CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II_Bestedingsvoorstel Klimaatfonds WZI GBEA 2025.docx

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 4 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de subsidieregeling gebiedsgerichte bestrijding energiearmoede 2025 (VN2025-008836)1.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestedingsvoorstel Klimaatfonds: Waterzijdig inregelen (Subsidieregeling gebiedsgerichte bestrijding energiearmoede 2025) Samenvatting van het voorstel Met dit voorstel wordt verzocht om een bijdrage van €750.000 uit het Amsterdamse Klimaatfonds aan de subsidieregeling gebiedsgerichte bestrijding energiearmoede 2025 (GBEA 2025). De bijdrage is specifiek gericht op het waterzijdig inregelen van Cvinstallaties. De regeling wordt uitgevoerd door de gemeente Amsterdam (directie Wonen) en loopt van 1 juli 2025 tot 1 juli 2027. Hiermee worden lokale partijen gestimuleerd in hun activiteiten op het gebied van bestrijden van energiearmoede. Waterzijdig inregelen is een relatief eenvoudige maatregel die zorgt voor efficiënter warmtegebruik. Per woning wordt naar verwachting 15% gasbesparing gerealiseerd, wat overeenkomt met circa 0,15 ton CO₂ per jaar. Bij een bereik van 1.500 huishoudens levert dit een totale CO₂-reductie van 225 ton per jaar op. Afhankelijk van het aantal woningen dat kan worden bereikt, de uiteindelijke reductie en de levensduur van de maatregel resulteert dit in een C02-reductie van 752 tot 3.384 ton. De prijs per ton CO2 van dit voorstel komt daarmee op €997,- tot €222,Deze maatregel is expliciet opgenomen in het bestedingsperspectief 2025 van het Klimaatfonds, en past binnen de gemeentelijke inzet op kosteneffectieve, schaalbare maatregelen voor CO₂-reductie.

Beschrijving van de beoogde besteding De gemeente Amsterdam stelt een subsidieregeling open voor lokale partijen die actief zijn op het gebied van energiebesparing bij huishoudens in energiearmoede. Met de subsidieregeling ondersteunen we lokale partijen met hun activiteiten op het gebied van bestrijding energiearmoede. Eén van de activiteiten die hierbij kan worden uitgevoerd is waterzijdig inregelen van CVinstallaties. Deze relatief eenvoudige technische maatregel kan zonder grote ingrepen worden uitgevoerd en levert vrijwel direct een besparing op het gasverbruik op. Op basis van ervaringen in andere steden wordt uitgegaan van een gemiddelde besparing van 1015% per woning. Het voorstel is om €750.000,- uit het klimaatfonds toe te voegen aan het subsidieplafond van de subsidieregeling GBEA 2025. Deze regeling heeft tot doel het tegengaan van energiearmoede in de gemeente Amsterdam door het stimuleren van gebiedsgerichte activiteiten van lokale initiatieven. Specifiek voor de bijdrage vanuit het klimaatfonds kunnen partijen subsidie aanvragen voor gericht op het beter instellen van de

1/6

verwarmingsinstallatie van een huishouden. (Artikel 4, lid 2). Ook is de bijdrage vanuit het klimaatfonds specifiek gekoppeld aan één van de subsidieplafonds (Artikel 5, lid 1a). Zie voor verdere toelichting de concept subsidieregeling (bijlage I) Kwaliteitscriteria Hieronder wordt de aanvraag getoetst aan de zeven kwaliteitscriteria uit het kader van het Klimaatfonds. i.

Past binnen het doel van het fonds

De voorgestelde besteding draagt direct bij aan het doel van het Klimaatfonds: het ondersteunen van investeringen in de stad die bijdragen aan een rechtvaardige transitie naar een klimaatneutraal en aardgasvrij Amsterdam. Aanvragers van de subsidie – lokale partijen – richten zich op het uitvoeren van maatregelen bij huishoudens die te maken hebben met energiearmoede. Door middel van waterzijdig inregelen wordt het gasverbruik bij deze doelgroep structureel verlaagd. De regeling draagt daarmee bij aan zowel CO₂reductie als het verlagen van de energierekening voor huishoudens in energiearmoede. ii.

Binnen de gemeentegrenzen

De subsidieregeling wordt uitsluitend opengesteld voor maatregelen die worden uitgevoerd binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam. De betrokken huishoudens bevinden zich allen in de stad, en ook de uitvoerende partijen zijn lokaal geworteld. iii.

Past binnen het bestedingsperspectief

In het bestedingsperspectief van het Klimaatfonds is specifiek opgenomen dat de gemeente inzet op het duurzamer instellen van warmte-installaties als kosteneffectieve maatregel voor CO₂-reductie. Het waterzijdig inregelen van Cv-installaties sluit hier direct op aan. iv.

Cijfermatige bijdrage aan de doelen van het fonds

Hieronder is onderbouwd hoe de bijdrage aan de doelen van het klimaatfonds is berekend. Samengevat komen we tot de volgende cijfers:

De CO2prijs uit de toepassingsregel van de Nota beoordeling investeringsvraagstukken is €448,Hieronder een uitgebreide onderbouwing van bovenstaande cijfers.

2/6

De berekening is gebaseerd op onderstaande kentallen: -

Inzet middelen Klimaatfonds: €750.000,-

-

CO2-prijs1: €448 per ton CO2

-

Gasverbruik: 800 m³ per woning per jaar (gemiddelde voor Amsterdam)

-

Besparing: 10% tot 15% op het gasverbruik per jaar. Dit is gebaseerd op de volgende bronnen: o

Nationaal Programma Lokale Warmtenetten

o

Installatie.nl

o

HIER

o

Consumentenbond

-

Emissiefactor aardgas: 1,88 kg CO₂ per m³ gas2

-

Levensduur van de maatregel: 5 tot 10 jaar. Hier is een aanname voor gedaan. De maatregelen worden gedaan in woningen waar de Cv-installaties mogelijk moeten worden vervangen.

Vervolgens is dit als volgt berekend: Stap 1: CO₂-reductie per woning per jaar Afhankelijk van de gerealiseerde besparing van de maatregel en de levensduur van de Cvinstallaties waarop de maatregel wordt toegepast levert dit de reductie op uit onderstaande tabel.

Stap 2: Berekening van de klimaatwaarde (euro per ton CO₂) Vervolgens is berekend wat de klimaatwaarde van de maatregel kan zijn. Hierbij zijn een 4tal scenario’s gehanteerd. De totale CO2 reductie van deze scenario’s is opgenomen in onderstaande tabel. Vervolgens is berekend hoeveel deze CO2 kost, door het subsidiebedrag van €750.000,- te delen door de totale CO2-reductie.

1 Toepassingsregel duurzame investering bij Nota Beoordeling Investeringsvraagstukken 2 Toepassingsregel duurzame investering bij Nota Beoordeling Investeringsvraagstukken

3/6

Naast de directe klimaatimpact wordt door middel van monitoring ook gewerkt aan beleidsmatig onderbouwde kennis over de maatregel. v.

Dekking uit reguliere planning of bijdragen derden

Er is geen sprake van financiering via reguliere gemeentelijke investeringsprogramma’s of bijdragen van derden. Het is een zelfstandige regeling gericht op een doelgroep waarvoor geen rendabele businesscase of reguliere dekking beschikbaar is. Ook wordt geen eigen bijdrage gevraagd van bewoners, vanwege het inkomensprofiel van de doelgroep. vi.

Financieel instrumentarium en beleidskaders

Het instrument dat wordt toegepast is de subsidieregeling Gebiedsgerichter Bestrijding Energiearmoede 2025. Hierop is de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 van toepassing (beleidskaders). Het valt binnen het reguliere subsidie- en financieel beleid van de gemeente. Doordat het gaat om een bijdrage aan subsidieregeling die toch al wordt ontwikkeld geldt voor deze aanvraag dat er geen additionele kosten voor de ontwikkeling van dit instrument.

vii.

Risico’s en beheersmaatregelen

Onvoldoende aanvragen door lokale partijen Er bestaat een risico dat het aantal subsidieaanvragen achterblijft bij de verwachtingen, bijvoorbeeld vanwege gebrek aan capaciteit of onvoldoende bekendheid met de regeling. Beheersmaatregelen: 

Actieve werving van lokale partijen via bestaande netwerken (bijvoorbeeld via bewonersinitiatieven, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties).

Duidelijke communicatiecampagne gericht op uitvoerende partijen, met heldere toelichting van voorwaarden en ondersteuning bij de aanvraag.

We hebben reeds gesprekken gevoerd met meerdere lokale partijen die deze werkzaamheden kunnen uitvoeren. Zij hebben aangegeven concrete aanvragen te zullen indienen zodra de regeling beschikbaar is. Dit verkleint het risico op een lage deelname.

4/6

Afhankelijkheid van woningeigenaren of installatieverantwoordelijken In veel gevallen is de CV-installatie geen eigendom van de bewoner maar van een verhuurder of woningcorporatie. Medewerking van deze partijen is cruciaal. Beheersmaatregelen: 

Tijdige afstemming met woningcorporaties en grotere particuliere verhuurders.

Samenwerking stimuleren tussen aanvragers en verhuurders bij het indienen van aanvragen.

Mogelijkheid voor aanvragers om deze samenwerking in hun aanvraagplan mee te nemen.

Beperkte bereidheid onder bewoners Bewoners kunnen terughoudend zijn om technische maatregelen aan hun installatie toe te laten, bijvoorbeeld door onbekendheid of wantrouwen. Beheersmaatregelen: 

Inzet op laagdrempelige communicatie en werving via bekende organisaties in de buurt.

Duidelijke uitleg over de voordelen van waterzijdig inregelen (comfort en lagere energiekosten).

Ondersteuning voor aanvragers in bewonerscommunicatie en -begeleiding

Uitgangspunten Klimaatfonds 1. Bereik maximaal resultaat voor de ingezette euro (kostenefficiëntie) Waterzijdig inregelen is een relatief goedkope maatregel die zonder grootschalige verbouwingen uitgevoerd kan worden. Bij uitvoering in 1.000 tot 1.500 woningen levert een investering van €750.000 een totale reductie op van 752 tot 3.384 ton CO₂, wat neerkomt op een CO2-prijs van €997 tot €222 per vermeden ton CO₂. De CO2-prijs uit de toepassingsregel van de Nota beoordeling investeringsvraagstukken is €448,-. De kostenefficiëntie van waterzijdig inregelen is dus sterk afhankelijk van de resultaten die bereikt worden in de uitvoering. Daarnaast levert het toepassen van deze maatregel waardevolle informatie op voor het eventueel opschalen van deze activiteit in Amsterdam. 2.

Kies voor een lerende, adaptieve strategie

Met het uitvoeren van de activiteiten wordt inzicht verkregen in de werkelijke besparing, uitvoerbaarheid, acceptatie door bewoners en uitvoeringspraktijk in Amsterdam.

5/6

Daarmee draagt het bij aan het onderbouwen van toekomstige keuzes op het gebied van kleinschalige technische maatregelen. De regeling stimuleert bovendien dat ervaringen en resultaten gedeeld worden binnen het stedelijk netwerk. 3. Maak onderscheid tussen financiering en bekostiging De maatregel richt zich op een doelgroep die niet beschikt over de financiële ruimte om dergelijke technische ingrepen zelf te bekostigen, en voor wie een zakelijke businesscase ontbreekt. Daarmee valt deze besteding duidelijk in de categorie publieke bekostiging. Het Klimaatfonds wordt in deze regeling ingezet om de maatschappelijke meerwaarde van een CO₂-besparende maatregel te realiseren die niet via reguliere marktmechanismen tot stand komt. 4.

Zorg voor een vliegwiel met gemeentelijke investeringen

Hoewel het voorstel niet leunt op cofinanciering, stimuleert de regeling lokale uitvoeringscapaciteit bij lokale partijen. Door deze partijen in positie te brengen, wordt bijgedragen aan het organiserend vermogen in de stad. De opgebouwde kennis en ervaring kunnen bij latere opschaling breder benut worden. 5. De transitie moet financieel rechtvaardig zijn De regeling richt zich op huishoudens die te maken met energiearmoede. Met waterzijdig inregelen worden deze huishoudens geholpen bij het betaalbaar maken van hun energierekening in afwachting van een duurzaam alternatief.

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15876791/1