Bijlage III. Tabel met overzicht wijzigingen.docx
Tekst van het document
Originele tekst Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: (a………… t/m m ……………)
Wijziging Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: (a. t/m d.ongewijzigd)
Toelichting In artikel 1 wordt een nieuwe begripsomschrijving toegevoegd.
e. Efro-middelen: middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling; (f t/m n nieuwe nummering van ongewijzigde begrippen) Artikel 2 Reikwijdte verordening en bevoegdheid college 1. Deze verordening bestaat uit een algemeen deel en een aantal voorzieningen, waarin wordt geregeld waarvoor een schoolbestuur voor een onder zijn gezag vallende school in aanmerking kan komen. 2. Het college is bevoegd om op grond van deze verordening aan een schoolbestuur een voorziening te verstrekken in natura of als een subsidie.
Artikel 2 Reikwijdte verordening en bevoegdheid college 1. Deze verordening bestaat uit een algemeen deel en een aantal bijlagen, waarin wordt geregeld voor welke voorzieningen een schoolbestuur voor een onder zijn gezag vallende school in aanmerking kan komen. 2. Het college is bevoegd om op grond van deze verordening aan een schoolbestuur een voorziening te verstrekken in natura of als een subsidie. 3. Het college verstrekt slechts voorzieningen in natura of als subsidie op grond van de bijlagen, tenzij het een voorziening betreft die direct voortvloeit uit een beschikking specifieke uitkeringen zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van de Financiële Verhoudingswet of op basis van Efro-middelen. 4.
Toelichting bij de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 201, onder het kopje Algemeen
Toelichting bij de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 onder het kopje Algemeen
Bijlage 1 Voorzieningen in natura
Bijlage 1 Voorzieningen in natura 1
In dit artikel is de bevoegdheid opgenomen voor het college om in geval van een gezamenlijke aanvraag van de gemeente met een of meerdere schoolbesturen voor SPUK of Efro-middelen bij het Rijk, een voorziening uitsluitend op het algemene deel van de VloA 2019 te verlenen. Hoofdregel is dat uitsluitend op basis van de bijlagen behorende bij de VloA2019 een voorziening mag worden verstrekt.
Hieronder vallen de volgende voorzieningen: • • • • • •
Cultuurvouchers en basispakket cultuureducatie Schoolzwemmen Schooltuinprogramma en natuur- & milieueducatie Verkeereducatie Taal en ouderbetrokkenheid (TOB) Training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid 2024
Bijlage 5 Materiële voorzieningen Vervallen
Toelichting per artikel Artikel 2 Reikwijdte verordening en bevoegdheid college Dit artikel regelt enerzijds de reikwijdte van de verordening en anderzijds de bevoegdheid van het college. Het artikel
Hieronder vallen de volgende voorzieningen: • • • • • • • •
Cultuurvouchers en basispakket cultuureducatie Schoolzwemmen Schooltuinprogramma en natuur- & milieueducatie Verkeereducatie Taal en ouderbetrokkenheid (TOB) Training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid 2024 Jongerenwerk in scholen; High Dosage Tutoring.
Bijlage 5 Materiële voorzieningen Hieronder valt de Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050.
Toelichting per artikel Artikel 2 Reikwijdte verordening en bevoegdheid college Dit artikel regelt enerzijds de reikwijdte van de verordening en anderzijds de bevoegdheid van het college. Het artikel bepaalt dat de VloA 2019 bestaat uit een algemeen deel en een aantal bijlagen, waarin de voorzieningen nader worden geregeld en waarin van het
2
bepaalt dat de VloA 2019 bestaat uit een algemeen deel en een aantal bijlagen, waarin de voorzieningen nader worden geregeld en waarin van het algemene deel kan worden afgeweken. Voorts bepaalt het tweede lid dat het college een voorziening kan verstrekken in de vorm van het feitelijk beschikbaar stellen van een voorziening in natura of in de vorm van een subsidie.
algemene deel kan worden afgeweken. Voorts bepaalt het tweede lid dat het college een voorziening kan verstrekken in de vorm van het feitelijk beschikbaar stellen van een voorziening in natura of in de vorm van een subsidie. Het college verstrekt in de regel een voorziening op grond van een van de bijlagen behorende bij de VloA 2019. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor voorzieningen die de gemeente verleend op grond van specifieke uitkeringen zoals bedoeld in de Financiële Verhoudingswet, hoofdstuk 3 en Efro-middelen. De gemeente ontvangt steeds vaker middelen van het Rijk die worden verleend als SPUK, een specifieke uitkering bestemd voor een specifiek doel of specifieke activiteiten. De SPUK vind haar wettelijke grondslag in de Financiële Verhoudingswet en is juridisch gezien een wet, ministeriele regeling of AMvB. Bij een SPUK moet de gemeente zelf een aanvraag indienen op basis van een activiteitenplan met begroting waarbij de gemeente na beoordeling door het Rijk een beschikking ontvangt. Het door het Rijk gevraagde activiteitenplan vraagt meer en meer om met “partners”, bijvoorbeeld schoolbesturen een integrale aanvraag in te dienen. Hoewel dit vanuit integraliteit een begrijpelijke keus is zet dit de gemeente onder druk om de middelen rechtmatig weg te zetten.
De gemeente dient erop toe te zien dat het aanvraagproces transparant is en dat potentiële aanvragers vooraf in staat gesteld worden te participeren in dit proces. Een voorbeeld hiervan zijn de middelen in het kader van kansrijke wijken waarbij de aanvraag namens een 3
alliantie is ingediend en partners, waaronder schoolbesturen kunnen toetreden aan de alliantie. Met het gezamenlijk opstellen van een aanvraag maakt de partner impliciet aanspraak op financiële middelen. Deze voorzieningen kunnen bij uitzondering direct op grond van de VloA 2019 worden verleend. Als na ontvangst van de SPUK nog via een verdeelsleutel scholen in aanmerking moeten worden gebracht, dient hiervoor een aparte voorziening in het leven te worden geroepen. Dit kan ook met het instrument van de tijdelijke aanvullende voorziening van artikel 3 van de VloA 2019.
Bijlage 1: Voorzieningen in natura Artikel 2.6 Bij de aanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 5, tweede lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag voor het bijzondere deel van de verstrekking als bedoeld in artikel 2.3, onder b, per school de volgende informatie verstrekt: a. het cultuureducatiebeleidsplan, waarin wordt beschreven; 2.7 Weigeringsgronden vakdocent muziek In aanvulling op artikel 7, tweede lid, van de VloA 2019 kan het college het bijzondere deel van de verstrekking als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid en onder c. weigeren als :
Bijlage 1: Voorzieningen in natura Artikel 2.6 Bij de aanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 5, tweede lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag voor het bijzondere deel van de verstrekking als bedoeld in artikel 2.3, onder b, per school de volgende informatie verstrekt: a. het cultuurbeleidsplan, waarin wordt beschreven; 2.7 Weigeringsgronden vakdocent muziek In aanvulling op artikel 7, tweede lid, van de VloA 2019 kan het college het bijzondere deel van de verstrekking als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid en onder c. weigeren als:
4
In de praktijk wordt door scholen de term cultuurbeleidsplan gebruikt en niet het cultuureducatieplan. Hierop is de tekst aangepast.
In de praktijk wordt door scholen de term cultuurbeleidsplan gebruikt en niet het cultuureducatieplan. Hierop is de tekst aangepast.
a. een schoolbestuur geen cultuureducatieplan heeft verstrekt bij de aanvraag, dan wel een cultuureducatieplan met een naar het oordeel van het college onvoldoende inhoudelijke beschrijving van de onderdelen i. tot en met iii als bedoeld in artikel 2.5, onder punt a.;
a.
Artikel 9.4 Beschikbaar aantal groepen, start groepen en verdeelsystematiek 1. De voorziening HDT is beschikbaar in twee afzonderlijke perioden: a. 1 september 2024 tot 1 januari 2026, voor maximaal 18 HDT-groepen, waarbij de HDT start op 1 september 2024 of op 1 januari 2025; b. 1 september 2025 tot 1 januari 2027, voor maximaal 23 HDT-groepen HDT beschikbaar is, waarbij HDT start op 1 september 2025 0f 1 januari 2026.
Artikel 9.4 Beschikbaar aantal groepen, start groepen en verdeelsystematiek 1. De voorziening HDT is beschikbaar in drie afzonderlijke perioden: a. (ongewijzigd)
Verkeerde doornummering van de artikelen van 9.4 tot 9.9 Bijlage 2: Voorzieningen aanvullende financiering personeel Artikel 2.4 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag per school de volgende informatie verstrekt: a.het cultuureducatiebeleidsplan, waarin wordt beschreven:
een schoolbestuur geen cultuurbeleidsplan heeft verstrekt bij de aanvraag, dan wel een cultuurbeleidsplan met een naar het oordeel van het college onvoldoende inhoudelijke beschrijving van de onderdelen i. tot en met iii als bedoeld in artikel 2.5, onder punt a.;
De voorziening wordt nog voor een extra schooljaar beschikbaar gesteld.
b. (ongewijzigd) c. 1 september 2026 tot 1 augustus 2027 voor maximaal 23 HDT-groepen, waarbij HDT start op 1 september 2026. Nieuwe nummering artikelen 9.5 tot 9.10 Bijlage 2: Voorzieningen aanvullende financiering personeel Artikel 2.4 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag per school de volgende informatie verstrekt: a. het cultuurbeleidsplan, waarin wordt beschreven: (i tm iii ongewijzigd)
5
In de praktijk wordt door scholen de term cultuurbeleidsplan gebruikt en niet het cultuureducatieplan. Hierop is de tekst aangepast.
i.
de visie van de school op het gebied van cultuureducatie; ii. welke doelen de school daarmee wil bereiken; iii. een beschrijving van de doorlopende leerlijn op het terrein van cultuureducatie, waaruit blijkt hoeveel lessen cultuureducatie per week per groep of klas worden gegeven, welke lessen op locatie worden gevolgd en wat de samenhang is met de lessen op school; b. Op welke wijze de voorziening vakleerkracht bijdraagt aan het cultuureducatiebeleidsplan;
b. Op welke wijze de voorziening vakleerkracht bijdraagt aan het cultuurbeleidsplan;
Bijlage 3: Voorzieningen kansengelijkheid Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. (…… ) b. (……) t/m g. (…..)
Bijlage 3: Voorzieningen kansengelijkheid Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. (……..) b. CMN: Centraal Meldpunt Nieuwkomers, een initiatief van de gezamenlijke schoolbesturen voor basisonderwijs in Amsterdam verenigd in het Breed Bestuurlijk Overleg voor het melden en het plaatsen van leerlingen in nieuwkomersgroepen.Het CMN is ondergebracht bij het Advies- en BegeleidingsCentrum voor het onderwijs (ABC); c. (……) t/m h. (.….) ongewijzigde tekst t/m g.
Artikel 6.8 Aanvullende weigeringsgronden 1. In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college subsidie als:
Artikel 6.8 Aanvullende weigeringsgronden 1. In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college subsidie als:
6
Een nieuwe begripsomschrijving wordt onder punt b. toegevoegd, waarna de punten b t/m g. vernummerd worden tot c. t/m h.
Weigeringsgrond toegevoegd.
a. de ondersteuning als bedoeld in artikel 6.3 onder a. niet verzorgd wordt door een NT2 deskundige; b. de extra inzet van de NT2 deskundige als bedoeld in artikel 6.3 onder a. minder dan 8 uur per week bedraagt; c. de leraar die aan de nieuwkomersgroep als bedoeld in artikel 6.3 onder b. les geeft, geen onderwijsbevoegdheid heeft in de zin van de WPO; d. voor de ongedocumenteerden en daaraan gelijkgestelde leerlingen als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid geen beroep is gedaan op de Rijksbekostiging voor nieuwkomers over hetzelfde schooljaar als waarvoor de subsidie is ingediend.
a.
de ondersteuning als bedoeld in artikel 6.3 onder a. niet verzorgd wordt door een NT2 deskundige; b. de extra inzet van de NT2 deskundige als bedoeld in artikel 6.3 onder a. minder dan 8 uur per week bedraagt; c. Een nieuwkomersgroep als bedoeld in artikel 6.3 onder b. niet uitsluitend bestaat uit leerlingen die via de CMN zijn geregistreerd en geplaatst; d. de leraar die aan de nieuwkomersgroep als bedoeld in artikel 6.3 onder b. lesgeeft, geen onderwijsbevoegdheid heeft in de zin van de WPO; e. voor de ongedocumenteerden en daaraan gelijkgestelde leerlingen als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid geen beroep is gedaan op de Rijksbekostiging voor nieuwkomers over hetzelfde schooljaar als waarvoor de subsidie is ingediend.
7
TOELICHTING Bijlage 3 Voorzieningen Kansengelijkheid Hoofdstuk 6 Nieuwkomers Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen Geen toelichting ---------
Toelichting Bijlage 4: Voorzieningen behorende bij de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 Hoofdstuk 3 de Voorziening zij-instromers en ‘statushouders voor de klas’
TOELICHTING Bijlage 3 Voorzieningen Kansengelijkheid Hoofdstuk 6 Nieuwkomers Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen CMN: Centraal Meldpunt Nieuwkomers De nieuwkomersgroepen worden in Amsterdam door een paar schoolbesturen georganiseerd in onder hun gezag vallende scholen mede namens de andere schoolbesturen. Hiertoe hebben de gezamenlijke schoolbesturen PO verenigd in het Breed Bestuurlijk Overleg en het Advies- en Begeleidings- Centrum voor het onderwijs (ABC) het Centraal Meldpunt Nieuwkomers (CMN) ingesteld. Alleen de schoolbesturen die leerlingen plaatsen in de nieuwkomersgroepen via het CMN komen in aanmerking voor subsidie. Als dit niet het geval is wordt een subsidie geweigerd. Hiervoor is in artikel 6.8, eerste lid onder c. een weigeringsgrond opgenomen. Door het CMN houden de schoolbesturen overzicht over de in- en uitstroom van nieuwkomers op de Amsterdamse basisscholen en is er sprake van een transparante en eerlijke procedure. Toelichting Bijlage 4: Voorzieningen behorende bij de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 Tekst Hoofdstuk 3 de Voorziening zij-instromers en ‘statushouders voor de klas’ vervalt volledig
Algemeen Om het nijpende lerarentekort terug te dringen, wordt onder andere ingezet op het stimuleren van meer zij-instromers. Voortraject potentiële zij-instromers Om instroom te verhogen en uitval gedurende de opleiding te voorkomen kunnen deze middelen worden ingezet om een
8
Bij een vorige wijziging is de toelichting van deze voorziening niet aangepast. Deze toelichting op hoofdstuk 3 wordt volledig geschrapt.
intensieve cursus ter kennismaking met het vak van leraar te bekostigen. De cursus is voor potentiële zij-instromers in het primair- of voortgezet onderwijs, waarbij de participant ervaart welke vaardigheden nodig zijn en praktijkervaring opdoet op een school. Begeleiding van zij-instromers De begeleiding van de zij-instromers vraagt veel van de capaciteit van de scholen en schoolbesturen, zeker in tijden van een lerarentekort. Gelet op het belang van goede begeleiding van zij-instromers kunnen schoolbesturen met de voorziening begeleiding zij-instromers hiervoor financiële tegemoetkoming ontvangen. Deze middelen kunnen worden ingezet om capaciteit binnen het personeelsbestand van de school vrij te maken voor begeleiding van de zij-instromer(s) en deelnemer(s) of om externe begeleiding van zijinstromer(s) aan te trekken. Oriëntatietraject ‘statushouders voor de klas’ Het doel van het oriëntatietraject statushouders voor de klas is om hoogopgeleide statushouders voor te bereiden op een baan als docent, op het zij-instroom traject of op de deeltijdopleiding tot tweedegraads docent. De statushouders hebben een afgeronde opleiding in een van de tekortvakken en hebben in het land van herkomst vaak al als leraar op een middelbare school gewerkt. De voorziening is om de scholen tegemoet te komen in de kosten van de begeleiding van de statushouders.
Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen Geen toelichting. Artikel 3.2 Doel voorziening De subsidieregeling is een uitwerking van de Amsterdamse Lerarenagenda 2019-2023 ‘Liever voor de klas’ die onder andere tot doel heeft om bij te dragen aan voldoende en goed opgeleide leraren in Amsterdam. 9
Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten In november 2017 is uit onderzoek van Regioplan gebleken dat de kosten gemaakt door een bestuur per zij-instromer niet volledig kunnen worden gedekt vanuit de bijdrage van €20.000 die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt. Vooral bij het po en (v)so blijkt de begeleiding van een zij-instromer veel meer kosten met zich mee te brengen. Dit onderzoek is gebruikt als algemene indicatie voor het bepalen van de hoogte van de subsidie op grond van deze voorziening voor de verschillende onderwijssectoren. In overleg met de schoolbesturen is in 2018 besloten om een subsidie van € 8.500 beschikbaar te stellen voor het po en (v)so en € 2.500 voor het vo waardoor per sector de Rijkssubsidie kostendekkend wordt aangevuld. Met de taskforce lerarentekort is besloten deze bedragen te continueren voor de komende vier schooljaren. Voor deelnemers die een aanstelling hebben is de subsidie voor de begeleiding en tegemoetkoming in de kosten van de aanstelling maximaal €3.750 bij 4 dagdelen, €5.625 bij 6 dagdelen en €7.500 bij 8 dagdelen. Artikel 3.4 Subsidieplafond, subsidietijdvak en verdeelsystematiek De subsidieplafonds voor de begeleiding van zij-instromers worden vastgesteld voor subsidietijdvakken van twee en half schooljaren.
Dit heeft te maken met het feit dat een zijinstromerstraject maximaal twee schooljaren duurt en dat een zij-instromer twee keer per jaar, te weten op 1 september en op 1 februari kan beginnen met een lerarenopleiding. Er worden door het college per subsidietijdvak twee subsidieplafonds vastgesteld. Een voor de sectoren po en so en een voor de sectoren vo en vso. Het subsidieplafond voor een voortraject voor potentiële zijinstromers en het subsidieplafond voor de begeleiding van 10
deelnemers met een aanstelling worden per jaar vastgesteld. Artikel 3.5 Aanvraag De aanvraag moet worden ingediend via portaal onderwijssubsidies via het vastgestelde aanvraagformulier. Artikel 3.6 Verlening van subsidie met terugwerkende kracht Eind december 2020 liep de aanbesteding om voortrajecten voor potentiële zij-instromers af. Vanwege de omschakeling naar een subsidie, is het voor schooljaar 2020-2021 mogelijk om de subsidie voor het voortraject met terugwerkende kracht aan te vragen. Artikel 3.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens De beschrijving van de begeleidingsactiviteiten geeft op hoofdlijnen de beoogde activiteiten weer. Artikel 3.8 Weigeringsgronden Geen toelichting. Artikel 3.9 Aanvullende verplichtingen Sinds augustus 2020 is een stedelijke aanpak integraal zijinstroomplan van start gegaan, waarbij alle zij-instromers zich via www.lievervoordeklas.nl aanmelden bij 1Loket. Vervolgens worden ze door een intermediair gekoppeld aan een schoolbestuur. Onderdeel van de aanpak is ook dat zijinstromers worden opgeleid op een school waar voldoende en goede begeleiding is georganiseerd – en waar niet noodzakelijkerwijs een vacature is. De organisatie die het voortraject uitvoert is onderdeel van deze keten en werkt mee om het opleiden van zij-instromers op scholen zonder vacatures, voor scholen met vacatures te versterken en mogelijk te maken.
Voor de begeleiding van zij-instromers geldt dat er sprake moet zijn van een tripartiete overeenkomst tussen de opleiding, het schoolbestuur en de zij-instromers (de 11
scholingsovereenkomst). Deze overeenkomst dient bij de verantwoording aangeleverd te worden. Artikel 3.10 Verantwoording Voorbeeld van een vervolgstap: geplaatst op school als zijinstromer, doet verdere ervaring op bij vervolgpraktijkplek). Hoofdstuk 6 Overige voorzieningen Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 Artikel 6.2 Subsidiabele activiteiten ‘Wereldburgers voor de klas’ Dit project betreft een oriëntatietraject voor statushouders met een onderwijsachtergrond in een bètavak. De deelnemers worden voorbereid op een vervolgstap in het Amsterdamse onderwijs, zodat zij in Nederland weer aan de slag kunnen in hun beroep. Tijdens dit traject lopen deelnemers twee dagen per week stage op een vo-school en krijgen zij verschillende lessen, zoals Nederlandse als tweede taal (NT2), vaktaal en vakdidactiek. HvA voert dit project samen met de vo-scholen uit.
Hoofdstuk 6 Overige voorzieningen Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 Artikel 6.2 Subsidiabele activiteiten Toelichting ‘Wereldburgers voor de klas’ en laatste alinea vervallen.
Laatste alinea toelichting artikel 6.2 In de Lerarenagenda 2023-2027 is afgesproken €150.000 per jaar beschikbaar te stellen voor het omgaan met langdurige tekorten in het vo. Stichting Spinoza Lyceum treedt namens de coalitie ‘omgaan met langdurige tekorten vo’ van de Onderwijsregio op als penvoerder. Bijlage 5: Materiële voorzieningen Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie 1. (……..)
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie 1. (……..)
12
Herstellen fout
2.
De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de volgende tabel, waarbij geldt dat de subsidie nooit meer kan bedragen dan 10 % van de normbekostiging die een schoolbestuur voor de nieuwbouw of vernieuwbouw ontvangt:
(Oude tabel Zie eerste tabel )
Verduurzamende activiteiten als bedoeld in het eerste lid
2. De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de hierna opgenomen tabel, waarbij geldt dat: a. voor een schoolgebouw en/of gymzaal dat volledig eigendom wordt van een schoolbestuur , de subsidie maximaal 10 % bedraagt van de normbekostiging voor nieuwbouw of vernieuwbouw van dat gebouw en/of gymzaal; b. voor een gymzaal die na de oplevering van het schoolgebouw in eigendom worden overgedragen aan de gemeente Amsterdam, de subsidie maximaal 13% bedraagt van de normbekostiging voor nieuwbouw of vernieuwbouw van een gymzaal.
Nieuwe tabel zie tweede tabel.)
Maximale Meerkosten in euro (inclusief BTW)
School / Gymzaal
Gymzaal
In eigendom schoolbestuur
13
Maximaal percentage ten opzichte van normvergoeding
max % ten opzichte van norm
Na bouw door schoolbestuur in eigendom overgedragen aan gemeente
Van BENG naar ENG (bij nieuwbouw)
€ 109 per m2 BVO exclusief PV-panelen
€ 262 per m2 BVO (max 602 m2) inclusief PV- panelen
Ib
BENG bij vernieuwbouw monumentale schoolgebouwen)
€ 109 per m2 BVO exclusief PV-panelen
€ 262 per m2 BVO (max 602m2) inclusief PV- panelen
Ic
Van BENG naar “BENGFrisse Scholen B” (bij overige vernieuwbouw)
€ 109 per m2 BVO exclusief PV-panelen
Id
Natuurinclusief met gebouwgerelateerde maatregelen (waaronder extensief groen dak)
Ie If
Ia
€ 262 per m2 BVO (max 602m2) inclusief PV-panelen
3,2
3,2
3,2
1,8 € 114 per m2 dakoppervlak
€ 154 per m2 dakoppervlak
Houtbouwconcept
€ 182 per m2 BVO
€ 270 per m2 BVO
4,5
Waterretentie van 60 naar 90 liter middels hemelwatersysteem
€ 42 (nieuwbouw) of € 90 (vernieuwbouw) per m2 dakoppervlak[1]
€ 42 (nieuwbouw) of € 90 (vernieuwbouw) per m2 dakoppervlak[1]
0,6
Maximaal percentage meerkosten ten opzichte van normvergoeding Verduurzamende activiteiten als bedoeld in het eerste lid
10
Maximale Meerkosten in euro (inclusief BTW, prijspeil 2026) School / Gymzaal Gymzaal In eigendom schoolbestuur
14
Na bouw door schoolbestuur in eigendom overgedragen aan gemeente 1a
Van BENG naar ENG (bij nieuwbouw)
1b
BENG (bij vernieuwbouw monumentale schoolgebouwen)
1c
Van BENG naar “BENG-Frisse Scholen B” (bij overige vernieuwbouw)
1d 1e 1f
Natuurinclusief met gebouwgerelateerde maatregelen (waaronder extensief groen dak) Houtbouwconcept Waterretentie van 60 naar 90 liter middels hemelwatersysteem Maximaal percentage meerkosten ten opzichte van normvergoeding
€ 109 per m² BVO exclusief PV-panelen € 109 per m² BVO exclusief PV-panelen
€ 262 per m² BVO (max 608 m²) inclusief PV- panelen € 262 per m² BVO (max 608 m²) inclusief PV- panelen
€ 109 per m² BVO exclusief PV-panelen
€ 262 per m² BVO (max 608 m²) inclusief PV-panelen
€ 114 per m² dakoppervlak
€ 153 per m² dakoppervlak
€ 182 per m² BVO € 270 per m2 BVO € 42 (nieuwbouw) of €90 € 42 (nieuwbouw) of €90 (vernieuwbouw) per m² dakoppervlak (vernieuwbouw) per m² dakoppervlak 10%
13%
15
Bijlage 6: voorzieningen overig Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen In deze voorziening wordt verstaan onder: a. burgerschap: de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de Amsterdamse gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. b. brede talentontwikkeling: brede talentontwikkeling brengt kinderen in contact met activiteiten die verschillende vaardigheden aanspreken en hen daarbij in staat stellen ook niet-cognitieve talenten te ontwikkelen. c. diversiteit: alle mogelijke verschillen die kunnen bestaan tussen mensen die in Amsterdam samenleven op het vlak van gender, huidskleur, sociale achtergrond, seksuele gerichtheid, lichamelijke en verstandelijke mogelijkheden, religie, levensbeschouwing, leeftijd, etniciteit, etc. d. gedeelde geschiedenis: kennis van momenten in de Amsterdamse geschiedenis, zoals de holocaust en Jodenvervolging, het slavernijverleden en migrantengeschiedenissen.
Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen In deze voorziening wordt verstaan onder: a. burgerschap: de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de Amsterdamse gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. b. diversiteit: alle mogelijke verschillen die kunnen bestaan tussen mensen die in Amsterdam samenleven op het vlak van gender, huidskleur, sociale achtergrond, seksuele gerichtheid, lichamelijke en verstandelijke mogelijkheden, religie, levensbeschouwing, leeftijd, etniciteit, etc. c. gedeelde geschiedenis: kennis van momenten in de Amsterdamse geschiedenis, zoals de holocaust en Jodenvervolging, het slavernijverleden en migrantengeschiedenissen.
Begripsomschrijving b. vervalt.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie 1. Het college kan een subsidie verlenen ten behoeve van de volgende activiteiten voor een of meerdere groepen van een school: a. ter bevordering van burgerschap; b. ter bevordering van kennis van diversiteit; c. ter bevordering van kennis van gedeelde geschiedenis in de stad; d. brede talentontwikkeling onder onderwijstijd.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie 1. Het college kan een subsidie verlenen ten behoeve van de uitvoering van activiteiten gericht op: a. bevordering van burgerschap; b. bevordering van kennis van diversiteit; c. bevordering van kennis van gedeelde geschiedenis in de stad. 2. De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van het aantal leerlingen dat deelneemt aan de activiteit en de kostprijs van de activiteit, waarbij
Aangepast op gewijzigd beleid.
16
2. Per schooljaar is voor een school maximaal een subsidiebedrag beschikbaar van € 21 per leerling vermenigvuldigd met het aantal ongewogen leerlingen dat op 1 oktober in het schooljaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school. 3. De subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten met een Amsterdams karakter in aanvulling op de activiteiten die een school in het kader van artikel 8, derde lid en artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs, of artikel 11, vierde lid en artikel 13 van de Wet op de expertisecentra al in het reguliere onderwijsprogramma voor de leerlingen organiseert.
geldt dat per deelnemende leerling maximaal € 21 euro beschikbaar is. 3. De subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten met een Amsterdams karakter in aanvulling op de activiteiten die een school in het kader van artikel 8, derde lid en artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs, of artikel 11, vierde lid en artikel 13 van de Wet op de expertisecentra al in het reguliere onderwijsprogramma voor de leerlingen organiseert.
Artikel 2.5 Aanvraagtermijn [vervallen]
Artikel 2.5 weigeringsgronden In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen als de te subsidiëren activiteit: a. gericht is op het professionaliseren van het schoolteam, of b. de ontwikkeling van het burgerschapsbeleid op een school.
Aangepast op gewijzigd beleid.
TOELICHTING Bijlage 6: voorzieningen overig
TOELICHTING Bijlage 6: voorzieningen overig
Aangepast op gewijzigd beleid.
Voorziening Bevorderen burgerschap, diversiteit en gedeelde geschiedenis Deze voorziening draagt bij aan het samen (leren) leven van in een diverse stad. De voorziening ondersteunt activiteiten op scholen met een Amsterdams karakter die gericht zijn op het ontwikkelen en bevorderen van (kennis van) diversiteit, burgerschap, en gedeelde geschiedenis van leerlingen. De voorziening stimuleert een samenleving, waar individuen
Voorziening Bevorderen burgerschap, diversiteit en gedeelde geschiedenis Deze voorziening draagt bij aan het samen (leren) leven in een diverse stad. De voorziening ondersteunt activiteiten op scholen met een Amsterdams karakter die gericht zijn op het ontwikkelen en bevorderen van (kennis van) diversiteit, burgerschap, en gedeelde geschiedenis van leerlingen. De voorziening stimuleert 17
werken aan hun ontwikkeling en talenten en waar iedereen zichzelf kan zijn en vergroot op deze manier de ontwikkelkansen van kinderen. Per Amsterdamse leerling is € 21,- beschikbaar in de VloA Burgerschap. Dit is het maximumbedrag dat een school kan aanvragen, maar de activiteit ter hoogte van dit budget kan zich ook op één of enkele groepen richten De subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten die aanvullend zijn op de activiteiten die een school al in het reguliere onderwijsprogramma met betrekking tot burgerschap voor de leerlingen organiseert.
een samenleving, waar iedereen zichzelf kan zijn en vergroot op deze manier de ontwikkelkansen van kinderen. De subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten die aanvullend zijn op de activiteiten die een school al in het reguliere onderwijsprogramma met betrekking tot burgerschap voor de leerlingen organiseert. Hierbij gaat het om concrete activiteiten met leerlingen uitgaande van de specifieke Amsterdamse populatie en context . Verder is de subsidie niet bedoeld voor de professionalisering van het schoolteam en de ontwikkeling van het burgerschapsbeleid. Hiervoor zijn weigeringsgronden opgenomen. Per deelnemende leerling is een maximum bedrag van € 21 beschikbaar. De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van het aantal deelnemende leerlingen en kan nooit meer bedragen dan de kostprijs van de activiteit.
18
19