CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III. Tabel met overzicht wijzigingen

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 26 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 (VloA 2019) ten behoeve van schooljaar 2025-2026 (VN2025-001824)6.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

Transporttabel wijzigingen VloA 2019 schooljaar 2025-2026 Artikel I Wijzigingen Originele tekst VloA2019 Artikel 6, eerste lid, komt te 1. Een aanvraag voor een voorziening luiden: of aanvullende voorziening wordt schriftelijk bij het college ingediend van 1 maart tot en met 30 april voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de voorziening of aanvullende voorziening wordt aangevraagd, tenzij in een voorziening anders is bepaald. Als door het college een aanvraagformulier is vastgesteld, wordt van dat formulier gebruik gemaakt.

Wijziging 1. Een aanvraag voor een voorziening of aanvullende voorziening wordt schriftelijk bij het college ingediend van 15 maart tot en met 15 mei voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de voorziening of aanvullende voorziening wordt aangevraagd, tenzij in een voorziening anders is bepaald. Als door het college een aanvraagformulier is vastgesteld, wordt van dat formulier gebruik gemaakt.

De toelichting bij de VloA 2019 onder de kop Algemeen wordt als volgt gewijzigd: 1. De naam van Bijlage 4 komt te luiden: 2. Aan de onderdelen vermeld onder Bijlage 4 wordt een nieuw onderdeel toegevoegd:  Overige voorzieningen

Bijlage 4 Voorzieningen kwaliteit, schoolontwikkeling en lerarentekort Hieronder vallen de volgende voorzieningen:  Tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten  Zij-instromers  Sterke Schoolleider

Artikel II Wijzigingen Bijlage 1 (Voorzieningen in natura) VloA 2019 in:

1

Bijlage 4: Voorzieningen behorende bij de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 Hieronder vallen de volgende voorzieningen:  (ongewijzigd)   

(ongewijzigd) (ongewijzigd) Overige voorzieningen Lerarenagenda 2023-2027

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

-

Hoofdstuk 2 Cultuureducatie) - Hoofdstuk 4 Voorziening schooltuinprogramma en Natuur& Milieueducatie - Toelichting In artikel 2.1 (begripsomschrijvingen) wordt onderdeel c. vernummerd naar d.:

Artikel 2.3 (voorziening) komt te luiden:

In deze voorziening wordt verstaan onder: a. Cultuureducatie: onderwijs op het gebied van de volgende disciplines: I. beeldende vorming; II. cultureel erfgoed; III. dans; IV. drama; V. kunstgeschiedenis; VI. media en letteren; VII. muziek. b. School: hoofdvestiging of nevenvestiging van een nader in deze voorziening te benoemen soort school op het grondgebied van de gemeente Amsterdam; c. (v)so: (voortgezet) speciaal onderwijs. 1. De voorziening bestaat uit de volgende afzonderlijke verstrekkingen in natura: a. cultuurvouchers die per schooljaar worden verstrekt en waarvoor scholen voor basisonderwijs, (v)so en de eerste twee leerjaren van zowel het VMBO als

2

a. (ongewijzigd)

b. (ongewijzigd)

c. vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs; d. (v)so: (voortgezet) speciaal onderwijs. De voorziening bestaat uit de volgende afzonderlijke verstrekkingen in natura: a. Een algemeen deel dat beschikbaar is voor alle scholen voor basisonderwijs, (v)so en de eerste twee leerjaren van zowel het vmbo als praktijkonderwijs, bestaande uit: i. cultuurvouchers , die per schooljaar besteed kunnen worden aan cultuureducatieve activiteiten ter

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

praktijkonderwijs in aanmerking komen, mits er voor de school een cultureel beleidsplan is vastgesteld; b. een vakdocent muziek vanaf groep 3 voor maximaal 13 uur per schooljaar per deelnemende groep, waarvoor scholen voor basisonderwijs en (v)so in aanmerking komen, waarvan het schoolbestuur het convenant Basispakket Cultuureducatie heeft ondertekend. 2. De verstrekking van de cultuurvouchers als bedoeld in het eerste lid onder a. omvat de volgende onderdelen: a. vouchers , die per schooljaar besteed kunnen worden aan cultuureducatieve activiteiten ter waarde van: i. € 22,- per leerling van een basisschool of eerste twee leerjaren van het VMBO; ii. € 66 per leerling van een school voor (v)so of speciaal basisonderwijs; b. inhoudelijk ondersteuning

3

waarde van: - € 25 per leerling van een basisschool of van de eerste twee leerjaren van het vmbo of praktijkonderwijs; - € 75,-per leerling van een school voor (v)so of speciaal basisonderwijs; ii. maximaal 8 retourritten per leerling gedurende de schoolperiode op een school voor basisonderwijs of (v)so voor het bezoeken van culturele instellingen met de cultuurbus; iii. inhoudelijk ondersteuning door Mocca voor muziek, beeldende vorming, cultureel erfgoed en andere kunstdisciplines bij de ontwikkeling van doorgaande leerlijnen en school specifieke activiteiten; b. een bijzonder deel bestaande uit een vakdocent muziek voor maximaal 13 uur per schooljaar per deelnemende groep, uitsluitend bestemd voor scholen voor basisonderwijs en (v)so vanaf groep 3, waarvan de aanvragen niet zijn geweigerd op grond van artikel 2.6,.

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

door Mocca voor muziek, beeldende vorming, cultureel erfgoed en andere kunstdisciplines bij de ontwikkeling van doorgaande leerlijnen en school specifieke activiteitenplannen voor een school als bedoeld onder a.; c. maximaal 8 retourritten per leerling gedurende de schoolperiode op een school voor basisonderwijs of (v)so voor het bezoeken van culturele instellingen met de cultuurbus of -boot. Artikel 2.4 (Wijze van aanvraag en aanvraagdatum), eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. een vakdocent muziek genoemd in artikel 2.3 onder b. op de website van Mocca: Externe link:www.mocca-amsterdam.nl.

Artikel 2.6 (Bij de aanvraag in te dienen gegevens) wordt vernummerd naar artikel 2.5 en komt te luiden:

In aanvulling op artikel 5, tweede lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag per school de volgende informatie verstrekt: a. het cultuurbeleidsplan; b. of op de school een interne coördinator cultuureducatie of leerkracht met cultuurtaken aanwezig is, wat zijn taken zijn en voor hoeveel uren per week; c. een beschrijving van de

4

b. het aanbod zoals bedoeld in artikel 2.3, onder ii en iii, via de website van Mocca: Externe link:www.moccaamsterdam.nl. Artikel 2.5 Bij de aanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 5, tweede lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag voor het bijzondere deel van de verstrekking als bedoeld in artikel 2.3 onder b. per school de volgende informatie verstrekt: a. het cultuureducatiebeleidsplan, waarin wordt beschreven; i. de visie van de school op het gebied

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

Artikel 2.7 (weigeringsgronden vakdocent muziek) wordt vernummerd naar artikel 2.6 en komt te luiden:

doorlopende leerlijn op het terrein van cultuureducatie, waaruit blijkt welke lessen op locatie worden gevolgd en wat de samenhang is met de lessen op school; d. hoe een school in het schooljaar voorafgaande aan het tijdvak waarvoor de aanvraag is ingediend, uitvoering heeft gegeven aan deskundigheidsbevordering op het gebied van cultuureducatie van groepsleerkrachten.

van cultuureducatie; welke doelen de school daarmee wil bereiken; iii. een beschrijving van de doorlopende leerlijn op het terrein van cultuureducatie, waaruit blijkt hoeveel lessen cultuureducatie per week per groep of klas worden gegeven, welke lessen op locatie worden gevolgd en wat de samenhang is met de lessen op school; b. of op de school een interne coördinator cultuureducatie of leerkracht met cultuurtaken aanwezig is, wat zijn taken zijn en voor hoeveel uren per week; c. hoe een school in het schooljaar voorafgaande aan het tijdvak waarvoor de aanvraag is ingediend, uitvoering heeft gegeven aan deskundigheidsbevordering op het gebied van cultuureducatie van groepsleerkrachten.

In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college de verstrekking van de vakdocent muziek als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid en onder b. weigeren als : a. een schoolbestuur het convenant Basispakket Cultuureducatie niet heeft ondertekend voor een school; b. een schoolbestuur de voor zijn school genormeerde

2.6 Weigeringsgronden Vakdocent muziek In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college het bijzondere deel van de verstrekking als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid en onder c. weigeren als : a. een schoolbestuur geen cultuureducatieplan heeft verstrekt bij de aanvraag, dan wel een cultuureducatieplan met een naar het oordeel van het college onvoldoende inhoudelijke beschrijving van de onderdelen i. tot en met iii als bedoeld

5

ii.

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

Artikel 4.3 (Voorziening), onderdeel e, komt te luiden:

De toelichting bij Bijlage 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. De derde alinea komt te luiden:

Rijksvergoeding voor cultuureducatie niet volledig voor deze onderwijssoort heeft ingezet; c. op een school onvoldoende coördinatie plaatsvindt van de activiteiten op het gebied van cultuureducatie; d. op een school onvoldoende sprake is van een doorlopende leerlijn, waaruit tevens blijkt welke lessen op locatie worden gevolgd en wat de samenhang is met de lessen op school.

in artikel 2.5, onder punt a.; b. een schoolbestuur de voor zijn school genormeerde Rijksvergoeding voor cultuureducatie niet volledig voor deze onderwijssoort heeft ingezet; c. op een school onvoldoende coördinatieuren per week worden ingezet voor cultuureducatie, blijkend uit een inzet van minder dan: i. 2 uur per week bij kleine scholen (< 200 leerlingen); ii. 3 uur per week bij middelgrote scholen (200-600 leerlingen); iii. 4 uur per week bij grote scholen (> 600 leerlingen).

e. Tenminste één educatieve activiteit uit het programma Buitenlessen & Boerderijeducatie (exclusief vervoer) per groep in leerjaar 1,2,3,4,5 en 8 van een basisschool of een qua niveau hiermee vergelijkbare groep van een school voor speciaal basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

e. Tenminste één educatieve activiteit uit het programma Natuurlessen & Boerderijeducatie (exclusief vervoer) per groep in leerjaar 1,2,3,4,5 en 8 van een basisschool of een qua niveau hiermee vergelijkbare groep van een school voor speciaal basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of een kopklas.

De voorziening cultuureducatie (Hoofdstuk 2), bestaat uit twee verstrekkingen. Op de eerste plaats de cultuurvouchers voor leerlingen van scholen voor het basisonderwijs, (v) so en de eerste twee leerjaren van zowel het VMBO als het praktijkonderwijs. De

6

De voorziening cultuureducatie (Hoofdstuk2): In de Kunstenplannota 2025-2028 staat dat betekenisvolle cultuureducatie onder schooltijd vraagt om langdurige, gelijkwaardige samenwerking tussen scholen en culturele instellingen op basis van wederkerigheid. Naast binnenschoolse cultuureducatie is ook de

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

verstrekking vakdocent muziek richt zich op leerlingen vanaf groep 3 van het basisonderwijs en de leerlingen van de scholen voor (v)so, mits het schoolbestuur van de betrokken school het convenant Basispakket Cultuureducatie heeft ondertekend.

2. De vijfde alinea te luiden: De Voorziening schooltuinprogramma en Natuur& Milieueducatie (Hoofdstuk 4) richt zich op leerlingen van scholen voor het basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.

7

doorstroming naar naschoolse en buitenschoolse van groot belang. De voorziening cultuureducatie bestaat uit een algemeen deel en een bijzonder deel. Het algemene deel bestaat op de eerste plaats uit de cultuurvouchers die beschikbaar zijn voor alle leerlingen van scholen voor het basisonderwijs, (v) so en de eerste twee leerjaren van het vmbo en het praktijkonderwijs. Daarnaast kunnen de scholen voor het vervoer van hun leerlingen gebruik maken van de cultuurbus. De scholen kunnen ook een beroep doen op de ondersteuning van Mocca voor de ontwikkeling van een doorlopende leerlijn, het opstellen van het cultuureducatiebeleidsplan en bij ondersteuning van het ontwikkelen van cultuureducatieve activiteiten. Idealiter maakt dit plan onderdeel uit van het schoolplan. In ieder geval moet het hierop aansluiten. Het bijzondere deel is uitsluitend bestemd voor leerlingen van scholen voor basisonderwijs en (v)so, mits het schoolbestuur van de betrokken school beschikt over een voldoende cultuureducatiebeleidsplan en er geen sprake is van een weigeringsgrond zoals opgenomen onder artikel 2.6. De Voorziening schooltuinprogramma en Natuur& Milieueducatie (Hoofdstuk 4) richt zich op leerlingen van scholen voor het basisonderwijs (inclusief de zogenoemde kopklassen) en het (voortgezet) speciaal onderwijs. De voorziening betreft op de eerste plaats het schooltuinprogramma en het daarmee

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

samenhangende busvervoer. Verder komen via de Natuur & Milieueducatiegids (NME-gids) scholen tenminste een keer per schooljaar per groep in leerjaar 1,2,3,4,5 en 8 van een school voor basisonderwijs of een qua niveau hiermee vergelijkbare groep van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs in aanmerking voor een educatieve activiteit uit het programma Natuurlessen & Boerderijeducatie. Dit programma biedt buitenlessen en Boerderijeducatie. Een breed lesaanbod dat bijvoorbeeld ook kan gaan om duurzaamheid, afvalverwerking en voedseltransitie. Artikel III Wijzigingen Bijlage 2 (Voorzieningen aanvullende financiering personeel) VloA 2019 in - Hoofdstuk 2 Voorziening vakleerkracht cultuur Artikel 2.2 (Doel van de voorziening) komt te luiden:

Artikel 2.4 (Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens) komt te luiden:

Het doel van deze voorziening is het versterken van cultuureducatie op scholen door middel van een vakleerkracht cultuur en aanvullend op het basispakket cultuureducatie.

Het doel van deze voorziening is het versterken van cultuureducatie op scholen door middel van een vakleerkracht cultuur in aanvulling op de onderwijsvoorziening cultuureducatie (Hoofdstuk 2 van Bijlage 1 Voorzieningen in natura bij de VloA 2019).

In aanvulling op artikel 5, vierde lid, van de VloA 2019 geeft het schoolbestuur bij de subsidieaanvraag per school aan op welke wijze de verbinding gemaakt wordt tussen: a. de vakleerkracht cultuur en het basispakket cultuureducatie; b. de vakleerkracht cultuur en de

In aanvulling op artikel 5, tweede lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag per school de volgende informatie verstrekt: a. het cultuureducatiebeleidsplan, waarin wordt beschreven ; i. de visie van de school op het gebied van cultuureducatie; ii. welke doelen de school daarmee wil

8

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

landelijke kerndoelen, zoals opgenomen in het basispakket cultuureducatie.

De toelichting bij Bijlage 2 onder de kop Voorziening Vakleerkracht cultuur komt te luiden:

Via kunst en cultuur leren kinderen over de wereld en over zichzelf. Een vroege kennismaking met kunst en cultuur vergroot de kans op een verbintenis voor de rest van je leven. De gemeente ondersteunt al ruim 25 jaar diverse initiatieven voor cultuureducatie. Sinds de invoering van het Basispakket Kunst- en Cultuureducatie in 2013 is het aantal scholen en leerlingen dat met kunst en cultuur in contact is gekomen enorm gestegen. Inmiddels geeft meer dan 95% van de scholen muziekles of een andere vorm van kunst- en cultuuronderwijs. Het aanbod is van hoge kwaliteit en de samenwerking met de culturele

9

bereiken; een beschrijving van de doorlopende leerlijn op het terrein van cultuureducatie, waaruit blijkt hoeveel lessen cultuureducatie per week per groep of klas worden gegeven, welke lessen op locatie worden gevolgd en wat de samenhang is met de lessen op school; b. Op welke wijze de voorziening vakleerkracht bijdraagt aan het cultuureducatiebeleidsplan; c. Op welke wijze de verbinding wordt gemaakt tussen de vakleerkracht cultuur en de landelijke kerndoelen op het terrein van cultuureducatie. iii.

In de Kunstenplannota 2025-2028 staat dat betekenisvolle cultuureducatie tijdens schooltijd vraagt om langdurige en gelijkwaardige samenwerking tussen scholen en culturele instellingen, gebaseerd op wederkerigheid. De voorziening vakleerkracht cultuur versterkt cultuureducatie in het basisonderwijs en vormt een aanvulling op de verstrekking die op grond van de onderwijsvoorziening cultuureducatie in natura wordt verstrekt: cultuurvouchers, de cultuurbus en ondersteuning van Mocca en vakdocent muziek. Met de voorziening vakleerkracht cultuur kunnen meer kinderen kennismaken met culturele vakgebieden.

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

instellingen verloopt steeds beter. Met de voorziening vakleerkracht cultuur wordt de cultuureducatie op basisscholen in aanvulling op het basispakket versterkt. Meer kinderen kunnen via de vakleerkracht cultuur kennis maken met (een van) de culturele vakgebieden. Artikel IV Wijzigingen Bijlage 3 (Voorzieningen kansengelijkheid) VloA 2019 - Hoofdstuk 3 Voorzieningen Kansenaanpak primair onderwijs vanaf groep 3 - Hoofdstuk 4 Voorzieningen Kansenaanpak voortgezet onderwijs Artikel 3.3 (subsidiabele activiteiten), komen te luiden:

Artikel 3.4 (Hoogte en besteding subsidie), derde lid komt te luiden: Artikel 3.5 (Subsidieplafond), eerste lid, komt te luiden:

Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van de uitvoering van: a. een maatwerkplan voor onderwijsinterventies op het gebied van verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid; b. onderwijsinterventie Zomerschool; c. onderwijsinterventie Kopklas. 3. De hoogte van de subsidie voor de Kopklas bedraagt maximaal € 60.000 per klas. 1. Het college stelt jaarlijks drie afzonderlijke subsidieplafonds vast

10

(a. en b. ongewijzigd) c. onderwijsinterventie Kopklas op mavo, havo of vwo niveau; d. onderwijsinterventie Kopklas op vmbo basis en – kader niveau.

3. De hoogte van de subsidie voor de Kopklas als genoemd in artikel 3.3 onder c. en d, bedraagt maximaal € 75.000 per klas. 1. Het college stelt jaarlijks vier afzonderlijke subsidieplafonds vast voor de

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

Artikel 3.6 (Aanvrager), derde lid, komt luiden:

voor de onderwijsinterventies als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, b, en c. 3. Subsidie voor de onderwijsinterventie Kopklas kan uitsluitend worden aangevraagd door het schoolbestuur dat deze onderwijsinterventie namens alle Amsterdamse schoolbesturen coördineert en uitvoert.

onderwijsinterventies als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, b, c en d. 3. Subsidie voor de onderwijsinterventies Kopklas zoals bedoeld onder artikel 3.3 onder de punten c. en d. kan uitsluitend worden aangevraagd door de schoolbesturen die deze onderwijsinterventies namens alle Amsterdamse schoolbesturen coördineren en uitvoeren.

Artikel V Wijziging Bijlage 4 (Bijlage 4: Voorzieningen kwaliteit, schoolontwikkeling en lerarentekort) VloA 2019 in: - Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen - Hoofdstuk 3Voorziening Tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten - Hoofdstuk 5 Voorziening Sterke Schoolleider - Nieuw: Hoofdstuk 7 Overige voorzieningen Lerarenagenda 20232027 Het opschrift van bijlage 4 Verordening op het lokaal onderwijsbeleid komt te luiden:

Bijlage 4: Voorzieningen kwaliteit, schoolontwikkeling en lerarentekort

11

Bijlage 4: Voorzieningen behorende bij de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

Aan artikel 1.1 (Soort voorzieningen) wordt een nieuw onderdeel d. toegevoegd te luidende:

Deze bijlage betreft de volgende voorzieningen: a. tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten; b. zij-instromers; c. Sterke Schoolleider.

Artikel 1.3 (Begripsomschrijvingen) komt te luiden:

In de voorzieningen als bedoeld in artikel 1.1 wordt verstaan onder: a. subsidietijdvak: periode waarin de gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd.

12

(a t/m c ongewijzigd) d. Overige voorzieningen Lerarenagenda 2023-2027.

In deze bijlage wordt verstaan onder: a. Amsterdamse onderwijsregio: Amsterdams samenwerkingsverband bestaande uit schoolbesturen met deelnemende vestigingen voor basisonderwijs en speciaal (basis) onderwijs, mbo-instellingen. hbo en universitaire lerarenopleidingen, vertegenwoordigers van leraren en de gemeente die gezamenlijk uitvoering geven aan de Amsterdamse Lerarenagenda 20232027; b. deelnemer: deelnemende organisatie aan de Amsterdamse onderwijsregio; c. hbo: instelling voor hoger beroepsonderwijs; d. mbo: instelling voor middelbaar beroepsonderwijs; e. penvoerder: een schoolbestuur, een bestuur van een beroepsopleiding of bestuur van een universiteit die een aanvraag indient voor een samenwerkingsverband binnen de Amsterdamse onderwijsregio en verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verlening; f. subsidietijdvak: periode waarin de gesubsidieerde activiteiten worden

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

uitgevoerd. Aan hoofdstuk 1 wordt een nieuw artikel 1.4(Algemeen doel) toegevoegd, luidende

_

Met deze voorzieningen en subsidies wordt beoogd om de in de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 opgenomen activiteiten te realiseren met als doel het lerarentekort in Amsterdam gezamenlijk met de andere partners in de Amsterdamse onderwijsregio te verminderen.

Artikel 3.3. (Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie) wordt als volgt gewijzigd: Het eerste lid komt te luiden:

1. Het college kan per schooljaar een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten die een bestuur maakt, in aanvulling op de vergoedingen die de cao’s po en vo voorschrijven voor woon-werkverkeer van personeelsleden die verder weg wonen van hun werklocatie dan 21,5 km (po) of 25 km (vo).

Het derde lid komt te luiden:

3. Voor de berekening van de subsidie worden de volgende afstandscategorieën en bedragen gehanteerd: a. Personeelsleden in het po en (v)so Afstand woonwerk

Maximale vergoeding gemeente per fte personeelslid per

13

Het college kan per schooljaar een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten die een bestuur maakt, in aanvulling op de vergoedingen die de cao’s po en vo voorschrijven voor woonwerkverkeer van personeelsleden die verder weg wonen van hun werklocatie dan 25 km.

3. Voor de berekening van de subsidie worden de volgende afstandscategorieën en bedragen gehanteerd: Afstand woon-werk enkele reis

Maximale vergoeding gemeente per fte personeelslid per schooljaar (uitgaande van 10 maanden)

25 - 30 km

€ 100

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

enkele reis

schooljaar (uitgaande van 10 maanden)

21,5 - 25 km

€ 345

25 - 30 km

€ 440

30-40 km

€ 598

Meer dan 40 km

€ 880

b. Personeelsleden in het vo Afstand woonwerk enkele reis

Maximale vergoeding gemeente per fte personeelslid per schooljaar (uitgaande van 10 maanden)

25 - 30 km

€ 100

14

30-40 km

€ 200

Meer dan 40 km

€ 300

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

30-40 km

€ 200

Meer dan 40 km

€ 300

Artikel 3.6 (Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens), tweede lid onderdeel b. komt te luiden:

b. over welk deel van deze kosten subsidie wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid.

b. over welk deel van deze kosten subsidie wordt aangevraagd en welk deel hij zelf bekostigt.

Artikel 3.8 (Verantwoording) onderdeel a. komt te luiden:

a. hoeveel fte op meer dan 21,5 km in het po en 25 km in het vo woonachtig waren gedurende de 10 maanden van het schooljaar waarop de verantwoording betrekking heeft, waarbij het schoolbestuur een onderverdeling maakt naar de afstandscategorieën genoemd in de tabel van artikel 3, tweede lid en de daarbij behorende bedragen aan uitgekeerde reiskostenvergoeding; 1. Het college kan voor de subsidietijdvakken bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan de uitvoering van een of meerdere directietaken betreffende het primaire onderwijsproces voor een bedrag van:

a. hoeveel fte personeelsleden op meer dan 25 km van de werklocatie woonachtig waren gedurende de 10 maanden van het schooljaar waarop de verantwoording betrekking heeft, waarbij het schoolbestuur een onderverdeling maakt naar de afstandscategorieën genoemd in de tabel van artikel 3, derde lid en de daarbij behorende bedragen aan uitgekeerde reiskostenvergoeding;

Artikel 5.3 (Subsidiabele activiteiten), eerste lid komt te luiden:

15

1.

Het college kan voor een of twee schooljaren een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan de uitvoering van een of meerdere directietaken betreffende het primaire onderwijsproces voor een bedrag van: a. maximaal € 15.000 voor een periode van een schooljaar; of b. maximaal € 30.000 voor een periode

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

a. Maximaal € 15.000 voor een periode van een schooljaar; of b. maximaal € 30.000 voor een periode van twee schooljaren. Artikel 5.4 (Subsidieplafond en verdeelsystematiek), komt te luiden:

3. :

1. Het college stelt voor de activiteiten die volgens dit hoofdstuk voor subsidie in aanmerking komen voor de volgende subsidietijdvakken een subsidieplafond vast: a. voor de periode lopende van 0108-2024 tot 01-08-2026; b. voor de periode lopende van 0108-2025 tot 01-08-2027; c. voor de periode lopende van 0108-2026 tot 01-08-2027. 2. Indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen die niet geweigerd worden op grond van artikel 5.6, te honoreren, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst. 3. Bij de vaststelling van de volgorde in de rangschikking worden de volgende categorieën scholen onderscheiden, waarbij geldt dat voor de subsidie het eerst in aanmerking komen de scholen genoemd onder a. en vervolgens b. en daarna c.: a. de scholen voor sbo, so en vso; b. basisscholen met een percentage doelgroepleerlingen van 27% of meer en een lerarentekort van minimaal 15%;

16

van twee schooljaren.

(Eerste en tweede lid ongewijzigd)

3. Bij de vaststelling van de volgorde in de rangschikking worden de volgende categorieën scholen onderscheiden, waarbij geldt dat voor de subsidie het eerst in aanmerking komen de scholen genoemd onder a. en vervolgens b. en daarna c.: a. de scholen voor sbo, so en vso; b. basisscholen met een percentage doelgroepleerlingen van 27% of meer op 1 oktober van het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren subsidietijdvak c. overige basisscholen.

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

c. overige basisscholen. 4. Indien het subsidieplafond ontoereikend is om binnen een categorie alle aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie te honoreren, worden deze aanvragen gehonoreerd in volgorde van percentage doelgroepleerlingen op de school waarvoor de aanvraag is ingediend van hoog naar laag.

Artikel 5.6 (weigeringsgronden) wordt als volgt gewijzigd: 1. Aan het eerste lid wordt

Indien het subsidieplafond onvoldoende toereikend is om alle aanvragen binnen een categorie bedoeld onder het derde lid te honoreren, brengt het college de aanvragen onder in de twee deelcategorieën: a. scholen die voorafgaand aan het subsidietijdvak waarop de subsidieaanvraag ziet geen of voor een jaar subsidie voor de voorziening sterke schoolleider hebben ontvangen; b. scholen die voorafgaand aan het subsidietijdvak waarop de subsidieaanvraag ziet voor twee jaar subsidie voor de voorziening sterke schoolleider hebben ontvangen. 5. Indien de aanvragen worden ondergebracht in de twee deelcategorieën als bedoeld in het vierde lid geldt de volgende verdeelsleutel: a. het eerst in aanmerking komen de scholen in deelcategorie a. en vervolgens de scholen in deelcategorie b; b. Indien het subsidieplafond ontoereikend is om alle onder een deelcategorie vallende aanvragen te honoreren, worden deze aanvragen gehonoreerd in volgorde van percentage doelgroepleerlingen op de school, waarvoor de aanvraag is ingediend van hoog naar laag.

4.

1. In aanvulling op artikel 7, eerste lid

17

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

een nieuw onderdeel c.. toegevoegd, luidende:

van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen als: a. de aanvraag betrekking heeft op het aanschaffen van roerende zaken, leermiddelen en aanpassingen aan de onderwijshuisvesting; b. het schoolbestuur voor de school voor basisonderwijs vanaf het schooljaar 2024-2025 niet deelneemt aan de jaarlijkse tekortmeting van OCW betreffende het lerarentekort.

2. Het tweede lid komt te vervallen. 2. In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen als het subsidieplafond voor een bepaalde categorie scholen als bedoeld in artikel 5.4, derde lid wordt overschreden en voor dezelfde school over de twee voorafgaande schooljaren aan het tijdvak waarop de aanvraag ziet, een subsidie voor sterke schoolleider is verleend. Artikel 5.7 komt te vervallen.

Artikel 5.7 Weigeringsgronden 1. In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen als: a. de aanvraag betrekking heeft op

18

(eerste lid en de onderdelen a en b ongewijzigd)

c. het een nieuwe school betreft, die op het moment van de subsidieaanvraag nog geen twee schooljaren geopend is.

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

het aanschaffen van roerende zaken, leermiddelen en aanpassingen aan de onderwijshuisvesting; b. de medezeggenschapsraad van de school een negatief advies heeft uitgebracht.. 2. In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de Verordening op het Lokaal Onderwijsbeleid Amsterdam 2019 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen als het subsidieplafond wordt overschreden en voor dezelfde school in een voorafgaand schooljaar subsidie voor ondersteuning van de directeur is verleend. Hoofdstuk 6 komt als volgt te luiden:

Hoofdstuk 6 Voorziening pilot omgaan met het lerarentekort

Overige voorzieningen Lerarenagenda 20232027 (zie publicatiebesluit voor tekst)

Toelichting Bijlage 4: Voorzieningen kwaliteit, schoolontwikkeling en lerarentekort

Toelichting bij Bijlage 4: Voorzieningen behorende bij de Amsterdamse Lerarenagenda 2023 -2027

In Bijlage 4 zijn de voorzieningen opgenomen die horen bij de Lerarenagenda 2019-2023: ‘Liever voor de klas’.

In de Lerarenagenda 2023-2027 laten de schoolbesturen, lerarenopleidingen, de beroepsgroep en de gemeente Amsterdam zien wat zij doen, blijven doen en geïntensiveerd gaan doen om samen het lerarentekort in de stad aan

De toelichting bij Bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd: 1. De titel van de toelichting komt te luiden: 2. De zin ‘In Bijlage 4 zijn de voorzieningen opgenomen die horen bij de Lerarenagenda 20192023: ‘Liever voor de klas’.’ wordt vervangen

19

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

door de volgende passage:

2. De toelichting op hoofdstuk 3 komt te luiden:

Hoofdstuk 3 de Voorziening Tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten

Algemeen

te pakken. Voor dit doel hebben zij zich verenigd in de Amsterdamse Onderwijsregio die voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 7 van de Subsidieregeling Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s. De uitvoering van de Lerarenagenda 2023-2027 wordt deels bekostigd vanuit deze Rijkssubsidieregeling. De deelnemers aan de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 zien het lerarentekort als de grootste bedreiging van de kwaliteit van het onderwijs en een motor van kansenongelijkheid. Daarom doen zij er samen alles aan om de trend te keren en te zorgen voor een goede leraar voor iedereen. De deelnemers werken samen in 7 coalities met de volgende thema's: instroom, communicatie, ontwikkelmogelijkheden ervaren docenten, omgaan met langdurige tekorten, extra voorzieningen, zij-instroom en sterke schoolleider. De uit te voeren activiteiten worden binnen een thematisch coalitie door daaraan deelnemende partners gezamenlijk goedgekeurd. De volledig inhoud en toelichting op de Lerarenagenda 2023-2027 kan via deze link worden geraadpleegd: Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 openresearch.amsterdam. In bijlage 4 van de VloA 2019 zijn de voorzieningen opgenomen die in de vorm van subsidie door de gemeente aan scholen, schoolbesturen en andere onderwijsinstellingen worden verstrekt gericht op het werven en het behoud van leraren. Hoofdstuk 3 de Voorziening Tegemoetkoming in aanvulling op cao

20

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

De lage reiskostenvergoeding is voor veel leraren, OOP en directieleden een belemmering om in Amsterdam les te (blijven) geven. Met deze regeling maken de schoolbesturen en de gemeente het aantrekkelijker om ook van buiten de stad les te komen of blijven geven. Met de Voorziening tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten worden via de besturen de leraren OOP en directieleden die verder weg wonen dan de cao-grens gedeeltelijk tegemoet gekomen in deze reiskosten. Het totaal aan aanvullend op cao vergoede reiskosten wordt voor de helft gefinancierd door de gemeente en voor de andere helft door de schoolbesturen. Van het deel van de aanvullend op cao vergoede reiskosten dat door het schoolbestuur zelf wordt gefinancierd (de 50% cofinanciering), bepaalt het schoolbestuur aan welke personeelsleden zij een op de cao aanvullende tegemoetkoming toekent. Artikel 3.2 Doel voorziening De subsidieregeling is een uitwerking van de Amsterdamse Lerarenagenda 20192023 ‘Liever voor de klas’ die onder andere tot doel heeft om bij te dragen aan voldoende en goed opgeleide leraren in Amsterdam.

21

vergoede reiskosten Algemeen De lage reiskostenvergoeding is voor veel leraren, het onderwijs ondersteunend personeel (OOP)en directieleden een belemmering om in Amsterdam les te (blijven) geven. Met deze regeling maken de schoolbesturen en de gemeente sinds 2019 het aantrekkelijker om ook van buiten de gemeente in de stad les te komen of blijven geven. Met de Voorziening tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten worden via de besturen de leraren, OOP en directieleden die verder weg wonen dan de cao-grens gedeeltelijk tegemoet gekomen in deze reiskosten. Het totaal aan aanvullend op cao vergoede reiskosten wordt voor de helft gefinancierd door de gemeente en voor de andere helft door de schoolbesturen. Van het deel van de aanvullend op cao vergoede reiskosten dat door het schoolbestuur zelf wordt gefinancierd (de 50% cofinanciering), bepaalt het schoolbestuur aan welke personeelsleden zij een op de cao aanvullende tegemoetkoming toekent. Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie De gemeente heeft in kaart gebracht hoe de CAO’s voor het primair en voortgezet onderwijs over de jaren 2023-2024 eruit zouden zien als deze zou doorlopen tot een reiskostenvergoeding bij een woonwerkafstand van 40 km. Deze CAO’s voorzien in een vergoeding tot 25 km.

Met ingang van 1 januari 2024 wordt bij beide CAO’s uitgegaan van een vergoeding van € 0.17 per kilometer. De CAO’s, hanteren daarbij

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie De gemeente heeft in kaart gebracht hoe de cao eruit zouden zien als deze zou doorlopen tot 40 km. In de tabel Personeelsleden in het primair onderwijs zijn vier categorieën opgenomen vanaf 21,5 km op basis van extrapolatie van de bestaande bedragen in de cao po. Omdat de tegemoetkoming in de reiskosten in de cao voor het vo aanzienlijk hoger is dan de tegemoetkoming in de reiskosten voor het po, is de aanvullende tegemoetkoming gedifferentieerd. Met de hoogte van de aanvullende tegemoetkoming per afstandscategorie in het vo, zoals opgenomen in de tabel Personeelsleden in het voortgezet onderwijs, wordt het verschil in de totaal ontvangen tegemoetkoming op de reiskosten tussen po en vo verkleint. Artikel 3.5 – Aanvraag De aanvraag moet worden ingediend via portaal onderwijssubsidies via het vastgestelde aanvraagformulier. Artikel 3.6 – Bij de subsidieaanvraag

22

verschillende rekenmethodes, waardoor op jaarbasis de vergoeding voor een fulltimer in het voortgezet onderwijs die op 25 km afstand woont van een school, uitkomt op een bedrag van € 1842 op jaarbasis. Voor een fulltimer in het primair onderwijs betreft het een iets lager bedrag, namelijk € 1768 per jaar. De vergoedingen die gelden vanaf 25 km woonwerkafstand zijn gebaseerd op de vergoedingen die op basis van de CAO’s tot 25 km worden betaald. Artikel 3.5 – Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens De begroting geeft inzicht in de verdeling van de middelen voor de aanvullende tegemoetkoming, uitgesplitst naar de in de voorziening gehanteerde afstandscategorie en uitgesplitst naar subsidiemiddelen en eigen middelen van het schoolbestuur. Artikel 3.6 Aanvullende verplichtingen De tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten is een voorziening waarbij sprake is van cofinanciering. De gemeente en het schoolbestuur dragen beide 50% van de kosten van de aanvullende reiskostenvergoeding (kosten bovenop de vergoeding die voortvloeit uit de cao). De subsidie van de gemeente kan enkel worden aangevraagd voor personeelsleden die binnen de afstandscategorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid woont. De cofinanciering van het schoolbestuur kan het schoolbestuur aan alle personeelsleden, ongeacht de afstandscategorie toekennen, zolang

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

in te dienen gegevens De begroting geeft inzicht in de verdeling van de middelen voor de aanvullende tegemoetkoming, uitgesplitst naar afstandscategorie en uitgesplitst naar subsidiemiddelen en eigen middelen van het schoolbestuur. Artikel 3.7 Aanvullende verplichtingen De tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten is een voorziening waarbij sprake is van cofinanciering. De gemeente en het schoolbestuur dragen beide 50% van de kosten van de aanvullende reiskostenvergoeding (kosten bovenop de vergoeding die voortvloeit uit de cao). De subsidie van de gemeente kan enkel worden aangevraagd voor personeelsleden die binnen de afstandscategorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid woont. De cofinanciering van het schoolbestuur kan het schoolbestuur aan alle personeelsleden, ongeacht de afstandscategorie toekennen, zolang het een tegemoetkoming bovenop de cao betreft. Om de stad ook in de toekomst toegankelijk en leefbaar te houden, moeten we toewerken naar het gebruik van toekomstbestendige mobiliteitsoplossingen. Schoolbesturen worden daarom verplicht

23

het een tegemoetkoming bovenop de cao betreft. Om de stad ook in de toekomst toegankelijk en leefbaar te houden, moeten we toewerken naar het gebruik van toekomstbestendige mobiliteitsoplossingen. Schoolbesturen worden daarom verplicht om met hun personeelsleden in gesprek te gaan over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen. Artikel 3.7 Verantwoording Scholen dienen bij de verantwoording aan te kunnen tonen dat het bedrag waarover subsidie is ontvangen is uitgekeerd voor personeelsleden die verder weg woonden dan 25 km en dat deze kosten zijn uitgekeerd als aanvullende tegemoetkoming in de reiskosten aan personeelsleden. Ook dienen scholen aan te kunnen tonen dat ze in gesprek zijn gegaan met personeelsleden over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen, met het oog op de Agenda Autoluw van de gemeente Amsterdam.

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

om met hun personeelsleden in gesprek te gaan over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen.

3. De toelichting op artikel 5.6 komt te luiden:

Artikel 3.8 Verantwoording Scholen dienen bij de verantwoording aan te kunnen tonen dat het bedrag waarover subsidie is ontvangen is uitgekeerd aan personeelsleden die verder weg woonden dan 21,5 km po en 25 km vo en dat deze kosten zijn uitgekeerd als aanvullende tegemoetkoming in de reiskosten. Ook dienen scholen aan te kunnen tonen dat ze in gesprek zijn gegaan met personeelsleden over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen, met het oog op de Agenda Autoluw van de gemeente Amsterdam.

4. De toelichting op hoofdstuk 6 komt te luiden:

Artikel 5.6 Weigeringsgronden Een subsidie wordt geweigerd als een basisschool vanaf schooljaar 2024-2025 niet deelneemt aan de jaarlijkse tekortmeting van het aantal leerkrachten door OCW. Deelname is noodzakelijk om het tekort inzichtelijk te krijgen en om te beoordelen of een basisschool behoort tot

24

Een subsidie wordt geweigerd als een basisschool vanaf schooljaar 2024-2025 niet deelneemt aan de jaarlijkse tekortmeting van het aantal leerkrachten door OCW. Deelname is noodzakelijk

Bijlage 3. Tabel met overzicht wijzigingen VloA 2025-2026 (voor Raadsvoordracht 5/6 maart 2025)

categorie b. ( minimaal percentage doelgroepleerlingen en minimaal 15 procent lerarentekort) of c. (overige basisscholen) van artikel 5.4, derde lid.

om het tekort inzichtelijk te krijgen en om te beoordelen of een basisschool behoort tot categorie b. (minimaal percentage doelgroepleerlingen ) of c. (overige basisscholen) van artikel 5.4, derde lid. Nieuwe scholen waarvan het vereiste doelgroepleerlingenpercentage nog niet kan worden vastgesteld komen eveneens niet in aanmerking.

Hoofdstuk 6 de Voorziening Pilot omgaan met het lerarentekort Hoofdstuk 6 Overige voorzieningen Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 (Zie publicatiebesluit)

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15152395/2