Bijlage.Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
Tekst van het document
KABINET
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
JAARVERS
2
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
INHOUD
3
Inleiding
4
Systematisch toezicht
4
Beoordelingen
4
Thematisch toezicht
4
Sanctiemiddelen
5
Provincie Noord-Holland
Uitvoering van het toezicht in 2021
5
2.1 Toezicht op de gemeentelijke financiën
6
2.2 Toezicht op de financiën van de waterschappen
6
2.3 Toezicht op het omgevingsrecht
6
2.3.1 Systematisch toezicht
9
2.3.2 Thematisch toezicht
12
2.4 Toezicht op informatie- en archiefbeheer
14
2.5 Huisvesting verblijfsgerechtigden
15
2.6 Incidentgericht toezicht
16
Samenvatting en conclusies
1
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
3
Provincie Noord-Holland
INLEIDING Eén van de kerntaken van de provincie is interbestuurlijk toezicht (IBT): het toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten, waterschappen en een deel van de gemeenschappelijke regelingen. Gedeputeerde Staten (GS) hebben in een eerder stadium ervoor gekozen het actieve toezicht te beperken tot die taken waar de grootste risico’s zitten. Belangrijk daarbij is dat op basis van het Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2018-2021 toezicht wordt gehouden met een doel. In dit beleid staat deze doelstelling als volgt geformuleerd: ‘De provincie draagt met het interbestuurlijk toezicht bij aan het goed uitvoeren van wettelijke taken door gemeenten,
waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Daarmee bevordert de provincie het streven naar een gezonde en veilige
leefomgeving voor mens en natuur en de daarvoor noodzakelijke randvoorwaarden: goed financieel beheer en goed informatiebeheer’. Een nog steeds actuele doelstelling, die steeds belangrijker is geworden, zowel maatschappelijk als in het kader van nieuwe wet- en regelgeving. De door GS vastgestelde risicogebieden, waar systematisch en thematisch toezicht op wordt gehouden, zijn: •
Informatie- en archiefbeheer
•
Omgevingsrecht
•
Huisvesting van verblijfsgerechtigde asielzoekers
•
Gemeentelijke financiën.
Daarnaast is in 2021 nieuw beleid geschreven, Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2022-2025. Dit is een actualisatie van het vorige beleid waarbij vijf aanbevelingen vanuit het veld zijn opgenomen. Op het gebied van deze aanbevelingen hebben we, kort samengevat, het volgende bereikt: •
Een korte beoordelingscyclus. De beoordelingscyclus is gestart en afgerond in hetzelfde jaar. Bij het tijdig aanleveren door de gemeente heeft de beoordeling in 2021 plaatsgevonden.
•
Differentiatie. Vanuit ons uniforme toetsingskader is er maatwerk geboden per gemeente, waterschap of gemeenschappelijke regeling.
•
Transparantie. In 2021 zijn de beoordelingsresultaten van gemeenten uit 2020 gepubliceerd, onder meer in het jaarverslag en op een interactieve kaart op onze website.
•
Interne samenwerking. Verschillende afdelingen hebben informatie en expertise gedeeld voor een meer integrale benadering.
•
Thematisch toezicht. Als aanvulling op het systematische en incidentgerichte toezicht hebben we lopende themaonderzoeken afgerond en een nieuwe vorm, datagedreven toezicht, als thematisch onderzoek uitgevoerd.
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
4
Provincie Noord-Holland
Systematisch toezicht De jaarlijkse systematische beoordelingen van de gemeenten op de risicogebieden worden voorafgegaan door een ambtelijk overleg. Daarna volgt het eindoordeel in een bestuurlijke brief. Wanneer een gemeente of andere overheid het twee jaar achtereen goed doet, wordt het toezicht versoberd naar bijvoorbeeld een toetsing op hoofdlijnen. Bij slecht presteren van een gemeente wordt het toezicht aangescherpt. Uitgangspunt is dat jaarlijks alle gemeenten worden getoetst. Zo willen we ervoor zorgen dat de afstand tussen het toezicht en de gemeenten niet te groot wordt. De mogelijke beoordelingen zijn: • • •
Groen: adequaat, dat wil zeggen voldoende.
Geel: redelijk adequaat, dat wil zeggen voor verbetering vatbaar. Rood: niet adequaat, dat wil zeggen onvoldoende.
Beoordelingen De systematische beoordelingen van alle afzonderlijke gemeenten vindt u in de tabel achterin dit verslag en op www.noord-holland.nl/ibt.
Thematisch toezicht Aanvullend op het systematische toezicht houden wij ook thematisch en incidentgericht toezicht. Een thema of incident geeft vaak waardevolle informatie over de dagelijkse praktijk bij de gemeenten, die niet altijd naar boven komt bij het systematische toezicht. Het systematische toezicht geeft vooral een globale indruk over de inrichting van processen en kwaliteitseisen. In 2021 is een themaonderzoek uitgevoerd op het gebied van structuurvisies, bestemmingsplannen en vergunningen. Dit heeft hoofdzakelijk plaatsgevonden op basis van data in openbare bronnen: een eerste vorm van datagedreven toezicht. Daarnaast is het themaonderzoek ‘gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater’ afgerond. In hoofdstuk 2.3.2 van dit jaarverslag worden de themaonderzoeken verder toegelicht.
Sanctiemiddelen Wanneer een gemeente haar wettelijk verplichte taken niet uitvoert, is er sprake van taakverwaarlozing en dan kunnen wij sanctiemiddelen inzetten. IBT heeft twee sanctiemiddelen: indeplaatstreding, en schorsing en vernietiging. Indeplaatstreding wil zeggen dat de provincie de taken van de gemeente uitvoert, namens en op kosten van die gemeente. Schorsing en vernietiging doen wij niet zelf: als een besluit van de gemeente in strijd is met de wet, kan IBT dit besluit aan de minister voorleggen voor schorsing en vernietiging. De minister kan het besluit dan schorsen en vernietigen. De sanctiemiddelen vormen de laatste trede van de interventieladder: de procedure die IBT doorloopt bij interventies. De interventieladder bestaat uit de volgende treden: Stap 1:
Signaleren: vaststellen dat er vermoedelijk sprake is van taakverwaarlozing.
Stap 2: Valideren: informatie opvragen bij de gemeente of het waterschap en andere belanghebbenden over gesignaleerde misstanden, valideren dat er sprake is van taakverwaarlozing en vaststellen wat de oorzaak is. Stap 3: Actief toezicht houden: afspraken maken met de gemeente over acties, termijnen en vervolg. Stap 4: De vooraankondiging van interventie: de gemeente aanzeggen dat het instrument indeplaatsstelling zal worden toegepast en het openbaar publiceren van deze aanzegging. Stap 5: Laatste kans geven: besluiten tot indeplaatstreding met een laatste termijn voor de gemeente om alsnog zelf te voorzien in het gebrek. Stap 6: Indeplaatstreding bij taakverwaarlozing: het uitvoeren van de verwaarloosde taak, namens en op kosten van de gemeente.
2
5
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
Provincie Noord-Holland
UITVOERING VAN HET TOEZICHT IN 2021
2.1 Toezicht op de gemeentelijke financiën Financieel toezicht Jaarlijks vormt de provincie zich een oordeel over de financiële positie van de Noord-Hollandse gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Wij hanteren hiervoor een gemeenschappelijk financieel toezichtkader, dat sinds 1 januari 2020 gebruikt wordt door alle provincies. Dit toezicht komt voort uit de Gemeentewet, die het college van Gedeputeerde Staten (GS) opdraagt toezicht te houden op de gemeentefinanciën. Financiële positie van de gemeenten Het jaar 2021 was een bijzonder jaar voor gemeenten, ook op financieel gebied. De coronacrisis zorgde voor een ongekende tijd, met onzekerheden die hun schaduw wierpen op de begroting. De gemeenten zijn voor deze coronalasten vanuit het Rijk ruimhartig gecompenseerd. Toch kwam de financiële positie van gemeenten – net als in voorgaande jaren – opnieuw onder druk te staan. Dit was vooral voelbaar in het sociaal domein: gemeenten moesten vaak opnieuw vergaande bezuinigingsmaatregelen nemen om tot een structureel een reëel sluitende begroting te komen. De herijking van het gemeentefonds, die voor veel gemeenten een hoge korting op de algemene uitkering inhoudt, is uitgesteld. Toch bleken voor een aantal gemeenten bijstellingen nodig, zoals de inzet van incidentele middelen, om (in de meerjarenraming) een sluitend geheel te kunnen presenteren.
Op één na zijn alle gemeenten in 2021 hierin geslaagd. Eén gemeente werd beoordeeld als niet adequaat (rood), 21 gemeenten als adequaat (groen) en 25 gemeenten presteerden redelijk adequaat (geel).
60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
2020 Adequaat
Redelijk adequaat
2021 Niet adequaat
Figuur 1: totaaloordelen financieel toezicht Gemeenten onder preventief financieel toezicht Begin 2021 stond in Noord-Holland één gemeente onder preventief financieel toezicht op basis van de Gemeentewet. Deze verscherping van het toezicht was nodig vanwege de gepresenteerde financiële situatie. In april toonde de gemeente aan weer een voldoende solide financiële basis te hebben. Daarna werd het preventieve toezicht beëindigd. In 2021 stonden vier gemeenten onder preventief toezicht op basis van de Wet algemene regels herindeling (Arhi). Deze gemeenten zitten in een fusietraject. Twee fusietrajecten waren zogenoemde lichte regelingen.
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
6
Provincie Noord-Holland
Artikel 12 en speciale onderzoeken Een gemeente met een artikel-12 status levert haar financiële zelfstandigheid voor een deel in vanwege grote, niet zelf op te lossen financiële tekorten. In 2021 waren er in Noord-Holland geen gemeenten met een artikel-12 status. Ook zijn er geen speciale financiële onderzoeken uitgevoerd, zoals begrotingsscans of herindelingsscans.
2.2 Toezicht op de financiën van de waterschappen Jaarlijks vormt de provincie zich ook een oordeel over de financiële positie van de drie waterschappen in NoordHolland: het Hoogheemraadschap van Rijnland, het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Dit financieel toezicht is gebaseerd op twee wetten: •
de Waterschapswet
•
de Wet financiering decentrale overheden
De Waterschapswet biedt een algemeen kader voor het financieel toezicht op de waterschappen. De Wet financiering decentrale overheden geeft hierbij een meer specifieke uitwerking. Het financieel toezicht op de waterschappen bestaat uit verschillende onderdelen: •
toezicht op de financiële structuur
•
toezicht op de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag
•
toezicht op de kasgeldlimiet
•
toezicht op de renterisiconorm
Het uitgangspunt bij dit toezicht is de autonomie van het waterschap. De provincie stelt zich terughoudend op en beoordeelt alleen op hoofdlijnen. Wel is er altijd ruimte voor maatwerk. Financiële positie van de waterschappen in 2021 De provincie heeft de begrotingen over 2021 van de drie waterschappen in Noord-Holland geanalyseerd. Daarna vond een ambtelijk overleg plaats met de waterschappen over deze begroting. Vervolgens ontvingen zij een bestuurlijke brief over de bevindingen. Belangrijke aandachtspunten bij zowel het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht als het Hoogheemraadschap van Rijnland waren de schuldenposities. Bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier waren er geen belangrijke aandachtspunten.
2.3 Toezicht op het omgevingsrecht Het omgevingsrecht stelt regels waar overheden zich aan moeten houden bij vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Deze regels zijn er om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur te beschermen. Ook landschap en erfgoed horen bij het omgevingsrecht. Op basis van het Beleidsplan 2018–2021 houdt IBT toezicht op het domein omgevingsrecht. We houden systematisch toezicht en doen themaonderzoeken.
2.3.1 Systematisch toezicht In het systematisch toezicht op het omgevingsrecht beoordeelt de provincie of de gemeenten hun VTH-taken zó hebben ingericht, dat ze adequaat uitgevoerd kunnen worden. Eisen aan de inrichting van deze processen staan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de bijbehorende algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s). Het gaat om de eisen die gesteld worden aan het waarborgen van een sluitende beleidscyclus: de BIG-8 cyclus (zie figuur 2). Die moet in elke gemeente op orde zijn. De provincie Noord-Holland legt de nadruk op de vakgebieden ruimtelijke ordening (RO), bouwen en milieu.
7
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
Provincie Noord-Holland
Figuur 2: de BIG-8 cyclus
Toetsing De provincie bepaalt haar toezichtregime aan de hand van de resultaten van de voorgaande jaren. In 2021 is gekozen voor het uitvoeren van een basistoets voor alle 47 gemeenten. Daarnaast vond verscherpt toezicht plaats voor de twaalf gemeenten die in 2019 én 2020 hun taakuitvoering niet op orde hadden. Met alle gemeenten is een (digitaal) toezichtgesprek gehouden. In de basistoets wordt de aanwezigheid en vaststelling van de documenten uit de BIG-8 getoetst, inclusief een aantal belangrijke onderdelen per processtap. Dit geldt voor zowel toezicht en handhaving als voor vergunningverlening. Aan de basistoets waren al in 2020 enkele verdiepingsvragen toegevoegd op het onderdeel financiële en personele middelen. Deze verdiepingsvragen hebben wij in 2021 aangehouden. Het blijkt dat de vermelding van de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen, inclusief de berekening daarvan, te wensen overlaat. De beoordeling is als volgt: Figuur 3: beoordeling procescriteria (basistoets) 70% 90%
60%
80%
50%
70%
40%
60% 50%
30%
40%
20%
30% 20%
10%
10%
0%
0%
2021 Adequaat
Redelijk adequaat
2020 Adequaat
Niet adequaat
2021 Redelijk adequaat
Niet adequaat
8
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
Provincie Noord-Holland
Figuur 4: beoordeling borging van middelen (verdieping) 70% 70%
60%
60%
50%
50%
40%
40%
30%
30%
20%
20%
10%
10%
0%
0%
2021 Adequaat
Redelijk adequaat
2020 Adequaat
2021 Redelijk adequaat
Niet adequaat
Niet adequaat
Figuur 5: totaaloordelen omgevingsrecht 70% 70%
60%
60%
50%
50%
40%
40%
30%
30%
20%
20%
10%
10%
0%
0%
2020 Adequaat
2021 Redelijk adequaat
2020 Adequaat
2021 Redelijk adequaat
Niet adequaat
Niet adequaat
Beoordelingen De beoordelingen over 2021 zijn positiever dan die over 2020 (zie figuur 5). Van de 47 gemeenten zijn 28 als adequaat beoordeeld en 9 als redelijk adequaat. Maar ook het aantal niet-adequate gemeenten is licht gestegen: van negen naar tien. De beoordeling van de verdiepingsvragen (figuur 4) geeft een duidelijk beeld: dit is onvoldoende op orde, een verbeterslag is noodzakelijk. Oorzaken Voor de stijging van het aantal adequate beoordelingen is een oorzaak aan te wijzen. Door de basistoets zijn alle gemeenten die in 2020 als adequaat waren beoordeeld, inhoudelijk dieper onderzocht. Dit hebben wij aangehouden voor 2021. We hebben de criteria zelfs uitgebreid en strenger gemaakt. Dit heeft geresulteerd in een forse verbetering: in het nieuwe beleid van verschillende gemeenten en omgevingsdiensten zijn de verbeterpunten van 2020 verwerkt. Daarnaast zijn de gemeenten scherper op het voldoen aan de wettelijke kaders door de regelmatige toetsing. Mogelijke verbeteringen Tien gemeenten leverden, ondanks herhaalde verzoeken, hun documenten niet of veel te laat aan. Dit resulteerde in de beoordeling niet-adequaat. Deze gemeenten zijn gevraagd een plan van aanpak aan te leveren.
Zorgelijk is ook dat in er 2021, door de vele personele wisselingen en gemeentelijke bezuinigingen, minder aandacht blijkt te zijn voor de borging van een sluitende beleids- en evaluatiecyclus (de BIG-8 cyclus). Bij de verdiepingsvragen zien we dat de informatie soms afwezig is en soms versnipperd wordt weergegeven in verschillende documenten, binnen en buiten het omgevingsrecht. De koppeling en borging van beleid, uitvoering en begroting is onvoldoende aanwezig. Hierdoor is er onvoldoende sturing op de financiële en personele middelen in combinatie met de doelen en activiteiten.
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
9
Provincie Noord-Holland
Contact met gemeenten Vóór de coronacrisis werden er op regionaal niveau prolooggesprekken gevoerd. De gemeenten namen hierbij het voortouw, zowel in het organiseren als in het bepalen van de gespreksonderwerpen. Tijdens deze gesprekken werd veel informatie gedeeld. De gesprekken werden positief ontvangen. Door de coronacrisis vonden er in 2021, net als in 2020, geen prolooggesprekken plaats. Met uitzondering van één regio, waar wij digitaal konden aanschuiven bij het structurele regionale overleg. Om ook met de andere gemeenten in contact te blijven, hebben we vrijwel overal een toezichtgesprek gehouden. Met sommige gemeenten die de beoordeling niet-adequaat kregen, hebben wij meerdere keren gesproken. Veel gemeenten spraken hierbij de behoefte uit aan een regionaal overleg. In een regionaal overleg zouden we van gedachten kunnen wisselen over met name de meetbaarheid van de doelstellingen en de benodigde en beschikbare personele en financiële middelen. Wij hebben deze gemeenten gestimuleerd om zelf regionale gesprekken te organiseren in 2022 en deze mogelijk verder uit te breiden.
2.3.2 Thematisch toezicht In het Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2018-2021 is vastgelegd dat we naast het systematische toezicht ook themaonderzoeken en praktijktoetsen uitvoeren. Minimaal één themaonderzoek moet gaan over ruimtelijke ordening. Uit een risico-inventarisatie die de provincie samen met gemeenten heeft uitgevoerd, is een groslijst voor mogelijke themaonderzoeken voortgekomen. Vervolgens is er gekeken naar de criteria actualiteit, politieke gevoeligheid en toegevoegde waarde van nader onderzoek door de provincie. De volgende thema’s zijn in 2021 onderzocht: 1.
Gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater
2.
Borging van evenementen in bestemmingsplannen
Themaonderzoek: gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater Dit onderwerp was aangedragen door de waterschappen in een brede bijeenkomst over risico- inventarisatie. In een groot deel van het oppervlaktewater van Noord-Holland komen te hoge concentraties gewasbeschermingsmiddelen voor. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) uit 2000 heeft als doel dat de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa uiterlijk in 2027 in een ‘goede toestand’ is. De KRW is niet vrijblijvend. Het bereiken van de chemische en ecologische doelen is verplicht. Gebeurt dat niet, dan kunnen er economische sancties volgen. Op dit moment is de kwaliteit van het oppervlaktewater in de provincie Noord-Holland nog onvoldoende. Telers van gewassen, zoals groenten, bollen en bloemen, maken gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en biociden op de velden en in de kassen. Zo beschermen zij de gewassen tegen ziekten en vraat en kunnen ze mooie producten afleveren. Het gaat niet alleen om het bespuiten van gewassen, maar ook om de toepassing van deze middelen in baden en douches om de gewassen na de oogst te beschermen. In chemische gewasbeschermingsmiddelen zitten soms omstreden stoffen, die door bespuiting van de gewassen, door uitwassing en door lozing in het oppervlaktewater terecht kunnen komen. Ook het reinigen en afspoelen van de apparatuur levert chemisch verontreinigd afvalwater op.
In het oppervlaktewater verstoren deze stoffen het aanwezige planten- en dierenleven (biodiversiteit) en de waterkwaliteit. Ook kan de aanwezigheid van deze omstreden stoffen in het oppervlaktewater de biologische teelt van gewassen bemoeilijken, als het oppervlaktewater met te hoge concentraties van deze stoffen wordt gebruikt voor beregening. In dit onderzoek richten we ons op het toezicht van het bevoegd gezag – waterschappen en gemeenten – dat moet controleren of agrarische teeltbedrijven zich houden aan de regels over het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Doel van dit themaonderzoek was: meer duidelijkheid krijgen over het toezicht op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Naast de controles door de waterschappen is van belang of ook gemeenten dit een belangrijk onderwerp vinden: controleren zij (of de omgevingsdiensten in opdracht van de gemeenten) het gebruik van en de omgang met gewasbeschermingsmiddelen? In de projectbeschrijving was opgenomen dat bij waterschappen en gemeenten geïnventariseerd zou worden
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
10
Provincie Noord-Holland
hoe vaak en bij welke landbouwteeltbedrijven toezicht en handhaving heeft plaatsgevonden. Dit zou mogelijk een overzicht opleveren van bedrijven die wel en niet – op het moment van het bezoek van de toezichthouder – aan de gestelde eisen voldoen. De waterschappen doen jaarlijks veel onderzoek in het veld en kunnen daar cijfers over leveren. Hoe gemeenten hun toezicht uitvoeren, was een van de vragen. Het themaonderzoek ‘gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater’ is na de opstartfase niet verder uitgewerkt. Het thema is weliswaar maatschappelijk relevant, maar het IBT kan niet ingrijpen omdat de gemeenten niet wettelijk verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Zij bepalen daarom zelf in hoeverre zij toezicht houden op dit thema. Het Rijk is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de rijkswateren, de waterschappen voor de regionale wateren. De Waterwet1 stelt dat deze twee waterbeheerders moeten zorgen voor de bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van de watersystemen. Hieruit volgt dat er voor IBT geen mogelijkheid is om sturend op te treden richting gemeenten. Het onderzoek zou dan alleen bestaan uit een inventarisatie hoe vaak gemeenten hierop (laten) controleren.
Als dan zou blijken dat de teeltbedrijven voldoen aan de gestelde eisen, zou dat in contrast staan met de meetgegevens over chemische verontreiniging van het oppervlaktewater. Daaruit blijkt namelijk dat zich in het oppervlaktewater in de provincie Noord-Holland te hoge concentraties gewasbeschermingsmiddelen bevinden. Themaonderzoek: borging van evenementen in bestemmingsplannen Aanleiding voor dit onderzoek waren diverse klachten over evenementen en muziekfestivals2, waardoor de indruk was ontstaan dat gemeenten soms niet de juiste regels volgden bij de vergunningverlening voor evenementen. Het gaat hierbij om ruimtelijke aanvaardbaarheid: de vraag of het evenement op die locatie kan plaats hebben, of er een omgevingsvergunning nodig is om af te wijken van het bestemmingsplan en of er aanvullende regels nodig zijn om de hinder te beperken. Doel van dit onderzoek was om te kijken of de gemeenten rekening houden met de regels uit het bestemmingsplan bij het toestaan van evenementen3. Ook is nagegaan of er, waar dat nodig was, omgevingsvergunningen om af te wijken van het bestemmingsplan voor de evenementen zijn afgegeven. In 2020 en 2021 zijn bijna alle festivals en evenementen geannuleerd vanwege de coronamaatregelen.
Dit themaonderzoek richtte zich daarom op een steekproef van 39 grote en middelgrote evenementen (variërend van enkele honderden tot vele duizenden bezoekers) uit 2019 en 2018. Evenementen kunnen hinder veroorzaken en hebben invloed op de natuur, de veiligheid en de milieunormen. Bij grote muziekevenementen wordt natuurgebied en grasland gebruikt als parkeerplaats en als “plaats om te verpozen”. Dat kan leiden tot verstoring van dieren en schade aan planten. Ook waren er klachten van omwonenden over aanhoudende geluidsoverlast (vooral basgeluiden). Voor het houden van evenementen moet de gemeente rekening houden met de veiligheid voor de bevolking en met de gevolgen voor het evenemententerrein en de omgeving. Voor het borgen van veiligheid en zorg voor de bevolking zijn in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) regels opgenomen over de manier waarop een evenement veilig kan plaatsvinden. Deze regels zijn toetsingsgronden, waarop een evenementenvergunning wordt verleend of geweigerd. Maar de APV is geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Wat op een bepaalde locatie is toegestaan en wat niet, staat in het bestemmingsplan. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) staat dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan.
Met andere woorden: een activiteit op een bepaalde locatie, zoals een evenement, moet passen in het bestemmingsplan. Past de activiteit niet in het bestemmingsplan, dan is er een omgevingsvergunning nodig. 1 Zie Waterwet (Wtw) 1.1 en 2.1. 2 Met de term evenementen bedoelen we zowel relevante (meerdaagse) evenementen als (meerdaagse) grote muziekfestivals. 3 We richten ons op de ruimtelijk relevante evenementen. Niet alle evenementen zijn ruimtelijk relevant. Er zijn drie soorten evenementen: 1. Incidenteel, kortdurend 2. Op jaarbasis incidenteel 3. Regulier grote evenementen De eerste soort zal weinig effect hebben op de leefomgeving. De andere twee zijn wel ruimtelijk relevant. Zie ook: www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/functies/evenementen/
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
11
Provincie Noord-Holland
Het bestemmingsplan is dus een belangrijk toetsinstrument voor gemeenten bij het toestaan van evenementen. Met het bestemmingsplan kan de gemeente voor een bepaalde locatie belangen afwegen en voorzienbare overlast voorkomen. Op basis van het zorgvuldigheidsbeginsel 4 moeten alle belangen worden afgewogen bij de vraag of een evenement op een bepaalde locatie kan plaatsvinden. Ook moet de overlast van bijvoorbeeld verkeer, geluid en parkeren op de omgeving (omwonenden, natuur, archeologie) op de juiste wijze worden getoetst. Komen er op een bepaalde locatie regelmatig evenementen (eens per jaar meerdere jaren achtereen, of meerdere keren per jaar) dan moet dit worden opgenomen in het bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) stelt dat in het bestemmingsplan een regeling over evenementen opgenomen moet worden als de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenement op een bepaalde locatie van belang is.5 Het bestemmingsplan moet dan regels opstellen over de maximale duur (per evenement of per jaar) het maximum aantal toegestane evenementen per jaar, het soort evenementen (bijvoorbeeld muziek of sport), het maximum aantal bezoekers per evenement, de eindtijden, de geluidsaspecten, de verkeersstromen en de parkeerdruk.6 In dat geval is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Biedt het bestemmingsplan niet de mogelijkheid voor een evenement op die locatie, dan is het evenement alleen mogelijk met een omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan is van belang om regels op te nemen om voorzienbare overlast voor de omgeving te voorkomen, zoals geluid bij woningen en ook het voorkomen van nadelige invloed op de natuur. Uit de steekproef van 39 evenementen blijkt het volgende. a)
Voor de grote evenementen (>10.000 bezoekers en/of meerdere dagen) hebben de gemeenten duidelijke regels en voorwaarden opgenomen in de bestemmingsplannen, of er zijn ‘paraplubestemmingsplannen’ opgesteld met regels en voorwaarden voor het evenement en voor de locatie.
b)
Sommige gemeenten hebben in hun bestemmingsplan locaties opgenomen voor (middel-) grote evenementen, met aanvullende voorwaarden: over het maximum aantal evenementen of dagen per evenement, het maximum aantal bezoekers per evenement, de tijden en maximale geluidswaarden.
c)
Meerdere gemeenten hebben in het bestemmingsplan wel opgenomen dat er op een bepaalde locatie evenementen kunnen plaatsvinden, maar daar staan geen aanvullende voorwaarden bij over bijvoorbeeld het aantal evenementen, het aantal bezoekers per evenement en de duur van de evenementen.
d)
Er zijn evenementen gehouden op locaties die in het bestemmingsplan niet zijn aangeduid als evenementenlocatie. Enkele gemeenten hebben een omgevingsvergunning afgegeven om van het bestemmingsplan af te kunnen wijken. Zo hebben zij de rechtszekerheid planologisch geborgd.
e)
Er zijn ook evenementen gehouden op locaties die in het bestemmingsplan niet zijn aangeduid als evenementenlocatie én waarvoor geen omgevingsvergunning was afgegeven.
Voor c en e geldt: dit is geen ‘goede ruimtelijke ordening’, want er is onvoldoende rechtszekerheid voor omwonenden en organisatoren van het evenement 7. De gemeente kan rechtszekerheid bieden door het evenement een omgevingsvergunning te verlenen, waarmee kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Aanbevelingen over de borging van evenementen in bestemmingsplannen 1.
Gemeenten moeten voor evenementenlocaties (ook als er maar eens per jaar een evenement plaatsvindt) de rechtszekerheid voor burgers, belanghebbenden en organisatoren van het evenement planologisch borgen. Dit kan via een aanpassing in het bestemmingsplan met de voorwaarden die gelden voor de evenementen. Eventueel kan een ‘omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan’
4 Artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) en artikel 2.1, lid 1, sub c Wabo 5 RvS 7 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:685, r.o. 8.4. en 20 juni 2012 ECLI:NL:RVS 2011:09470-1-r4/ 2.3.3. en 29 feb 2012 zaaknr. 201002029/1/T1/R2 6 https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/functies/evenementen/evenementen-openbare/ 7 Op grond van artikel 3.1, lid 1, Wro en AbRvS 20 juni 2012 zaak 201109470/1/R4
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
12
Provincie Noord-Holland
worden verleend. Dit is een wettelijke eis uit de Wro8 en de daaruit voortvloeiende jurisprudentie (het zorgvuldigheidsbeginsel). Met het toepassen van de uitgebreide procedure voor de omgevingsvergunning kunnen alle ruimtelijke aspecten worden meegewogen. Dit geeft belanghebbenden ook de mogelijkheid om hierop te reageren. Uit de jurisprudentie9 volgt ook: als een milieu-omgevingsvergunning of een APV-evenementenvergunning specifieke voorschriften bevat over evenementen, wil dit niet zeggen dat deze voorschriften in het bestemmingsplan overbodig zijn. Anders gezegd: een planologische regeling van evenementen blijft noodzakelijk. 2.
Ook voor een eenmalig, maar wel ruimtelijk relevant evenement op een locatie die in het bestemmingsplan niet is aangewezen als evenementenlocatie, moet de gemeente een omgevingsvergunningprocedure doorlopen. Zo kunnen ruimtelijke aspecten worden meegewogen en kunnen belanghebbenden eventueel bezwaar maken tegen het evenement.
3.
Gemeenten moeten ook aandacht schenken aan het publiceren van verleende vergunningen. Doe dit op de juiste wijze en op de officiële websites van de overheid. Dit vereenvoudigt het terugvinden.
2.4 Toezicht op informatie- en archiefbeheer Uitdagingen Twee elementen van het informatie- en archiefbeheer bleken een grote uitdaging te zijn voor de NoordHollandse gemeenten: vernietiging van informatie en het kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer. Vernietiging van informatie: overheidsorganisaties zijn verplicht hun informatie op termijn te vernietigen. In de praktijk blijkt dat informatie die niet in het centrale archiefsysteem is opgeslagen, niet altijd wordt vernietigd. Het kwaliteitssysteem: overheidsorganisaties zijn wettelijk verplicht om een kwaliteitssysteem te hanteren voor het verbeteren van het informatiebeheer. De organisaties moeten hun digitale informatie beheren volgens de Archiefwet, maar moeten tegelijkertijd op veel andere aspecten van digitaal informatiebeheer letten. Daarom werken veel informatieafdelingen samen met specialisten op het gebied van informatieveiligheid, de bescherming van privacy en de zorg voor openbaarheid van informatie. Corona De coronapandemie had invloed op de ontwikkelingen in het informatiebeheer van gemeenten. Trajecten waarbij medewerkers fysiek aanwezig moeten zijn, zoals het bewerken van papieren archieven, liepen vertraging op. Aan de andere kant zien we dat digitaal werken juist een grote vlucht nam, omdat medewerkers vanuit huis bij alle informatie moesten kunnen.
De meeste organisaties hebben de test van het thuiswerken doorstaan: de netwerken, hardware en infrastructuren waren hierop grotendeels ingericht. In het digitale informatiebeheer zijn geen grote moeilijkheden geconstateerd, wat uiteindelijk een compliment is voor alle organisaties. Andere ontwikkelingen Naast het vormen, compleet maken en sluiten van dossiers hebben de afdelingen informatiebeheer steeds meer een regisserende, adviserende en controlerende rol. De verantwoordelijkheid voor de dossiers ligt steeds vaker bij de uitvoerende ambtenaren. Deze ontwikkeling raakt alle onderdelen van een organisatie, van het uitvoerende niveau tot aan het hoogste management. Bewustzijn van het belang van goed informatiebeheer binnen de hele organisatie is dus essentieel. De uitvoering van de Archiefwet raakt steeds meer verweven met andere wetgeving op het terrein van informatiebeheer. Zo is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) sinds 25 mei 2018 van kracht en worden in 2022 de Wet open overheid en de Wet digitale overheid ingevoerd. De Archiefwet wordt momenteel herzien zodat deze beter aansluit bij alle (digitale) ontwikkelingen. De verwachting is dat de nieuwe Archiefwet in 2023 ingaat.
8 9
Wro artikel 3.1 , lid 1 (AbRvS 11 maart 2015, nr. 201400649/1/R4 en AbRvS 5 augustus 2015, nr. 201502301/1/R6)
13
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
Provincie Noord-Holland
Figuur 6: totaaloordelen informatie- en archiefbeheer 70% 70%
60%
60%
50%
50%
40%
40%
30%
30%
20%
20%
10%
10%
0%
0%
2020 Adequaat
2021 Redelijk adequaat
2020 Adequaat
2021 Redelijk adequaat
Niet adequaat
Niet adequaat
Beoordelingen De naleving van de regels op het gebied van informatie- en archiefbeheer werd in 2021 bij 18 gemeenten beoordeeld als adequaat (groen), bij 28 gemeenten als redelijk adequaat (geel) en bij één gemeente als niet adequaat (rood). Naast het toezicht op de gemeenten is ook toezicht gehouden op de waterschappen, de veiligheidsregio’s, de omgevingsdiensten, een GGD en twee participatiebedrijven. Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht werd beoordeeld als redelijk adequaat en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als adequaat. De GGD Zaanstreek Waterland werd beoordeeld als niet adequaat; hierover volgt begin 2022 een gesprek tussen Gedeputeerde Staten en het bestuur van de GGD. De overige gemeenschappelijke regelingen worden begin 2022 beoordeeld. Trends Wanneer organisaties veranderingen doorvoeren in het informatie- en archiefbeheer, duurt het vaak enkele jaren voordat de resultaten zichtbaar zijn. Dit komt doordat het informatiebeheer de hele organisatie behelst en alle medewerkers hun manier van werken moeten aanpassen. Dit tekent zich ook af in de beoordelingsresultaten: in 2021 ontvingen 42 van de 47 gemeenten hetzelfde oordeel als in 2020. Van de overige vijf gemeenten kregen er drie een positiever oordeel dan in 2020 en twee een negatiever oordeel. Het is een grote uitdaging om verbeteringen in de organisatie voor langere termijn te borgen.
Vaak ligt de vaktechnische kennis bij één enkel persoon of één project. Vertrekt er iemand of zijn er plotseling andere grote uitdagingen, dan verslapt de aandacht voor dit onderwerp. Op het gebied van informatie- en archiefbeheer is het lastig om voldoende en gekwalificeerd personeel aan te trekken. Wel hanteren steeds meer gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen het wettelijk verplichte kwaliteitssysteem voor (papieren en digitale) archivering. Zij worden zich meer bewust van het belang van kwaliteitszorg en spannen zich in om procedures te beschrijven, systematische controles in te bouwen en de kwaliteit van het informatiebeheer te bewaken en te verbeteren. Een andere complicerende factor is dat er niet altijd vanaf het begin rekening gehouden wordt met de archieftechnische eisen bij de aanschaf van nieuwe software. Overheidsorganisaties zijn bijvoorbeeld verplicht bepaalde informatie te vernietigen. In sommige software blijven na het verwijderen van informatie nog gegevens achter. Het correct uitvragen van archieftechnische eisen blijft desondanks de verantwoordelijkheid van de overheidsorganisatie. Risico’s en aandachtspunten 1.
Het vormen van digitale dossiers door de medewerkers van gemeenten kan beter. Dit is een uitvloeisel van het digitale werken. Onvoldoende training, begeleiding en controle leiden vaak tot onvolledige of slecht toegankelijke digitale dossiers. Dit betekent kostbaar en arbeidsintensief herstel achteraf.
2.
Gemeenten gebruiken veel digitale systemen voor het opslaan van belangrijke informatie, bijvoorbeeld op het terrein van de sociale wetgeving, het omgevingsrecht, personeelszaken en financiën. Veel van deze systemen zijn niet geschikt voor beheer volgens de Archiefwet. Er zit namelijk geen vernietigingsfunctie
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
14
Provincie Noord-Holland
in. Ook in het licht van de AVG is deze vernietigingsfunctie noodzakelijk. 3.
De vele fusies en samenwerkingsverbanden van overheden vormen een risicofactor. In de jaren voor en na een herindeling of ambtelijke samenwerking is vaak te weinig aandacht voor goed informatie- en archiefbeheer, met alle gevolgen van dien. In Noord-Holland zijn verschillende gemeenten een ambtelijke samenwerking aangegaan. Zo’n samenwerking is bedoeld om de processen van de gemeenten efficiënter te maken. Op het gebied van informatiebeheer brengt zo’n samenwerking juist extra werk met zich mee omdat de informatie gescheiden moet blijven, maar de processen wel op elkaar afgestemd moeten worden. Wij zien het informatie- en archiefbeheer in deze gevallen dan ook eerst achteruitgaan en pas na enkele jaren, na de investering van veel geld en energie, weer een stap voorwaarts maken.
2.5 Huisvesting verblijfsgerechtigden Op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zorgen burgemeesters en wethouders voor de huisvesting van vergunninghouders volgens een taakstelling. De taakstelling wordt elk half jaar bepaald door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De taakstelling hangt af van het aantal inwoners van de gemeente en het verwachte aantal verblijfsgerechtigden. Grotere gemeenten moeten meer asielzoekers huisvesten dan kleinere gemeenten. De provincie houdt toezicht De huisvesting van vergunninghouders is een wettelijke taak van de gemeenten. De provincie controleert of de gemeenten deze taak goed uitvoeren: zij moeten voldoende verblijfsgerechtigden huisvesten binnen de gestelde termijn. De interventieladder in 2021 Heeft een gemeente onvoldoende verblijfsgerechtigden gehuisvest, dan is de provincie verplicht om in te grijpen. Een gemeente die langer dan een half jaar achterloopt op haar taakstelling komt onder verscherpt toezicht van de provincie. Om de gemeente de gelegenheid te geven alsnog aan haar taakstelling te voldoen, hanteert GS hierbij de bestuurlijke interventieladder. De interventieladder is een methode die bestaat uit een aantal stappen. De eerste stap is een ambtelijk overleg met de gemeente. Is de situatie daarna niet verbeterd binnen de gestelde termijn, dan volgen bestuurlijke gesprekken.
Als onderdeel van het verbeterproces stelt de gemeente een plan van aanpak op. Als laatste stap op de interventieladder kan de provincie de huisvesting van verblijfsgerechtigden overnemen (indeplaatstreding) op kosten van de gemeente. Deze stap wordt uiteraard alleen gezet als de gemeente stelselmatig in gebreke blijft. Hoe een gemeente ervoor staat op dit gebied, wordt bepaald op basis van de realisatiecijfers van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) op twee peilmomenten: 1 januari en 1 juli. De eerste stappen van de interventieladder zijn ook in 2021 geregeld gezet. Alle gemeenten hebben in 2021 een brief ontvangen over de stand van zaken. De brief bevatte ofwel een compliment over het behalen van de taakstelling, ofwel een oproep om meer verblijfsgerechtigden te huisvesten. Met een groot deel van de gemeenten is er een (online) ambtelijk gesprek gevoerd. Hen is gevraagd een plan van aanpak op te stellen. Met de twee structureel achterlopende gemeenten Bloemendaal en Castricum zijn ook bestuurlijke toezichtgesprekken gevoerd. In deze gesprekken zijn afspraken gemaakt over vervolgstappen om de situatie te verbeteren. Voor Bloemendaal geldt dat de taakstelling in 2021 alsnog is behaald. Gemeente Castricum Op 2 september 2021 hebben GS aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Castricum laten weten dat zij over zouden gaan tot indeplaatstreding.
De reden hiervoor was dat de gemeente Castricum al lange tijd achterliep in de huisvesting van verblijfsgerechtigden. Ter voorkoming van de daadwerkelijke indeplaatsstelling diende de gemeente Castricum de achterstand van 2020 en van de eerste helft van 2021 weg te werken voor 1 januari 2022. Dat is gelukt. Vanaf 2022 zien we erop toe dat de gemeente de achterstand van de tweede helft van 2021 wegwerkt en komende taakstellingen behaalt. Het IBT zet nu een stap terug op de interventieladder (van 4 naar 3): momenteel wordt de situatie alleen ambtelijk gemonitord en zullen ambtelijke gesprekken worden gevoerd. Stand van zaken tweede helft 2021 Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben, naar aanleiding van signalen van diverse gemeenten, in een
15
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
Provincie Noord-Holland
brief aan het ministerie van BZK aangegeven dat gemeenten hun taakstellingen voor 2021 niet of slechts moeizaam konden invullen. De Rijksoverheid kondigde verschillende ondersteuningsmaatregelen aan voor de gemeenten. Ondanks de beperkingen als gevolg van het coronavirus en de crisis op de woningmarkt vielen de resultaten in de tweede helft van 2021 mee. De cijfers laten zelfs enige vooruitgang zien. Het aantal gemeenten dat haar taakstelling heeft behaald is toegenomen van vijf in de eerste helft naar negen in de tweede helft van 2021. Het aantal gemeenten dat verder achterop is geraakt, nam af van 23 in de eerste helft naar 16 in de tweede helft van 2021. Vooruitzicht 2022 De taakstelling voor de provincie Noord-Holland voor de eerste helft van 2022 is 1648 te huisvesten verblijfsgerechtigden. Voor heel Nederland zijn dit er 10.000. Figuur 7: totaaloordelen huisvesting verblijfsgerechtigden 2021 70%
70%
60%
60%
50%
50%
40%
40%
30%
30%
20%
20%
10%
10%
0%
0%
Eerste helft 2021 Adequaat
Tweede helft 2021
Redelijk adequaat
2020 Adequaat
2021 Redelijk adequaat
Niet adequaat
Niet adequaat
2.6 Incidentgericht toezicht Incidentgericht toezicht IBT beoordeelt gemeenten niet alleen systematisch, maar ook naar aanleiding van klachten van burgers of bedrijven, of berichten in de media. IBT houdt toezicht op de uitvoering van de medebewindstaken, dat wil zeggen: toezicht op wettelijke taken die zijn opgedragen aan het gemeentebestuur. Een melding bij IBT is geen alternatief voor een juridische procedure, zoals bezwaar of beroep indienen op een besluit van een gemeente. Wanneer IBT een melding ontvangt, wordt eerst bekeken of het om een wettelijke gemeentelijke taak gaat en of er juridische procedures lopen of nog mogelijk zijn. Vervolgens informeren we de melder over de reikwijdte van het toezicht, en wijzen we de melder op de juiste route. Meldingen In 2021 ontving IBT 20 meldingen over de taakuitvoering van 13 gemeenten en over 7 verschillende thema’s. De meeste meldingen gingen over strijdig gebruik van regels op het gebied van ruimtelijke ordening, kapverordeningen en verkeerszaken. Andere thema’s waren onder meer het naleven van natuur- en milieuregels en de huisvesting van statushouders en arbeidsmigranten. Alle meldingen van 2021 zijn inhoudelijk onderzocht. In het kader van hoor en wederhoor heeft IBT de betrokken partijen gevraagd om informatie te verstrekken.
Het bleek dat in 90% van de meldingen IBT niet bevoegd was om op te treden, omdat er juridische procedures mogelijk waren of nog niet waren afgerond. Bij enkele meldingen ging het om privaatrechtelijke kwesties. In deze gevallen bestond de bijdrage van IBT uit het verbeteren van de communicatie tussen de partijen en het vergroten van inzicht in taken en verantwoordelijkheden.
3
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
16
Provincie Noord-Holland
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
Hieronder volgen de samenvattingen en belangrijkste conclusies van het toezicht in 2021 per toezichtsdomein. Toezicht op de gemeentelijke financiën De coronacrisis zorgde voor een tijd met ongekende onzekerheden, die hun schaduw wierpen op de begroting. Ook de financiële druk vanuit het sociale domein bleef – net als in voorgaande jaren – hoog. Opnieuw bleken voor een aantal gemeenten bijstellingen nodig, zoals de inzet van incidentele middelen, om (in de meerjarenraming) een sluitend geheel te kunnen presenteren. Op één na zijn alle gemeenten in 2021 hierin geslaagd. Deze ene gemeente kwam onder preventief toezicht van de provincie. In april 2021 toonde de gemeente aan weer een voldoende solide financiële basis te hebben. Daarna werd het preventieve toezicht beëindigd. Vier gemeenten stonden onder preventief toezicht op basis van de Wet algemene regels herindeling (Arhi). Deze gemeenten zitten in een fusietraject. Twee fusietrajecten waren zogenoemde lichte regelingen. Toezicht op omgevingsrecht Ten opzichte van 2020 zien we in 2021 een lichte verbetering van de resultaten. Met name het aantal gemeenten met een adequate en redelijk adequate beoordeling is toegenomen. Het is echter ook zichtbaar dat een aantal gemeenten die eerder waren beoordeeld als niet adequaat, onvoldoende vooruitgang hebben geboekt. Omdat er al sprake was van verscherpt toezicht, is dit zorgelijk.
Net als in 2020 bleek ook in 2021 dat het inzicht in de middelen om het omgevingsrecht uit te voeren, te wensen overlaat. We constateren weliswaar een lichte verbetering, maar dit vraagt nadrukkelijk om extra aandacht. Daarnaast zien we bij veel gemeenten dat onvoldoende personeel en personele wisselingen een negatief effect hebben op de borging van het proces van de big-8 cyclus. Toezicht op informatie- en archiefbeheer Op het gebied van informatie- en archiefbeheer hebben gemeenten nog veel te doen. Het kost veel tijd om het digitale informatiebeheer zo in te richten dat het voldoet aan de wet. Daarom is het belangrijk dat alle gemeenten een systeem hebben van plannen, uitvoeren, controleren en actualiseren (plan-do-checkact). Toezicht op huisvesting van verblijfsgerechtigden De druk op de woningmarkt in Noord-Holland was in 2021 onveranderd hoog. Ook waren bij het huisvesten van verblijfsgerechtigden de beperkingen door het coronavirus nog merkbaar. De meeste gemeenten hebben zich desondanks ingespannen om aan de taakstelling te voldoen. Toekomstige ontwikkelingen in het toezicht Eind 2018 heeft de minister van BZK aan de Tweede Kamer de ‘Agenda toekomst van het toezicht’ aangeboden. De agenda beschrijft vijf veranderingen die van het interbestuurlijk toezicht gevraagd worden: 1.
Verbinden van het verticaal toezicht en de horizontale controle (nader wordt uitgewerkt hoe deze elkaar optimaal kunnen versterken);
2.
Verbeteren van de dialoog (een mogelijke gedragslijn voor alle partijen);
3.
Beter leren (onderzoek naar verbetering van het leren en hoe dit landelijk kan worden geïntroduceerd);
4.
Uniformiteit (uitwerken van een gezamenlijk toezichtkader, dat bij voorkeur financieel en generiek toezicht omvat);
5.
Risicogericht toezicht (streven naar een eenduidige methode van risicoanalyse, die we kunnen gebruiken om risico’s beter en makkelijker in beeld te brengen).
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
17
Provincie Noord-Holland
GS hebben in september 2018 ingestemd met deze agenda. Deze veranderingen sluiten aan bij het bestaande IBT-beleid van de provincie Noord-Holland: verdere differentiatie van het toezicht/maatwerk, het invoeren van praktijktoetsen en thematisch toezicht op basis van een risicoanalyse, integraler toezicht en actieve transparantie en openbaarheid van de beoordelingsresultaten. Meer informatie over de ontwikkelingen binnen dit traject vindt u op de website van de Rijksoverheid.
18
Jaarverslag Interbestuurlijk Toezicht 2021
Provincie Noord-Holland
Tabel: Overzicht gemeenten 2019, 2020 en 2021 Informatiebeheer 2019 Aalsmeer Alkmaar Amstelveen Amsterdam Beemster Bergen Beverwijk Blaricum Bloemendaal Castricum Den Helder Diemen Drechterland Edam-Volendam Enkhuizen Gooise Meren Haarlem Haarlemmermeer Heemskerk Heemstede Heerhugowaard Heiloo Hilversum Hollands Kroon Hoorn Huizen Koggenland Landsmeer Langedijk Laren Medemblik Oostzaan Opmeer Ouder-Amstel Purmerend Schagen Stede Broec Texel
Uitgeest
Uithoorn Velsen Waterland Weesp Wijdemeren Wormerland Zaanstad Zandvoort
2020
2021
Omgevingsrecht 2019
2020
2021
Financiën 2019
2020
Verblijfsgerechtigden 2021
2019
2020
2021
HAARLEM, APRIL 2022
VERSLAG
Colofon Uitgave Provincie Noord-Holland Postbus 123 | 2000 MD Haarlem Tel.: 023 514 31 43 | Fax: 023 514 40 40 www.noord-holland.nl post@noord-holland.nl Eindredactie Provincie Noord-Holland Kabinet | Sector Interbestuurlijk Toezicht het jaarverslag is geredigeerd door redactrice Anneke Paul Fotografie Provincie Noord-Holland Grafische verzorging Xerox mediaservices
Haarlem, april 2022