CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage C Onderzoek Fietscultuur (1).docx

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 4 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de evaluatie van het Meerjarenplan Fiets en de aanscherping van het fietsbeleid (ZD2021-001388)4.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam

Fietscultuur Uitwerking van de motie fietscultuur onder Amsterdamse gezinnen

Inhoud Inleiding .........................................................................................................................................3 Aanleiding......................................................................................................................................4 Doel ...............................................................................................................................................5 1 Fietscultuur in Amsterdam...............................................................................................5 2 Pijlers ............................................................................................................................6 2.1 Fietsvaardigheden 2.2 Fietsgebruik 2.3 Imago 3 Huidige aanbod ..............................................................................................................7 3.1 Stadsbrede initiatieven 3.2 Fietsstimulering in het Meerjarenplan Fiets 3.3 Stadsdeelspecifieke initiatieven 4 Voorstel .......................................................................................................................11 4.1 Verhogen fietsgebruik 4.2 Ouder en kind centraal 4.3 Imago 5 Organisatie, monitoring en begroting .............................................................................13 5.1 Organisatie 5.2 Monitoring 5.3 Begroting

2

Inleiding Amsterdam is een echte fietsstad. Nationaal en internationaal heeft Amsterdam een naam hoog te houden als het gaat om fietsgebruik. Het intensieve fietsgebruik leidt tot tal van voordelen ten opzichte van andere modaliteiten. Niet alleen neemt de fiets minder ruimte in dan bijvoorbeeld een auto, ook draagt fietsen bij aan schonere lucht. Daarnaast zijn fietsers minder vaak ziek. Fietsen zorgt ervoor dat we Amsterdam nu en in de toekomst bereikbaar houden. Hoewel er in Amsterdam volop gebruik wordt gemaakt van de fiets, zien we tegelijkertijd dat het fietsgebruik niet in alle delen van de stad even courant is. Onderzoeken laten zien dat de fietscultuur zoals we die kennen in Amsterdam in de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West minder gangbaar is. In deze stadsdelen wordt eerder gebruik gemaakt van andere modaliteiten zoals de auto of het openbaar vervoer dan de fiets. Gemiddeld fietst slechts 53% van de Amsterdamse brugklassers naar school, terwijl dit landelijk op 89% ligt (2017). Om de reputatie als fietsstad ook in de toekomst waar te kunnen maken is het noodzakelijk dat de fietscultuur in alle stadsdelen van Amsterdam op de agenda blijft staan.

3

Aanleiding Op 23 januari 2020 werd door de Gemeenteraad de Agenda Amsterdam Autoluw vastgesteld. De Agenda Amsterdam Autoluw bevat 27 voorstellen voor maatregelen, pilots en onderzoeken voor meer leefruimte en schone lucht. Aanvankelijk werd in de Agenda Amsterdam Autoluw ook een maatregel opgenomen die ervoor zorgde dat Amsterdamse kinderen op woensdagmiddag en in het weekend gratis met het openbaar vervoer van het GVB konden reizen. Op basis van deze maatregel werd motie 90 aangenomen die initieerde om geen gehoor te geven aan deze maatregel en het vrijgekomen bedrag in te zetten in het verbeteren van de fietscultuur onder Amsterdamse gezinnen die nu niet of weinig fietsen. Het college heeft toegezegd een voorstel uit te werken ten behoeve van ‘Fietscultuur Amsterdamse gezinnen’. Door verschillende oorzaken fietst 1 op de 4 basisschoolkinderen niet. Oorzaken zijn bijvoorbeeld angst van ouders, het ontbreken van fietsvaardigheid, geen (geschikte) fiets hebben of de school is zo dichtbij dat kinderen (met ouders) naar school lopen. Het college stelt een aanpak voor waarmee gezinnen ondersteund worden, gericht op de verschillende ontwikkelfases van de kinderen. Het doel is ‘alle Amsterdammertjes op de fiets’, met een sterke positieve bijdrage aan gezondheid, autonomie en veiligheid.

4

Doel Deze uitwerking heeft als doel een concreet voorstel te presenteren ten behoeve van de aangenomen motie Fietscultuur onder Amsterdamse gezinnen. Het voorstel richt zich daarmee op het bevorderen van de fietscultuur onder gezinnen woonachtig in Amsterdam die op dit moment weinig of niet fietsen. Bij het verkennen van verschillende maatregelen zijn de volgende vragen gesteld: - Wat bieden we als Gemeente Amsterdam op dit moment aan op het gebied van fietsstimuleringsmaatregelen voor gezinnen? - Aan welke kansrijke initiatieven op het gebied van fietsstimulering onder gezinnen wordt bij het huidig aanbod geen gehoor gegeven en waarom niet? - Welke maatregelen op het gebied van fietsstimulering in Amsterdam lenen zich tot opschalen?

1 Fietscultuur in Amsterdam Amsterdam is een compacte stad. Veel voorzieningen bevinden zich op relatief korte afstand van elkaar en van de Amsterdammer. Dit resulteert in het feit dat Amsterdam gezien kan worden als een stad met een groot potentieel in het fietsgebruik. De meeste verplaatsingen met de fiets zijn namelijk tussen de 1 en 5 kilometer. In stadsdelen die een grote dichtheid kennen aan voorzieningen zoals het Centrum, Zuid, Oost en West is de fiets het meest gebruikte vervoermiddel op afstanden tot 10 kilometer. Pas vanaf die afstand zijn de inwoners van deze stadsdelen geneigd om vaker de auto of OV te nemen op weg naar hun bestemming. Dit resulteert in een gemiddelde van 36% dat Amsterdammers voor de fiets kiezen ten opzicht van andere vervoersmodaliteiten. Deze 36% kan en moet groeien als we Amsterdam ook in de toekomst schoon en bereikbaar willen houden. Deze groei kan vooral bewerkstelligd worden in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost. In deze stadsdelen pakken inwoners namelijk minder vaak de fiets. Zo kiezen Amsterdammers in deze stadsdelen vanaf een afstand van 5 kilometer gemiddeld vaker voor de auto in plaats van andere vervoersmodaliteiten. Enerzijds is dit te verklaren door de voorzieningendichtheid.

De afstand tot voorzieningen is in deze meer uitgestrekte stadsdelen groter dan in de overige delen van de stad dat zijn weerslag kent op de mobiliteitskeuze. Anderzijds komt dit verschil in fietsgebruik ook door het hogere autobezit in de genoemde stadsdelen. Door de ruim ingerichte openbare ruimte kan een auto hier makkelijker gratis of voor een financieel aantrekkelijk parkeer-/vergunningstarief dicht bij de bestemming geparkeerd worden. Dit resulteert naast een hoger autobezit ook in een frequenter autogebruik. Voor de uitwerking van de motie is het ook relevant te weten dat overige factoren zoals opleidingsniveau, veiligheidsbeleving, fietsvaardigheid, fietsbezit en de perceptie van auto als statussymbool ook meespelen in de keuze voor vervoersmodaliteiten. Stadsbreed zijn er naar 5

schatting ruim 16.000 Amsterdamse basisschoolkinderen die niet kunnen fietsen. Daarnaast is er nog een ongeveer even groot aantal kinderen dat niet fietst naar school of activiteiten.1 Bij de uitwerking van de motie Fietscultuur richten we ons op kinderen en gezinnen in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Qua aantallen hebben we het dan over zo’n 30.000 kinderen in de 3 stadsdelen samen die niet kunnen of willen fietsen, en hun ouders/gezinnen.

2 Pijlers Er zijn drie pijlers belangrijk voor fietscultuur. Namelijk fietsvaardigheden, toegang tot de fiets en imago. Waarop huidige en de nieuwe maatregelen op worden gebaseerd. 2.1 Fietsvaardigheden Fietsvaardigheden zijn een belangrijke basisvoorwaarde voor kinderen om te fietsen. Dit is van belang op alle leeftijden. Een inzet op verschillende leeftijdsgroepen is dus wenselijk. Onderzoek wijst uit dat peuters die al op jonge leeftijd leren omgaan met loopfietsjes op latere leeftijd sneller geneigd zijn de fiets te pakken. Door al jong te beginnen wordt de fietscultuur al vroeg een gangbaar concept binnen gezinnen. Echter verschillen de behoeftes per leeftijdsgroep om de fietscultuur vorm te geven. Hierdoor is het noodzakelijk om te differentiëren naar leeftijd. Zo leren peuters en kleuters spelenderwijs hoe een (loop)fiets werkt en wordt de motoriek bevorderd op het gebied van evenwicht houden. Op latere leeftijd is meer behoefte aan basiskennis van de verkeersregels en het omgaan met hindernissen op de route (stoepranden op/af, paaltjes). Voor het VO wordt verwacht dat leerlingen zich volledig zelfstandig in het verkeer kunnen begeven en de verkeersregels kennen en de bediening van de fiets volledig onder controle hebben. In combinatie met een goede fietsinfrastructuur zorgen de fietsvaardigheden voor een veilige omgeving op het fietspad.

In deze omgeving worden de verkregen fietsvaardigheden dagelijks in de praktijk gebracht tot een niveau dat lerende fietsers ook in complexere verkeerssituaties voldoende zelfredzaam zijn. 2.2 Fietsgebruik Het gebruiken van en het toegang hebben tot een fiets is minstens zo belangrijk als fietsvaardigheden. Uit onderzoek van de ANWB blijkt dat landelijk gezien meer dan 10% van de kinderen geen fiets heeft. Juist het bezit en het gebruik van een fiets is waard om aan te moedigen. Kinderen zijn op die manier in staat om onafhankelijk van een auto of gebruik makend

1 Op basis van het aantal leerlingen dat niet meedoet aan het praktisch verkeersexamen, is een

schatting dat 25% van de kinderen niet goed kan fietsen.

6

van het openbaar vervoer naar hun bestemming te fietsen zoals school, maar ook sport, hobby’s en andere activiteiten. 2.3 Imago Een derde pijler voor een goede fietscultuur is een positief imago van de fiets. Wanneer het aankomt op imago bevestigen diverse stakeholders dat het fietsimago in de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West negatiever is dan de overige vervoersmodaliteiten. Velen, met name jongeren, vinden fietsen niet cool en ze zijn onvoldoende overtuigd van de voordelen van fietsen zoals de kosten op lange termijn, de flexibiliteit of snelle en goede infrastructuur.

3 Huidig aanbod Fietsstimulering is niet nieuw voor de Gemeente Amsterdam. Vanuit het verleden zijn er verschillende initiatieven opgezet met als doel om meer Amsterdammers meer te laten fietsen. Uit verschillende gesprekken met stadsdelen is duidelijk geworden dat er nog steeds op stadsdeelniveau wordt ingezet op fietsstimulering. Echter is het huidige aanbod wat betreft maatregelen en activiteiten versnipperd. Zoals aangegeven blijven veel initiatieven beperkt tot binnen het stadsdeel. Dit heeft als gevolg dat in verschillende stadsdelen met een vergelijkbaar fietsgebruik er andere activiteiten aangeboden worden en dat de stadsdelen in grote mate belast zijn met de organisatie en uitvoering hiervan. Daarnaast richt het huidige aanbod fietsstimuleringsmaatregelen zich zo goed als alleen op het overbrengen van fietsvaardigheden. De gemeente Amsterdam heeft daardoor minder ervaring met maatregelen op het gebied van imago en fietsbezit. 3.1 Stadsbrede initiatieven 3.1.1. Verkeerseducatie Momenteel worden er stadsbreed verschillende activiteiten uitgevoerd die als doel hebben de fietscultuur te bevorderen. Op het gebied van fietsvaardigheid en deelname aan het verkeer speelt verkeerseducatie de grootste rol. De huidige opdracht is tot 2022 verleend aan het Verkeersplein Amsterdam. De aanbesteding omtrent deze opdracht in de toekomst loopt momenteel.

De hoofddoelstelling van de opdracht Verkeerseducatie is dat kinderen en jongeren van 0-18 in de Vervoerregio Amsterdam zelfstandig en veilig kunnen deelnemen aan het verkeer, waarbij het van belang is dat ouders actief worden betrokken bij de verkeersontwikkeling van hun kinderen. De opdracht omtrent verkeerseducatie richt zich op de verschillende fasen van het kind, met bijbehorend aangepaste doelstellingen. Zo maken peuters spelenderwijs kennis met het verkeer en worden de ouders betrokken bij de bewustwording in de voorbeeldrol die zij als ouder vervullen

7

in het verkeer. Voor leerlingen in het basisonderwijs is het de doelstelling om het theoretisch en praktisch verkeersexamen te halen. Daarmee heeft de leerling de nodige kennis en vaardigheid om zelfstandig en veilig te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer deel te nemen aan het verkeer. De leerling in het voortgezet onderwijs gaat zelfstandig en veilig te voet, met de fiets, of het OV en vanaf 16 jaar mogelijk met de snor- of bromfiets naar school. De leerling kent de eigen grenzen als verkeersdeelnemer, kent de risico’s van eigen gedrag en dat van anderen in het verkeer en past deze kennis toe in de praktijk. Het theoretisch en praktisch fietsexamen is bewezen effectief. Juist de link met de praktijk in de omgeving van het kind zorgt ervoor dat het verkeersexamen hoog scoort op basis van zowel effectiviteit als bereik. 3.1.2. Op weg naar het VO De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs (VO) is voor kinderen in het verkeer een kwetsbare periode. Ze nemen afscheid van hun vertrouwde schoolomgeving en moeten, vaak op de fiets, een nieuwe route afleggen van huis naar school. Juist deze transitiemomenten vormen de ideale kans om in te spelen op gedragsverandering. Deelname aan Op weg naar het VO bereidt de leerlingen voor op de nieuwe situatie. Deze activiteit zet, naast het verkeersexamen, ook in op fietsvaardigheid zowel theoretisch als praktisch.

Het lesproject omvat drie lessen. De eerste informatieve les besteedt aandacht aan het fietsen naar school en hoe leerlingen zich veilig in het verkeer kunnen begeven. Na een verkeersquiz bepalen de leerlingen de routes naar hun nieuwe scholen, met behulp van een routeplanner. Tijdens een tweede (praktijk)les fietsen de leerlingen in kleine groepjes, onder begeleiding van ouders en vrijwilligers, naar hun nieuwe school. Onderweg is er aandacht voor gevaarlijke punten en voeren de leerlingen een kijkopdracht uit. In een derde en afsluitende evaluatieles vindt een nabespreking van de fietstocht plaats. Er is aandacht voor verkeersonveilige punten die de leerlingen tijdens het fietsen zijn tegengekomen, en voor veiligere en alternatieve routes. De leerlingen voeren tevens een eindopdracht uit. Qua bereik richt dit initiatief zich tot de leerlingen uit groep 8 van de basisschool. Wanneer we dit bereik afzetten tegen de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost komt dit neer op zo’n 3.900 leerlingen. Op het gebied van effectiviteit zijn er signalen (zoals reeds aangehaald onder ’imago’) dat een gedeelte van de middelbaar scholieren liever met het OV naar school gaat dan per fiets. Echter ontbreekt de nulmeting om uit dit signaal conclusies te trekken met betrekking tot de effectiviteit. 3.1.3.

Tijdelijke coronamaatregel; gratis leenfietsen In het kader van COVID-19-preventie heeft de Gemeente Amsterdam in samenwerking met Swapfiets de noodmaatregel ‘Leenfietsen voor scholieren in het Voorgezet Onderwijs’ geïnitieerd. Deze maatregel heeft het mogelijk gemaakt om VO-scholieren in Amsterdam 4 maanden gratis toegang te bieden tot een Swapfiets. Doel van het project was om ervoor te zorgen dat meer 8

scholieren de fiets gaan gebruiken als vervoermiddel om door de stad (en naar school) te reizen. Hiermee moest de druk op het openbaar vervoer verlicht worden. Gemeente Amsterdam en Swapfiets hebben 1.600 fietsen beschikbaar gesteld. Dit aantal is gebaseerd op het aantal aangevraagde vouchers van de door de Gemeente Amsterdam benaderde scholen. Uiteindelijk hebben slechts 81 scholieren van de actie gebruik gemaakt. De tijdelijke maatregel is maart 2020 opgezet en liep tijdens de zomervakantie van 2020 af. Omdat dit een maatregel betrof die zich niet richtte op fietsvaardigheden maar op fietsbezit, is dit een interessant voorbeeld om lering uit te kunnen trekken bij de uitvoering van de motie Fietscultuur. De Gemeente Amsterdam heeft BYCS de opdracht gegeven om de effecten van de noodmaatregel te monitoren en hierover te rapporteren. Bij het door BYCS uitgevoerde onderzoek naar deze noodmaatregel stonden de volgende subdoelen daarin centraal; enerzijds te evalueren in hoeverre deze maatregel effect heeft op het fietsgedrag van de doelgroep en anderzijds op basis van deze evaluatie conclusies en lessen formuleren voor toekomstige projecten en maatregelen omtrent fietsstimulering bij deze doelgroep. De aanbevelingen uit het onderzoek worden meegenomen in het voorstel dat in hoofdstuk 4 wordt behandeld.

Qua effectiviteit en bereik kwam uit het onderzoek naar voren dat de maatregel doeltreffend is, maar de potentie nog niet benut. Deelnemers aan het project zijn louter positief over hun fiets, fietsen meer dan eerder en geven aan ook na afloop van het project te willen blijven fietsen. Daarbij zien ze de fiets als goed alternatief voor het openbaar vervoer. Het aantal aanmeldingen blijft echter achter bij het aantal aangevraagde vouchers. In het proces van aanvraag van de vouchers tot de daadwerkelijke verzilvering zijn potentiële deelnemers afgehaakt. Het succes van de maatregel hangt sterk af van drie factoren. Zo bestaat er een aantal verklaringen voor het achterblijvende aantal verzilverde vouchers. Allereerst is er door een groep potentiële deelnemers tijdens de aanloop van het project al een alternatieve oplossing gevonden. Bijvoorbeeld in de vorm van een eigen fiets aan te schaffen. Voor een andere groep geldt dat de voorwaarden rondom diefstal (hoog eigen risico) van een Swapfiets afschrikwekkend hebben gewerkt. In combinatie met de hectische coronaperiode waarin het project is uitgevoerd zorgde dit voor uitval. Een derde verklaring is dat voor de doelgroep fietsen geen vanzelfsprekendheid is. Voor deze doelgroep geldt dat een eenmalig aanbod niet voldoende is om hen te bewegen tot deze gedragsverandering.

3.2 Fietsstimulering in het Meerjarenplan Fiets Een van de drie pijlers uit het Meerjarenplan Fiets 2017-2022 is Het nieuwe fietsen. Hierin worden maatregelen gepresenteerd die als doelstelling hebben meer Amsterdammers te laten kiezen voor de

fiets.

Hierbij

wordt

expliciet

gekeken

naar

het

aandeel

fietsverplaatsingen

in

vervoerswijzekeuze in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Amsterdammers die nog 9

niet (veel) fietsen worden zo gestimuleerd om vaker de fiets te pakken. Dit gebeurt door middel van een subsidieregeling van de stadsdelen die op korte termijn wordt uitgerold. Lokale initiatieven ten behoeve van fietsstimulering worden aan de hand van een afwegingskader van subsidie voorzien om tegemoet te komen in de kosten voor het geven van fietslessen, leenfietsen, opslag van materiaal, etc. Bewoners worden betrokken bij initiatieven uit hun buurt en leren zo met buurtgenoten de voordelen van het fietsen te ervaren. Ook worden in samenwerking met de GGD,

scholen

en

stadsdelen

Nieuw-West,

Noord

en

Zuidoost,

minimaal

één

fietsstimuleringsproject uitgevoerd. Het verschil met de motie Fietscultuur is de doelgroep. Zo richt het Meerjarenplan Fiets zich op alle inwoners in de betreffende stadsdelen terwijl de doelgroep van de motie expliciet de Amsterdamse gezinnen is. Hetgeen rechtstreeks voortvloeit uit de gratis ov voor kinderen-maatregel. Uit de tussenevaluatie van het Meerjarenplan Fiets blijkt dat er halverwege de loopduur van het programma nog in beperkte mate wordt ingezet op fietsstimulering. Dit terwijl dit wel een van de hoofddoelen is van de pijler. Hierdoor liggen er nog zeker mogelijkheden voor het verder stimuleren van het fietsgebruik, zeker onder bepaalde doelgroepen. Dit kan in samenhang met de maatregelen die voortvloeien uit de motie Fietscultuur. 3.3 Stadsdeelspecifieke initiatieven Naast bovengenoemde gemeentebrede initiatieven, met name op gebied van fietsvaardigheden, hebben de stadsdelen een belangrijke rol in het stimuleren van een fietscultuur bij gezinnen. Dit doen zij op verschillende manieren en gefocust op verschillende doelgroepen zoals scholen, sport, Amsterdammers met een migratieachtergrond, etc. Deze initiatieven richten zich in de breedste zin op fietsstimulering. Dat wil zeggen dat hiermee zowel wordt geïnvesteerd in onderzoek naar fietsstimulering, als in verkeerseducatie op (basis)scholen en de fietsvaardigheid van volwassenen.

Ook op gebied van infrastructuur wordt ingezet op een veilige omgeving om als leerling naar school te fietsen. Een voorbeeld hiervan is de pilot ’Schoolstraat’ in stadsdeel Centrum. Tot en met december 2020 loopt een pilot die er voor zorgt dat er tijdens de haal- en brengmomenten op een basisschool de aanliggende straat door middel van uitneembare paaltjes wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Ouders kunnen zo hun kinderen lopend of met de fiets tot aan de ingang van de school brengen.

10

4 Voorstel Het huidige aanbod richt zich met name op fietsvaardigheden van basisschoolkinderen. Daarbij wordt het omringende gezin minder betrokken. Op fietsgebruik en imago wordt momenteel nauwelijks ingezet. In onderstaand voorstel voor extra maatregelen om de fietscultuur te stimuleren is daarom vooral op deze aspecten gericht. Op basis van de pijlers op het gebied van fietsstimulering en het huidige aanbod is er een voorstel gekomen dat een aantal maatregelen bevat om de fietscultuur onder Amsterdamse gezinnen in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost te doen toenemen. 4.1 Verhogen fietsgebruik We gaan inzetten op het verhogen van fietsgebruik onder kinderen en jongeren. Daarbij zetten we de volgende stappen: 1. Onderzoek naar fietsbezit onder de doelgroep. Het doel van dit onderzoek is tweeledig. Zo wordt er in de eerste plaats een nulmeting uitgevoerd qua fietsbezit. Dit geeft inzicht in de omvang van het aantal fietsen dat nodig is om kinderen te laten fietsen. Het uitgangspunt daarbij is wel dat de motivatie om te willen fietsen al aanwezig is en louter het ontbreken van een fiets omwille van financiële redenen de drempel is om te gaan fietsen. We richten ons dus op de Amsterdamse minima. Daarnaast verschaft het uit te voeren onderzoek inzicht in de meest optimale wijze van het ter beschikking stellen van fietsen.

Hierbij is het uitgangspunt dat er op een positieve manier verantwoordelijkheidsbesef wordt gecreëerd bij ouder en kind. Een uitkomst hierbij kan zijn dat de fiets wordt uitgeleend op een manier dat de fiets na een bepaalde periode gehouden kan worden mits er goed/schadevrij voor is gezorgd. Een ander voorbeeld is om de kwalitatief goede maar niet-opgehaalde fietsen van het fietsdepot te distribueren onder Amsterdammers middels het verhuren of voor een gesubsidieerd bedrag verkopen. Ook zou het een optie kunnen zijn om via platformen zoals Stichting Leergeld subsidie te verstrekken om kinderen aan een fiets te voorzien. 2. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek besluiten we hoe de gemeente het fietsgebruik zo groot mogelijk kan maken. 3. Na 1 schooljaar evalueren we de maatschappelijke baten. Budget voor deze maatregel: 1. Onderzoek: € 20.000 2. Budget voor fietsen: € 100.000 Met dit budget kunnen we naar verwachting zo’n 750 kinderen (van de 30.000) laten fietsen.

11

4.2 Ouder en kind centraal bij verkeerseducatie De verkeerseducatie die nu al stadsbreed wordt aangeboden richt zich op kinderen en niet op hun ouders/gezinnen. Jong geleerd is oud gedaan; we willen daarom ouders betrekken en gezinslessen aanbieden. Veel ouders fietsen namelijk ook weinig/niet omdat ze niet goed hebben leren fietsen of zich niet comfortabel voelen op de fiets in het verkeer. -

We bieden gezinslessen aan via schoolomgeving voor ouder én kind.

-

Dit staat in eerste instantie los van het reguliere verkeerseducatieprogramma.

-

We bereiken daarmee 2000 kinderen uit Nieuw-West, Noord en Zuidoost en hun gezinnen

-

1 schooljaar uitvoeren, daarna evalueren

-

Daarna mogelijk inbedden in regulier pakket verkeerseducatie

Budget voor deze maatregel: €330.000,4.3 Imago Naast fietsgebruik en fietsvaardigheden zetten we ook in op het imago. Dit doen we middels een op de doelgroep aansluitende communicatieaanpak die wordt uitgerold op scholen. De aanpak zorgt er voor dat fietsen structureel op de agenda blijft staan en niet slechts tijdens een bepaalde periode. -

Het doel van de aanpak is om vervolg te geven aan de verkeerslessen op school.

-

Kinderen en hun ouders blijven na afronding van verkeerslessen betrokken.

-

Het aanbod is op maat gemaakt per school/buurt en geeft handelingsperspectief aan de kinderen waarom het juist voor hen goed is om te fietsen en sluit nauw aan op de doelgroep.

-

Ouders worden hierbij betrokken en krijgen inzicht in de financiële en praktische voordelen van fietsgebruik.

-

Stadsdelen en scholen spelen een faciliterende rol, zie hoofdstuk 5 over organisatie.

-

Met een bedrag van €30.000,- bereiken we 100 scholen in Nieuw-West, Noord en Zuidoost.

-

Na een schooljaar evalueren we het resultaat.

Budget voor deze maatregel: €30.000,-

12

5 Organisatie, Monitoring en Begroting Het inzetten op fietsstimulering anders dan via het aanleren van vaardigheden is nieuw voor de Gemeente Amsterdam. Daarom is inzicht op de doeltreffendheid van essentieel belang. Het pakket aan maatregelen wordt dan ook uitvoering geëvalueerd en waar nodig aangescherpt. 5.1 Organisatie Het maatregelpakket ‘Amsterdamse Fietscultuur’ wordt uitgerold in nauwe samenwerking met de Stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Het principe is om zoveel mogelijk praktische zaken stadsbreed te regelen. 5.1.1 Ontzorgen stadsdelen en scholen Een belangrijk element in de uitvoering is ook het ontzorgen van scholen en stadsdelen. Scholen hebben momenteel te kampen met de gevolgen van de coronacrisis en het lerarentekort. Dit stelt ons voor de uitdaging om de scholen zoveel mogelijk te ontzorgen. Wel is het voor de uitvoering belangrijk dat deze grotendeels binnen de schoolomgeving plaatsvindt. Zo bereiken we met scholen 100% van de doelgroep (kinderen/gezinnen in stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost). Ook stelt het ons in staat om gebruik te maken van bestaande netwerken op het gebied van fietsstimulering en verkeerseducatie. Het is een intensief proces om een nieuw netwerk op te zetten ten behoeve van de motie fietscultuur op alle scholen.

Daarom is het effectiever om gebruik te maken van de banden die er al zijn en van welke scholen ook het enthousiasme komt om zich in te zetten voor de fietscultuur. Daarnaast sluiten we aan op de initiatieven die er al zijn, met name vanuit Aanpak Gezond Gewicht en de acties gericht op gezinnen in ontwikkelbuurten. Hiermee ontzorgen we niet alleen de scholen, maar ook de stadsdelen, die zich kunnen richten op het bij elkaar brengen van enthousiasme, behoefte en aanbod. We gaan inzetten in het ondersteunen van stadsdelen, koppelen bestaande initiatieven en schalen succesvolle initiatieven op. Budget voor deze maatregel: €85.000,5.1.2 Centrale coördinatie Vanuit de stadsdelen komt het signaal naar voren dat verschillende fietsstimuleringsinitiatieven in het verleden zijn gestrand op grond van praktische problemen. Deze problemen zijn bijvoorbeeld de organisatie en logistiek van leenfietsen. Dit terwijl de stadsdelen met deels dezelfde uitvoering te maken hebben. De situatie waarbij in het ene stadsdeel initiatieven sneuvelen, terwijl soortgelijke in een ander stadsdeel doorgang vinden is niet wenselijk. Om bovenstaande maatregelen voldoende te kunnen uitvoeren is het daarom noodzakelijk om in te zetten op centrale coördinatie.

Deze coördinatie bestaat uit de stadsdelen faciliteren van behoeftes zoals de logistiek rondom (leen)fietsen, de interesse voor fietsstimulering peilen op scholen en het 13

opbouwen en gebruiken van een netwerk binnen de verschillende stadsdelen. Het heeft de voorkeur om de rol van de coördinator onder te brengen bij Sportstimulering van Sport en Bos. Dit ligt in lijn met de fietsstimuleringsinitiatieven die vanuit de stadsdelen via het stimuleren van bewegen doorgang vinden. Budget voor deze maatregel: €55.000,1. €40.000,- kosten coördinator 2. €15.000,- ondersteuning 5.2 Monitoring Om zo optimaal mogelijk aan te sluiten bij de andere maatregelen die worden genomen op het gebied van fietsbeleid wordt het vestigen van de Amsterdamse fietscultuur in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost opgenomen als maatregel onder de derde pijler (Het nieuwe Fietsen) van het Meerjarenplan Fiets. De evaluatie en aanscherping van het MJPF die tegelijk wordt aangeboden met de uitwerking van deze motie biedt een kans om de extra maatregel op te nemen. Qua planning is een formele start van de maatregelen haalbaar in het eerste kwartaal van 2021. Deze start zal bestaan uit het aanstellen van de coördinator en het opzetten van het onderzoek naar fietsbezit. De Amsterdammer zal pas in september van 2021 merken dat de maatregelen in gang zijn gezet, omdat de start van het maartegelenpakket gelijk loopt met de start van het schooljaar 2021-2022. Aan het einde van dat schooljaar, juni 2022, wordt een eerste evaluatieonderzoek en aanscherping gedaan.

Op basis van de ervaringen van dat afgelopen schooljaar en de uitkomsten van het onderzoek is de effectiviteit en het bereik inzichtelijk. Daarnaast hebben we dan de mogelijk om inzichtelijk te krijgen wat de maatregelen kosten per nieuwe fietser. Budget voor evaluatie en aanscherping: €30.000,TIJDSPAD Q1 2021

Formele start; aanstelling coördinator fietscultuur

Q3 2021

Start maatregelenpakket tegelijk met schooljaar 2021-2022

Q2 2022

Evaluatie en aanscherping maatregelenpakket einde schooljaar 2021-2022

2023

Maatregelenpakket laten evalueren samen met andere doelstellingen van Meerjarenplan Fiets

14

5.3 Begroting Financiële dekking voor de voorgestelde aanpak komt uit het budget beschikbaar voor de uitvoering van de Agenda Amsterdam Autoluw, daar de maatregel gratis OV voor kinderen onderdeel vormde van deze agenda en middels de motie is maatregel omgevormd tot versterken fietscultuur Amsterdamse gezinnen

MAATREGELENPAKKET AMSTERDAMSE FIETSCULTUUR 2021 Stadsbrede maatregelen BUDGET (2021)

1 2 3 4 5 6

Fietsgebruik verhogen Fietsles voor gezinnen Imago verbeteren Stadsdelen ondersteunen, initiatieven koppelen en opschalen Organisatie Evaluatie en aanscherping TOTAAL

€ 120.000 € 330.000 € 30.000 € 85.000 € 55.000 € 30.000 € 650.000

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9768369/1