CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij Raadsadres inzake partiële herziening van het bestemmingsplan Lutkemeer

RAAD 10 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van Coöperatie Ranunculus en Voedselpark Amsterdam inzake partiële herziening van het bestemmingsplan Lutkemeer VN2026-0075386.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: CC:

Woordvoerders RO politieke partijen Amsterdamse gemeenteraad Wethouder RO, dhr. S. van Weyenberg Amsterdam, 25 mei 2026

Geachte raadsleden, 1.

Inleiding

Inspreken tijdens uw vergadering op 27 mei a.s. bij agendapunt 19: Vaststellen 1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder is niet mogelijk. Daarom informeren wij u in deze brief over noodzakelijke aanpassingen en onze inhoudelijke en procedurele bezwaren bij de voorstellen die staan geagendeerd voor bespreking 27 mei a.s. in de gemeenteraad. ‘Wij’, ondertekenaars van deze brief, zijn betrokken inwoners van Nieuw-West, Voedselpark Amsterdam, en coöperatie Ranunculus (een samenwerkingsverband van De Boterbloem, Pluk!, Stadsgroenteboer en Alies Natuurlijk). Onze brief is een lijvig document geworden. Maar in het perspectief van een bespreekpunt voor uw Gemeenteraad, dat is geagendeerd met 11 documenten die samen ongeveer 1.200 pagina’s tellen, valt onze reactie van 12 pagina’s mee. We raden u aan de gehele brief door te nemen vanwege belangrijke kwesties en voor uw weloverwogen beoordeling. De belangrijkste punten zijn: 1. het tot nu gevolgde besluitvormingsproces maakt dat u als raad onvoldoende kunt toezien en onvoldoende kunt controleren; 2. het oorspronkelijke doel van deze partiële herziening (n.a.v. een door uw vergadering unaniem aangenomen motie): ruimte maken voor stadslandbouw, wordt niet gewaarborgd; 3.

huidige verkeerschaos in het gebied, die herbestemming verlangt, wordt met de Herziening niet opgelost; recent onderzoek schetst de problematiek nog scherper en specifieker; 4. vanwege de verschillende rollen die de gemeente Amsterdam in het gebied heeft, zoals beleidsmaker en handhaver (o.a. via bestemmingsplan), projectontwikkelaar (als aandeelhouder in N.V. SADC en N.V. GEM Lutkemeer) en grondbezitter en-uitgever (door middel van erfpacht) is het van het grootste belang dat deze rollen goed worden onderscheiden, besluitvormingsprocessen transparant zijn en de belangen als ontwikkelaar en grondbezitter niet prevaleren boven beleidskaders die het publieke belang moeten beschermen; 5. de vele vragen die te stellen zijn over de actuele stand van zaken en werkwijzen binnen de relevante twee N.V. ’s SADC en GEM Lutkemeer; 6. deze herziening gaat over de fundamentele vraag: wat voor stad willen we zijn? U beslist over de laatste vruchtbare kleigrond van Amsterdam; historische grond. Een zeer belangrijk gebied voor voedselproductie en wateropvang. Kortom, vanuit historisch perspectief en met het oog op de toekomst een unieke locatie die Amsterdam veel biedt en een functie die de stad en haar inwoners hard nodig heeft. In deze brief gaan wij eerst in op enkele bestuurlijke punten die uw aandacht verdienen. Daarna richten we ons op inhoudelijke tekortkomingen en onjuistheden. 2.

Bestuurlijke aandachtspunten

2.a Besluitvormingsproces; gebrek aan transparantie Het ontwerpbestemmingsplan 1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder heeft vanaf 14 december 2022 voor zes weken ter visie gelegen. Gedurende die periode kon iedereen een zienswijze indienen op het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn 40 zienswijzen ingediend. Tussen de terinzagelegging van het ontwerp voor de gedeeltelijke herziening december 2022 en de gevraagde vaststelling ervan (half 2026) zit een langere periode dan gebruikelijk. Organisaties en 1

betrokken inwoners die een zienswijze hebben ingediend zijn in de achterliggende jaren op geen enkele manier geïnformeerd over de voortgang en afhandeling van hun inbreng. Via de nu gepresenteerde raadsstukken hebben zij moeten vernemen dat hun zienswijze, ruim twee jaar later voorzien van een reactie van de gemeente Amsterdam, staat geagendeerd voor uw Raad. Wij hebben grote moeite met deze werkwijze. In de achterliggende stilteperiode zijn op verzoek van de gemeenteraad verschillende zaken onderzocht, zo vermeldt de raadsvoordracht. De raadsvoordracht geeft voorbeelden van zaken die in de achterliggende vier jaar nader zijn bekeken. Echter, een limitatieve opsomming van zaken die door uw raad zijn gevraagd om te onderzoeken ontbreekt. Een check op volledigheid is hierdoor niet mogelijk. De controlerende taak van u, recent nieuw gekozen raadsleden, wordt hierdoor gehinderd. En ook voor ons, nauw betrokkenen, geldt logischerwijs dat het een zoekplaatje is geworden wat wel/niet is aangepast. Plus daarbij de vraag waar de inhoudelijke onderbouwing voor deze wel/niet aangebrachte aanpassingen te vinden is in de meegestuurde circa 1.200 pagina’s met toelichting. Wij hebben grote moeite met deze gang van zaken; wij ervaren deze als onnavolgbaar en weinig transparant.

Zowel u als wij zijn hierdoor onvoldoende in staat vanuit verschillende rollen en verantwoordelijkheden de materie te doorgronden en tot een weloverwogen oordeel te komen. 2.b

Onjuiste duiding van een motie

Met deze partiële herziening van het bestemmingsplan wordt volgens het college van B&W o.a. uitvoering gegeven aan de motie van de gemeenteraad (motie Nuijens en Geenen, 2018-316) waarin acht jaar geleden is gevraagd om ‘een betere inbedding van de stadslandbouw’ in de Lutkemeer-polder, aldus de raadsvoordracht. Echter, de woorden ‘een betere inbedding van de stadslandbouw’ komen wij in de motie niet tegen: zie bijlage 1 met de vijf gevraagde beslissingen waarmee de Gemeenteraad heeft ingestemd. De term ‘inbedding’ is een afzwakking van wat de motie vraagt: deze vraagt niet inbedding van stadslandbouw, maar ‘bestemming stadslandbouw’ realiseren in de Lutkemeer. Dat is wat de motie beoogt. En dit blijkt o.a. uit de e-mail van toenmalige wethouder Van Doorninck begin 2021 aan de Ombudsman (zie Bijlage 2). De wethouder spreekt in deze e-mail haar voornemen uit om de ‘bestemming stadslandbouw’ in de Lutkemeerpolder te verankeren en dit in een Herziening aan uw Gemeenteraad voor te leggen. Voorliggende Herziening spreekt niet van ‘bestemmen’, maar van ‘mogelijk maken’ en ‘inbedden’. Dit maakt dat door deze herziening de bestemming stadslandbouw niet stevig en niet toekomstvast is geregeld. Dit maakt stadslandbouw in de Lutkemeerpolder nog steeds kwetsbaar, hetgeen juist niet de bedoeling van de motie is.

Onze conclusie is dan ook dat voorliggende partiële Herziening kwalitatief en kwantitatief onvoldoende uitvoering geeft aan eerdergenoemde door de Gemeenteraad aangenomen motie over stadslandbouw in de Lutkemeerpolder. Feit is dat in een sterk verdichte stad als Amsterdam het behoud van vruchtbare zeekleigrond van grote publieke waarde is. Stadslandbouw draagt niet alleen bij aan lokaal voedsel, maar ook aan gezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie, educatie, sociale cohesie en een toekomstbestendige lokale economie. Coöperatie Ranunculus laat in de praktijk zien hoe voedselproductie, zorg, educatie, biodiversiteit en lokaal ondernemerschap samen gaan. Stichting Voedselpark Amsterdam ontwikkelt en organiseert verschillende educatieve en recreatieve programma’s in de Lutkemeerpolder, waarmee direct waarde wordt toegevoegd voor bewoners en de stad. Dit voorjaar bezochten meer mensen dan ooit de stadslandbouwprojecten in de polder. Het maatschappelijke draagvlak voor stadslandbouw is groot; Ranunculus heeft dit jaar zelfs een wachtlijst voor nieuwe leden. 2

2.c

Een ‘niet pluis-gevoel’

Wij stellen vast dat de vanaf 2022 op onderdelen geactualiseerde en/of gewijzigde plannen niet meer aan betrokkenen inwoners en organisaties zijn voorgelegd. Ook valt ons op dat deze belangrijke en complexe kwestie nu, onder tijdsdruk, bij de start van een nieuwe bestuursperiode met nieuwe raadsleden en nieuwe wethouders voor besluitvorming wordt geagendeerd. Dit alles, gebrek aan inzicht en toelichting, onnavolgbaarheid en onvoldoende transparantie in de voorliggende stukken, onder tijdsdruk in een Tijdelijke Algemene Raadsvergadering, inclusief een onjuiste duiding van een door uw Gemeenteraad aangenomen motie, geeft ons een ‘niet pluisgevoel’.

Naast bovenstaande vraagpunten, onjuistheden en suboptimale context speelt dat de lange tijdsduur tussen eind 2022 en nu (half 2026) maakt dat: op korte termijn een aantal onzekerheden en praktische onjuistheden dienen te worden weggenomen (zie onderstaande paragraaf 3); wederom aandacht moet worden besteed aan een aantal (ook na nader onderzoek) nog steeds voorkomende feitelijke onjuistheden en tegenstrijdigheden in de onderbouwing van de plannen (zie paragraaf 4); wij een beroep op u doen in verband met enkele onvermijdelijke ontwikkelingen en actuele inzichten die in voorliggende stukken en besluiten ontbreken (paragraaf 5); duidelijkheid komt over de financiën en de bestaande rolverwarring over de gemeente als aandeelhouder en uw Gemeenteraad wordt weggenomen (paragraaf 6). In het onderstaande lichten we deze tekortkomingen en onjuistheden toe. 3.

Snel opheffen onjuistheden/onzekerheden m.b.t. coöperatie Ranunculus

3.a

Herziening sluit niet aan op Stedenbouwkundig Plan (SP)

Voorliggende herziening van het bestemmingsplan is gebaseerd op een op 1 december 2020 door het college van B&W vastgesteld stedenbouwkundig plan ‘Nieuwe samenhang in de polder’. In het SP zijn de ruimtelijke uitgangspunten vastgelegd voor fase 2. ‘Deze uitgangspunten dienen juridisch-planologisch te worden vastgelegd. Dit gebeurt door het bestemmingsplan Lutkemeerpolder op een aantal punten te herzien’, vermeldt de raadsvoordracht bij het onderdeel ‘bestuurlijke achtergrond’ voor deze herziening. De werkwijze behoort dan zo te zijn, dat de uitgangspunten in het SP één op één in voorliggende Herziening worden vertaald of als wijziging worden onderbouwd en toegelicht. Dit blijkt niet helemaal te zijn gebeurd, zo tonen screenshots uit het SP. Deze tonen dat in het vastgestelde SP de bouwhoogte van het nieuwe gebouw ten zuiden van de Boterbloem 12 meter aan de westzijde is en 10 meter aan de oostzijde. In de Herziening is, zonder dit te benoemen en/of toe te lichten de hoogte nu aan alle zijden opgerekt naar 13 meter. Ook zien we dat de naar De Boterbloem gekeerde grens van de bedrijfsbestemming in het SP maximaal 60 meter lang is. In de Herziening is dat 64 meter geworden; dus eveneens opgerekt. Daarom leeft bij ons de vraag; wat is hier gebeurd en wat zijn hiervan de consequenties? 3.b

Toegezegde bestemming stadslandbouw is niet opgenomen

in de plannen ontbreekt de bestemming ‘stadslandbouw’; men spreekt van Groen. Deze typering strookt niet met de toezegging van toenmalige wethouder Van Doorninck aan de Ombudsman (zie bijlage 2) en ook niet met in de bijlagen genoemde bestemming stadslandbouw (zie pag. 1013, 1061 en 1092).

3

3.c

Aanpassing bestemming 'gemengd 1' is niet opgenomen

De kavels aan de Lutkemeerweg, die onderdeel zijn van de toegezegde bestemming stadslandbouw hebben niet de aanduiding 'Groen' gekregen, maar 'Gemengd 1'. Dit strookt evenmin met de afspraken. Het bestemmingplan heeft tot doel de gewenste bestemming weer te geven en te waarborgen. Nu met de bestemming ‘Gemengd 1’ de mogelijkheid tot bebouwen blijft bestaan, wordt de toekomst van de gewenste bestemming ‘Stadslandbouw’ op geen enkele wijze gegarandeerd. Het argument in de 'nota van beantwoording' dat “stadslandbouw wel is toegestaan en dat er ook voor stadslandbouw gebouwen nodig zijn”, is onvoldoende. De gewenste gebouwen zijn al aanwezig en opgenomen in het bestemmingsplan elders op het kavel plus daarbij: folietunnels vallen niet onder de definitie 'gebouw'. Door de huidige bestemming 'gemengd 1' te handhaven blijft reguliere bebouwing ook mogelijk. Dat biedt onvoldoende zekerheid voor de toekomst. Dit is het enige en juiste moment, mede gezien de verschillende rollen die de gemeente Amsterdam in dit gebied heeft, de toegezegde bestemming eenduidig en toekomstvast te beschrijven en te borgen. Dat was immers ook de bedoeling van de raadsleden die de motie in 2018 indienden en van de toenmalige wethouder Ruimtelijke Ordening in 2021. 3.d

Door bebouwing schaduwwerking

Door het toestaan van bebouwing op het perceel dat aan de zuidoostkant grenst aan de stadsbouwpercelen (recht achter Lutkemeerweg 298), is er door de combinatie van perceelgrens en bouwhoogte sprake van schaduwwerking, waardoor één van de bedrijven geschaad wordt in haar werkzaamheden. Wij dringen er op aan niet in te stemmen met de nu voorgestelde bebouwing of tenminste de bouwhoogte en bouwvlak zodanig vast te stellen, dat deze schaduwwerking volledig wordt weggenomen. 4. 4.a

Onjuistheden en onzekerheden in de onderbouwing van de voorstellen Vervoersbewegingen

In 2022 meldde het Parool dat verkeersdeskundigen grote vraagtekens zetten bij de bouw van distributiecentra in het groen van de Lutkemeerpolder in Amsterdam. Deze deskundigen noemden de plannen achterhaald en ondoordacht.1 Naast kritiek op het volbouwen van de polder met grote distributiemagazijnen betrof de kritiek de gevolgen voor het verkeer: ‘Zowel de aanvoerroutede stad in vanaf de snelwegen en de binnenwegen schieten tekort, stelt Rademakers op basis van de plannen van City Docks, het distributiecentrum waarvoor de gemeente een bouwvergunning heeft afgegeven. Het lijkt er daardoor op uit te draaien dat hier via Schiphol aangevoerde lading zal worden opgeslagen om daarna over het hele land gedistribueerd te worden, concludeert hij. Dat is geen stadslogistiek en dus krijg je weer zo’n doos in het landschap waar vrachtwagens af en aan rijden. Om zo’n distributiecentrum rendabel te maken gaat het volgens Rademakers al gauw om meer dan tienduizend voertuigen per week. Door natuurlijk landschap en door de stad.’ (einde citaat) Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR) van gemeente Amsterdam maakt voor verkeersberekeningen gebruik van het verkeersmodel VMA (Verkeersmodel Amsterdam). Het VMA is een stedelijk verkeersmodel voor strategische weg- en OV- studies.

De basis voor het model bestaat uit onderzoeksgegevens uit verkeersenquêtes, verkeerstellingen, kenmerken van het wegen- en OV-net en kennis over de ruimtelijke ordening in termen van aantallen inwoners en arbeidsplaatsen.

Zie: https://www.parool.nl/amsterdam/plan-voor-distributiecentra-in-lutkemeerpolder-is-achterhaald-enondoordacht~b9358141/ 1

4

In 2021 is bij het opstarten van de 1e Partiële herziening bestemmingsplan Business Park Amsterdam Osdorp fase 2 ook een verkeersonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is volgens de gemeente verouderd en juridisch niet langer houdbaar. In 2024 is er een nieuw verkeersonderzoek gedaan met VMA (versie 4.5.). Dit verkeersonderzoek is geactualiseerd met nieuwe uitgangspunten die voor het plan gelden. Voor kavels die nog niet vergund zijn, zijn beperkingen aan de toekomstige functie gesteld. Deze kavels zijn niet langer gemodelleerd als stadslogistiek, maar opgenomen als gemengd bedrijventerrein. De volledige ontwikkeling van BPAO-fase 2 leidt in 2035 volgens de nieuwe uitgangspunten tot een verkeerstoename van circa 1.490 vertrekkende personenautoritten op een gemiddelde werkdag. Daarnaast zijn er ongeveer 100 extra ritten van vrachtverkeer. Als gevolg van de 1.076 toegevoegde arbeidsplaatsen in industrie, detail en kantoor zijn dit circa 880 extra personenauto ritten (vertrekkend), en 70 vrachtritten (vertrekkend). ‘Het merendeel van deze extra autoverplaatsingen rijdt van/naar de Ookmeerweg en verder richting de A9 of Amsterdam centrum/noord. Een kleine hoeveelheid verkeer rijdt ook via de Alpen richting Nieuw-West.

Procentueel gezien is de grootste toename te zien op de Etnastraat, vooral per etmaal en tijdens de avondspits’, zo luidt een van de conclusies (op pagina 160 van 1.092). Langzaam verkeerroutes zijn cruciaal voor het succes van het gebied is een andere conclusies in de actualisatie, maar deze routes moeten nog wel gekoppeld worden met de structuren in de omgeving. Een aantal belangrijke schakels vallen buiten het plangebied en moeten dus in samenwerking met omgevingspartijen gerealiseerd worden. In de meeste gevallen is dit de gemeente Amsterdam zelf. Wij lezen het bovenstaande zo: rekening dient te worden gehouden met het feit dat buiten het plangebied men ook hinder gaat ervaren van de toename in de verkeersstromen in de Lutkemeerpolder. Aanvullende maatregelen door de gemeente Amsterdam zullen nodig zijn. Hoe groot de hinder is en welke maatregelen nodig zijn valt echter buiten deze actualisatie. Naast een verhoogde stagnatie richting Ookmeerweg en richting de A9, verwacht het model door de toename van verkeersbewegingen op acht kruispunten een effect op de wachtrij bij stoplichten (zie pag.158/159 van 1.092). Het model kan echter geen uitspraak doen op welke kruispuntaantakkingen een wachtrij optreedt. Een dergelijke analyse kan wel uitgevoerd worden op basis van de vertraging per afslagrichting, maar ‘dit is echter geen onderdeel van dit verkeersonderzoek’, vermeldt pag.

157 van 1.092. Dit roept bij ons de vraag op wat de reden is dat een dergelijke analyse geen onderdeel is geweest van deze actualisatie. Vooral daar vijf van de acht kruispunten binnen dichtbebouwde woongebieden liggen of daar direct aan grenzen. In onze ogen is de actualisatie op dit belangrijke onderdeel niet af. Tevens is onze conclusie dat deze actualisatie, zelfs bij het hanteren van de nieuwe uitgangspunten, de kritiek in 2022 van verkeersdeskundigen bevestigt. De huidige aan- en afvoervoerroutes vanaf de snelwegen en ook de binnenwegen ‘stad in’ schieten tekort om de toename aan verkeersbewegingen aan te kunnen. Het SADC stelt in haar brief van 25 juni 2025: In de nu voorliggende plannen is de bestemming ‘distributiepark’ afgeschaald naar ‘gemengd terrein’. Dit levert nog eens een vermindering op van het toegestane aantal motovoertuigen, en dit geldt met name voor het percentage zware vrachtauto’s.’ De basis voor deze uitspraak zien wij niet en ook de woorden ‘nog eens een vermindering’ kunnen wij niet plaatsen. Het juiste beeld is dat ondanks de afschaling naar ‘gemengd terrein’ de verkeerscongestie zowel richting stad uit als stad in onacceptabel toeneemt, plus het feit dat de gevolgen van de te verwachten verkeersintensiteit voor de (woon)omgeving buiten het plangebied niet zijn onderzocht.

5

4.b

Milieuberekeningen

Hoewel lucht- en geluidberekeningen in de vorm van shapefiles voor het plangebied beschikbaar zijn, zijn deze niet in de rapportage opgenomen. Deze kunnen wel op verzoek worden geleverd, vermeldt de actualisatie (op pag. 159 van 1.092). Wij vinden het merkwaardig dat deze gegevens niet ook meteen zijn gepresenteerd in voorliggende stukken. Dit knelt des te meer daar op 23 december 2021 de gemeenteraad heeft ingestemd met de maatregel om 30 kilometer als de standaard in te voeren in Amsterdam. Voor lucht- en geluidsberekeningen hoefden 30 kilometerwegen veelal niet te worden meegenomen. De omgevingswet hanteert echter lagere standaarden voor milieuberekeningen, waardoor de 30-kilometerwegen wél doorgerekend moeten worden. Wij vinden het kwalijk en zorgelijk tegelijk, dat beschikbare gegevens over de effecten op het milieu door een toename van de verkeersintensiteit niet in deze actualisatie publiek zijn gemaakt. Ook deze gang van zaken bevestigt ons ‘niet-pluis gevoel’. 5.

Ontbrekende onvermijdelijke ontwikkelingen en actuele inzichten in de plannen

5.a

Electrische energiecongestie en- transitie

Documenten over gebiedsontwikkeling en bouwprojecten van rijk, provincie en gemeenten wijzen allemaal op stagnatie en belemmeringen als gevolg van netcongestie. Toen het college van B&W in 2020 het stedenbouwkundig plan vaststelde was nog geen sprake van deze problematiek. Heden ten dage is het niet verantwoord hier geen aandacht aan te besteden. Echter, voorliggende herziening gaat volledig voorbij aan deze problematiek. De raadsvoordracht vermeldt op pag. 3 en 4 n.a.v. de hoge verkeersdruk op de Ookmeerweg: ‘Daarom is ‘besloten om de resterende kavels binnen deze herziening niet beschikbaar te stellen voor logistieke bedrijven. (…) In de herziening is wel een afwijkingsregeling opgenomen. Deze maakt het onder voorwaarden mogelijk dat logistieke bedrijven zich alsnog op de betreffende kavels vestigen. Dit kan alleen als zij volledig gebruikmaken van elektrisch aangedreven voertuigen en kunnen aantonen dat het kruispunt Etnastraat/Ookmeerweg het extra verkeer aan kan. Duurzame bevoorrading van de stad door bedrijven op het bedrijventerrein blijft een wenselijke ontwikkeling’. Dit roept vragen op. De eerste vraag is: welk orgaan heeft wanneer tot deze wijziging besloten en op grond van welke onderliggende gegevens en onderzoeken? Daarnaast speelt het volgende.

Minder logistieke bedrijven toestaan vermindert wellicht de verkeersdruk, maar alleen bedrijven toestaan die volledig gebruikmaken van elektrische aangedreven voertuigen verhoogt logischerwijs de netcongestie en -belasting. Deze Herziening, bijhorende raadsvoordracht en de achterliggende stukken, behandelen nergens wat de voorgestelde bebouwing en bestemmingen betekenen voor de huidige belasting van het elektriciteitsnet en voor de aantrekkelijkheid (en dus waarde) van de kavels die nog niet zijn uitgegeven. Wij vinden dit ernstige tekortkomingen die maken dat de voorstellen onvoldoende zijn doordacht. Negeren van de netcongestie-problematiek, in kwantitatieve zin en in kwalitatieve zin, is anno 2026 onverantwoord. 5.b

Sociale veiligheid

In de zienswijzen hebben adressanten aandacht gevraagd voor de sociale en fysieke veiligheid in het gebied. Nu al zijn er klachten over overlast en criminaliteit in de vorm van inbraken, drugshandel en dumping van afval. In haar reactie geeft de gemeente aan dat op het bedrijventerrein een 6

Parkmanagement vereniging actief is die zich bekommert over het in goede conditie houden van het bedrijventerrein.2 Ons is opgevallen dat ondanks dat in de Herziening sprake is van een toename in hoogte van de toegestane bebouwing naar 13 meter, tot nu in geen enkel document staat verbeeld hoe dit er dan uitziet. En dit geldt dan niet alleen voor overdag, maar ook ’s avonds, en hoe de verlichting is geregeld als het donker is. Vanuit natuur-oogpunt is minimale verlichting aan te raden. Om die reden staan er nu veelal op bedrijventerreinen lantarenpalen met sensoren die oplichten als iemand passeert, lopend of fietsend. Het mag niet gebeuren dat stadslandbouwers (o.a. door gebrek aan verlichting) via een lugubere omgeving naar hun percelen moeten. Daarnaast speelt dat een slecht verlicht bedrijventerrein onaantrekkelijk is voor bezoekers; dit schaadt gemakkelijk de business en bedrijfsvoering van de stadslandbouw. Voorliggende plannen bevatten geen afbeeldingen en/of informatie dat de omgeving van de stadslandbouwpercelen 24 uur en 7 dagen per week, met respect voor fauna en mens, veilig en comfortabel wordt ervaren. Dit gemis in de plannen schaadt de werkomgeving en aantrekkelijkheid van stadslandbouw. Wij dringen er op aan dat in ruimtelijke plannen standaard (beschreven en verbeeldende) informatie staat over sociale veiligheid, overdag en ’s avonds. 6.

Financiën

6.a

Grond exploiteren; als overheidsorgaan of als aandeelhouder

Provincies en gemeenten zijn volgens het Besluit Begroting en Verantwoording verplicht in een aparte paragraaf in hun begroting een toelichting te geven op het door hun gevoerde grondbeleid. Het gaat dan om: - de visie op het grondbeleid en de wijze waarop deze wordt uitgevoerd; - de wijze en onderbouwing van winstnemingen en de aangehouden reserves in relatie tot de risico’s. In de Begroting 2026 van de gemeente Amsterdam gebeurt dit in paragraaf 3.7 Grondbeleid, vanaf pagina 390.3 We missen in deze paragraaf de vermelding dat de gemeente niet als overheidsorgaan, maar als aandeelhouder betrokken is bij grondexploitaties in Business Park Amsterdam Osdorp. Het gaat om een samenwerking via de NV GEM Lutkemeer CV en de NV Schiphol Area Development Company NV (SADC). Deze twee NV ’s, die beogen de gebiedsontwikkeling in de Lutkemeerpolder te realiseren, staan vermeld In paragraaf 3.6 Verbonden partijen in de Begroting 2026 (pag. 382 e.v.). Deze NV ’s, met als deelnemende partners: Schiphol, provincie Noord-Holland en de gemeenten Haarlemmermeer en Amsterdam zijn ontstaan om er samen voor te zorgen dat deze betrokken vier partijen niet elkaar beconcurreren bij het aantrekken van bedrijven voor deze locatie, maar binnen één bedrijfsmatige entiteit samenwerken.

De gemeenteraad van Amsterdam heeft op 15 september 2021 de Nota beleidskader verbonden partijen 2021 vastgesteld, waarin is vastgelegd hoe de gemeente met haar beleid voor verbonden partijen het publieke belang borgt.4 Deze nota geeft de beleidslijnen weer voor de oprichting, het beheer, de verkoop en het afstoten van de verbonden partijen van de gemeente. De hoofdlijnen van het beleidskader zijn: • het publiek belang blijft centraal staan. Dat houdt in dat de gemeente alleen taken uitvoert die voortkomen uit een (gemeentelijk) publiek belang; Contactgegevens: https: //www.pmamsterdamosdorp.nl/algemeen/ Pagina 394 van Begroting 2026 vermeldt o.a. dat juni 2025 de actuele stand van het Vereveningsfonds per saldo € 1,2 miljard bedraagt, exclusief risico’s. 2 3

4

Zie Begroting 2026, pagina 382.

7

• •

de gemeente blijft zich opstellen op als een actief en betrokken aandeelhouder; de gemeente hecht groot belang aan de bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).

Eigen aan een samenwerking binnen een NV tussen overheden en bedrijfsleven (i.c. Schiphol) is, dat deze bedrijfsmatige entiteit niet alleen gevoelig is voor marktontwikkelingen, maar door deelname van gemeentelijke en provinciale overheden ook gevoelig is voor maatschappelijke ontwikkelingen in de tijd, zoals draagvlak onder de bevolking. En naarmate de looptijd van de plannen, en dus van de N.V. ’s toeneemt, is de kans op afwijkingen van de oorspronkelijk planvorming groter. Dit betekent dat in de waarden van een dergelijke NV, naast marktontwikkelingen ook rekening moet worden gehouden met maatschappelijke ontwikkelingen en afwijkingen door veranderende inzichten. Veranderingen en ontwikkelingen die ook door N.V. ’s in hun administratie financieel dienen te worden vertaald om een getrouw beeld van de werkelijkheid te geven. 6.b

Financiële ontwikkeling NV GEM Lutkemeer en NV SADC

Jaarverslag 2024, Begroting 2025 en Begroting 2026 van de gemeente Amsterdam presenteren in de paragrafen Verbonden partijen de volgende financiële ontwikkelingen voor deze twee NV’ s 5: NV GEM Lutkemeer CV aandeel boekwaarde eigen vreemd balans vermogen vermogen Jaarverslag 20% 9,9 mln. 48,9 mln. 3,2 mln. 2024 Begroting 20% 9,9 mln. 48,9 mln. 3,2 mln. 2025 Begroting 20% 6,3 mln. 48,9 mln. 3,2 mln. 2026 NV Schiphol Area Development Company NV (SADC) aandeel boekwaarde eigen vreemd balans vermogen vermogen Jaarverslag 25% 25,8 mln. 123,2 mln. 23,0 mln. 2024 Begroting 25% 25,8 mln. 123,2 mln. 23,0 mln. 2025 Begroting 25% 25,8 mln. 129,3 mln. 21,0 mln. 2026

netto winst 0,0

opmerking

0,0 0,0

Cijfers Jaarrekening 2023

netto winst 1,3 mln. 1,3 mln.

Cijfers Jaarrekening 2022

6,1 mln.

Jaarverslag 2024 en de Begroting 2025 en 2026 vermelden weliswaar de financiële stand van zaken in enig jaar over de NV’ s, maar geven geen toelichting over de ontwikkeling in de jaren zoals de gemeente Amsterdam dat doet bij haar andere actieve grondexploitaties. Dit is ook begrijpelijk daar de gemeente als aandeelhouder een andere rol heeft dan als overheidsorgaan; de Gemeenteraad staat hier letterlijk en figuurlijk, juridisch en financieel gezien, op afstand. Kijken we echter naar bovenstaande gegevens dan valt allereerst op dat sprake is van een cijfermatig erg stabiel beeld. Er gebeurt niets tot weinig. Of speelt hier dat deze actieve grondexploitaties niet worden aangepast aan de markt- en maatschappelijke ontwikkelingen? 5

Waarbij geldt dat ‘de weergegeven boekwaarde de verkrijgingsprijs is van de deelneming. De verkrijgingsprijs bestaat uit de investering en het gestort aandelenkapitaal gecorrigeerd voor eventuele langdurige waardeverminderingen. Tenzij anders aangegeven baseren wij de cijfers over eigen vermogen, vreemd vermogen en nettowinst op de jaarrekening 2024 van de deelnemingen. Het vreemd vermogen is het totale vermogen minus het eigen vermogen’, aldus de toelichting in de Begroting 2026.

8

Daarnaast zien we dat er gebruik wordt gemaakt van oude jaarcijfers: Begroting 2025 bevat jaarcijfers uit 2022 en Begroting 2026 uit 2023. Waarom is dat en wat betekent dit? Het roept het beeld op dat de bedragen in deze documenten handmatig constant zijn gehouden en niet zijn geactualiseerd. Het lijkt erop dat hierdoor geen getrouw beeld geven wordt van de werkelijke waarden van deze grondexploitaties. Dit leidt logischerwijs tot de vraag of de Gemeenteraad wel juist en volledig over de actuele stand van deze N.V. ‘s / grondexploitaties wordt geïnformeerd.6 In de afgelopen drie jaar heeft de NV SADC een winst uitgekeerd van € 8,7 miljoen. Winstuitkering betekent dat de aandeelhouders opbrengsten uit de N.V. hebben geïnd.

Maar wat nu als door de langdurige planologische ontwikkeling ontwikkelingen in de markt en bij het publiek veranderen en vraag en draagvlak sterk verminderen? Lezen wij het goed dat er sprake is geweest van een tussentijdse winstneming terwijl Business Park Osdorp Amsterdam nog lang niet volledig is gerealiseerd? Kent Business Park Osdorp Amsterdam niet – net als de gemeente Amsterdam - een vorm van verevening om de plussen en de minnen binnen de afzonderlijke grondexploitaties op te vangen? Zo niet, waarom niet? Was de verwachting bij de vorming van deze NV ’s dat bij grondexploitatie op deze locatie alleen sprake zou zijn van winst? En geen werkwijze heeft afgesproken bij verlies of noodzakelijk afwaardering van grond door actuele ontwikkelingen in markt en/of samenleving? Het beeld dringt zich op gezien de tussentijdse winstnemingen in 2024 t/m 2026, dat bij een positief planresultaat de aandeelhouders eensgezind klaar staan om winst te nemen. En dat bij stagnatie en mogelijk tegenvallende opbrengsten (bij markt- en maatschappelijke verschuivingen) de financiële administraties worden bevroren. En als het even kan, ontwikkelingen in markt en samenleving met mogelijk nadelige effecten bij één van de aandeelhouders worden gelegd. Concreet als het om stadslandbouw gaat in plaats van magazijnenbouw, bij de gemeente Amsterdam.

Dit is niet in voor- en tegenspoed ‘samen de trap op en samen de trap af’, zoals het hoort. Dit is afwentelen of ‘over de schutting gooien’ door aandeelhouders als sprake is van verlies. Kortom, wij hebben vragen over de getrouwheid van de gepresenteerde bedragen en zetten vraagtekens bij de toegepaste systematiek. Hoe wordt binnen deze twee N.V. ’s het (gemeentelijk) publiek belang optimaal behartigt? En op basis van welke systematiek en op basis van welke peildata wordt de financiële stand van zaken aan de betrokken aandeelhouders gepresenteerd? Tijdens de RO-Commissievergadering van 3 juli 2025 heeft de toenmalige wethouder toegezegd met enkele scenario’s over stadslandbouw te komen ‘die voeling hebben met de realiteit’. Dit heeft geleid tot vijf scenario’s, die aan de Commissie RO ter kennisname op 3 september 2025 zijn voorgelegd in de vorm van het volgende financiële overzicht: Bijlage 4

scenario scenario 1 scenario 2 scenario 3 scenario 4 scenario 5

verschil in opbrengsten

beschrijving de helft van de kavels 7 en 9 en kavel 5 de gehele kavels 7 en 9 en 5 kavel N6 de gehele kavels 8, 9 en 10 de helft van kavel 10 en kavel 5

6

verschil opbrengsten € 19.067.806,00 € 36.217.212,00 geen verschil € 43.600.000,00 € 10.638.400,00

In dit kader overwegen wij dan ook om onze bevindingen en vragen aan de ACAM voor te leggen. N.a.v. de controle over 2025 constateert de interne accountantsdienst ACAM van de gemeente Amsterdam dat het financieel beheer van de gemeente te wensen overlaat (zie: https://www.accountant.nl/nieuws/2026/5/accountant-geeft-gemeenteamsterdam-tik-op-de-vingers-interne-beheersing-niet-op-orde/). ACAM roept de gemeente op tot ‘heldere kaders, consistente uitvoering en actief toezicht’. Onze indruk is op basis van de gepresenteerde cijfers dat ook binnen de nv’s waar de gemeente bij betrokken is het financiële beheer tekort schiet en het aan consistente uitvoering ontbreekt.

9

Wij vinden het onbestaanbaar dat het college op deze wijze de Gemeenteraad informeert: het overzicht vermeldt geen peildata en bevat ook geen enkele financiële toelichting over wat hier nu op basis van welke gegevens staat weergegeven. Wij moesten reeds vraagtekens zetten bij de getrouwheid en actualiteit van de gepresenteerde bedragen in Jaarverslag 2024 en de Begrotingen 2025 en 2026. Zonder enige toelichting en zonder het vermelden van peildata (2022? 2023?) zijn ook deze gegevens over scenario’s volstrekt onnavolgbaar en zeer twijfelachtig. Een dergelijke losse flodder getuigt niet van respect en heeft geen enkele relatie met ‘voeling met de realiteit’. 6.c

Rolverwarring

In de achterliggende drie jaren zijn er veel gesprekken gevoerd en enkele zaken nader uitgezocht, zo bleek o.a. tijdens de RO-Commissievergadering van 3 juli 2025. Het verslag van die vergadering vermeldt: ‘Wethouder VAN DANTZIG zegt dat de gesprekken onder andere op verzoek van het Voedselpark waren en dat ze ook geconstateerd hebben dat ze het niet over alles eens zijn. De wethouder hoopt dat dit leidt tot breder begrip en geeft aan dat hij vanaf het begin als wethouder dezelfde lijn heeft gevoerd, hetgeen ook de lijn van het college is. Tegelijkertijd is de commissie en de raad het hoogste orgaan, dus als ze een andere manier kiezen, daarvoor de risico’s nemen en zorgen dat het geld er is, dan gaan ze het proberen, dan lopen ze alleen wel risico op allerhande claims en rechtszaken met onzekere uitkomst.’ Hier nu maakt de wethouder een denkfout. De Gemeenteraad is met betrekking tot de twee N.V. ’s niet het hoogste, bepalende orgaan; dat zijn de aandeelhouders. En binnen deze N.V. ‘s waar de gemeente Amsterdam aan deelneemt dient conform de beleidsregels voor verbonden partijen rekening te worden gehouden met het publieke belang. Anders gezegd, naast marktontwikkelingen dient men binnen deze N.V. ‘s ook rekening te houden met veranderende maatschappelijke ontwikkelingen.

Op basis van de gepresenteerde bedragen over 2024 t/m 2026 lijkt het erop dat de aandeelhouders binnen de twee N.V. ’s in de achterliggende jaren weinig oog hebben gehad voor veranderingen in de markt en in de maatschappij. Nergens zien wij mutaties als gevolg van de veranderende en wegvallende marktvraag in de achterliggende jaren en ook zien wij geen financiële mutaties als gevolg van veranderingen in het maatschappelijke draagvlak voor het in 2013 (!) vastgestelde bestemmingsplan Lutkemeerpolder. Dat de aandeelhouders binnen de twee N.V. ’s in de achterliggende jaren weinig oog hebben gehad voor veranderingen (in de markt en in de maatschappij), inclusief wat deze veranderingen betekenen voor de waarderingen in de actieve grondexploitaties binnen Business Park Osdorp Amsterdam kan en mag de Gemeenteraad van Amsterdam niet worden verweten. Hier had men binnen de NV ‘s zelf eerder actief op moeten reageren en breder over moeten communiceren. Actief reageren was wenselijk geweest, door of met andere plannen te komen en/of afwaarderen van boekwaarden of het actualiseren van eerder geraamde opbrengsten in de grondexploitaties. De Gemeenteraad van Amsterdam staat door de constructie (juridische entiteit) van een N.V. bestuurlijk op afstand.

Eventuele verliezen, door veranderingen in maatschappelijke opvattingen over gewenste grondbestemmingen, dienen in beginsel gedragen te worden door de N.V. ’s binnen Business Park Osdorp Amsterdam. Deze mogen en kunnen niet worden afgewenteld op de gemeente Amsterdam. Ook het dreigen met rechtszaken en risico’s richting de Gemeenteraad is bij dit vraagstuk volstrekt ongepast en duidt op rolverwarring en ongeoorloofde afwenteling.

10

Samenvattend In het voorgaande hebben wij de volgende kwesties en vraagstukken besproken: onnavolgbaarheid en gemis aan transparantie wat betreft de door de Gemeenteraad gevraagde aanvullende onderzoeken ten behoeve van deze Herziening; het onjuist duiden en kwantitatief en kwalitatief onvoldoende uitvoering geven aan de motie Nuijens en Geenen (2018-316); de nadelige effecten van het niet opnemen van de bestemming stadslandbouw in deze Herziening: niet toekomstvast en onvoldoende borging; de noodzakelijkheid van het wegnemen van onjuistheden en onduidelijkheden in de plangrenzen met betrekking tot Coöperatie Ranunculus; dat het geactualiseerde verkeersonderzoek op basis van de VMA-systematiek kritiekpunten die in 2022 zijn geuit door verkeersdeskundigen bevestigt; milieuberekeningen over de luchtkwaliteit ontbreken; volledig voorbij wordt gegaan aan de huidige elektriciteitscongestie en -transitie; geen (beschreven en verbeeldende) informatie beschikbaar is gesteld over sociale veiligheid, waardoor de arbeidsintensieve stadslandbouw in haar bedrijfsvoering en business kwetsbaar wordt; gebrek aan transparantie over de financiële stand van zaken van de twee betrokken N.V. ’s en twijfel over het beeld dat de gepresenteerde bedragen over 2024 t/m 2026 geven; hoe actueel zijn deze waarden? geconstateerde rolverwarring over de gemeente als aandeelhouder en partner in een N.V.

en de gemeenteraad als hoogste bestuursorgaan. Bovenstaande opsomming van onjuistheden, onduidelijkheden en gemis aan actuele informatie maken dat wij een dringend beroep doen op de Gemeenteraad om: 1. de opdracht aan het College te geven dat de gemeente Amsterdam in de twee betrokken N.V. ’s in de Lutkemeer er alles aan doet om te bewerkstelligen dat een pas op de plaats wordt gemaakt in de werkzaamheden die leiden tot de uitgifte van gronden in de Lutkemeerpolder, fase 2, die leiden tot bebouwing van de Lutkemeerpolder; 2. in gezamenlijkheid te constateren dat er te veel onzekerheden en onduidelijkheden zijn (m.b.t. rollen, feiten en financiën) om tot een weloverwogen oordeel te komen over nu voorliggende 1e Partiële Herziening en spreekt uit besluitvorming aan te houden. De plannen en de huidige stand van zaken op de besproken uiteenlopende onderwerpen zijn diffuus, onrijp en kennen veel onzekerheden voor mens, milieu en money. Daarom is doorgaan onverantwoord. Op basis van de huidige inzichten is het beeld dat het publieke belang in voorliggende voorstellen niet of onvoldoende wordt gediend. Namens inwoners van Amsterdam Nieuw-West, Coöperatie Ranunculus (De Boterbloem, Pluk!, Stadsgroenteboer en Alies Natuurlijk), vertegenwoordigd door Bram van Dijk bvandijk@dsp-groep.nl (XXXXXXXXXXXXXXXX) Stichting Voedselpark vertegenwoordigd door Iris Poels XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

11

Bijlage 1 Motie van de leden Nuijens en Geenen inzake het uitwerken van meerdere scenario’s voor het behoud van (zoveel mogelijk van) zorgboerderij De Boterbloem. Behandeld op: woensdag 14 maart 2018 Status: aangenomen Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 1. In samenwerking met SADC en GEM de raad meerdere eindbeeldvarianten voor een groene, diverse, multifunctionele Lutkemeerpolder voor te leggen, die allen uitgaan van zowel een bedrijventerrein als van behoud van zoveel mogelijk van de (functies en maatschappelijke meerwaarde van) de Boterbloem; 2. Hierbij – naast de variant die door de Boterbloem zelf is ingebracht – ook eindbeeldvarianten voor te leggen die uitgaan van (geheel en gedeeltelijk) behoud van de akkers, al dan niet met behoud van {een deel van} de historische stroken en kavels; 3. Naast eindbeeldvarianten ook overgangsscenario's richting deze groene eindbeelden voor te leggen, die uitgaan van zo lang mogelijk behoud van zoveel mogelijk van de Boterbloem in huidige vorm, totdat overgegaan wordt van realisatie van het definitieve eindbeeld. 4.

In de eindbeeldvarianten ook te betrekken welke rol de gemeente kan spelen in het faciliteren van behoud op lange termijn, waarbij – bijvoorbeeld – een (eventueel) exploitatiegat als gevolg van een (eventueel) verlies van een deel van de akkers kan worden opgevangen door een ander exploitatiemodel dat minder grond en meer zorg intensief is. 5. De verschillende eindbeeldvarianten en overgangsscenario's (waar nodig) te voorzien van een overzicht van de financiële consequenties.

12

Bijlage 2 Van: Doorninck, Marieke van Verzonden: donderdag 18 februari 2021 18:34 Aan: Zuurmond, Arre CC: ombudsmanmetropool Onderwerp: Re: boterbloem Beste Arre, Nogmaals dank voor je bericht van afgelopen maandag. We begrijpen de zorgen en zijn in goed overleg om een aantal zaken op te lossen, maar dat is helaas niet zo eenvoudig. Hieronder een wat uitgebreidere uitleg over de inhoudelijke stand van zaken . Aanleiding De gemeenteraad heeft bij de afhandeling van de motie (2018-316) op 19 december 2018 ingestemd met de bestuurlijke reactie van het college van B&W op de motie. Besloten is dat het college van B&W in de AVA GEM Lutkemeer zal verzoeken het voorkeursscenario, waarin 3 ha stadslandbouw (waarvan 2 ha eigendom van de GEM) beschikbaar komt, als uitgangspunt te nemen voor het op te stellen stedenbouwkundig plan. Op basis van dit stedenbouwkundig plan (inmiddels vastgesteld op 10 december 2020) zal een partiele herziening van het bestemmingsplan in procedure worden gebracht en de gemeenteraad zal hier een besluit over moeten nemen. Nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is, en de GEM juridisch planologisch is gecompenseerd en er dus geen verlies aan uitgeefbare bedrijfsruimte is door de inpassing van stadslandbouw, zal er een overdracht van eigendom plaatsvinden van de GEM naar de gemeente Amsterdam.

Voor de Boterbloem is de opdracht neergelegd om een haalbaar businessplan te maken voor de nieuwe situatie waarin ze moet aangeven hoe ze van toegevoegde waarde wil blijven voor de stad en wil worden voor het bedrijventerrein en haar werknemers. Het uitgangspunt is dat er vervolgens een marktconforme pacht of huurovereenkomst zal worden gesloten. Vooruitlopend op voorstaande partiele herziening en overdracht van gronden, is besloten dat het college in overleg gaat met de GEM om te bekijken op welke manier en onder welke condities de Boterbloem het terrein eerder zou kunnen gebruiken. BTW kwestie De gemeente heeft dit gesprek gevoerd met de GEM en er was, gelukkig bereidheid bij de GEM om medewerking te verlenen aan het eerder beschikbaar stellen van de gronden van de GEM aan de Boterbloem via de gemeente. Hierdoor zou niet gewacht hoeven te worden op de vaststelling van het bestemmingsplan. In eerste instantie werd er, in afwijking van het besluit voor pacht of huurovereenkomst die betrekking heeft op de ‘definitieve’ situatie, gesproken over een bruikleenovereenkomst, omdat in het verleden ook kortlopende bruikleenovereenkomsten zijn gesloten.

In december 2020 heeft de GEM, naar aanleiding van advies van hun fiscalist (op basis van jurisprudentie), aangegeven dat een bruikleenovereenkomst om niet, wellicht niet tot de mogelijkheden behoort omdat er dan een BTW nadeel optreedt t.h.v. circa €300.000,-. Dit BTW nadeel heeft niet zozeer te maken met de besloten grondruil maar met het feit dat we de intentie hebben met elkaar om de bestemming van de grond te gaan herzien (t.b.v stadslandbouw) en het daarom op dit moment, ook nu het nog niet is herzien, al door de Belastingdienst niet meer zal worden gezien als fiscaal bouwterrein. De fiscalisten zijn in opdracht van de GEM aan het zoeken naar een oplossing voor dit BTW risico. De hoop is dat de bruikleenconstructie in stand kan blijven, ook voor het GEM gronddeel. De GEM 13

zal in overleg met de gemeente aan de inspecteur een ruling vragen die het BTW nadeel voorkomt of beperkt. Het is nog de vraag of hiermee kan worden ingestemd. Omdat dit nog niet zeker is, wordt door de GEM ook het scenario van de BTW belaste verhuur verkend. Bij een BTW belaste verhuur is het van belang dat de gebruiker de grond voor 90% gebruikt voor BTW belaste prestaties. De gebruiker moet hiervoor dan waarschijnlijk een verklaring van de accountant overleggen. Ervan uitgaande dat hetgeen wordt verbouwd op het land zal worden verkocht en er op verkoop van groene en fruit BTW moet worden geheven zou dit een mogelijkheid kunnen zijn. Het is de Gemeente nog niet duidelijk hoe de CSA (Cummunity Supported Agriculture) precies werkt. Als dit scenario aan de orde is dan gaan we hierover graag het gesprek het gesprek aan met de stadslandbouwers . Vervolg De gemeente heeft een eerste concept bruikleenovereenkomst geleverd op 30 oktober 2020. Na overleg met Bernadette in december en o.b.v. de op 4 februari ontvangen samenwerkingsovereenkomst tussen de Boterbloem, Pluk! en Stadsgroenteboer heeft de gemeente op 5 februari een tweede concept bruikleenovereenkomst gestuurd. We hopen dat we hierover zo spoedig mogelijk overeenstemming kunnen bereiken met de Boterbloem. En gekoppeld hieraan ook het scenario voor de BTW problematiek kunnen afronden.

Als onderlegger voor de te sluiten overeenkomst is het Bedrijfsplan nodig. In juli 2020 zijn door de gemeente opmerkingen gemaakt op het concept-Bedrijfsplan. Belangrijk is dat de opmerkingen op korte termijn worden besproken , verwerkt, danwel wordt onderbouwd waarom dit niet kan. Hiervoor wordt een overleg ingepland. Inzaaien Over het inzaaien heeft de gemeente overleg gehad met de GEM. De GEM heeft aangegeven, dat indien de gemeente een mogelijk BTWrisico op zich neemt , akkoord te zijn met het inzaaien van de gronden. De gemeente is bereid om dit risico te nemen, maar stelt richting de Boterbloem wel als belangrijke voorwaarde dat het uitsluitend om inzaaien gaat en niet beschouwd kan worden als een ingebruikneming van de grond en gezien moet worden als uitvoering in beheer namens de GEM. Met vriendelijke groet, Marieke van Doorninck Verstuurd vanaf mijn iPad

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17050466/1