Bijlage gevraagd en ongevraagde SD adviezen gebundeld versie nov 2024 (1)
Tekst van het document
Er zijn grote groepen bewoners die zich veel zorgen maken op de komst van windturbines in de Gaasperplas. Dit bleek ook tijdens de bijeenkomst die is georganiseerd door o.a. bewoners en uit de bijdragen die de insprekers deden tijdens de vergadering van de stadsdeelcommissie op 11 juni. Het dagelijks bestuur adviseert om de Zuidoostelijke oever van de Gaasperplas uit te sluiten als voorkeursalternatief omdat: A. In het gebied veel wordt geïnvesteerd in de recreatie en ecologische waarde van het gebied. Het gebied wordt verder doorontwikkeld tot een goed bereikbaar, hoogwaardig en groen recreatiegebied voor Amsterdammers. Gaasperplas heeft een toekomstplan waarbij recreatie en ecologie voorop staan. Gaasperplas is een recreatiegebied dat intensief gebruikt wordt door bewoners maar ook door de rest van de Amsterdammers en de omgeving. Het plaatsen van een windturbine doet afbreuk aan de recreatiewaarde van het gebied; B. Het plaatsen van een windturbine op de Zuidoostelijke oever van de Gaasperplas kan een nadelige invloed hebben op de parkbeleving van het gebied rondom de plas (i.v.m. uitzicht en geluidhinder). Dit is strijdig met de ambitie om het Gaasperpark te verbeteren (Toekomstplan Gaasperpark) en met de ambitie van een groen- blauwe hotspot (omgevingsvisie); 21
C. In Zuidoost wonen kwetsbare groepen die vaak vlak bij elkaar wonen in kwetsbare wijken. Het voorkeursgebied Gaasperplas grenst aan zo’n kwetsbare wijk. Deze kwetsbare groepen hebben vaak niet veel te besteden. Naast financiële problematiek speelt er vaak nog veel meer achter de voordeur. Het is voor deze groep extra belangrijk om fijn te kunnen recreëren en zich te kunnen onttrekken aan de dagelijkse hectiek van een kwetsbaar bestaan. Het plaatsen van een windturbine zal afbreuk doen aan de kwaliteit van recreatie en een nadelige invloed op de ontspanningsmogelijkheid van de bewoners kunnen hebben; D. Wij waarderen dat er met alle zorg naar de gekozen gebieden is gekeken. Wel maakt het dagelijks bestuur zich zorgen als het gaat om dit aangewezen gebied gezien het zeer slecht wordt beoordeeld op het aspect leefomgeving. Dit heeft te maken met de grote aantallen woningen in de nabijheid; E. Bij plaatsing van een windturbine ter hoogte van de Zuidoostelijke oever Gaasperplas kan dit beperking hebben op de beoogde toekomstige woningbouw. In ieder geval het Oostelijke deel van de toekomstige woningbouwlocatie; F. Gaasperplas wordt op grond van de gedane onderzoeken zeer negatief beoordeeld. Dezelfde conclusie wordt ook getrokken in het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA). Desondanks wordt er gesproken van “optimalisatie en compensatie”.
Het is onduidelijk wat dit betekent, hoe dit vorm zou moeten krijgen en waarom er toch wordt gekozen om een deel van het Gaasperplas alsnog aan te wijzen; G. Als laatste blijft uit hoe verschillende onderzochte aspecten tegen elkaar gewogen worden en hoe aanvaardbaar de verschillende risico’s zijn. Weesperkarspel Het programma beschrijft in dit gebied één windturbine met een tiphoogte van 211m. Ten Noorden van Gein (en aan de Valburgdreef) is een nieuwe gemengde stadsbuurt beoogd. Het dagelijks bestuur wil daarom met klem verzoeken om goed na te gaan hoe en of een windturbine eventueel geplaatst kan worden zonder dat de geplande woningbouw daar enige hinder van ondervindt. De turbine mag geen afbreuk doen aan komst van (toekomstige) woningbouw en het woonplezier. Daarnaast nog de opmerking dat de omgevingsimpact ook zwaar weegt voor dit bijzondere gebied. Het dagelijks bestuur ziet graag een uitgebreide analyse van milieu-impact en de te nemen mitigerende maatregelen om negatieve effecten op de natuur en het landschap te minimaliseren. Een eventuele turbine heeft een grote impact op het landschapsgezicht. Als laatste wil het dagelijks bestuurde nadelige effecten van slagschaduw beperken.
Het dagelijks bestuur begrijpt uit de onderzoeken dat het gaat over 1 uur per jaar slagschaduw, het advies van het dagelijks bestuur is dat er de mogelijkheid is om voor deze periode de turbine uit te zetten. Diemerscheg: Zoals benoemd in het PWA is er sprake van belangrijke landschappelijke verbindingen, gelegen in het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) en de ecologische structuur van Amsterdam. Het spreekt voor zich dat hiermee zuinig moet worden omgegaan en dat bij voorkeur juist wordt ingezet op het versterken en uitbreiden van de landschappelijke verbinding. Daarnaast wil het dagelijks bestuur aankaarten dat uit eerdere projecten en onderzoeken langs het Amsterdam-Rijnkanaal een vleermuizenroute loopt die mogelijk nadelig beïnvloed kan worden met de realisatie van de windturbines. Het PWA beschrijft dat betreffende zoekgebied het minste effect op geluid heeft in vergelijking met andere zoekgebieden. Dit komt door grote afstand tot woningbouw. Wél een kritische noot met betrekking tot de afstand van de volkstuinparken Frankendael en Linnaeus, waarvoor geen rekening is gehouden met de impact op de recreatie in deze parken. Hoewel dit geen bestemming wonen maar recreatie betreft, gaat het hier om recreatiewoningen waar van april tot oktober veel bewoners overnachten en recreëren in hun tuin.
Het advies is hier rekening mee te houden in relatie tot de milieu en gezondheidsaspecten en daarom de afstand tot de windturbines te 22
vergroten. Knooppunt Holendrecht: In het plan-MER is dit zoekgebied nabij knooppunt Holendrecht gunstig beoordeeld wat betreft (geluid) hinder, onder andere vanwege de grote afstand tot woningen. Het dagelijks bestuur ziet daarom voor dit gebied geen bezwaren. Het dagelijks bestuur beschouwt deze locatie als een betere locatie voor de opwekking van windenergie en ziet dit als een duidelijke kans om bij te dragen aan de duurzame toekomst van Amsterdam. Het dagelijks bestuur is ervan overtuigd dat de plaatsing van windturbines in dit gebied de potentie heeft een positieve impact te maken op zowel de lokale gemeenschap als op de bredere doelstellingen van de stad in het kader van de energietransitie. Juist op deze plek kunnen we een belangrijke stap zetten richting een groene en duurzame toekomst. Sociale aspecten: Naast het Havengebied is Zuidoost het enige stadsdeel waar het college ruimte ziet om windturbines te ontwikkelen. Dat betekent dat Zuidoost het enige stadsdeel is waar mogelijk windturbines worden geplaatst vlakbij dichtbebouwd woongebied. De voorkeursgebieden in Zuidoost scoren op alle drie de onderzochte aspecten uit het rapport van de Antea groep (sociaaleconomische aspecten, ervaren woonomgeving en leefsituatie) sterk onder gemiddeld. Dit baart de bewoners grote zorgen.
Voor de bewoners is het niet duidelijk genoeg hoe een aantal voorkeurszoekgebieden in Zuidoost landen terwijl de scores op de sociale aspecten sterk onder gemiddeld zijn. Andere zoekgebieden binnen de gemeente zijn juist onvoldoende beschouwd omwille van (sociaal) kwetsbare buurten. De conclusie die daaruit voortkomt is dat sociale aspecten minder sterk wegen dan de onderzochte milieueffecten voor Zuidoost. Zuidoost is een sterk sociaal stadsdeel waar veel kwetsbare groepen wonen met meervoudige complexe problematiek. Als het college besluit dat er windturbines op de aangewezen plekken komen dan is het noodzakelijk dat deze windturbines een positieve bijdrage gaan leveren aan het stadsdeel en de huidige (sociale) leefsituatie zullen verbeteren en niet verslechteren. Daarnaast adviseren wij om op een ruimhartige en ambitieuze manier in te zetten op compensatie natuur Financiële) participatie en coöperaties: Bij de eventuele komst van de windturbines vindt het dagelijks bestuur het belangrijk dat de inwoners (en vooral omwonenden) voordeel halen uit de realisatie van de windturbines. Ook moet de eventuele komst van de windturbines bijdragen aan het ontwikkelen van het gemeenschapsgevoel in het stadsdeel. Dit kan onder andere door het coöperatief ontwikkelen van de turbines.
Uit het advies over financiële participatie staat dat de gemeente zich als doel heeft gesteld om lokaal eigendom van duurzame energie te stimuleren. Vervolgens staat er dat het ondergeschikt is aan het doel om de energietransitie mogelijk te maken. Het liefst ziet het dagelijks bestuur dat de gemeente Amsterdam de bewoners helpt met de realisatie van windturbines in coöperatieve vorm. Hiervoor stelt het dagelijks bestuur de volgende uitgangspunten: • Een goed participatieproces voor bewoners rondom het (zelf)ontwikkelen van de windturbines; • Een breed aanbod aan trainingen en workshops om de kennis van duurzame energie onder de bewoners te vergroten en hen bewust te maken van de voordelen van het project en de energietransitie; • Een proactieve benadering van de gemeente Amsterdam om bewoners te ondersteunen in het vormen van coöperaties of andere entiteiten om de turbines te ontwikkelen i.h.k.v. community wealth building; • Nauwe ambtelijke en bestuurlijke betrokkenheid van stadsdeel Zuidoost bij het selecteren van (bewoners)initiatieven die mogelijk de turbines willen ontwikkelen; 23
• •
• • •
•
Inwoners van Zuidoost moeten als eerst de mogelijkheid krijgen om zelf de windturbines te ontwikkelen voordat ontwikkeling door andere (markt)partijen wordt verkend; Een initiatief moet bij voorkeur 100% bestaan uit inwoners van Zuidoost; o Het streven is naar 100% lokaal eigendom, het dagelijks bestuur vindt dat dit ook dan het streven moet zijn. Het is dan juist belangrijk om niet te tenderen (aan andere (markt) partijen) maar de ontwikkelingen samen met de bewoners te ondernemen. De borging van de diversiteit die in Zuidoost aanwezig is moet ook (deels) terugkeren in de samenstelling van het (bewoners)initiatief dat een windturbine wil ontwikkelen; De borging voor inclusiviteit, zodat ook kwetsbare en minderdraagkrachtige bewoners kunnen participeren en profiteren; Als het niet mogelijk is om initiatieven/ coöperaties te vormen met 100% inwoners van Zuidoost is het dagelijks bestuur van mening dat geprobeerd moet worden om minimaal 51% uit inwoners te laten bestaan; Te allen tijde is het belangrijk dat er minstens een financiële deelneming of een andere nader te bepalen (financiële) regeling voor omwonenden is.
Graag ontvangen wij meer duidelijkheid over de afname van de energie die geproduceerd zal worden. Het dagelijks bestuur vindt het moeilijk uit te leggen aan bewoners als een bijzonder groot deel van de op te wekken energie afgeleverd zal worden aan bijvoorbeeld een datacenter. Indien dat wel te verwachten is, moeten bewoners en het stadsdeel hiervan op de hoogte zijn om dit te kunnen betrekken in onze toekomstige gesprekken en afwegingen. Gezien ervaringen, elders in het land, is het noodzakelijk de positie van de gemeente en bewoners in een vroeg stadium juridisch sterk te maken. Op het moment dat de windturbines overlast veroorzaken - terwijl dat volgens uw berekeningen niet op die manier had gemogen - moeten wij als overheid daar op kunnen handhaven. Ongeacht juridische en contractuele afspraken. Kortom: juridische, contractuele en andere belangen mogen niet gesteld worden boven onvoorziene situaties die het belang schaden van bewoners, de natuur en de lokale overheid. Mogelijke jarenlange onzekerheid over de plaatsing van windmolens in de haven of in Zuidoost is problematisch. Het jarenlang niet weten waar ze precies komen zal zorgen voor voortdurende onrust onder de bewoners. Het dagelijks bestuur dringt er bij het college op aan hier rekening mee te houden.
Daarnaast roept het dagelijks bestuur op om te bekijken hoe het nemen van een definitieve beslissing versneld kan worden: een go/ no-go-moment met betrekking tot Zuidoost. Een lange periode van onduidelijkheid en onzekerheid schaadt het vertrouwen in de overheid. Ongeacht de noodzaak om de klimaatdoelstellingen te halen, hebben we ernstig rekening te houden met de impact van deze onzekerheid op de gemeenschap. Communicatie: Tot slot vraagt het dagelijks bestuur het college om de stadsdeelcommunicatie Zuidoost in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken bij - en volwaardig onderdeel te laten zijn van - de ontwikkeling van een opvolgende stedelijke RES-communicatiestrategie voor de periode na de definitieve besluitvorming over de aangewezen gebieden in Amsterdam Zuidoost en de daadwerkelijke ontwikkeling van windenergie in het stadsdeel. Een stevige inbreng en bredere inzet van stadsdeelcommunicatie, ook op inhoudelijk-strategisch gebied, sluit niet alleen beter aan bij de specifieke behoeften en dagelijkse belevingswereld van bewoners in het stadsdeel, maar ook bij de visie van het dagelijks bestuur om samen met de gemeenschap te participeren in gedeelde trajecten van verkenning, ontwikkeling en besluitvorming op het gebied van windenergie. Het stadsdeelcommunicatieteam heeft de kennis en kunde in huis die een dergelijke specialistische 24
communicatieaanpak vereist. Met inachtneming van al het bovenstaande ondersteunt het dagelijks bestuur de ambitie om ook met windenergie bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB Advies stadsdeelcommissie Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030 In het pre-advies van het DB herkennen we veel van onze bezwaren, met name de manier hoe door het college de consequenties van plaatsing van windturbines zijn afgewogen, welk aspect meer impact heeft op het ander en waardoor er keuzes zijn gemaakt. Het afwegingskader (‘Signalen uit de stad’) geeft ons geen duidelijk beeld waarop het voorstel van de gemeente is gebaseerd. Voordat we ingaan op de vier genoemde voorkeurszoekgebieden is het belangrijk na te gaan wat de ‘maatschappelijke kosten’ zullen zijn van windturbines plaatsen in de zoekgebieden. Nederland heeft een opdracht als het gaat om de energietransitie. Dat besef is in Amsterdam Zuidoost volop aanwezig. Zie de grote hoeveelheid installaties zonnepanelen, de initiatieven om woningen te isoleren en ook in te zetten op minder verbruik van welke vorm van energie dan ook. Ook de inzet van maatschappelijke organisaties wordt erg gewaardeerd. Meewerken in Zuidoost aan de energietransitie is vanzelfsprekend. In de toekomst kan niet langer (volledig) in de energiebehoefte worden voorzien met verbruik van fossiele brandstoffen.
Windenergie is een alternatieve bron nu een windturbine, met de huidige techniek, veelal rendabel is in kosten en over de totale technische levensduur een veel gunstiger CO2 footprint heeft dan de verschillende fossiele alternatieven. Dat betekent niet dat windturbines daarmee zomaar overal neergezet zouden moeten worden of zelfs maar neergezet zouden kunnen worden. Er moet reëel gesproken worden of er fysieke ruimten bestaan om windturbines zonder negatieve impact op mens en omgeving, flora en fauna, te kunnen plaatsen. Zo een ruimte bestaat in het zoekgebied Zuidoost nog niet eens bij benadering. Natuurlijk is snelle realisering van de energietransitie naar een duurzaam energiesysteem van ‘levensbelang’, maar tegen welke prijs. De grote vraag daarbij is welke gezondheidsrisico’s het gevolg (kunnen) zijn van plaatsing van de windturbines dicht bij woningen. Er wordt door de overheid regelmatig gesteld dat zij geen “onaanvaardbare risico’s” zal nemen (herhaald in het pre-advies van het DB), daarentegen geeft men niet in concrete gegevens aan welke risico’s zij wel aanvaardbaar acht. Er wordt voor de gezondheidsrisico’s verwezen naar RIVM en GGD, zij geven aan dat de te verwachten geluidsoverlast niet zal leiden tot directe gezondheidsproblemen. Hinder is het meest beschreven en bewezen effect van windturbinegeluid.
De hinder die mensen ondervinden van windturbines kan indirect andere gezondheidsklachten veroorzaken. Geluidshinder Het geluid dat windturbines voortbrengen kan als bijzonder hinderlijk door mensen worden ervaren en kan ook daadwerkelijk een negatieve impact op de gezondheid hebben als mensen daardoor een minder goede nachtrust doormaken of anders vaak, ook overdag, een innerlijke onrust beleven. 25
Tegenover de erkende deskundigen van instituten zoals het RIVM en de GGD staan tal van medische, en veelal erkende deskundigen, die aangeven dat geluidsoverlast en in het bijzonder laagfrequent geluid wel tot gezondheidsproblemen kan leiden. De omvang van deze laatstgenoemde groep medici (onder andere em.prof. dr. Jan de Laat en dr. Diederik Gommers) is groot en neemt toe. Er is dus sprake van verschil van visie tussen deskundigen. Daar het hier om gezondheidsrisico’s gaat dient men bij besluitvorming voorzichtig te handelen, m.a.w. hier dient het ‘voorzorgsprincipe’1 gehanteerd te worden. De normering voor geluid van gemiddeld 41 DB (47 DB dag) op de gevels van woningen in de nachturen heeft praktisch weinig betekenis. Het gaat er veel meer om hoe hoog, hoe lang in duur, en hoe frequent de piekbelastingen zijn. Nog afgezien daarvan zou ook een constant volume van 41 DB iemands nachtrust behoorlijk kunnen verstoren. Dit alles wordt in de normering niet meegenomen. Ook het frequentiebereik (aantal Hz), en mogelijke wisselingen in dat bereik, worden ten onrechte niet in de normering meegenomen. Vóór plaatsing van een windturbine worden modellen gemaakt die het uiteindelijke geluidsbeeld zouden moeten voorspellen maar die zijn per definitie weinig accuraat. Er zijn eenvoudig te veel variabelen om zoiets ook maar enigszins nauwkeurig te kunnen berekenen.
Fabrieksopgaven van windturbinebouwers moeten met een grote korrel zout worden genomen. Een goed geluidsbeeld kan eigenlijk pas worden verkregen ná plaatsing van de windturbine, maar dat is natuurlijk een te laat moment. In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is onderzoek verricht door Arcadis om gedeeltelijk invulling te geven aan de op 22 juni 2021 aangenomen motie Erkens/Leijten en aan het in het coalitieakkoord 2021- 2025 opgenomen voornemen om heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens vast te stellen. Van de acht onderzochte landen hebben Nederland, het Vlaamse Gewest van België en het Verenigd Koninkrijk geen landelijke afstandsnorm. Er is geen enkel land dat de hinder van windturbines alleen door middel van een afstandsnorm reguleert, ofschoon het in Polen en de Duitse deelstaat Beieren en Denemarken door de ruime afstandsnorm van 10 x tiphoogte hier effectief wel op neerkomt. In de overige beschouwde landen varieert de afstandsnorm van 300 meter tot 1.100 meter en varieert van 2 x de tiphoogte tot 4 x de tiphoogte. Dit heeft daar, in de meeste gevallen, geleid tot een windturbinewoningafstand tussen windturbine en woningen van minimaal 1.000 meter.In de stadsdeelcommissie Zuidoost is dan ook op 25 juni een advies in stemming gebracht om een minimumafstand van 1.000 meter in Amsterdam te hanteren.
Het advies is met 9 stemmen vóór en met 1 tegenstem aangenomen. Een vergelijking van de geluidsnormen voor windturbines laat zien dat een uniforme benadering ver te zoeken is. Slagschaduw Windturbines kunnen ook andere overlast veroorzaken. In de buurt van een windturbine kan een (bewegende) schaduw ontstaan. Deze slagschaduw kan hinder veroorzaken als de turbine te dicht bij een woning staat. Vooral bij een laagstaande zon is dit een probleem. De schaduw wordt dan langer en bereikt ook woningen die verder weg staan. Het probleem van slagschaduwen wordt ook goed ondervangen in het geval de dichtstbijzijnde woningen op minimaal 1.000 meter van de windturbine staan. Kwetsbaren in Zuidoost Van belang in deze discussie is in ogenschouw te houden dat uit Regiobeeld Amsterdam, Vitaal en Gezond blijkt dat in Zuidoost 50% tot de groep ‘kwetsbaren’ behoort, 28% een slechte gezondheid ervaart, het percentage GGZ gebruikers het hoogste van Amsterdam is, hetgeen ook geldt voor de 26
fysieke gezondheid, het aandeel chronisch zieken 2x hoger is en dat er een verschil in gezonde levensverwachting is van 10 jaar. Gemeente Amsterdam start met haar ‘Gezond en Actief Leven Akkoord’ (GALA) een integraal preventief beleid. Met dit beleid wil zij fors investeren om de grote verschillen tussen de stadsdelen weg te werken. Dit gaat gepaard met forse financiële investeringen. Een prima initiatief maar hoe verhoudt dit zich met gezondheidsrisico's door windturbines dicht bij woningen te plaatsen? Let wel, onze grondwet stelt in artikel 22 dat de overheid maatregelen treft ter bevordering van de volksgezondheid! Uit het gezondheidsonderzoek blijkt ook dat de mentale gezondheid in Zuidoost slecht scoort. Denk bijvoorbeeld aan de vele bewoners die in de ‘overlevingsmodus’ leven. Belangrijk te weten, bij de discussie over gezondheid/gezondheidsrisico’s en het plaatsen van windturbines in belangrijke groengebieden, is de wetenschap dat uit onderzoek blijkt dat groen bijdraagt aan een betere mentale gezondheid. Omdat een groene omgeving uitnodigt om te bewegen en ontspannen, speelt groen een rol bij de vermindering van overgewicht, diabetes type 2, hart- en vaatziekten. Ook zien de onderzoekers een gunstig effect tussen groen en hoe lang mensen leven en de werking van het immuunsysteem. Groen lijkt te zorgen voor een verbeterde nachtrust.
Concentratie, geheugen en leerprestaties verbeteren bij contact met groen, met name bij kinderen. Voor veel bewoners van Zuidoost is het gebied waar mogelijk windturbines geplaatst worden juist het gebied waar zij kunnen creëren en ontspannen. Plaatsing in het groen verstoort ook dit ecosysteem voor gezondheid. Plaatsing van de windturbines in de zoekgebieden in Zuidoost, Gein of omgeving heeft ook grote nadelige gevolgen voor flora en fauna, voor de recreatieve functie van het gebied, de waterhuishouding, en zelfs nadelige gevolgen voor het beheer van het Unesco werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Mensen zullen stellig minder recreatiemogelijkheden krijgen en met zekerheid minder recreatie plezier. Flora en Fauna zullen schade oplopen en die schade zal goeddeels blijvend en onherstelbaar blijken te zijn. Uitgaande van het voorzorgsprincipe is onze conclusie dat, wil het college geen “onaanvaardbare risico’s” nemen, zij: • De strengste norm hanteert voor de afstand woningen - windturbines • Geen windturbines plaatst in, voor de (mentale) gezondheid belangrijke, groene recreatiegebieden. Geen enkel genoemd zoekgebied in Zuidoost is derhalve geschikt voor het plaatsen van windturbines.
Waar dan wel? Nergens in Zuidoost, wel in het westelijk havengebied van Amsterdam Ook al ligt dit buiten de reikwijdte van de stadsdeelcommissie Zuidoost, het westelijk havengebied van Amsterdam lijkt ons een geschikte locatie. Het zou mooi zijn als bewoners, ook die van Zuidoost, zouden kunnen participeren in dit project en daar de economische vruchten van zouden kunnen plukken. 1 Voorzorgsprincipe. Het voorzorgsbeginsel is een benadering van risicomanagement waarbij, als een bepaald beleid of handeling mogelijk schade kan veroorzaken aan de bevolking of het milieu en indien er nog geen wetenschappelijke overeenkomst over de kwestie bestaat, het beleid of de actie in kwestie niet mag worden uitgevoerd. Het voorzorgsprincipe is wereldwijd een belangrijk uitgangspunt in de omgang met de risico’s van nieuwe technologieën. Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders 27
Het dagelijks bestuur bedankt alle bewoners en commissieleden voor hun bijdrage de afgelopen periode. Voorop staat de gezondheid van onze bewoners in het stadsdeel. Hieronder geven wij ons definitieve advies aan het college. Voordat wij hier stapsgewijs op in gaan, wil het dagelijks bestuur het college verzoeken om eerst te onderzoeken of de windturbines geplaatst kunnen worden in het Westelijke havengebied. In het algemeen vindt het stadsdeel een kleiner aantal grote windturbines met meer vermogen preferabel boven een groter aantal kleine windturbines om te plaatsen in de zoekgebieden. Gezondheid: Het stadsdeel vindt het proces dat heeft geleid tot de keuze voor de voorkeursgebieden - welk aspect zwaarder weegt t.a.v. elkaar en waardoor er keuzes zijn gemaakt - niet helder. Het college benoemt dat windturbines geplaatst kunnen worden als er geen “onaanvaardbare risico’s” ontstaan. De vraag die opkomt bij veel bewoners is hoe deze “onaanvaardbare risico’s” gedefinieerd worden en wat hierbij de boven-, en ondergrens is? Er dient een heldere definitie te komen van deze term om tot een goede afweging te komen van waar de windturbines worden geplaatst. Daarnaast pleit het dagelijks bestuur voor aanvullend onderzoek naar gezondheidseffecten. Het RIVM stelt dat in Nederland nog niet zoveel onderzoek is gedaan naar de gezondheidseffecten van windturbinegeluid.
Ook stelt het RIVM dat er voor het nauwkeurig schatten van gezondheidseffecten – en dus ook de afstand tussen turbine en woningen - op een specifieke locatie er meer lokale informatie nodig is via een gezondheidseffectscreening. Het dagelijks bestuur wil daarom dat er voor elk van de voorkeursgebieden (zie onder voor het advies over de voorkeurszoekgebieden) een gezondheidseffectscreening wordt gedaan. Gesteld kan worden dat vaste afstandsnormen niet geschikt zijn, omdat de geluidsproductie afhankelijk is van het type turbine en omgevingsfactoren. Desondanks bemerken wij dat de afstanden die u noemt tot grote onrust leidt, waar wij wel iets mee moeten. Wij verzoeken het college dus breder te kijken dan alleen de geluidsnormen. Kies bij het plaatsen van turbines de grootst mogelijke afstand (ten opzichte van kwetsbare objecten) die mogelijk is, ook al lijken de studies uit te wijzen dat dichterbij niet schadelijk is. Het dagelijks bestuur vindt het van belang dat een dergelijke afstandsnorm niet leidt tot een volledige uitsluiting van het plaatsen van windturbines in Zuidoost. Sociale aspecten: Naast het Havengebied is Zuidoost het enige stadsdeel waar het college ruimte ziet om windturbines te ontwikkelen. Dat betekent dat Zuidoost het enige stadsdeel is waar mogelijk windturbines worden geplaatst vlakbij dichtbebouwd woongebied.
De voorkeursgebieden in Zuidoost scoren op alle drie de onderzochte aspecten uit het rapport van de Antea groep (sociaaleconomische aspecten, ervaren woonomgeving en leefsituatie) sterk onder gemiddeld. Dit baart de bewoners grote zorgen. Voor de bewoners is het niet duidelijk genoeg hoe een aantal voorkeurszoekgebieden in Zuidoost landen terwijl de scores op de sociale aspecten sterk onder gemiddeld zijn. Andere zoekgebieden binnen de gemeente zijn juist onvoldoende beschouwd omwille van (sociaal) kwetsbare buurten. De conclusie die daaruit voortkomt is dat sociale aspecten minder sterk wegen dan de onderzochte milieueffecten voor Zuidoost. Het advies van het dagelijks bestuur is daarom ook om eerst zoveel mogelijk windturbines in het havengebied te plaatsten alvorens er gekeken wordt naar het plaatsten van turbines in Amsterdam Zuidoost. Als het college besluit dat er windturbines op de aangewezen plekken komen dan is het noodzakelijk dat deze windturbines een positieve bijdrage gaan leveren aan het stadsdeel en de huidige (sociale) leefsituatie zullen verbeteren en niet verslechteren. Daarnaast adviseren wij om eerst per zoekgebied aanvullend flora/fauna en UNESCO werelderfgoed onderzoek (Heritage impact assessment) onderzoek te doen, en indien er windturbines worden geplaatst op een ruimhartige en ambitieuze manier in te zetten op compensatie natuur. 28
Advies zoekgebieden: Met inachtneming van het bovenstaande adviseert het dagelijks bestuur het volgende over de aangewezen zoekgebieden: Zuidoostelijke oever Gaasperplas: Ondanks dat er onderzoek is gedaan naar de effecten van windturbines op de omgeving en de bewoners van het gebied zijn er vanuit Zuidoost grote bezwaren op het voorkeursalternatief Zuidoostelijke oever Gaasperplas. Het park Gaasperplas is ruim 40 jaar oud en daarmee is het hoog tijd om het gebied aan te pakken en gereed te maken voor de toekomst. Het wordt een toegankelijk park met goede verbindingen naar andere groene gebieden in de buurt, meer soorten planten en dieren en betere fiets- en wandelpaden. Een plek waar bewoners uit Zuidoost, andere Amsterdammers en inwoners uit de regio fijn kunnen sporten, spelen en ontspannen. Na een intensief participatietraject met bewoners is het ontwerp Vernieuwing Gaasperpark tot stand gekomen. Er zijn grote groepen bewoners die zich veel zorgen maken op de komst van windturbines in de Gaasperplas. Dit bleek ook tijdens de bijeenkomst die is georganiseerd door o.a. bewoners en uit de bijdragen die de insprekers deden tijdens de vergadering van de stadsdeelcommissie op 11 juni. Het dagelijks bestuur adviseert om de Zuidoostelijke oever van de Gaasperplas uit te sluiten als voorkeursalternatief omdat: •
•
•
•
•
•
In het gebied veel wordt geïnvesteerd in de recreatie en ecologische waarde van het gebied. Het gebied wordt verder doorontwikkeld tot een goed bereikbaar, hoogwaardig en groen recreatiegebied voor Amsterdammers. Gaasperplas heeft een toekomstplan waarbij recreatie en ecologie voorop staan. Gaasperplas is een recreatiegebied dat intensief gebruikt wordt door bewoners maar ook door de rest van de Amsterdammers en de omgeving. Het plaatsen van een windturbine doet afbreuk aan de recreatiewaarde van het gebied; Het plaatsen van een windturbine op de Zuidoostelijke oever van de Gaasperplas kan een nadelige invloed hebben op de parkbeleving van het gebied rondom de plas (i.v.m. uitzicht en geluidhinder). Dit is strijdig met de ambitie om het Gaasperpark te verbeteren (Toekomstplan Gaasperpark) en met de ambitie van een groen-blauwe hotspot (omgevingsvisie); In Zuidoost wonen kwetsbare groepen die vaak vlak bij elkaar wonen in kwetsbare wijken. Het voorkeursgebied Gaasperplas grenst aan zo’n kwetsbare wijk. Deze kwetsbare groepen hebben vaak niet veel te besteden. Naast financiële problematiek speelt er vaak nog veel meer achter de voordeur. Het is voor deze groep extra belangrijk om fijn te kunnen recreëren en zich te kunnen onttrekken aan de dagelijkse hectiek van een kwetsbaar bestaan.
Het plaatsen van een windturbine zal afbreuk doen aan de kwaliteit van recreatie en een nadelige invloed op de ontspanningsmogelijkheid van de bewoners kunnen hebben; Wij waarderen dat er met alle zorg naar de gekozen gebieden is gekeken. Wel maakt het dagelijks bestuur zich zorgen als het gaat om dit aangewezen gebied gezien het zeer slecht wordt beoordeeld op het aspect van leefomgeving. Dit heeft te maken met de grote aantallen woningen in de nabijheid; Bij plaatsing van een windturbine ter hoogte van de Zuidoostelijke oever Gaasperplas kan dit beperking hebben op de beoogde toekomstige woningbouw. In ieder geval het Oostelijke deel van de toekomstige woningbouwlocatie; Gaasperplas wordt op grond van de gedane onderzoeken zeer negatief beoordeeld. Dezelfde conclusie wordt ook getrokken in het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA). 29
•
Desondanks wordt er gesproken van “optimalisatie en compensatie”. Het is onduidelijk wat dit betekent, hoe dit vorm zou moeten krijgen en waarom er toch wordt gekozen om een deel van het Gaasperplas alsnog aan te wijzen; Als laatste blijft uit hoe verschillende onderzochte aspecten tegen elkaar gewogen worden en hoe aanvaardbaar de verschillende risico’s zijn.
Weesperkarspel: Het programma beschrijft in dit gebied één windturbine met een tiphoogte van 211m. Het dagelijks bestuur wil dat er eerst een aanvullende gezondheidseffectscreening wordt gedaan voordat er een beslissing wordt genomen voor het plaatsen van een eventuele windturbine. Ongeacht de uitkomsten van de screening bestaan er de volgende bezwaren tegen dit zoekgebied. Ten Noorden van Gein (en aan de Valburgdreef) is een nieuwe gemengde stadsbuurt beoogd. Het dagelijks bestuur wil daarom met klem verzoeken om goed na te gaan hoe en of een windturbine eventueel geplaatst kan worden zonder dat de geplande woningbouw daar enige ernstige hinder van ondervindt. De turbine mag geen afbreuk doen aan komst van (toekomstige) woningbouw en het woonplezier. Daarnaast nog de opmerking dat de omgevingsimpact ook zwaar weegt voor dit bijzondere gebied. Het dagelijks bestuur ziet graag een uitgebreide analyse van milieu-impact en de te nemen mitigerende maatregelen om negatieve effecten op de natuur en het landschap te minimaliseren. Een eventuele turbine heeft een grote impact op het landschapsgezicht. Als laatste wil het dagelijks bestuurde nadelige effecten van slagschaduw beperken.
Het dagelijks bestuur begrijpt uit de onderzoeken dat het gaat over 1 uur per jaar slagschaduw, het advies van het dagelijks bestuur is dat er de mogelijkheid is om voor deze periode de turbine uit te zetten. Dit gebied grenst aan de provincie Utrecht/ gemeente De Ronde Venen. Daarom adviseert het dagelijks bestuur het college om hierover ook in gesprek te tegen met de provincie Utrecht. Het advies is om zoveel mogelijk afstand te houden van de woningen. Het advies is tevens om een UNESCO werelderfgoed onderzoek (Heritage impact assessment) onderzoek te doen in dit gebied. Diemerscheg: Evenals bij Weesperkarspel wil het dagelijks bestuur dat er eerst een gezondheidseffectscreening wordt gedaan voordat er een beslissing wordt genomen over het plaatsen van een eventuele windturbine. Ongeacht de uitkomsten van de screening zijn er al een aantal bezwaren. Zoals benoemd in het PWA is er sprake van belangrijke landschappelijke verbindingen, gelegen in het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) en de ecologische structuur van Amsterdam. Het spreekt voor zich dat hiermee zuinig moet worden omgegaan en dat bij voorkeur juist wordt ingezet op het versterken en uitbreiden van de landschappelijke verbinding.
Daarnaast wil het dagelijks bestuur aankaarten dat uit eerdere projecten en onderzoeken langs het Amsterdam-Rijnkanaal een vleermuizenroute loopt die mogelijk nadelig beïnvloed kan worden met de realisatie van de windturbines. Het MER heeft in het gebied vier windturbines als voorbeeldopstelling ingepast. Het dagelijks bestuur pleit om de potentiële locatie die het dichts bij de volkstuinparken ligt te verwijderen uit het voorkeursgebied. Rekening moet worden gehouden met de volkstuinparken Frankendael en Linnaeus vanwege de impact op de recreatie in deze parken. Hoewel dit geen bestemming wonen maar recreatie betreft, gaat het hier om recreatiewoningen waar van april tot oktober veel bewoners overnachten en recreëren in hun tuin. Het advies is hier rekening mee te houden in relatie tot de milieu en gezondheidsaspecten en om zoveel afstand als mogelijk te houden. Er wordt dus gevraagd breder te kijken dan de geluidsnormen alleen. Het dagelijks bestuur adviseert goed te overleggen met omliggende gemeenten. Knooppunt Holendrecht: 30
Het dagelijks bestuur wil dat er eerst gezondheidseffectscreening wordt gedaan voordat er een beslissing wordt genomen over het plaatsen van een eventuele windturbine. In het plan-MER is dit zoekgebied nabij knooppunt Holendrecht gunstig beoordeeld wat betreft (geluid)hinder, onder andere vanwege de grotere afstand tot woningen. Het dagelijks bestuur beschouwt deze locatie als een betere locatie voor de opwekking van windenergie en ziet dit als een duidelijke kans om bij te dragen aan de duurzame toekomst van Amsterdam. Het dagelijks bestuur is ervan overtuigd dat de plaatsing van windturbines in dit gebied de potentie heeft een positieve impact te maken op zowel de lokale gemeenschap als op de bredere doelstellingen van de stad in het kader van de energietransitie. Juist op deze plek kunnen we een belangrijke stap zetten richting een groene en duurzame toekomst. Het dagelijks bestuur adviseert goed te overleggen met omliggende gemeente(n) zoals Abcoude (De Ronde Venen). (Financiële) participatie en coöperaties: Bij de eventuele komst van de windturbines vindt het dagelijks bestuur het essentieel dat de inwoners (en vooral omwonenden) voordeel halen uit de realisatie van de windturbines. Ook moet de eventuele komst van de windturbines bijdragen aan het ontwikkelen van het gemeenschapsgevoel in het stadsdeel.
Dit kan onder andere door het coöperatief ontwikkelen van de turbines. Uit het advies over financiële participatie staat dat de gemeente zich als doel heeft gesteld om lokaal eigendom van duurzame energie te stimuleren. Vervolgens staat er dat het ondergeschikt is aan het doel om de energietransitie mogelijk te maken. Het liefst ziet het dagelijks bestuur dat de gemeente Amsterdam de bewoners helpt met de realisatie van windturbines in coöperatieve vorm. Hiervoor stelt het dagelijks bestuur de volgende uitgangspunten: • Een goed participatieproces voor bewoners rondom het (zelf)ontwikkelen van de windturbines; • Een breed aanbod aan trainingen en workshops om de kennis van duurzame energie onder de bewoners te vergroten en hen bewust te maken van de voordelen van het project en de energietransitie; • Een proactieve benadering van de gemeente Amsterdam om bewoners te ondersteunen in het vormen van coöperaties of andere entiteiten om de turbines te ontwikkelen i.h.k.v.
community wealth building; • Nauwe ambtelijke en bestuurlijke betrokkenheid van stadsdeel Zuidoost bij het selecteren van (bewoners)initiatieven die mogelijk de turbines willen ontwikkelen; • Inwoners van Zuidoost moeten als eerst de mogelijkheid krijgen om zelf de windturbines te ontwikkelen voordat ontwikkeling door andere (markt)partijen wordt verkend; • Een initiatief moet bij voorkeur 100% bestaan uit inwoners van Zuidoost; • Het streven is 100% lokaal eigendom, zo vindt ook het dagelijks bestuur. Het is dan juist belangrijk om niet te tenderen (aan andere (markt) partijen) maar de ontwikkelingen samen met de bewoners te ondernemen; • De diversiteit die in Zuidoost aanwezig is moet ook terugkeren in de samenstelling van het (bewoners)initiatief dat een windturbine wil ontwikkelen; • De borging van inclusiviteit, zodat ook kwetsbare en minderdraagkrachtige bewoners kunnen participeren en profiteren; • Als het niet mogelijk is om initiatieven/coöperaties te vormen met 100% inwoners van Zuidoost is het dagelijks bestuur van mening dat geprobeerd moet worden om minimaal 51% uit inwoners te laten bestaan; • Te allen tijde is het belangrijk dat er minstens een financiële deelneming of een andere nader te bepalen (financiële) regeling voor omwonenden is. 31
Communicatie: Omtrent communicatie vraagt het dagelijks bestuur het college om de afdeling communicatie van Zuidoost in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken bij - en volwaardig onderdeel te laten zijn van - de ontwikkeling van een opvolgende stedelijke RES-communicatiestrategie voor de periode na de definitieve besluitvorming over de aangewezen gebieden in Amsterdam Zuidoost en de daadwerkelijke ontwikkeling van windenergie in het stadsdeel. Een stevige inbreng en bredere inzet van afdeling communicatie, ook op inhoudelijk-strategisch gebied, sluit niet alleen beter aan bij de specifieke behoeften en dagelijkse belevingswereld van bewoners in het stadsdeel, maar ook bij de visie van het dagelijks bestuur om samen met de gemeenschap te participeren in gedeelde trajecten van verkenning, ontwikkeling en besluitvorming op het gebied van windenergie. Het dagelijks bestuur constateert dat er vanuit bewoners behoefte is aan een meertalige communicatie. Het communicatieteam van Zuidoost heeft de kennis en kunde in huis die een dergelijke specialistische communicatieaanpak vereist. Als laatste punten vindt het dagelijks bestuur het noodzakelijk de positie van de gemeente en bewoners in een vroeg stadium juridisch sterk te maken.
Op het moment dat de windturbines overlast veroorzaken terwijl dat volgens uw berekeningen niet op die manier had gemogen - moeten wij als overheid daar op kunnen handhaven. Bewoners moeten worden betrokken bij de contractuele afspraken zodat niet alleen rekenmodellen leidend zijn voor de afspraken die gemaakt wordend omtrent hinder (zoals bijvoorbeeld geluid). Mogelijke jarenlange onzekerheid over de plaatsing van windmolens in de haven of in Zuidoost is problematisch. Het jarenlang niet weten waar ze precies komen, zal zorgen voor voortdurende onrust onder de bewoners. Het dagelijks bestuur dringt er bij het college op aan hier rekening mee te houden. Daarnaast roept het dagelijks bestuur op om te bekijken hoe het nemen van een definitieve beslissing versneld kan worden: een go/ no-go-moment met betrekking tot Zuidoost. Een lange periode van onduidelijkheid en onzekerheid schaadt het vertrouwen in de overheid. Ongeacht de noodzaak om de klimaatdoelstellingen te halen, hebben we ernstig rekening te houden met de impact van deze onzekerheid op de gemeenschap. Met inachtneming van al het bovenstaande ondersteunt het dagelijks bestuur de ambitie om ook met windenergie bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen.
C.2 Gevraagd advies Stadsdeel Oost Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur stadsdeel Oost Invullen door directie Ruimte en Duurzaamheid: Onderwerp Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030. adviesaanvraag: Portefeuille: Duurzaamheid Directie: R&D/ afdeling Duurzaamheid Datum behandeling staf 22 april 2024 (staf WH vrijgave PWA) WH Datum adviesaanvraag: 14 mei 2024 (collegebesluit vrijgave PWA) 32
x Gemeente x Amsterdam Stemverhouding Stadsdeelcommissie Amsterdam Zuidoost
Agendapunt 8
Minderheidsstandpunt fractie GroenLinks op advies van de stadsdeelcommissie: Ontwerp programma windenergie Amsterdam 2030 Nr. 1
Naam commissielid dhr. G. Owusu
2
dhr. D. Bakker
3
dhr. P. van Eerden
4
dhr. D. Armelita
5
mw. M. Simons
6
mw. C. Esajas
7
dhr. W. van der Kamp
8
dhr. A. Heuvel
9
mw. T.A.M Luqman
10
dhr. M.M. Idsinga
Voor
Tegen
Stemverklaring
Opmerking
9 eS,
ao
Aantal stemmen Het standpunt is met Arlogtroareten / Verworpen
Aldus vastgesteld in de openbare overlegvergadering van de stadsdeelcommissie Zuidoost op 9 juli 2024
er Horst) secretaris
C. Esajas voorzitter
Reactie fractie GroenLinks op het preadvies van het dagelijks bestuur en het advies van stadsdeelcommissie Zuidoost Ontwerpprogramma Windenergie Amsterdam 2030 Net als veel Amsterdammers, geeft ook het Amsterdamse college in het Programma Windenergie Amsterdam (PWA) 2030 de voorkeur aan het Westelijk Havengebied boven andere aangewezen zoekgebieden. Het advies van het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie Zuidoost sluit daarbij aan. Wanneer de restopgave van 27 MW in het geheel in het havengebied kan worden gerealiseerd kunnen andere zoekgebieden afvallen. Van de zoekgebieden buiten het Havengebied zijn alleen die in Amsterdam Zuidoost overgebleven. De fractie GroenLinks plaatst net als het DB en de rest van de stadsdeelcommissie vraagtekens bij de afwegingen die zijn gemaakt om zoekgebieden elders in de stad af te wijzen op gronden die evengoed van toepassing zijn op de aangewezen zoekgebieden in Amsterdam Zuidoost, zoals afstand tot woonwijken, en het belang van natuur, groen en recreatie. Het is niet inzichtelijk welke afwegingen het college hanteert om tot een keuze tussen het ene en het andere zoekgebied te komen. Terwijl de impact van de gemaakte keuzes voor bewoners van Zuidoost groot is. Ter voorbereiding van het advies heeft de fractie GroenLinks gesprekken gevoerd met bewoners en andere stakeholders, en met hen de zoekgebieden bezocht.
Dit bood waardevolle inzichten. Wat betreft de vier aangewezen zoekgebieden in Zuidoost is de locatie aan de Zuidoostoever van de Gaasperplas een aantasting van een belangrijk natuur- en recreatiegebied en daarom niet passend. Deze locatie zou daarom moeten afvallen. Het aangewezen zoekgebied Weesperkarspel ligt nu middenin het natuur- en recreatiegebied Gaasperzoom. De aanleg van aan- en afvoerwegen tijdens de bouw en voor onderhoud gedurende de exploitatiefase van de windturbine, betekent een grote inbreuk op dit natuur- en recreatiegebied. Om in aanmerking te komen als zoeklocatie dient te worden onderzocht of plaatsing op of dicht bij het terrein van waterzuiveringsinstallatie Weesperkarspel mogelijk is, met gebruik van bestaande aan- en afvoerwegen. Dit kan ook om een lagere windturbine gaan dan de nu voorgestelde ruim 200 meter. Waternet betrekt het water voor de waterzuiveringsinstallatie uit waterwingebied Bethunepolder, dat onderdeel is van het Waterschap Amstelland Gooi en Vecht. Een eventuele windturbine in zoekgebied Weesperkarspel zou kunnen aansluiten bij de klimaatstrategie van Waternet en het waterschap. Amstelland Gooi en Vecht heeft al een meerderheidsbelang in een van de windenergieprojecten die is vergund in het Havengebied.
In het zoekgebied Diemerscheg staan de landschappelijke, natuur- en recreatiewaarden nu al onder druk door verkeerslawaai van snelwegen en vliegtuigen en een woud van hoogspanningsleidingen. Daarnaast heeft de gemeenteraad van Diemen onlangs ingestemd met vier windturbines in Diemen. Daarmee is de aanwijzing van Diemerscheg als zoekgebied voor eveneens een potentieel van vier windturbines niet realistisch. De zoeklocatie Knooppunt Holendrecht heeft volgens de fractie GroenLinks het meeste potentieel, bij voorkeur zover mogelijk van omliggende woonwijken en zo dicht mogelijk bij de oksel van de A2, zodat er een cluster ontstaat met de bestaande windturbine van energiecoöperatie de Windvogel. Anders dan de rest van de stadsdeelcommissie wil de fractie GroenLinks de zoeklocaties Weesperkarspel en Knooppunt Holendrecht niet op voorhand uitsluiten. Dit neemt niet weg dat ook voor GroenLinks plaatsing van windturbines in het Westelijk havengebied de voorkeur heeft en eventueel gebruik van zoeklocaties in Zuidoost alleen kan plaatsvinden na zorgvuldig onderzoek naar de gezondheidseffecten en de gevolgen voor landschap, natuur en recreatie. Het is van belang dat het college helder communiceert naar bewoners over het vervolgproces:
• • •
•
Wat betekent aanwijzing van de havens als versnellingsgebied voor voortgang, planning en evaluatie van het doel van 27 MW windenergie? Wat zijn de concrete stappen en inspanningen van het college om de restopgave van 27 MW in het havengebied te realiseren? Hoe ziet de vervolgfase eruit na het gemeenteraadsbesluit over het PWA? Welke onderzoeken vinden nog plaats met betrekking tot de geluids- en gezondheidseffecten van de aangewezen zoeklocaties en de gevolgen voor landschap, natuurwaarden en recreatie? Wanneer geeft het college definitief uitsluitsel dat de restopgave van 27 MW in het Westelijk Havengebied kan worden gerealiseerd en daarmee andere zoekgebieden afvallen?
Verder is het van belang dat het college als bevoegd gezag bij plaatsing van windturbines in een stedelijke omgeving strenge eisen stelt aan de vergunningverlening en wat betreft de geluidsnormen en overige technische eisen uitgaat van de best beschikbare technieken. Dit betekent dat de turbines uitgerust dienen te zijn met sensoren die overlast van slagschaduw tegengaan, en bij signalen van vogelzwermen, trekvogels en vleermuizen de windturbine tijdelijk kunnen stilzetten. Tot slot pleit GroenLinks voor 100% lokaal eigendom, met mogelijkheden voor particulieren en lokale bedrijven om in windenergiecoöperaties te participeren.
Deadline ontvangst advies: Advies mailen naar: Meegestuurde stukken:
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?
17 juli 2024 (einde tervisielegging periode) RESAmsterdam@amsterdam.nl 1. Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2. Plan-MER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 3. Plan-MER Windenergie Amsterdam Technische bijlage 4. Notitie Reikwijdte en Detailniveau – plan-MER windenergie Amsterdam 5. Nota van beantwoording – Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER Programma Windenergie Amsterdam 12 juli 2023 6. Onderzoek en advies financiële participatie Amsterdamse wind & zon 7. Sociale aspecten zoekgebieden Programma Windenergie Amsterdam 8. SARA-Advies op hoofdlijnen 9. Reactie op SARA-advies cpt Plan-MER en cpt Programma Windenergie Amsterdam Ja. Bij het proces van opstellen van het ontwerp-PWA en Plan-MER is het stadsdeel betrokken en geïnformeerd. Tijdens diverse BOSS overleggen is de portefeuillehouder geïnformeerd over het proces en de stand van zaken. Tevens zijn de stadsdeelcollega’s op ambtelijk niveau betrokken en geconsulteerd bij de verschillende stappen in de voortgang. Van 23 mei 2024 t/m 17 juli 2024 loopt de zienswijzeperiode van het ontwerp-PWA en PlanMER. Tijdens deze periode wordt het stadsdeel tevens benaderd voor gevraagd advies.
Als onderdeel van het participatieproces vinden er fysieke informatiemarkten plaats in de stadsdelen met aangewezen gebieden, een digitale informatiebijeenkomst (Webinar) en technische sessies waar portefeuillehouders, stadsdeelcommissieleden, gemeenteraadsleden en buurmeenten over de inhoud van beide producten vragen kunnen stellen.
Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Procesbegeleider: Datum weekstart/staf: Datum stadsdeelcommissie: Datum dagelijks bestuur: Registratienr. (optioneel):
Oost Hidde Bijler 10 juni 2024 25 juni (voorbereidend) en 9 juli 2024 (besluitvormend) 18 juni (conceptadvies) en 16 juli 2024 (finaal advies) Z-24-52921
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en Stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of (art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19).
33
Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5) Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur
Het college vraagt het dagelijks bestuur te adviseren op het ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030 waarin de voorgenomen beleidskeuzes staan en daarbij in ieder geval in te gaan op: • De aangewezen gebieden waar windturbines gerealiseerd mogen worden; • De afgevallen gebieden in Amsterdam windturbines niet mogelijk zijn; • De afweging die het college hanteert om tot deze keuzes te komen; en • De randvoorwaarden waaronder realisatie van windturbines in de projectfase mogelijk is. Het college verzoekt het dagelijks bestuur expliciet om, gezien het maatschappelijk debat over deze stadsbrede opgave, in het advies ook aandacht te besteden aan eventuele minderheidsstandpunten die de binnen het stadsdeel leven. Het advies dient uiterlijk 17 juli 2024 te zijn ontvangen, zodat dit kan worden meegenomen in de besluitvorming van het college. De opgave in het ontwerp-PWA is om voor 2030 tenminste 127 MW opgesteld vermogen windenergie te realiseren op het eigen grondgebied. Die 127 MW is als volgt onderverdeeld: • Begin 2021 staan er 28 windturbines in Amsterdam met een gezamenlijk vermogen van 75 MW. • De resterende opgave tot 2030 is om tenminste 52 MW aan windenergie te realiseren. o Een deel van de opgave, goed voor ongeveer 25 MW vermogen is recent al vergund (RWZI Westpoortweg, 9,2 MW) o Of is in voorbereiding (Noorder IJ-plas / Cornelis Douwesterrein, ca. 16MW).
• Daarmee resteert een opgave van 27 MW.
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies Duurzaamheid coördinator actiehouder. Bij PFH en andere belanghebbenden de inhoud checken op lokaal gebied.Andere belanghebbenden moet DC benaderen en invullen, bijv.: Gebiedsmakelaars
Algemeen Het dagelijks bestuur van Oost hecht een groot belang aan het opwekken van duurzame energie en het realiseren van de energietransitie. Het onderzoek naar de milieueffecten van windenergie in de verschillende zoekgebieden zoals geschetst in het Ontwerp Programma Windenergie Amsterdam (Ontwerp PWA) heeft geleid tot een zorgvuldige afweging en onderbouwing voor de aangewezen gebieden. Daarnaast is het zeer positief dat naast de milieueffecten ook de sociale aspecten in kaart zijn gebracht. Gelijktijdig met waardering voor het gevolgde proces is het DB natuurlijk ook teleurgesteld dat het binnen Oost niet mogelijk blijkt om op deze manier een bijdrage te leveren aan de opwek van windenergie. Oost had graag op deze manier een bijdrage geleverd aan het bewerkstelligen van de doelen van de Omgevingsvisie 34
Amsterdam 2050 en van de Regionale Energiestrategie (RES). Het DB is verheugd dat de opwek door middel van windenergie wel in andere gebieden in Amsterdam kan plaatsvinden. Zoekgebieden Oost In het plan-MER zijn vier zoekgebieden in Oost onderzocht: Sciencepark, Strand-/ Buiteneiland, IJburg Baai en IJburg Diemerpark. Zeeburgereiland was al eerder afgevallen in de belemmeringenanalyse. In het geval van Zeeburgereiland maakt de combinatie van de nabijheid van ondergrondse gasleidingen, hoogspanningsnetten, rijks- & lokale wegen, en gevoelige objecten (bijv. woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen) nader onderzoek naar de milieueffecten op deze locatie overbodig. Al die belemmeringen samen leiden namelijk tot de conclusie dat er geen ruimte meer is voor de plaatsing van windturbines. De overige vier zoekgebieden zijn in het plan-MER als volgt beoordeeld: • Science Park. Binnen dit zoekgebied is er maar ruimte voor één windturbine. Dit zoekgebied scoort negatief op geluid en zeer negatief op slagschaduw door de grote aantallen woningen in de ruime omgeving. • Strand-/ Buiteneiland. Met name vanwege de ligging ten opzichte van de woonwijken-in-ontwikkeling op Strand- en Buiteneiland scoort dit zoekgebied slecht op leefomgeving.
Daarnaast hebben windturbines in het water zeer negatieve ecologische effecten op het gebied van Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland (NNN), broedvogels, vogeltrek en vleermuizen. Daarnaast is er een grotere negatieve impact op het UNESCO-werelderfgoed ten opzichte van andere zoekgebieden. • IJburg Baai. Dit zoekgebied is aan drie kanten omringd door woningen. Dit zorgt ervoor dat alle windturbines in dit zoekgebied zeer slecht worden beoordeeld op geluid en gezondheid. • IJburg Diemerpark. Dit gebied scoort zeer negatief op ecologische structuur, natuur, recreatie en ligging ten opzichte van UNESCO-werelderfgoed. Het zoekgebied is daarnaast gelegen binnen de risicoafstand van TenneT tot een 380 KV leiding, wat plaatsing onzeker maakt. De bovenstaande zoekgebieden zijn afgevallen op basis van de consequenties op de thema’s geluid, gezondheid, ecologie, recreatie en landschap. Uit het onderzoek komt namelijk naar voren dat de gevolgen van de plaatsing van windturbines in zoekgebieden in Oost op deze thema’s te groot zijn en niet door compenserende maatregelen tot een acceptabel niveau kunnen worden teruggebracht. Hoewel Oost graag had willen bijdragen aan de opwek van windenenergie, kan het DB zich vinden in de conclusies van het college. De opwek van duurzame energie kan niet plaatsvinden als er te grote negatieve effecten zijn op de gezondheid (bijv.
door geluidhinder voor te veel bewoners), natuur (bijv. door aantasting van het zo belangrijke Natura 2000 gebied) of erfgoed (aantasting van het UNESCO werelderfgoed).
Proces uitvoeringsfase Het DB kan zich vinden in het beschreven proces van de uitvoeringsfase en heeft geen specifieke aanbevelingen omdat er geen locaties voor opwek van windenergie in Oost worden aangewezen. Wij willen voor de uitvoeringsfase graag een aantal algemene zaken aan het College meegeven: • Het college heeft een zorgvuldig proces doorlopen, waarbinnen ook adviezen van bewoners en andere belanghebbenden een belangrijke plaats hebben gekregen. Oost vindt het van groot belang dat er zorgvuldige communicatie plaatsvindt over de gemaakte keuze van de zoeklocaties. • Daarnaast bevelen wij aan bij de uitwerking van het PWA en de keuze voor concrete plaatsing van windturbines, bewoners en andere belanghebbenden zeer goed te betrekken.
35
• •
We onderschrijven de ambitie voor financiële participatie door bewoners en we pleiten sterk voor het lokaal maatschappelijk eigendom van windturbines. Ook de gemeente Diemen heeft haar zoeklocaties voor de opwek van windenergie bekend gemaakt. Samenwerking met Diemen is van belang voor een optimale positionering van mogelijke windturbines in onze regio.
Evaluatie Het DB is het college erkentelijk voor het zorgvuldige proces om te komen tot het PWA en het vroegtijdig betrekken van bewoners. Daarmee heeft het College gedaan wat altijd al is beloofd. Er is door het College gekozen om extra stappen in het proces op te nemen om de participatie te verbeteren en een goed proces te waarborgen. Het DB waardeert de oprichting en de betrokkenheid van de Stedelijke Adviesgroep RES Amsterdam (SARA). SARA heeft al op belangrijke momenten kunnen reageren, ook al vóór de tervisielegging van het PWA. Ook de toevoeging van het Plan-MER in het proces heeft er toe geleid dat alle zoeklocaties op de essentiële punten zijn beoordeeld. Deze stappen in het proces zijn van cruciaal belang gebleken voor de zorgvuldige keuze van de zoekgebieden die het College nu voorlegt. Stadsdeel Oost ziet dat de discussie rond het opwekken van windenergie in Amsterdam veel mensen raakt. Daarom dringen we bij het College erop aan om de gebruikte systematiek bij de totstandkoming van de RES 1.0 te evalueren. Heeft deze systematiek meetbaar bijgedragen aan een toename van het vertrouwen van de Amsterdammer in de overheid? In welk stadium moeten we Amsterdammers betrekken bij een dergelijk complex onderwerp? Welke geleerde lessen kunnen we meenemen voor een soortgelijk proces in de toekomst en de uitvoering van het Programma Wind Amsterdam?
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
De stadsdeelcommissie heeft niet anders of aanvullend geadviseerd.
Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Algemeen Het dagelijks bestuur van Oost hecht een groot belang aan het opwekken van duurzame energie en het realiseren van de energietransitie. Het onderzoek naar de milieueffecten van windenergie in de verschillende zoekgebieden zoals geschetst in het Ontwerp Programma Windenergie Amsterdam (Ontwerp PWA) heeft geleid tot een zorgvuldige afweging en onderbouwing voor de aangewezen gebieden. Daarnaast is het zeer positief dat naast de milieueffecten ook de sociale aspecten in kaart zijn gebracht. Gelijktijdig met waardering voor het gevolgde proces is het DB natuurlijk ook teleurgesteld dat het binnen Oost niet mogelijk blijkt om op deze manier een bijdrage te leveren aan de opwek van windenergie. Oost had graag op deze manier een bijdrage geleverd aan het bewerkstelligen van de doelen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en van de Regionale Energiestrategie (RES). Het DB is verheugd dat de opwek door middel van windenergie wel in andere gebieden in Amsterdam kan plaatsvinden.Zoekgebieden Oost In het plan-MER zijn vier zoekgebieden in Oost onderzocht: Sciencepark, Strand-/ Buiteneiland, IJburg Baai en IJburg Diemerpark. Zeeburgereiland was al eerder afgevallen in de belemmeringenanalyse. In het geval van Zeeburgereiland maakt de combinatie van de nabijheid van ondergrondse gasleidingen, hoogspanningsnetten, rijks- & lokale wegen, en gevoelige objecten (bijv.
woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen) nader 36
onderzoek naar de milieueffecten op deze locatie overbodig. Al die belemmeringen samen leiden namelijk tot de conclusie dat er geen ruimte meer is voor de plaatsing van windturbines. De overige vier zoekgebieden zijn in het plan-MER als volgt beoordeeld: • Science Park. Binnen dit zoekgebied is er maar ruimte voor één windturbine. Dit zoekgebied scoort negatief op geluid en zeer negatief op slagschaduw door de grote aantallen woningen in de ruime omgeving. • Strand-/ Buiteneiland. Met name vanwege de ligging ten opzichte van de woonwijken-in-ontwikkeling op Strand- en Buiteneiland scoort dit zoekgebied slecht op leefomgeving. Daarnaast hebben windturbines in het water zeer negatieve ecologische effecten op het gebied van Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland (NNN), broedvogels, vogeltrek en vleermuizen. Daarnaast is er een grotere negatieve impact op het UNESCO-werelderfgoed ten opzichte van andere zoekgebieden. • IJburg Baai. Dit zoekgebied is aan drie kanten omringd door woningen. Dit zorgt ervoor dat alle windturbines in dit zoekgebied zeer slecht worden beoordeeld op geluid en gezondheid. • IJburg Diemerpark. Dit gebied scoort zeer negatief op ecologische structuur, natuur, recreatie en ligging ten opzichte van UNESCO-werelderfgoed. Het zoekgebied is daarnaast gelegen binnen de risicoafstand van TenneT tot een 380 KV leiding, wat plaatsing onzeker maakt.