CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage.Ongekend Verzet. Indonesiërs, Indische Nederlanders, Surinamers en Antillianen in verzet tegen het fascisme tijdens de Tweede Wereldoorlog

RAAD 1 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Brief van de stichting Cerita Fakta inzake de aanbieding van de publicatie Ongekend Verzet. Indonesiërs, Indische Nederlanders, Surinamers en Antillianen in verzet tegen het fascisme tijdens de Tweede Wereldoorlog VN2022-0139915.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Indonesiërs, Indische Nederlanders, Surinamers en Antillianen in verzet tegen het fascisme tijdens de Tweede Wereldoorlog

Ongekend verzet

Cerita Fakta

Eduard A. Latuperisa

Nazir Pamuntjak

Evy Poetiray

Maroeto Daroesman

Slamet Faiman

Tengku Jusuf Mudahdalam

Irawan Soejono

Coos Ayal

Rahmad Koesoemobroto

Rudi Jansz (Indisch)

Boy Ecury (Arubaans)

Anton de Kom (Surinaams)

George Maduro (Curaçaos)

Boy Edgar (Armeens/Indisch)

Harry Frederik Voss (Sur)

Albert Wittenberg (Sur)

Anda Kerkhoven (Indisch)

Iwan Hugo Kanteman (Sur)

4

|

Ongekend Verzet Indonesiërs, Indische Nederlanders, Surinamers en Antillianen in verzet tegen het fascisme tijdens de Tweede Wereldoorlog Inleiding Hoeveel mensen weten dat zovelen uit de Indonesische, Indische, Surinaams en Antilliaanse gemeenschap in Nederland hebben bijgedragen aan de strijd tegen het fascisme tijdens de Tweede Wereldoorlog? Wat is er bekend over deze verzetsstrijders? Waarom kennen we hun namen niet, waarom zijn ze nooit genoemd in onze geschiedenislessen op school? Wat zouden we moeten weten over deze kant van die belangrijke periode die nog jaarlijks in Nederland wordt herdacht? Verhalen over deze strijders in het verzet zijn slechts gefragmenteerd vastgelegd en maken geen deel uit van het Nederlands geschiedenisonderwijs, uitgezonderd in Amsterdam-Zuidoost. Laten we dat hiaat nu opvullen!

Terugblik ‘Geen 4 mei voor mij!’ werd in 2018 als lawaaiprotest aangekondigd voor de jaarlijkse 4 mei herdenking op de Dam. Nog niet eerder was in Nederland een Nationale Dodenherdenking zo openlijk op scherp gezet door jongeren die zich niet gerepresenteerd voelden. Alhoewel we in een recent verleden een premier hadden die prat ging op de VOC- mentaliteit, zijn veel landgenoten overtuigd dat de VOC en WIC nationale ondernemingen waren van een land dat ver over zee over lijken ging voor zijn gewin. In een debat tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van 2006 antwoordde toenmalig premier Jan Peter Balkenende kamerlid Femke Halsema, die zich negatief uitsprak over de economie, met de inmiddels gevleugelde woorden: “Ik begrijp niet waarom u hier zo negatief en vervelend over doet. Laten we blij zijn met elkaar! Laten we optimistisch zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over de grenzen heen kijken, dynamiek! Toch?”

5

|

In de Tweede Kamer kreeg hij enig weerwoord van de toenmalige SP-voorman Jan Marijnissen, die hem herinnerde aan rooftochten en kolonisatie. Balkenende zelf zag het vooral in het kader van handelsgeest, daadkracht en durf. Het wordt tijd dat we de leus van de jongeren uit 2018 ‘4 mei, niet voor mij!’, vervangen door ‘4 mei, ook voor mij!’. Dit is een pleidooi tegen buitensluiting, voor inclusiviteit en voor aandacht voor het complete verhaal over het verzet in de Tweede Wereldoorlog, als bijdrage aan de totstandkoming van een breed gedragen nationale identiteit.

De koloniale geschiedenis in het kort In 16191 verloor de bevolking van de uit ruim 14.000 eilanden bestaande Indonesische archipel door bruut wapengeweld haar zelfbeschikkingsrecht 2 en de zeggenschap over haar natuurlijke hulpbronnen. Arbeidskracht en

eeuwenoude culturen werden ondergeschikt gemaakt aan de Nederlandse koloniale heersers en hun belangen. Jakarta, de hoofdstad van dit enorme land dat 50 keer groter is dan Nederland, ligt op 11.357 km van Amsterdam. De koloniale overheersing zou uiteindelijk drieënhalve eeuw duren. Terwijl Nederland al bezet is door Duitsland gaan de handelsbetrekkingen tussen Nederlands-Indië en het met Duitsland samenwerkende Japan gewoon door. Zo sluit de Nederlandse Koloniale Petroleum Maatschappij (NKPM, de voorloper van Shell) eind 1940 nog een grote deal met Japan om jaarlijks 760.0000 ton ruwe olie en 650.000 ton olieproducten te leveren, waarmee Nederlands-Indië indirect meewerkt aan zijn eigen ondergang. Op 9 maart 1942 ondertekent het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL) de capitulatie van Nederlands-Indië. De Japanse bezetting duurt vervolgens drie jaar. Na de atoomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki capituleert Japan op 15 augustus 1945. Twee dagen later, op 17 augustus 1945, wordt de onafhankelijke staat Indonesia uitgeroepen. Nederland erkent de soevereine republiek niet en zet alles op alles om de voormalige winstgevende kolonie terug te krijgen. Terwijl het net zelf WOII achter de rug heeft, begint Nederland 3 een bloedige oorlog met als doel het behoud van de kolonie en herstel van

het Nederlandse bestuur. Uiteindelijk wordt op 27 december 1949 het pleit beslecht en krijgt Indonesië, onder druk van de Verenigde Staten, die dreigen de Marshallhulp in te trekken, de onafhankelijkheid terug die Nederland haar 4

drieënhalve eeuw eerder had afgenomen.

Een ander land dat in het verleden werd buitgemaakt en geëxploiteerd is Suriname. In 1650 werd het gekoloniseerd door Engeland en in 1667, tijdens

6

|

de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog, buitgemaakt door Nederland. De afstand tussen Paramaribo en Amsterdam is 7.496 km. Suriname is vier keer zo groot als Nederland en werd eindelijk, zonder gewapende strijd, in 1975 onafhankelijk. Dat de koloniale geschiedenis van Indonesië, Suriname en de Antillen in het geschiedenisonderwijs niet wordt behandeld, is veelzeggend. Informatie over deze periode, die Nederland mede gemaakt heeft tot wat het nu is en 5

die verklaart waarom er hier Indo’s, Molukkers, Belanda hitams , Chinezen, Surinamers en Antillianen wonen, ontbreekt geheel. Dat Indische mensen vaak Indonesiërs genoemd worden laat zien hoe slecht we geïnformeerd zijn over onze eigen (koloniale) geschiedenis. Maar wie wil weten hoe de geschiedenis zijn beloop heeft gehad in Nederlands-Indië kan terecht bij schrijvers en historici die hier tot in detail over hebben gepubliceerd. Om maar enkele te noemen: Ewald Vanvught, Matthias van Rossum, Herman Keppy, Reggy Baay, Nizaar Makdoembaks, Piet Hagen, en onlangs Maurice Swirc en David van 6

Reybrouck.

En wie wil weten hoe de koloniale geschiedenis is verlopen in Suriname, leest Anton de Kom, Nizaar Makdoembaks en Sandew Hira.

Door de koloniale geschiedenis verbonden Dat we vanaf het moment van kolonisatie niet alleen deel werden van elkaars geschiedenis maar ook van elkaars toekomst realiseerden de toenmalige machthebbers zich waarschijnlijk niet. Uiteraard was er nooit gekoloniseerd met het idee dat er ooit een deel van die gekoloniseerde bevolking zou migreren naar het moederland en zich daar blijvend zou vestigen. Het idee achter migratie was immers eenzijdig en voorbehouden aan de kolonisator, hij die kwam halen. Inmiddels weten we dat de geschiedenis een heel andere loop heeft gehad dan de kolonisator vroeger ooit had kunnen vermoeden. Wij leven nu in een andere tijd, met veel mensen van diverse afkomst, in een relatief klein land met een gezamenlijke geschiedenis. En hoe oneerlijk die geschiedenis ook is geweest in onze verschillende landen van herkomst en voor onze voorouders, ons huidige vaderland, Nederland, dragen we een warm hart toe. Ondanks alle verschillen in afkomst hebben de meeste mensen hetzelfde doel: een veilig en gelukkig thuis voor zichzelf, hun familie, vrienden en naasten. Dat het samenleven niet altijd makkelijk is en we door al die verschillende achtergronden, normen, waarden en godsdienstinterpretaties soms onder druk staan is waar, maar het loont om de balans te blijven zoeken en polarisatie tegen te gaan.

7

|

We leven in een tijd waarin onze multi-etnische samenleving een gedeeld draagvlak nodig heeft om vreedzaam en constructief met elkaar om te gaan. Daarom moeten we kijken naar wat ons bindt. Een nationale identiteit die gekend en breed uitgedragen wordt is dan geen overbodige luxe. De eerder zo succesvolle koloniale verdeel- en heersstrategie is immers kortzichtig gebleken. Het zet de samenleving onder druk, brengt haar op achterstand en draagt niet bij aan een succesvolle toekomst. Dat de bouwstenen voor die gezamenlijke nationale identiteit er zijn wordt helaas nog niet door iedereen onderkend. Daar moet nodig verandering in komen. Want voor ex-gekoloniseerden, die een belangrijk deel uitmaken van de Nederlandse geschiedenis, maakt het veel uit als zij gehoord en erkend worden. Gerepresenteerd worden en zichtbaar zijn als deel van de geschiedenis van het land waarin je leeft is niet alleen prettig maar ook noodzakelijk om je deel te laten uitmaken van de toekomst van je land. Het gevoel van verbondenheid is daarbij enorm belangrijk. Aandacht voor de gedeelde geschiedenis, in de koloniale periode en daarna, kan daarbij helpen.

De Tweede Wereldoorlog en de bijdragen uit de koloniën De bijdragen uit de koloniën aan het geallieerde kamp zijn omvangrijk geweest. In de eerste plaats was de ondersteuning van de oorlogsindustrie vanuit de 7 koloniën van groot belang. Er werden essentiële grondstoffen geleverd en er

werd gebruik gemaakt van arbeidskracht van arbeiders die onder grove mis8 standen werkten in bedrijven die zorgden voor verwerking en toelevering. In

zijn boek ‘Goelag in de Indische Archipel’ beschrijft auteur Nizaar Makdoembaks onder meer het grote onrecht dat de Chinese stokers op de olietankers in het Caraïbisch gebied is aangedaan en het verzet van de gouverneurs van de koloniën om Joodse vluchtelingen op te vangen. Ten tweede de participatie van soldaten uit de koloniën in het leger van de geallieerden. Miljoenen gekleurde soldaten hebben Europa helpen bevrijden. Soldaten uit de VS, Senegal en Algerije. Het Franse leger bestond voor maar liefst 60% uit zwarte soldaten uit de Afrikaanse koloniën. Karin Amatmoek9 rim beschrijft in een artikel voor De Correspondent dat het aandeel van

gekleurde soldaten die in WOII aan de kant van de geallieerden meevochten niet ‘gewoon’ vergeten is, maar dat de geschiedenis is gemanipuleerd omdat het gezicht van de bevrijding wit moest zijn.

8

|

Ten derde is er de bijdrage van de grote groep verzetsstrijders van Indonesi10 sche , Indische, Surinaamse en Antilliaanse afkomst in Nederland tijdens de

Tweede Wereldoorlog. Daarover gaat de rest van dit artikel.

Het Indonesisch verzet in Nederland Een groot deel van de Indonesiërs die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland woonde, zat in het verzet. Lodewijk Kallenberg, emeritus hoogleraar wiskunde uit Leiden schrijft in zijn boek ‘Henk van de Bevrijding. Verzetsheld van Indonesische afkomst’ dat de leden van de Perhimpunan Indonesia (PI), de Indonesische antikoloniale studentenvereniging in Nederland, actief zijn als medewerkers van de ondergrondse pers en ook fysieke strijd niet uit de weg gaan. Ze boden weerstand aan deportatie en Arbeitseinsatz, hielpen onderduikers, deden sabotage- en spionagewerk, vervalsten documenten en vielen distributiebureaus aan. Een van die knokploegen heette Soerapati, genoemd naar een Balinese ex-slaaf die in 1700 op Java een opstand leidde tegen de Nederlandse bezetters. De meeste Indonesiërs waren lid van Perhimpunan Indonesia. De vereniging was goed georganiseerd en had in veel steden afdelingen. Diverse PI-leden namen in 1940 deel aan de protestacties tegen de schorsing van Joodse hoogleraren aan de universiteiten van Leiden en Delft. De PI had een heel groot adressenbestand voor onderduikers. Zo hebben PI-leden in 1942 en 1943 Joodse kinderen uit Amsterdam naar onderduikadressen op de Veluwe vervoerd. Het Nederlands verzet in WOII bestond dus niet slechts uit witte Nederlanders, zoals door velen als vanzelfsprekend wordt aangenomen.

Volgens Kallenberg was maar liefst tien procent van alle Indonesiërs die in Nederland studeerden, zo’n achthonderd in die tijd, actief in het verzet. Kallenberg reconstrueert in zijn boek het korte leven van één van de bekendste van die strijders, Irawan Soejono. Soejono, ook lid van Perhimpoenan Indonesia, werkte voor het verzetsblad De Bevrijding. De leus van de vereniging was ‘Eerst Nederland bevrijden, dan Indonesië’. Kallenberg vertelt dat Soejono zorgde voor machines, papier en radiotoestellen. Op 13 januari 1945 gaat het mis als hij met zijn fiets, met op

9

|

zijn bagagedrager een gerepareerd stencilapparaat, in een razzia terechtkomt. Soejono wordt doodgeschoten. Naast zijn werk voor De Bevrijding vormde Soejono met andere Indonesische studenten in Leiden een gevechtsgroep. Hun uiteindelijke doel was de bevrijding van Indonesië, maar zolang de Duitsers Nederland bezetten leek hen dat allemaal onmogelijk. De groep werd na Soejono’s dood omgedoopt tot ‘Irawan’. [Irawan Soejono’s vader, Raden Adipati Soejono was minister 11 in het oorlogskabinet Gerbrandy II. Hij ijverde tevergeefs voor Indonesische

onafhankelijkheid na de oorlog. Een andere verzetsstrijder is Evy Poetiray. Zij komt voor haar studie farmacie naar Amsterdam, net voor de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Net als alle Indonesische studenten in Nederland wil zij niets van het fascisme weten en keert zij zich tegen de Duitse bezetter. In het verzet is zij onder meer werkzaam als koerierster van De Waarheid, Vrij Nederland en Het Parool en verbergt zij op haar eigen etage regelmatig onderduikers. Net als Soejono is zij actief lid van Perhimpunan Indonesia. Samen met haar latere man, Marangin Siantoeri, organiseert ze in 1943 bijeenkomsten voor studentenverzetsgroepen en ondergedoken Indonesiërs. Na de bevrijding wordt Poetiray landelijk secretaris van de PI. Via de Communistische Partij Nederland (CPN) is de PI betrokken bij het verzet tegen het Nederlandse plan om de Indonesische Onafhankelijkheid van 1945 met militair geweld terug te draaien. Poetiray is een fervent pleitbezorger van een onafhankelijk Indonesië, bekend door de slogan: ‘Erken de Republiek!’ ‘Volk van Nederland, zijt Gij bereid het zelfbeschikkingsrecht van het volk van Indone12 sië voor honderd procent te erkennen?’ Dat vraagt Evy Poetiray , als bestuurslid

van Perhimpunan Indonesia, op 2 februari 1946 in een massabetoging in de Markthallen in Amsterdam aan een volle zaal van twintigduizend. Het antwoord uit de zaal met CPN-ers en sociaaldemocraten luidt volmondig: ‘ja’. Het zou helaas anders zijn. Haar communistische verzetsvrienden blijven haar steunen, maar de socialistische kameraden die zeven dagen na haar speech de PvdA oprichten, laten haar en haar landgenoten vallen als een baksteen wanneer zij zich achter het besluit scharen troepentransporten naar Indonesië te steunen. In de loop van 1946 keren Poetiray, haar verloofde en nog enige honderden PI-leden met het vrachtschip ‘Welgelegen’ terug naar hun vaderland.

10

|

In 2008 en 2010 interviewt historicus Herman Keppy Evy Poetiray in Jakarta over het Indonesisch verzet in Nederland.

13

Andere verzetsstrijders van Indonesische afkomst zijn o.a.: Eduard A. Latuperisa, Slamet Faiman, Nazir Pamuntjak, Hadiono Koesoemo Oetoyo, Tengku Jusuf Mudahdalam, Rahmad Koesoemobroto, Maroeto Daroesman. Van de 800 Indonesiërs komen er 100 om. Velen werden opgepakt, gevangen gezet en gemarteld. De herinnering aan de Indonesische studenten die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet hebben gezeten, verdwijnt uit het openbare geheugen, kort na de Proclamatie van de Republik Indonesia op 17 augustus 1945. Pas in 1990 krijgt Amsterdam een Irawan Soejonostraat in Osdorp.

Het Indisch verzet in Nederland Over de Indische Nederlanders die bij het verzet betrokken zijn schrijft historicus Herman Keppy o.a. in zijn artikel ‘Indische Nederlanders in het verzet’ in het Historisch weekblad 5/2015. Hier wordt onder meer over Anda 14 Kerkhoven , telg uit een plantersgeslacht en studerend in Groningen als de

oorlog uitbreekt, geschreven. 15 16 Andere verzetsstrijders van Indische afkomst waren Rudi Jansz en Boy Edgar 17

die evenals Kerkhoven geportretteerd zijn in de serie ‘Echte Helden’

van

schilder Herman Morssink en gerepresenteerd zijn in het lespakket ‘In het krijt staan’ dat in Amsterdam-Zuidoost gebruikt wordt in het onderwijs. Keppy’s boek ‘Zijn jullie Kerels of Lafaards?’ De Indische en Indonesische strijd tegen de nazi’s 1940-‘45’, geeft een representatie van het Indische/Indonesische aandeel in de strijd tegen fascisme.

Surinaams verzet in Nederland Dat de Bond van Surinaamse Arbeiders in Nederland al in de jaren ’30 opriep tot strijd tegen het fascisme, vertelt Harry Westerink in zijn artikel ‘Ook koloniale arbeiders en verzetsmensen vochten tegen de nazi’s’. ‘Veel leden gingen dan ook in de oorlog in het verzet. Ze hielpen onderduikers, verspreidden illegale kranten en vielen nazi’s ook fysiek aan. Een aantal van hen stierf in concentratiekampen, waaronder Albert Wittenberg en Iwan Hugo Kanteman. Naast arbeiders gingen ook Surinaamse en Antilliaanse intellectuelen ondergronds, zoals Anton de Kom, die in 1920 naar Nederland

11

|

kwam. Hij ging toen als boekhouder werken, maar werd in 1931 ontslagen wegens “teveel aan politieke belangstelling”. Hij keerde terug naar Suriname, maar werd daar wegens zijn linkse ideeën door de koloniale machthebbers gearresteerd en op de boot richting Nederland gezet. Daar schreef hij ‘Wij slaven van Suriname’, een indrukwekkende aanklacht tegen slavernij en kolonialisme. In de oorlog werkte hij mee aan illegale bladen. In 1944 werd hij gearresteerd en naar concentratiekamp Neuengamme gebracht, waar hij op 24 april 1945 stierf’.

Antilliaans verzet in Nederland Dezelfde strijdbaarheid kenmerkt veel Antillianen in Nederland. Enkele 18

uitspraken van historica Valika Smeulders in een artikel van Natasja Gibbs:

‘Antillianen die in de jaren ’30 naar Nederland kwamen waren daar al langer bezig met het opbouwen van een samenleving na het afschaffen van een racistisch systeem. Zij herkenden al heel snel het gevaar van buitensluiting in het fascisme dat opkwam in Europa. Relatief veel van hen kwamen in verzet en speelden een rol in het verdedigen en bevrijden van Nederland’. En: ‘Zestig procent van de brandstof voor alle geallieerde vliegtuigen kwam van de Antillen, die daardoor onder vuur kwamen te liggen. Daarnaast hebben mensen op de Antillen geld ingezameld om Nederland door de Hongerwinter te helpen en te helpen een gevechtsvliegtuig te kopen’. Welke rol de Antillen in de oorlog hebben gespeeld, heeft Kapitein Luitenant ter Zee Jos Rozenburg in zijn boek ‘De Antillen in de Tweede Wereldoorlog’ gedetailleerd beschreven. Het gaat over het enorme belang van de olie industrie voor de geallieerde oorlogsvoering, over de Duitse beschietingen van Aruba en Curaçao, over onderzeebootaanvallen op de scheepvaart rond de eilanden maar ook over de persoonlijke offers van de bevolking. In het artikel van Natasja Gibbs wijst Kilian Wawoe, bestuurslid van het Nationale Comité 4 en 5 mei, erop dat ook helden zoals George Maduro en Boy Ecury worden herdacht.

Over deze helden en de belangrijke rol die de eilanden gespeeld hebben staan de geschiedenisverhalen in het ‘4 en 5 mei 19 Denkboek’ , een boek dat alle kinderen op de Antillen krijgen.

Wawoe denkt dat ‘het probleem’ van de ontevreden jongeren dieper ligt: ‘Deze discussie gaat eigenlijk over niet gezien worden in de maatschappij en te weinig aandacht voor het leed dat zij willen benoemen: het slavernijverleden en het kolonialisme’.

12

|

Nieuwe geschiedschrijving en Sociale Cohesie, de uitdaging van deze tijd Dat door het Centrum Beeldende Kunst Zuidoost een educatief project is ontwikkeld, getiteld ‘In het krijt staan’

20

, is veelzeggend. In de inleiding

wordt de keuze voor dit thema als volgt toegelicht: ‘Het lespakket gaat over verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog waarbij bewust gekozen is voor een interculturele invalshoek. Het lespakket heeft als doel de huidige veelkleurige jonge generatie te betrekken bij de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog’. ‘In het krijt staan’ maakt duidelijk dat naast Hollandse verzets­ helden ook mensen uit de Oost (Indonesië) en de West (Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen) hun leven hebben gegeven voor de vrijheid van Nederland’. Geschiedschrijving moet inclusief zijn en zou verder moeten reiken dan het stadsdeel Amsterdam-Zuidoost. Dat zou niet alleen recht doen aan de weggemoffelde historie, maar zou zeker, met het oog op een gezamenlijke toekomst in één land, ook een breder draagvlak bieden voor een nationale identiteit in de multi-etnische samenleving die Nederland is geworden. Door gebruik te maken van verbindende elementen in de geschiedenis kunnen we tegenstellingen verkleinen, de sociale cohesie versterken en zorgen voor verbondenheid en een meer genuanceerde beeldvorming. Deze, voor veel mensen nieuwe, aandachtspunten in onze gezamenlijke geschiedenis, laten zien hoezeer we met elkaar verbonden zijn. Want hoe je het ook wendt of keert, op het moment van kolonisatie werden we niet alleen deel van elkaars geschiedenis maar ook van elkaars toekomst.

13

|

Noten 1

30 mei 1619 de verovering van Jacatra door de VOC. ‘Koloniale oorlogen in Indonesië. Vijf eeuwen verzet tegen vreemde overheersing’, Piet Hagen, de Arbeiderspers 2018

2

Jan Pieterszoon Coen stichtte op de plek van Jacatra de handelspost Batavia. Hij was de vierde gouverneur-generaal over alle bezittingen van de VOC buiten de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Om de handel in nootmuskaat en foelie veilig te stellen laat hij in 1621 15.000 inwoners van het Molukse eiland Banda uitmoorden, slechts 600 mensen overleefden.

3

In Nederland bekend onder de naam Politionele Actie I en II, in Indonesië bekend onder Agressi Militer Belanda I en II

4

Onder druk van de VS die dreigden met stopzetting van de steun voor het economisch herstel werd op 27 december 1949 de Soevereiniteitsoverdracht ondertekend.

5

Belanda hitam, letterlijk zwarte Hollander. Tussen 1831 en 1871 werden West-Afrikaanse jonge mannen, die vaak eerst op de slavenmarkt waren gekocht door vertegenwoordigers van het KNIL, overgebracht naar Nederlands-Indië om daar dienst te doen in het Koninklijk Nederlands Indische Leger. Het achterliggende idee was dat Afrikanen beter bestand zouden zijn tegen het klimaat en de ziekten in Nederland-Indië dan Europese soldaten.

6

Auteurs en boektitels over dit onderwerp aan het eind van het artikel.

7

Suriname leverde wereldwijd 65% van de bauxiet waarmee de geallieerden het aluminium voor vliegtuigen konden maken. Bedrijven als Shell, Suralco, Biliton en Alcoa verdienden goed aan deze oorlogsindustrie. Suriname kreeg er maar een klein deel van. Uit: ‘Goelag in de Indische Archipel’ van Nizaar Makdoembaks uitgeverij Tribunaal, 2008.

8

Chinese stokers pendelden in de oorlog als contractarbeiders op kleine olietankers tussen Venezolaanse petroleumvelden en de Shell-raffinaderij op Curaçao. Het werk in de bloedhete machinekamers van de tankers was een hel. Diverse tankers zonken en veel Chinezen kwamen om. Reddingsmateriaal ontbrak vaak aan boord, en na december 1941 werd voor de oorlogsindustrie de arbeidsplicht ingevoerd. De arbeiders moesten dus gedwongen meevaren, ondanks alle gevaren. In februari 1942 gingen ruim 400 Chinese stokers in staking tegen de mensonwaardige arbeidsomstandigheden. Ze eisten een betere beveiliging op zee, en hogere lonen en premies. Omdat de Shell-vloot wettelijk verplicht was om te varen, werden de stakers als dienstweigeraars opgesloten

14

|

in kamp Suffisant, een terrein bij Willemstad dat werd beheerd en bewaakt door Shell. Op 20 april 1942 werd de staking door de Shell-politie en het Nederlandse leger met extreem geweld gebroken. Bij een scheiding van werkwillige en niet-werkwillige Chinezen schoten leger en politie 15 ongewapende stakers in koelen bloede dood. Ze werden binnen 24 uur anoniem begraven. Ruim 40 anderen raakten ernstig gewond. Het optreden was meedogenloos omdat de autoriteiten vonden dat de olieproductie voor de Engelse oorlogsmachine in Noord-Afrika onder geen beding gevaar mocht lopen. Het bloedbad moest meteen in de doofpot. Citaat uit: ‘Goelag in de Indische Archipel’, Nizaar Makdoembaks 9

Artikel Karin Amatmoekrim ‘Angst is de rode draad in alle verzwegen geschiedenissen’, pag. 5 - 28 december 2018

10

Strikt genomen bestond de Indonesische nationaliteit nog niet voor en tijdens WOII. De studenten en verzetsstrijders van (feodale) Indonesische afkomst hadden in hun reisdocument staan ‘Nederlands onderdaan’. Dit gaf hen de mogelijkheid hier tijdelijk te zijn voor studie.

11

Minister Soejono adviseerde de Koningin met betrekking tot de staatkundige verhouding tussen Nederland en Indonesië na de Tweede Wereldoorlog. In oktober 1942 diende hij twee nota’s in waarbij hij pleitte voor onafhankelijkheid. Om na de oorlog opnieuw staatkundige verhoudingen aan te gaan met Nederland zouden de Nederlanders het zelfbeschikkingsrecht van Indonesië moeten respecteren. Tijdens een kabinetsberaad in oktober 1942 deed Soejono tot drie maal toe een hartstochtelijk beroep op zijn collega’s maar niemand wilde hem steunen, ook de ministers van de S.D.A.P. niet. De aanwezigen zagen de minister toen doodsbleek worden. In de rede van Wilhelmina van 7 december 1942 werd geen zelfbeschikkingsrecht geboden aan de Indonesische volkeren. Wel zou er na de oorlog meer medezeggenschap komen. Uit: ‘In het land van de overheerser’, deel 1 Indonesiërs in Nederland 1600-1950, door Harry A.Poeze.

12

http://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Poetiray

13

Het interview is te beluisteren op www.getuigenverhalen.nl

14

Anda Kerkhoven is een van de portretten uit de serie ‘Echte helden’, geschilderd door Herman Morssink. Anda Kerkhoven groeide op in Nederlands-Indië met een Nederlandse vader en een moeder van Chinese afkomst. In Nederland ging ze medicijnen studeren in Groningen en werd lid van de vrouwelijke studentenvereniging Magna Pete. Ze leerde de Groningse schilder Johan Dijkstra kennen. In 1942 komt zij in contact met de verzetsgroep de Groot, die onder leiding stand van Gerrit Boekhoven. Kerkhoven werd koerier bij het verzet. Vlak na Kerst in 1944 wordt ze door vier leden

15

|

van de Sicherheitsdienst thuis opgewacht en gearresteerd. ‘In verband met haar Oosterse uiterlijk en de racistische inborst van haar in Duitse hechtenis moet een ware verschrikking zijn geweest. Ze werd vrijwel constant zowel fysiek als mentaal gemarteld. Ondanks de pijn en ellende heeft Kerkhoven, op basis van de beschikbare Duitse administratie, altijd gezwegen over de namen en verblijfplaatsen van haar mede-verzetsstrijders. Uiteindelijk is Anda Kerkhoven op 19 maart 1945, zo’n 20 dagen voor de bevrijding van Groningen, aan de rand van een bos bij Glimmen doodgeschoten door de Nederlander Meindert Vonk. Vervolgens is haar ontblote lichaam rücktsichlos in een massagraf gegooid. Haar stoffelijk overschot is na de oorlog eerst naar de Noorderbegraafplaats en later naar het Nationale Ereveld in Loenen overgebracht’. (uit: ‘1919 tot 1945 Anda Kerkhoven: een pacifistische rebel’ door Jason Stel. Haar vriend, Johan Dijkstra, verwerkte later als herinnering haar gestalte in de glas-in-loodramen van het academiegebouw aan het Broerplein. 15

Rudi Jansz, nadat hij in 1944 gearresteerd wordt verblijft hij tot het eind van de oorlog in concentratiekamp Amersfoort. Na de bevrijding wordt hij, omdat hij zich dan hard maakt voor de onafhankelijkheid van Indonesië, door het Ministerie van Justitie op de zwarte lijst gezet. Zijn aanvraag bij Stichting 1940/45 om een uitkering als oorlogsslachtoffer wordt niet gehonoreerd’. zie www.4en5mei-comite-amsterdamzo.123web. nl

16

Boy Edgar had een Armeense vader en een Indische moeder, was arts en musicus, zie www.4en5mei-comite-amsterdamzo.123web.nl

17

De serie ‘Echte helden’ bestaat uit portretten van Coos Ayal, Boy Edgar, Rudi Jansz, Anda Kerkhoven, Anton de Kom, George Maduro, Truus Menger, Harry Frederik Voss, Evy Poetiray, Boy Ecury, Eduard A.Latuperisa, Slamet Faiman, Rachmad Koesoemobroto, zie www.4en5mei-comite-amsterdamzo.123web.nl

18

https://caribischnetwerk.ntr.nl/2018/05/04/jonge-antilliaanse-nederlanders-op-4-mei-mis-ik-aandacht-voor-onze-voorouders/

19

Dit denkboek is voor alle basisscholen in het Koninkrijk. Aandacht hiervoor in Nederland zou niet misstaan. Zie https://denkboek.nl/ In dit denkboek inderdaad ook aandacht voor de rol van de koloniën en gekleurde verzetsmensen. Maar er is ook een Caraibisch denkboek: https://www.4en5mei.nl/educatie/primair-onderwijs/caribischdenkboek-voor-4-en-5-mei. Een speciale editie per eiland. “Het boekje staat vol met lokale verhalen en laat een deel van de geschiedenis zien die de eilanden en Nederland met elkaar verbindt.”

16

|

20

CBK ZO ontwikkelde i.s.m. Stichting 4/5 mei Comité Amsterdam Zuidoost voor de bovenbouw van het basisonderwijs het lespakket ‘In het krijt staan’ over Verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog. Aanleiding voor het lespakket was de tentoonstelling Echte helden (mei 2013) met portretten van gekleurde verzetshelden geschilderd door Herman Morssink.

17

|

Boeken Kolonialisme & Tweede Wereldoorlog

Reggy Baay - ‘Daar werd iets gruwelijks verricht. Slavernij in Nederlands-Indië’, uitgeverij Polak & Van Gennep, 2015 - ‘De Njai’. Het concubinaat in Nederlands-Indië, uitgeverij Atheneum-Polak & Van Gennep, 2008 - ‘Portret van een oermoeder’. Beelden van de Njai in Nederlands-Indië, uitgeverij Atheneum-Polak & Van Gennep, 2010

Alfred Birney - ‘De Tolk van Java’, 2017, uitgeverij De Geus-Singel Uitgeverijen - ‘Koloniale schaamte’, artikel in het boek ‘Hoop’, uitgave van Nederland in ideeën / Joris Luyendijk 2019

Jan Breman - ‘Kolonialisme en racisme. Een postkoloniale kroniek’, University Press 2021 - ‘Koloniaal profijt van onvrije arbeid’ – het Preanger stelsel van gedwongen koffieteelt op Java 1720-1870, University Press, 2010

Piet Hagen - ‘Koloniale oorlogen in Indonesië’. Vijf eeuwen verzet tegen vreemde overheersing’, uitgeverij de Arbeiderspers, april 2018

Sandew Hira - ‘Colonizing the Mind’ een fundamentele kritiek op het wetenschappelijk kolonialisme, uitgeverij Amrit Consultancy, 2011

Stephen Small & Sandew Hira - ‘20 vragen en antwoorden over het Nederlands slavernij verleden en haar erfenis’. Uitgeverij Amrit Consultancy, 2015

Liesbeth van der Horst - ‘Wereldoorlog in de West. Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba 19401945’, uitgeverij Verloren BV

18

|

Lodewijk Kallenberg - ‘Henk van de Bevrijding. Verzetsheld van Indonesische afkomst’, augustus 2016, een reconstructie van het korte leven van Irawan Soejono

Herman Keppy - www.hermankeppy.com Nederlands-Indië tegen Duits Nederland - ‘Zijn jullie Kerels of Laffaards?’ De Indische en Indonesische strijd tegen de nazi’s 1940-’45’, zie website www.hermankeppy.com - ‘Indische Nederlanders in het verzet’, artikel Historisch Nieuwsblad 5, 2015

Anton de Kom - ‘Wij slaven van Suriname’, als 13e druk uitgegeven bij uitgeverij Olympus in 2017

Jan Kragt, Franky Drappier - Educatief stripboek ‘George Maduro held van Curaçao tot Madurodam’, uitgever Stichting Eureducation, 2016

Nizaar Makdoembaks - ‘De Goslar-affaire’ Ontmaskering van een geheime militaire missie, Uitgeverij De Woordenwinkel, okt. 2017 - ‘Killing Camp Suffisant’ brieven aan de Nederlandse regering rond een verhulde misdaad, Uitgeverij De Woordenwinkel, april 2017 - ‘Wegwerpvrouwen’, het verhulde slavernijverleden van het Nederlandse Koloniale Leger, 1620–1920, Uitgeverij de Woordenwinkel, 2017 - ‘De executie van Diana Marquez’ vader. Curaçao’s eerste Joodse Wereldoorlog II-slachtoffer’, uitgeverij De Woordenwinkel, maart 2016 - ‘De Aprilmoorden’ Berichten van het Kerkhof van de Schande, uitgeverij Elikser BV, april 2012 - ‘Goelag in de Indische Archipel – Joden en Stakers in 1942 staatsvijanden van bezet Koninkrijk der Nederlanden’, uitgeverij Het Tribunaal, 2008

Griselda Molemans - ‘In het voetspoor van de panter’, uitgeverij Balans, 2005

Joop Morriën - ‘Aroen’. Jan Stam, rebel in Indonesie en Nederland. Uitgeverij Pegasus, 1984 - ‘Indonesië los van Holland – de CPN en de PKI in hun strijd tegen het Nederlands kolonialisme’, uitgeverij Pegasus, 1982 - ‘Natie en onafhankelijkheid’, Uitgeverij Pegasus, 1978

19

|

Multatuli - ‘Max Havelaar’of de koffij-veilingen der Nederlandsche Handel Maatschappij, 1860

Harry A. Poeze - ‘In het land van de overheerser’, deel 1 Indonesiërs in Nederland 1600-1950

David van Reybrouck - ‘Revolusi’, Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld, uitgeverij de Bezige Bij, 2020

Jos Rozenburg - ‘De Antillen in de tweede wereldoorlog’, uitgeverij U2PI BV, 2017

Peter Schumacher - ‘Ogenblikken van Genezing’. De gewelddadige dekolonisatie van Indonesië, Uitgeverij Van Gennep Amsterdam, 2011 - ‘Voor het vaderland weg. Nederlandse dienstweigeraars in de Tweede Wereldoorlog’, Uitgeverij Van Gennep, 2007 - ‘Een bende op Java’, Uitgeverij Van Gennep, 2005

Ted Schouten - ‘Boy Ecury, een Antilliaanse jongen in het verzet’, Uitgeverij Walburg pers, 1985 (heruitgave door de Arubaanse regering in 2000)

Maurice Swirc - ‘De Indische doofpot: Waarom Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië nooit zijn vervolgd’, Uitgeverij De Arbeiderspers, 2022

M.H. Székely-Lulofs - ‘Tjoet Nja Din. De geschiedenis van een Atjehse vorstin’, Thomas & Eras uitgevers

Ewald Vanvugt - ‘Roofstaat’ de zeven grofste misdaden van Nederland overzee, uitgeverij Nijgh & van Ditmar i.s.m. TopNotch, 2017 - ‘Roofstaat’. Wat iedere Nederlander moet weten’, 2016, uitgeverij Nijgh & van Ditmar i.s.m. TopNotch, 2017 - ‘Roofgoed’. Het Europees museum van overzee gestolen schatten met de monumenten voor de dieven, uitgeverij Aspekt, mei 2010 - ‘Nieuw zwartboek van Nederland overzee’, uitgeverij Aspekt, 2002

20

|

- ‘Nestbevuilers’, 400 jaar Nederlandse critici van het koloniale bewind in de Oost en de West’. Uitgeverij Babylon-de Geus, 1996 - ‘De schatten van Lombok. Honderd jaar Nederlandse oorlogsbuit uit Indonesië’, uitgeverij Schilt Publishing, 1994 - ‘Het Dubbele Gezicht van de Koloniaal’, uitgeverij In de Knipscheer, 1988 - ‘Wettig opium. 350 jaar Nederlandse opiumhandel in de Indische Archipel’, uitgeverij Onze Tijd, Haarlem, 1985

Educatie - ‘In het krijt staan’ over Verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog - ‘Caribisch Denkboek’ over de lokale geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog

Tentoonstelling - ‘Echte helden’, mei 2013, portretten van verzetshelden geschilderd door Herman Morssink

Documentaire - ‘Boy Ecury, een Antilliaanse jongen in het verzet’, 2003, Frans Weisz m.m.v. Ted Schouten - ‘De vergeten krijgers’, documentaire over het leven van Daniël Cordus, de laatste overlevende van de Indo-Afrikaanse krijgsgevangenen die aan de Birma-spoorlijn hebben gewerkt

Website - 4en5mei-comite-amsterdamzo.123website.nl

Universiteit Leiden - Speciale Collecties Blog - ‘Een nieuw puzzelstukje in het leven van Irawan Soejono’, 4 mei 2021 Auteurs: Ilse La Brijn en Márton Biró

21

|

22

|

Met dank aan Riekje de Haan.

Vormgeving: De Kreeft | Grafische producties

© 2022 / Stichting Cerita Fakta

Stichting Cerita Fakta is in 2002 opgericht met als doel het initiëren van culturele projecten met een Indische of Indonesische achtergrond.

www.ceritafakta.nl

23

|

www.ceritafakta.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11455293/1