Bijlage - Gemeenteraad Voordracht.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2021-015382 Directie middelen en control
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
Portefeuille
Deelnemingen
Agendapunt
0
Datum besluit
College van B&W: 8 juni 2021 Commissie FED: 9 september 2021 Onderwerp
Vaststellen van de Nota beleidskader verbonden partijen 2021 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1. Vast te stellen de bijgevoegde Nota beleidskader verbonden partijen 2021. In het beleidskader is vastgelegd hoe de gemeente met haar beleid voor verbonden partijen het publieke belang zal borgen. Na vaststelling door de gemeenteraad vormt het beleidskader het praktische sturings- en toetsingskader voor de oprichting, beheer, verkoop en het afstoten van de verbonden partijen van de gemeente. De hoofdlijnen van het beleidskader verbonden partijen zijn: • De eerder in 2013 vastgelegde kaders en uitgangspunten ten aanzien van deelnemingen worden herbevestigd. Waar mogelijk zijn deze van toepassing op de overige verbonden partijen, maar er is ruimte om (beargumenteerd) af te wijken. • Het publiek belang blijft centraal staan. Dat houdt in dat de gemeente alleen taken uitvoert die voortkomen uit een (gemeentelijk) publiek belang. Het is meestal een politieke afweging of iets een publiek belang is en hoe dat belang het beste geborgd kan worden. De nota bevat hiervoor een denkkader. • De gemeente blijft zich opstellen op als een actief en betrokken aandeelhouder, waarbij geleerde lessen naar aanleiding van het rapport van commissie Winter (over AEB) meegenomen zijn in (de uitvoering van) het beleid. • De gemeente hecht groot belang aan de bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).
De nota bevat een kader voor effectieve sturing om het aandeelhouderschap bij haar verbonden partijen te bevorderen. Ten aanzien van de bestuurlijke rolverdeling bij deelnemingen maakt het college een onderscheid tussen het zeggenschapsbelang (wethouder Deelnemingen), het beleidsinhoudelijke belang (vakwethouder) en de financiering van de deelneming (wethouder Financiën). Voor de overige verbonden partijen stelt het college een andere bestuurlijke rolverdeling voor. Daar is in beginsel de vakwethouder verantwoordelijk voor het beleidsbelang én het zeggenschapsbelang, waarbij de wethouder Deelnemingen adviseert over het zeggenschapsbelang. Wettelijke grondslag
Op basis van artikel 212 van de Gemeentewet stelt de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. In artikel 21 lid 1 van de financiële verordening gemeente Amsterdam 2017 is opgenomen dat het college de raad een beleidsnota aanbiedt over de verbonden partijen. De raad stelt de nota vast. Bestuurlijke achtergrond
Tijdens de bespreking van het rapport Winter over het AEB op 1 september 2020 heeft de commissie FED het college verzocht om het nieuwe beleid voor verbonden partijen op hoofdlijnen te bespreken, voordat dit wordt vastgesteld. Op 9 februari 2021 heeft het college ingestemd met een brief aan de gemeenteraad over de actualisatie van het beleidskader verbonden partijen om hem in
Gegenereerd: v1.18
1
Gemeenteraad
VN2021-015382 Directie middelen en control
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
de gelegenheid te stellen zijn wensen over het nieuwe beleid kenbaar te maken (ZD2021-001473). Deze brief is op 25 maart besproken in de commissie FED. Het huidige beleid is vastgelegd in de beleidsnotitie Doelgericht Op Afstand 2 (DOA 2, 2013) en het addendum daarop (Kaderstelling verbonden partijen, 2014) en richt zich naast de deelnemingen (vennootschappen) waarvan de gemeente aandeelhouder is ook op de ‘overige’ partijen waarmee de gemeente financieel én bestuurlijk is verbonden (stichtingen, verenigingen en gemeenschappelijke regelingen). Doel van een actualisatie is ook om te komen tot één beleidskader voor (alle) verbonden partijen. Het beloningsbeleid deelnemingen 2016 betreft een apart beleidskader. Uitgangspunt van het beloningsbeleid is dat de gemeente deelnemingen in staat moet stellen om gekwalificeerde en deskundige bestuurders aan te trekken. Daarnaast zet de gemeente als aandeelhouder in op sobere beloning om invulling te geven aan het publieke belang en maatschappelijke kapitaal van een deelneming. Onderbouwing besluit
Ad 1) Vast te stellen de bijgevoegde Nota beleidskader verbonden partijen 2021. Aanleiding In het coalitieakkoord is opgenomen dat “Amsterdam een actief en betrokken aandeelhouder is, die het aandeelhouderschap benut om maatschappelijk verantwoord ondernemen bij deelnemingen te bevorderen (mens, milieu, maatschappij); waar nodig stellen we ons activistisch op.” Dit is voor het college reden om het huidige deelnemingenbeleid tegen het licht te houden. De actualisatie van het oude beleid maakt het daarbij mogelijk om nieuwe wet- en regelgeving en andere normering een plaats te geven in het deelnemingenbeleid en om de aanbevelingen uit verschillende Rekenkamerrapporten (AEB 2015, Glasvezel 2015, Parkeerbeheer 2015, WPW 2018) en van de onderzoekscommissie Winter 2020 (over de oorzaken en leerpunten van het stilleggen van vier verbrandingslijnen door AEB in de zomer van 2019) te verankeren. Herbevestiging van huidige kaders en uitgangspunten De eerder in 2013 vastgelegde kaders en uitgangspunten ten aanzien van deelnemingen worden herbevestigd. Waar mogelijk zijn deze van toepassing op de overige verbonden partijen, maar er is ruimte om (beargumenteerd) af te wijken. De Amsterdamse uitgangspunten zijn te vinden en uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de nota. Op hoofdlijnen zijn de Amsterdamse uitgangspunten: 1.
Het publiek belang staat centraal: De gemeente voert alleen taken uit, of laat deze uitvoeren, die voortkomen uit een gemeentelijk publiek belang. Het vaststellen van een gemeentelijk publiek belang is meestal een politieke afweging. Het gaat om belangen die het gemeentebestuur wil en kan behartigen, waarvoor vervolgens beleid en activiteiten worden ontwikkeld. Iedere collegeperiode herijkt het college de verbonden partijen. 2. Denkkader verbonden partijen: De gemeente hanteert het denkkader verbonden partijen om te bepalen op welke wijze het publieke belang het beste behartigd kan worden. Na het vaststellen van een publiek belang beziet de gemeente of volledige gemeentelijke betrokkenheid noodzakelijk is. Als dat niet het geval is, overweegt de gemeente of de markt een activiteit kan uitvoeren. Voorwaarde daarbij is dat het publiek belang voldoende geborgd is. Als dat ook niet het geval is, dan overweegt de gemeente of er andere instrumenten beschikbaar zijn waarmee het publieke belang ook of beter kan worden geborgd dan via een verbonden partij. Voor de oprichting, herijking, dan wel afstoting van verbonden partijen hanteert de gemeente een gefaseerde aanpak. 3. Tegengaan schijn van belangenverstrengeling: De gemeente wil de schijn van belangenverstrengeling tegengaan bij het aangaan van verbindingen met externe partijen, zoals verbonden partijen.
De gemeente hanteert daarom een “nee-tenzij-beleid” ten
Gegenereerd: v1.18
2
Gemeenteraad
VN2021-015382 Directie middelen en control
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
4.
5.
6. 7.
aanzien van benoeming van bestuurders en ambtenaren van de gemeente bij een verbonden partij. Zodat niet de schijn wordt gewekt dat functionarissen worden benoemd die niet in het belang van de onderneming, maar in het belang van de gemeente handelen. Daarnaast wordt hiermee voorkomen dat gemeentebestuurders en/of ambtenaren dubbele petten hebben, namelijk het behartigen van gemeentelijke belangen en behartigen van belangen van verbonden partijen. De Nederlandse Corporate Governance Code (de Code) is leidraad voor de sturing en beheersing van de gemeentelijke deelnemingen. De richtlijnen uit de Code zijn niet altijd toe te passen op stichtingen, verenigingen, coöperaties en gemeenschappelijke regelingen, omdat deze vaak eigen richtlijnen kennen (bijvoorbeeld culturele instellingen die over het algemeen de culturele governance code volgen) en omdat de Code is geschreven voor beursgenoteerde ondernemingen. Effectieve sturing op maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO): De gemeente benut het aandeelhouderschap en andere zeggenschapsbevoegdheden om MVO bij haar verbonden partijen te bevorderen. Hiervoor heeft de gemeente een kader voor effectieve sturing op MVO via het aandeelhouderschap opgesteld, die voor zover mogelijk ook wordt toegepast op de overige verbonden partijen, niet zijnde deelnemingen.
Daarnaast toetst de gemeente – in aanvulling op de Code – bij verbonden partijen de wijze waarop zij invulling geven aan MVO en de daarop betrekking hebbende maatschappelijk relevante indicatoren. Passende beloning: De gemeente volgt voor haar verbonden partijen in beginsel het rijksbeleid dat is opgesteld voor beloningen in de (semi)publieke sector. De gemeente hanteert daarmee een stringenter beloningsbeleid dan de Code. Actief en betrokken beheer: De gemeente benut de bevoegdheden van het aandeelhouderschap bij deelnemingen en de zeggenschapsbevoegdheden bij overige verbonden partijen om grip te houden op haar verbonden partijen. Dit gebeurt door zich actief en betrokken op te stellen. De gemeente heeft bij het beheer (en de oprichting) aandacht voor de inrichting en het gebruik van de bevoegdheden waarmee de gemeente wordt geïnformeerd, betrokken is bij of goedkeuring verleent aan bijvoorbeeld: 7.1. De strategie en strategische beslissingen; 7.2. Grote investeringsbeslissingen; 7.3. Het rendement en de vermogensstructuur; 7.4. Het benoemen en ontslaan van de leden van het bestuur en RvC; 7.5. Het bezoldigingsbeleid.
Daarbij voert de gemeente actieve, tijdige interne (binnen de gemeente) en externe dialoog met de verbonden partijen over de afweging van diverse rollen en publieke belangen. Commissie Winter Het opstellen van de nota beleidskader verbonden partijen heeft tevens gelegenheid geboden om de aanbevelingen van de onderzoekscommissie Winter in 2020 in het beleid te verankeren. De meeste aanbevelingen van de commissie Winter zagen niet zozeer op (nieuw) beleid, maar op de toepassing daarvan. De commissie zegt hierover dat “bestaande structuren, beschikbare instrumenten en het deelnemingenbeleid van de gemeente in principe voldoende en geschikt zijn om de relatie tussen de gemeente en AEB goed vorm te geven.” Het college heeft vooral opvolging aan het rapport Winter gegeven in de uitvoering van het beleid. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie Winter in 2020 realiseert de gemeente zich des te meer dat het voor een actief beheer van belang is dat de beleidsdirecties betrokken en in positie zijn om de publieke belangen via de verbonden partij tot hun recht te laten komen. De gemeente maakt (bij de uitvoering van) het nieuwe beleid daarbij onderscheid tussen de interne en externe governance. Het is van belang dat de gemeente haar interne governance op orde heeft. De betrokken beleidsdirecties moeten niet alleen op de hoogte zijn van de mogelijkheden om invloed te hebben
Gegenereerd: v1.18
3
Gemeenteraad
VN2021-015382 Directie middelen en control
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
via de verbonden partijen, maar moeten ook in positie zijn om actief gebruik te maken van de verbonden partij als beleidsinstrument. Binnen de gemeente vindt er daartoe een actieve dialoog plaats tussen de verschillende rollen en diverse beleidsbelangen die de gemeente kan hebben bij een verbonden partij. Het besef binnen de gemeente dat er sprake kan zijn van meerdere rollen en belangen is nodig om tot een afgewogen standpunt en benadering richting de verbonden partij te komen. Zo kan de gemeente zich vanuit meerdere rollen met één geluid tot de verbonden partij verhouden, waarbij alle publieke belangen zijn meegenomen en afgewogen. Voor wat betreft de relatie tussen de gemeente en de verbonden partij (externe governance) is het van belang dat er tijdig een constructieve dialoog plaats vindt over hoe om te gaan met de diverse rollen die de gemeente kan hebben ten aanzien een verbonden partij en meerdere, verschillende publieke belangen. Dat gesprek kan bijvoorbeeld plaats vinden aan de hand van een gemeentelijke visie (interne governance) die door de verbonden partij in overleg met de gemeente (externe governance) omgezet kan worden naar een strategie. In een dergelijke constructieve dialoog komt ook aan de orde welke (on)mogelijkheden de verbonden partij kent bij het bevorderen van de door de gemeente gewenste publieke belangen en hoe de gemeente daarin kan ondersteunen.
De aanbevelingen van de commissie Winter hebben tot een aanpassing van het beleid geleid ten aanzien van de herijking van verbonden partijen. Daarbij kijkt het college of een deelneming nog steeds de beste manier is om het publieke belang te borgen. Naar aanleiding van de aanbevelingen van het rapport van de commissie Winter wordt hierop een uitzondering gemaakt voor nieuw verzelfstandigde deelnemingen. Bij verzelfstandigde deelnemingen is het wenselijk om te wachten met het ter discussie stellen van het publiek belang totdat het bedrijf zich solide heeft ontwikkeld. Effectieve sturing op maatschappelijk verantwoord ondernemen De gemeente hecht een groot belang aan een goed beleid ten aanzien van MVO. De gemeente verwacht van haar verbonden partijen dat ze oog hebben voor bredere publieke belangen, zoals duurzaamheid, inclusiviteit, goed werkgeverschap en de maatschappelijke impact van digitalisering. De gemeente wil maximaal gebruik maken van haar wettelijke instrumenten om MVO te bevorderen. Hierbij valt te denken aan de invloed die de gemeente als aandeelhouder, of op basis van andere zeggenschapsbevoegdheden bij overige verbonden partijen, heeft bij het vaststellen van de strategie van een verbonden partij, strategische en investeringsbeslissingen, het benoemen en ontslaan van bestuurders en het bezoldigingsbeleid.
Daarbij zet de gemeente ook het meer normatieve instrumentarium in. De gemeente kan actief bij de verbonden partijen uitvragen tegen welke belangenafwegingen zij aanlopen bij het doorvoeren van MVO en gaat een constructieve dialoog aan over deze belangenafweging. De gemeente vraagt in ieder geval aan haar deelnemingen en waar mogelijk ook aan haar overige verbonden partijen jaarlijks te rapporteren over maatschappelijk relevante indicatoren (MRI’s), waaronder CO2-uitstoot en diversiteit. De gemeente verwacht dat de deelnemingen en waar mogelijk de overige verbonden partijen in hun jaarverslagen aandacht besteden aan de MRI’s. De gemeente bespreekt de voortgang op de MRI’s met de verbonden partijen indien daar aanleiding voor is. In het verleden stelde de gemeente hierover een aparte rapportage op. Vanaf het verslagjaar 2016 is de “MRI-rapportage” geïncorporeerd in het jaarverslag deelnemingen. Bij beleidswensen om het aandeelhouderschap of andere vormen van zeggenschapsbelang in te zetten voor MVO kan een spanningsveld ontstaan. Soms betreft het wensen die buiten de bevoegdheden van de gemeente vallen (bijvoorbeeld het personeels- of inkoopbeleid van een deelneming). Dan kan de gemeente geen dwingende sturing geven. Soms betreft het ad hoc verzoeken, terwijl een effectieve sturing op MVO-thema’s consistentie vraagt en vaak een lange adem.
In andere gevallen worden ambities ‘gestapeld’ of zijn de (financiële) consequenties van de aanvullende beleidswensen niet duidelijk. Het risico bestaat dan dat areuk wordt gedaan aan de borging van het primaire publieke belang van de gemeente bij de verbonden partij.
Gegenereerd: v1.18
4
Gemeenteraad
VN2021-015382 Directie middelen en control
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
Het college hanteert daarom het volgende kader met uitgangspunten voor sturing op MVO bij haar verbonden partijen: 1. De gemeente verwacht van haar verbonden partijen dat zij een voorbeeldfunctie vervullen in hun eigen sector op gebied van MVO. 2. De gemeente is bewust dat de verbonden partijen onderling verschillen in aard, omvang en zeggenschap van de gemeente. MVO en de sturing daarop verschilt dus per verbonden partij. 3. De gemeente is bewust dat zij in relatie tot de verbonden partijen vaak geen dwingende sturing kan geven aan MVO, maar maakt maximaal gebruik van de ruimte die er is om MVO door haar verbonden partijen te bevorderen. Dat gebeurt door aan te dringen op MVOdoelstellingen in bijvoorbeeld statuten en strategiedocumenten, door MVO mee te wegen in de uitoefening van aandeelhouders- over zeggenschapsbevoegdheden (bijvoorbeeld investeringsbesluiten en benoemingen) en door aan te sturen op transparantie/rapportage door deelnemingen over MVO. 4. De gemeente verbindt een aantal voorwaarden aan het sturen op MVO: 4.1. Er is sprake van een gemeentelijk publiek belang vastgelegd in beleid; 4.2. Sturing via het aandeelhouderschap of via andere zeggenschapsbevoegdheden vindt plaats in samenhang met andere beschikbare sturingsmogelijkheden en is aanvullend op breder beleid; 4.3.
De (financiële) consequenties voor de verbonden partij en de gemeente zijn inzichtelijk gemaakt. Zo kan het college de verschillende belangen evenwichtig wegen. De gemeente kan besluiten om de nadelige (financiële) consequenties voor de verbonden partij te compenseren en/of die voor de gemeente te accepteren. De inzet van de gemeente op MVO bij verbonden partijen is door dit (nieuwe) kader vol in ontwikkeling. Het is belangrijk om de goede voortgang van de (nieuwe) werkwijze te blijven volgen. Het college maakt regelmatig de balans op van de voortgang en informeert de gemeenteraad hierover. Dit biedt de mogelijkheid om de inzet op MVO bij verbonden partijen te blijven verbeteren. Financiële onderbouwing Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding
Niet van toepassing
Welke stukken treft u aan
Gegenereerd: v1.18
5
Gemeenteraad
VN2021-015382 Directie middelen en control
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-076402
Bijlage - Aanbiedingsbrief bij de Nota beleidskader verbonden partijen 2021.pdf (pdf)
AD2021-076403
Bijlage - Nota beleidskader verbonden partijen 2021.pdf (pdf)
AD2021-056634
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
DMC Deelnemingen, Peter van Kessel, peter.van.kessel@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.18
6