CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage discussienota proefdieren.pdf

Raadscommissie Wonen en Bouwen 3 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Discussienota ‘Proefdieren in Amsterdam’ (ZD2021-000343)4.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Beschikbare informatie over aantallen dierproeven en type dierproeven per instituut in Amsterdam Inhoudsopgave: Cijfers dierproeven Nederland 2018 Cijfers dierproeven Amsterdam Berekening niet-meegetelde dieren i.v.m. Europese registratiemethode Aantal boventallige dieren VU/UMC Amsterdam 2014 Schatting totaal aantal niet meegetelde dieren Amsterdam Beschikbare informatie over dierproeven per instelling

Cijfers dierproeven Nederland 2018 Dierproeven Nederland 2018

Totaal

Totaal aantal dierproeven, waarvan 88,6% dieren dood of gedood tijdens of in het kader van de proef.

448.399

Dieren dood of gedood na gebruik in fok (bijv. ouderdieren die zijn gebruikt) Dieren dood of gedood vóór gebruik in fok of dierproef (bijvoorbeeld vanwege ongeschiktheid voor gebruik in dierproeven).

Totaal dood of gedood

356211

121731

315775 Dieren 793717 gedood

Het 'Zo doende' rapport van 2018 vermeldt dat bij 45.684 (11,4%) van de dierproeven de dieren na afloop in leven blijven.

Cijfers dierproeven Amsterdam 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

AMC

25380

23809

23132

14578

14159

14295

10268

UvA

1536

2043

2163

2016

2011

1561

1116

VU

7.828

8176

7297

7729

5582

4146

4992

VUMC

5869

5209

4917

5316

4082

6630

4506

KNAW

17688

16548

15297

16330

16796

16920

15248

Nederlands Kanker Instituut

onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend

onbekend

Fujifilm sonosite

onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend

onbekend

St. Sanquin

onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend

onbekend

UniQure

onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend

onbekend

Aantal dierproeven Amsterdam Let op, deze tabel betreft voor het AMC, UvA, VU en VUMC registratie: - exclusief de categorie dieren 'gedood zonder voorafgaande handeling' (ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen), en voor alle instellingen registratie: - exclusief ‘dieren dood of gedood na gebruik in fok’ en ‘dieren dood of gedood vóór gebruik in fok of dierproef’.*

Totaal

92510

55785

52806

45969

53685

54607

36130

Cijfers afkomstig uit NVWA-rapporten ‘Zo doende’, de cijfers van de KNAW zijn afkomstig uit proefdierkundige verslagen van de KNAW. Het is onbekend of voor de KNAW de categorie ‘doden zonder voorafgaande handeling’ is ingebrepen.

* In tegenstelling tot de EU, merkt Nederland het doden van dieren zonder voorafgaande handeling ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen, aan als dierproef. In 2018 gebruiken de Nederlandse vergunninghouders hiervoor 46.504 dieren (10,4% van het totaal aantal van 448.399) die zij registreerden in de categorie ‘doden zonder voorafgaande handeling’. "Om de vergelijking met andere EU-landen te vereenvoudigen" zijn echter alle analyses en tabellen in hoofdstuk 4 van 'Zo doende', inclusief de tabellen in de bijlagen 1 en 2, conform de EU-systematiek, steeds gebaseerd op: Het totaal aantal dierproeven geregistreerd in 2018 (= 448.399) min het aantal dieren gedood zonder voorafgaande handeling (= 46.504) is het aantal dierproeven voor de Europese registratie (= 401.895) (bron: Zo doende 2018 p. 14-15). De NVWA houdt ook toezicht op dieren die bij een vergunninghoudende instelling aanwezig zijn en niet in dierproeven worden gebruikt. Sinds 2014 wordt bij deze dieren onderscheid gemaakt tussen dood of gedood na gebruik in fok (bijvoorbeeld ouderdieren die zijn gebruikt voor de fok) en dood of gedood vóór gebruik in fok of dierproef (bijvoorbeeld vanwege ongeschiktheid voor gebruik in dierproeven). In 2018 zijn in Nederland 121.731 dieren doodgegaan of gedood na gebruik in fok en 315.775 dieren doodgegaan of gedood vóór gebruik in fok of dierproef.

Het totaal aantal dieren dat in 2018 is doodgegaan of gedood zonder dat ze zijn gebruikt in een dierproef is daarmee 437.506 (bron: Zo doende 2018 p. 20).

Berekening niet-meegetelde dieren i.v.m. Europese registratiemethode Doden zonder voorafgaande handeling: het doden van dieren alleen ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen merkt Nederland, in tegenstelling tot de EU, aan als dierproef. In 2018 gebruiken de Nederlandse vergunninghouders hiervoor 46.504 dieren (10,4% van de totaal 448.399 dieren) die zij registreerden in de categorie ‘doden zonder voorafgaande handeling’." (bron: Zo doende 2018, p. 14) Alleen de Radboud Universiteit, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Utrecht en UMCU gaan in hun jaarveslag uit van de Nederlandse registratie (bron: https://www.animalrights.nl/aantallen-dierproeven-en-proefdieren-nederland). Hieronder is te zien hoe het percentage minimaal aantal niet-meegetelde dieren in de tabellen per universitaire instelling in het ‘Zo doende’ verslag varieert.

Radboudumc 2017

Totaal aantal dieren Aantal in 'Zo doende' Minimaal aantal niet- Percentage minimaal aantal nietBronnen: volgens eigen jaarverslag per meegetelde dieren in meegetelde dieren in het 'Zo doende' jaarverslag: instelling: tabel per instelling in jaarverslag tabellen per instelling: 'Zo doende' jaarverslag*: 5,88% https://www.radboudumc.nl/getmedia/ 13571 12773 798 8f32ac22-f0cb-4001-b1748092a3886cce/jaarverslag.aspx

Eigen jaarverslag: 13571 dieren Landelijk verslag: 12773 dieren

RU Groningen 2018

18561

16285

2276

12,26% https://proefdierjaarverslagrug.nl/2018 /#interview_3

Eigen jaarverslag: 18.561 dieren Landelijk verslag: 16.285 dieren

RU Groningen 2017

18113

15401

2712

14,97% https://proefdierjaarverslagrug.nl/2018 /#interview_3

Eigen verslag: 18.113 dieren Landelijk verslag: 15.401 dieren

UU & UMC 2018

16240

15230

1010

6,22% https://www.uu.nl/onderzoek/onderzo

1263

ek-aan-de-uu/kwaliteit-enintegriteit/verantwoordproefdieronderzoek/jaarverslagdierproeven 7,42% https://www.uu.nl/onderzoek/onderzo ek-aan-de-uu/kwaliteit-enintegriteit/verantwoordproefdieronderzoek/jaarverslagdierproeven

Eigen jaarverslag: 16240 dieren Landelijk verslag: 7.455 (UU) + 7775 (UMC) = 15230 dieren

UU & UMC 2017 Eigen jaarverslag: 17020 dieren Landelijk verslag: 8.524 (UU) + 7233 (UMC) = 15757 dieren

17020

15757

* Aantal dieren gedood zonder voorafgaande handeling, o.a. gedood ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen.

Aantal boventallige dieren VU/UMC Amsterdam 2014 In 2014 hebben VU en VUMC cijfers gepubliceerd, inclusief "dieren die (in het kader van dierproeven) zijn gefokt of besteld en in het betreffende jaar zijn gedood of levend zijn afgevoerd, inclusief dieren die niet daadwerkelijk zijn ingezet voor dierproeven. Deze categorie omvat dieren die niet voor proeven geschikt waren, b.v. omdat zij (in het geval van genetisch gemodificeerde dieren) niet het juiste fenotype hadden of omdat zij wegens ouderdom of ziekte niet langer geschikt waren voor een experiment, dieren die werden ingezet voor de fok (maar niet zelf proefdier waren) en dieren die boventallig waren." (bron: VU/VUMC, zie onderstaande links in tabel). Hieronder zijn de beschikbare cijfers van VUMC en VU vergeleken met het NVWA jaarverslag ‘Zo doende’ van dat jaar. Eigen verslag 2014

VUMC 2014

7988

Tabel jaarAantal dieren niet Aantal dieren verslag ‘Zo meegeteld in 'Zo niet meegeteld doende’ doende 2014' in 'Zo doende per jaarverslag* in 2014' instelling percentage jaarverslag 2014

4917

3071

_4_tcm289-175537.pdf

Eigen verslag: 7988 dieren Jaarverslag 'Zo doende': 4917 dieren

VU 2014 Eigen verslag: 22181 dieren Jaarverslag 'Zo doende': 7297 dieren

38,45% https://www.vu.nl/nl/Images/Totaal_aantal_proefdieren_VUmc

22181

7297

14884

67,10% https://www.vu.nl/nl/Images/Totaal_aantal_proefdieren_VU_4_ tcm289-175536.pdf

Schatting totaal aantal niet meegetelde dieren Amsterdam Stap 1: Op basis van beschikbare cijfers in het ‘Zo doende 2018’ jaarverslag en het proefdierkundig verslag van de KNAW is het totaal aantal dierproeven uitgevoerd door de Amsterdamse instellingen AMC, UvA, VU, VUMC en de KNAW in 2018 36.130. In dit cijfer ontbreken: - de cijfers van het Nederlands Kanker Instituut, Fujifilm sonosite, St. Sanquin, UniQure; - de cijfers van het aantal dieren dat gedood is ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen; - de cijfers van het aantal dieren dat dood of gedood is na gebruik in fok en dieren die dood of gedood zijn vóór gebruik in fok of dierproef; Stap 2: Gemiddeld is het aantal dieren dat gedood is ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen volgens 'Zo doende 2018' 10,4% (46.504 dieren van de in totaal 448.399 dieren). Uit de steekproef hierboven met Radboudumc, RU Groningen, UU & UMC blijkt dat dit cijfer per instelling behoorlijk kan verschillen: bijv. 5,88% of 14,97%. In de berekening voor Amsterdam gaan we uit van het gemiddelde van 10,4%, berekend over de instellingen waarvan de cijfers bekend zijn (zie tabel hieronder).

Aangezien het niet duidelijk is of de KNAW het aantal dieren dat gedood is ten behoeve van gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen heeft meegerekend in hun proefdierkundig verslag is uit voorzorg aangenomen dat dit wel reeds het geval is. Voor de overige instellingen (zie tabel hieronder) is het opgegeven aantal vermeerderd met 10,4%. Dit komt neer op 38302 dieren. Instelling

2018

10,4%

Totaal

AMC

10268

1068

11336

UvA

1116

116

1232

VU

4992

519

5511

VUMC

4506

469

4975

KNAW

15248

-

-

Nederlands Kanker Instituut onbekend onbekend onbekend Fujifilm sonosite

onbekend onbekend onbekend

St. Sanquin

onbekend onbekend onbekend

UniQure Totaal

onbekend onbekend onbekend 36130

2172

38302

Stap 3: In Nederland zijn in 2018 121.731 dieren doodgegaan of gedood na gebruik in fok en 315.775 dieren doodgegaan of gedood vóór gebruik in fok of dierproef (zie tabel 5). Het totaal aantal dieren dat in 2018 is doodgegaan of gedood zonder dat ze zijn gebruikt in een dierproef is daarmee 437.506. 437.506 (totaal aantal dieren dat in 2018 is doodgegaan of gedood zonder dat ze zijn gebruikt in een dierproef) / 448.399 (totaal aantal dieren gebruikt in dierproef) = 0.976 (97,6%). In Nederland staat het totaal aantal dieren dat in 2018 is doodgegaan of gedood zonder dat ze zijn gebruikt in een dierproef ongeveer gelijk aan het aantal geregistreerde dierproeven. Stap 4: Als dat (zie stap 3) in Amsterdam ook zo is, dan zijn dus bovenop het aantal gebruikte proefdieren bijna nog eens zoveel dieren doodgegaan of gedood zonder dat ze zijn gebruikt in een dierproef: 38.302 x 97,6% = 37.371 dieren, oftewel in totaal in Amsterdam minstens 75.673 dieren. In werkelijkheid kan dit cijfer hoger liggen omdat: - de cijfers van Nederlands Kanker Instituut, Fujifilm sonosite, St. Sanquin, UniQure ontbreken; - het aantal/percentage dieren dat gedood is door de Amsterdamse instellingen ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen onbekend is.

Dit kan per instelling hoger (of lager) liggen dan het gemiddelde van 10,4%; - in de berekening is misschien onterecht aangenomen dat de KNAW het aantal dieren dat gedood is ten behoeve van gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen heeft meegerekend in hun proefdierkundig verslag; - het aantal dieren dat is doodgegaan of gedood zonder dat ze zijn gebruikt in een dierproef hoger kan liggen (de cijfers van de VU uit 2014 zijn aan de hoge kant met 67,15% boventallige dieren).

Beschikbare informatie over dierproeven per instelling Vrije Universiteit Medisch Centrum Amsterdam (VU MC) Het VU MC gebruikte in 2017 muizen (5.772), ratten (843), cavia’s (13) en varkens (2) voor proeven. Het ging in totaal om 6.630 dieren. De doelen van de proeven waren: fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, toegepast en omzettingsgericht onderzoek ten behoeve van de mens, toegepast en omzettingsgericht onderzoek dierziekten en dierenwelzijn en voor onderwijs.1 Het VU MC gebruike in 2018 muizen (3794), ratten (541), geiten (2) en zebravissen (169). Het ging in totaal om 4506 dieren. De doelen van de proeven waren: fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, toegepast en omzettingsgericht onderzoek en voor toegepast en omzettingsgericht onderzoek dierziekten, dierenwelzijn.2 In bovengenoemde cijfers ontbreken: - dieren gedood ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen. - dieren dood of gedood na gebruik in fok en dieren dood of gedood vóór gebruik in fok of dierproef. Het VU MC heeft tot en met 2014 cijfers gepubliceerd over het aantal gebruikte dieren in experimenten en het totaalaantal dieren dat is afgevoerd. In 2014 waren er 4.917 proefdieren gebruikt en in totaal 7.988 afgevoerd. Het verschil gaat om 3.071 dieren die “(…) niet voor proeven geschikt waren, b.v.

omdat zij (in het geval van genetisch gemodificeerde dieren) niet het juiste fenotype hadden of omdat zij wegens ouderdom of ziekte niet langer geschikt waren voor een experiment, dieren die werden ingezet voor de fok (maar niet zelf proefdier waren) en dieren die boventallig waren.” Dit was het geval bij muizen en vissen.3 Na 2014 zijn er geen nieuwe cijfers meer verschenen. Ook is er na 2013 geen jaarverslag meer verschenen van de Dierexperimentencommissie (DEC). Vrije Universiteit (VU) De VU heeft 4.146 dieren gebruikt in dierproeven in 2017. Het ging om muizen (3.599), ratten (545) om 1 varken en 1 geit. De doelen van de proeven waren: fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, toegepast en omzettingsgericht onderzoek tbv de Mens, toegepast en omzettingsgericht onderzoek dierziekten, dierenwelzijn en voor onderwijs.4 De VU heeft 4.992 dieren gebruikt in dierproeven in 2018. Het ging om muizen (4423), ratten (540), cavia’s (4), konijnen (4), varkens (20) en 1 geit. De doelen van de proeven waren: fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, toegepast en omzettingsgericht onderzoek ten behoeve van de mens, 1

https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2017-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren-van-de-nvwa/zo-doende2017-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren.pdf 2 https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2018-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren/zodoende-2018.pdf 3 https://www.vu.nl/nl/Images/Totaal_aantal_proefdieren_VUmc_4_tcm289-175537.pdf 4 https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2017-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren-van-de-nvwa/zo-doende2017-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren.pdf

toegepast en onderwijs.5 In bovengenoemde cijfers ontbreken: - dieren gedood ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen. - dieren dood of gedood na gebruik in fok en dieren dood of gedood vóór gebruik in fok of dierproef. Er wordt onderzoek gedaan naar neurologische aandoeningen, kanker, het immuunsysteem en aandoeningen die met het bloed te maken hebben.6 De VU publiceerde net als VU MC tot en met 2014 op hun website cijfers over het aantal dieren dat was gebruikt in experimenten en het totaalaantal afgevoerde dieren. In 2014 waren er 7.297 dieren gebruikt in proeven en tegelijkertijd waren er in totaal 22.181 dieren afgevoerd dat jaar.7 Dit betekent 14.884 afgevoerde dieren die niet gebruikt zijn in een proef. De verschillen met werkelijk gebruikte dieren voor een proef zijn vooral groot bij muizen, ratten en zebravissen. Na 2014 zijn de cijfers over het totaal aantal afgevoerde dieren niet meer gepubliceerd. Na 2013 is er ook geen jaarverslag meer gepubliceerd van de Dierexperimentencommissie (DEC). De Vrije Universiteit bekostigt de komst van een groot nieuw proefdiercentrum in 2022 met een prijskaartje van veertig miljoen euro8. Het nieuwe centrum zal ook door VUmc gebruikt gaan worden en biedt geen ruimte meer voor grotere proefdieren. Er is plek voor 9000 ratten en muizen.

Hiermee zal het totale aantal dieren groeien met ongeveer 20% en zijn er ongeveer 20% meer medewerkers nodig. 9 Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam (AMC UvA) Het AMC van de UvA heeft in 2017 dierproeven gedaan met muizen (12.149), ratten (1.123), konijnen (37), varkens (67) en zebravissen (919). In totaal ging het om het gebruik van 14.295 dieren. De proefdieren werden gebruikt voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, voor toegepast en omzettingsgericht onderzoek ten behoeve van de mens en voor onderwijs.10 Het AMC van de UvA heeft in 2018 dierproeven gedaan met muizen (9471), ratten (654), konijnen (77) en varkens (66). In totaal ging het om het gebruik van 10.268 dieren. De proefdieren werden gebruikt voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, voor toegepast en omzettingsgericht onderzoek ten behoeve van de mens, toegepast en omzettingsgericht onderzoek en voor toegepast en omzettingsgericht onderzoek dierziekten, dierenwelzijn, voor onderwijs en voor fok met ongerief, niet gebruikt in dierproef.11 5

https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2018-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren/zodoende-2018.pdf https://www.advalvas.vu.nl/nieuws/het-proefdiercentrum-verhuist-maar-de-dieren-niet 7 https://www.vu.nl/nl/Images/Totaal_aantal_proefdieren_VU_4_tcm289-175536.pdf 8 https://www.parool.nl/nieuws/vu-krijgt-nieuw-maar-kleiner-proefdiercentrum~bf600d18/ 6

9

https://www.advalvas.vu.nl/nieuws/het-proefdiercentrum-verhuist-maar-de-dieren-niet https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2017-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren-van-de-nvwa/zodoende-2017-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren.pdf 11 https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2018-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren/zodoende-2018.pdf 10

In bovengenoemde cijfers ontbreken: - dieren gedood ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen. - dieren dood of gedood na gebruik in fok en dieren dood of gedood vóór gebruik in fok of dierproef. Alleen 57 dieren (muizen) gebruikt voor ‘fok met ongerief, niet gebruikt in een dierproef’ zijn vermeld in het NVWA-jaarrapport. Universiteit van Amsterdam (UvA) Door de UvA zijn 1.561 dieren gebruikt in dierproeven in 2017, voornamelijk muizen (1.365), maar ook ratten (180) en fretten (16). De proeven werden gedaan in het kader van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, toegepast en omzettingsgericht onderzoek ten behoeve van de mens en voor onderwijs.12 Door de UvA zijn 1.116 dieren gebruikt in dierproeven in 2018, voornamelijk muizen (1.050), maar ook ratten (65) en 1 fret. De proeven werden gedaan in het kader van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, voor onderwijs en krachtens wetgeving vereiste toxicologie ecologie.13 In bovengenoemde cijfers ontbreken: - dieren gedood ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen. - dieren dood of gedood na gebruik in fok en dieren dood of gedood vóór gebruik in fok of dierproef. FUJIFILM SonoSite BV FUJIFILM SonoSite BV biedt weinig openheid over dierproeven.

Volgens een artikel in het Parool (april 2018) test de verkoper van echoapparatuur met (op dat moment 50) muizen.14 UniQure In het Health and Technology Institute huist UniQure, een farmaceutisch bedrijf met een vergunning om dierproeven uit te voeren (aantal dieren onbekend). UniQure otwikkelt gentherapie. UniQuere biedt eveneens weinig openheid over dierproeven. In haar ‘Corporate Presentation - November 2020’ verwijst UniQure naar onderzoeken waarin is getest op (Java-)apen, minivarkens, ratten en muizen15. Uit dit document blijkt niet duidelijk welke dierproeven UniQure in Nederland of in het buitenland uitvoert. De gemeente vindt UniQure een aanwinst voor de stad. Amsterdam “versterkt hiermee zijn positie als innovatie- en kenniscentrum en is op weg een health tech hotspot te worden met nationale en internationale allure”, zo schrijft de gemeente over de komst van UniQure.16 Nederlands Kanker Instituut 12

https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2017-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren-van-de-nvwa/zo-doende2017-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren.pdf 13 https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2018-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren/zodoende-2018.pdf 14 https://www.parool.nl/nieuws/amsterdamse-centra-voorlopig-niet-zonder-proefdieren~b3d5912d/ 15 http://www.uniqure.com/Corporate%20Presentation%20NOVEMBER%202020.pdf 16 Gebiedsplan 2017 Amstel III en ArenAPoort

Het Nederlands Kanker Instituut biedt weinig openheid over dierproeven. In 2013 is er een nieuw proefdiercentrum geopend dat plek biedt aan 30.000 muizen.17 Volgens Parool heeft het KNI in 2016 een experiment gedaan met ruim 20.500 muizen.18 In 2016 is er een vergunning afgegeven voor een project van 17 maart 2016 t/m 15 februari 2021 met 55.275 proefdieren (muizen).19 St. Sanquin Bloedvoorziening Volgens een artikel in Parool (april 2018) heeft Sanquin wel een vergunning, maar geen dieren in huis20. Kon. Ned. Academie van Wetenschappen De KNAW omvat vijftien instituten. In de Proefdierkundige verslagen die de KNAW publiceert is te lezen dat drie hiervan dierproeven uitvoeren. De instituten voerden in 2017 in totaal 16.920 dierproeven uit. In 2018 ging het om 15.248 dierproeven. In de proefdierkundige verslagen staat niet om hoeveel dierproeven het gaat per instelling. Volgens een artikel in het Parool (april 2018) voerde het Nederlands Herseninstituut in 2017 4400 dierproeven uit21. ● Nederlands Herseninstituut Het Nederlands Herseninstituut bestudeert hoe gezonde hersenen werken en waar en hoe het fout kan gaan. De wetenschappers vergaren kennis voor de ontwikkeling van therapieën voor alzheimer, parkinson, multiple sclerose, blindheid, depressie, angststoornissen, dwarslaesies en beroertes. Hierbij maken zij, indien mogelijk, gebruik van donormateriaal of gekweekte cellen.

Een groot aantal van de onderzoeksvragen is echter volgens het eigen proefdierkundig verslag niet te beantwoorden zonder dierproeven. De onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut gebruiken resusapen, zebravissen, goudvissen, ratten en muizen. Om de dieren zoveel mogelijk hun natuurlijke gedrag te kunnen laten vertonen huisvest het instituut de dieren in groepen en in kooien met nestmateriaal, speelmateriaal, plekken om te schuilen en met verstopt voedsel. De resusapen worden gebruikt voor onderzoek naar de werking van de denk- en aandachtsprocessen en voor de ontwikkeling van een hersenschors-prothese voor blinden.22 Het instituut deelt online informatie over dierproeven en de verzorging van de dieren, zoals op deze pagina over onderzoek met resusapen: https://nin.nl/onderzoek_met_resusapen/ . Hier is onder andere te lezen dat in onderzoek met resusapen gebruik gemaakt wordt van diepe hersenstimulatie. Vanuit een pacemaker wordt elektrische stroom naar een bepaalde hersenkern gestuurd om ziekteverschijnselen, zoals bij de ziekte van Parkinson, te verminderen. Het instituut wil toepassingsmogelijkheden van diepe hersenstimulatie uitbreiden en onderzoeken wat deze stimulatie in de hersenen precies doet, wat de beste manier van stimuleren is, en welke delen van de hersenen het best gestimuleerd kunnen worden voor specifieke behandelingen.

Ook wordt gewerkt aan een visuele prothesen om blinden ziende te maken. Het instituut wil technologie ontwikkelen om een camera rechtstreeks te kunnen aansluiten op de visuele hersenschors van blinde patiënten met als doel hen weer te laten zien. De bedoeling is 17 18

https://www.parool.nl/nieuws/muizencentrum-helpt-kankerstudie~b874bca9/

https://www.parool.nl/nieuws/amsterdamse-centra-voorlopig-niet-zonder-proefdieren~b3d5912d/ WOB-verzoek voor experiment NKI 20 https://www.parool.nl/nieuws/amsterdamse-centra-voorlopig-niet-zonder-proefdieren~b3d5912d/ 21 https://www.parool.nl/nieuws/amsterdamse-centra-voorlopig-niet-zonder-proefdieren~b3d5912d/ 22 https://www.knaw.nl/nl/actueel/publicaties/proefdierkundig-verslag-2017-en-2018/@@download/pdf_file/Proefdierkundig-verslag-2017-2018%20DEF.pdf 19

om de patronen die zichtbaar zijn in de buitenwereld op te leggen aan de visuele hersenschors. Dit is mogelijk door met behulp van elektrische microstimulatie van elektroden zenuwcellen in de visuele hersenschors te stimuleren. Eerder onderzoek toonde aan dat de stimulatie van een elektrode in de hersenschors van een blinde patiënt leidt tot een zichtbare waarneming van een beeldpunt door de patiënt. Het idee is dat het tegelijkertijd stimuleren van meerdere elektroden in de hersenschors zal leiden tot waarneming van meerdere punten waaruit een beeld zou moeten kunnen worden opgebouwd. Maar dit moet eerst nog wel goed getest worden voordat het in patiënten kan worden toegepast. Het instituut implanteert daarom in eerste instantie ongeveer 1000 elektroden in de visuele hersenschors van apen en stimuleren patronen van hersencellen in hun visuele hersenschors.23 ● Het Hubrecht Instituut voor Ontwikkelingsbiologie en Stamcelonderzoek Het Hubrecht Instituut voor Ontwikkelingsbiologie en Stamcelonderzoek onderzoekt hoe embryo's zich ontwikkelen van bevruchte eicel tot organisme en wat er gebeurt na beschadiging van organen zoals het hart en de alvleesklier. De onderzoekers vergaren fundamentele kennis over erfelijke afwijkingen en ziekten als kanker, diabetes en hartfalen. Het onderzoek levert onder andere aanknopingspunten op voor het ontwikkelen van nieuwe behandelmethoden.

De onderzoekers gebruiken stamcellen, muizen, ratten, zebravissen, kikkers, insecten, rondwormen en organoïden. De onderzoekers van het Hubrecht Instituut gebruiken genetisch gemodificeerde muizen voor onderzoek naar hartfalen, suikerziekte, kanker en de ontwikkeling van embryo's. Met muizen wordt onderzocht welke factoren een positief of juist negatief effect hebben op het herstel na hartfalen. Daarnaast proberen onderzoekers muizen met suikerziekte te genezen. Dat doen ze door alvleesklierstamcellen te isoleren, te vermeerderen in de reageerbuis en vervolgens terug te plaatsen in de muis. Ook wordt met hulp van muizen gezocht naar de oorsprong van bloedstamcellen en kanker en bestuderen ze fundamentele vragen over het aflezen van genen tijdens de ontwikkeling van embryo's. Met zebravissen en dan met name met de embryo's daarvan, onderzoeken de mensen van het Hubrecht Instituut hoe hart, botten, bloed en bloedvaten zich ontwikkelen en welke genen daarbij betrokken zijn. Ook bestuderen ze hoe een beschadigd zebravishart zich herstelt. De onderzoekers brengen gericht mutaties aan in zebravissen en modelleren zo menselijke erfelijke afwijkingen. Daardoor kunnen ze onderzoeken hoe erfelijke afwijkingen ontstaan en hoe we ze kunnen voorkomen of genezen. De onderzoekers gebruiken verder nog kikkereitjes om extracten te maken waarmee ze het mechanisme van DNA-reparatie bestuderen.

Het Hubrecht Instituut staat wereldwijd bekend om de ontwikkeling van organoïden. Dat zijn miniorganen gemaakt uit stamcellen. Het werk aan organoïden vervangt een deel van het proefdieronderzoek. De onderzoekers zijn begonnen met minidarmen. Inmiddels kunnen ze verschillende soorten organoïden kweken in het lab. De cellen komen van muizen, van gezonde donoren of van patiënten met een erfelijke aandoening of tumor. De wetenschappers van het Hubrecht Instituut hebben met organoïden laten zien dat een paar gerichte mutaties al voldoende zijn om tumorweefsel weer gezond te maken. Verder kon dankzij organoïden van patiënten worden voorspeld dat een bepaald medicijn effectief zou zijn.24 ● Nederlands Instituut voor Ecologie Het Nederlands Instituut voor Ecologie onderzoekt de interactie tussen dieren, planten en hun omgeving. De onderzoekers van het instituut bestuderen onder andere het aanpassingsvermogen van planten en dieren en kijken naar variatie binnen populaties. De wetenschappers doen bijvoorbeeld gedragstesten. Soms nemen ze enkele druppels bloed af voor DNA-onderzoek. De onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie gebruiken geen genetisch gemodificeerde dieren. Wel kruisen ze bijvoorbeeld bepaalde koolmezen om 'brutale' en 'timide' nakomelingen te krijgen. De onderzoekers kijken vervolgens hoe de persoonlijkheid van de mees het broedsucces beïnvloedt.

De onderzoekers kunnen in een deel 23 24

https://nin.nl/onderzoek_met_resusapen/ https://www.knaw.nl/nl/actueel/publicaties/proefdierkundig-verslag-2017-en-2018/@@download/pdf_file/Proefdierkundig-verslag-2017-2018%20DEF.pdf

van de volières de temperatuur en de daglengte instellen. Zo bootsen ze klimaatverandering na en kijken ze of de mezen eerder beginnen met eieren leggen in het voorjaar en zich aanpassen aan de veranderende omgeving. Ook vindt onderzoek met koolmezen, pimpelmezen en bonte vliegenvangers in de natuur plaats. Een voorbeeld is het onderzoek dat al sinds 1955 loopt in vier bossen bij nestkasten van koolmezen, pimpelmezen en bonte vliegenvangers. De onderzoekers tellen eieren, ringen jongen en lezen de ringen van de ouders af. Met deze informatie onderzoeken ze onder andere de effecten van klimaatverandering, de veroudering van wilde vogels en de taakverdeling tussen mannetjeskoolmezen en vrouwtjeskoolmezen. Soms worden de vogels uitgerust met een zendertje. De onderzoekers bestuderen bijvoorbeeld bij gezenderde koolmezen of ze onrustiger slapen als hun slaapplaats beschenen wordt door kunstlicht. Verder heeft een aantal ganzen een gps-datalogger. Daarmee kunnen de wetenschappers volgen wanneer welke gans waar is. Zo houden ze bij wanneer de ganzen vanuit hun overwinteringsgebied in Nederland vertrekken naar hun Arctische broedgebieden. Het Vogeltrekstation, gehuisvest bij het Nederlands Instituut voor Ecologie, stuurt 560 vogelringers aan. De veelal vrijwillige 'ringers' vangen en ringen vogels voor wetenschappelijk onderzoek binnen grootschalige, gestandaardiseerde projecten.

Het gaat dan bijvoorbeeld om het nemen van een bloedmonster of het afnemen van wat speeksel of ontlasting. In 2018 werden bijna tweeduizend vogels van circa tachtig soorten bemonsterd voor virusonderzoek. Het onderzoek speelt een cruciale rol in het in kaart brengen van de verspreiding van het usutuvirus dat sinds 2016 in Nederland rondwaart. Sinds 2018 zoeken de ringers ook naar het westnijlvirus. Dat virus maakte door de warme zomer een enorme sprong noordwaarts in Europa en zal vrijwel zeker Nederland koloniseren. In 2018 hielpen ringers bij grotere onderzoeksprojecten met geo-locators met zwartkoppen, kleine karekieten en bosrietzangers. Ook voerde het Vogeltrekstation in 2018 een pilot-experiment uit met veertig wilde spreeuwen bij het Nederlands Instituut voor Ecologie. Onderzoekers keken naar de bijwerkingen van het tijdelijk uitschakelen van het reukvermogen en de gevoeligheid voor het aardmagnetisch veld. De pilot vormt de start van een groter experiment dat de 12 komende jaren samen met het Duitse Max Planck Instituut voor ornithologie wordt uitgevoerd. Daarbij worden wilde spreeuwen tijdens de herfsttrek vanuit Nederland verplaatst naar Zwitserland. De spreeuwen krijgen een nieuwe, zeer precieze gps-zender.25

25

https://www.knaw.nl/nl/actueel/publicaties/proefdierkundig-verslag-2017-en-2018/@@download/pdf_file/Proefdierkundig-verslag-2017-2018%20DEF.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9666881/1