CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij Reparatie bestemmingsplan Museumkwartier-Valeriusbuurt 2022

RAAD 8 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van Stijl Advocaten inzake reparatie/herziening bestemmingsplan “Museumkwartier-Valeriusbuurt 2022”VN2023-0235023.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advocaton vasLgoed en gebiedsonliwikkeLing aansprakeUJkheicl | overheid

PER AANGETEKENDE POST PER GEWONE POST EN PER FAX: 070-365 13 80 Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019

2500 EA DEN HAAG

Amsterdam 29 augustus 2023 Van mr, M.H.J. van Driel LL.M. - advocaat

IViobiel 06-48102604 E-mail vandriel@stijladvocaten.nl Betreft Schriftelijke reactie ter zake van het beroep van Boerenwetering B.V. tegen bestemmingsplan "Museumkwartier-Valeriusbuurt 2022", gemeente Amsterdam

Zaaknummer 202204714/1/R1

Hoogedelgestreng College, Namens cliënte, de Stichting Administratiekantoor De Lege Kruik, derde-

belanghebbende partij ex art. 8:26 Awb, dien ik hierbij - in vervolg op uw brief van 1 augustus jl - de navolgende schriftelijke uiteenzetting in. Inleiding Cliënte is eigenaar van twee (samengevoegde) appartementsrechten in het 'high end' appartementengebouw 'De Hooch' aan de Pieter de Hoochstraat 11A-1 t/m H / Hobbemakade 31 te Amsterdam. De appartementen van cliënten hebben als adres Pieter de Hoochstraat 11 G-3. Eén van de appellanten in bovenvermelde beroepsprocedure, de besloten vennootschap Boerenwetering B.V., is de ontwikkelaar van het onderhavige appartementengebouw, dat 26 (zeer luxe) woonappartementen bevat. Boerenwetering B.V. betreft een 50% deelneming van Kondor Wessels Vastgoed B.V., onderdeel van Volker Wessels, en een 50% deelneming van Steenvastgoed (de heer Henk Veenstra). Boerenwetering B.V. heeft de woonappartementen inmiddels weten te verkopen, maar is nog steeds eigenaar van het appartementsrecht dat ziet op ca. 800 m2 van de begane grond van het appartementengebouw. Boerenwetering B.V. wenst ook dit laatste appartementsrecht zo gunstig mogelijk te verkopen dan wel te verhuren. Daartoe wenst Boerenwetering B.V. ter plaatse een (commerciële) sportschool te vestigen.

Stijl BV.

Be zo e k a d r e s:

T ^'i l ?0 346 99 80

www.sLijladvocaten.nL

PosLl3iis9101

PoeLdijkstraat '\

F+3 l 203469981

KvK nummer 342 51028

1006ACAnisi:erdam

l 059 VM Amsterdam

ii-iFo@sLijlaclvocaten.nL

li ".^'r .!;'

De raad heeft echter in het nieuwe bestemmingsplan nieuwe sportscholen verboden, vanwege de nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat. Omdat het

bestemmingsplan ter plaatse een sportschool nadrukkelijk verbiedt, heeft Boerenwetering B.V. beroep ingediend tegen het bestemmingsplan. Met dit beroep

beoogt Boerenwetering B.V. dat de Afdeling het bestemmingsplan op dit onderdeel vernietigt, zodat alsdan het vorige bestemmingsplan komt te herleven, dat ter plaatse wél een sportschool zou toestaan. Cliënte wenst echter, mede vanwege de overlast voor bewoners en daardoor waardevermindering van de appartementen, geen vestiging van een sportschool in het appartementengebouw en kan zich dan ook in zoverre goed vinden in het nieuwe bestemmingsplan dat ter plaatse geen sportschool toestaat. Cliënte heeft dan ook geen beroep ingediend tegen het nieuwe bestemmingsplan. Het belang van cliënte is dan ook tegengesteld aan dat van Boerenwetering B.V. en kwalificeert daarom als derde-belanghebbende als bedoeld in art. 8:26 Awb.1 Artikel 8:26, eerste lid, van de Awb strekt er immers toe om hen die een belang hebben dat

tegengesteld is aan dat van de appellant tot het geding toe te laten ter voorkoming van een verslechtering van hun positie.

Bij brief van 1 augustus jl heeft u cliënte desverzocht aangemerkt als derdebelanghebbende als bedoeld in art. 8:26 Awb en haar de gelegenheid geboden om tot en met 29 augustus a.s. een schriftelijke uiteenzetting te geven. Deze schriftelijke

uiteenzetting is dan ook tijdig ingediend. Beroejisgronden Boerenwetering B.V. Het standpunt van Boerenwetering B. V. is verwoord in het beroepschrift d.d. 21 september 2022 en het verzoekschrift om voorlopige voorziening d.d. 21 september 2022. Omvang van het beroep Het beroep dat Boerenwetering B.V, tegen het bestemmingsplan heeft ingediend, is gericht tegen het daarin niet toegestaan zijn van een sportschool op de begane grond (eerste bouwlaag) van het onderhavige appartementengebouw. Het niet toestaan van sportscholen is wel degelijk ruimtelijk relev_ant Boerenwetering B.V. voert allereerst aan dat de planregels, voor zover deze ter plaatse geen sportschool toestaan, niet ruimtelijk relevant zijn. Dit standpunt is rechtens onjuist.

Het onderhavige perceel heeft op de verbeelding (plankaart) de bestemming "Gemengd-6" gekregen. Op grond van art. 11.1, sub a, van de regels is in de eerste bouwlaag 'maatschappelijke dienstverlening' toegestaan. Onder 'maatschappelijke

1 Zie o.a. ABRS 28 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT2816, r.o. 2.6.2

2/10

dienstverlening' wordt op grond van art. 1.61 van de planregels verstaan: "een voorziening waar diensten op het gebied van (medische) gezondheidszorg, cultuur, welzijn, woonzorg, kinderopvang, onderwijs en educatie, sport (uitgezonderd een sportschool), religie, levensbeschouwing, overheid en vergelijkbare gebieden worden verleend, waaronder mede ondergeschikte nevenfuncties ten behoeve van die diensten worden begrepen." (onderstr. adv.)

Ter plaatse is dus wel maatschappelijke dienstverlening op het gebied van sport toegestaan, maar nadrukkelijk geen 'sportschool'. Onder een 'sportschool' wordt op grond van art. 1.85 van de planregels verstaan: "een voorziening waar al dan niet met

behulp van trainingstoestellen kan worden gewerkt aan de lichamelijke conditie en/of waar gevechtsporten kunnen worden beoefend." De ruimtelijke motivering voor het niet toestaan van een sportschool wordt in § 5.1.1

van de plantoelichting als volgt verwoord: "Sportscholen vormen een bijzondere vorm van dienstverlening. Sportscholen zijn commerciële bedrijven met een winstoogmerk en worden daarom niet aangemerkt als een maatschappelijke voorziening. Sportscholen onderscheiden zich tevens van andere vormen van consumentgerichte dienstverlening. Ze zijn alleen tegen betaling

(abonnement) toegankelijk en zijn voor hun functioneren niet afhankelijk van bezoekersstromen. Ze hoeven zich daarom niet noodzakelijkerwijs te vestigen in winkelstraten. Sportscholen zijn daarom aangemerkt als een bijzondere vorm van consumentgerichte dienstverlening. Een sportschool kan overlast veroorzaken voor de omgeving in de vorm van veel geparkeerde fietsen op straat en geluidsoverlast (muziek) voor omwonenden. Vanwege cfe moaeliik negatieve cievolaen voor het woon- en leefklimaat maakt het bestemminQsplan de vestiginci van nieuwe sportscholen en de uitbreidina van bestaande sportscholen me^jnogeljik^ Bestaande seortscholen zijn als zodaniq aangeduid op de verbeelding." (onderstr. adv.)

Het verbieden van nieuwe sportscholen is dus ingegeven door het belang bij het behoud van een goed woon- en leefklimaat. Het niet toestaan van een sportschool op de begane grond van het onderhavige appartementengebouw strekt dan ook tot een goede ruimtelijke ordening. Anders dan Boerenwetering B.V. beweert, is de planregeling van het onderhavige bestemmingsplan, voor zover deze ter plaatse geen

sportschool toestaat, wel degelijk ruimtelijk relevant. Dat het bestemmingsplan elders in het plangebied, onder een andere

bestemmingsregeling, wél sportscholen of daarmee gelijk te stellen sportvoorzieningen toestaat, doet daaraan niet af. Dat zijn sportscholen die ten tijde van de vaststelling van

het bestemmingsplan al legaal bestonden. Het bestemmingsplan beoogt (weinig verrassend) niet de al bestaande legale sportscholen weg te bestemmen - want dan zou

3/10

de gemeente ook tot onteigening over moeten gaan. Het bestemmingsplan beoogt nieuwe sportscholen (evenals de uitbreiding van bestaande sportscholen) te verbieden, dit ter bescherming van het woon- en leefklimaat. Dat art. 11.1, sub a jo art. 1.61 van de planregels ter plaatse wel 'een voorziening waar diensten op het gebied van (...) sport (...) worden verleend' toestaat, doet daaraan niet

af. Maatschappelijke dienstverlening op het gebied van sport, zoals bijvoorbeeld een maatschappelijke instelling die gehandicaptensport faciliteert, of daarvoor subsidies verstrekt, een sportbond of een kenniscentrum op het gebied van sport, hebben

uiteraard een geheel andere ruimtelijke uitstraling dan een sportschool. In dergelijke maatschappelijke voorzieningen worden overwegend administratieve werkzaamheden verricht en zal hooguit van een bescheiden baliefunctie sprake zijn. De publieksaantrekkende werking en (geluids)overlast van een sportschool is zonder meer vele malen groter dan van een maatschappelijke voorziening. Het onderscheid dat het bestemmingsplan maakt tussen, enerzijds, maatschappelijke dienstverlening op het gebied van sport en, anderzijds, sportscholen, berust dan ook, anders dan Boerenwetering B.V. betoogt, op ruimtelijk relevante motieven.

Geen strijd met art. 15 lid 3 Dienstenrichtlijn Boerenwetering B.V. voert verder aan dat de planregeling voor het onderhavige perceel

in strijd is met art. 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn, omdat het ter plaatse niet toestaan van een sportschool niet gerechtvaardigd zou zijn door een dwingende reden van algemeen belang. Dit standpunt is rechtens onjuist. Zoals hiervoor is toegelicht is het niet toestaan van een sportschool ingegeven door een goede ruimtelijke ordening c.q. het belang bij het behoud van een goed woon- en leefklimaat. De planregels zijn daarmee gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang, zodat wordt voldaan aan artikel 15, derde lid, onder b, van de

Dienstenrichtlijn. Anders dan Boerenwetering B.V. beweert, kan een sportschool op de begane grond van het appartementengebouw helemaal niet goed worden ingepast. De sportschool zal, zoals in de plantoelichting terecht is opgemerkt, aanzienlijke (verkeer-, parkeer- en geluid)overlast veroorzaken voor de bewoners van het appartementengebouw, maar ook voor alle andere omwonenden (c.q. de bewoners van de Pieter de Hoochstraat en de Hobbemakade). De ruimte op de begane grond van het appartementengebouw waar Boerenwetering B.V. een sportschool wenst te vestigen, heeft een oppervlakte van ca. 800 m2. Het gaat dus om een relatief grote sportschool, die bovendien 7 dagen in de week open zal zijn, ook in de avond. De entree van de onderhavige ruimte op de begane grond zit - overeenkomstig de hierna te bespreken omgevingsvergunning, die op 21 september 2017 voor het nieuwe appartementengebouw is verleend - aan de Hobbemakade 31, een drukke verkeersweg (doorgaande hoofdroute, 50 km/uur). Het ontbreekt ter plaatse aan voldoende ruimte om de - dagelijkse - grote hoeveelheid scooters en fietsen van de bezoekers van de sportschool te stallen. We hebben het

4/10

.,;''lv'^ 'IVfi ;)r! ^'' ïii1,^ ';

tijdens piekuren al gauw over 100 tot 200 fietsen en scooters per uur die af- en aanrijden. Ruimte voor parkeerplaatsen voor bezoekers die met de auto komen, ontbreekt eveneens. Bezoekers zullen hun auto in het openbare domein moeten zien te parkeren, waar de parkeerdruk al zeer hoog is. Het verbaast dan ook niet dat Boerenwetering B.V. nog geen begin van een ruimtelijke onderbouwing heeft weten aan te leveren, waarin wordt aangetoond dat de sportschool op de begane grond van het

appartementengebouw - in tegenstelling tot hetgeen de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan tot uitgangspunt heeft genomen - tóch in een goede ruimtelijke ordening zal voorzien. Het onderhavige bestemmingsplan staat bovendien, evenals het vorige bestemmingsplan, ter plaatse allerlei vormen van maatschappelijke dienstverlening toe, op allerlei terreinen, zoals gezondheid, cultuur, welzijn en onderwijs. Anders dan Boerenwetering B.V. beweert, kunnen (verreweg de meeste) vormen van

maatschappelijke dienstverlening, die het onderhavige bestemmingsplan toestaat, juist wél uitstekend worden ingepast op de begane grond van het appartementengebouw.

De publieksaantrekkende werking van maatschappelijke dienstverlening is over het algemeen bescheiden, terwijl van verkeer-, parkeer- of geluidsoverlast (meestal) geen sprake zal zijn. Toen Boerenwetering B.V. (recentelijk) de woonappartementen van het appartementencomplex aan de kopers daarvan (waaronder cliënte) verkocht, heeft zij hen in de verkoopbrochure de volgende invulling van de begane grond van het appartementengebouw voorgehouden:

1.10 MAATSCHAPPELIJKE RUIMTE Op dt* lit'^-iiitf ^•ruiul V.IEI li.et !ip[urtt'li)u-'titi'*ns'l^:ll>llw •'' m>">te gvfe.''<.-T\'tlfnl

vmn't-'en m;inlsfh;i[)[ïe[ijkt-' luin'tif. l-te/.e niiuitt-' is uit.slnilfEx.l lf lït^ïikeii vnsi.il ik-' lli»l)t)fEiiiikin.lt.''. Hij ffii Ei>;i;it.<rti:a[)()eli)kt-~ luih-tK' kun vnnlen St'thirht iiiui et:':i lieiiltii-, <'ui-t'- (>( .irt-<.'<i;)L't'[)t iil (.bui i))fl ^•ek»>[)pt'ld iiift wi\ l>t:'j)i:Tk(e hom';tviHtr/.if!ii!ij^. 1-1 i\' e r.-** •i'i.mrhffldfn /.ij'i ttvn yl»K';i- ttl (x-T.Mnml tFiuninn-.s-stinlii», üeii priiktijk viK.ir t'u.snieti.st'lie' lx:'liiuult>lin.ü'f:i, ft*n v<wdiEip.dfskiunli.f;t', iirt.s ul'üf!;» ^•;itfrH> \'<MIE' ;'-srliiltlt*r-i kiiEi>.ti>l)u-'ftt:':i. 15wrfn\veterin^ /...il uit.'-luitfEul ?!i lUEirtii-'. lltti-sve'.ten tlif luiii.sluit tïii ilf lït'lnH-'fte van t*Ei winrtle\'<il; is vi.ior ilf nit"u\v'f lït-'s'iitiu'f?, vas) liel

ii[)pUFtt>nit*itf!:>ji'eh>u\v. AHuuikt-'lijk v;ui <.[v \ven.st>!i \'nsi ile V'vL tj;i dt" huurder viin df [•niintf Ls lu't siu^ïtiik ^•eiHiLitkt UEII wn dlrtTltJ \vrl'itt<.l!i>t;' VllEliLl llf fEltrwilill EHllir llf EHHHtM'tt;lp[X->lijkt> riHEiitt3 te CEwmi.

5/10

Anders dan Boerenwetering B.V. beweert, leent de begane grond van het appartementengebouw zich dus - ook naar eigen zeggen - wél voor een groot aantal andere functies dan een sportschool. Dat Boerenwetering B.V. er zelf commercieel meer bij gebaat is of kan zijn (in de vorm van een hogere verhuur- of verkoopprijs) om haar appartementsrecht op de begane grond van het appartementengebouw alsnog te verhuren (of te verkopen) aan een sportschool (of in een aan een sportschool verhuurde staat te verkopen aan een eindbelegger), doet daaraan vanzelfsprekend niet af. Ook de door Boerenwetering BV gestelde vrees voor leegstand van de begane grond, is, gelet op het vorenstaande, volstrekt ongegrond. Wellicht ten overvloede zij nog benadrukt dat Boerenwetering B.V. de kopers van de woonappartementen (waaronder cliënte) in de verkoopbrochure heeft toegezegd

'uitsluitend een functie op de begane grond te huisvesten "d/e aansluit bij de behoefte van en waardevol is voor de nieuwe bewoners van het appartementengebouw". Het

moge duidelijk dat een drukbezochte, overlast gevende sportschool niet als zodanig kwalificeert, en dat de komst van een sportschool een gebrek oplevert in de nakoming van de door Boerwetering B.V. met de kopers van de woonappartementen (waaronder cliënte) aangegane koopovereenkomsten (non-conformiteit). Daarbij behoeft Boerenwetering B.V. voor de vestiging van de sportschool en de daarvoor benodigde verbouwingen nog diverse besluiten (toestemmingen) van de WE, die ontbreken en waarvan op voorhand niet aannemelijk is dat deze zullen worden verleend.

Gelet op het vorenstaande is het ter plaatse niet toestaan van een sportschool alleszins evenredig. Het uitsluiten van een sportschool dient een goede ruimtelijke ordening en gaat ook niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken. Boerenwetering B.V. heeft niet aangetoond dat de nadelige gevolgen van deze eis voor haar als dienstverrichter onevenredig zijn in verhouding tot dit te dienen doel. Dat Boerenwetering B.V. onder het

onderhavige bestemmingsplan ter plaatse geen sportschool mag (doen) exploiteren, betekent niet dat het voor haar onmogelijk wordt om haar appartementsrecht op de begane grond in overeenstemming met de planregels te (doen) exploiteren. De onderhavige planregeling voldoet dan ook aan het vereiste van evenredigheid als bedoeld in artikel 15, derde lid, onder c, van de Dienstenrichtlijn. (Zie o.a. ABRS 2 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2834, r.o. 10.2). Verweer van hetcollege van B&W Het college van B&W - hierna: "het college" - heeft op het verzoekschrift van Boerenwetering B.V. gereageerd bij brief van 14 oktober 2022. Voorts heeft het college op het beroepschrift van Boerenwetering B.V. gereageerd in het verweerschrift van 6 juli 2023.

6/10

Het college stelt zich - kort gezegd - op het standpunt dat de omgevingsvergunning die destijds voor het appartementengebouw is verleend, voorziet in een maatschappelijke ruimte op de begane grond "in de vorm van een sportschool". Voorts stelt het college

dat bij het vaststellen van het bestemmingsplan het uitgangspunt is gehanteerd "dat bestaande vergunde situaties gerespecteerd worden". Het college meent daarom dat het onderhavige bestemmingsplan ter plaatse een sportschool had moeten toestaan en kondigt in het verweerschrift aan dat de raad binnenkort een reparatiebestemmingsplan zal vaststellen, dat alsnog een sportschool ter plaatse toestaat. Dit standpunt van het college is ongegrond en rechtens onjuist. De omcievingsverciunninci voorziet niet in een sportschool

Het college heeft op 21 september 2017 voor het recentelijk nieuw gebouwde appartementencomplex 'De Hooch', ter plaatse van de adressen Hobbemakade 31 en Pieter de Hoochstraat 11A-1 t/m H, een omgevingsvergunning verleend aan Boerenwetering B.V., met kenmerk (Oio nummer) 2206083. NB. De omgevingsvergunning met alle daarvan deel uitmakende stukken zullen in twee afzonderlijke ordners in het geding worden gebracht. Wie de omgevingsvergunning en alle daarvan deel uitmakende stukken erop naleest, komt nergens het woord sportschool of iets dergelijks tegen. De kenmerken die aan de

maatschappelijke ruimte op de begane grond in de vergunningstukken worden toegekend, duiden ook helemaal niet op een sportschool. Zo wordt op blz. 19 van de ruimtelijke onderbouwing opgemerkt dat het om een 'bovenstedelijke functie' gaat. Een sportschool in de binnenstad van Amsterdam heeft in het algemeen geen

bovenstedelijke functie. En op p. 41 van de ruimtelijke onderbouwing wordt opgemerkt dat de medewerkers van de maatschappelijke functie gebruik zullen maken van 6 parkeerplaatsen in de (niet-openbare) parkeergarage (met de in- en uitrit aan de Pieter

de Hoochstraat). Maar nergens in de ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op het parkeren van de bezoekers van de maatschappelijke functie. Nergens wordt ingegaan op het stallen van fietsers en scooters, terwijl verreweg de meeste bezoekers van een sportschool in de binnenstad van Amsterdam met de fiets of scooter zullen komen. Ten slotte wordt op p. 36 en p. 41 van de ruimtelijke onderbouwing gesproken over 'kantoorfuncties'; en ook in de 'Oppervlaktetoetsing' wordt herhaaldelijk een

kantoorfunctie toegekend aan de maatschappelijke ruimte. Dit alles duidt geenszins op een sportschool. In de verkoopbrochure van Boerenwetering B.V. (zie hiervoor) wordt ook niet over een sportschool gesproken. Zoals gezegd wekt de verkoopbrochure totaal andere verwachtingen voor wat betreft de invulling van de maatschappelijke ruimte. In het verzoekschrift om voorlopige voorziening van 21 september 2022, derhalve 5 jaar na de verlening van de omgevingsvergunning, stelt Boerenwetering B.V.: "Boerenwetering is

7/10

al geruime tijd in onderhandeling met een bedrijf dat ter plaatse een sportschool wil exploiteren." Hoe lang geleden die gesprekken precies zijn begonnen, dat zegt het verhaal niet, maar duidelijk is wel dat het idee van een sportschool dateert van ver na

de verlening van de omgevingsvergunning (2017). In dit verband is veelzeggend dat Boerenwetering B.V. ook geen zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan heeft

ingediend, toen dat op 17 maart 2022 ter inzage is gelegd. Dit duidt erop dat op dat moment de sportschool nog niet in beeld was, anders had Boerenwetering B.V. wel zienswijzen ingediend tegen het niet toestaan van een sportschool. Opvallend is ook dat Boerenwetering B.V. in rechte niet heeft aangevoerd dat de omgevingsvergunning al op een sportschool op de begane grond van het appartementencomplex zou voorzien. Kennelijk heeft ook de advocaat van Boerenwetering B.V. niet uit de omgevingsvergunning kunnen opmaken dat deze op een sportschool betrekking heeft. En kennelijk heeft Boerenwetering B.V. de omgevingsvergunning altijd zo begrepen, dat daarmee niet een sportschool is vergund. Anders zou één en ander wel door (de advocaat van) Boerenwetering B.V. in rechte zijn aangevoerd.

Desondanks stelt het college zich op het standpunt dat de omgevingsvergunning al een sportschool zou toestaan. Opvallend is dat het college dit standpunt in het geheel niet weet toe te lichten, laat staan te onderbouwen.

Het standpunt van het college lijkt dan ook door rechtsdwaling te zijn ingegeven. Weliswaar wordt door het college in het verweerschrift al een nieuw bestemmingsplan in het vooruitzicht gesteld, waarin alsnog een sportschool wordt toegestaan, maar dit is een besluit waar de gemeenteraad over gaat, en niet het college. Het lijkt niet

aannemelijk dat de raad een sportschool in dit appartementengebouw alsnog zou willen toestaan. Want de raad heeft nieuwe sportscholen in het onderhavige bestemmingsplan juist nadrukkelijk verboden vanwege de grote overlast die omwonenden daarvan ondervinden. Het niet toestaan van nieuwe sportscholen is ook nog nadrukkelijk door een andere partij ('reclamant 78') aan de orde gesteld in de zienswijzenprocedure tegen het ontwerpbestemmingsplan, waarbij min of meer dezelfde gronden zijn aangevoerd als die Boerenwetering B.V. thans in rechte aanvoert. Blijkens de (door de raad

vastgestelde) zienswijzennota (p. 149-153) hebben het college en de raad voet bij stuk gehouden en die zienswijzen ongegrond verklaard. Niet valt in te zien waarom de raad daar in het onderhavige geval opeens anders over zou gaan denken. Ten slofte zij - welllicht ten overvloede - nog opgemerkt dat de raad - zoals het college op p. 2 van haar brief van 14 oktober 2022 en op p. 5 van haar verweerschrift d.d. 6 juli

jl, terecht opmerkt - bij het vaststellen van het bestemmingsplan het volgende uitgangspunt heeft gehanteerd: "1. De bestaande legaal aanwezige situatie wordt over

het algemeen positief bestemd. Alle bebouwing die en al het gebruik dat legaal aanwezig is, wordt in het bestemmingsplan toegestaan." De door Boerenwetering B.V.

8/10

(sinds kort) voorgestane sportschool is echter nog niet aanwezig, zodat reeds hierom

niet gesproken kan worden van (ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan) 'bestaand legaal gebruik', dat in beginsel positief bestemd zou moeten worden. Zelfs indien de omgevingsvergunning wél voor een sportschool zou zijn verleend, quod non, dan nog dient de raad de afweging te maken of er uit een oogpunt van een goede

ruimtelijke ordening redenen zijn om de vergunning al dan niet in te passen in het nieuwe bestemmingsplan. Zoals al duidelijk is geworden bij de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan, zijn die redenen er niet. De raad heeft - terecht -

besloten om in het onderhavige plangebied (Museumkwartier) geen nieuwe sportscholen meer toe te staan, vanwege de inbreuk daarvan op het woon- en leefklimaat. Het is bovendien vaste jurisprudentie van de Raad van State dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad

kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen. Conclusie Geconcludeerd moet worden dat de raad terecht een sportschool heeft uitgesloten in het onderhavige appartementengebouw en dat het daartegen door Boerenwetering B.V. ingediende beroep ongegrond is. Het in rechte door het college ingenomen standpunt, dat de raad het bestemmingsplan ten onrechte in deze zin zou hebben vastgesteld, omdat over het hoofd zou zijn gezien dat de omgevingsvergunning in 2017 zou zijn verleend voor een sportschool, is

rechtens onjuist en lijkt te berusten op een kennelijke rechtsdwaling. Bovendien valt het standpunt van het college niet te vereenzelvigen met het standpunt

van de raad. Zie bijvoorbeeld ABRS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:580, r.o. 5.2: "De raad is bij de uitoefening van zijn bevoegdheid omtrent vaststelling van het bestemmingsplan echter niet aan de inzichten van het college ter zake gebonden. Het is immers de raad, die oordeelt over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling." Weliswaar kan het college ingevolge artikel 160, lid 1, sub f Gemeentewet namens de raad verweer voeren tegen het beroep van Boerenwetering B. V., maar het schrijven van het college aan de Raad van State is niet namens de raad, maar namens het college ingediend. Het schrijven valt bovendien niet aan te merken als een verweerschrift, nu door het college geen verweer wordt gevoerd, maar het (rechtens onjuiste) standpunt wordt ingenomen dat de raad het bestemmingsplan ten onrechte heeft vastgesteld, en dat de raad een reparatiebesluit zal nemen. Het is echter niet aan het college, maar aan de raad, om het bestemmingsplan vast te stellen (of te herzien).2

2 Om dezelfde reden is de raad ook niet gehouden om een door het college ter inzage gelegd ontwerpbestemmingsplan vast te stellen; zie o.a. ABRS 4 februari 2009, ECLI:NLRVS:2009:BH1837, r.o. 2.5.2.

9/10

Advoca'terD

Namens cliënte verzoek ik de Afdeling dan ook om het beroep van Boerenwetering B.V. ongegrond te verklaren en het bestemmingsplan in stand te laten.

Hoogachtend,

M.H.J. van Driel

Advocaat/gemachtigde Bijlagen

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13442130/1