbines binnen de als wenselijk beoordeelde gebieden is gedetailleerd onderzoek noodzakelijk en verplicht. Ecologische verbindingszones In bijlage B en G zijn de Natuur Netwerk Nederland en Amsterdamse Ecologische Structuur verbindingen ingetekend. 4.0 Natuurwaarden in relatie tot de RES gebieden Per zoekgebied wordt hieronder kort ingegaan wat de mogelijke effecten kunnen zijn op de aanwezige natuurwaarden. Bij deze globale beoordeling zijn de volgende beoordelingscriteria gehanteerd: areaal verlies, verlies aan functionaliteit van de aanwezige natuurwaarde en verstoring van de aanwezige 9

natuurwaarde. Voor deze analyse en beoordeling is geen veldwerk verricht. Ook is geen onderzoek beschikbaar in hoeverre cumulatieve effecten kunnen optreden. De locaties zijn nu via een korte literatuurstudie alleen onderzocht op geschiktheid plaatsing turbines. Onduidelijk is het totale effect op de ecologie wanneer alle kansrijke locaties in Amsterdam worden voorzien van turbines of in relatie met al bestaande windturbines. Deze veronderstelde effecten kunnen dan ook pas na een gedetailleerd (veld)onderzoek en vervolgstudies op hun merites en daadwerkelijke effecten beoordeeld worden. Grondgebonden dieren Aan de hand van de verspreidingsgegevens op kilometerhokniveau (bron waarneming.nl) is onderzocht of naast de aanwezigheid van vogels en vleermuizen ook nog andere door de Wnb beschermde grondgebonden soorten (Ringslang, Rugstreeppad, Noordse woelmuis en Waterspitsmuis) wel/niet bekend zijn op de zoeklocaties. Naam

Ringslang

Rugstreeppad

Amstelland Westelijk Havengebied Ring A10 Noord Nieuwe Diep e.o. Noorder IJplas Diemerbos e.o.

aanwezig niet aanwezig aanwezig aanwezig niet aanwezig aanwezig

aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig niet aanwezig aanwezig

Noordse woelmuis niet aanwezig niet aanwezig aanwezig niet aanwezig niet aanwezig niet aanwezig

Waterspitsmuis niet aanwezig niet aanwezig aanwezig niet aanwezig niet aanwezig aanwezig

Ruimtebeslag Het oppervlakteverlies als gevolg van verhardingen (fundatieplaat en ontsluitingsweg) is verwaarloosbaar en daarmee het feitelijke verlies van biotoop door plaatsing van turbines over het algemeen klein. Uit de literatuur zijn ook geen gegevens bekend dat de plaatsing van windturbines in relatie tot het ruimtebeslag een negatief effect heeft op het leefgebied van de Ringslang, Rugstreeppad, Noordse woelmuis en Waterspitsmuis. Wel dient opgemerkt te worden dat er mogelijk door de plaatsing van fundaties en toegangswegen de grondwaterstand kan worden beïnvloed. Deze mogelijke verandering in de grondwaterstand kan eventueel een negatief effect hebben op de drassige biotoop van de Noordse woelmuis. Door mitigerende maatregelen kan dit negatieve effect op de grondwaterstand worden vermeden. De verwachting is dan ook dat er vrijwel geen oppervlakte verlies zal optreden en dat er geen verandering in het ruimtebeslag zal optreden bij Ringslang, Rugstreeppad, Noordse woelmuis en Waterspitsmuis. Verstoring en verandering in de populatiedynamiek Er zijn geen directe veranderingseffecten bekend op de populatiedynamiek van de Ringslang, Rugstreeppad, Noordse Woelmuis en Waterspitsmuis door verstoring door geluid, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten.

Naam Amstelland Westelijk Havengebied Ring A10 Noord Noorder IJplas Nieuwe Diep e.o. Diemerbos e.o.

Ruimtebeslag nvt nvt nvt nvt nvt nvt

Verstoring nvt nvt nvt nvt nvt nvt

Vogels en vleermuizen Aan de hand van literatuuronderzoek is een schatting gemaakt van de broedpresentie van vogels (Scharringa, 2010) en de presentie van vleermuizen (bron: NDFF) in de zoeklocaties. Het getal bij de broedpresentie vermeldt hoeveel verschillende soorten er in het gebied broeden en niets over aantal broedende vogels over welke soorten het gebied gebruiken als foerageer of rustgebied of het gebied passeren bij de jaarlijkse voor- en najaarstrek. Het getal bij de presentie vleermuizen vermeldt hoeveel verschillende soorten vleermuizen er in dit gebied zijn waargenomen en zegt niets over de grootte van een populatie. 10

In de beschrijving hieronder is per RES-gebied een schatting gemaakt van de broedpresentatie vogels en het aantal soorten vleermuizen. Gebruikte bronnen:  Everaert, J., K, Devos & E. Kuijken, 2002. Windturbines in Vlaanderen , voorlopige onderzoeksresultaat en buitenlandse bevindingen. Insti tuur voor Natuurbehoud, Brussel.  NDDF (Nationale Databank voor Flora en Fauna) https://www.ndff.nl/ (via het Amsterdamse abonnement).  Scharringa, C.J.G., W. Ruitenbeek & P.J. Zomerdijk (red), 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. SVN / Landschap Noord-Holland, Heiloo.  Winkelman, J.E., F.H. Kistenkas & M.J. Epe, 2008. Ecologische en na tuurbeschermingsrechtelijke aspecten van windturbines. Atterra, Wageningen.

4.1

Beschrijving per RES-gebied

verstoring door mechanische effecten

verandering in populatiedynamiek

6

optische verstoring

Vleermuizen

zeer beperkt zeer beperkt

verstoring door geluid

49

versnippering

(broed)presentie in zoeklocatie

Vogels

oppervlakte verlies NNN

Westelijk Havengebied

Gebied 1: Westelijk Havengebied In het gebied staat al een groot aantal draaiende windturbines. Het gebied kent een groot aantal en bijzondere broedvogels (o.a.Slechtvalk, Zwarte roodstaart en Veldleeuwerik). De nabijgelegen Brettenzone en het Geuzenbos zijn belangijke leef- en voedselgebieden gebieden voor broedvogels (o.a. Buizerd, Havik, Groene specht) en vleermuizen. Vooral het westelijk deel van het gebied wordt tijdens de foerageertrek (oa. Lepelaar, Visdief en Meervleermuis) veelvuldig gepasseerd.

mogelijk

nvt

nvt

mogelijk

mogelijk

mogelijk

nvt

nvt

mogelijk

mogelijk

Noorder IJplas

(broed)presentie in zoeklocatie

oppervlakte verlies NNN

versnippering

verstoring door geluid

optische verstoring

verstoring door mechanische effecten

verandering in populatiedynamiek

Gebied 2: Noorder IJplas De Noorder IJplas is belangrijk als rustplek voor vogels.en als en foerageerplek voor vogels en vleermuizen. Het bosgebied aan de oostzijde is een broedgebied voor vogels (o.a. Havik en Buizerd). Het vermoeden is dat over het gebied veel foerageertrek plaatsvindt van vogels.

Vogels

16

nvt

mogelijk

nvt

mogelijk

mogelijk

mogelijk

Vleermuizen

7

nvt

mogelijk

nvt

nvt

mogelijk

mogelijk

Gebied 3: Ringweg A10 Noord De weilanden in Waterland zijn belangrijk als rust- en foerageerplek voor vogels en belangrijke broedplaatsen voor weidevogels als Grutto en Kievit. Het vermoeden is dat over het gebied veel foerageertrek plaatsvindt van vogels. In het gebied wordt in de aanwezige boerderijen beperkt door de 11

Ringweg A10 Noord

(broed)presentie in zoeklocatie

oppervlakte verlies BPL

versnippering

verstoring door geluid

optische verstoring

verstoring door mechanische effecten

verandering in populatiedynamiek

Kerkuil gebroed. De locatie grenst aan beschermde weidevogelgebieden.

Vogels

40

mogelijk

mogelijk

nvt

mogelijk

mogelijk

mogelijk

Vleermuizen

6

mogelijk

nvt

nvt

nvt

mogelijk

mogelijk

Nieuwe Diep e.o.

(broed)presentie in zoeklocatie

oppervlakte verlies NNN

versnippering

verstoring door geluid

optische verstoring

verstoring door mechanische effecten

verandering in populatiedynamiek

Gebied 4: Nieuwe Diep e.o. Het gebied is belangrijk als rust- en foerageerplek voor watervogels. Het Vogeleiland thv de Strekdam is een belangrijke broedplaats voor Kleine mantelmeeuw en Zwartkopmeeuw en de Slechtvalk broedt (soms) in een van hoogspanningsmasten. Daarnaast ligt een deel van het gebied in de noord-zuid trekroute van trekvogels. Vleermuizen (o.a. Meervleermuis) gebruikt het gebied om te foerageren. Door het gebied loop een NNN-verbinding en de locatie grenst aan een Natura 2000 gebied.

Vogels

38

mogelijk

mogelijk

nvt

nvt

mogelijk

mogelijk

Vleermuizen

8

mogelijk

mogelijk

nvt

nvt

mogelijk

mogelijk

Diemerbos e.o.

(broed)presentie in zoeklocatie

oppervlakte verlies NNN

versnippering

verstoring door geluid

optische verstoring

verstoring door mechanische effecten

verandering in populatiedynamiek

Gebied 5: Diemerbos e.o. Het gebied is een belangrijk gebied voor broedvogels (o.a Havik, Buizerd) en vleermuizen (o.a. Grootoorvleermuis) en ligt in de noord-zuid trekroute van trekvogels. De Gaasperplas en omgeving is belangrijk als foerageergebied en rusplaats voor vogels. Een groot deel van de zoeklocatie is onderdeel van de NNN of wordt doorkruist met NNN verbindingen.

Vogels

23

treedt op

mogelijk

nvt

nvt

mogelijk

mogelijk

Vleermuizen

10

treedt op

mogelijk

nvt

nvt

mogelijk

mogelijk

12

Amstelland e.o.

(broed)presentie in zoeklocatie

oppervlakte verlies NNN

versnippering

verstoring door geluid

optische verstoring

verstoring door mechanische effecten

verandering in populatiedynamiek

Gebied 6 en 7: Amstelland e.o. De weilanden in Amstelland zijn belangrijk als rust- en foerageerplek (bijvoorbeeld Landje van Geijsel) voor vogels en belangrijke broedplaatsen voor weidevogels als Grutto en Kievit. Vanaf de Ouderkerkerplas vindt veel foerageertrek van watervogels (o.a Smient) plaats. In het gebied wordt in de aanwezige boerderijen gebroed door de Kerkuil. Het knooppunt Holendrecht dient als belangrijke broedkolonie voor o.a. Kleine mantelmeeuw en Visdief. Een deel van het gebied is onderdeel van de NNN (gebieden en verbindingen).

Vogels

22

mogelijk

mogelijk

nvt

mogelijk

mogelijk

mogelijk

Vleermuizen

6

mogelijk

nvt

nvt

nvt

mogelijk

mogelijk

13

BIJLAGEN:

Figuur A: Natura 2000 (internationaal)

Figuur B: Natuur Netwerk Nederland (NNN, nationaal)

14

Figuur C: Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL, provinciaal)

Figuur D: Cultureel Erfgoed + Unesco (nationaal / provinciaal)

15

Figuur E Hoofd Groen Structuur (HGS, gemeentelijk)

16

Figuur F: Amsterdamse Ecologische Structuur (gemeentelijk)

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9733901/1