CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Inzicht in besteding onderwijssubsidies primair onderwijs.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 6 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de reactie op motie 63 d.d. 15-02-2023 van de leden Von Gerhardt (VVD), Rooderkerk (D66), Broersen (Volt) en Boomsma (CDA) inzake inzicht in onderbesteding. (VN2024-014941)9.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inzicht in besteding onderwijssubsidies primair onderwijs Onderzoek en Statistiek Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: Directie Onderwijs, gemeente Amsterdam Projectnummer: 231050 Auteur: Leyla Reches, Frederique van Spijker, Sjors Verhaar, Merel van der Wouden E-mailadres: M.van.der.Wouden@amsterdam.nl Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:

President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek.amsterdam.nl

Amsterdam, september 2024 Foto voorzijde: Terug naar school (2022)

Inhoud

Samenvatting

4

Inleiding

7

1

9

Verschillen in besteding tussen basisscholen In vier jaar tijd vooral onderbesteding in Zuidoost en Nieuw-West In 2021/’22 in Nieuw-West meeste onderbesteding Daling onderbesteding bij scholen met veel doelgroepleerlingen Bij kleine scholen meer onderbesteding

2

9 11 12 13

Inzicht in besteding per onderwijssubsidie

16

Bevorderen burgerschap Hoogbegaafdheid Kansenaanpak kopklas Kansenaanpak po Kansenaanpak zomerschool Nieuwkomers Onderwijsondersteunend personeel Vroegschools aanbod Vakleerkracht bewegingsonderwijs Vakleerkracht cultuur

16 17 18 18 20 20 21 23 24 26

3

Samenvatting

De gemeente Amsterdam biedt scholen de mogelijkheid om subsidies aan te vragen voor verschillende voorzieningen. Dit is in 2019 vastgelegd in de Verordening op Lokaal Onderwijsbeleid Amsterdam (VloA). Elke subsidie heeft specifieke voorwaarden waarin is vastgesteld welke scholen hierop aanspraak maken en voor welk bedrag. Het verschilt hierdoor tussen scholen hoeveel zij per subsidie in totaal ontvangen. De gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat de subsidies effectief worden besteed om het maximale uit de beschikbare middelen te halen. Om meer inzicht te krijgen in het subsidiebeleid heeft de directie Onderwijs van de gemeente Amsterdam aan Onderzoek & Statistiek (O&S) gevraagd om te onderzoeken in hoeverre er sprake is van onderbesteding, wat de hoogte hiervan is en welke redenen hierachter zitten. In dit rapport wordt antwoord gegeven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Bij welke onderwijssubsidies is sprake van onderbesteding? 2. Welke redenen noemen scholen die een subsidie niet volledig hebben besteed in de verantwoordingsformulieren? 3.

Verschilt de mate van onderbesteding tussen scholen op basis van het stadsdeel van de school, het aandeel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand, de grootte van de school en de grootte van het schoolbestuur? Vanuit de Verordening op Lokaal Onderwijsbeleid Amsterdam (VloA) zijn er twaalf subsidies beschikbaar voor scholen in het primair onderwijs en twee subsidies voor het voortgezet onderwijs. Daarnaast worden er zeven subsidies beschikbaar gesteld vanuit de lerarenagenda en een subsidie vanuit huisvesting. Dit onderzoek richt zich op tien subsidies die in het primair onderwijs werden verstrekt van schooljaar 2018/’19 tot en met 2021/’22. De reden hiervoor is dat deze tien subsidies onderling goed vergelijkbaar zijn omdat ze allemaal dezelfde aanvraag- en verantwoordingsprocedure kennen en een looptijd hebben van een jaar. De onderwijssubsidies die in dit onderzoek zijn meegenomen, zijn: 1. Bevorderen burgerschap 2. Hoogbegaafdheid 3. Kansenaanpak kopklas 4. Kansenaanpak po 5. Kansenaanpak Zomerschool 6. Nieuwkomers 7. Onderwijsondersteunend personeel 8. Vroegschools aanbod 9. Vakleerkracht bewegingsonderwijs 10. Vakleerkracht cultuur Vormen van onderbesteding Er zijn drie vormen van onderbesteding te onderscheiden: 1. een school kan een subsidie waar zij recht op heeft niet aanvragen; 2.

een school kan een subsidie waar zij recht op heeft niet volledig aanvragen; 3. een school kan het toegekende bedrag van de subsidie niet volledig besteden. 4

Er zijn scholen die bij eenzelfde subsidie zowel in de tweede als in de derde categorie van onderbesteding vallen, dus scholen die zowel een subsidie niet volledig aanvragen als dat zij uiteindelijk het toegekende bedrage niet volledig besteden. Scholen kunnen daarnaast in meerdere categorieën terugkomen, waardoor het totale aantal onderbestedingen hoger ligt dan het aantal scholen dat heeft onderbesteed. Een school kan bijvoorbeeld geen subsidie aanvragen voor het bevorderen van burgerschap en minder geld aanvragen dan wat de school zou mogen aanvragen voor de subsidie onderwijsondersteunend personeel. Deze school komt dan in beide categorieën terug. Vooral onderbesteding in Nieuw-West en Zuidoost Voor de overkoepelende analyses van onderbesteding zijn zes van de tien hierboven genoemde subsidies samengenomen: bevorderen burgerschap, kansenaanpak po, onderwijsondersteunend personeel, vroegschools aanbod, vakleerkracht bewegingsonderwijs en vakleerkracht cultuur. De overige subsidies konden niet worden meegenomen in de overkoepelende analyse omdat niet alle benodigde gegevens beschikbaar zijn om onderbesteding te berekenen of omdat deze subsidies op schoolbestuurniveau aangevraagd worden. In de meeste stadsdelen ligt het aandeel onderbesteding rond de 50%.

Dit betekent dat de helft van de scholen de subsidies volledig aanvragen én opmaken, en de andere helft een vorm van onderbesteding heeft bij minimaal één van de zes hierboven genoemde subsidies. In stadsdeel West wordt al jaren het minst onderbesteed. In schooljaar 2021/’22 werd er in Nieuw-West het meest onderbesteed, terwijl een schooljaar eerder de onderbesteding in Zuidoost het hoogste lag. Zie figuur S.1. Er zijn dertien scholen die vier jaar op rij geen van de zes subsidies hebben aangevraagd, ook dit komt vooral voor in Nieuw-West en Zuidoost. Figuur S.1 Onderbesteding naar stadsdeel, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 (procenten)

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

Covid-19 maatregelen en tekorten belangrijkste redenen onderbesteding Als redenen voor onderbesteding in het primair onderwijs, voor zover we die konden terugvinden in de verantwoordingsformulieren van de tien subsidies, geven de scholen tussen 2019/’20 tot en met 2021/’22 vooral aan dat dit te maken heeft gehad met de Covid-19 maatregelen, onder andere doordat scholen moesten sluiten en er veel lessen uitvielen. 5

Daarnaast is een belangrijke reden voor onderbesteding het personeelstekort, dit komt naar voren in de verantwoording van de subsidie bevorderen burgerschap, zomerschool, en vakleerkracht bewegingsonderwijs. Daarnaast speelt bij deze laatste subsidie ook een tekort aan gymlokalen. Bij de subsidie voor vroegschools aanbod komt nog specifiek naar voren in de verantwoordingen dat scholen niet altijd de combinatiefunctionaris hebben ingezet, waardoor ze uiteindelijk minder geld hebben besteed. Een complex systeem van onderwijssubsidies Het verloop van dit onderzoek geeft een goed beeld van de complexiteit van de subsidies. De op het eerste oog duidelijke onderzoeksvraag om de verschillende subsidies samen in beeld te brengen voor een totaaloverzicht bleek in de praktijk een taaie klus. Bij verschillende subsidies was aanvullende informatie nodig om de onderbesteding te berekenen, maar deze informatie was niet altijd beschikbaar voor alle schooljaren. Zoals de subsidievoorwaarden of selectiecriteria van scholen. De subsidies bleken lastig te vergelijken met elkaar, doordat elke subsidie weer andere voorwaarden heeft waar een school aan moet voldoen en sommige subsidies op schoolniveau kunnen worden aangevraagd maar andere alleen bovenbestuurlijk.

Ook kan het beschikbare budget achteraf worden opgehoogd, waardoor het aandeel onderbesteding van het totale subsidiebedrag veranderlijk is. We hebben desondanks het onderzoek tot een eindrapport kunnen brengen. De inzichten vanuit dit onderzoek kunnen een rol spelen in de ontwikkeling naar een minder complex systeem van onderwijssubsidies, iets waar zowel de scholen als de beleidsmedewerkers profijt van zullen hebben.

6

Inleiding

De gemeente Amsterdam biedt scholen de mogelijkheid om subsidies aan te vragen voor verschillende voorzieningen. Dit is in 2019 vastgelegd in de Verordening op Lokaal Onderwijsbeleid Amsterdam (VloA). Elke subsidie heeft specifieke voorwaarden waarin is vastgesteld welke scholen hierop aanspraak maken en voor welk bedrag. Het verschilt hierdoor tussen scholen hoeveel zij per subsidie en in totaal ontvangen. Het is belangrijk dat de subsidies effectief worden besteed om het maximale uit de beschikbare middelen te halen. Om inzicht te krijgen in de mogelijke knelpunten of hiaten in het subsidiebeleid wil de gemeente Amsterdam onderzoeken in hoeverre er sprake is van onderbesteding, wat de hoogte hiervan is en welke redenen hierachter zitten. De directie Onderwijs heeft aan Onderzoek & Statistiek (O&S) gevraagd om dit in kaart te brengen. Vanuit de Verordening op Lokaal Onderwijsbeleid Amsterdam (VloA) zijn er twaalf subsidies beschikbaar voor scholen in het primair onderwijs en twee subsidies voor het voortgezet onderwijs. Daarnaast worden er zeven subsidies beschikbaar gesteld vanuit de lerarenagenda en een subsidie vanuit huisvesting. Dit onderzoek richt zich op tien subsidies die in het primair onderwijs worden verstrekt.

De reden hiervoor is dat deze tien subsidies onderling goed vergelijkbaar zijn omdat ze allemaal dezelfde aanvraag- en verantwoordingsprocedure kennen en een looptijd hebben van een jaar. Daarnaast zijn de scholen goed vergelijkbaar wanneer wordt gekeken of bepaalde schoolkenmerken samenhangen met de mate van onderbesteding. In vervolgonderzoek kan worden gekeken of dezelfde redenen voor onderbesteding een rol spelen in de andere subsidies. Onderzoeksaanpak In de Amsterdamse onderwijssubsidies zijn drie vormen van onderbesteding te onderscheiden: een school kan een subsidie waar zij recht op heeft niet aanvragen, een school kan een subsidie waar zij recht op heeft niet volledig aanvragen, en een school kan het toegekende bedrag van de subsidie niet volledig besteden. In dit rapport is voor schooljaar 2018/’19 tot en met 2021/’22 inzichtelijk gemaakt van welke van deze drie vormen van onderbesteding sprake is. Om te onderzoeken welke redenen een rol in onderbesteding spelen zijn twee aanvullende analyses uitgevoerd. Ten eerste is gekeken of de mate van onderbesteding verschilt op basis van een aantal schoolkenmerken. Hierbij is gekeken naar het stadsdeel van de school, het aandeel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand, de grootte van de school en de grootte van het schoolbestuur waar een school onder valt.

Ten tweede moeten scholen een verantwoordingsformulier invullen over de besteding van de subsidies. Het wisselt per subsidie welke vragen hierin worden gesteld. Voor een aantal subsidies geldt dat er een toelichting is gevraagd aan scholen waarom zij het toegekende subsidiebedrag niet (volledig) hebben besteed. Dit is geanalyseerd. Samenvattend wordt in dit rapport antwoord gegeven op de volgende vragen: 1. Bij welke onderwijssubsidies is sprake van onderbesteding? 7

a. Hoe vaak wordt de subsidie door scholen die er recht op hebben niet (volledig) aangevraagd? b. Hoe vaak wordt de subsidie niet volledig besteed? c. Wat is de totale hoogte van de onderbesteding? d. Wat is de ontwikkeling in de mate van onderbesteding in de afgelopen vier jaar? 2. Welke redenen noemen scholen die een subsidie niet volledig hebben besteed in de verantwoordingsformulieren? 3. Verschilt de mate van onderbesteding tussen scholen op basis van het stadsdeel van de school, het aandeel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand, de grootte van de school en de grootte van het schoolbestuur? Overzicht onderwijssubsidies De onderwijssubsidies die in dit onderzoek zijn meegenomen, zijn: 1. Bevorderen burgerschap 2. Hoogbegaafdheid 3. Kansenaanpak kopklas 4. Kansenaanpak po 5. Kansenaanpak Zomerschool 6. Nieuwkomers 7. Onderwijsondersteunend personeel 8. Vroegschools aanbod 9. Vakleerkracht bewegingsonderwijs 10. Vakleerkracht cultuur Scholen vragen de subsidies aan in de Webapplicatie Onderwijssubsidies. In dit voorportaal zien zij welke subsidies zij kunnen aanvragen, dit verloopt via een online aanvraagformulier. Na indiening van dit formulier beoordeelt de gemeente of de aanvraag aan de subsidievoorwaarden voldoet en of de subsidie kan worden toegekend. Daarna kunnen de scholen de aanvraag officieel indienen in MijnAmsterdam.

Aan het eind van de subsidielooptijd start de verantwoordingsronde. Hiervoor vullen de scholen een verantwoordingsformulier in met inhoudelijke vragen over de uitvoering van de subsidieactiviteiten en een financiële verantwoording. De verantwoordingen worden beoordeeld door de gemeente in de Webapplicatie Onderwijssubsidies, hierna stelt de gemeente het uitgegeven bedrag vast. Alle subsidies in dit onderzoek hebben een looptijd van een jaar. Er is gekeken naar de aanvragen- en verantwoordingen in schooljaar 2018/’19 tot en met 2021/’22. Leeswijzer In hoofdstuk 1 staat de derde onderzoeksvraag centraal en wordt beschreven of de mate van onderbesteding verschilt wanneer naar een aantal schoolkenmerken wordt gekeken. In hoofdstuk 2 wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag één en twee. Er wordt per subsidie gekeken of er sprake is van onderbesteding en wat de ontwikkeling hierin is van schooljaar 2018/’19 tot en met 2021/’22. Daarnaast wordt beschreven welke redenen scholen opgeven voor onvolledige besteding van het subsidiebedrag, indien hier in het verantwoordingsformulier naar is gevraagd.

8

1 Verschillen in besteding tussen basisscholen

In dit hoofdstuk wordt gekeken of de mate van onderbesteding op basisscholen verschilt op basis van een aantal schoolkenmerken. Er wordt gekeken naar de ontwikkeling over de vier schooljaren naar type onderbesteding (paragraaf 1.1), het stadsdeel van de school (paragraaf 1.2), het aandeel leerlingen met een risico op onderwijsachterstand (paragraaf 1.3), de grootte van de school en van het schoolbestuur (paragraaf 1.4). In de analyses zijn de volgende zes subsidies samengenomen: bevorderen burgerschap, kansenaanpak po, onderwijsondersteunend personeel, vroegschools aanbod, vakleerkracht bewegingsonderwijs en vakleerkracht cultuur. De overige subsidies worden niet meegenomen omdat niet alle benodigde gegevens beschikbaar zijn om onderbesteding te berekenen (hoogbegaafdheid en nieuwkomers) of omdat deze subsidies op schoolbestuurniveau aangevraagd worden (kansenaanpak kopklas en kansenaanpak zomerschool). Deze subsidies zijn dus niet te vergelijken met de overige zes subsidies. Het totale aantal onderbestedingen op de hierboven genoemde subsidies is in het meest recente jaar uit dit onderzoek (schooljaar 2021/’22) lager dan in de drie daaraan voorgaande schooljaren. Deze daling zien we vooral terug bij basisscholen met veel leerlingen met een risico op onderwijsachterstand (61% of meer).

In schooljaar 2021/’22 werd er in Nieuw-West het meest onderbesteed, terwijl een schooljaar eerder de onderbesteding in Zuidoost het hoogste lag. Vooral bij kleine scholen (195 leerlingen of minder) zien we een relatief grote mate van onderbesteding.

In vier jaar tijd vooral onderbesteding in Zuidoost en Nieuw-West Het aantal onderbestedingen in één van de zes hierboven genoemde subsidies is, na een eerdere stijging tussen 2018/’19 en 2019/’20, afgenomen van 195 in schooljaar 2019/’20 tot 131 in schooljaar 2021/’22. Let wel; scholen kunnen in meerdere categorieën terugkomen, waardoor het totale aantal onderbestedingen hoger ligt dan het aantal scholen dat heeft onderbesteed. Een school kan bijvoorbeeld geen subsidie aanvragen voor het bevorderen van burgerschap en minder geld aanvragen dan wat de school zou mogen aanvragen voor de subsidie onderwijsondersteunend personeel. Deze school komt dan in beide categorieën terug. Het aantal scholen dat geen subsidie aanvraagt lag tussen schooljaar 2018/’19 en 2020/’21 op minimaal veertig scholen en lag in schooljaar 2021/’22 lager, namelijk op 26 scholen. Daarnaast zien we over de jaren een daling van scholen die minder subsidie aanvragen dan wat ze zouden mogen aanvragen, in schooljaar 2021/’22 vielen 45 scholen in deze categorie.

9

Het aantal scholen dat minder heeft besteed dan dat ze hebben aangevraagd is redelijk stabiel en lag in schooljaar 2021/’22 op 49 scholen. De laatste categorie bestaat uit scholen die minder subsidie aanvragen dan wat ze zouden mogen aanvragen én die van dit bedrag uiteindelijk minder besteden, in schooljaar 2021/’22 ging dit om elf scholen. Figuur 1.1 Aantal scholen met onderbesteding naar type, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 (aantallen)

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

De kosten van onderbesteding van de hierboven benoemde zes subsidies nam, na een stijging tussen 2018/’19 en 2019/’20, af tussen schooljaar 2019/’20 en 2021/’22. Hierbij moet wel benoemd worden dat van deze zes subsidies niet altijd alle categorieën van onderbesteding volledig in beeld zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de categorie ‘scholen die minder subsidie aanvragen’, omdat niet van alle scholen de gegevens bekend waren om te berekenen op welk subsidiebedrag zij recht hebben. Als we twee aanvullende subsidies (hoogbegaafdheid en zomerschool) meenemen in de berekening, dan neemt de onderbesteding over de jaren juist toe. Er zijn dertien scholen die vier jaar op rij geen van de zes subsidies hebben aangevraagd, dit komt vooral voor in Nieuw-West (zeven scholen, 19% van de scholen in Nieuw-West die recht hadden op de subsidies) en Zuidoost (vier scholen, 15%), zie tabel 1.2. Als we de verschillende onderbestedingscategorieën samennemen dan zijn er 51 scholen die vier jaar op rij onderbesteden. Ook dit komt procentueel vooral voor in Nieuw-West (zestien scholen, 44%) en in Zuidoost (acht scholen, 31%). In Zuid zijn er negen scholen die vier jaar op rij onderbesteden, maar gezien het grote aantal scholen in dit stadsdeel komt dit uit op een percentage van 26%. Vierentwintig scholen hebben vier jaar op rij op geen enkele subsidie onderbesteed.

Tabel 1.2 Scholen met onderbesteding over de jaren, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 (aantallen) Nieuw Centrum -West Noord Oost West Zuid aantal scholen dat vier jaar op rij recht had op subsidie 11 36 30 29 28 35 aantal scholen dat vier jaar niet heeft onderbesteed 1 6 1 4 4 4 aantal scholen dat vier jaar heeft onderbesteed 3 16 7 6 2 9 aantal scholen dat vier jaar geen subsidie heeft aangevraagd 1 7 0 0 0 1

Zuidoost

totaal

26

195

4

24

8

51

4

13

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

10

In 2021/’22 in Nieuw-West meeste onderbesteding In de meeste stadsdelen ligt het aandeel onderbesteding rond de 50%. Dit betekent dat de helft van de scholen de subsidies volledig aanvragen én opmaken, en de andere helft een vorm van onderbesteding heeft bij minimaal één van de zes hierboven genoemde subsidies (zie de vier categorieën uit figuur 1.1). In stadsdeel West wordt al jaren het minst onderbesteed. In het meest recente schooljaar 2021/’22 wordt er in Nieuw-West het meest onderbesteed, terwijl een schooljaar eerder de onderbesteding in Zuidoost het hoogste lag. Figuur 1.3 Onderbesteding naar stadsdeel, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 (procenten)

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

Als we kijken naar de verschillende vormen van onderbesteding per stadsdeel (zie figuur 1.4 op de volgende pagina) dan valt op: - In Nieuw-West besteed een vrij groot deel van de scholen (die recht hebben op de subsidies) minder dan wat ze hebben aangevraagd (twintig van de 38 scholen, 53%); - In Oost vragen alle scholen die de subsidies mogen aanvragen dit ook daadwerkelijk aan; - In Zuid bestaat de onderbesteding op scholen vooral uit scholen die minder subsidie aanvragen dan wat ze zouden mogen aanvragen (tien van de 36 scholen, 28%); - In Noord bestaat de onderbesteding vooral uit scholen die minder subsidie aanvragen dan wat ze zouden mogen aanvragen (negen van de dertig scholen, 30%) en scholen die minder besteden dan aangevraagd (zes van de dertig scholen, 20%); - In Zuidoost bestaat de onderbesteding ongeveer gelijk uit de volgende categorieën: scholen die geen subsidie aanvragen (vier scholen), scholen die minder subsidie aanvragen (vijf scholen) en scholen die minder besteden (vijf scholen); - In West bestaat de onderbesteding vooral uit scholen die minder besteden dan aangevraagd (zes van de 29 scholen, 21%); - In Centrum is weinig onderbesteding en bestaat de onderbesteding vooral uit scholen die minder subsidie aanvragen dan wat ze zouden mogen aanvragen (vier van de elf scholen, 36%).

11

Figuur 1.4 Onderbesteding naar onderbestedingsvorm, naar stadsdeel, schooljaar 2021/’22 (aantallen)

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

Daling onderbesteding bij scholen met veel doelgroepleerlingen Bij scholen met veel leerlingen met een risico op onderwijsachterstand (61% of meer) zien we sinds 2019/’20 steeds minder onderbesteding, in schooljaar 2021/’22 ging het om 48%. Daarnaast is er ook sprake van weinig onderbesteding bij scholen met heel weinig leerlingen met een risico op onderwijsachterstand (20% of minder), in schooljaar 2021/’22 ging het om 40%. De meeste onderbesteding zien we bij scholen met 21-60% leerlingen met een risico op onderwijsachterstand, in schooljaar 2021/’22 ging dit om 59%. Figuur 1.5 Onderbesteding naar aandeel doelgroepleerlingen, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 (procenten)

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

Als we kijken naar de verschillende vormen van onderbesteding per categorie van aandeel leerlingen op een school met een risico op onderwijsachterstand, dan valt op dat bij scholen met veel leerlingen met een risico op onderwijsachterstand (61% of meer), de onderbesteding voor 12

een groot deel bestaat uit scholen die minder besteden dan dat ze hadden aangevraagd (veertien scholen). Figuur 1.6 Onderbesteding naar onderbestedingsvorm, naar aandeel doelgroepleerlingen, schooljaar 2021/’22 (aantallen)

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

Bij kleine scholen meer onderbesteding Kleine scholen, met 195 leerlingen of minder, hebben sinds schooljaar 2019/’20 meer onderbesteding dan grotere scholen. In schooljaar 2021/’22 was dit voor de kleine scholen 63%, terwijl het voor de midden categorie (196 tot 400 leerlingen) om 45% ging en voor de grote scholen (400 leerlingen of meer) om 52%. Figuur 1.7 Onderbesteding naar schoolgrootte, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 (procenten)

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

13

Bij kleine scholen (195 leerlingen of minder) bestaat de onderbesteding voor een groot deel uit scholen die minder besteden dan aangevraagd (vijftien scholen). Maar er zijn ook vrij veel kleine scholen die geen subsidie aanvragen (elf scholen) en scholen die minder subsidie aanvragen dan wat ze zouden mogen aanvragen (negen scholen). Bij grote scholen (400 leerlingen of meer) is er slechts één school die geen subsidie aanvraagt. Figuur 1.8 Onderbesteding naar onderbestedingsvorm, naar schoolgrootte, schooljaar 2021/’22 (aantallen)

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

De meeste onderbesteding zien we bij eenpitters (70%) en bij scholen die vallen onder een schoolbestuur waar twee tot negen scholen onder vallen (67%), zie figuur 1.9. Bij scholen die vallen onder een schoolbestuur waar tien of meer scholen onder vallen (45%) ligt het aandeel onderbesteding lager. Figuur 1.9 Onderbesteding naar grootte schoolbestuur, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 (procenten)

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

Als we kijken naar de verschillende vormen van onderbesteding naar grootte van het schoolbestuur (figuur 1.10), dan valt op dat de onderbesteding bij de eenpitters vooral bestaat 14

uit scholen die geen subsidie aanvragen (tien scholen). Bij de scholen die onder een groot schoolbestuur vallen (waar tien scholen of meer onder een schoolbestuur vallen) gaat het vooral om scholen die minder subsidie aanvragen dan wat ze zouden mogen aanvragen (37 scholen) en scholen die minder geld aanvragen dan wat ze zouden mogen aanvragen én die van het aangevraagde bedrag minder besteden (dertig scholen) Figuur 1.10 Onderbesteding naar onderbestedingsvorm, naar grootte schoolbestuur, schooljaar 2021/’22 (aantallen)

bron: directie Onderwijs / bewerking O&S

15

2 Inzicht in besteding per onderwijssubsidie

In dit hoofdstuk wordt per subsidie beschreven of er sprake is van onderbesteding en wat de verantwoorde redenen hiervoor zijn. Per subsidie tonen we van schooljaar 2018/’19 tot en met 2021/’22 het aantal scholen dat de subsidie kon aanvragen en het aantal scholen dat de subsidie heeft aangevraagd, en de verschillende vormen van onderbesteding. De totale hoogte van onderbesteding wordt per subsidie afgezet tegen het totaal beschikbare bedrag. Voor het totaal beschikbare bedrag is ervoor gekozen om het bedrag dat is vastgesteld in de raad als uitgangspunt te nemen. Het kan dat deze bedragen later zijn bijgesteld naar boven. Alleen voor de subsidie zomerschool is er gekeken naar deze ophoging omdat het aangevraagde bedrag fors afweek van het subsidieplafond. Als redenen voor onderbesteding, voor zover we die konden terugvinden in de verantwoordingsformulieren van de tien subsidies, geven de scholen tussen 2019/’20 tot en met 2021/’22 vooral aan dat dit te maken heeft gehad met de Covid-19 maatregelen, onder andere doordat scholen moesten sluiten en er veel lessen uitvielen. Daarnaast is een belangrijke reden voor onderbesteding het personeelstekort, dit komt naar voren in de verantwoording van de subsidie bevorderen burgerschap, zomerschool, en vakleerkracht bewegingsonderwijs. Daarnaast speelt bij deze laatste subsidie ook een tekort aan gymlokalen.

Bij de subsidie voor vroegschools aanbod komt nog specifiek naar voren in de verantwoordingen dat scholen niet altijd de combinatiefunctionaris hebben ingezet, waardoor ze uiteindelijk minder geld hebben besteed.

Bevorderen burgerschap De subsidie bevorderen burgerschap kan door alle scholen in het primair onderwijs worden aangevraagd, inclusief het speciaal onderwijs. Scholen ontvangen 21 euro per leerling. Wat opvalt is dat de subsidie weinig door scholen in het speciaal onderwijs wordt aangevraagd, scholen in het voortgezet speciaal onderwijs vragen de subsidie zelfs helemaal niet aan. De grootste vorm van onderbesteding zit dan ook bij deze vorm, in schooljaar 2021/’22 hebben 51 van de 244 scholen die recht hebben op deze subsidie dit niet aangevraagd. Dit aantal en het daarmee niet aangevraagde bedrag is wel afgenomen in de afgelopen vier jaar, van 68 scholen en 244.629 euro in schooljaar 2018/’19 naar 51 scholen en 151.284 euro in schooljaar 2021/’22. Het niet aangevraagde bedrag bij deze vorm van onderbesteding ligt in werkelijkheid wat hoger. Dit komt omdat niet voor alle scholen in alle schooljaren het leerlingenaantal bekend was. Dit heeft te maken met schoolsluitingen, gesplitste scholen en nieuw gestarte scholen. Het aantal missende scholen wisselt per jaar, en is maximaal zeven in een schooljaar. Hierdoor was het niet mogelijk om te berekenen waar zij recht op hadden. Het aantal scholen dat minder aanvraagt dan waar zij recht op hebben is in dezelfde periode ook flink gedaald, van 83 naar vijf scholen.

Het aantal scholen dat minder besteed dan is toegekend wisselt over de jaren, in het meest recente schooljaar 2021/’22 betrof dit twintig scholen. Het bedrag dat in dit schooljaar minder is besteed was relatief hoog ten opzichte van eerdere jaren (48.211 euro). Wanneer we naar de 16

totale hoogte van onderbesteding kijken dan zien we dat dit sinds 2018/’19 is gedaald, van afgerond 329.000 euro (25,3%) naar 211.000 euro (7,2%). Van de 23 scholen die in 2018/’19 minder hebben besteed dan is toegekend voor de subsidie bevorderen burgerschap geven negen scholen hier een reden voor. Twee scholen geven in de verantwoording aan dat door langdurige ziekte van de directie niet alle activiteiten konden worden uitgevoerd. Ook geeft één school aan dat het vooraf opgestelde plan niet volledig kon worden uitgevoerd door het personeelstekort op de school. Daarnaast benoemen twee scholen dat het niet gelukt is om externe partijen aan te trekken waardoor de geplande activiteiten niet konden worden uitgevoerd. In schooljaar 2019/’20 is er door 26 scholen minder besteed dan aangevraagd, dit komt voornamelijk door de Covid-19 maatregelen waardoor de scholen moesten sluiten en er veel lessen zijn uitgevallen. In 2020/’21 zijn de Covid-19 maatregelen voor de zestien scholen waarbij sprake is van onderbesteding eveneens de reden die wordt genoemd voor het niet volledig kunnen uitvoeren van de geplande activiteiten. Ook in 2021/’22 geven scholen aan dat het door de Covid-19 maatregelen niet mogelijk was om alle activiteiten uit te voeren. Daarnaast benoemen twee scholen dat ze door het personeelstekort op de school niet alle activiteiten konden uitvoeren.

Tabel 2.1 Besteding subsidie bevorderen burgerschap, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 2018/’19

2019/’20

2020/’21

2021/’22

Totaal aantal scholen dat subsidie kan aanvragen

255

254

244

244

Aantal scholen dat subsidie heeft aangevraagd

187

183

182

193

Aantal scholen dat geen subsidie aanvraagt

68

71

62

51

€244.629*

€262.689*

€251.622

€151.284*

83

63

5

5

€59.492

€42.145

€7.801

€11.422

Hoogte onderbesteding hiervan Aantal scholen dat minder aanvraagt Hoogte onderbesteding hiervan Aantal scholen dat minder besteed Hoogte onderbesteding hiervan Totaal aantal scholen dat heeft onderbesteed Totale hoogte onderbesteding Totaal beschikbaar bedrag subsidie Percentage onderbesteding t.o.v. totaalbedrag

23

26

16

20

€24.841

€41.532

€27.678

€48.211

162

152

82

73

€328.962

€346.366

€287.101

€210.917

€1.300.000

€2.372.000

€1.200.000

€2.921.994

25,3%

14,6%

23,9%

7,2%

bron: directie Onderwijs / O&S * De totale hoogte van onderbesteding is in werkelijkheid wat hoger dan in de tabel staat vermeld. Dit komt doordat niet van alle scholen de gegevens bekend waren om te berekenen op welk subsidiebedrag zij recht hebben.

Hoogbegaafdheid De subsidie hoogbegaafdheid kan door alle scholen in het primair onderwijs (inclusief speciaal onderwijs) worden aangevraagd. Scholen ontvangen 600 euro per hoogbegaafde leerling. Het 17

aantal hoogbegaafde leerlingen moet aangetoond worden door afgenomen onderzoek bij de kinderen. Er geldt een eigen bijdrage van 50% van de totale kosten voor het extra onderwijsaanbod dat met de subsidie wordt gerealiseerd. Het is voor deze subsidie niet mogelijk om te berekenen hoeveel scholen recht hebben op de subsidie omdat O&S geen gegevens heeft over het aantal hoogbegaafde leerlingen per school. Hierdoor kan niet worden berekend hoeveel scholen niets of minder aanvragen dan waar ze recht op hebben. Daarnaast geldt er een subsidieplafond, scholen kunnen hierdoor na herverdeling minder subsidie ontvangen dan waar ze recht op hebben. In het meest recente schooljaar 2021/’22 hebben twintig scholen minder besteed dan dat zij toegekend hebben gekregen, dit is het dubbele in vergelijking met de twee schooljaren ervoor. Het bedrag dat hiermee niet is uitgegeven is echter vergelijkbaar met eerdere jaren. In schooljaar 2019/’20 was het bedrag dat niet is besteed ongekend hoog (ruim 73.000 euro), dit valt waarschijnlijk te relateren aan de schoolsluiting vanwege de Covid-19-pandemie. Voor de subsidie hoogbegaafdheid zijn alleen in schooljaar 2020/’21 door de scholen redenen gegeven voor de onderbesteding in de verantwoording. In 2020/’21 betrof de onderbesteding negen scholen voor een bedrag van bijna 23.000 euro.

Hiervan geven vijf scholen in de verantwoording aan dat bepaalde activiteiten zijn uitgesteld door Covid-19 en de daaraan gerelateerde schoolsluiting in dat schooljaar. Tabel 2.2 Besteding subsidie hoogbegaafdheid, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 Aantal scholen dat subsidie heeft aangevraagd Aantal scholen dat minder besteed Hoogte onderbesteding hiervan Subsidieplafond Percentage onderbesteding t.o.v. subsidieplafond

2018/’19

2019/’20

2020/’21

2021/’22

139

148

146

184

15

10

9

20

€16.570

€73.618

€22.672

€16.970

€1.053.859

€1.041.000

€1.050.000

€1.058.651

1,6%

7,1%

2,2%

1,6%

bron: directie Onderwijs / O&S

Kansenaanpak kopklas De subsidie kansenaanpak kopklas kan alleen worden aangevraagd door het schoolbestuur dat deze voorziening namens alle schoolbesturen coördineert en uitvoert (AMOS). Hierdoor kan niet worden berekend hoeveel scholen niets of minder aanvragen dan waar ze recht op hebben. De subsidie is er voor alle scholen in het basis- en speciaal basisonderwijs. Besturen krijgen 60.000 euro per kopklas. In alle subsidiejaren is het aangevraagde subsidiebedrag volledig besteed, er is dus geen sprake van onderbesteding bij deze subsidie.

Kansenaanpak po De subsidie kansenaanpak po kan worden aangevraagd door scholen in het (speciaal) basisonderwijs. Scholen ontvingen in schooljaar 2018/’19 700 euro per doelgroepleerling voor 18

deze subsidie, hierna is het bedrag bijgesteld naar 800 euro per doelgroepleerling. Het aantal doelgroepleerlingen per school wordt berekend door O&S en gaat uit van de sociaaleconomische status van leerlingen. Op basis van het opleidingsniveau van ouders en het huishoudelijk inkomen wordt gekeken welke leerlingen een risico hebben op een onderwijsachterstand. De leerlingenpopulatie van scholen moet voor minimaal 10% uit doelgroepleerlingen bestaan om recht te hebben op deze subsidie. In schooljaar 2021/’22 hebben tien scholen de subsidie niet aangevraagd terwijl ze hier wel recht op hadden. In totaal is hierdoor ruim 73.000 euro niet besteed, dit is een lager bedrag in vergelijking met voorgaande jaren. De niet aangevraagde bedragen bij deze vorm van onderbesteding liggen in werkelijkheid wat hoger. Dit komt omdat het niet mogelijk was om in alle schooljaren voor alle scholen te berekenen waar zij recht op hadden omdat het leerlingenaantal of het aandeel doelgroepleerlingen onbekend was. Daarnaast hebben zeventien scholen in dit jaar minder aangevraagd dan waar zij recht op hebben, dit leidt tot een onbesteed bedrag van ruim 63.000 euro wat ook lager ligt in vergelijking met eerdere jaren. Het aantal scholen dat minder heeft besteed dan aangevraagd ligt echter relatief hoog, 21 scholen hebben in totaal 167.000 euro minder besteed dan is toegekend.

Het schooljaar ervoor in 2020/’21 was dit bedrag ruim 102.000 euro. Het totaal aantal scholen dat bij deze subsidie onderbesteed is sinds schooljaar 2018/’19 relatief stabiel, toen betrof dit 48 scholen en in 2021/’22 45 scholen. De totale hoogte van onderbesteding is in dezelfde periode gestegen van 275.000 euro (3,1% van het totale beschikbare bedrag) naar ongeveer 304.000 euro (2,3%). Tabel 2.3 Besteding subsidie kansenaanpak po, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 2018/’19

2019/’20

2020/’21

2021/’22

Totaal aantal scholen dat subsidie kan aanvragen

191

201

189

187

Aantal scholen dat subsidie heeft aangevraagd

182

181

177

177

Aantal scholen dat geen subsidie aanvraagt Hoogte onderbesteding hiervan Aantal scholen dat minder aanvraagt Hoogte onderbesteding hiervan Aantal scholen dat minder besteed Hoogte onderbesteding hiervan Totaal aantal scholen dat heeft onderbesteed Totale hoogte onderbesteding Totaal beschikbaar bedrag subsidie Percentage onderbesteding t.o.v. totaalbedrag

9

20

12

10

€96.600*

€126.400*

€141.600*

€73.600*

20

25

17

17

€66.728

€77.606

€218.921

€63.600

20

12

17

21

€111.753

€73.439

€102.273

€167.029

48

53

46

45

€275.081

€277.445

€462.794

€304.229

€8.900.000

€13.100.000

€14.240.000

€13.200.000

3,1%

2,1%

3,2%

2,3%

bron: directie Onderwijs / O&S * De totale hoogte van onderbesteding is in werkelijkheid wat hoger dan in de tabel staat vermeld. Dit komt doordat niet van alle scholen de gegevens bekend waren om te berekenen op welk subsidiebedrag zij recht hebben.

19

Kansenaanpak zomerschool De subsidie kansenaanpak zomerschool kan worden aangevraagd door scholen in het basis- en speciaal basisonderwijs. De subsidie kan alleen bovenbestuurlijk worden aangevraagd, de penvoerder vraagt de voorziening aan namens de deelnemende schoolbesturen. De subsidie bedraagt 20.000 euro per klas waarvoor de zomerschool wordt georganiseerd. Hierdoor is alleen berekend hoeveel er minder is besteed dan aangevraagd, de overige vormen van onderbesteding zijn voor deze subsidie niet relevant. Het aantal scholen waarvoor de subsidie is aangevraagd is in de afgelopen jaren gestegen. In schooljaar 2018/’19 en 2019/’20 werd de subsidie drie keer aangevraagd, in 2020/’21 twaalf keer en in 2021/’22 vijftien keer. Het merendeel van de scholen heeft in de afgelopen twee jaar minder besteed dan was toegekend, in schooljaar 2020/’21 betrof dit zeven (van de twaalf) scholen en in 2021/’22 negen (van de vijftien) scholen. In dit laatste schooljaar is hierdoor ruim 852.000 euro onbesteed gebleven, dit betreft 170% van het totaal beschikbare subsidiebedrag van 500.000 euro. Echter, na aanvraag van de subsidie is het subsidieplafond opgehoogd naar het benodigde bedrag van 2.400.000 euro. Dit zou neerkomen op een percentage onderbesteding van 35,5%. In 2018/’19 was er sprake van onderbesteding bij één school, voor de onderbesteding is er geen reden genoemd.

In 2019/’20 hebben er geen scholen minder besteed dan is aangevraagd voor deze subsidie. In 2020/’21 is er in de verantwoording niet gevraagd wat de redenen zijn voor onderbesteding. Van de scholen waarbij er in 2021/’22 sprake was van onderbesteding geven twee scholen aan dat dit komt doordat er weinig animo was voor de zomerschool. Er hebben minder kinderen deelgenomen aan de activiteiten dan verwacht. Daarnaast geeft één school aan dat de zomerschool niet heeft kunnen plaatsvinden in verband met personeelstekort. Tabel 2.4 Besteding subsidie kansenaanpak zomerschool, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 2018/’19

2019/’20

2020/’21

2021/’22

Aantal scholen dat subsidie heeft aangevraagd

3

3

12

15

Aantal scholen dat minder besteed

1

0

7

9

€23.406

€0

€510.248

€852.336

Totaal beschikbaar bedrag subsidie

-*

€400.000

€400.000

€500.000

Percentage onderbesteding t.o.v. totaalbedrag

-

0%

128%**

170%**

Hoogte onderbesteding hiervan

bron: directie Onderwijs / O&S *In schooljaar 2018/’19 werd het subsidiebedrag voor de zomerschool samengenomen met de subsidie Kopklassen, daarom kon het percentage onderbesteding voor dit schooljaar niet berekend worden. **Het subsidieplafond is nadat scholen hebben aangevraagd opgehoogd naar het benodigde bedrag. Bijvoorbeeld in 2021/’22 is het bedrag opgehoogd van €500.000 naar €2.400.000. Dit zou neerkomen op een percentage onderbesteding van 35,5%.

Nieuwkomers De subsidie nieuwkomers kan worden aangevraagd door alle scholen in het primair (inclusief speciaal) onderwijs. De subsidie kan door individuele scholen of voor meerdere scholen tegelijk worden aangevraagd. De aanvrager ontvangt maximaal 40.000 euro per nieuwkomersgroep, afhankelijk van de startdatum in het schooljaar. Daarnaast kan een NT2-deskundige (extra) 20

worden ingezet voor minimaal acht uur per week in een reguliere basisschoolgroep twee. Hiervoor ontvangt de aanvrager 15.000 euro per deskundige tot maximaal 30.000 euro per school. Er geldt een subsidieplafond voor dit onderdeel van 495.000 euro. Tot slot kunnen scholen een bedrag van maximaal 2.900 euro ontvangen voor ongedocumenteerde leerlingen waarvoor zij geen rijkssubsidie ontvangen. Dit kan alleen aangevraagd worden voor minimaal vier ongedocumenteerde leerlingen per aanvraag. Het is voor deze subsidie niet mogelijk om te berekenen hoeveel scholen niets of minder aanvragen dan waar ze recht op hebben omdat O&S geen gegevens heeft over het aantal nieuwkomers per school. Er is wel berekend hoeveel er minder is besteed dan is aangevraagd. Hiervan was alleen in schooljaar 2018/’19 en 2019/’20 sprake. In schooljaar 2018/’19 ging het hierbij om twee scholen en om een bedrag van ruim 82.000 euro. Uit de verantwoordingen blijkt dat op één school twee nieuwkomersgroepen zouden starten maar dat er uiteindelijk maar één groep is gestart. De andere school geeft geen duidelijke reden voor onderbesteding. In schooljaar 2019/’20 is door vier scholen minder besteed dan aangevraagd, hierbij gaat het om een bedrag van ruim 57.000 euro.

Eén school heeft in de verantwoording aangegeven dat bepaalde activiteiten zijn uitgesteld door Covid-19 en de daaraan gerelateerde schoolsluiting in dat schooljaar. Tabel 2.5 Besteding subsidie nieuwkomers, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 2018/’19

2019/’20

2020/’21

2021/’22

Aantal scholen dat subsidie heeft aangevraagd

29

28

30

33

Aantal scholen dat minder besteed

2

4

0

0

Hoogte onderbesteding hiervan

€82.436

€57.232

0

0

Totaal beschikbaar bedrag subsidie

€1.759.245

€2.695.000

-

-

4,7%

2,1%

-

-

Percentage onderbesteding t.o.v. totaalbedrag

bron: directie Onderwijs / O&S

Onderwijsondersteunend personeel De subsidie voor onderwijsondersteunend personeel kan door scholen in het (speciaal) basisonderwijs worden aangevraagd. De hoogte van het subsidiebedrag hangt af van het leerlingenaantal op de school: - Scholen met minder dan 400 leerlingen ontvangen 8.000 euro (7.722 euro in 2018/’19); - Scholen met 400 leerlingen of meer ontvangen 16.000 euro (15.444 euro in 2018/’19). Als een school twee vestigingen heeft gelden de volgende bedragen: - Beide vestigingen minder dan 400 leerlingen: 16.000 euro (15.444 euro in 2018/’19); - Een vestiging minder dan 400 leerlingen en een vestiging 400 leerlingen of meer: 24.000 euro (23.166 euro in 2018/’19); - Beide vestigingen meer dan 400 leerlingen: 32.000 euro (30.888 euro in 2018/’19).

21

Daarnaast gelden de volgende voorwaarden. Ten eerste moet het personeel minimaal in schaal 3, trede 7 worden geplaatst. Ten tweede moet het onderwijsondersteunende personeel voor minimaal 0,6 fte bij minder dan 400 leerlingen en minimaal 0,8 fte bij 400 leerlingen of meer worden aangenomen. Tot slot moeten schoolbesturen 0,4 fte in de kosten zelf bijdragen. De voorwaarde van het minimale aantal fte kan een rol spelen in de mate van onderbesteding. Omdat er een tekort is aan onderwijsondersteunend personeel kunnen scholen moeite hebben om een vacature voor het minimaal vereiste fte van 0,6 of 0,8 te vullen. Het aantal scholen dat geen subsidie aanvraagt terwijl ze hier wel recht op hebben is sinds schooljaar 2018/’19 gedaald, van dertien scholen en een onbesteed bedrag van ruim 77.000 euro naar vijf scholen en een onbesteed bedrag van 32.000 euro in schooljaar 2021/’22. Het niet aangevraagde bedrag bij deze vorm van onderbesteding ligt in werkelijkheid wat hoger. Dit komt omdat het niet mogelijk was om in alle schooljaren voor alle scholen te berekenen waar zij recht op hadden omdat het leerlingenaantal onbekend was. Er zijn sinds 2019/’20 geen scholen geweest die minder subsidie aanvragen dan waar ze recht op hebben. Het aantal scholen dat minder heeft besteed dan is toegekend ligt in vergelijking met eerdere jaren relatief hoog in het meest recente schooljaar 2021/’22.

Het betreft hier zes scholen die gezamenlijk ongeveer 64.000 euro minder hebben besteed dan toegekend. Dit is meer dan in schooljaar 2019/’20, waarin vijf scholen minder hebben besteed dan toegekend (ruim 44.000 euro) en er sprake was van een schoolsluiting vanwege de Covid-19-pandemie. Door de schoolsluiting was de totale hoogte van onderbesteding voor deze subsidie in dit schooljaar het hoogst (ruim 116.000 euro, 5,0% van het totale subsidiebedrag), gevolgd door schooljaar 2021/’22 (ongeveer 96.000 euro, 4,1%). Tabel 2.6 Besteding subsidie onderwijsondersteunend personeel, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 2018/’19

2019/’20

2020/’21

2021/’22

Totaal aantal scholen dat subsidie kan aanvragen

236

243

229

228

Aantal scholen dat subsidie heeft aangevraagd

223

230

224

223

Aantal scholen dat geen subsidie aanvraagt Hoogte onderbesteding hiervan Aantal scholen dat minder aanvraagt Hoogte onderbesteding hiervan Aantal scholen dat minder besteed Hoogte onderbesteding hiervan Totaal aantal scholen dat heeft onderbesteed Totale hoogte onderbesteding Totaal beschikbaar bedrag subsidie Percentage onderbesteding t.o.v. totaalbedrag

13

13

5

5

€77.220*

€72.000*

€40.000

€32.000*

1

0

0

0

€7.722

€0

€0

€0

1

5

0

6

€7.722

€44.348

€0

€64.070

15

18

5

11

€92.664

€116.348

€40.000

€96.070

€2.200.000

€2.336.000

€2.391.000

€2.352.557

4,2%

5,0%

1,7%

4,1%

bron: directie Onderwijs / O&S * De totale hoogte van onderbesteding is in werkelijkheid wat hoger dan in de tabel staat vermeld. Dit komt doordat niet van alle scholen de gegevens bekend waren om te berekenen op welk subsidiebedrag zij recht hebben.

22

Vroegschools aanbod De subsidie vroegschools aanbod kan worden aangevraagd door scholen in het basisonderwijs. De hoogte van het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van het aantal 4- en 5-jarige leerlingen op de school en het aandeel doelgroepleerlingen. Dit wordt berekend door O&S en gaat uit van de sociaaleconomische status van leerlingen. Op basis van het opleidingsniveau van ouders en het huishoudelijk inkomen wordt gekeken welke leerlingen een risico hebben op een onderwijsachterstand. Scholen zijn ingedeeld in vier groepen op basis van het aandeel doelgroepleerlingen. In groep 2 en groep 3 kan gekozen worden welk bedrag zij per leerling willen ontvangen, in groep 1 en groep 4 staat dit vast. In schooljaar 2018/’19 golden andere subsidievoorwaarden. De hoogte van het subsidiebedrag hing toen af van of de school een vroegschool of vroegschoolvariant was en hoeveel gekoppelde voorschoolgroepen en genormeerde kleutergroepen de school had. Omdat O&S hier geen gegevens over heeft kan voor dit subsidiejaar niet worden berekend hoeveel scholen niets of minder hebben aangevraagd dan waar zij recht op hadden. Er is alleen gekeken hoeveel scholen minder hebben besteed dan is toegekend. Tabel 2.7 Subsidiebedragen vroegschools aanbod, schooljaar 2019/’20 t/m 2021/’22 Groep

1

2

3

4

Percentage doelgroepleerlingen Minder dan 16% in schooljaar 2021/’22 Minder dan 17% in schooljaar 2020/’21 Minder dan 16% in schooljaar 2019/’20 16-36% in schooljaar 2021/’22 17-39% in schooljaar 2020/’21 16-35% in schooljaar 2019/’20 36-62% in schooljaar 2021/’22 39-66% in schooljaar 2020/’21 35-65% in schooljaar 2019/’20 62% of meer in schooljaar 2021/’22 66% of meer in schooljaar 2020/’21 65% of meer in schooljaar 2019/’20

Categorie

A

A of B

B of C

C

Budget per leerling €161 €156 €150 €161 of €289 €156 of €281 €150 of €270 €289 of €803 €281 of €780 €270 of €750 €803 €780 €750

bron: directie Onderwijs / O&S

Het aantal scholen dat deze subsidie niet aanvraagt terwijl zij hier wel recht op hebben is redelijk stabiel over de jaren, in schooljaar 2021/’22 betrof dit 23 scholen. Hierbij is niet berekend wat de hoogte van de onderbesteding is, ook vanwege het feit dat niet bekend is waarom ze de subsidies niet aanvragen. Het aantal scholen dat minder aanvraagt dan waar ze recht op hebben is ook redelijk stabiel over tijd, in schooljaar 2021/’22 ging het om 53 scholen. Als scholen in de middelste twee groepen vallen in tabel 2.7, mogen zij zelf kiezen welk bedrag zij per leerling aanvragen. Er is in de berekening van onderbesteding voor deze groepen uitgegaan van het maximaal aan te vragen bedrag per leerling. In 2021/’22 is er in totaal ongeveer 319.000 euro minder aangevraagd dan dit maximale bedrag. Dit is een lager bedrag in vergelijking met de voorgaande jaren. Het aantal scholen dat minder besteed dan is toegekend is gedaald, van 64 scholen in schooljaar 2018/’19 naar 31 scholen in 2021/’22. Het bedrag dat hierdoor onbesteed is gebleven is echter redelijk gelijk gebleven, in schooljaar 2021/’22 betrof dit bijna 179.000 euro. De totale hoogte van onderbesteding is tussen 2019/’20 en 2021/’22 gedaald, van bijna 828.000 euro (13,8%) van het totaal beschikbare subsidiebedrag) naar ruim 507.000 euro (8,5%).

In 2018/’19 was er bij 64 scholen sprake van onderbesteding, in dat jaar is er in de verantwoording niet gevraagd wat de redenen zijn voor onderbesteding. In 2019/’20 betrof het 23

36 scholen die minder hebben besteed dan is aangevraagd. Als redenen hiervoor benoemen zes scholen de Covid-19 pandemie en de beperkende maatregelen die daaruit voortkwamen. Zeven scholen benoemen als verschil tussen het aangevraagde bedrag en het bedrag wat is besteed de loonkosten. Nog eens vier scholen benoemen de materiële kosten. Tot slot geeft één school aan dat er sprake was van onderbesteding doordat de school moest sluiten. Van de 26 scholen waarbij in 2020/’21 sprake was van onderbesteding, geven tien scholen in de verantwoording aan dat ze door de Covid-19 pandemie en de beperkende maatregelen die daaruit voortkwamen niet alle activiteiten konden uitvoeren. Daarnaast benoemen nog zes scholen specifiek dat de combinatiefunctionaris niet is ingezet als onderdeel van de subsidie waardoor het bestede bedrag lager uitviel. Tot slot geven drie scholen aan dat ze meer activiteiten vanuit de eigen middelen hebben bekostigd waardoor dit niet vanuit het subsidiebedrag kwam. Soortgelijke redenen voor onderbesteding worden in de verantwoording van 2021/’22 genoemd. Acht scholen geven aan dat er geen combinatiefunctionaris is ingezet waardoor de kosten lager uitvielen. Eén school noemt de maatregelen door Covid-19 als reden en één school heeft een deel van de inzet zelf bekostigd. Tabel 2.8 Besteding subsidie vroegschools aanbod, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 2018/’19

2019/’20

2020/’21

2021/’22

Totaal aantal scholen dat subsidie kan aanvragen

-

221

214

211

Aantal scholen dat subsidie heeft aangevraagd

192

200

189

188

Aantal scholen dat geen subsidie aanvraagt

-

21

25

23

Hoogte onderbesteding hiervan

-

-

-

-

Aantal scholen dat minder aanvraagt

-

55

59

53

Hoogte onderbesteding hiervan

-

€508.705

€392.542

€319.074

Aantal scholen dat minder besteed

64

36

26

31

€190.924

€252.981

€183.770

€178.826

-

101

102

101

-

€827.686

€592.047

€507.535

€1.528.260

€6.000.000

€5.500.000

€6.000.000

-

13,8%

10,8%

8,5%

Hoogte onderbesteding hiervan Totaal aantal scholen dat heeft onderbesteed Totale hoogte onderbesteding Totaal beschikbaar bedrag subsidie Percentage onderbesteding t.o.v. totaalbedrag

bron: directie Onderwijs / O&S

Vakleerkracht bewegingsonderwijs De subsidie vakleerkracht bewegingsonderwijs kan door alle scholen in het primair onderwijs worden aangevraagd, inclusief het speciaal onderwijs. Wat opvalt is dat de subsidie weinig door scholen in het speciaal onderwijs wordt aangevraagd, scholen in het voortgezet speciaal onderwijs vragen de subsidie zelfs helemaal niet aan. In schooljaar 2018/’19 t/m 2020/’21 ontvingen scholen 71 euro per leerling, hierna is het bedrag bijgesteld naar 73 euro per leerling. Er gelden een aantal subsidievoorwaarden. Ten eerste moeten alle groepen (1 t/m 8) minimaal 24

twee keer per week 45 minuten bewegingsonderwijs krijgen van een bevoegde leerkracht. Daarnaast geldt een eigen bijdrage van 40% van de totale kosten voor het bewegingsonderwijs dat met de subsidie wordt gerealiseerd. Omdat er een tekort is aan vakleerkrachten bewegingsonderwijs kan dit een rol spelen in de onderbesteding van deze subsidie. Het totaal aantal scholen dat geen subsidie aanvraagt ligt relatief hoog in vergelijking met andere subsidies. In schooljaar 2021/’22 betrof dit twintig scholen en ging het om een onbesteed bedrag van bijna 164.000 euro. In vergelijking met eerdere jaren is het aantal scholen dat de subsidie niet aanvraagt gedaald, in schooljaar 2018/’19 betrof dit 28 scholen. De niet aangevraagde bedragen bij deze vorm van onderbesteding liggen in werkelijkheid wat hoger. Dit komt omdat het niet mogelijk was om in alle schooljaren voor alle scholen te berekenen waar zij recht op hadden omdat het leerlingenaantal onbekend was. In schooljaar 2020/’21 en 2021/’22 zijn er geen scholen geweest die minder hebben aangevraagd dan waar ze recht op hadden. Drie scholen hebben in 2021/’22 minder besteed dan aangevraagd, dit leidde tot een onbesteed bedrag van ruim 14.000 euro wat flink lager ligt dan het schooljaar ervoor, toen ruim 40.000 euro niet was besteed.

Het totaal aantal scholen dat heeft onderbesteed is sinds 2018/’19 flink gedaald, van 89 scholen en een bedrag van ruim 240.000 euro (5,3% van het totaal beschikbare subsidiebedrag) naar 23 scholen en een bedrag van 178.000 euro (3,7%). Van de vier scholen die in 2018/’19 minder hebben besteed dan is aangevraagd voor de subsidie vakleerkracht bewegingsonderwijs, geeft één school hier een reden voor. De school geeft aan dat de onderbesteding te wijten is aan de beperkte beschikbaarheid van een gymleraar en gymlokalen waardoor de activiteiten niet volledig konden worden uitgevoerd. De andere scholen geven in de verantwoording geen reden voor onderbesteding. In schooljaar 2019/’20 benoemen twee scholen dat een deel van de activiteiten niet konden worden uitgevoerd door de Covid-19 pandemie en de daaraan gerelateerde schoolsluiting. Daarnaast benoemde één school dat er geen bevoegde gymleraar gevonden kon worden waardoor er minder activiteiten zijn uitgevoerd dan gepland. Verder gaf één school aan dat dat er minder is besteed dan is aangevraagd doordat er een te weinig gymlokalen waren waardoor maar een deel van de activiteiten konden worden uitgevoerd. Tot slot had één school minder schoolklassen dan van tevoren verwacht waardoor er sprake was van onderbesteding van de subsidie. In 2020/’21 worden er door de drie scholen geen redenen genoemd voor de onderbesteding.

In 2021/’22 betrof het drie scholen waarbij er sprake was van onderbesteding. Eén school benoemde als reden het tekort aan gymleraren en lokalen.

25

Tabel 2.9 Besteding subsidie vakleerkracht bewegingsonderwijs, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 2018/’19

2019/’20

2020/’21

2021/’22

Totaal aantal scholen dat subsidie kan aanvragen

255

254

244

244

Aantal scholen dat subsidie heeft aangevraagd

227

228

225

224

Aantal scholen dat geen subsidie aanvraagt

28

26

19

20

€198.729*

€175.654*

€153.644

€163.885*

58

36

0

0

€26.132

€61.415

€0

€0

Hoogte onderbesteding hiervan Aantal scholen dat minder aanvraagt Hoogte onderbesteding hiervan Aantal scholen dat minder besteed Hoogte onderbesteding hiervan Totaal aantal scholen dat heeft onderbesteed Totale hoogte onderbesteding Totaal beschikbaar bedrag subsidie Percentage onderbesteding t.o.v. totaalbedrag

4

12

3

3

€15.521

€43.665

€40.347

€14.186

89

71

22

23

€240.382

€280.734

€193.991

€178.071

€4.508.500

€4.736.000

€4.779.000

€4.816.487

5,3%

5,9%

4,1%

3,7%

bron: directie Onderwijs / O&S * De totale hoogte van onderbesteding is in werkelijkheid wat hoger dan in de tabel staat vermeld. Dit komt doordat niet van alle scholen de gegevens bekend waren om te berekenen op welk subsidiebedrag zij recht hebben.

Vakleerkracht cultuur De subsidie vakleerkracht cultuur kan door alle scholen in het primair onderwijs (inclusief speciaal onderwijs) worden aangevraagd. Het aan te vragen subsidiebedrag is in de afgelopen jaren een aantal keer bijgesteld. In schooljaar 2018/’19 en 2019/’20 konden alle scholen 12 euro per leerling aanvragen. In schooljaar 2020/’21 is dit bedrag verhoogd voor scholen in het (voortgezet) speciaal onderwijs van 12 naar 24 euro, en in schooljaar 2021/’22 is deze verhoging ook ingesteld voor scholen in het speciaal basisonderwijs. Er geldt een eigen bijdrage van 50% van de totale kosten voor het extra onderwijsaanbod dat met de subsidie wordt gerealiseerd. Omdat er een tekort is aan vakleerkrachten cultuuronderwijs kan dit een rol spelen in de onderbesteding van deze subsidie. Wat opvalt is dat scholen in het voortgezet speciaal onderwijs deze subsidie niet hebben aangevraagd in schooljaar 2018/’19 en 2019/’20 terwijl ze hier wel recht op hadden. Het totale aantal scholen dat de subsidie niet aanvraagt lag hierdoor relatief hoog, in schooljaar 2021/’22 betrof dit 36 scholen. Het bedrag dat niet is besteed was hoger in 2021/’22 dan in voorgaande jaren (ruim 84.000 euro). De niet aangevraagde bedragen bij deze vorm van onderbesteding liggen in werkelijkheid wat hoger.

Dit komt omdat het niet mogelijk was om in alle schooljaren voor alle scholen te berekenen waar zij recht op hadden omdat het leerlingenaantal onbekend was. Het aantal scholen dat minder aanvraagt dan waar ze recht op hebben is flink gedaald sinds 2018/’19, van 85 scholen naar drie scholen in 2021/’22. Het bedrag dat hierdoor niet is besteed is echter redelijk gelijk gebleven, in schooljaar 2021/’22 ging het om ongeveer 2.800 euro. Een klein aantal scholen vraagt naar verhouding dus een stuk minder aan dan waar zij recht op hebben dan voorheen. Het aantal scholen dat minder besteed dan is toegekend is ook gedaald, van vijftien scholen in schooljaar 2018/’19 naar twee scholen in 26

2021/’22. Het bedrag dat hierdoor niet is besteed is ook gedaald (van bijna 12.000 euro naar 2.900 euro). Het totale aantal scholen dat heeft onderbesteed is gedaald van 142 scholen naar veertig scholen. De totale hoogte van het bedrag dat hierdoor niet is besteed is echter redelijk gelijk gebleven en betrof ongeveer 90.000 euro in 2021/’22 (12,4% van het totaal beschikbare subsidiebedrag). In 2018/’19 hebben vijftien scholen minder besteed dan is aangevraagd voor de subsidie vakleerkracht cultuur. Als reden hiervoor benoemen twee scholen dat ze geen leerkracht konden vinden. Daarnaast konden twee scholen de activiteiten niet volledig uitvoeren doordat er sprake was van wisselingen in de directie. In schooljaar 2019/’20 en 2020/’21 geven de scholen als reden dat door de Covid-19 maatregelen de scholen moesten sluiten en er veel lessen zijn uitgevallen. In 2021/’22 was er maar bij twee scholen sprake van onderbesteding, één school geeft in de verantwoording aan dat dit komt door de Covid-19 maatregelen. De andere school geeft geen reden voor de onderbesteding.

Tabel 2.10 Besteding subsidie vakleerkracht cultuur, schooljaar 2018/’19 – 2021/’22 Totaal aantal scholen dat subsidie kan aanvragen Aantal scholen dat subsidie heeft aangevraagd Aantal scholen dat geen subsidie aanvraagt Hoogte onderbesteding hiervan Aantal scholen dat minder aanvraagt Hoogte onderbesteding hiervan Aantal scholen dat minder besteed Hoogte onderbesteding hiervan Totaal aantal scholen dat heeft onderbesteed Totale hoogte onderbesteding** Totaal beschikbaar bedrag subsidie Percentage onderbesteding t.o.v. totaalbedrag

2018/’19

2019/’20

2020/’21

2021/’22

255

254

244

244

207

207

213

208

48

47

31

36

€72.732

€66.204

€75.060

€84.348

85

69

5

3

€2.124*

€8.904

€7.140

€2.832

15

15

10

2

€11.796

€19.019

€8.664

€2.880

142

123

46

40

€86.652

€94.127

€90.864

€90.060

€750.000

€715.000

€722.000

€727.735

11,6%

13,2%

12,6%

12,4%

bron: directie Onderwijs / O&S * Er zijn scholen die minder hebben aangevraagd dan waar ze recht op hebben, maar er zijn ook scholen die meer hebben aangevraagd dan waar ze recht op hebben (en dat is ook toegekend). Het bedrag dat hier vermeld staat is de onderbesteding minus de overbesteding. Dus het bedrag is wel uitgegeven, maar niet perse altijd volledig wat een school hadden kunnen krijgen. ** De totale hoogte van onderbesteding is in werkelijkheid wat hoger dan in de tabel staat vermeld. Dit komt doordat niet van alle scholen de gegevens bekend waren om te berekenen op welk subsidiebedrag zij recht hebben.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14695011/1