Bijlage bij de brief Monitor informatie Amsterdamse financien_ Observaties bij het Jaarverslag 2024 en de Voorjaarsnota 2025.pdf
Tekst van het document
Bijlagen bij brief Monitor informatie Amsterdamse financien. Observaties bij het Jaarverslag 2024 en de Voorjaarsnota 2025 Bijlage B1. Actualisatie figuren voorspellende waarde van de begroting Figuur B1.1 - Ontwikkeling totale baten en lasten (incl. mutaties van reserves) 9.000 8.000
€ miljoen
7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2019
2020
2021
2022
2023
Geraamde baten
Gerealiseerde baten
Geraamde lasten
Gerealiseerde lasten
2024
Bron: Gemeente Amsterdam, Begrotingen en jaarrekeningen 2019-2024, bewerking Rekenkamer AmsterdamZaanstad. Figuur B1.2 - Ontwikkeling totale baten en lasten (excl. mutaties van reserves)
8.000 7.000
€ miljoen
6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2019
2020
2021
2022
2023
Geraamde baten
Gerealiseerde baten
Geraamde lasten
Gerealiseerde lasten
2024
Bron: Gemeente Amsterdam, Begrotingen en jaarrekeningen 2019-2024, bewerking Rekenkamer AmsterdamZaanstad.
1
Figuur B1.3 - Ontwikkeling saldo van baten en lasten (excl. mutaties van reserves)
200 150 100
€ miljoen
50 0 -50
2019
2020
2021
2022
2023
2024
-100 -150 -200 -250 -300 Geraamd saldo
Gerealiseerd saldo
Bron: Gemeente Amsterdam, Begrotingen en jaarrekeningen 2019-2024, bewerking Rekenkamer AmsterdamZaanstad. Figuur B1.4 - Ontwikkeling rekeningresultaat baten en lasten gedurende begrotingsjaar (incl. mutaties van reserves) 250 200 150
€ miljoen
100 50 0 -50
2019
2020
2021
Begroting
Voorjaarsnota
2022
2023
2024
-100 -150 -200 -250 Najaarsnota
Jaarrekening
Bron: Gemeente Amsterdam, Begrotingen, voorjaarsnota’s/viermaandsrapportage/voorjaarsbrief, najaarsnota’s en jaarrekeningen 2019-2024, bewerking Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad.
2
Figuur B1.5 - Ontwikkeling baten gedurende begrotingsjaar (excl. mutaties van reserves)
8000 7000
€ miljoen
6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 2019 Begroting
2020
2021
Voorjaarsnota
2022 Najaarsnota
2023
2024
Jaarrekening
Bron: Gemeente Amsterdam, Begrotingen, voorjaarsnota’s/viermaandsrapportage/voorjaarsbrief, najaarsnota’s en jaarrekeningen 2019-2024, bewerking Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad. Figuur B1.6 - Ontwikkeling lasten gedurende begrotingsjaar (excl. mutaties van reserves) 8000 7000
€ miljoen
6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 2019 Begroting
2020
2021
Voorjaarsnota
2022 Najaarsnota
2023
2024
Jaarrekening
Bron: Gemeente Amsterdam, Begrotingen, voorjaarsnota’s/viermaandsrapportage/voorjaarsbrief, najaarsnota’s en jaarrekeningen 2019-2024, bewerking Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad.
3
Bijlage B2. Overzicht van baten en lasten per programmaonderdeel Tabel B2.1 - Baten en lasten per programmaonderdeel (excl. mutaties van reserves). Programmaonderdelen waar de raming voor 2024 meer dan 20% afwijkt van de realisatie zijn gemarkeerd. Bedragen in € miljoen. Programmaonderdeel
Baten/
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Verschil raming
Lasten
Begroting 2025
Voorjaarsnota 2025
(B24) t.o.v. realisatie (JR24) (% van JR24)
1.1 Ruimtelijke Ontwikkeling
Baten
0
3,7
-100,0%
0
0
1.1 Ruimtelijke Ontwikkeling
Lasten
17,9
22,1
-19,0%
15,8
24,7
1.2 Grond
Baten
505
472
7,0%
406
475,2
1.2 Grond
Lasten
526,2
410,4
28,2%
437,9
522,2
1.3 Erfpacht
Baten
246,5
419,5
-41,2%
230,5
230,5
1.3 Erfpacht
Lasten
55,4
234,1
-76,3%
53,3
55,0
1.4 Bouwen en Wonen
Baten
88,7
66,5
33,4%
85,4
111,0
1.4 Bouwen en Wonen
Lasten
180,9
176,2
2,7%
188,6
227,3
1.5 Vastgoed
Baten
77,5
83,3
-7,0%
76,8
89,2
1.5 Vastgoed
Lasten
56,4
64,6
-12,7%
62,8
68,3
1.6 Duurzaamheid en
Baten
4,9
20,7
-76,3%
0,9
15,3
Lasten
77,1
63,5
21,4%
90,5
100,5
Baten
9
9,7
-7,2%
10,1
10,2
Lasten
9,4
10,2
-7,8%
10,6
11,3
Baten
56,6
72,8
-22,3%
55,4
53,9
Lasten
238,4
246,9
-3,4%
261,8
283,9
Milieubeheer 1.6 Duurzaamheid en Milieubeheer 1.7 Begraafplaatsen en Crematoria 1.7 Begraafplaatsen en Crematoria 2.1 Verkeer, vervoer en parkeren 2.1 Verkeer, vervoer en parkeren
4
Programmaonderdeel
Baten/
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Verschil raming
Lasten
Begroting 2025
Voorjaarsnota 2025
(B24) t.o.v. realisatie (JR24) (% van JR24)
2.2 Openbaar vervoer
Baten
33,1
21,9
51,1%
63,9
66,0
2.2 Openbaar vervoer
Lasten
93,7
68,8
36,2%
130,6
129,9
2.3 Afval en reiniging
Baten
211,5
215
-1,6%
215,3
215,7
Lasten
243,8
291,1
-16,2%
268,4
271,7
Baten
36,1
50,9
-29,1%
38,9
40,7
Lasten
279,8
292,1
-4,2%
295,7
322,6
2.5 Water
Baten
4,5
6,2
-27,4%
5,8
4,6
2.5 Water
Lasten
56,1
60
-6,5%
64,9
53,3
2.6 Groen en dierenwelzijn
Baten
3,2
4,4
-27,3%
3,8
4,6
2.6 Groen en dierenwelzijn
Lasten
103,4
112,6
-8,2%
105,7
119,3
2.7 Riool en drinkwater
Baten
266
274,1
-3,0%
298,8
285,2
2.7 Riool en drinkwater
Lasten
251,7
238,8
5,4%
283,4
273,3
3.1 Economie en innovatie
Baten
22,5
24,1
-6,6%
22
23,5
3.1 Economie en innovatie
Lasten
58,3
72,5
-19,6%
70,8
79,5
3.2 Kunst en cultuur
Baten
2
2,8
-28,6%
1,3
3,3
3.2 Kunst en cultuur
Lasten
186,3
185,8
0,3%
191,7
198,5
3.3 Erfgoed
Baten
0,2
0,1
100,0%
0,2
0,2
3.3 Erfgoed
Lasten
3,3
4,4
-25,0%
4,6
5,7
4.1 Sport
Baten
17,2
34,5
-50,1%
28,4
29,1
4.1 Sport
Lasten
85,6
101,8
-15,9%
99,5
102,8
5.1 Onderwijs
Baten
57,3
61,3
-6,5%
62,2
70,5
5.1 Onderwijs
Lasten
325,1
325
0,0%
334,6
352,8
openbare ruimte 2.3 Afval en reiniging openbare ruimte 2.4 Beheer en onderhoud openbare ruimte 2.4 Beheer en onderhoud openbare ruimte
5
Programmaonderdeel
Baten/
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Verschil raming
Lasten
Begroting 2025
Voorjaarsnota 2025
(B24) t.o.v. realisatie (JR24) (% van JR24)
6.1 Basisvoorzieningen
Baten
68,1
86,5
-21,3%
69,6
82,2
6.1 Basisvoorzieningen
Lasten
285,5
306,2
-6,8%
310,1
350,3
6.2 Wijkteams
Baten
0,9
1
-10,0%
1
1,0
6.2 Wijkteams
Lasten
124
126,5
-2,0%
127,9
136,4
6.3 Individuele voorzieningen
Baten
20
46,2
-56,7%
25,5
35,8
6.3 Individuele voorzieningen
Lasten
868,4
899,7
-3,5%
899,2
900,0
6.4 Diversiteit
Baten
0
0,1
-100,0%
0
-
6.4 Diversiteit
Lasten
10,5
10,2
2,9%
10,2
10,8
7.1 Inkomensregelingen
Baten
663,8
725,2
-8,5%
697,8
736,9
7.1 Inkomensregelingen
Lasten
741
760,5
-2,6%
773,7
803,1
7.2 Werk, Participatie,
Baten
25,2
29,4
-14,3%
38,2
40,7
Lasten
256,5
254,4
0,8%
275,7
281,1
Baten
17,3
53,6
-67,7%
22,6
22,7
Lasten
145,4
188,5
-22,9%
153,3
165,8
Baten
0
115
-100,0%
3,1
83,6
Lasten
0
83,8
-100,0%
6,2
102,4
Baten
3
3,4
-11,8%
3,4
3,4
Lasten
96,6
97,5
-0,9%
99,8
100,1
Inburgering 7.2 Werk, Participatie, Inburgering 7.3 Armoede en Schuldhulpverlening 7.3 Armoede en Schuldhulpverlening 7.4 Migratie, Asiel en Ongedocumenteerden* 7.4 Migratie, Asiel en Ongedocumenteerden* 8.1 Brandweer en Crisisbeheersing 8.1 Brandweer en Crisisbeheersing
6
Programmaonderdeel
Baten/
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Verschil raming
Lasten
Begroting 2025
Voorjaarsnota 2025
(B24) t.o.v. realisatie (JR24) (% van JR24)
8.2 Openbare Orde en
Baten
26,7
35
-23,7%
33
31,4
Lasten
193,4
199,2
-2,9%
207,4
217,4
A.1 Lokale heffingen
Baten
907,3
973,9
-6,8%
1076,5
1.076,7
A.1 Lokale heffingen
Lasten
34,6
33,4
3,6%
35,6
38,5
A.2 Gemeentefonds
Baten
2959,5
3013,7
-1,8%
3080,9
3.117,9
A.2 Gemeentefonds
Lasten
0
0
0
-
A.3 Treasury en
Baten
84,9
99,2
-14,4%
91,8
96,7
Lasten
47,3
85,3
-44,5%
66,6
60,2
Baten
0
12,3
-100,0%
9,5
9,5
Lasten
36,3
18,7
94,1%
9,8
-6,9
B.1 Dienstverlening
Baten
43,7
50
-12,6%
48,7
50,4
B.1 Dienstverlening
Lasten
90,8
93,1
-2,5%
90,5
101,8
B.2 Horizontaal thema
Baten
0,6
2,9
-79,3%
0,5
0,5
Lasten
35,3
54,5
-35,2%
42,8
43,4
Baten
0
0
0
-
Lasten
10,4
17,6
-40,9%
20,1
21,2
Baten
0,6
0,5
20,0%
0,6
0,6
Veiligheid 8.2 Openbare Orde en Veiligheid
0
Deelnemingen A.3 Treasury en Deelnemingen A.4 Overige eigen middelen en onvoorzien A.4 Overige eigen middelen en onvoorzien
Digitale stad en overheid B.2 Horizontaal thema Digitale stad en overheid B.3 Horizontaal thema
0
Democratisering B.3 Horizontaal thema Democratisering B.4 Bestuur
7
Programmaonderdeel
Baten/
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Verschil raming
Lasten
Begroting 2025
Voorjaarsnota 2025
(B24) t.o.v. realisatie (JR24) (% van JR24)
B.4 Bestuur
Lasten
34,1
39
-12,6%
35,9
35,7
B.5 Overhead
Baten
11,1
11,7
-5,1%
12,1
15,1
B.5 Overhead
Lasten
630,7
726,3
-13,2%
659,9
569,1
B.6 Facilitair werken in de
Baten
0,5
1,1
-54,5%
0,5
0,5
Lasten
-3,5
14,2
-124,6%
3,4
8,4
fysieke leefomgeving B.6 Facilitair werken in de fysieke leefomgeving Bron: Gemeente Amsterdam, Begroting 2024, Jaarrekening 2024, Begroting 2025 en Voorjaarsnota 2025, bewerking Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad.
8
Bijlage B3. Lessen uit eerder onderzoek naar bezuinigingen In ons onderzoek naar de financiële positie van Amsterdam (2020) hebben we een reeks aandachtspunten bij bezuinigingen op een rij gezet.1 Deze aandachtspunten waren gebaseerd op inzichten die we in eerder onderzoek hebben opgedaan bij bezuinigingen en andere maatregelen om financiële ruimte vrij te spelen. 1.
Bezuinigen op taken. Door minder activiteiten of taken uit te voeren, kan een gemeente structureel bezuinigen. Hoewel wel dit vaak pijnlijke keuzes vergt (en ook afhankelijk is van de keuzeruimte die een gemeente gegeven, bijvoorbeeld, wettelijke verplichtingen heeft) lijken dit soort bezuinigingen redelijk uitvoerbaar. Immers, een gemeente heeft, na de gemaakte keuze om een activiteit of taak te stoppen, ook de bijbehorende kosten niet meer. Een belangrijke voorwaarde is dat wel zicht is op de verwachte maatschappelijke (neven)effecten. Want als deze effecten achteraf groter uitpakken dan bedoeld of niet acceptabel zijn, dan ontstaat al snel maatschappelijke of politieke druk om de bezuiniging ongedaan te maken.
2.
Efficiënter werken. Naast het stoppen of verminderen van gemeentelijke taken en activiteiten kan er ook worden bezuinigd door meer efficiënt te werken. Het voordeel hiervan is dat er geen pijnlijke keuzes hoeven te worden gemaakt, het voorzieningenniveau niet wordt aangetast en er geen neveneffecten optreden. In het verleden zijn dit echter nogal eens problematische bezuinigingen geweest, omdat ze niet goed onderbouwd of doordacht waren. In het bijzonder is in het verleden getracht grote bezuinigingen te realiseren door te besparen op inkopen. Echter, de meeste inkopen hebben betrekking op investeringen en hebben daardoor (evenals de besparingen daarop) slechts een beperkt effect op de financiële ruimte in de begroting.
3.
Weglekken van bezuinigingen. Bezuinigen op taken of door efficiënter werken levert soms ook minder op door de financiële en organisatorische structuur van de gemeente. Het kan namelijk zo zijn dat met het stoppen of verminderen van kosten van een taak ook inkomsten wegvallen. Bijvoorbeeld doordat een deel van de kosten in rekening kon worden gebracht bij de begunstigden van de activiteit of taak. Ook kan het zo zijn dat de activiteit of taak (deels) wordt gefinancierd met geoormerkte steun van andere overheden of organisaties. Het kan ook komen door de financiële structuur van de gemeente met interne transacties en doorbelastingen (zoals van overhead). Dit effect wordt ook het 'weglekken' van bezuinigingen genoemd. Bij goed doordachte bezuinigingen is rekening gehouden met mogelijke weglek.
4.
Administratieve wijzigingen. Een variant op een bezuiniging door meer efficiënt te werken is het doorvoeren van een administratieve wijziging. Het gaat dan om het aanpassen van werkwijzen of aannames in het begrotingsproces. Een aanpassing hiervan kan soms financiële ruimte in de begroting opleveren. Maar dit soort bezuinigingen zijn niet zelden complex en moeilijk te doorgronden. Tegelijkertijd kunnen ze ook allerlei (onbedoelde) reële effecten hebben. Zo kan het verlengen van afschrijvingstermijnen financiële ruimte opleveren, maar dan moet de verwachte levensduur wel realistisch zijn ingeschat. Anders wordt de gemeente later geconfronteerd met hogere onderhoudslasten of achterstallig onderhoud. Het is daarom belangrijk dat de reële (financiële) neveneffecten van dit soort bezuinigingen goed in beeld zijn.
5.
Verhogen van belastingen. Naast het bezuinigen op kosten, kan een gemeente een structurele tegenvaller ook opvangen door de inkomsten structureel te verhogen. Het meest voor de hand liggende instrument daarvoor is het verhogen van de gemeentelijke belastingen. Net als bij het bezuinigen door taken of activiteiten te stoppen is dit al snel een pijnlijk besluit. Maar daar stopt de gelijkenis niet. Want ook bij belastingverhogingen is het denkbaar dat er neveneffecten optreden waardoor de uiteindelijke opbrengst lager uitvalt dan verwacht. Zo is het voorstelbaar dat bij hogere belastingen het aantal wanbetalers toeneemt. Dat kan aanleiding geven het kwijtscheldingsbeleid te verruimen of er ontstaat dan druk op andere (sociale) voorzieningen, zoals schuldhulpverlening.
9
Eindnoten
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad, Zicht op de financiële positie (Amsterdam), 10 november 2020. 1
10