CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Def. Programmaplan Veerkrachtige Democratie.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 14 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief Veerkrachtige Democratie (VN2025-018008)6.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

5 alinea's met “maatschappij”: 30 39 58 61 78

Veerkrachtige Democratie

Veerkrachtige Democratie Programmaplan Werken aan een Inclusieve Stad Samen voor Jongeren Amsterdam 11 september 2025

Programmaplan Veerkrachtige Democratie Contactpersoon Cecilia Petit The Mall Jongerenwerk Amsterdam, namens Samen voor Jongeren Amsterdam cecilia.petit@themalldebaarsjes.nl 06 28 99 04 75

Projectleider Fenna Canters RadarAdvies f.canters@radaradvies.nl 06 11 74 71 45

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

1

Inhoudsopgave INTRODUCTIE

3

1

VISIE OP DE AANPAK

4

2

AANPAK

7

BIJLAGE 1

13

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

2

Introductie Amsterdam staat op een kantelpunt. De sociale cohesie in de stad staat onder druk door toenemende (ervaren) polarisatie, discriminatie, institutioneel racisme en een groeiend wantrouwen richting de overheid. Jongeren worden hierin onevenredig geraakt. Vanuit verschillende hoeken klinkt de oproep om gezamenlijk een koers te bepalen waarin jongeren zich gehoord, gezien en gesteund voelen. Het jongeren- en straathoekwerk 1speelt hierin een cruciale rol; in deze tijden is het immers ‘met name belangrijk om de warmte, nabijheid en gelijkwaardigheid in het jongerenwerk te benutten’ 2. Jongeren in Amsterdam ervaren in toenemende mate dat zij niet als volwaardig worden erkend in de samenleving. Ze hebben niet het gevoel dat de samenleving voor hen is, laat staan dat ze ván hen is. Wijken en groepen worden door een negatieve bril bekeken, in Den Haag is discriminerend taalgebruik bijna aan de orde van de dag, en legitieme zorgen die jongeren hebben – zoals over wat er gebeurt in Gaza of klimaatverandering – worden niet serieus genomen en niet gehoord. In de praktijk leidt dit bij jongeren tot de neiging de kop in het zand te steken en tot gevoelens van onmacht, boosheid of depressie.

Wanneer jongeren het gevoel hebben geen Amsterdammer meer te (mogen) zijn, neemt het wantrouwen tegen de overheid toe en wordt de afstand tussen de macht en de onmacht nog groter, terwijl je bij een gevoel van onmacht juíst je stem wil laten horen3. De urgentie om deze trend te keren is groot en wordt breed gedeeld onder sociaal werkorganisaties in Amsterdam. Femke Kaulingfreks verwoordde deze verantwoordelijkheid als volgt:

“De relatie die volwassenen en kinderen hebben tot hoop is niet dezelfde. Kinderen kijken vaak van nature voorbij de gegeven situatie naar nieuwe, onverwachte mogelijkheden, en volwassenen kunnen hen steunen door handelingsperspectieven te ontwikkelen die verandering mogelijk maken. Kinderen dromen, en het is de verantwoordelijkheid van volwassenen om de omstandigheden te realiseren waarin hun dromen uit kunnen komen. Het is dan ook niet zozeer de vraag hoe wij, als volwassenen, kinderen en jongeren hoop kunnen geven op een goede toekomst. Het zijn eerder kinderen en jongeren die óns hoop geven, en het is de vraag hoe wij onze verantwoordelijkheid kunnen nemen om die hoop in leven te houden.”4

Maar hoe doen we dat? Namens de jongeren- en straathoekwerkers schreef Samen voor Jongeren Amsterdam (verder SvJA) begin december 2024 een brief aan de burgemeester, de wethouder jongerenwerk en de stadsdeelbestuurders met een aanzet voor een plan om dit te keren. Op basis van de daar op volgende gesprekken met de wethouder jongerenwerk, vroeg de wethouder SvJA dit plan te concretiseren. Na het opleveren van een eerste concept in januari 2025 stelde SvJA een externe adviseur aan om het programmaplan – in co-creatie met de gemeente, jongeren- en straathoekwerkers en brede sociaal werkorganisaties in Amsterdam – verder uit te werken. Voor u ligt dit plan.

1 Dit programmaplan is geschreven in opdracht van het jongeren- en straathoekwerk en is mede tot stand gekomen door de inbreng van zowel

jongerenwerkers als straathoekwerkers. Ook al staat dit in verband met de leesbaarheid van de tekst niet overal zo expliciet benoemd betreft dit plan ook het straathoekwerk zeker als het gaat om de individuele benadering. Wanneer het gaat om het organiseren van groepsactiviteiten ligt het zwaartepunt van de verantwoordelijkheid grotendeels bij het jongerenwerk. 2 Stijn Sieckelinck en Annebregt Dijkman, ‘Handreiking Maatschappelijke Onrust voor het Jongerenwerk: Voelen Vechten Vertalen’, 2025 3 Alifa, ‘Manifest voor Menswaardigheid’, 2023 4 Femke Kaulingfreks, ‘Van Hoop naar Verzet’, 2025

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

3

De uitdagingen onder Amsterdamse jongeren zijn urgent, diepgeworteld en systemisch. Polarisatie, discriminatie en wantrouwen vormen een gevaar voor de sociale cohesie in de stad. Toch ligt in deze problematiek ook hoop besloten: de betrokkenheid van jongeren, hun idealisme en hun bereidheid om zich uit te spreken, bieden kansen. Wanneer jongerenen straathoekwerk, de gemeente en andere partners om de jongeren heen op vakkundige en elkaar versterkende wijze samen weten te werken, is dat een belangrijke sleutel tot een inclusieve en veerkrachtige stad waarin álle jongeren zich Amsterdammer kunnen voelen.

1

Visie op de aanpak

Voor een gezonde saamhorige samenleving die weerbaar is tegen polariserende invloeden is het van het grootste belang dat jongeren regie ervaren over hun eigen welbevinden, uit hun bubbel stappen en zich weer volwaardig onderdeel van hun omgeving gaan voelen. De recente onrust (waaronder de ongeregeldheden in november 2024) benadrukt de urgentie. De jongeren- en straathoekwerkorganisaties in Amsterdam vinden het daarom cruciaal dat op alle niveaus gefocust wordt op een integrale en stevige aanpak die met nieuwe tools en nieuwe manieren van (complementair) samenwerken de volle aandacht besteedt aan het bestrijden van de machteloosheid die vaak ten grondslag ligt aan de polarisatie. Deze tijd vraagt om politiserend jongeren- en straathoekwerk en een gemeente die daar ruimte voor maakt. Polarisatie is een woord wat in de afgelopen jaren te pas en te onpas gebruikt wordt, en ook centraal staat in dit plan. Daarom is het van belang helder te zijn over wat polarisatie is. Ten eerste is het niet per definitie iets negatiefs; een gezonde democratie is gebaat bij verschillende meningen. Het kan een maatschappij helpen zich te ontwikkelen, wanneer deze verschillen op constructieve manier besproken worden. Het kan echter doorslaan in negatieve polarisatie, en daarbij hanteren we in dit document de definitie van het Nederlands Jeugdinstituut:

“Polarisatie is het proces waarin mensen over elkaar steeds meer gaan denken in termen van 'wij' tegenover 'zij'. Bij polarisatie worden tegenstellingen tussen groepen gecreëerd, uitvergroot en verscherpt. Door dat toenemende wij-zij-denken kunnen groepen meer tegenover elkaar komen te staan en kunnen de onderlinge spanningen oplopen. 5”

Deze spanningen kunnen voorkomen tussen groepen burgers onderling; dan noemen we dat horizontale polarisatie. Wanneer het voorkomt tussen burgers en de overheid of instituties, hebben we het over verticale polarisatie. De twee kunnen samenhangen; zo kunnen groepen burgers door een gebrek aan vertrouwen in de overheid – verticale polarisatie – zich meer terugtrekken in hun eigen bubbel, waardoor ze minder contact met andere groepen hebben, en er dus (meer) horizontale polarisatie ontstaat. Dit document richt zich met name op verticale polarisatie. It takes a village to raise a child Hoewel jongeren momenteel vaak centraal staan in gesprekken over polarisatie, is het van groot belang te benadrukken dat jongeren niet de oorzaak zijn van deze maatschappelijke ontwikkelingen. Het is dan ook niet terecht om van hen te verwachten dat zij – via jongeren- en straathoekwerk of anderzijds – disproportioneel de oplossing moeten aandragen en verantwoordelijkheid moeten dragen voor het bestrijden van dit probleem. Polarisatie is het gevolg van decennialange maatschappelijke en politieke keuzes, de manier waarop wij als volwassenen de samenleving hebben ingericht, en mondiale en nationale ontwikkelingen die geleid hebben tot structurele ongelijkheid en vervreemding.

Jongeren voelen zich, net als veel volwassenen, onvoldoende erkend als volwaardig onderdeel van de samenleving en hebben het gevoel geen echte invloed te hebben op de inrichting ervan.

5 Nederlands Jeugdinstituut, “Wat is polarisatie en hoe werkt het?”, te raadplegen via deze link

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

4

Willen we daadwerkelijk iets veranderen, dan is een systeemverandering noodzakelijk. Dat vraagt om collectieve actie van overheden, het maatschappelijk middenveld én bewoners – georganiseerd en ongeorganiseerd. In die gezamenlijke beweging kunnen sociaal werkers en jongeren- en straathoekwerkers een sleutelrol vervullen als community-bouwers: zij hebben toegang tot de leefwereld van jongeren, kunnen hen prikkelen, enthousiasmeren, en hen laten kennismaken met perspectieven en ervaringen buiten hun eigen bubbel. Maar dit kan alleen effectief zijn wanneer de samenleving als geheel – inclusief beleidsmakers, onderwijs, media en instituties – meebeweegt. Anders blijft het jongerenwerk pogen te bouwen op drijfzand. De jeugd loop echter wel veelal voor: enerzijds zijn de gevolgen van ontwikkelingen vaak het eerst zichtbaar en de effecten het grootst bij de jongeren, ook zijn jongeren van nature beter geëquipeerd om zich aan te passen en te innoveren. Om de polarisatie te keren, is het dan ook van belang de innovatieve kracht van de generatie van de toekomst actief betrekken en te benutten in alle lagen van dit programma en de stad.

Politiserend Jongerenwerk ‘plus’ Om echt verschil te maken, moet het jongeren- en straathoekwerk kunnen opereren binnen een bredere, integrale aanpak en moet het werk versterkt worden, zodat jongeren- en straathoekwerkers het juiste gereedschap hebben om met deze uitdaging aan de slag te gaan. Doelen daarin zijn: • • • • •

Het versterken van het gevoel van eigenaarschap bij jongeren. Structurele verbetering van de samenwerking tussen alle betrokken partijen, waaronder met name het jongerenwerk en de gemeente. Echte ruimte voor jongerenparticipatie. Erkenning van de rol die de (lokale) overheid speelt in de vervreemding van jongeren van hun stad en de maatschappij, en de pijn en frustratie die daar het gevolg van zijn. Investeren in de gemeenschap en de trots van jongeren op zichzelf en hun stad.

Een belangrijk middel om dit te bereiken, is politiserend jongerenwerk. Politiserend jongeren- en straathoekwerk richt zich op het versterken van het gevoel van regie bij jongeren door hen actief te betrekken bij besluitvorming en sociale verandering. Het maakt daarbij gebruik van de vaardigheden en de betrokkenheid van elke individuele jongere om een positieve bijdrage te leveren aan hun eigen omgeving. Jongeren zijn immers dé experts van hun leven en leefwereld. Middels politiserend jongerenwerk ondersteunen jongeren- en straathoekwerkers jongeren in het vinden van hun stem en de wijze waarop ze die stem kunnen laten horen. Het helpt (groepen) jongeren hun frustraties, overtuigingen en ideeën om te zetten in actie. Dit betekent iets anders voor elke jongere; niet iedereen hoeft op dezelfde manier en in dezelfde mate betrokken te zijn. Politiserend jongerenwerk wordt door jongeren- en straathoekwerkers in Amsterdam beschouwd als de meest effectieve manier om polarisatie te bestrijden, en dat wordt ondersteund door onderzoek (zie Bijlage 1). Youth Organizing is een standaard methodiek van het jongerenwerk die jongeren uitnodigt, activeert, motiveert en ondersteunt om zelfstandig initiatieven te nemen, vorm te geven, uit te voeren en te onderhouden. Waar politiserend jongerenwerk zich vooral richt op het wat, richt Youth Organizing zich op het hoe.

Het op deze manier versterken van het zelf-organiserend vermogen van jongeren behoort tot de taakopvatting van het jongerenwerk. Ook het bouwen van bruggen met (buurt)verbindende activiteiten die jongeren uit hun bubbel lokken en in verbinding brengen met mensen, levenswijzen, plekken en zaken waar zij normaliter niet mee in aanraking komen, behoort tot de kerntaken van het jongerenwerk. Hoewel politiserend jongerenwerk en Youth Organizing integrale onderdelen van het (Amsterdamse) jongeren- en straathoekwerk zijn, vraagt deze uitzonderlijke tijd om uitzonderlijke, kwantitatief en kwalitatief sterkere en vernieuwende manieren van werken en samenwerken. Onder meer omdat de overheid meer dan voorheen doet om het vertrouwen van jongeren te beschamen, waardoor jongeren lastiger in beweging te brengen zijn en omdat jongeren- en straathoekwerkers zelf ook meer dan een aantal jaar geleden te kampen hebben met gevoelens van machteloosheid, zinloosheid en

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

5

hopeloosheid. Deze tijd vraagt om politiserend jongerenwerk plus dat in nauwe samenwerking met de gemeente en het brede maatschappelijk middenveld wordt uitgevoerd. Dit programmaplan bevat een aanzet tot het vormgeven van het politiserend jongerenwerk plus en de hernieuwde samenwerking met alle betrokken partners in Amsterdam, om het tij te keren en jongeren zich (weer) onderdeel te laten voelen van de stad. De rol van de jongeren- en straathoekwerker Sociaal werkers verbinden mensen; ze helpen mensen de wereld om zich heen te duiden, en middels dialoog creëren ze begrip, wat voor onderlinge verbondenheid zorgt6. Amsterdamse jongeren- en straathoekwerkers vervullen deze essentiële rol voor de jongeren in de stad. Een van de uitgangspunten van het jongeren- en straathoekwerk is dat elke jongere altijd welkom is, ongeacht hun mening, achtergrond, geaardheid, uiterlijk of gedrag. Iedereen mag er zijn, en alle jongeren moeten zich gelijkwaardig en veilig voelen. Werkers staan dichtbij – en zijn zelfs onderdeel van – de leefwereld van jongeren, en daarom is het anderzijds vaak lastig en niet wenselijk zich in interacties met jongeren neutraal op te stellen. In de richtlijn (bijlage 1) voor jongeren- en straathoekwerk7 worden handvatten geboden hoe hier op een professionele manier mee om te gaan.

Uitgangspunt is dat jongeren- en straathoekwerk geen neutrale - maar een waarden gedreven praktijk is. Het jongeren- en straathoekwerk is gebaseerd op mensenrechten, Artikel 1 van de Grondwet en waarden als gelijkwaardigheid en democratie. Sociaal werk zet zich in voor sociale rechtvaardigheid en bestrijdt barrières die de ontwikkeling van jongeren in de weg staan. Jongeren- en straathoekwerkers creëren een veilige plek waar iedereen welkom is maar stellen duidelijke grenzen aan grensoverschrijdend gedrag. In gesprekken geldt een open, onderzoekende houding, met nadruk op luisteren, verbinden en het voorkomen van escalatie. Ze houden hun mening in principe voor zich. Uitspreken is echter gewenst wanneer grondrechten, veiligheid of gelijkwaardigheid in het geding zijn. Dat geldt zowel in contact met jongeren als met ketenpartners of beleid, steeds vanuit de missie jongeren te ondersteunen in hun ontwikkeling en gelijke kansen te bevorderen. Structurele reflectie en teamgesprekken zijn essentieel om op dit vlak professioneel te blijven handelen. De richtlijn biedt duidelijke kaders, maar ook ruimte voor invulling vanuit de eigen context mits de gedeelde kernwaarden centraal blijven. Per situatie wegen ze dus af in hoeverre ze zich al dan niet uitspreken.

Practice what you preach Om politiserend werken in de praktijk te brengen, is er niet alleen een rol voor jongeren- en straathoekwerkers weggelegd. De uitgangspunten van politiserend werken dienen het fundament te zijn onder alles wat jongeren- en straathoekwerkorganisaties (en andere sociaal werkorganisaties) doen, met name in relatie tot het onderwerp polarisatie en inclusie. Dit gedachtegoed dient een integraal onderdeel te worden van hoe een organisatie denkt, doet en werkt. Dat betekent dat binnen organisaties 1) er ruimte is voor iedereen in alle lagen van de organisatie om hun stem te laten horen en 2) dat binnen organisaties het gesprek gevoerd wordt tussen (groepen) werknemers die verschillend over belangrijke onderwerpen denken, zodat interne polarisatie wordt voorkómen of tegengegaan. Zo ontstaat er bovendien ruimte om binnen een organisatie afspraken te maken over in welke situaties een neutrale houding gewenst is, of wanneer er in contact met jongeren ruimte – of zelfs noodzaak – is om de eigen overtuigingen te delen. Ook in de samenwerking met andere organisaties en met de gemeente vormen de principes van het politiserend werken de basis. Op deze manier dragen we er samen zorg voor dat alle mensen in de stad zich gezien en gehoord voelen, en ook daadwerkelijk gezien en gehoord wórden.

We geven samen dat deel van de stad waar we invloed op hebben, op deze manier vorm.

6 Alifa, ‘Manifest voor Menswaardigheid’, 2023 7

“Hoe verhouden we ons binnen het jongerenwerk tot politiek, beleid en (radicale) opvattingen. Richtlijn voor Samen voor Jongeren Amsterdam”

(september 2025)

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

6

2

Aanpak

Onderstaande is tot stand gekomen op basis van gesprekken met jongeren- en straathoekwerkers, jongeren- en straathoekwerk- en andere sociaal werkorganisaties, beleidsadviseurs van de Afdeling Beleid, Jeugd & Zorg van gemeente Amsterdam en experts, o.a. van Youth Spot (Hogeschool van Amsterdam), de Amsterdamse Jongeren- en straathoekwerk Academie en het Lectoraat Jeugd en Samenleving (Hogeschool Inholland).

Identiteits- en talentontwikkeling – investeren in jongeren en hun omgeving Jongeren- en straathoekwerkers signaleren dat het identiteitsbesef van Amsterdamse jongeren niet sterk genoeg is. De tienerjaren en periode van adolescentie zijn bij uitstek het moment waarop jongeren en jongvolwassenen hun identiteit ontwikkelen; het is dan ook logisch dat het een zoektocht is. Echter, op dit moment wordt deze ontwikkeling van buitenaf onder druk gezet door bijvoorbeeld: • • •

uitsluiting en (systemische) discriminatie; het ontbreken van invloed van jongeren of het gevoel dat er rekening wordt gehouden met het belang van jongeren bij voor hen belangrijke thema’s (zoals tijdens de coronacrisis of ten aanzien van het klimaat); de online leefwereld die het terugtrekken in de eigen veilige bubbel stimuleert.

Daardoor ligt een ongezonde identiteitsontwikkeling op de loer. Wanneer jongeren van huis uit niet voldoende gegrond zijn, is er een grotere kans dat ze zich wenden tot groepen die eenvoudige antwoorden klaar hebben op de ingewikkelde vragen waar jongeren – logischerwijs – mee worstelen. Religie kan een gezonde houvast en gemeenschap bieden, maar bij enkelen is er het risico dat dit doorslaat. Hetzelfde geldt voor andere (georganiseerde) groepen; je thuis voelen bij gelijkgestemden is prettig, maar wanneer daar weinig ruimte is voor anders zijn en denken, kan dit jongeren teveel afzonderen en teveel in een (negatieve) tunnelvisie terecht laten komen, waardoor ze nog verder van de stad en de maatschappij af komen te staan. Daarom is het essentieel dat jongeren de kans krijgen hun stem te ontwikkelen. Waar sta je voor en hoe breng je dit over; hoe gebruik je je stem op zo’n manier dat een ander je ook hoort? Jongeren mogen – en moeten – daarin uitgedaagd worden, de verwachtingen mogen hoog zijn. Vaak genoeg horen jongeren juist het tegenovergestelde; de verwachtingen liggen laag, zeker bij jongeren uit bepaalde wijken en/of gemarginaliseerde groepen. Juist door deze jongeren uit te dagen en ze aan een bepaalde standaard te houden, kunnen ze zich spiegelen aan die hoge verwachtingen.

Wanneer je je stem wil laten horen, hoort daar immers ook een verantwoordelijkheid bij om goed na te denken over wat je wil zeggen en waarom dat voor een ander belangrijk zou moeten zijn. Daarbij is het belangrijk dat jongeren succeservaringen opdoen: wanneer ze hun stem constructief laten horen, moeten ze af en toe ervaren dat ze op zijn minst serieus genomen worden en idealiter soms werkelijke invloed hebben. Het jongeren- en bredere sociaal werk kan dat bereiken middels de volgende drie lijnen. 1. Politiserend jongeren- en straathoekwerk (Youth Organizing) Dit vormt de kern van de aanpak. Nog meer dan voorheen richt jongeren- en straathoekwerk zich: •

•

op het op allerlei manieren motiveren, initiëren en faciliteren van het versterken van regie en gevoel van eigenaarschap bij jongeren. Ervaren dat je werkt aan het (weder)opbouwen van de maatschappij werkt bekrachtigend. op de lobby bij de gemeente en andere plekken binnen de leefwereld van de jeugd (school, sportclubs, etc.) om de jongeren de ruimte te geven om invloed uit te oefenen. Een belangrijke rol van jongeren- en straathoekwerkers is immers om een vertaling te maken tussen de systeemwereld en de leefwereld van jongeren.

Dat doen zij door bijvoorbeeld:

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

7

• • • • • • •

participatiebijeenkomsten te organiseren, inclusief inspraakevents en dialoogsessies met jongeren in verschillende buurten. Youth Organizing-projecten te faciliteren; het begeleiden van jongeren om hun eigen projecten op te zetten en beleidsprocessen te beïnvloeden. Peer to peer- of mentorprogramma’s op te zetten: jongeren koppelen aan rolmodellen of begeleiders binnen het jongeren- en straathoekwerk en de gemeente. activiteiten rond sport, kunst en cultuur te organiseren. Jongeren kunnen hun gevoelens en frustraties op een gezonde manier uiten via diverse kunstvormen. workshops of bijeenkomsten aan te bieden waarin wordt ingezet op het ontwikkelen van debatvaardigheden en vragen als ‘wie ben ik en waar wil ik voor gaan staan?’. aan te haken bij en waar nodig initiëren van passende campagnes en initiatieven (zoals 750 jaar Amsterdam), inclusief het aansturen van communicatiepartners, jongeren-ambassadeurs, en social media influencers. te ontsluiten of initiëren dat we binnen de allianties en stadsbreed activiteiten organiseren die gericht zijn op inclusie en saamhorigheid.

Belangrijk bij het inzetten op participatie en betrokkenheid van jongeren is dat de initiatieven niet top-down worden opgelegd door het jongeren- en straathoekwerk of de overheid. In plaats van activiteiten te bedenken voor jongeren, moeten we ons richten op de belevingswereld van jongeren zelf. Waar liggen hun zorgen, waar maken ze zich boos om, wat zijn hun dromen en idealen? Daar waar jongeren zélf gemotiveerd zijn en ergens energie voor voelen, liggen de kansen voor verandering. Het is aan de jongeren- en straathoekwerker om aan te sluiten bij die intrinsieke motivatie, en jongeren te ondersteunen, te prikkelen en te faciliteren om daar iets mee te doen. De online leefwereld mag daarin niet ontbreken; voor de meeste jongeren is er immers nauwelijks nog een scheiding tussen het on- en offline leven, dus dienen Youth Organizing-activiteiten ook dit aspect te betrekken of zelfs volledig online plaats te vinden. Dergelijke activiteiten kunnen daarmee ook bijdragen aan de online weerbaarheid van jongeren, wat een van de kernpunten is van de Werkgroep Digitaal Jongeren- en straathoekwerk van SvJA8. Hierbij is het bovendien raadzaam om aan te sluiten bij het Actieplan Online Leefwereld van Jongeren 9 van de Gemeente Amsterdam.

Uitgaan van de belevingswereld van jongeren betekent ook dat het moment en de manier waarop anderen – zoals ambtenaren, bestuurders, scholen, politie of de Kinderombudsman – worden betrokken, moet aansluiten bij de timing en de wensen van jongeren zelf. De systeemwereld moet zich aanpassen aan het ritme en de dynamiek van jongeren, in plaats van andersom. Alleen dan ontstaat werkelijk gelijkwaardige samenwerking, waarin jongeren eigenaarschap kunnen ervaren over hun bijdrage aan de samenleving. 2. Ontwikkelen van handvaten voor bevordering van deskundigheid en welzijn van de uitvoerders Amsterdam heeft capabele en gepassioneerde jongeren- en straathoekwerkers die zich met hart en ziel inzetten voor de Amsterdamse jongeren. Dat neemt niet weg dat ze in het licht van de huidige uitdagingen aanvullende ondersteuning kunnen gebruiken, zowel wat betreft deskundigheidsbevordering, als in het zorg dragen voor hun welzijn. Qua deskundigheidsbevordering is het essentieel om in te zetten op 1) agogisch vakmanschap, waarmee jongeren beter ondersteund kunnen worden bij het ontwikkelen van hun initiatieven, en 2) op politiek-strategisch vakmanschap, waarmee jongeren- en straathoekwerkers de juiste tools in handen hebben om initiatieven op de (politieke) agenda te krijgen10. Denk bij deze deskundigheidsbevordering en het zorg dragen voor het welzijn van jongeren- en straathoekwerkers aan:

8 De werkgroep heeft o.a. enkele themakaarten Online Weerbaarheid ontwikkeld, die jongeren- en straathoekwerkers helpen met jongeren het

gesprek te voeren over wat ze zoal online tegenkomen. Meer informatie via deze link. 9 Actieplan te raadplegen via deze link. 10 Naar: Movisie, Dossier ‘Wat Werkt Bij Samenlevingsopbouw’, 2024

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

8

•

• •

•

Trainingen zoals een module participatie binnen de Amsterdamse Jongeren- en straathoekwerk Academie, 'Deep Democracy', 'Vreedzaam Vechten', ABCD of gesprekstechnieken polarisatie aanbieden aan jongeren- en straathoekwerkers. Ontwikkelen en ontsluiten van een toolbox: praktische middelen en richtlijnen bijeenbrengen en waar nodig creëren voor uitvoerders om dialogen te begeleiden en jongeren te activeren. Kennis en vaardigheden leer je niet alleen in de schoolbanken, maar ook – en juist – in de praktijk. Om het kennisniveau onder jongeren- en straathoekwerkers in de hele stad op gelijk niveau te trekken, zouden jongerenen straathoekwerkorganisaties baat hebben bij meer onderlinge uitwisseling. Door meer ruimte te creëren om uit te wisselen over werkvormen en uitdagingen – kortom, door elkaar te versterken in plaats van te concurreren – is het bovendien mogelijk toe te werken naar een meer gestructureerde en uniforme aanpak van het jongeren- en straathoekwerk in de hele stad, waardoor alle Amsterdamse jongeren dezelfde faciliteiten geboden krijgen. Naast uitwisseling op organisatieniveau kunnen bijvoorbeeld ‘meeloopstages’ georganiseerd worden van jongeren- en straathoekwerkers onderling. Het is zinvol te onderzoeken of het organiseren van deze meeloopstages door de AJA gefaciliteerd zouden kunnen worden.

Daarbij zou ook onderzocht kunnen worden of de AJA ‘learning by doing’ in bredere zin kan ondersteunen middels meeloopstages bij andere organisaties. Richtlijnen over hoe je als professional te verhouden tot ontwikkelingen die je ook persoonlijk raken. Uit gesprekken met jongeren- en straathoekwerkers blijkt dat zij zelf steeds meer moeite hebben met de opdracht die ze hebben om in gesprek met jongeren neutraal te blijven. Ten eerste omdat het voor hen onduidelijk is wat die neutraliteit inhoudt wanneer er steeds vaker politici zijn die uitspraken doen die haaks staan op de missie, visie en waarden die binnen de jongeren- en straathoekwerkorganisaties centraal staan (zoals de inzet voor mensen- en kinderrechten, voor gelijke kansen en tegen racisme en discriminatie). Daarnaast worstelen ze zelf ook met soortgelijke frustraties, en, tot slot, met name ook omdat ‘neutraal’ zijn in een dergelijke situatie sommige jongeren júist vervreemdt. Zoals een jongeren- en straathoekwerker het stelde: ‘Als jongeren- en straathoekwerker ga ik het [gedrag van ons kabinet] niet glad praten of ontkennen; ik wuif het niet weg, maar erken het’. Veel jongeren- en straathoekwerkers maken dit besluit op basis van hun expertise en ervaring, omdat ze weten dat een ontkennende of ontwijkende reactie er juist toe leidt dat jongeren in zichzelf keren en aan zichzelf gaan twijfelen.

Deze tweestrijd lijkt soms een keuze uit twee kwaden: voldoe ik aan mijn opdracht door neutraal te blijven, waarbij ik het risico loop jongeren van mij en de maatschappij te vervreemden, of bevestig ik dat hun frustraties terecht zijn, waarbij het erg lastig is er een positieve draai aan te geven, wat hetzelfde tot gevolg kan hebben? Doordat jongeren- en straathoekwerkers de frustraties bovendien zo goed herkennen, zien ze om zich heen dat steeds meer van hun collega’s last hebben van compassiemoeheid. Er moet dan ook niet alleen in kennis geïnvesteerd worden, maar ook in het welzijn van jongeren- en straathoekwerkers. Zij zijn immers essentieel in het binnenboord houden van veel Amsterdamse jongeren.11

3. Bevorderen van samenwerking Samenwerking met ouders en andere partners, vanuit een gedeelde visie, is noodzakelijk om verbinding en ruimte te maken met en voor jongeren. Dat kan op de volgende manieren. •

• •

Allianties: zorgen dat de allianties en eventuele bredere netwerken van jongeren- en straathoekwerk, sociaal werkorganisaties, scholen en bewonersinitiatieven goed gefaciliteerd zijn om polarisatie in gezamenlijkheid aan te pakken. Identificeren van buurtbehoeften: lokale uitdagingen in kaart brengen door gesprekken met de allianties als vertegenwoordigers van bewoners en jongeren. Ontsluiten, bevorderen en faciliteren van intergenerationele activiteiten: programma’s opzetten waarin jongeren en ouderen samenwerken aan gedeelde doelen.

11 Tijdens het afronden van dit programmaplan is een richtlijn ontwikkeld voor het jongeren- en straathoekwerk die handvatten biedt hoe zich te verhouden tot

politiek, beleid en (radicale) opvattingen (sept 2025).

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

9

• •

•

Versterken van communicatiekanalen: betere informatiedeling tussen partners en betrokkenen. Het jongeren- en straathoekwerk moet nauw aansluiten bij de Ouder- en Kindteams, en de Buurtteams, omdat er voor hen een rol weggelegd is om ouders nog meer te ondersteunen in het in gesprek gaan met hun kinderen. Zij helpen ouders te reflecteren op de leefwereld van hun kinderen en leren ze met hun kinderen in gesprek te gaan over wat hen bezighoudt, en wat ze online tegenkomen. Ouders zijn gebaat bij ondersteuning om een positieve kijk op henzelf en hun omgeving te houden, en handvaten om dit gesprek aan te gaan en hun eigen overwegingen met hun kinderen te delen, zonder de eigen boosheid over te dragen. Op die manier leren jongeren dat het niet vreemd is dat ze met deze zaken worstelen én krijgen ze een gezond voorbeeld van hoe met deze frustraties om te gaan. Het is hierin ook van belang om scholen te blijven betrekken. Naar voorbeeld van de Utrechtse Armoedecoalitie kan een ‘Polarisatiecoalitie’ in de stad opgezet worden. De Armoedecoalitie “bundelt de krachten van grote organisaties, kleinschalige initiatieven, hulp- en dienstverleners, belangenbehartigers en ervaringsdeskundigen” en bereikt haar doelen door “de handen ineen te slaan, hulp- en dienstverlening te verbeteren, én met vernieuwende initiatieven te komen”.

Betrokken organisaties “willen – naast hun eigen activiteiten – de krachten bundelen (…). Dit netwerk treedt regelmatig naar buiten, en zorgt voor aandacht en blijvende agendering in de politiek. Ook zorgt het voor inhoudelijke inbreng rondom het thema. 12” Een coalitie van uiteenlopende organisaties – waar bewonersorganisaties en bewonersplatforms expliciet onderdeel van en gelijkwaardig partner in zijn – sluit als het ware een maatschappelijk akkoord en heeft daarbij een focus op het komen tot een actieplan. Eerste verkenningen tonen aan dat er weinig behoefte is aan lang vergaderen over een gezamenlijke missie en visie. Daarentegen zijn kernvragen in de totstandbrenging van de coalitie: o o o

Wat moet er veranderen? Welke acties kunnen de betrokken organisaties (samen) ondernemen om deze verandering teweeg te brengen? Hoe ondersteunen en versterken betrokken organisaties elkaar?

Een eerste stap in het vormen van deze coalitie is het bij elkaar brengen van geïnteresseerde organisaties om scherp te krijgen wat exact het probleem is dat opgelost moet worden en om een gezamenlijk actieplan op te stellen. Deze bijeenkomst dient bovendien om inzicht te krijgen in waar de organisaties (qua visie van en aanpak op de problematiek) van elkaar verschillen én waar ze elkaar kunnen vinden. Een dergelijke coalitie dient immers gestoeld te zijn op een gedeeld fundament, zodat organisaties elkaar kunnen aanspreken op en ondersteunen in het volgen van het gedeelde morele kompas. Het is niet het doel een samenwerkingsverband te creëren dat maandelijks bij elkaar komt, maar juist een coalitie van partijen die elkaar snel weten te vinden in urgente situaties en die slim gebruik maken van de diverse mate van invloed op verschillende plekken die betrokken organisaties hebben. In het voor het voetlicht brengen van de problematiek die de coalitie tracht aan te pakken, kan gebruik gemaakt worden van storytelling; voorbeelden uit de praktijk van Amsterdammers (jong en oud) die zich steeds verder verwijderd voelen van de stad.

Wat kan de gemeente doen? Een belangrijke partner in deze aanpak is de gemeente. Door de samenwerking tussen jongeren- en straathoekwerk, scholen, andere sociaal werkorganisaties en de gemeente te verbeteren, kan het net zich sluiten rond jongeren die dreigen af te haken. De gemeente kan enkele zaken doen om hieraan bij te dragen.

12 Armoedecoalitie Utrecht, te raadplegen via deze link

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

10

Invloed op beleidsvorming Er is een breed wantrouwen onder jongeren in de vraag of ze invloed hebben op beslissingen die hen direct raken. De gemeente moet – samen met het jongeren- en straathoekwerk – voor haar jongeren gaan staan en bovendien transparant zijn over hoe beleid tot stand komt. Zo kan beeldvorming over gebrek aan invloed gekanteld worden en kunnen jongeren successen opdoen, waardoor ze het gevoel krijgen dat er wel degelijk naar ze geluisterd wordt. Daar is echter wel wat voor nodig. De manier waarop input geleverd kan worden, is daarin een eerste stap. Jongeren krijgen namelijk vaak te horen dat hun stem belangrijk is en dat hun grieven gegrond zijn, maar te weinig kans om hun stem op een gezonde manier te laten horen. Laat dat gebeuren op voorwaarden die werken voor jongeren, niet op ‘volwassen voorwaarden’ waar jongeren zich maar in moeten schikken. Denk hierbij aan de tijd, de opzet en de locatie van een gesprek tussen de gemeente en jongeren. Het is belangrijk om het initiatief daarvoor primair bij de jongeren zelf te laten en gesprekken niet slechts te laten plaatsvinden wanneer de gemeente daarom vraagt.

Jongeren- en straathoekwerkers ervaren dat participatie vanuit de gemeente wel georganiseerd wordt, maar ze nog te vaak gevraagd worden “een blik jongeren open te trekken”, en dat niet langer willen doen, aldus enkele jongeren- en straathoekwerkers op het symposium Polarisatie en Inclusie op 24 juni 2025. In principe dienen bijeenkomsten kleinschalig te zijn, omdat jongeren in een kleine, vertrouwde, groep, vaak wel degelijk bereid zijn te praten, maar in een grote groep daar een stuk terughoudender in zijn. Grotere bijeenkomsten vinden alleen plaats op initiatief van jongeren zelf. Daarnaast is het van belang om zorgvuldig om te gaan met jongeren die participeren, zodat meedoen waar mogelijk een positieve ervaring is. Te vaak zien we in de praktijk dat dit niet het geval is, met als gevolg dat aanvankelijk gemotiveerde jongeren zich juist nóg meer terugtrekken of afkeren – radicaler zelfs dan wanneer er geen contact met de overheid was geweest. Om dit te voorkomen, zijn er enkele belangrijke aandachtspunten: 1.

2.

3.

4.

Wees vooraf transparant over de ruimte die er wél en niet is. Wanneer jongeren worden uitgenodigd om mee te denken, maar in werkelijkheid slechts mogen reageren op vaststaande kaders waar nauwelijks ruimte is voor aanpassing, leidt dit tot frustratie en teleurstelling. Openheid over de speelruimte voorkomt dat jongeren verwachtingen opbouwen die niet waargemaakt kunnen worden. Maak gebruik van ‘laaghangend fruit’. Kijk actief naar mogelijkheden om onderdelen van de inbreng van jongeren snel en zichtbaar te realiseren. Benoem expliciet dat deze stappen zijn gezet naar aanleiding van hun inzet. Daarmee bevestig je niet alleen dat participatie zin heeft, maar bouw je ook aan vertrouwen en motivatie voor toekomstige betrokkenheid. Blijf helder communiceren over beleidsprocessen. Beleidsvorming is vaak een traag en complex traject. Het is belangrijk jongeren hierin mee te nemen: leg uit waarom sommige veranderingen tijd kosten, en welke stappen gezet moeten worden. Maak zichtbaar wat er met de input is gedaan. Licht toe op welke manier de inbreng van jongeren is meegenomen – ook als daar uiteindelijk slechts deels of niet voor gekozen is. Dit vergroot de geloofwaardigheid en laat zien dat hun stem serieus genomen wordt, ook wanneer het resultaat anders uitvalt dan gehoopt.

Jongeren- en straathoekwerkers kunnen fungeren als schakel tussen jongeren en gemeente middels: •

•

het geven van advies aan beleidsmakers voordat deze plannen of acties ondernemen ten behoeve van jongeren: jongeren- en straathoekwerkers kunnen namens de jongeren communiceren over hun behoeften en obstakels in het beleid of kunnen – wanneer jongeren dat willen – hen op het podium zetten. Wanneer beleidsmakers en bestuurders plannen maken, bedoeld voor jongeren, is het raadzaam te starten met de vragen: ‘hoe kan ik helpen? Wat is jullie wens en behoefte?’, om zo betrokkenheid van jongeren- en straathoekwerkers en/of jongeren te faciliteren. het vragen van ondersteuning van wethouder en burgemeester: hen inschakelen als breekijzer bij bureaucratische blokkades of weerstand.

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

11

Veiligheid Hoewel het thema polarisatie niet bij OOV belegd is, ligt bij de aanpak van de in dit document geschetste problematiek een aanpak deels gericht op veiligheid voor de hand; het Amsterdamse jongeren- en straathoekwerk is de laatste jaren dan ook steeds nauwer gaan samenwerken met Jeugd en Veiligheid, zonder daar werkelijk onderdeel van uit te maken. Het is echter raadzaam preventieve en constructieve interventies los te laten bestaan van het veiligheidsaspect, en deze twee trajecten niet in elkaar te laten overlopen. Ook al hebben jongeren wellicht geen weet van het beleid dat ten grondslag ligt aan wat hen aangeboden wordt, toch sijpelt het vaak door in de aanpak, wat een tegengesteld effect tot gevolg zal hebben.

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

12

Bijlage 1 Uitdagingen die jongeren ervaren 1.

2.

3.

Afhaken van jongeren Veel jongeren voelen zich niet meer verbonden met de samenleving of de overheid. Jongeren tussen de 18 en 29 jaar (met name MBO’ers, jongeren met weinig bestaanszekerheid en/of met een migratieachtergrond) stemmen relatief weinig omdat zij ervaren dat het geen zin heeft en dat hun belangen gekend noch behartigd worden door de politiek (“Ondervertegenwoordigd Amsterdam”, 2024). Zij ervaren een gebrek aan zeggenschap over hun eigen leven en omgeving, wat leidt tot gevoelens van machteloosheid en desinteresse. Onderzoek toont aan dat jongeren die zich gehoord en gezien voelen een sterkere betrokkenheid bij hun omgeving ontwikkelen (De Winter, 2024). Machteloosheid en bubbels Jongeren verschansen zich in hun eigen sociale bubbels, vaak versterkt door algoritmes op sociale media, wat hun wereldbeeld vernauwt. Dit isolement vergroot de kans op radicalisering en vermindert de bereidheid om deel te nemen aan de samenleving (Sieckelinck, 2021). Gebrek aan vertrouwen in de overheid Studies tonen aan dat jongeren die discriminatie of dubbele standaarden in beleid ervaren, minder vertrouwen hebben in de overheid en zich afkeren van participatie (Metz, 2017). Politiserend jongeren- en straathoekwerk biedt een tegenwicht door jongeren te ondersteunen in het herwinnen van hun vertrouwen en invloed.

Waarom politiserend jongeren- en straathoekwerk? 1.

2.

3.

Herstel van regie en eigenaarschap Politiserend jongeren- en straathoekwerk sluit aan bij de mate waarin jongeren regie voelen en aankunnen. Voor jongeren die volledig zijn afgehaakt, kan een eerste stap zijn dat zij opnieuw invloed ervaren op hun eigen welzijn. Voor anderen kan de lat hoger liggen, tot aan actieve beleidsbeïnvloeding en het organiseren van maatschappelijke initiatieven. Actieve participatie en empowerment Jongeren- en straathoekwerkers faciliteren platforms waar jongeren hun stem kunnen laten horen en invloed kunnen uitoefenen op beleid en projecten. Dit versterkt hun gevoel van eigenaarschap en vertrouwen in hun eigen kunnen (Coussee, 2009). Brede sociale impact Door jongeren niet alleen invloed te geven, maar hen ook te betrekken bij de uitvoering van projecten, wordt solidariteit en sociale cohesie versterkt. Jongeren leren verantwoordelijkheid te nemen en ervaren dat zij daadwerkelijk verschil kunnen maken in hun stad.

Ondersteunend onderzoek •

• •

Ondervertegenwoordigd Amsterdam (2024) van de afdeling Onderzoek en Statistiek (O&S) van de Gemeente Amsterdam toont aan dat er in Amsterdam structurele ongelijkheid bestaat in politieke participatie. Amsterdammers, en dan met name jongeren met een basis- of mbo-opleiding, een laag inkomen, een migratieachtergrond, een jonge leeftijd en/of een slechte gezondheid, stemmen minder vaak en kiezen relatief vaker voor 'buitenstaanderpartijen' omdat zij het gevoel hebben dat het geen zin heeft en dat hun belangen niet worden behartigd in de politiek. Deze groepen zijn daardoor politiek ondervertegenwoordigd in de gemeenteraad. Tegelijkertijd stemmen meer theoretisch opgeleide en welvarender inwoners vaker op gevestigde coalitiepartijen. Deze ongelijkheid kan ertoe leiden dat de eerstgenoemde groepen minder gehoord worden, wat een risico vormt voor de werking van de democratie. Het onderzoek roept op tot meer samenwerking tussen gemeente, maatschappelijke organisaties, en de doelgroepen zelf om duurzame oplossingen te realiseren. Freire (1972) benadrukt het belang van kritische bewustwording en actie voor sociale verandering, kernprincipes van politiserend jongeren- en straathoekwerk.

Sieckelinck (2021) en Sonneveld (2022) tonen aan dat jongeren- en straathoekwerkers die methodieken zoals ‘Vreedzaam vechten’ en ‘Deep Democracy’ gebruiken, effectiever zijn in het creëren van verbinding en begrip tussen verschillende groepen.

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

13

• •

De Winter (2024) benadrukt dat jongeren die participeren in zinvolle activiteiten meer vertrouwen ontwikkelen in de samenleving en zichzelf. Kaulingfreks (2024) benadrukt het belang van wederzijds vertrouwen tussen overheid en burgers. Ze stelt dat het wantrouwen van burgers jegens de overheid deels voortkomt uit een gebrek aan vertrouwen van bestuurders in de bewoners. Kaulingfreks pleit voor versterking van de 'keten van vertrouwen', waarbij tussenpersonen zoals wijkagenten en sociaal werkers een essentiële rol spelen. In een opiniestuk d.d. 25-1-2025 in Het Parool beargumenteert zij op basis van haar onderzoek dat het hoog tijd is dat jongeren meer ruimte krijgen om hun stem te laten horen op allerlei manieren (creatief, activistisch, via inspraak) wat goed is voor de jongeren zelf, maar ook wezenlijk voor een gezonde veerkrachtige samenleving.

11 september 2025 / Veerkrachtige Democratie / Samen voor Jongeren Amsterdam

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16418287/1