Bijlage.Analyse van informatie aan de TAC over sportterrein Diemerpark
Tekst van het document
Analyse van de informatie aan de TAC i.v.m. voornemen uitbreiden sportterrein in het Diemerpark 11-04-2021 Vrienden van het Diemerpark vriendenvanhetdiemerpark@gmail.com
Aanleiding en doel van dit document
Wob-verzoek
Op 11-11-2020 diende de projectgroep ‘Vernieuwing Diemerpark’ bij de TAC een aanvraag ‘preadvies (voorontwerp) Bestemmingsplan’ in, in verband met wat werd genoemd “intensiveren Sportpark IJburg”. Het gaat daarbij om het plan om het aantal plastic (kunstgras) sportvelden van zes naar tien uit te breiden.
Hoewel we de projectleider ‘Diemerpark’ regelmatig spreken, bleek het noodzakelijk om een Wob-verzoek in te dienen om inzage te krijgen in de stukken voor de TAC. We kregen een formulier Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur aanvraag preadvies (11-11-2020). We veronderstellen dat dit de bovengenoemde ‘TAC-oplegnotitie’ is.
De reden om dit stuk te schrijven is dat, ondanks dat de TAC op 29-01-2021 daarover een negatief preadvies uitbracht, het gemeentebestuur daar niet de meest logische consequentie aan verbindt. Het bestuurlijk team koos ervoor om verder te gaan met de ontwikkeling van het, in onze ogen absurde, plan om in het natuurpark Diemerpark nog meer plastic sportvelden aan te leggen.
Als ‘Variantenstudie’ kregen we de conceptnota ‘Diemerpark - Bewogen natuurlijk landschapspark’, gemeente Amsterdam, Floris Grondman, 26-11-2020. Het stuk over de parkeeroplossingen wilde de projectleider ‘Diemerpark’ in eerste instantie niet met ons delen, omdat er “gevoelige informatie” in zou staan, die nog niet openbaar gemaakt zou kunnen worden. Na aandringen in de vergadering van de stadsdeelcommissie van 09-03-2021 kregen we het stuk ‘Inventarisatie parkeeroplossingen bij uitbreiding Sportpark IJburg’, Goudappel Coffeng, 01-122020.
Zolang het plan voor uitbreiden van het sportterrein niet van tafel is, zullen we, mede met het oog op eventuele juridische procedures, alle stukken van het gemeentebestuur over het Diemerpark willen inzien en van commentaar voorzien. De informatie die bij de aanvraag van het preadvies werd geleverd bestond uit vier stukken: 1 1. TAC-oplegnotitie, 11-11-2020 2. Variantenstudie Diemerpark- ruimtelijke inpassing Sportpark IJburg, 04-09-2020 3. Luchtfoto huidige situatie 4. Inventarisatie parkeeroplossingen bij uitbreiding Sportpark IJburg (= Inventariatie deelmobiliteit, verkeer en parkeren Diemerpark, Goudappel Coffeng, concept), 27-10-2020
Het valt op dat de stukken voor de TAC een oudere datum hebben dan de stukken die wij na ons Wob-verzoek kregen. Om de verstandhouding met de projectleider niet onder druk te zetten hebben we er van afgezien om alsnog om de juiste documenten te vragen. Volgens de ‘Variantenstudie’ zou er aan de TAC nóg een document aangeboden zijn. Op pag. 47 van de ‘Variantenstudie’ van 26-11-2020 staat: “Sportpark IJburg maakt onderdeel uit van het Diemerpark als geheel. De noodzakelijke uitbreiding valt samen met een zorgvuldige functionele en ruimtelijke inpassing in het park. Voor de gehele visie van Sport & Bos wordt verwezen naar de bijlagen.” Geen enkele van de bijlagen bevat echter een visie van Sport & Bos. • Op 25-03-2021 vroegen we de projectleider ‘Diemerpark’ hiernaar. We wachten op een reactie.
In dit stuk analyseren we de stukken die bij de aanvraag van het preadvies aan de TAC werd aangedragen door het gemeentebestuur.
1
Bereikbaarheid, verkeersveiligheid, bruikbaarheid, natuurwaarde
Volgens de Structuurvisie Amsterdam 2040, vastgesteld in 2011, zou het Diemerpark 4,7 ha Hoofdgroenstructuur groentype ‘Sportpark’ krijgen en voor het overige deel bestaan uit ‘Ruigtegebied/struinnatuur’. In 2014 werd in het Inrichtingsplan ‘Sportpark IJburg’ e.o. het sportterrein al uitgebreid van 4,7 naar 5,4 ha.
In de TAC-oplegnotitie (pag. 2) staat dat in het publiek toegankelijke deel van het Diemerpark maatregelen genomen worden “ om de bereikbaarheid, verkeersveiligheid, bruikbaarheid en natuurwaarde” te vergroten.
• Om IJburg te laten voldoen aan de stedelijke sportnorm is het niet nodig om nog meer sportvelden in het Diemerpark te realiseren. De TAC had hierover geïnformeerd moeten worden.
Van deze punten is hoogstens alleen de verkeersveiligheid een probleem: a. op het Dick Hilleniuspad tijdens de openstelling van het parkeerterrein, b. de Diemerzeedijk aan de voet van de Nesciobrug en c. in de ‘Staart’ aan de oostkant van het park. Het is onduidelijk wat er verbeterd zou moeten worden aan de ‘bereikbaarheid’. ‘Bruikbaarheid’ is een vaag begrip: bruikbaar voor wie of wat? Voor de bescherming van de biodiversiteit is het park al heel ‘bruikbaar’. Verbetering daarvan is natuurlijk altijd mogelijk.
Varianten voorgelegd aan wie?
• De natuurwaarde van het park kan nooit verbeterd worden door het foerageergebied van dieren (waaronder rodelijstsoorten) in te perken door organisch materiaal te bedekken met grote lappen plastic (sportvelden).
“Beleefbaarheid” hoofdgroenstructuur en natuurlijke context
1. TAC-oplegnotitie
In de TAC-oplegnotitie (pag. 2) staat er dat er vier varianten zijn voorgelegd aan “belanghebbenden (sportclubs en omwonenden)”. • De indruk wordt gewekt dat er sprake was van een onderzoek onder een representatieve groep gebruikers van het Diemerpark. Dit is misleidend, want daar was geen sprake van.
In de TAC-oplegnotitie (pag. 2) staat: “De nieuwe inrichting zal op een aantal punten een verbetering brengen ten opzichte van de huidige inpassing. De beleefbaarheid van de Hoofdgroenstructuur en de natuurlijke context worden vergroot door het verbinden en ‘doorwaadbaar’ maken van het sportpark. Hierbij wordt de natuur en het voet/fietsnetwerk van de omgeving het sportpark ingetrokken. In het sportpark ontstaat een hoogwaardige en groene verblijfsruimte die een brede doelgroep aan parkbezoekers aantrekt. “
Uitbreiden sportterrein, “stedelijke norm” In de TAC-oplegnotitie (pag. 2) staat: “Het derde deelplan betreft het uitbreiden van het aantal voetbal- en hockeyvelden van het sportpark. Deze uitbreiding is nodig om IJburg te laten voldoen aan de stedelijke sportnorm waarin het aantal sportvelden is gekoppeld aan het aantal woningen.” IJburg is in fasen ontwikkeld: eiland voor eiland. Bij het eerste ontwerp van IJburg was al duidelijk dat er voor de bewoners van IJburg voetbal- en hockeyvelden zouden komen in het Diemerpark, op het Centrumeiland/ Strandeiland/Middeneiland/Buiteneiland en het Zeeburgereiland. In het vigerende bestemmingsplan IJburg 2e fase is dit formeel zo vastgelegd: “Veldsport voor IJburg is (…) verdeeld over drie locaties: het Zeeburgereiland, het Diemerpark en het Middeneiland [= thans Strandeiland – red.].”
• Dat een nieuwe inrichting een verbetering kan brengen ten opzichte van de huidige inpassing van het sportterrein is onmiskenbaar. Het is bedroevend hoe het sportterrein nu is ingepast. Er is geen enkele poging ondernomen om dit te verbeteren. Maar dat door de voorgestelde maatregelen een “hoogwaardige verblijfsruimte” zou ontstaan die “een brede doelgroep aan parkbezoekers” zou aantrekken, wordt op geen enkele wijze onderbouwd. Integendeel, het zou een terrein worden dat gedomineerd wordt door hoge hekken, verlichtingspalen, fietsenstallingen, etc..
De economische crisis tussen 2008 en (globaal) 2013 zorgde voor een cesuur in de ontwikkeling van IJburg. Het gevolg was dat er op IJburg 2e fase vooralsnog geen sportvelden gerealiseerd konden worden. Daardoor ontstond een ‘tekort’ aan sportvelden voor bewoners van de 1e fase.
Onze petitie ‘Stop de plastificering van het Diemerpark’ (https://petities.nl/petitions/stop-de-plastificering-van-het-diemerpark) toont aan dat de huidige struinnatuur aldaar zeer wordt gewaardeerd. 2
beleid”. Er zijn niet te weinig parkeerplekken, er zijn teveel auto’s die bij het sportterrein willen parkeren.
Van compact naar ‘doorwaadbaar’ In de TAC-oplegnotitie (pag. 2-3) staat: “Door het meer open en toegankelijk maken van het sportpark komt er een open centrale ruimte tussen de velden. Dit zorgt ervoor dat het sportpark als geheel met hetzelfde aantal m2 veldoppervlak ruimtelijk een groter gebied zal betrekken. Dit is nodig om de ambitie tot goede landschappelijke integratie mogelijk te maken.”
(In het ‘consentadvies’ staat dat het aantal parkeerplekken “evenredig aan het aantal velden wordt uitgebreid”. Bij een toename van vier sportvelden houdt dat een toename van 28 parkeerplekken in. Honderd parkeerplaatsen is niet ‘evenredig aan het aantal velden’. Dat zou dus óók niet (net als de uitbreiding met 4 sportvelden) volgens het ‘consentadvies’ zijn.)
Het ‘doorwaadbaar’ maken van het sportterrein geeft blijk van een geheel afwijkende visie ten opzichte van de huidige visie op de beste situering van de sportvelden. Volgens het vigerende bestemmingsplan (2013) zouden de sportvelden juist zo compact mogelijk gesitueerd moeten worden: “De beperkingen die de aanwezige ondergrondse infrastructuur met zich meebrengt is (mede) bepalend voor de situering van de velden. (...) De ligging van het uit te breiden sportpark [In 2013 ging het om uitbreiding van twee naar zes velden. – red.] is zo gekozen dat deze geen grote verplaatsingen van de aanwezige infrastructuur tot gevolg heeft. Daarnaast komt uit het onderzoek naar de eventuele invloed van de uitbreiding van het sportpark op de natuur het advies naar voren de setting van het sportpark zo compact mogelijk te houden. De gekozen ligging heeft geen overmatige geluidsbelasting voor de omwonenden, noch voor de dieren die het park bewonen.”
In 2013 werd, na een redelijk uitgebreid consultatieproces alleen de kop van de Oeverzeggestraat als een goed alternatief voor parkeerplaatsen in het park gezien. Daarvoor werd toen niet gekozen. • Waarom zouden de argumenten die in 2013 aangevoerd werden om een parkeerterrein voor 42 auto’s niet in de Oeverzeggestraat aan te leggen, maar in het Diemerpark, nu niet meer gelden voor 100 auto’s?
De mythe van de 9 hectare In de TAC-oplegnotitie (pag. 4) staat: “Het huidige bestemmingsvlak voor de sportvelden is 9 hectare groot. Deze oppervlakte zal in het nieuwe bestemmingsplan niet veranderen. Anders gezegd, op basis van het huidige bestemmingsplan mag maximaal 9 hectare van het Diemerpark voor sportdoeleinden worden gebruikt. “ Het was uitdrukkelijk de bedoeling om niet meer dan zes sportvelden te realiseren, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de vaststelling van het aantal parkeerplaatsen (42). In het 9 ha grote gebied met de bestemming ‘Sport’ liggen twee gebieden die uitsluitend om juridische redenen de bestemming ‘Sport’ hebben gekregen. Het bevoegd bestuur had ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan (2013) nog geen beslissing genomen over een oplossing van de parkeerproblematiek. Om verschillende opties voor een parkeerterrein in het park open te houden werden twee gebieden aangewezen waarvan op één eventueel een parkeerterrein zou kunnen komen. Omdat ‘sport’ en het bijbehorende parkeren een functionele eenheid vormen, kregen de beide zoekgebieden voor een parkeerterrein de bestemming ‘Sport’.
• De argumenten die in 2013 genoemd werden om het sportterrein zo compact mogelijk aan te leggen zijn vervangen door argumenten om de sportvelden uit elkaar te leggen. Daarop wordt geen enkele toelichting gegeven.
Parkeren In de TAC-oplegnotitie (pag. 3) staat: “Een belangrijk onderdeel bij de inpassing is het parkeren in het park. Daarbij is gebleken dat de huidige parkeervoorziening van het sportpark te klein is en volgens beleid uitgebreid moet worden tot ca. 100 parkeerplekken. In het kader van de bestemmingsplanherziening zal daarvoor een oplossing gevonden moet worden. Het lopende parkeeronderzoek kijkt naast nieuwe deelvormen van vervoer en dubbelgebruik van huidige parkeergarage IJbrug naar een nieuwe parkeerlocatie buiten de hoofdgroenstructuur.”
• Het is niet correct dat de zoekgebieden voor een parkeerterrein toegevoegd
De huidige parkeervoorziening zou “te klein” zijn en zou “volgens beleid” uitgebreid moeten worden tot “ca. 100 parkeerplekken”. In 2013 is door de stadsdeelraad besloten om het parkeerterrein 42 plaatsen te geven. Dat was toen ook “volgens
worden aan de ruimte waarop sportvelden gerealiseerd zouden kunnen worden. De TAC had hierover geïnformeerd moeten worden. 3
Verharding
2. De ‘Variantenstudie’
In de TAC-oplegnotitie (pag. 5) staat: “Ten behoeve van sportuitoefening mogen de gronden maximaal voor 100 % worden verhard.“ Dat ten behoeve van sportuitoefening de gronden “maximaal 100%” verhard zouden mogen worden lijkt ons strijdig met het huidige beleid wat zegt dat er in het hoofdgroenstructuur-groentype ‘Sportpark’ maximaal circa 15% van de totale oppervlakte van het betreffende sportpark bebouwd/verhard mag worden.
Inleiding
Ecologische structuur In de TAC-oplegnotitie wordt geen melding gemaakt dat uitbreiding van het aantal sportvelden ten koste zou gaan van de Amsterdamse Ecologische Structuur. Het huidige sportterrein met de zes plastic sportvelden en parkeerplaatsen past nu al niet geheel in de Ecologische structuur.
Voorblad ‘Variantenstudie’ Hieronder becommentariëren we de ‘Variantenstudie’: het document ‘Diemerpark – Bewogen natuurlijk landschapspark’ van 26-11-2020. Dit is een nieuwere versie dan aan de TAC werd gestuurd (04-09-2020).
Algemeen In de ‘Variantenstudie’ is door de ontwerper geprobeerd op een overzichtelijke wijze inzicht te geven voor een oplossing voor de uitbreiding van het sportterrein IJburg met vier sportvelden: een ondoenlijke opgave gezien de voorwaarden en de reële belemmeringen.
Links: Ecologische structuur (groen) in de kop van het Diemerpark. Rechts: hetzelfde plaatje met een andere ondergrond toont het sportterrein in het ‘gat’ in de Ecologische structuur. Uitbreiden van sportvelden zou ten koste gaan van gebied dat behoort tot de Ecologische structuur.
De ‘Variantenstudie’ beweegt zich op een zeer algemeen planniveau, waarbij vier zeer globale en onrealistische modellen worden gehanteerd. Het is dan ook niet vreemd dat er twee modellen sowieso afvallen en in wezen de derde ook.
4
De bereikbaarheid van het terrein met het openbaar vervoer laat namelijk ook te wensen over. En dan hebben we het over de problematiek met de verlichting nog niet gehad. Daarbij komt nog dat het definitieve inrichtingsplan voor het huidige sportterrein uit 2014 stamt en, met uitzondering van de clubgebouwen, gerealiseerd is in 2016. Dat moet nu alweer volledig over de kop. Een gemeentebestuur moet zich voor zoiets schamen. Het is ronduit kapitaalvernietiging.
‘Variantenstudie’ pag. 5:, ruimtelijke inpassing sportvelden. In feite zijn drie van de vier modellen al op dit globale niveau al geen reële voorstellen.
Algemene conclusie De ‘Variantenstudie’ laat zien dat een uitbreiding met 4 sportvelden niet past. Daar komt nog bij dat voorzieningen als een parkeerterrein en een voldoende ruime fietsenstalling niet meegenomen zijn. De fietsverbindingen en wandelroutes door het park worden er in de kop van het park ook niet logischer op.
‘Variantenstudie’ pag. 60, variant ‘Sportlandschap als entree’. Praktisch de hele kop van het park wordt in beslag genomen. Alle bijbehorende voorzieningen zijn hier nog niet aangegeven.
Een studie voor de uitbreiding van het sportterrein is maatwerk en vraagt om een meer gedetailleerde benadering. Een sportpark, zeker met ecologische voorzieningen, is meer dan de oppervlakte van 10 plastic sportvelden.
Bijkomende vragen en opmerkingen
In het beleid voor een verkeersluwe stad is dit een volkomen verkeerde oplossing, door de verkeersaantrekkende werking die ervan uit gaat voor het Diemerpark én de aanliggende buurten.
Vragen die bij het doornemen van de ‘Variantenstudie’ opkomen zijn: • Wat staat er nog meer te gebeuren met de vernieuwing van het Diemerpark? • Hoe zit het met de ondergrond (kabels, leidingen, drainage en putten)? 5
• Hoe zit het met de bebouwing en de ruimte er omheen?
‘Variantenstudie’ pag. 4
• Hoe zit het met de enorme verlichtingsoverlast?
“Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oost heeft het college op de hoogte gebracht van het consent dat is afgesloten met de vaste groep gebruikers van het park. Het resultaat na een intensief traject van bijeenkomsten/gesprekken dat startte in 2017, is een manifest met drie kernpunten voor een duurzaam park.”
• Hoe zit het met de inpassing van de fietsenstallingen? • Hoe zit het met de verkeersproblematiek, parkeren van auto’s, kantine-parkeren en laden-lossen?
• De consentovereenkomst heeft nadrukkelijk geen overeenstemming opgeleverd over een uitbreiding met 4 sportvelden. In het verslag van het consentoverleg van 06-12-2017 staat dat voor de Vrienden van het Diemerpark een uitbreiding met 4 sportvelden niet acceptabel zou zijn. Hieraan wordt in de ‘Variantenstudie’ voorbij gegaan.
• Hoe zit het met de omringende beplanting en ecologische voorzieningen? • Hoe zit het met de fietsverbindingen en de informele wandelpaden in de kop van het park?
Commentaar per pagina van het rapport Teksten uit de ‘Variantenstudie’ zijn cursief weergegeven. Met een groene kleur de betreffende paragraaf.
• Het opvoeren van een oppervlak van 9 ha een oneigenlijke vertaling van de ruimte die het bestemmingsplan geeft. In de afgelopen decennia is nergens in Amsterdam een sportterrein gepland van een dergelijke omvang. Nog in 2015 werd door de wethouder Sport van de gemeente Amsterdam beweerd dat de bestaande accommodatie van 6 sportvelden toereikend is.
‘Variantenstudie’ pag. 3 De inhoudsopgave is onvolledig. Dit maakt het moeilijk om de structuur in het rapport te ontdekken. In het rapport staat paragraaf 6 ‘Sport op IJburg’ ná paragraaf 8 ‘Referenties ruimtelijke inpassing’. Paragraaf 11 ontbreekt. • We vinden het vreemd dat de TAC zich bij het uitbrengen van een advies zich baseert op een nog aan alle kanten rammelend document.
Amsterdam moet op een reële manier zijn sportvoorzieningen plannen en niet de aanleg van sportvelden willen doordrukken, zonder dat daarbij aan redelijke voorwaarden kan worden voldaan. Met andere woorden de ‘bewijslast’ voor een uitbreiding van het sportterrein in het Diemerpark is meer dan onvoldoende.
1. Inleiding
3 Druk op de kop van de scheg ‘Ruimte voor de stad’
2. Opgave
‘Variantenstudie’ pag. 6 3.1.1 Scheggenstudie (+ afbeelding)
‘Variantenstudie’ pag. 4
“Vanuit het programma ‘Ruimte voor de stad’ is een ambtelijke verkenning gedaan (december 2018) naar de rol van de ‘Koppen van de Scheggen’ in een verdichtende stad.”
“Het Diemerpark bevindt zich bovenop een voormalige vuilstortplaats, waardoor het terrein doorregen is met kabels, leidingen en meetputten. Op dit moment zijn er 6 sportvelden. Op 23 januari 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met het Strategisch Huisvestingsplan Sport, waarin de ambitie is geformuleerd voor het Diemerpark om het sportpark uit te breiden met 4 sportvelden, en daarmee toe te werken naar een situatie met 10 velden (met permanente accommodatie).”
Het lijkt er op dat er vooruit gelopen wordt op de ‘Omgevingsvisie 2050’, waarin de zogenoemde koppen van de Scheggen onthoofd zijn en als ‘landschapsparken’ in feite buiten de structuur van de scheggen geplaatst zijn. • Het voornemen van de gemeente Amsterdam is om in die kwetsbare groene gebieden een hele serie recreatieve en sportvoorzieningen te plaatsen. Juist met de toenemende gebruiksdruk door het grote aantal woningen dat er bij de
• Het ‘Strategisch Huisvestingsplan Sport’ geeft geen enkele concrete argumentatie waarmee de uitbreiding met 4 sportvelden in het Diemerpark te verantwoorden is. 6
Diemerscheg zal worden bijgebouwd leidt dit tot een groot verlies aan natuurlijke en groene waarden. ‘Variantenstudie’ pag. 7. Groenvisie “De Groenvisie schetst een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe dit zich tussen nu en 2050 verder kan ontwikkelen. Amsterdam is een mooie groene stad en ze wordt nog mooier. We zien een stad voor ons waar meer mensen wonen, werken en recreëren, waar we de openbare ruimte met steeds meer Amsterdammers en bezoekers delen en waar het prettig verblijven is. We zien voldoende mogelijkheden voor dieren en planten om te leven en voor mensen om daarvan te genieten.” Dit is een voorbeeld van praatoptimisme. Het is tegelijkertijd niet toetsbaar en niet concreet. Er worden namelijk geen echte reële keuzes gemaakt. Het biedt met andere woorden een vrijbrief voor de herinrichting van de kwetsbare groene gebieden. Het Diemerpark is daar een voorbeeld van. De Groenvisie is wat dat betreft een ‘riskant’ beleidsdocument.
‘Variantenstudie’ pag. 19: zonering vuilstort
4. Ontwikkelingen context 5. Analyse van de kop van de Diemerscheg ‘Variantenstudie’ pag. 15 “Het [Diemer]park is slecht te bereiken met auto en openbaar vervoer.” • Dit zou een belangrijke reden moeten zijn om een zo groot sportterrein daar nu juist niet aan te leggen. De omvang van 6 sportvelden zorgt al jaren voor de nodige problemen. Op grond van het streven door de gemeente naar verkeersluwe buurten zou men redelijkerwijs andere keuzes mogen verwachten.
7. Analyse Diemerpark ‘Variantenstudie’ pag. 19 (en pag. 24) Afbeelding zonering vuilstort ‘Variantenstudie’ pag. 24 • De op de afbeelding aangegeven bovenste streep is arbitrair. Die is te laag ingetekend waardoor het middengebied onevenredig klein is en de kop te groot. Ook de ARK-zone en het rietmoeras ‘de Batterij’ vallen er buiten. • De legenda op het kaartje zou niet mogen ontbreken. Dat geldt eveneens voor de vegetatiekartering op pag. 21. 7
‘Variantenstudie’ pag. 29, afbeelding ‘Natuurlijk landschap als basis 4. Vleermuizenbunker. Het gaat hier om een gebied waar zich diverse geconstrueerde natuurvoorzieningen bevinden. • Er staat: “Kinderen spelen hier.” Dat is niet de bedoeling. Het is strijdig met 2., waar staat dat het een dichtbegroeide en nauwelijks toegankelijke zone is. Dat is ook de reden waarom de gemeente heeft toegezegd de ontoegankelijkheid van de hele ARK-zone te versterken. 8. Wadi's ook wel ‘de slenk’ genoemd. • De met struiken begroeide helling is niet benoemd, terwijl dat tot een belangrijk natuuronderdeel behoort!
Vrienden van het Diemerpark voorstel indeling indeling Diemerpark n.a.v. ondergrond en natuurtypen
‘Variantenstudie’ pag. 29: Ecologische zones in het Diemerpark. De struikenvegetatie op de helling bovenlangs langs de wadi’s wordt niet benoemd, terwijl dit een zeer belangrijke beplantingsstrook is voor vogels en andere fauna waarvoor dekking van essentieel belang is: zie rode contour. 8
‘Variantenstudie’ pag. 30 “Er kan een ontwerp van het landschapspark plaatsvinden dat niet ten koste gaat van biodiversiteit en identiteit van het park, maar wel een antwoord is op de druk van de kop van de Diemerscheg.” • Dit vereist uitleg. Realisatie van extra plastic sportvelden is niet te combineren met in stand houden van biodiversiteit. De identiteit van het park is juist dat het een ‘natuurpark’ is, met weinig ‘programma’. ‘Variantenstudie’ pag. 31 en 32 Visiekaart Diemerpark “Er zijn kansen in het park om gebieden beter aan elkaar te koppelen, waarbij de onverwachte struinnatuur niet verloren gaat. Natuur en biodiversiteit zijn de belangrijkste pijlers, maar dit betekent niet dat er geen programma kan worden toegevoegd aan het park. Er kan een ontwerp van het landschapspark plaatsvinden dat niet ten koste gaat van biodiversiteit en identiteit van het park, maar wel een antwoord is op de druk van de kop van de Diemerscheg.” ‘Variantenstudie’ pag. 3: Visiekaart Op de plattegrond is te zien dat een uitbreiding met 4 sportvelden niet past.
• Het is een raadsel hoe men kan beweren dat natuur en biodiversiteit de belangrijkste pijlers zijn en dat er zonder consequenties (veel publiekstrekkend) recreatief programma kan worden toegevoegd. Daar is niet zomaar aan te voldoen. Het is een drogredenering.
‘Variantenstudie’ pag. 32 Recreatief landschapspark “Dit is in de analyse ook al omschreven als gebied waar recreatief gebruik in de komende jaren zal toenemen. Het Diemerpark is bij uitstek een grotere groene ruimte waar sporten en recreëren in de buitenruimte plek kan krijgen. De ambitie voor landschapsparken in de stad is dan ook te ontwikkelen naar een intensiever recreatief landschap nabij de stad.”
• De visiekaart toont aan dat het toevoegen van 4 sportvelden redelijkerwijs niet kan. De hele kop wordt in beslag genomen. Fietsenstallen en auto-parkeren gaan grote problemen geven. En de fiets- en wandelroutes zijn veel minder logisch. Overigens dwars door een sportterrein fietsen is niet aan te bevelen (onveilig). • De landschappelijke inpassing laat ook te wensen over en de sportvelden strekken zich nu praktisch langs het hele Dick Hilleniuspad uit. De ruimte bij de kantine is eveneens niet opgelost (de terrassen komen waarschijnlijk aan de andere kant, dus nog meer verhard oppervlak).
De toename van het recreatief gebruik wil niet zomaar zeggen dat daar meer recreatieve en sportvoorzieningen voor moeten worden aangelegd. • Het kan juist inhouden dat men spaarzaam moet zijn met het toevoegen en aanleggen van voorzieningen, omdat de recreatieve druk sowieso groot is. • Dit is een bewijs dat de ‘Groenvisie’ en de ontwerp ‘Omgevingsvisie 2050’ te weinig bescherming bieden aan kwetsbare natuur- en groene gebieden: een kleine opmerking in de ‘Groenvisie’ leidt tot dit soort verstrekkende gevolgen: een vrijbrief voor het volstoppen van de echte groene ruimten van Amsterdam, die tot veelal onomkeerbare schade leidt. 9
‘Variantenstudie’ pag. 34. Afbeelding ‘Integrale kaart natuurlijk landschap’
• Deze opmerkingen meenemen bij het (op te stellen) beheerplan van de ARKzone. • Er zijn ook nog allerlei vragen over het watersysteem, de ondergronden, de lokale peilhoogten, de vegetatietypen. Andere aandachtspunten zijn de inspectieputten, leidingen, duikers of stuwen, e.d. 5. Vleermuizenbunker (gebied A) • Welk onderzoek (wanneer? door wie?) is er gedaan op basis waarvan gezegd wordt dat een vleermuizenbunker goed in de ARK-zone zou passen? 7. Oeverzwaluwwand (gebied A)
‘Variantenstudie’ pag. 34: Integrale kaart ‘natuurlijk landschap’
14.1 Deelplan1 Versterken natuurwaarde Amsterdam Rijnkanaal zone
De (huidige) bunker is ook een voorziening voor oeverzwaluwen. • Op basis van welk onderzoek is deze er gerealiseerd? • Is onderzoek gedaan naar de wenselijkheid van een vogelkijkwand en voorwaarden waaraan deze zou moeten voldoen?
‘Variantenstudie’ pag. 36
8. Beheercommissie
2. Natuurlijke barrière
Volgens de tekst betreft de beheercommissie het gehele Diemerpark. Dit hoort dus niet onder het kop ‘Versterken natuurwaarde Amsterdam Rijnkanaal zone. Tot belanghebbenden behoren ook de mensen die hun hond in het park uitlaten en de sportverenigingen.
• Waar komt het ‘Groen eiland’ plotseling vandaan? • Wat houdt een ‘Natuurinclusief’ sportpark in?
Begin maart 2021 is er door gebrek aan adequate communicatie binnen gemeentelijke afdelingen en uitvoerende organisatie in de ARK-zone grote schade aangericht aan de bescherming van biodiversiteit. Het gebied is toegankelijker dan het ooit is geweest. • Om dit soort “verrassingen” in de toekomst te voorkomen verwachten we een degelijk onderzoek hoe dit heeft kunnen gebeuren. Er zijn forse ingrepen nodig voor herstel en verbetering.
“Verbinding tussen de ARK-zone en het buitendijkse gedeelte [van de Diemerzeedijk bij de kop van het Diemerpark] bestaat nu uit twee paddengoten, vlakbij de Nesciobrug. Hier zijn kansen om deze verbinding te verbeteren in combinatie met verkeersmaatregelen om de kruising Diemerzeedijk-Nesciobrug veiliger te maken.”
4. Paddenpoel (gebied A)
Dit is inderdaad een belangrijk aandachtspunt.
“Bij de paddenpoel is wel beheer nodig. Om het gebied voor rugstreeppadden geschikt te houden moet de begroeiing in de omgeving van de poelen kaal worden gehouden. De lekke paddenpoel moet worden gerepareerd. De omgeving rond de paddenpoel moet dus wel toegankelijk blijven voor beheer, maar afgesloten voor publiek.”
• De doorkoppeling van de ARK-zone aan de kop- en staartzijde van het Diemerpark vragen om maatregelen die verder gaan dan de twee paddengoten.
• Doelstellingen over het hoe en waarom ontbreken.
10
recreatieve en sportvoorzieningen moeten worden aangelegd. Waar is die analyse?
‘Variantenstudie’ pag. 38 afbeelding ‘Integrale kaart verbonden landschap’ “Vergroten van toegankelijkheid en verbondenheid met naastgelegen buurten maar ook het vervlechten van verschillende parkdelen is van belang.”
Het omgekeerde zou eerder het geval moeten zijn: zo terughoudend mogelijk zijn met recreatieve voorzieningen en de natuur beter beschermen en veilig stellen. Er wordt iets beweerd, maar daarmee is het nog niet aangetoond of aannemelijk gemaakt.
• Waarom is dit van belang? Het park is al enorm toegankelijk! Loopt dit vooruit op de uitbreiding van het sportterrein? • Waar komen de onlogische verbindingen vandaan? Het lijkt te maken te hebben met het ontwerp voor de uitbreiding van het sportterrein. Dan heeft het weinig met een analyse te maken.
• Dit is een voorbeeld van de ‘vrijbrief’ die voor parken gaat gelden op basis van de ‘Groenvisie’ en de ontwerp ‘Omgevingsvisie 2050’: parken en natuur kunnen op basis van het toekomstig groenbeleid niet meer beschermd worden. Echt een ernstige zaak. ‘Variantenstudie’ pag. 42 Afbeelding als onderdeel van het hondenplan
‘Variantenstudie’, pag. 38: Integrale kaart ‘Verbonden landschap’. Waar komen die onlogische (fiets-)verbindingen vandaan? ‘Variantenstudie’ pag. 42: Park om te verblijven en te ontmoeten. Een legenda ontbreekt. Wat betekenen de blauwe pijltjes en wat de groene lijn langs de oever?
‘Variantenstudie’ pag. 39 • Hier wordt plotseling gesproken over een “Deelplan 4”. Waar komt dat vandaan? ‘Variantenstudie’ pag 40: afbeelding ‘Recreatief landschapspark’
• De legenda bij de tekening ontbreekt. Het is niet duidelijk wat de blauwe pijltjes en de groene lijn langs de ecologische oever betekenen. Hopelijk worden hier geen recreatieve voorzieningen mee bedoeld.
“Het Diemerpark bevindt zich in de kop van de [Diemer-]scheg. Dit is in de analyse ook al omschreven als gebied waar recreatief gebruik in de komende jaren zal toenemen. Het Diemerpark is bij uitstek een grotere groene ruimte waar sporten en recreëren in de buitenruimte plek kan krijgen. De ambitie voor landschapsparken in de stad is dan ook te ontwikkelen naar een intensiever recreatief landschap nabij de stad. Een park om in te verblijven, te ontmoeten en te bewegen.” • Er wordt gesuggereerd dat er een hele analyse is uitgevoerd waarin aannemelijk wordt gemaakt dat de recreatiedruk zal toenemen en waarvoor uitgebreide 11
‘Variantenstudie’ pag. 44.: afbeelding als onderdeel van het hondenplan
Er zouden dus 853 personen zijn met een, thans onvervulbare, wens om bij de IJburgse voetbal- of hockeyvereniging te spelen. Dat mensen op een wachtlijst staan, betekent niet dat ze nu niet kunnen sporten. Personen kunnen ook op meerdere wachtlijsten staan. Er wordt gerefereerd aan een vuistregel dat één extra veld circa 300 leden zou faciliteren. In het artikel ‘Sportvoorzieningen in de stadsuitbreidingen van Amsterdam Oost’, in Plan Amsterdam 03|2015, Gemeente Amsterdam, augustus 2015 staat: “In september 2015 wordt de laatste fase van de aanleg van het sportpark afgerond. In totaal liggen er dan zes velden waarmee 2.500 sporters gefaciliteerd worden.” Dat komt neer op 416,7 sporters per veld. Om te voldoen aan de wens van 853 personen die thans vanwege de wachtlijsten niet bij de verenigingen terecht kunnen, zou bij deze norm volstaan kunnen worden met de aanleg van bijna precies twee sportvelden (2,05).
‘Variantenstudie’ pag. 44: Park als sportlandschap. Een legenda ontbreekt. Wat betekenen de blauwe bollen en wat de blauwe streeplijn? • De legenda bij de tekening ontbreekt. Wat betekenen de blauwe bollen en de blauwe streeplijnen?
• Wat is de verklaring tussen de vuistregel van 300 leden per veld en ruim 400 sporters per veld volgens bovenvermeld artikel in Plan Amsterdam?
8. Referenties ruimtelijke inpassing
“Op basis van de ca 8.600 gerealiseerde woningen op IJburg 1 (bron: Stadsdelen in cijfers 2018, OIS) in een groenblauw woonmilieu (9 m2 ruimte voor georganiseerde buitensport per woning) is de sportbehoefte vanuit de sportnorm 77.400 m2 aan netto sportruimte. Dit staat gelijk aan het bestaand sportareaal op IJburg, mét de toevoeging van 4 sportvelden, namelijk 5 hockeyvelden (30.000 m2) en 5 voetbalvelden (40.000 m2) op sportpark Diemerpark, plus 10 bestaande tennisbanen (6.850 m2), opgeteld 76.850 m2.”
6. Sport op IJburg ‘Variantenstudie’ pag. 46 Sport op IJburg, Strategisch Huisvestingsplan “De gemeenteraad heeft op 23 januari 2019 ingestemd met het strategisch huisvestingsplan Sport 2020-2023. In het strategisch huisvestingsplan is de investeringsopgave opgenomen voor Oost/ Zuidoost, voor de uitbreiding van sportpark IJburg met vier sportvelden.” • Voor de uitbreiding wordt geen enkele verantwoording of argument aangedragen, anders dan dat er lange wachtlijsten zouden zijn. De hele verantwoording voor de uitbreiding geleverd door de gemeente is niet groter dan een half A4-tje tekst. Het vigerende bestemmingsplan laat 6 sportvelden toe. Het sportterrein is voor de huidige praktijk al vrij groot. Een beslissing tot uitbreiding is nog helemaal niet definitief. Desondanks geeft het gemeentebestuur de indruk dat het al een voldongen feit zou zijn.
• Aan de deelnemers van de ‘consentgesprekken’, eind 2017, werd gezegd dat er op IJburg 1e fase 10.700 woningen zouden komen. 2 Hoe is het verschil met 8.600 woningen te verklaren? ‘Variantenstudie’ pag. 47 Sportpark IJburg “De noodzakelijke uitbreiding valt samen met een zorgvuldige functionele en ruimtelijke inpassing in het park. Voor de gehele visie van Sport &Bos wordt verwezen naar de bijlagen.”
Volgens een presentatie van de IJburgse sportverenigingen stonden er in juni 2020 853 personen (368 voetbal, 485 hockey) op de wachtlijsten. Dezelfde aantallen werden er op peildatum 1 januari 2021 genoemd (bron: projectleider ‘Diemerpark’ aan Vrienden van het Diemerpark, 19-02-2021).
Er is geen enkele ‘noodzaak’ om het sportterrein in het Diemerpark uit te breiden. We missen de bijlage die hierop betrekking heeft. 12
daarmee een juridische eenheid vormt. Die gebieden waren zoekgebieden voor een parkeerterrein. Op één daarvan zou een parkeerterrein kunnen komen.
“Een openbaar sportpark, toegankelijk in zowel de openbare ruimte, de sportvelden als de faciliteiten. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld scholen die overdag gebruik maken van de velden, én de leerlingen die zich kunnen omkleden in de kleedkamers van de vereniging(en). Een open sportpark vraagt om extra aandacht voor de inrichting van de openbare ruimte in en om het sportpark, sociale veiligheid, en van het beheer/eigenaarschap van de gemeente, sportaanbieders én gebruikers. Bereikbaar en met voldoende parkeervoorzieningen. In de huidige situatie laat de bereikbaarheid en de aanwezigheid van parkeervoorzieningen te wensen over, en hiervoor is een structurele oplossing nodig.”
• De oppervlakte van beide gebieden wordt oneigenlijk gebruikt om nu uitbreiding van sportfaciliteiten (anders dan parkeren) mogelijk te maken. ‘Variantenstudie’ pag. 48. Hoofdgroenstructuur “In het zogenoemde ruigtegebied is de gewenste beleving een wild ogend gebied dat voor Amsterdam zeldzame planten en dieren bevat. Hoewel kleine voorzieningen nodig zijn, ligt de kwaliteit van de beleving in het ongeplande karakter. De beleidsintentie is dat het natuurdeel van het Diemerpark niet gevuld raakt met andere functies of andersoortige groenfuncties zoals volkstuinen, sportparken en parken.”
• Dit is een staaltje wensdenken. Scholen en andere groepen kunnen ook nu al gebruik maken van de velden. Dat is dus geen argument. Scholen hebben liever een ruimte direct in de buurt, zoals het Van Goghpark. ‘Sportpark IJburg’ ligt qua bereikbaarheid en parkeermogelijkheden op een ongelukkige plek. Dat is nu zo en is ook niet te veranderen. Er is gewoon een foute keuze gemaakt door daar sportvelden te plannen en aan te leggen. Uitbreiden van het sportterrein maakt de problemen die er nu al zijn alleen groter. De ligging van een sportterrein met een omvang die het functioneren van een sportvereniging rechtvaardigt vraagt om voorwaarden waaraan men in het Diemerpark niet kan voldoen.
In de Structuurvisie Amsterdam 2040 is inderdaad aangegeven dat een ruigtegebied niet geschikt is voor functies als volkstuinen, sportparken en parken. Het gaat in de eerste plaats om de beleving van de natuurlijke en landschappelijke omgeving. • Daar hoort ook de kop van het Diemerpark bij. Dat beleid wordt geweld aangedaan. “Bij uitbreiding van sport in het Diemerpark zal advies worden ingewonnen bij de Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur (TAC).”
Onder het kopje Sport in het bestemmingsplan staat: “De gronden met de bestemming 'sport' mogen volledig verhard worden ten behoeve van sportuitoefening (circa 9 hectare).” • Het gebruik van de term ‘verhard’ is verwarrend, omdat er ook gesproken wordt over ‘overige verharding’ die maximaal 15% zou omvatten.
• Er is inmiddels een TAC-preadvies uitgebracht (28-01-2021) dat negatief is over de uitbreiding van het sportterrein. ‘Variantenstudie’ pag. 49. Bestemmingsplan “De uitbreiding van sportvoorzieningen vraagt om een wijziging van het Bestemmingsplan. Alle ruimtelijk relevante aspecten zullen nader onderbouwd moeten worden. Bodem, verkeer en ecologie zijn hierbij de belangrijkste aandachtspunten.”
Plankaart bestemmingsplan IJburg 1e fase (2013)(deel) Het gebied met de bestemming ‘sport’ in het bestemmingsplan (lichtgroen en oranje). De oranje gekleurde gebieden zijn zoekgebieden voor een parkeerterrein.
Volgens het vigerend bestemmingsplan zijn maximaal 6 sportvelden toegestaan. Nog in 2015/2016 is door de wethouder Sport vastgesteld dat een uitbreiding van het sportterrein niet aan de orde is. Plotseling moet er wel worden uitgebreid met maar liefst 4 sportvelden. Het lijkt op onbehoorlijk bestuur. Duidelijk is dat de twee sportverenigingen wisten dat voor elk 3 sportvelden het maximum is.
De omvang van 9 ha is een oneigenlijke interpretatie van de oppervlakte zoals die is aangegeven in het bestemmingsplan. Toelichting: aan twee gebieden grenzend aan het sportterrein is uitsluitend om juridische reden de bestemming ‘sport’ toegekend. De reden daarvoor was de afhankelijkheid tussen het sportterrein en het parkeren dat 13
• Dat het sportpark met 6 velden helemaal af is, is in 2015 ook schriftelijk aan de omwonenden gecommuniceerd. ‘Variantenstudie’ pag. 50. Parkeren en verkeer in de huidige situatie “In de huidige situatie is parkeren te minimaal gefaciliteerd. Mede hierdoor komt de verkeersveiligheid op voornamelijk zaterdagen in het geding. De huidige situatie veroorzaakt een conflict tussen gemotoriseerd en langzaam verkeer en is een specifiek onderwerp dat in het vervolgtraject extra aandacht moet krijgen.” • Qua bereikbaarheid leent het Diemerpark zich niet voor het vestigen van sportverenigingen, vanaf het begin al niet en in de toekomst met een uitbreiding al helemaal niet. Men forceert daarmee wederom een uitbreiding van het sportterrein. De inrichting van een sportterrein vraagt om (veel ) meer dan de realisatie van een aantal sportvelden. Dat is een blijvende ontkenning door de gemeente. In die zin zijn er ook nog veel problemen te verwachten bij de ontwikkeling van het Zeeburgereiland.
‘Variantenstudie’ pag. 56: Ruimtelijke onderdelen. De dikke groene lijnen die als groene structuren en verbindingen zijn ingetekend blijken verharde fiets-/voetpaden te zijn.
• De gemeente schiet duidelijk tekort bij het plannen van team- en verenigingsporten bij nieuwbouwgebieden.
“Daarnaast kan het [omzomen met beplanting] kansen bieden voor een meer ecologische inrichting en/of juist behoud van bestaande natuur.”
9. Ruimtelijke onderdelen sportpark
• Een uitbreiding van het sportterrein houdt per definitie een afname van ruimte in voor de natuur en voor bestaande ecologische voorzieningen. • Wat op de plattegrond als groene structuren en verbindingen is aangegeven zijn gewoon verharde (fiets-)paden. Men moet het niet mooier maken dan het is.
‘Variantenstudie’ pag. 56. Ruimtelijke onderdelen “Bij een nieuwe indeling van de velden ontstaat de mogelijkheid om groenstructuren, verbindingen en meer openbaar gebruikte ruimte toe te voegen.”
10. Variantenstudie
Het voorstel van de nieuwe indeling laat zien dat de uitbreiding met vier sportvelden neerkomt op praktisch de volledige inbeslagname van de kop van het Diemerpark tot op het hoger gelegen gedeelte. Dat houdt uiteraard in dat de openbare ruimte afneemt, ruimte die van betekenis is voor bepaalde dieren, zoals foeragerende vogels en voor recreanten.
‘Variantenstudie’ pag. 58. Modellenstudie Van de vier getoonde modellen zijn er al twee weggestreept. Het ‘sportlandschap aan de dijk’ is ook een volkomen irreëel model. Er blijft er in feite maar één over. Dit kun je dus geen serieuze modellenstudie noemen. Het zoeken en geven van ‘echte’ alternatieven zou dan ook op een heel ander ruimtelijk niveau moeten plaatsvinden, namelijk minstens op wijkniveau. Dat heeft de gemeente volledig verzuimd. Een kwalijke zaak.
14
Een uitbreiding van het sportterrein met 4 sportvelden houdt in dat praktisch de gehele kop van het Diemerpark door sportvoorzieningen in beslag worden genomen. De visiekaart laat zien dat de 4 extra sportvelden niet in de beschikbare ruimte passen. De totale herinrichting van sportterrein betekent ook een forse kapitaalsvernietiging.
‘Variantenstudie’ pag. 60/61. Sportlandschap als entree De afbeelding op pag. 60 laat zien dat men op het Dick Hilleniuspad en een groot deel van het Han Rensenbrinkpad praktisch helemaal langs sportvelden fietst of wandelt. De hele kop van het Diemerpark is nu sportterrein geworden, tot op het hoger gelegen gedeelten. Paden, terrassen, fietsenstallingen, oefenveldjes, het ontbreekt allemaal nog op deze afbeelding. Welke oppervlakte neemt dit voorstel nu echt in beslag?
‘Variantenstudie’ pag. 62 Op deze afbeeldingen staan langs de noordkant van het park een drietal ‘sportaanleidingen’ in ecologisch waardevol gebied (dubbelbestemming ‘Waarde – Ecologie’ in het bestemmingsplan). • Dit zou juist géén recreatief programma mogen bevatten.
Het uit elkaar trekken van de sportvelden in variant 2 heeft tot gevolg dat de ruimte tussen de sportvelden het karakter van ‘struinnatuur’ verliest. Struinnatuur wordt immers door de Structuurvisie 2040 gedefinieerd als ‘een wild ogend gebied dat voor Amsterdam zeldzame planten en dieren bevat’. In variant 2 beantwoordt de hele kop van het Diemerpark niet meer aan die omschrijving en daardoor is die variant volledig in strijd met de Structuurvisie 2040. De conclusie dringt zich op dat een uitbreiding van 4 sportvelden er gewoon niet in past.
‘Variantenstudie’ pag. 63 Beoordeling De beoordeling is zeer eenzijdig. Propaganda-taal. • Het lijkt wel alsof de uitbreiding van het sportterrein uitsluitend positieve gevolgen heeft. “Identiteit. Het sportpark zal vanwege een volledige herinrichting zowel landschappelijk als programmatisch een toegevoegde waarde kunnen vormen voor de identiteit van het park.” • Het integendeel is het geval. Een vergroot sportterrein zal de identiteit “natuurpark” veranderen in “sportpark”. In een hoorzitting in december 2016 stelde het gemeentebestuur nog: “Het huidige planologische regime vormt een mooie balans van de verschillende functies van het park. Er is dus geen aanleiding dit te wijzigen.“ Die “mooie” balans wordt door uitbreiding van het sportterrein volledig verstoord.
12. Conclusie ‘Variantenstudie’ pag. 66 “Uit de Variantenstudie blijkt dat alle partijen een duurzame, integrale visie willen op het gehele Diemerpark met gebouwen zoveel mogelijk natuurinclusief én met meerdere functies (natuurwerkgroep, sportclub en G&O), en sportvelden die meer doorwaadbaar zouden moeten zijn en meer opgaan in het park.” ‘Variantenstudie’ pag. 60: Visiekaart (bewerkt door VvhD).
‘Meer doorwaadbaar’ zijn, is een verkeerde voorstelling van zaken. 15
Vrienden van het Diemerpark zijn altijd zeer kritisch geweest over het voornemen om het sportterrein uit te breiden. In de ‘consentgesprekken’ hebben we constructief meegewerkt en hebben we met grote moeite ingestemd met een kleine uitbreiding van het sportterrein. Een argument daarvoor was dat het sportterrein beter ingepast zou worden: het zou zo compact mogelijk ingericht, en ‘in zichzelf gekeerd’ moeten zijn. Een ander motief was dat we in de gelegenheid gesteld zouden worden om intensief betrokken te worden bij de planvorming.
aanliggende woonbuurt. Tevens zal de parkeerdruk in die buurt toenemen. Dat druist regelrecht in tegen het voornemen van de gemeente om een verkeersluwe stad te worden. Het advies kunnen wij dan ook niet anders duiden dan een uitgebreide vorm van wensdenken en het op een onjuiste manier aangeven van positieve milieueffecten. • Er wordt (ook hier) ten onrechte naar de ‘consentovereenkomst’ verwezen. Hierboven is al toegelicht dat uitbreiding van vier sportvelden onbespreekbaar was.
Daar is niets van terecht gekomen. Plotseling besloot de gemeenteraad om in de begroting 2019 op te nemen dat het sportterrein met 4 velden uitgebreid zou worden, zonder daar voorwaarden aan te verbinden. Achteraf bleek ook dat de informatie die aan de ‘consentgroep’ was gegeven niet juist, onvolledig of achterhaald is. Dit hebben we al vanaf 2018 diverse keren aan de projectgroep ‘Toekomst/Vernieuwing van het Diemerpark’ (met sinds 2018 inmiddels drie verschillende projectleiders) kenbaar gemaakt. Reactie daarop is tot nu toe achterwege gebleven.
De gemeente forceert op ondeugdelijke gronden een uitbreiding van het sportterrein in het Diemerpark. Inmiddels blijken er in IJburg 2e fase (Strandeiland, Buiteneiland) veel betere mogelijkheden te zijn voor uitbreiding van het sportareaal voor IJburg.
13. Aanbevelingen ‘Variantenstudie’ pag. 68 Aanbevelingen “Volgens de bodembeheerder Grond en Ontwikkeling, zijn de twee positief beoordeelde varianten geen verslechtering maar verbetering van de situatie. Hier zijn koppelkansen te vinden die de inpassing verduurzamen ten opzichte van de huidige inpassing.” Dit is een conclusie die volkomen uit de lucht komt vallen. De variant ‘Langs de dijk’ veroorzaakt een rampzalige ontsluitingsstructuur op de Diemerzeedijk en verwoest een zeer belangrijke natuurlijke en cultuurhistorische plek (namelijk oude binnendijkse oeverlandjes). Het is tevens een zeer kwetsbaar vogelrijk gebied. Het gebied is van belang voor de ecologische verbinding richting het Zeeburgereiland. Ook voor de recreatieve waarde van de Diemerzeedijk heeft het desastreuze gevolgen. De volkstuintjes onder aan de voet van de dijk zijn geëlimineerd.
Contour van het sportterrein met 10 sportvelden ten opzichte van de bestaande situatie op basis van de Visiekaart uit de ‘Variantenstudie’. Praktisch de gehele kop van het Diemerpark wordt in beslag genomen door sportvoorzieningen en de bijkomende faciliteiten. De verbindingen van de fiets- en wandelpaden zijn niet logisch. De vraag is in hoeverre het fietsverkeer veilig over het sportterrein kan plaatsvinden.
Hetzelfde geldt voor variant 2 ‘Sportterrein als entree’. De uitbreiding gaat ten koste van natuurwaarde en het heeft een groot effect op de verkeersbewegingen in de 16
Conclusies
3. Inventarisatie parkeeroplossingen
We verwachten dat voorzieningen als oefenveldjes, fietsenstallingen, speeltoestellen voor kinderen, enz. allemaal in de ‘binnenruimte’ terecht zullen komen, zodat de oppervlakte van het sportpark in de praktijk geen 9 ha maar 12,5 ha zal worden.
Inleiding
We voorzien ook dat het groen in de binnenruimte grotendeels vertrappeld en platgereden zal worden, zoals nu ook al het geval is met het groen rondom de huidige sportvelden. Van de groene aankleding die in het model is ingetekend, zal naar verwachting ook weinig tot niets terechtkomen. Bovendien zien we bij de huidige sportvelden dat de kunstgrasvelden geregeld vervangen moeten worden en dat dan een groot deel van de ruimte ernaast met rijplaten wordt bedekt. Dit gaat ten koste van de vegetatie, die zich daarna niet meer volledig herstelt.
Voorblad (deel) ‘Inventarisatie parkeeroplossingen’ Hieronder analyseren we de ‘Inventarisatie parkeeroplossingen bij uitbreiding Sportpark IJburg’, Goudappel Coffeng, 01-12-2020. Dit is een nieuwere versie dan aan de TAC werd gestuurd: ‘Inventariatie deelmobiliteit, verkeer en parkeren Diemerpark, Goudappel Coffeng, concept, 27-10-2020.
Ondanks alle prachtige plaatjes en beloftes voor een mooie groene aankleding heeft het huidige sportpark, zoals zoveel andere sportparken, een rommelige, verwaarloosde, onaantrekkelijke uitstraling en niets wijst erop dat dit voor het uitgebreide sportpark (met inbegrip van de binnenruimte) anders zal zijn.
Commentaar per pagina van het rapport pag. 1
Uitgebreide toelichting op argumenten om het aantal sportvelden in het Diemerpark niet uit te breiden hebben we beschreven in de ‘Omgevingsvisie Diemerpark 2100’ dat we begin maart 2021 als zienswijze op de ontwerp Omgevingsvisie Amsterdam 2050 indienden.
In de Inventarisatie parkeeroplossingen wordt opgemerkt op pag. 1 dat de gemeente Amsterdam naar een zo autoluw mogelijk karakter in het Diemerpark streeft. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat om de bereikbaarheid van het sportterrein te verzekeren voor het groeiende aantal bezoekers gezocht moet worden naar oplossingen met behulp van zogenoemde mobiliteitsconcepten. Daarmee ontkent de gemeente in wezen het bereikbaarheidsprobleem dat in de huidige situatie van het bestaande sportterrein aanwezig is. Die situatie is binnen de stedelijke context niet wezenlijk te veranderen. Er is nu al een te hoge parkeerdruk bij de sportvelden en in de aanliggende straten. In feite houdt de inventarisatie parkeeroplossingen dus een onmogelijke opgave in. pag. 2 In de samenvatting op pag. 2 komen drie oplossingen naar voren, waarvan de eerste de voorkeur heeft. Oplossing 2 en 3 blijken in feite niet reële voorstellen te zijn.
Voorblad Omgevingsvisie Diemerpark 2100 17
Oplossing 1. Parkeren bezoekers aan het eind van de Oeverzeggestraat. (voorkeur, het is 5 minuten lopen over de brug naar het sportterrein)
De bereikbaarheid is niet te verbeteren en de ruimte voor de aanleg van een parkeerterrein ontbreekt op grond van redelijke uitgangspunten en voorwaarden. Toch gaat de gemeente door met het forceren van een oplossing.
Oplossing 2. Parkeren bezoekers via K&R en dan parkeren in parkeergarage.
pag. 9
Oplossing 3. Parkeren bezoekers in parkeergarage en andere locaties en dan met deelfiets of pendelbusje naar sportterrein.
Op pag. 9 wordt aangegeven dat het sportpark bereikbaar moet zijn voor hulpdiensten, minder mobiele bezoekers en bevoorrading. Dat houdt een extra uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen in. In de huidige situatie doen zich bij het sportterrein al problemen voor die het functioneren van het sportterrein belemmeren. Dergelijke zaken worden tot op het laatst genegeerd of ontkend. Het heeft inmiddels al tot rechtszaken geleid in verband met het op oneigenlijke gronden door de gemeente verlenen van extra parkeervergunningen.
Een grote groep bewoners in de Oeverzeggestraat, de Paul Hufkade en omgeving hebben zich inmiddels nadrukkelijk uitgesproken tegen het voorstel om een parkeerterrein voor 90 auto’s in de Oeverzeggestraat aan te leggen. Daar voeren zij onder andere juridische gronden voor aan, zoals een uitspraak door de Raad van State. Ook valt op dat de gemeente plotseling de CROW-norm hanteert, terwijl zij tot nog toe een Amsterdamse norm voor het parkeren bij sportvelden toepaste. Dat betekent nog eens 20 parkeerplaatsen extra! Het betekent dat bij een uitbreiding van 4 sportvelden ten opzichte van de huidige 6 sportvelden er 48 parkeerplaatsen bij moeten komen. Er zijn de afgelopen vijf jaar al voortdurend problemen ten aanzien van het parkeren bij het sportterrein. Men denkt dat men zonder problemen bij de 42 bestaande parkeerplaatsen er 48 nieuwe bij kan maken.
pag. 10 Met betrekking tot het parkeren bij het sportpark wordt op pag. 10 vastgesteld dat het aantal verkeersbewegingen gaat verdubbelen bij een uitbreiding met vier sportvelden ten opzichte van de huidige situatie. Op dit moment wordt de vermenging van het autoverkeer met het fietsverkeer op sportdagen al als problematisch ervaren, waarbij de veiligheid soms in het geding is. De aanrijdroute is een hoofdfietsroute. Er wordt in de inventarisatie opgemerkt dat er een zeker risico is dat het parkeeraanbod meer bezoekers ertoe verleidt met de auto te komen. In onze ervaring is dit op sommige sportdagen in de huidige situatie al het geval. Veel auto’s staan in de buurt van het overvolle parkeerterrein geparkeerd. Dergelijke situaties zijn niet of nauwelijks te handhaven.
pag. 3 Op pag. 3 wordt een situatieschets gegeven, waarbij wordt opgemerkt dat de drukste momenten zaterdagochtenden zijn van 8.00 tot 12.00 uur. Dan spelen er heel veel jonge spelers die 1,5 bezoeker per speler tot gevolg hebben. Dat veroorzaakt extra parkeerdruk.
pag. 13 en verder
pag. 4
Vanaf pag. 13 worden de mogelijkheden ten aanzien van kiss & ride met parkeren op afstand geïnventariseerd. In de parkeergarage bij het winkelcentrum blijkt de parkeerfaciliteit niet (meer) voor handen te zijn. De kiss & ride oplossing blijkt ook tot nog meer verkeersbewegingen en zwerfverkeer door de buurt te leiden. Bij een kiss & ride oplossing dient er een goede keermogelijk te zijn. Daarbij is tevens een goede handhaving en verkeersregeling nodig. Ook dient er een goede en toereikende parkeervoorziening op afstand nodig te zijn. Ook daar zijn geen goede garanties voor.
Wat de bereikbaarheid met het OV betreft wordt op pag. 4 geconstateerd dat de OV-halte zich op 15 minuten lopen van het sportterrein bevindt. Een autorit vanuit Zaandam duurt 20 min. Waaruit men kan afleiden dat 15 minuten lopen te veel is. Wat het OV betreft is het sportterrein dus niet goed bereikbaar. Wat de parkeerdruk betreft is op basis van metingen in 2019 vastgesteld dat de parkeerdruk in de nabijgelegen woonbuurten op zaterdagochtenden 105% is en in de middag zelfs 114%. De gemeente acht 90% maximaal toelaatbaar. Dus ook de parkeerdruk is in de huidige situatie al een probleem. 18
Het vraagt ook nog eens om een fietsenstalling van 450 fietsen i.p.v. 350. Ter vergelijking, op een autoparkeerplaats kunnen 10 fietsen gestald worden. Er zullen ook veel bakfietsen zijn, dat kost extra ruimte. Alles afwegende is de kiss & ride oplossing op dit moment geen reële optie.
Aantekeningen 1
TAC-preadvies, 29-01-2021: “Op grond van de door u verstrekte informatie (TACoplegnotitie 11 november 2020, variantenstudie Diemerpark – ruimtelijke inpassing sportpark IJburg 4 september 2020, inventarisatie parkeeroplossingen bij uitbreiding sportpark IJburg 27 oktober 2020, luchtfoto huidige situatie) constateert de TAC dat de uitbreiding met 4 sportvelden en bijbehorende functies/voorzieningen in het Diemerpark niet inpasbaar is in de Hoofdgroenstructuur.”
Bijlagen De in de bijlagen opgenomen alternatieve oplossing 3 (het realiseren van een éénrichtingsroute over de Diemerzeedijk ten behoeve van de ontsluiting) wordt om diverse redenen ontraden.
2
Informatie aan de leden van de ‘consentgroep’ over het aantal woningen op IJburg en de behoefte aan sportvoorzieningen op basis van de ‘sportnorm’:
De alternatieve oplossing 4 (pendelvervoer met busjes) wordt als niet realistisch beschouwd.
Conclusie ‘parkeeroplossingen' De algemene conclusie die men met betrekking tot reële parkeeroplossingen kan trekken is negatief. Een goede en praktische oplossing is niet voorhanden, qua bereikbaarheid niet en qua parkeren evenmin. Geen van de mobiliteitsconcepten voldoet. Dus ook op basis van de verkeerssituatie stellen we vast dat een uitbreiding van het sportterrein IJburg in het Diemerpark redelijkerwijs niet mogelijk is.
-----
(Bron: Memo ‘Cijfers m.b.t. buitensport voor het gebied groot IJburg’, Hugo Hilgers, 10-11- 2017)
19