CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Opdrachtomschrijving evaluatie Kunstenplan 2025-2028.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 12 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de evaluatie van de totstandkoming van het Kunstenplan 2025-2028 (VN2026-000968)2.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtomschrijving Evaluatie Kunstenplan 2025-2028 Kunst en Cultuur - 19 januari 2026 Vooraf De gemeenteraad heeft op 8 november 2023 de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 ‘Vele Verhalen maken de Stad’ vastgesteld. Met deze Hoofdlijnen onderstreept het gemeentebestuur de grote waarde van kunst en cultuur voor de stad voor de periode 2025-2028 en legt nieuwe accenten in een meer gelijke verdeling van kunst en cultuur over de stad en het bevorderen van de kracht van wijken en makers. Door versimpeling van de Kunstenplansystematiek maakt het college meer ruimte voor nieuwe instroom van culturele instellingen die nu nog ondervertegenwoordigd zijn in het cultuuraanbod in de stad. Blijven investeren in nieuwe en bestaande plekken en daarbij gericht kijken naar wijken is een belangrijk doel. Het bestuur wil met cultuureducatie de kansengelijkheid bevorderen en meer plekken creëren waar talent zich kan ontwikkelen. Amsterdam is de culturele hoofdstad van Nederland en het is een internationale stad die makers, instellingen en culturele professionals uit de hele wereld trekt. Tegelijkertijd heeft het college oog voor de zorgen die er zijn binnen de sector. De druk op instellingen en makers is groot door onder andere de hoge inflatie, gebrek aan personeel en en betaalbare ruimte, veranderend publieksgedrag en zorgelijke ontwikkelingen in de wereldpolitiek.

De stad steunt de culturele sector in 2025 en 2026 met € 168.8 miljoen per jaar en in 2027 en 2028 met € 166.6 miljoen per jaar en compenseert de inflatie met 5,2 %. Het AFK voert de regelingen uit die zijn opgenomen in het Kunstenplan 2021-2024 in opdracht van, in goed overleg en in afstemming met de afdeling Kunst en Cultuur. Hieronder valt ook de regeling Vierjarige subsidies. Met de Hoofdlijnen nam het college het advies Voor de kunsten – voor de stad’ Advies over de culturele infrastructuur van Amsterdam – Kunstenplan 2025-2028 van de Amsterdamse Kunstraad over. Dit betekent concreet dat zeven instellingen, namelijk het Amsterdam Museum, het Stedelijk Museum Amsterdam, de Nationale Opera & Ballet, Internationaal Theater Amsterdam, het Koninklijk Concertgebouworkest, het Bijlmer Parktheater en Theater de Meervaart, eind 2023 rechtstreeks een aanvraag indienden bij de gemeente. Dat betekende ook dat dertig instellingen die in de periode 2021-2024 onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vielen, bij het AFK aanvroegen. Op basis van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 en daarin gestelde ambities vond in 2024 de verdeling plaats van de middelen voor het Kunstenplan 2025-2028 – vastgesteld door de gemeenteraad op 11 december 2024. Vierjarig gesubsidieerde organisaties vormen voor een groot gedeelte de basis van de Amsterdamse cultuursector.

Het merendeel van deze organisaties ontvangt subsidie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK). Een zevental instellingen ontvangt direct subsidie van de gemeente, op basis van adviezen van de Amsterdamse Kunstraad (AKR). Daarnaast worden zes organisaties door de gemeente direct gefinancierd voor de uitvoering van taken op het gebied van cultuureducatie. Tot slot ontvangen drie instellingen via de gemeente een meerjarig incidentele subsidie gezien de betrokkenheid bij de ruimtelijke investeringsagenda van het gemeentebestuur op het gebied van kunst en cultuur. Evaluatie Kunstenplan 2025-2028 Het college zal net als bij voorgaande Kunstenplannen een evaluatie laten uitvoeren. Het doel is een beoordeling van de gevolgde procedures, van de totstandkoming van de Kunstenplanregelingen en van de (eerste) ervaringen daarmee. De evaluatie moet resulteren in concrete aanbevelingen voor de totstandkoming van het Kunstenplan 2029-2032.

Hierna zetten wij eerst kort de context voor de evaluatie uiteen: de beleidswijzigingen die voorafgingen aan het Kunstenplan 2025-2028 en de vragen die zijn gesteld door de gemeenteraad bij de behandeling ervan. Daarna gaan wij in op het doel van de evaluatie, onze verwachtingen van de aanpak en formuleren wij de concrete evaluatievragen. Deze uitgangspunten zullen de basis vormen voor de evaluatie. Dit inhoudelijk kader wordt meegenomen in de uitvraag aan onderzoeksbureaus ter uitvoering van de evaluatie. De evaluatie dient uitgevoerd te worden in het eerste en tweede kwartaal van 2026. Context evaluatie Voorafgaand aan de evaluatie zijn een aantal stappen in opmaat naar het Kunstenplan 2025-2028 doorgevoerd die in relatie tot de Kunstenplansystematiek belangrijk zijn ter achtergrondinformatie: Op advies van de Amsterdamse Kunstraad schafte het gemeentebestuur als onderdeel van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 de Amsterdam Bis af. Het onderscheid tussen instellingen binnen en buiten de basisinfrastructuur werd als te complex en juridisch kwetsbaar beschouwd. Met het schrappen van deze tweedeling wordt gestreefd naar een eerlijker en transparanter subsidiebestel. Dit besluit betekende dat zeven instellingen die direct onder de gemeente vallen een aanvraag indienden bij de gemeente, en de overige instellingen een aanvraag deden bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Voor deze zeven instellingen reserveerde het college in 2023 € 60 miljoen euro. Ten opzichte van het budget in de voorgaande periode was in totaal € 3 miljoen minder voor hen beschikbaar. Binnen het Kunstenplan budget is deze € 3 miljoen toegevoegd aan het budget van het AFK om zo de vierjarige regeling, de ontwikkelregeling en de regeling voor projectsubsidies aan te vullen. Meer instellingen ontvangen hierdoor structurele financiering of kunnen zich ontwikkelen, en per jaar kunnen meer makers, verspreid over de stad, ondersteuning krijgen voor projecten. Het gemeentebestuur heeft de bezuiniging op de zeven instellingen die direct onder de gemeente vallen deels teruggedraaid met extra incidentele middelen volgend uit de voorjaarsnota 2024, grotendeels ingegeven door de negatieve beleidskeuzes van het Rijk voor de kunst- en cultuursector van Amsterdam, waaronder geco-financierde instellingen. Het college stelde in oktober 2024 incidenteel € 3,5 miljoen beschikbaar voor zeven instellingen die positief advies ontvingen van het AFK, maar vanwege onvoldoende budget veel minder subsidie toegekend hadden kregen dan aangevraagd. Het bedrag werd verdeeld over cultuurorganisaties De Appel, De Nieuwe Liefde, ICK Dans Amsterdam, Jakop Ahlbom Company, Lijm-lab, Stichting Amsterdam Klezmer en Stichting Pink Media.

Met de middelen was het mogelijk het toegekende bedrag voor deze instellingen alsnog aan te vullen tot het geadviseerde bedrag. De gemeenteraad van Amsterdam besloot op 11 december 2024 over het Kunstenplan 2025-2028, inclusief de verdeling voor de zeven instellingen die rechtstreeks onder de gemeentevallen en instellingen die deel uitmaken van het cultuur- en muziekeducatiebeleid. Bij de behandeling zijn zeven moties1 aangenomen waarvan er vier2 zijn verwerkt in de evaluatievragen in dit voorstel. De andere drie moties3 worden beantwoord in de raadsinformatiebrief d.d. 19 januari 2026. Regeling Vierjarige Subsidies AFK Op 1 augustus 2024 publiceerde het AFK de besluiten van de Regeling Vierjarige subsidies 2025-2028. Deze regeling volgt de ambities uit de hoofdlijnen van het college. In juni 2024, kort voor de bekendmaking van de besluitvorming door het AFK, werden de besluiten over de rijkssubsidies van de Raad voor Cultuur en de

1 Moties: 608, 609, 610, 616, 622, 623, 624 2 Moties 608, 609, 616, 623 3 Moties 610, 622, 624

landelijke fondsen gepubliceerd. Toen werd duidelijk dat tientallen in Amsterdam gevestigde organisaties hun rijkssubsidie zouden verliezen. Dit heeft volgens het AFK grote impact gehad op het stedelijke en landelijke culturele klimaat (bron: AFK inleiding regeling vierjarige subsidies 2025 – 2028). In dit evaluatievoorstel is naar aanleiding hiervan een vraag opgenomen over de afstemming van de gemeente met de landelijke fondsen. Doel evaluatie en evaluatievragen Onderwerp van evaluatie is de uitvoering van de verdeling van de Kunstenplanmiddelen 2025-2028, waarbij zowel aandacht is voor de verdeling onder de instellingen die vallen onder het Amsterdams Fonds voor de Kunst, als de instellingen die direct onder de gemeente vallen. De evaluatie moet resulteren in concrete aanbevelingen voor de totstandkoming van het Kunstenplan 2029-2032. Aanpak evaluatie De gemeente Amsterdam wil een kwalitatieve evaluatie laten uitvoeren door een extern bureau, waarin zowel het proces van uitvoering als de resultaten ervan en enkele specifieke aandachtspunten aan bod komen. In de evaluatie moeten stakeholders in de stad worden bevraagd, zoals de stadsdelen, AFK, AKR, en ook landelijke fondsen (in het bijzonder het Fonds Podiumkunsten), de Raad voor Cultuur en het ministerie van OCW.

Het bevragen van (een selectie van) aanvragers behoort ook tot de mogelijkheid, met de opmerking dat het bureau dat deze evaluatie uitvoert rekening moet houden met de eigen evaluatie van het AFK waarin aanvragers en adviseurs zijn bevraagd op hun ervaringen. De zeven aanvragers die direct gesubsidieerd worden door de gemeente, zullen in het onderzoek van de gemeente Amsterdam bevraagd worden. Evaluatievragen De evaluatievragen gaan over het proces van de verdeling, het resultaat van de verdeling of over specifieke punten van aandacht: • Proces: over de manier waarop de verdeling tot stand is gekomen. Vragen gaan onder meer over het AFK en de werking van de verdeling en of de wijze van beoordeling in voldoende mate aansluit bij de doelen van de gemeente. • Resultaat: in welke mate zijn de doelen en ambities uit de Hoofdlijnennota behaald met de verdeling van de middelen voor het Kunstenplan 2025-2028? • Aandachtspunten: specifieke vragen over aspecten van de verdeling. Proces 1. Hoe verliep het proces van de totstandkoming van het Kunstenplan 2025-2028? Wie zijn daarbij betrokken en in welke rol? 2. Hoe zijn de aanvraagprocedures verlopen? 3. Werd de planning gehaald? 4. Hoe verliep de communicatie vanuit de gemeente, het AFK en de AKR met de direct betrokken partijen? 5.

Met het verkleinen van de groep instellingen die onder de directe verantwoordelijkheid van de gemeente vallen, is de groep instellingen die meedongen binnen de AFK-aanvraagronde vergroot en verder gedifferentieerd. Hoe heeft deze groep dit ervaren? Wat is de ervaring met eenzelfde procedure voor zoveel verschillende typen aanvragers? 6. Is de gemeente Amsterdam erin geslaagd om de procedures af te stemmen met de rijksfondsen? Resultaat 1. Sluiten de resultaten van de uitvoering van de regeling van het AFK en de toekenning aan de zeven instellingen op advies van de AKR aan bij de uitgangspunten van de Hoofdlijnennota?

2.

Wat is het effect van de splitsing van de zeven instellingen die direct door de gemeente gesubsidieerd worden en de andere bij het AFK? 3. Is er sprake van één samenhangend Kunstenplan dat bestaat uit beide categorieën? 4. Hoe zijn de zeven instellingen omgegaan met de vermindering van subsidie als gevolg van het lagere subsidieplafond voor deze groep (€ 3 miljoen lager dan in periode 2021-2024). Zijn zij erin geslaagd om dit verlies aan inkomsten te compenseren uit andere bronnen? 5. Wat is de verdeling over disciplines en stadsdelen? Draagt het Kunstenplan 2025-2028 bij aan een evenwichtige verdeling van het aanbod van kunst en cultuur over de stad? In het bijzonder over de stadsdelen Noord, Nieuw-West, Zuidoost en stadsdelen waar verdicht wordt? (Motie 616 van het lid Emmerik inzake evenwichtige spreiding culturele voorzieningen over de stadsdelen). 6. Is het mogelijk om een integrale afweging te maken waarin de impact van de verdeling in het Kunstenplan en de aansluiting op stedelijke beleidsdoelstellingen in beeld wordt gebracht? Kan deze afweging onderdeel uitmaken van het proces van besluitvorming bij het AFK? (Motie 609 van de leden Minderhoud, Moeskops, Van der Veen, Garmy en Van Schijndel inzake integrale toets verdeling subsidiemiddelen n.a.v. AFK adviezen). 7.

In hoeverre is de gemeente erin geslaagd om in het Kunstenplan 2025-2028 ruimte te maken voor nieuwe instroom van culturele instellingen die in de vorige periode nog ondervertegenwoordigd waren in het cultureel aanbod in de stad? Dezelfde vraag is van toepassing voor ruimte voor makers. 8. Wat waren de rollen van het college en de gemeenteraad? Bijzondere punten van aandacht 1. Op welke wijze is het criterium duurzaamheid toegepast bij de beoordeling door het AFK en de AKR? Is het mogelijk om in de komende Kunstenplanprocessen duurzaamheid als criterium in de beoordeling zwaarder te laten wegen dan nu is gebeurd? (Motie 608 van het lid Emmerik inzake duurzaamheid als beoordelingscriterium in het Kunstenplan). 2. Is het mogelijk om in het Kunstenplan rekening te houden met investeringen in vastgoed? Welke opties zijn denkbaar als je deze koppeling wilt maken tussen grootschalige investeringen in vastgoed en de exploitatie van instellingen? (Motie 623 van de leden Moeskops, Minderhoud, Van der Veen en Garmy inzake koppel vastgoedinvesteringen aan exploitatie). 3. Hoe verhouden zich de gestegen kosten van onderhoud van de panden zich tot de totale exploitatie van de instellingen? Hadden de instellingen in de Kunstenplansystematiek voldoende ruimte om de gestegen kosten van vastgoed op te nemen in hun aanvraag? 4.

Zijn de aanvragers op het gebied van cultuureducatie in de Kunstenplansystematiek in voldoende mate op hun eigen merites beoordeeld?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16549625/1