Bijlage III Nationale ombudsman_Hoe eerder hoe beter.pdf
Tekst van het document
Hier past wel een kanttekening bij: ook gemeenten die intensief inzetten op vroegsignalering lukt het niet om alle burgers te bereiken en te helpen. Soms willen burgers geen hulp van de gemeente, omdat ze hun financiële problemen zelf willen oplossen of omdat ze nog niet inzien dat zij problemen hebben. Het is voor gemeenten de kunst om de juiste balans te vinden tussen het toewerken naar acceptatie van hulp en het respecteren van iemands keuze om deze hulp te weigeren. Vroegsignalering vraagt om vakmanschap in de uitvoering en soms zijn creatieve oplossingen nodig om de kans op contact en op acceptatie van de hulp te vergroten. Gemeenten zijn zich nog onvoldoende bewust dat ze stress-sensitief moeten werken om daadwerkelijk in contact te komen met deze doelgroep. Weinig zicht op welke aanpak werkt Er is nog weinig bekend over welke aanpak het meest effectief is bij vroegsignalering. Gemeenten kunnen voor de Monitor Vroegsignalering Schulden informatie registreren over de wijze waarop zij vroegsignalering aanpakken, maar dit doen zij niet allemaal op dezelfde manier of even volledig. Het landelijke overzicht dat de monitor biedt, geeft gemeenten op hoofdlijnen inzicht in de mogelijkheden om vroegsignalering aan te pakken. Maar gemeenten hebben behoefte aan meer handvatten.
Voor de verdere ontwikkeling van vroegsignalering is het belangrijk om kennis en ervaringen goed vast te leggen en te delen. Divosa heeft voor gemeenten een instructie geschreven hoe zij ten behoeve van de Monitor Vroegsignalering Schulden kunnen registreren.84 Verder kan de voor 2024 aangekondigde effectmeting naar vroegsignalering en de verdere ontwikkeling van de landelijke monitor hopelijk bijdragen aan het verbeteren van de aanpak van vroegsignalering door gemeenten. Het zelf monitoren en evalueren van vroegsignalering staat bij veel gemeenten nog in de kinderschoenen. Er is weinig informatie beschikbaar waarmee zij een goede evaluatie kunnen inrichten. Er zijn geen heldere kwaliteitskaders waaraan gemeenten zich kunnen meten. Er worden lokaal wel evaluatieonderzoeken verricht, maar weinig gemeenten doen een (gedegen) klanttevredenheidsonderzoek. Ze vragen burgers niet of nauwelijks naar hun ervaringen en hun behoeften als het gaat om vroegsignalering, terwijl inzicht daarin belangrijk is om vroegsignalering beter te laten werken. De vraag waarmee veel gemeenten worstelen is wanneer zij het nu eigenlijk goed doen. Gemeenten hebben niet veel kwantitatieve informatie tot hun beschikking waarop zij hun beleid voor vroegsignalering kunnen baseren. Het hangt
84
Divosa, Leidraad monitoring vroegsignalering.
Hoe eerder, hoe beter
42
daarom vaak af van de betrokkenheid van de lokale politiek of er geïnvesteerd wordt in vroegsignalering. Gemeenten geven aan graag van elkaar te willen leren wat goed en niet goed werkt bij vroeg signalering. In de praktijk valt dat leren van elkaar nog tegen. De landelijke koepelorganisaties bieden gemeenten instrumenten voor de aanpak van vroegsignalering. Deze instrumenten bieden nuttige informatie, maar worden door verschillende organisaties aangeboden en richten zich soms op specifieke onderdelen van vroegsignalering. Uit dit onderzoek blijkt dat niet alle gemeenten deze instrumenten gebruiken bij het vaststellen van hun beleid en bij de dagelijkse uitvoering. Het zou goed zijn als bestaande kennis en expertise over vroegsignalering bij elkaar wordt gebracht en voor gemeenten via een centraal punt te raadplegen is.85
7.3
Aanbevelingen
Veel gemeenten zijn nog zoekende als het gaat om het succesvol inzetten van vroegsignalering. Voor sommige gemeenten betekent dit dat ze meer capaciteit en middelen moeten inzetten en voor andere gemeenten zit de oplossing in het bijstellen van hun werkwijze. Op basis van zijn onderzoek doet de Nationale ombudsman aan gemeenten en de minister voor Armoedebeleid een aantal aanbevelingen, die ervoor kunnen zorgen dat meer burgers in een vroeg stadium een passend hulpaanbod krijgen voor hun (dreigende) problematische schulden.
Aan gemeenten • Maak persoonlijk contact met de burger – Kies een communicatiemiddel dat aansluit bij de leefwereld van de burger. – Stem de toon en inhoud van de communicatie af op de doelgroep. – Onderneem zo nodig meerdere pogingen om persoonlijk contact te krijgen. • Verzamel data en evalueer de werking van vroegsignalering – Registreer de data over vroegsignalering consequent en zorgvuldig. – Evalueer periodiek de gehanteerde werkwijze en verbeter hiermee beleid en uitvoering. Betrek hierbij ook de ervaringen van burgers. • Zorg voor kennis en expertise bij medewerkers – Investeer in deskundige medewerkers en benut de kennis van ervaringsdeskundigen bij de uitvoering. – Maak bij het ontwikkelen van beleid en het verbeteren van de uitvoeringspraktijk gebruik van de bestaande kennis en expertise over vroegsignalering. • Versterk de samenwerking met vastelastenpartners – Overleg met de vastelastenpartners hoe de gegevensuitwisseling kan worden verbeterd. – Neem contact op met een vastelastenpartner als een signaal over een burger onterecht is afgegeven.
85 De VNG heeft in januari 2024 een (online) routekaart Financiële Zorgen gelanceerd waar gemeenten informatie kunnen vinden over het zo effectief mogelijk aanpakken van schuldhulpverlening.
Hoe eerder, hoe beter
43
Aan de minister voor Armoedebeleid • Leg vast aan welke minimumvereisten de aanpak van vroegsignalering moet voldoen – Maak bij het bepalen van de minimumvereisten gebruik van bestaande kennis en expertise. • Bevorder kennisdeling over vroegsignalering – Stimuleer het monitoren en evalueren van vroegsignalering. – Organiseer een centraal (online) informatiepunt waar gemeenten kennis over effectieve vroegsignalering kunnen vinden en raadplegen. • Bevorder en stimuleer sociaal incasseren door vastelastenpartners – Zorg dat de vastelastenpartners zich bewust zijn van hun belangrijke rol bij vroegsignalering.
Hoe eerder, hoe beter
44
Onderzoeksverantwoording De Nationale ombudsman heeft een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop gemeenten vroegsignalering in de praktijk uitvoeren en hoe gemeenten en burgers dit ervaren. Dat deed de ombudsman door middel van: • gesprekken met gemeenten; • gesprekken met burgers en maatschappelijke organisaties; • gesprekken met andere instanties en deskundigen; • een rondetafelgesprek en literatuuronderzoek. Gesprekken met gemeenten Om inzicht te krijgen in de wijze waarop gemeenten vroegsignalering in de praktijk toepassen, bezocht de Nationale ombudsman tien gemeenten. Bij de selectie van deze gemeenten heeft de ombudsman rekening gehouden met de grootte van de gemeenten en de geografische spreiding. De ombudsman heeft gesproken met wethouders, beleidsmedewerkers en medewerkers uit de uitvoering. Ook onderzocht de ombudsman ongeveer twintig signalen per gemeente om een indruk te krijgen hoe gemeenten signalen oppakken en registreren. Vertegenwoordigers van de volgende tien gemeenten zijn geïnterviewd.
• Gemeente Amersfoort • Gemeente Emmen • Gemeente Nijmegen • Gemeente Sittard • Gemeente Smallingerland • Gemeente Tilburg • Gemeente Veendam • Gemeente Vlissingen • Gemeente Winterswijk • Gemeente Zandvoort
Gesprekken met burgers en maatschappelijke organisaties De ombudsman interviewde zeven burgers met geldproblemen en hun begeleiders. Ook sprak de ombudsman met een aantal ervaringsdeskundigen die werkzaam zijn bij organisaties die zich bezighouden met het onderwerp vroegsignalering. Verder bezocht de ombudsman een inloopspreekuur van SchuldHulpMaatje en vier buurtteams van de gemeente Amsterdam en ging met drie van hen op huisbezoek. De ombudsman heeft gesproken met vertegenwoordigers van de volgende organisaties.
• Buurtteam Amsterdam-Centraal • Buurtteam Amsterdam-Noord • Buurtteam Amsterdam-Zuid • Buurtteam Weesp • Humanitas • SchuldHulpMaatje Leiden (inloopspreekuur) • SchuldHulpMaatje Nederland
Hoe eerder, hoe beter
45
Gesprekken met overheidsinstanties, intermediairs, bedrijven en deskundigen Verder sprak de ombudsman met het ministerie van SZW, onafhankelijke deskundigen, een aantal vastelastenpartners en landelijke koepelorganisaties die zich bezighouden met vroegsignalering. Het gaat om de volgende organisaties en onafhankelijke deskundigen, die door de ombudsman zijn geïnterviewd.
• Achmea Debiteurenbeheer • Autoriteit Consument en Markt (ACM) • Autoriteit Persoonsgegevens (AP) • Divosa • Eneco • Geldfit/Stichting Nederlandse Schuldhulproute • Gemeente Amsterdam • Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) • Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) • Movisie (landelijk kennisinstituut voor aanpak van sociale vraagstukken) • Nederlandse Arbeidsinspectie • NVVK • Ombudsman Den Haag • Ombudsman Rotterdam • Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) • SchuldenlabNL (onafhankelijke stichting) • Stimulansz (kennis- en adviesorganisatie in het sociaal domein) • Vattenfall • VNG • Ymere (woningcorporatie) • Nadja Jungmann (lector Schuldenproblematiek Hogeschool Utrecht en de Universiteit van Amsterdam) • Tamara Madern (lector Schuldpreventie en Vroegsignalering Hogeschool Utrecht en directeur Instituut voor Recht) • André Moerman (eigenaar website schuldinfo.nl en voorzitter signaleringscommissie Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden)
Hoe eerder, hoe beter
46
Rondetafelgesprek en literatuuronderzoek De Nationale ombudsman organiseerde op 14 september 2023 een rondetafelgesprek. Hier besprak hij de voorlopige uitkomsten van zijn onderzoek met vertegenwoordigers van verschillende partijen die eerder bij het onderzoek zijn betrokken. De deelnemers werd gevraagd te reflecteren op de voorlopige bevindingen uit het onderzoek. De opbrengst van het rondetafelgesprek heeft de ombudsman verwerkt in dit rapport. Vertegenwoordigers van onderstaande organisaties namen deel aan het rondetafelgesprek.
• Divosa • Geldfit • Gemeente Amsterdam • Gemeente Nijmegen • Gemeente Winterswijk • Ministerie van SZW • Movisie • Ombudsman Rotterdam • Orionis Walcheren • SchuldenlabNL • SchuldHulpMaatje Nederland • Vattenfall • VNG
De Nationale ombudsman heeft verder onderzoeks- en adviesrapporten, beleidsdocumenten, wet- en regelgeving, Kamerstukken en literatuur voor dit onderzoek bestudeerd. De geraadpleegde bronnen worden vermeld in de voetnoten in dit rapport.
Hoe eerder, hoe beter
47
Nationale ombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag Telefoon 070 356 35 63 nationaleombudsman.nl
Rapportnr: 2024/005 is een uitgave van de Nationale ombudsman, 28 februari 2024