Bijlage - Collegebrief bestuurlijke reactie raadsenquête AEB
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam
Datum Onderwerp
10 december 2021 Bestuurlijke reactie college op het definitieve rapport raadsenquete AEB
Behandeld door
Maartje van der Meulen, maartje.van.der.meulen@amsterdam.nl Jaap Oostdijk, j.oostdijk@amsterdam.nl Peter van Kessel, peter.van.kessel@amsterdam.nl
Kopie aan
Enquetecommissie AEB, t.a.v. de voorzitter, mevrouw De Grave-Verkerke
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 7 december 2021 presenteerde de enquêtecommissie haar eindrapport. Afgesproken is dat het college een inhoudelijke bestuurlijke reactie verzorgt voorafgaand aan de bespreking van het rapport op 16 december 2021 in de raadscommissie FED en op 22 december in de raad. Met deze brief geven wij invulling aan deze afspraak. Algemene opmerkingen Het college spreekt zijn grote waardering uit voor het vele werk dat door de enquêtecommissie is verzet. De enquêtecommissie beschrijft over een periode van meer dan drie decennia alle bepalende momenten in de geschiedenis van het AEB. Daarmee plaatst de enquêtecommissie de crisis bij het AEB in 2019 in een historisch perspectief. Op consistente wijze geeft dit rapport inzicht in een lange periode van gemeentelijk beleid en handelen en het schijnt licht op de dynamische en complexe relatie tussen markt en overheid. Daarvoor is het college de enquêtecommissie zeer erkentelijk. Het college is van mening dat het ook een buitengewoon eerlijk rapport is. Alle hoofdrolspelers die betrokken zijn geweest bij de ontwikkelingen van het AEB worden belicht. Het gaat over het college – dat in dit dossier de bestuursverantwoordelijkheid draagt – maar de commissie heeft ook aandacht voor de rol van de gemeenteraad, het bestuur en de raad van commissarissen (RvC) van het AEB.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 10 december 2021 Pagina 2 van 8
Het rapport is een zeer welkome aanvulling op het rapport van de commissie Winter over de oorzaken en leerpunten van het stilleggen van vier van de zes verbrandingslijnen door AEB in de zomer van 2019. Het college heeft de lessen daarvan verwerkt in een nieuw beleidskader voor verbonden partijen, die onlangs door de gemeenteraad is vastgesteld. De conclusies en aanbevelingen uit het rapport van de enquêtecommissie liggen in lijn met de bevindingen van het rapport van de commissie Winter en geeft tegelijk aanleiding om nog eens scherp te kijken naar de omgang met gemeentelijke deelnemingen. Het hebben van een deelneming is één van de instrumenten die de gemeente tot haar beschikking heeft om publieke belangen te borgen. Het college merkt op dat er fundamentele verschillen zijn tussen het beheren van een deelneming en het aansturen van een gemeentelijke directie. Een directie bevindt zich binnen de eigen organisatie en geeft het college de mogelijkheid van directe sturing. Een deelneming is een onderneming op afstand. Een onafhankelijk bestuur draagt verantwoordelijkheid voor de continuïteit van de deelneming onder toezicht van een onafhankelijke RvC. Zij hebben hiervoor wettelijke verplichtingen en eigenstandige bevoegdheden.
Het college kan via zijn bevoegdheden in de aandeelhoudersvergadering invloed uitoefenen of via een contractuele relatie tussen de gemeente en een deelneming. Daarbij kunnen deze bevoegdheden voor de gemeente per deelneming verschillen. Dit leidt ertoe dat publieke belangen niet altijd één op één overgezet kunnen worden naar de deelneming. Deze beperktere mogelijkheden tot sturen op publieke belangen dient de gemeente af te wegen bij de keuze voor het instrument deelneming. Dit is daarom ook een belangrijk onderdeel van het voornoemde beleidskader verbonden partijen. Reactie van het college op de conclusies De enquêtecommissie komt in hoofdstuk 8 van het eindrapport tot de beantwoording van raadsvragen en conclusies, die leiden tot tien aanbevelingen. Het college neemt kennis van conclusies 1 en 2, reageert in deze paragraaf op conclusies 5, 6, 7, 9 en 10, en voorziet in de volgende paragraaf conclusies 3, 4 en 8 van een reactie bij de corresponderende aanbevelingen. Het college onderschrijft de conclusies van de enquêtecommissie over de besluitvorming van majeure dossiers door de jaren heen, de kwaliteit van de informatievoorziening en de behoefte aan meer technische ondersteuning bij complexe vraagstukken (conclusies 6 en 7).
Het college is het met de enquêtecommissie eens dat het politiek-inhoudelijke debat alleen gevoerd kan worden als alle partijen over volledige, betrouwbare en toegankelijke informatie beschikken uit zorgvuldig opgestelde voordrachten en bijbehorende stukken. Ook ziet het college dat er meer aandacht moet komen voor het monitoren van aanbevelingen uit onderzoeken en waar mogelijk implementeren van werkwijzen op basis van aanbevelingen in de organisatie. Het college herkent zich niet in de conclusie (9) die de enquêtecommissie trekt over het “ineens” overgaan tot verkoop van AEB als de problemen zich opstapelen. Het college heeft in de nazomer van 2019 er expliciet voor gekozen om - toen die optie voorlag - niet tot een snelle verkoop over te gaan. De besluitvorming in het college over een mogelijke verkoop is uitgebreid en zorgvuldig voorbereid. Een eerdere herijking en bestuursopdrachten wezen al in deze richting. Door de crisis rond het AEB is dit proces weliswaar in een stroomversnelling gekomen, maar de besluitvorming over de verkoop is zeer zorgvuldig doorlopen. Tijdens en na de zomer van 2019 zijn er meerdere
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 10 december 2021 Pagina 3 van 8
opties afgewogen en alternatieve wegen verkend. Daarbij heeft de gemeente gebruikgemaakt van dwarskijken, een gefaseerde besluitvorming met een principebesluit, een go-besluit en met tweemaal een procedure waarbij de gemeenteraad zijn wensen en bedenkingen heeft geuit. Inhoudelijk is zeer goed te verantwoorden dat AEB verkocht is. Dat blijkt onder andere uit de resultaten van de uitgevoerde bestuursopdrachten. Het college herkent zich ook niet volledig in het beeld (conclusie 5) dat de enquêtecommissie schetst aangaande de rentetarieven. Het klopt dat de gemeente een marktconforme rente op verstrekte leningen moet hanteren en dat het zelf tegen lagere tarieven kan lenen. Tegelijk kan de gemeente langlopende leningen met een vaste rente niet zomaar omzetten naar een lagere rente wanneer de marktrente daalt. Een en ander is daardoor niet een op een vergelijkbaar. Zie voor een nadere toelichting de bijlage. Met betrekking tot de conclusie (10) over het ontbreken van een effectief samenspel tussen aandeelhouder, RvC en directie kan het college aangeven, ook al naar aanleiding van het rapport van de commissie Winter, te streven naar het beter onderhouden van werkbare persoonlijke relaties tussen verschillende actoren en voor meer wederzijdse betrokkenheid en vertrouwen.
Dit draagt ook in de ogen van het college bij tot een effectievere onderlinge werkrelatie en aansturing van een deelneming dan wel verbonden partij. Reactie college op de tien aanbevelingen uit het rapport Aanbeveling 1: Expliciteer het publiek belang van iedere deelneming. Operationaliseer het publiek belang door aan te geven hoe gestuurd gaat worden, op basis van welke maatstaven gestuurd gaat worden en wie hiervoor verantwoordelijk is. Overweeg dit ook bij grote projecten. Het college kan zich vinden in deze aanbeveling en geeft een toelichting op de ontwikkeling van het beleid en de uitvoering daarvan. Het is staand beleid dat de gemeente alleen taken uitvoert die voortkomen uit een gemeentelijk publiek belang. Daarbij geldt dat de gemeente beziet of volledige gemeentelijke betrokkenheid noodzakelijk is, in hoeverre de markt een activiteit kan uitvoeren, of dat de gemeente andere instrumenten tot haar beschikking heeft waarmee het publieke belang ook of beter kan worden geborgd. Dit geldt zowel voor een deelneming of voor de start van een nieuw (groot) project. De keuze voor een instrument bepaalt in grote mate de taken en verantwoordelijkheden van de gemeente. Bij deelnemingen wordt het publieke belang zo goed als mogelijk verankerd in de statuten en de strategische plannen van iedere deelneming.
Regelmatig wordt de gemeentelijke visie op het publieke belang en de effectiviteit van het instrument deelneming heroverwogen. Dit ook in reactie op conclusie 3 van de enquêtecommissie. Het college realiseert zich dat het voor een actief en betrokken beheer van deelnemingen van belang is dat de beleidsdirecties betrokken en in positie zijn om de publieke belangen via deelnemingen (en overige verbonden partijen) tot hun recht te laten komen. Daarom is in de Nota beleidskader verbonden partijen 2021 meer aandacht voor de interne governance. Het is nodig dat er binnen de gemeente een actieve dialoog plaats vindt en afspraken gemaakt worden over de verschillende rollen en beleidsbelangen die de gemeente kan hebben bij een deelneming. Goede voorbeelden waar de gemeente dit al in de praktijk heeft gebracht zijn de toekomstvisie Haven, en meer recentelijk de toekomstvisies ten aanzien van de RAI en WPW.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 10 december 2021 Pagina 4 van 8
Daarbij is in het beleid opgenomen dat de verantwoordelijkheid voor het beheer van een deelneming bij de vakwethouder ligt, tenzij dit expliciet anders is belegd. Dit betekent dat besluitvorming omtrent de verbonden partijen door de vakwethouder in het college wordt ingebracht. Het college heeft een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij het voorbereiden van het standpunt van de gemeente Amsterdam ten aanzien van de aandeelhoudersvergaderingen bij deelnemingen en besluiten bij de overige verbonden partijen. In principe onderhoudt de vakwethouder de contacten met de verbonden partijen. Aanbeveling 2: Maak bij elke verbonden partij voor de raad inzichtelijk wat de afspraken met financiële consequenties zijn voor de gemeente en wat het geheel is aan financiële stromen tussen de gemeente en de verbonden partij. De gemeente verhoudt zich regelmatig op verschillende manieren en met verschillende rollen tot verbonden partijen. Het kan voorkomen dat de rol van de gemeente een combinatie is van aandeelhouder, subsidieverlener, financier, klant, opdrachtgever, concessieverlener, verhuurder van vastgoed of grond en verzekeraar. Dit leidt tot een complex aan financiële stromen en afspraken. Het college streeft ernaar om deze relaties en de verhouding tussen deze relaties op begrijpelijke wijze inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad.
Veel van deze informatie ontsluit het college via de paragraaf verbonden partijen in de begroting en jaarrekening van de gemeente Amsterdam conform de wettelijke vereisten (en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) en voor wat betreft de gemeentelijke deelnemingen via het Jaarverslag Deelnemingen. Het college zal met een voorstel komen hoe deze informatie nog scherper en begrijpelijker richting de gemeenteraad gebracht kan worden. Aanbeveling 3: Bij majeure besluiten moet het college zorgdragen voor een expliciete probleemstelling en inzicht bieden in alternatieve oplossingsrichtingen, inclusief bijbehorende voor- en nadelen. Het college herkent ten dele de opmerkingen die de enquêtecommissie bij deze aanbeveling maakt over de kwaliteit van de informatievoorziening aan de raad en het ontbreken van goed uitgewerkte en met elkaar te vergelijken alternatieve oplossingsrichtingen. Het college deelt met de enquêtecommissie de opvatting dat besluitvorming als beperkt ervaren kan worden als enkel de voorkeursoplossing voorgelegd wordt en een inhoudelijke uitwerking en vergelijking van verschillende alternatieven niet wordt aangeboden. Het college ziet graag dat de raad vaker in de gelegenheid wordt gesteld om vanuit een brede afweging, en met inzicht in de afwegingen van het college tussen de mogelijke alternatieven, tot een weloverwogen keuze te komen.
Deze informatie is over het algemeen wel beschikbaar, maar is soms enkel terug te vinden in een bijlage. Het college zal een voorstel doen dit meer expliciet en makkelijker vindbaar te maken. Het heeft daarbij de voorkeur van het college om ook in een eerder stadium meerdere richtingen of scenario’s aan gemeenteraad voor te leggen Aanbeveling 4: Zorg voor een bestendige ondersteuning van de raad voor complexe vraagstukken en het monitoren van de opvolging van eerdere aanbevelingen. Ook het college ziet een bestendige ondersteuning van de raad bij complexe vraagstukken als een belangrijk onderdeel van een ordentelijk besluitvormingsproces. Mede naar aanleiding van voorgaande raadsenquêtes zijn hiervoor reeds verschillende instrumenten in het leven geroepen. Het college denkt hierbij aan de technische sessie die met regelmaat georganiseerd worden, de
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 10 december 2021 Pagina 5 van 8
mogelijkheid van het vragen om ambtelijke bijstand en het budget dat bij complexe en financieel omvangrijke projecten beschikbaar is voor de raad om eigen onderzoek / ondersteuning te organiseren. Het college is benieuwd waar de precieze behoefte ligt aan de kant van de raad aan versterking van de ondersteuning. In 2020 zijn nieuwe afspraken gemaakt met de Rekenkamer over de bestuurlijke reacties en opvolging van aanbevelingen. Het college stelt voor om bij deze methodiek aan te sluiten met betrekking tot de opvolging van aanbevelingen uit de raadsenquête. Het college gaat graag met de raad in gesprek over hoe de technische ondersteuning beter verzorgd kan worden en de monitoring van eerdere aanbevelingen een structureler karakter kan krijgen. Aanbeveling 5: De uitvoering van het aansturen van een deelneming dient onder één wethouder te vallen. Het college heeft een ander perspectief op deze aanbeveling (en conclusie 4). Het college is volgens de gemeentewet (GW art. 160 lid 1 onder e) bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente. Hier valt het nemen van besluiten op de aandeelhoudersvergadering onder. Individuele wethouders kunnen deze handelingen niet uitvoeren. Bij deelnemingen spelen daarbij veelal meerdere belangen die college-breed afgewogen dienen te worden.
Daarom vindt het college het juist verstandig dat meerdere wethouders betrokken zijn bij de besluitvorming ten aanzien van een deelneming. De afstemming tussen meerdere portefeuillehouders zorgt ervoor dat al deze publieke belangen in beeld zijn en worden gewogen. Recentelijk heeft de gemeenteraad het nieuwe beleidskader verbonden partijen vastgesteld. Hierin zijn afspraken over een goede rolverdeling binnen het college vastgelegd ten behoeve van de juiste checks and balances. In het nieuwe beleidskader is expliciet opgenomen dat het college de bevoegdheid heeft om aandeelhoudersbesluiten voor te bereiden, zodat duidelijk is dat deze bevoegdheid niet toekomt aan één wethouder. Voorts merkt het college op dat een deelneming fundamenteel verschilt van een gemeentelijke directie. In het geval van een deelneming is het niet aan de gemeente (in haar rol als aandeelhouder) om de uitvoering aan te sturen. Deze taak is belegd bij het bestuur van een deelneming en staat onder onafhankelijk toezicht van een RvC. Aanbeveling 6: Creëer meer aandacht voor een integrale toets op de bedrijfsvoering bij signalen van falende bedrijfsprocessen bij deelnemingen en andere verbonden partijen. Ten aanzien van de casus AEB stelt het college achteraf vast dat de integrale toets op de bedrijfsvoering eerder had kunnen plaatsvinden.
In de toekomst zal bij signalen van falende bedrijfsprocessen dit sneller moeten gebeuren. Het college herkent conclusie 8 en kan zich vinden in de aanbeveling om meer aandacht te creëren voor een integrale toets op de bedrijfsvoering bij signalen van falende bedrijfsprocessen bij verbonden partijen. Het is van belang dat het uitvoeren van een integrale toets op de bedrijfsvoering bij de meest geëigende partij neergelegd wordt. In eerste instantie is dat het bestuur onder toezicht van de RvC. Indien dat niet voldoende oplevert, dan kan de gemeente in de rol van aandeelhouder hier zelf een rol in nemen. In eerste instantie door het stimuleren van directie en RvC dit op te pakken. Als dat nog niet voldoende is, kan bijvoorbeeld een externe partij gevraagd worden een toets uit te
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 10 december 2021 Pagina 6 van 8
voeren. Als aandeelhouder is er een neiging om vanwege de verhoudingen met bestuur en RvC hiermee te wachten, omdat de aandeelhouder een voorkeur heeft om de verantwoordelijkheid bij het bestuur en de RvC te laten. Het college zal in gesprekken met de directies en RvC’s van deelnemingen over het rapport van de enquêtecommissie expliciet aandacht vragen voor deze aanbeveling. Daarbij hecht het college er aan om het gesprek hierover ook met de gemeenteraad te voeren. Het college informeert de gemeenteraad vanuit de actieve informatieplicht over voornoemde signalen (zoals een onder toezichtstelling door de omgevingsdienst). Aanbeveling 7: Maak een analyse van de aanwezige kennis en ervaring op de gebieden waar de gemeente een publiek belang identificeert bij haar deelnemingen en voer proactief beleid om de juiste kennis en ervaring in huis te halen. Het borgen van voldoende kennis en ervaring bij de beleidsdirecties die verantwoordelijk zijn voor het publieke belang speelt met name bij het verzelfstandigen van gemeentelijke diensten. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie Winter is de Nota beleidskader verbonden partijen 2021 aangevuld door in de denk- en onderzoeksfase een visie op de toekomstige samenwerking tussen de gemeente en de verzelfstandigde organisatie te maken, waarin onder meer een relevante kennispositie bij de gemeente moet worden geborgd.
Aanbeveling 8: Definieer de rol van de RvC in het deelnemingenbeleid, in het bijzonder in het waarborgen van het publiek belang. Het college hecht grote waarde aan de belangrijke rol van de RvC voor een goed ondernemingsbestuur. Die rol is in Nederland in grote mate wettelijk verankerd in het Burgerlijk Wetboek en voor Nederlandse beursvennootschappen verder ingevuld via de Nederlandse Corporate Governance Code. De gemeente heeft in haar beleid ervoor gekozen om deze Code als leidraad te hanteren voor de sturing en beheersing van de gemeentelijke deelnemingen. De rol van de RvC is per deelneming uitgewerkt en beschreven in de statuten van de deelneming. De RvC heeft de taak om toezicht te houden op het beleid van de raad van bestuur en op de algemene gang van zaken in de vennootschap. Deze RvC richt zich in onafhankelijkheid op het belang van de deelneming. Het laten toezien op publiek belang is niet een taak die in het algemeen bij een RvC kan worden neergelegd. Het waarborgen van het publiek belang is een verantwoordelijkheid van de (gemeente als) aandeelhouder. De aandeelhouder borgt de publieke belangen door deze op te nemen in statuten, samenwerkingsovereenkomsten en strategische meerjarenplannen. De RvC houdt wel toezicht op de uitvoering van deze plannen door de directie.
Het college zegt toe om voorgaande definitie van de rol van de RvC te verwerken bij de volgende aanpassing van het gemeentelijk beleid voor verbonden partijen. Aanbeveling 9: Nodig de directie en RvC van deelnemingen jaarlijks uit in raadsvergaderingen om de jaarstukken toe te lichten. Het college constateert dat deze aanbeveling zich richt op de gemeenteraad. Het staat de gemeenteraad vrij om leden van directies en RvC’s uit te nodigen. Ook is het mogelijk om deelnemingen beter te leren kennen door het afleggen van werkbezoeken. Het college is altijd bereid om hierbij te faciliteren.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 10 december 2021 Pagina 7 van 8
Wel merkt het college op dat directies en RvC’s van deelnemingen niet verplicht zijn om in te gaan op een uitnodiging van de gemeenteraad. Zij zijn geen verantwoording schuldig aan de gemeenteraad. Het is aan college van B&W om in de hoedanigheid van aandeelhouder (al dan niet) in te stemmen met het vaststellen van jaarstukken van deelnemingen. Het college legt hierover verantwoording af aan de gemeenteraad en informeert de gemeenteraad conform het informatieprotocol deelnemingen. Het jaarverslag deelnemingen bevat een bundeling van de belangrijkste informatie uit de jaarverslagen van de deelnemingen, waarmee de gemeenteraad inzicht krijgt in de ontwikkelingen van de gemeentelijke deelnemingenportefeuille. De gemeenteraad kan vanuit zijn controlerende taak vragen stellen aan het College. Het college laat deze aanbeveling aan de gemeenteraad en is uiteraard bereid hierin te faciliteren. Aanbeveling 10: Evalueer de drie raadsenquêtes van Amsterdam en ontwikkel voorstellen voor het verbeteren van de inzet van het instrument. Het recht van enquête is bij uitstek bedoeld als instrument van de gemeenteraad om de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college vast te stellen voor het gevoerde bestuur. Het college laat deze aanbeveling aan de gemeenteraad en is uiteraard bereid hierin te faciliteren.
Tot slot Het college benadrukt nogmaals dat wij het vele werk en de op basis daarvan geformuleerde aanbevelingen van de enquêtecommissie zeer waarderen. In deze bestuurlijke reactie hebben wij zo concreet mogelijk aangegeven hoe wij vervolg willen geven aan deze aanbevelingen, in het verlengde van de vele verbeterinitiatieven die reeds zijn ingezet. Op basis van deze bestuurlijke reactie gaat het college graag op 16 en 22 december in gesprek over het eindrapport van de enquêtecommissie. Het college ziet deze gesprekken met genoegen tegemoet, vanuit het vertrouwen van het gedeelde belang, de gedeelde aandacht en inzet voor de verbetering van besluitvorming van complexe projecten en grote dossiers binnen de gemeente Amsterdam. Mede op basis van deze gesprekken is het college voornemens zo snel mogelijk, maar uiterlijk na 6 maanden, te komen met een vervolg op de aanbevelingen. Daarbij zal het college ook aangeven hoe deze zich tot elkaar verhouden en tot welke conclusies dit leidt ten aanzien van de volgorde en aanpak en welke inzet van middelen hiervoor vereist is. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en wensen u succes bij het afronden van de raadsenquête. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders,
Femke Halsema Burgemeester
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Peter Teesink gemeentesecretaris
Gemeente Amsterdam
Datum 10 december 2021 Pagina 8 van 8
Bijlage 1 Om de leningen aan AEB te kunnen verstrekken, leende de gemeente zelf ook op de kapitaalmarkt. Het ging hier in beide gevallen om langlopende leningen tegen een vaste rente waardoor de rente niet stijgt of daalt als de marktrente stijgt of daalt. Nadien is de marktrente wel gedaald, waarvan zowel AEB als de gemeente niet konden profiteren, omdat eerst de langlopende leningen tegen een vaste rente moeten aflopen waarna ze pas kunnen worden geherfinancierd tegen de dan geldende marktrente. In het rapport wordt de aanname gedaan dat de gemeente haar langlopende leningen met een vaste rente die ze op de kapitaalmarkt had afgesloten wel kan omzetten naar een lagere rente wanneer de marktrente daalt en dat AEB dat niet kan. In deze aanname zou de gemeente steeds goedkoper kunnen lenen, maar wel de onveranderde en inmiddels hoge rente op de leningen aan AEB ontvangen en daardoor ‘winst’ maken. De gemeente kon echter net als AEB niet de rente op haar langlopende leningen tegen vaste rente wijzigen, dus deze conclusie behoeft een nuancering. Naast het feit dat de gemeente in praktijk veel hogere rentekosten heeft betaald dan in het rapport gesuggereerd, was het in de periode sinds de verzelfstandiging geen optie om over een lagere rente te onderhandelen aangezien de gemeente als financier gebonden was aan staatssteunregels.
Lagere rentes zouden hebben geleid tot concurrentievervalsing ten opzichte van andere afvalverbranders. Overigens stonden de leningvoorwaarden wel toe om de lening vervroegd af te lossen zonder hierbij een boeterente te hoeven betalen. Als AEB een goedkopere financieringsbron had kunnen vinden dan stond het de onderneming vrij om deze te gebruiken.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl