Bijlage Advies op bezwaar evenementenvergunning No Art Festival
Tekst van het document
Zaaknummer: JB.23.010982.001, .002 en .004 Advies van de bezwaarschriftencommissie naar aanleiding van het bezwaarschrift van XXXXXXXX XXXXXX, XXXXXXXXXXXXXXXXXX, namens de Vereniging Vrienden van het Flevopark en XXXXXXXXXXXX, gericht tegen het besluit van 9 juni 2023, waarbij een evenementen-vergunning is verleend voor het houden van het No Art Festival. Aan de burgemeester, 1. Advies Wij adviseren als bezwaarschriftencommissie om: het bezwaarschrift van XXXXXXXXXXXXXXXXXXX niet-ontvankelijk te verklaren; het bezwaarschrift van XXXXXXXXXXXX en XXXXXXXXXXXXXXXX, ingediend namens de Vereniging Vrienden van het Flevopark, ongegrond te verklaren; het besluit van 9 juni 2023 in stand te laten. Dat betekent dat de bezwaarschriftencommissie – verder: de commissie – van oordeel is dat u de aangevraagde evenementenvergunning op goede gronden heeft verleend. Het advies van de commissie is op de navolgende overwegingen gebaseerd. 2. Aanleiding Op 23 februari 2023 is een aanvraag ingediend voor zowel een evenementenvergunning als een omgevingsvergunning strijdig gebruik ten behoeve van het No Art Festival. De aanvraag om de evenementenvergunning is op 14 maart 2023 gepubliceerd in het Gemeenteblad1. Bij besluit van 9 juni 2023 heeft u de gevraagde evenementenvergunning (kenmerk Z/23/2133708) aan No Art Festival B.V. (verder: vergunninghouder) verleend.
Dit besluit is gepubliceerd in het Gemeenteblad op 15 juni 20232. Op 13 respectievelijk 20 juni 2023 is door mevrouw V. Bakker woonachtig XXXXXXXXXXXXXXX, XXXXXXXXXXXXXXXXXXX, namens de Vereniging Vrienden van het Flevopark (hierna: vereniging) en XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX woonachtig XXXXXXXXXXXXXX (hierna ook: bezwaarden) bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. 1 2
Gemeenteblad 14 maart 2023, nr. 108497 Gemeenteblad 15 juni 2023, nr. 260792
Gemeente Amsterdam
Datum 17 januari 2024 Pagina 2 van 10
Het in deze zaak ingediende bezwaar namens de vereniging hangt samen met de bezwaren gericht tegen de verleende omgevingsvergunning ten behoeve van het No Art Festival. Om die reden heeft de vereniging verzocht om een gevoegde behandeling door commissie. De commissie heeft met dit verzoek ingestemd. In dit advies zijn overigens slechts de bezwaren gericht tegen de evenementenvergunning van 9 juni 2023 aan de orde. De bezwaren gericht tegen de omgevingsvergunning worden in een separaat advies behandeld. 3. Bezwaren De bezwaren ten aanzien van de evenementenvergunning van 9 juni 2023 luiden samengevat als volgt: De vergunning is in strijd met het locatieprofiel van het Flevopark; De opgestelde quick scan flora en fauna voldoet niet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden gezien het doel, namelijk blijvende schade aan het park voorkomen.
Het is onvolledig, oppervlakkig en bevat onjuistheden; Er is niet voldaan aan de in de vergunning opgenomen voorwaarde dat de organisator voorafgaand aan het evenement moet aantonen dat een compensatieregeling is getroffen met de bewoners van het Flevopark 9 t/m 14; Tijdens het festival was sprake van te weinig tappunten en was gratis drinkwater, anders dan het Amsterdams beleidskader dance events over drugs, gezondheid en veiligheid van 11 mei 2015 voorschrijft, niet voldoende toegankelijk; Het Flevopark, als authentiek oud park, is geen geschikte plaats voor een festival met 15.000 bezoekers; De Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is uitgehold, omdat er geen zes weken bezwaartermijn zit tussen de datum van het besluit en de uitvoering van de vergunning. Dit is een ernstige omissie en is onrechtmatig naar omwonenden, dieren en planten; Van het evenement zal ernstige overlast worden ondervonden. 4. Hoorzitting Op 19 oktober 2023 heeft een hoorzitting plaatsgevonden ter gevoegde behandeling van de bezwaren gericht tegen de verleende omgevings- en evenementenvergunning ten behoeve van het No Art festival. Tijdens deze hoorzitting waren - voor wat betreft de verleende evenementenvergunning aanwezig: De bezwaarschriftencommissie bestaande uit de heer mr. R.J.B. Mekenkamp (voorzitter) mevrouw mr. H.A.T.M. Zuiderman-van der Berg (secretaris) en de heer S.J.
van der Wel (derde lid) Bezwaarden: 1. XXXXXXXXXXXX, XXXXXXXXXXXXXXXXXXX, XXXXXXXXXXXXXXXX, XXXXXX XXXXXXXXXXX en XXXXXXXXXXXXXXX, allen namens de Vereniging Vrienden van het Flevopark 2. XXXXXXXXXXXXXX 3. XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXXXXXXXX en XXXXXXXXXXXX, namens No Art Festival B.V. (via MS Teams) XXXXXXXXXXXXXXXXX en XXXXXXXXXXXXXXX namens de burgemeester. 2
Gemeente Amsterdam
Datum 17 januari 2024 Pagina 3 van 10
Van de hoorzitting is een verslag gemaakt dat als bijlage 1 bij dit advies is gevoegd. 5. Na de hoorzitting Op 24 oktober 2023 heeft XXXXXXXXXXXXXXXX, namens de vereniging, een door hem opgestelde evaluatie van augustus 2023 en de door stadsdeelcommissie Oost aangenomen motie d.d. 17 oktober 2023 nagezonden. Op 30 oktober 2023 is aan partijen een uitwerking van de hoorzitting toegezonden. Bezwaarden hebben aanvullend het resultaat van een op 15 juni 2023 uitgevoerde broedvogelcheck ontvangen. Aan vergunninghouder zijn aanvullend toegezonden de door XXXXXXXXXXX nagezonden stukken. Op 17 november 2023 heeft de commissie van vergunninghouder een inhoudelijke reactie op de bezwaargronden, op het besprokene ter hoorzitting en de nagezonden stukken ontvangen. Op 21 november 2023 zijn bezwaarden in de gelegenheid gesteld (onder meer) hierop te reageren. Op 4 december 2023 heeft de vereniging van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. 6. Toepasselijke wet- en regelgeving De toepasselijke wet- en regelgeving staat in bijlage 2 bij dit advies. 7. Overwegingen van de commissie ten aanzien van de ontvankelijkheid Op 13, 15 en 20 juni 2023 zijn de bezwaren gericht tegen de evenementvergunning van 9 juni 2023 ontvangen. Bezwaar kon nog tot en met 21 juli 2023 worden gemaakt. De bezwaren zijn daarmee tijdig ingediend.
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX Voordat de commissie de bezwaren inhoudelijk kan beoordelen, dient zij te onderzoeken of deze ontvankelijk zijn. Hiervoor is onder meer vereist - gelet op artikel 8:1 juncto artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) - dat degene die bezwaar indient als belanghebbende kan worden aangemerkt. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. De wetgever heeft deze eis gesteld om te voorkomen dat een ieder, in welke hoedanigheid ook, of een persoon met slechts een verwijderd of indirect belang als belanghebbende zou moeten worden beschouwd en bezwaar en beroep zou kunnen instellen. Uit uitspraken van de rechter blijkt dat een natuurlijk persoon, om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt, een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang dient te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.
Meer specifiek is in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271, het volgende overwogen: “Het uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ dient als correctie op dit uitgangspunt.
3
Gemeente Amsterdam
Datum 17 januari 2024 Pagina 4 van 10
Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij de factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.” De commissie dient aldus te beoordelen of bezwaarde als belanghebbende bij de verleende evenementenvergunning is aan te merken. In dit verband merkt de commissie op dat de afstand van de woning van bezwaarde XXXXXXXX XXXXXXXXX tot het Flevopark hemelsbreed zo’n 750 meter betreft. Tijdens de hoorzitting heeft bezwaarde toegelicht dat hij meent belanghebbende te zijn, omdat hij gebruik maakt van het park en hij het daarbij ook doet voor de dieren in het park die zichzelf niet kunnen vertegenwoordigen. Niet ter discussie staat dat het gebruik van het Flevopark door het No Art Festival effect heeft gehad op de gebruiksmogelijkheden van het park door de Amsterdammer.
De commissie is echter van mening dat de afstand van de woning van bezwaarde tot het Flevopark te groot is om als belanghebbende rechtstreeks bij het besluit tot verlening van de vergunning betrokken te zijn. Hij onderscheidt zich met het gestelde derhalve niet of in onvoldoende mate van willekeurige andere gebruikers van het park. Gelet daarop meent de commissie dat het bezwaarschrift van XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX als niet-ontvankelijk moet worden beoordeeld. Vereniging Vrienden van het Flevopark De bezwaren zijn ingediend door gemachtigde XXXXXXXXXXXXXXXXXXX namens de Vereniging Vrienden van het Flevopark. Uit de statuten blijkt dat de vereniging zich als doel gesteld heeft: a.versterken Het bevorderen en behouden van hetvan leefmilieu de bijzondere in Amsterdam, waardenwaarbij van hetzij Flevopark zich in het en bijzonder omgevingricht in op Amsterdam-Oost.
Belangrijke waarden zijn: ♦ het park en omgeving als belangrijk en samenhangend leefgebied voor planten en dieren; ♦ het park en directe omgeving als onlosmakelijke onderdeel van de ecologische structuur en de hoofdgroenstructuur van de stad Amsterdam; ♦ het kunnen ervaren van rust en natuurlijkheid als contrast met de drukke stad; ♦ het park als historisch en cultureel erfgoed, met respect voor het ontwerp en het specifieke natuurlijke karakter van het Flevopark; ♦ de sociale- en buurtfunctie van het park > daarbij geldt: – het park als een, altijd en voor iedereen toegankelijke, openbare plek; – het park als een plek voor kleinschalige evenementen en activiteiten die passen bij de schaal en het natuurlijke karakter van het park.
Definitie gebied: Het gebied Flevopark e.o. wordt begrensd door de Ringvaart, het Amsterdam-Rijnkanaal, het Lozingskanaal en de bebouwing van de Indische Buurt (Kramatweg) en vormt samen met het 4
Gemeente Amsterdam
Datum 17 januari 2024 Pagina 5 van 10
Nieuwe Diep een samenhangend geheel van groen en water. b. het bevorderen van een goed beheer, inrichting en onderhoud van het park evenals een passend en evenwichtig gebruik van het park en de directe omgeving. c. het behouden en verbeteren/versterken van het natuurlijk en historisch karakter van het gebied Flevopark in al zijn facetten. Uit de statuten volgt verder dat de vereniging deze doelen onder meer tracht te bereiken door het aanwenden van alle wettige middelen die voor het bereiken van de gestelde doelen nodig of bevorderlijk zijn. De commissie acht de vereniging een actieve vereniging gericht op het realiseren van hun doelstellingen. Daarmee zijn de ingediende bezwaren door de gemachtigde ontvankelijk en kunnen deze inhoudelijk worden behandeld. 8. Inhoudelijke overwegingen van de commissie Wij onderzoeken of u de vergunning voor het houden van het No Art Festival op 23 juni 2023 van 17:00 tot 23:00 uur (kunstdag) en op 24 juni 2023 van 12:00 tot 23:00 uur (muziekfestival) op juiste gronden aan No Art Festival B.V. hebt verleend. 8.1
Te late besluitvorming
Door bezwaarden is aangevoerd dat de Awb is uitgehold doordat er geen zes weken (bezwaartermijn) zat tussen de datum van het besluit en de uitvoering van de vergunning. De commissie merkt hierover op dat vanaf het moment dat een vergunning verleend wordt een termijn van zes weken heeft te gelden voor het indienen van bezwaar. De commissie begrijpt dat bezwaarden er de voorkeur aan zouden hebben gegeven als het besluit ruim voorafgaand aan het evenement verleend zou zijn. Echter, dat dit niet het geval is geweest maakt het besluit niet onjuist. Bezwaarden hebben voordat het evenement plaats ging vinden bezwaar gemaakt en hebben de mogelijkheid gehad om tijdig om een voorlopige voorziening bij de rechtbank te verzoeken. Van deze mogelijkheid heeft de vereniging ook gebruik gemaakt. Uiteraard ziet de commissie het belang in van het tijdig nemen en publiceren van besluiten en daarom adviseert de commissie u om hieraan in het vervolg extra aandacht te besteden. 8.2
Weigeringsgronden APV
De commissie merkt op dat in artikel 2.43 van de APV bijzondere gronden zijn opgenomen voor het weigeren van een aanvraag om een evenementenvergunning. Zo is bijvoorbeeld in onderdeel c. bepaald dat de burgemeester de vergunning kan weigeren als naar zijn oordeel het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de plaats op waar het wordt gehouden. Van een weigeringsgrond kan volgens onderdeel f. ook sprake zijn indien van het evenement een onevenredige belasting voor het woon- of leefklimaat in de omgeving te verwachten is. Indien zich een weigeringsgrond voordoet, dient door de ‘kan-bepaling’ uit artikel 2.43 van de APV een belangenafweging plaats te vinden. Gelet op de verleende omgevingsvergunning strijdig gebruik staat de weigeringsgrond van onderdeel c aan het verlenen van de vergunning niet langer in de weg.
5
Gemeente Amsterdam
Datum 17 januari 2024 Pagina 6 van 10
De commissie beoordeelt vervolgens in hoeverre zich weigeringsgrond f. voordoet, nu door bezwaarde XXXXXXXXXX is aangevoerd dat zij als belanghebbende ernstige overlast zal ondervinden van het evenement. Zij benoemt de volgende effecten van het evenement: 1. door de harde muziek zal zij bij en in haar woning zelfs met de ramen en roosters dicht urenlang en tot laat in de avond in de nog aanzwellende herrie zitten; 2. het park zal inclusief opbouw en afbouw 11 dagen lang, nog langer dan toegestaan, grotendeels ontoegankelijk zijn en de dagelijkse gang en rust ernstig verstoren; 3. tijdens het evenement zal de drukte in en om het park zorgen voor ontoelaatbare drukte die de toegankelijkheid van en naar de woning in grote mate zal belemmeren. De opmerking in de vergunning dat "een belangrijk kenmerk van een openbaar park is dat niemand een exclusief onbeperkt gebruiksrecht heeft" en "openbare ruimte is niet onbeperkt exclusief te claimen" ervaart bezwaarde daarbij als een enorme schoffering.
De commissie leest in de vergunning een belangenafweging voor zover het gaat om het woon- en leefklimaat. In dat kader is overwogen dat op basis van de ingediende stukken geen overlast valt te verwachten. En dat het woon- en leefklimaat rondom het evenemententerrein voor het overige voldoende is gewaarborgd. De commissie heeft geen redenen om aan te nemen dat deze afweging onjuist is. Bezwaarde heeft er verder geen twijfel over laten bestaan dat zij de conclusie over het gebruiksrecht volstrekt niet deelt, maar de commissie acht op dit punt van doorslaggevend belang dat zij in het locatieprofiel juist een balans tussen het woon- en leefklimaat en evenementen leest, doordat daarin ‘slechts’ eenmaal per jaar een groot evenement wordt toegestaan. Ten aanzien van het aspect geluid is vast komen te staan dat er op een enkele woningen in het Flevopark alsmede een paar woonschepen langs de oever van het Flevopark naar verwachting te hoge geluidniveaus geproduceerd zullen worden. Gelet daarop is in de vergunning het voorschrift opgenomen dat vergunninghouder voorafgaand aan het evenement moet aantonen een met de betreffende bewoners een compensatieregeling te hebben getroffen. Niet ter discussie staat dat aan deze voorwaarde niet volledig is voldaan.
Ter zitting is zijdens de burgemeester desgevraagd toegelicht waarom geen gebruik is gemaakt van de bevoegdheid de vergunning in te trekken. Namens de burgemeester is er op gewezen dat daarmee een risico bestond op ongeregeldheden en veiligheidsrisico’s als kort voorafgaand aan een evenement aan kaartbezitters zou moeten worden medegedeeld dat het evenement geen doorgang kan vinden. De burgemeester heeft in een afweging van alle betrokken belangen besloten in dit geval die risico’s niet te willen nemen. De commissie overweegt dat artikel 1.7, aanhef en onder c, van de APV bepaalt dat u een vergunning onder meer kunt intrekken als de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen. Gelet op de formulering betreft dit geen intrekkingsverplichting, maar een discretionaire bevoegdheid. U heeft duidelijk gemaakt hoe u tot de beslissing bent gekomen om geen gebruik te maken van de intrekkingsbevoegdheid. De commissie kan zich in deze afweging vinden c.q. acht deze afweging in dit geval afdoende. Overigens is de commissie met de vereniging van mening dat er in een toekomstige situatie voor gezorgd moet worden dat er al in een veel eerder stadium duidelijk is of er al dan niet met alle betrokkenen een compensatieregeling is getroffen.
6
Gemeente Amsterdam
8.3
Datum 17 januari 2024 Pagina 7 van 10
Wet natuurbescherming (Wnb)
De commissie is met vergunninghouder van mening dat strijd met de Wnb op zichzelf geen weigeringsgrond voor een evenementenvergunning oplevert. De APV voorziet hier niet in. Wel is in deze wet een algemene zorgplicht opgenomen waar een ieder zich aan dient te houden. De commissie is gebleken dat in het kader van deze zorgplicht door TAUW een natuurtoets is uitgevoerd. Het rapport daarvan dateert van 28 maart 2023. Bezwaarden hebben gesteld dat deze natuurtoets onvolledig en oppervlakkig is en bovendien onjuistheden bevat. Zo is in de toets vermeld ‘Geen nesten van roofvogels aangetroffen’, terwijl bekend is dat elkaar jaar zowel sperwers als buizerds in het gebied broeden. Verder benoemt de toets ‘ca. 10 nesten blauwe reigers’, terwijl er vorig jaar 37 nesten werden geteld in het bos naast het veld waar het festival wordt gehouden. Veel reigernesten zullen klaar zijn op 24 juni, maar een aantal late legsels is zeker nog in bedrijf. Ook watervogels zijn vaak nog tot in augustus bezig met broeden en grootbrengen van de jongen. Verder is ten onrechte geen aandacht geschonken aan de aanwezigheid van de ‘kruiden en ruigte zones’, als gevolg waarvan de (kwetsbare) insecten niet zijn beschermd, zo hebben bezwaarden hun standpunt onderbouwd. Daarnaast zijn de vereiste mitigerende maatregelen om flora en fauna te beschermen ten onrechte niet gehandhaafd, zo stellen bezwaarden.
Ter onderbouwing daarvan dient de door XXXXXXXXXXXXXXX opgestelde evaluatie van augustus 2023. De commissie heeft geen redenen aan te nemen dat u het advies van TAUW niet mede ten grondslag heeft mogen leggen aan uw beslissing om een evenementenvergunning te verlenen. Verder is haar ook niet gebleken dat de benodigde mitigerende maatregelen in onvoldoende mate zijn uitgevoerd. De commissie maakt uit het dossier op dat op 26 april 2023 een advies door de stadsecoloog is uitgebracht en op 15 juni 2023 een broedvogelcheck door een Projectcoördinator Ecologie van TAUW is uitgevoerd. De commissie heeft verder begrepen dat daarnaast op 23 juni respectievelijk 29 juni 2023 een voor- en naschouw heeft plaatsgevonden en dat er een verslag zou zijn gemaakt indien er essentiële zaken niet op orde waren geweest. Daarvan is geen sprake. De commissie meent daarbij dat het op de weg van bezwaarden ligt om, bij twijfel over de advisering, de gestelde mitigerende maatregelen dan wel de uitvoering die hieraan is gegeven, een contraexpertise te overleggen. Met vergunninghouder is de commissie van mening dat de door de heer Van Dongen opgestelde evaluatie daarmee niet gelijkgesteld kan worden. Ten aanzien van de insecten, is voorts niet onderkend dat er maar weinig insecten of ongewervelden zijn die wettelijk beschermd zijn.
Voor zover overigens de mitigerende maatregelen daadwerkelijk niet op juiste wijze zijn uitgevoerd, meent de commissie dat dit geen gevolgen heeft voor de verleende vergunning. Dit, omdat het evenement al heeft plaatsgevonden. Wel zou dit voor u aanleiding moeten geven om bij een toekomstig verleende vergunning extra streng op de naleving toe te zien. 8.4
Strijd met het evenementenbeleid?
Bezwaarden menen dat sprake is van strijd met het locatieprofiel Flevopark.
7
Gemeente Amsterdam
Datum 17 januari 2024 Pagina 8 van 10
Evenementen tijdens het broedseizoen Bezwaarden voeren aan dat de locatieprofielen een uitwerking van de APV zijn en dat daarin uitdrukkelijk is opgenomen dat geen grote evenementen zijn toegestaan tijdens het broedseizoen. Het broedseizoen is op 23 en 24 juni echter nog volop aan de orde. De beslissing om de evenementenvergunning toch af te geven voor het festival No Art en de motivering daarvan is daarbij wel heel wonderlijk, volgens bezwaarden. Immers op grond van de Wnb, die tot doel heeft de natuur te beschermen, zou het verplicht zijn een vergunning af te geven die in strijd is met het rechtmatige gemeentelijk beleid dat gebaseerd is op de Gemeentewet. De Wnb verbiedt toch niet om verdergaande regels te stellen die hetzelfde doel dienen als deze wet, zo vragen bezwaarden zich af. Van uw zijde is aangevoerd dat de bepaling over het broedseizoen verder gaat dan het bepaalde in de Wnb. Nu de Wnb als landelijke wetgeving voor gaat op lokale regels en lokaal beleid, is een aanscherping niet toegestaan, aldus uw vertegenwoordiger. De commissie merkt in dit verband op dat het eerste lid van artikel 1.11 van de Wnb een zorgplicht voor een ieder in het leven roept voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
Het tweede lid van genoemd artikel bepaalt dat die zorg in elk geval inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. De commissie leest deze bepaling zo dat belastende activiteiten kunnen worden toegestaan indien noodzakelijke maatregelen worden getroffen om de gevolgen te voorkomen dan wel deze gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. In zoverre volgt de commissie uw standpunt dat gelet hierop activiteiten nabij broedende vogels mogelijk zijn mits er mitigerende maatregelen worden genomen. Het volledig verbieden van activiteiten, is daarbij strenger. De commissie is met u van mening dat de bepaling uit het locatieprofiel terecht niet van doorslaggevende aard is geweest. Temeer nu strijd met de Wnb, zoals hiervoor reeds overwogen, op zichzelf ook geen weigeringsgrond voor een evenementenvergunning oplevert. De APV voorziet hier immers niet in.
Het feit dat, zoals gesteld door bezwaarden, de leden van de stadsdeelcommissie het er inhoudelijk volledig mee eens zijn dat een groot festival in het Flevopark in ieder geval tijdens het broedseizoen, een slechte zaak is, doet hier niet aan af. Daarbij overweegt de commissie dat ook de voorzieningenrechter dit standpunt in haar uitspraak van 7 juli 2023 heeft overgenomen. Aanvullend verwijst de commissie naar de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 13 oktober 20233. In rechtsoverweging 5.3 is te lezen: ‘Zoals door eiseres terecht is opgemerkt en ook al vaak is uitgesproken, ziet het begrip “bescherming van het milieu” zoals in de APV opgenomen, niet op de bescherming van het milieu in relatie tot natuur maar op de bescherming van het woon- en leefklimaat van mensen. Dit blijkt onder andere uit een uitspraak van 3
ECLI:NL:RBNNE:2023:4163
8
Gemeente Amsterdam
Datum 17 januari 2024 Pagina 9 van 10
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1855. In deze uitspraak is overwogen dat de Flora- en faunawet (nu Wet natuurbescherming) verbodsbepalingen bevat inzake in het wild voorkomende beschermde inheemse diersoorten, waaronder vogels, en hun natuurlijke leefomgeving. Deze wet beoogt de instandhouding en het welzijn van in het wild voorkomende beschermde inheemse diersoorten uitputtend te regelen. Dit geldt evenzeer voor instandhouding van natuurgebieden, en in het bijzonder Natura-2000 gebieden. Aanvullende bescherming via de APV kan daarom niet geboden worden. Deze overwegingen van verweerder kunnen derhalve het besluit niet dragen.’ De door bezwaarde ingebrachte uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 9 maart 20224 brengt de commissie niet op andere gedachte. Alleen al vanwege het feit dat in die uitspraak doorslaggevend is dat de van toepassing zijnde Evenementenverordening - anders dan de APV van Amsterdam - de expliciete weigeringsgrond ‘bescherming van het milieu/de natuur’ bevat. Evenmin vindt de commissie in het gestelde dat er allerlei beleid en regelingen bestaan, zoals de Amsterdamse gedragscode Flora en Fauna, die aanvullend zijn op de Wnb, ook geen aanknopingspunt een ander standpunt in te nemen.
Alleen al omdat het ontbreekt aan een voorbeeld waaruit evident blijkt dat daarin een verscherping is opgenomen van hetgeen in de Wnb is bepaald. Ten onrechte geen sprake van een rustperiode Verder hebben bezwaarden opgemerkt dat het locatieprofiel bepaalt dat na een groot evenement met meer dan 2.000 bezoekers een verplichte rustperiode van zes weken geldt, na overige evenementen één weekend. De vergunning voor de twee evenementen wordt verleend zonder de verplichte rustperiode van een weekend ertussen. Ook als de twee evenementen als een evenement worden gezien, is de vergunning in strijd met het locatieprofiel omdat dat geen grote meerdaagse evenementen toestaat, aldus bezwaarden. Overeenkomstig de (uitspraak van 7 juli 2023) van de voorzieningenrechter stelt de commissie vast dat de bestreden vergunning betrekking heeft op één meerdaags evenement, bestaande uit een middelgroot deel (de kunstdag op vrijdag 23 juni 2023 met 1.500 bezoekers) en een groot deel (het muziekfestival op zaterdag 24 juni 2023 met 15.000 bezoekers op het drukste moment). De commissie meent dat het locatieprofiel het aaneengesloten houden van een dergelijk samengesteld evenement niet onmogelijk maakt. Het bepaalt slechts dat een groot evenement niet meerdaags mag zijn en dat een rustperiode moet worden ingelast van zes weken na een groot evenement en van één weekend na overige evenementen.
De commissie meent dat daarmee niet in strijd is gehandeld. Tussen de twee dagen behoefde dan ook geen verplichte rustperiode te worden gehouden. 8.5 Onvoldoende drinkwater Bezwaarden hebben tot slot aangevoerd dat er tijdens het festival sprake was van te weinig tappunten. Er waren 64 kranen, maar dit hadden er 100 moeten zijn. Verder was gratis drinkwater, anders dan het Amsterdams beleidskader dance events over drugs, gezondheid en veiligheid van 11 mei 2015 voorschrijft, niet voldoende toegankelijk. Het beleid geeft namelijk aan dat het 4
ECLI:NL:RBNNE:2022:697
9
Gemeente Amsterdam
Datum 17 januari 2024 Pagina 10 van 10
onvoldoende is als bezoekers alleen onder een kraantje in de toiletten kunnen hangen. Zij dienen in de gelegenheid te worden gesteld om een beker of een flesje bij te vullen. Hieraan is niet voldaan. De commissie volgt op dit punt het van uw zijde tijdens de hoorzitting ingenomen standpunt dat de vergunning mocht worden verleend, nu het duurzaamheidsplan is goedgekeurd door de duurzaamheidsadviseur en de GHOR. 7. Conclusie Wij concluderen dat de evenementenvergunning op juiste gronden is genomen. De verleende vergunning kan gelet daarop in stand blijven. Wij adviseren om: het bezwaarschrift van XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX niet-ontvankelijk te verklaren; het bezwaarschrift van XXXXXXXXXXXXXX en XXXXXXXXXXXXXXXXXXX, ingediend namens de Vereniging Vrienden van het Flevopark, ongegrond te verklaren; het besluit van 9 juni 2023 in stand te laten. Amsterdam, 17 januari 2024 De bezwaarschriftencommissie,
De heer mr. R.J.B. Mekenkamp Voorzitter
Mevrouw mr. H.A.T.M. Zuiderman-van den Berg Secretaris
10
Bijlage 1
Hoorzitting d.d. 19 oktober 2023 ter behandeling van de ingediende bezwaren gericht tegen de verleende evenementen- en omgevingsvergunning ten behoeve van het No Art Festival. Aanwezigen: Bezwaarschriftencommissie:
De heer mr. R.J.B. Mekenkamp (voorzitter) Mevrouw mr. H.A.T.M. Zuiderman-van den Berg De heer S.J. van der Wel
Bezwaarden:
XXXXXXXXXXXXXXXX, XXXXXXXXXXXXXXXX, XXXXXXXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXXXXXXX, allen namens de Vereniging vrienden van het Flevopark XXXXXXXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXXXXXXX
Namens vergunninghouders:
XXXXXXXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXXXXXXX
Namen het college:
XXXXXXXXXXXXXXXX
Namens de burgemeester:
XXXXXXXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXXXXXXX
De voorzitter opent de hoorzitting door kort de procedure toe te lichten. Tijdens de hoorzitting wordt zowel de evenementenvergunning als de omgevingsvergunning besproken. Niet onbelangrijk is op te merken dat het evenement waarover gesproken wordt al heeft plaatsgevonden. Normaliter betekent dit dat een procesbelang zou komen te vervallen. Echter, omdat de kans bestaat dat dit evenement volgend jaar weer plaatsvindt, blijft een belang bij beoordeling van de verleende vergunningen bestaan. Gestart wordt met de behandeling van de bezwaren gericht tegen de evenementenvergunning. XXXXXXXXXXXXXX draagt (deel 1 van) een pleitnota voor namens de Vereniging vrienden van het Flevopark. De pleitnota is bijgevoegd als bijlage A. De voorzitter begrijpt onder meer dat in de vergunning een voorwaarde is gesteld tot het financieel compenseren van enkele buurtbewoners. Dit vanwege de korte afstand van hun woning tot het festival. Hij begrijpt dat niet met alle buurtbewoners een dergelijke overeenkomst is gesloten. Hij vraagt XXXX XXXXXXXXXXXX wat dat volgens hem betekent voor de bestreden vergunningen en eventueel te verlenen vergunningen voor het jaar 2024. XXXXXXXXXXXXXX stelt dat het bieden van een financiële compensatie een harde voorwaarde is. Hij denkt dat een aantal mensen aankomend jaar opnieuw niet zal instemmen en volgend jaar daarom geen vergunning kan worden afgegeven.
XXXXXXXXXXXXXX licht haar ingediende bezwaar toe. Zij heeft destijds bezwaar gemaakt vanwege de te verwachten overlast. Bij eerdere festivals werd namelijk ook met de roosters dicht overlast ervaren. Zij wil met het mooie weer ook gewoon buiten kunnen zijn en bijvoorbeeld een wandeling kunnen maken in het park. Door het evenement is het park 11 dagen niet toegankelijk geweest en zij ervaart daarom overlast in haar dagelijkse doen. Ook op de dag zelf door verkeersdrukte rondom de woning. Ook maakt zij bezwaar tegen de strijdigheid met de bepaling in het locatieprofiel, dat evenementen tijdens het broedseizoen verbiedt. Daarnaast maakt zij uitdrukkelijk bezwaar tegen hetgeen in de vergunning als reactie op de ingediende zienswijze is gesteld. Namelijk dat een belangrijk kenmerk van een openbare ruimte is dat niemand een
onbeperkt en exclusief gebruiksrecht heeft. Wat haar betreft claimt nu een commercieel evenement exclusief gebruik en daar is zij het niet mee eens. Het park is bedoeld voor omwonenden, wij zijn aangewezen op het park, aldus XXXXXXXXXXXXXX. XXXXXXXXXXXXXX licht, aan de hand van zijn aantekeningen zoals bijgevoegd als bijlage B, vervolgens zijn bezwaar toe. Voorafgaande aan de hoorzitting is hem uitgelegd dat bekeken dient te worden in hoeverre hij belanghebbende is bij de verleende evenementenvergunning. Hij woont namelijk niet in de directe omgeving van het park. Hij meent zelf wel degelijk belanghebbende te zijn, omdat hij gebruik maakt van het park. Daarbij doet hij het ook voor de dieren in het park die zichzelf niet kunnen vertegenwoordigen. De voorzitter licht toe waar de gestelde norm omtrent belanghebbendheid vandaan komt. Door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is ooit bepaald wat onder belanghebbende verstaan dient te worden. Namelijk: iemand waarvan zijn belang in voldoende mate onderscheiden kan worden van anderen, om te vermijden dat iedereen belanghebbende is. XXXXXXXXXXXXXX vervolgt zijn verhaal door aan te geven dat tijdens het proces de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet in acht zijn genomen. Dit heeft nadelige gevolgen.
De vergunning is te laat verstrekt en er is geen integriteit betracht bij de toewijzing van de evenementenlocatie aan No Art. Zo blijkt uit een artikel van het Parool dat bij de toewijzing van de locatie een ambtenaar betrokken zou zijn geweest die zich ook heeft laten inhuren door No Art. Hij beschouwt dit als willekeur. Verder is de uitleg van het locatieprofiel onbegrijpelijk. Hierin staat namelijk dat geen grote evenementen mogen plaatsvinden tijdens het broedseizoen. Het festivalterrein gaat daarnaast dwars door de geplaatste insectenstroken heen. Ook vraagt XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX zich af of er een broedvogelcheck is geweest. Hij kan dit namelijk niet terugvinden in het dossier. Hij stelt dat als dit niet is gebeurd, het evenement niet had mogen plaatsvinden. Daarbij spitst de flora en fauna scan die is uitgevoerd door TAUW zich alleen toe op beschermde diersoorten en niet op de normale soorten. XXXXXXXXXXXXXX vindt dat het plaatsvinden van een hoorzitting nadat het festival heeft plaatsgevonden ook zijn voordelen heeft. Nu kun je zien wat er precies gebeurd is. Hij heeft zelf een evaluatie gemaakt na het festival. Deze is onlangs besproken met de stadsdeelcommissie, en op basis daarvan is een motie aangenomen tot het tegengaan van het houden van grote evenementen in het Flevopark.
Hij stelt dat uit de evaluatie blijkt hoe de organisatie zich niet heeft gehouden aan de vergunning. Mitigerende maatregelen zijn niet genomen, hoge hekken voor de vleermuizen bij de vijver zijn niet geplaatst, rijplaten zijn fout gelegd, personeel heeft massaal auto’s geplaatst op het grasveld. De organisatie heeft er een zooitje van gemaakt. Mede gelet op de geluidsbelasting, is dit alles reden om volgend jaar geen vergunning te verlenen. Daarbij was het met de veiligheid niet goed gesteld, omdat na het evenement bijna 10.000 bezoekers zich onder een smal bruggetje richting het Javaplantsoen moesten verplaatsen. Bij paniek hadden er doden kunnen vallen. Er wordt gerefereerd aan een festival in Duitsland waar zoiets is gebeurd. Hij concludeert dat het park niet geschikt is voor zulke evenementen. XXXXXXXXXXXXXX zegt tot slot dat het park twee weken is afgesloten met lelijke doeken. Men kon niet meer wandelen, hardlopen, op het gras zitten of BBQ’en. Het is daarbij het enige park voor de, relatief arme, Indische buurt, waar veel mensen niet op vakantie kunnen. Dit is hun enige plek om verkoeling te vinden. XXXXXXXXXXXXXX geeft aan niet geïnformeerdte zijn over de hoorzitting. Zij is niet meer werkzaam bij het bedrijf waar de uitnodiging naartoe blijkt te zijn verzonden. Bij de gemeente is ook een nieuw mailadres bekend.
Gelet daarop wil zij zich op dit moment weerhouden van antwoorden en haar reactie graag later schriftelijk geven.
XXXXXXXXXXXXXX vindt de uitspraak dat het park niet geschikt is, interessant. Om de geschiktheid te beoordelen is juist het locatieprofiel bedacht. Om de zoveel jaar wordt dit samen met belanghebbenden opgesteld. Geprobeerd wordt om samen vast te stellen wat wel en niet mogelijk is. Daarbij is Amsterdam een grote stad met veel mensen bij elkaar, en daarom moet je soms wat van elkaar dulden. Een evenement is daar een voorbeeld van. De geluidsnormen waarover wordt gesproken zijn aangescherpt. Tegenwoordig wordt gekeken naar basgeluiden in plaats van normaal geluid. De norm is dat 3 dagen per jaar iemand maximaal 85 dBC (basiswaarde) op zijn gevel mag hebben. In 2025 of eerder kijkt de gemeente weer naar het evenementenbeleid. Dan wordt opnieuw besloten wat er gevonden wordt, het advies uit het stadsdeel wordt daarin meegenomen. De voorzitter vraagt aan XXXXXXXXXXXXXXXX of er consequenties zijn verbonden aan het feit dat niet voldaan is aan de strikte voorwaarde dat enkele omwonenden een financiële schadevergoeding moest worden geboden. XXXXXXXXXXXXXXX zegt dat het bericht dat niet alle omwonenden akkoord waren met de financiële schadevergoedingen hen kort voordat het evenement zou beginnen bereikte. Op dat moment is een afweging gemaakt.
Gaan we 15.000 mensen vertellen niet te komen, met veiligheidsrisico’s en ongeregeldheden als gevolg, of laten we het evenement toch doorgaan? Consequentie voor volgend jaar is dat geïnteresseerde organisaties bij de aanvraag van de vergunning een overeenkomst, betreffende een financiële compensatie met bewoners, moeten overleggen. Het beleid bepaalt overigens dat een bedrag van € 150,- als schadevergoeding redelijk wordt geacht. XXXXXXXXXXXXXXX gaat vervolgens in op het tijdstip dat het besluit is genomen en de mogelijkheid van bezwaar. Hij stelt dat de periode na de vergunningaanvraag eigenlijk een beter moment is om invloed uit de oefenen. Belanghebbenden kunnen op het moment dat de aanvraag bekend is een zienswijze indienen. De gemeente is verplicht hierop te reageren. Waar nodig worden aanpassingen gedaan. Dit wordt dan ook effectiever geacht dan een bezwaar tegen een besluit. Het zorgt voor extra scherpte bij de organisatie en handhavers. XXXXXXXXXXXXXXX vertelt verder dat de Wet natuurbescherming een landelijke wet is die je als gemeente niet op eigen houtje aanscherpt. Hier is lang over nagedacht. Je kan als gemeente wel een gedragscode opstellen. Waarin de vraag wordt behandeld hoe je ervoor zorgt dat de wet wordt uitgevoerd.
XXXXXXXXXXXXXXX zegt dat in artikel 2.43, aanhef en onder i, van de Algemene Plaatselijke Verordening is bepaald dat de burgemeester een vergunning kan weigeren als de organisator onvoldoende waarborgen biedt om schade aan het milieu als gevolg van een evenement te voorkomen of te beperken. Zij vraagt of dit geen zelfstandige grond is om eisen te stellen op het gebied van broedende vogels. XXXXXXXXXXXXXXX zegt dat de APV ziet op de openbare orde en veiligheid. Het genoemde artikellid is geschreven voor de bescherming van het park zelf. De flora en fauna, daar is de Wet natuurbescherming voor. XXXXXXXXXXXXXXX zegt in reactie op de stelling van bezwaarden dat er over onvoldoende gratis drinkwater werd beschikt, dat het duurzaamheidsplan is goedgekeurd door de duurzaamheidsadviseur en de GHOR. XXXXXXXXXXXXXXX stelt verder dat bij de duur van het evenement is uitgegaan van één evenement met twee evenementdagen. De eerste dag een klein evenement met minder dan 2.000 bezoekers en de volgende dag een groot evenement met meer dan 2.000 bezoekers. In het locatieprofiel is opgenomen dat maximaal 1 dag een dergelijk groot evenement mag plaatsvinden. Een meerdaags groot evenement mag niet, dat gaat hier ook niet op. Het betreft 1 dag klein en 1 dag groot.
XXXXXXXXXXXXXXX vraagt of het locatieprofiel zal worden aangepast, aangezien het standpunt wordt ingenomen dat hierin ten onrechte een verscherping van de Wet natuurbescherming is opgenomen. XXXXXXXXXXXXXXX zegt dat door de stadsdeelvoorzitter is meegegeven het locatieprofiel aan te passen, maar dat de burgermeester daar nog mee wacht. Overigens heeft de organisator van het evenement inmiddels - in het kader van de evenementenkalender voor 2024 - de wens geuit om het evenement volgend jaar na half juli, buiten het broedseizoen, te laten plaatsvinden. In aanvulling daarop zegt XXXXXXXXXXXXXXX dat het broedseizoen loopt van maart tot juli. XXXXXXXXXXXXXXX vraagt aan de vergunningverlener of er een check is gedaan op de getroffen mitigerende maatregelen, voor en na het evenement. XXXXXXXXXXXXXXX antwoordt dat de check heeft plaatsgevonden. Deze zal de commissie beschikbaar worden gesteld. Dit is weliswaar niet in 1x goed gegaan, en hij wil daarom in het vervolg meer weten over de mitigerende maatregelen die genomen worden. XXXXXXXXXXXXXXX zegt dat zojuist is aangegeven dat de Wet natuurbescherming niet lokaal mag worden aangescherpt, maar dat wel een gedragscode kan worden opgesteld. Hij vraagt naar het onderscheid.
XXXXXXXXXXXXXXX zegt dat een organisator zich kan beroepen op de Wet natuurbescherming, die het mogelijk maakt om een evenement toe te staan als er maatregelen worden getroffen. Als het eropaan komt, is het broedseizoen geen weigeringsgrond. Wel zouden we met elkaar afspraken kunnen maken, zodat een ieder aan de Wet natuurbescherming voldoet en blijvende schade wordt voorkomen. XXXXXXXXXXXXXXX vraagt hoe de norm in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming opgevat moet worden. De zorgplicht stelt namelijk in eerste instantie dat een handeling die schadelijk is, achterwege gelaten moet worden. Indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, dienen noodzakelijke maatregelen te worden getroffen om die gevolgen te voorkomen. De vraag is of het houden van een evenement een handeling is waarvan redelijkerwijs niet kan worden gevergd achterwege te worden gelaten. XXXXXXXXXXXXXXX zegt dat de Wet natuurbescherming bepaalt dat er nabij broedende vogels activiteiten mogen plaatsvinden, mits mitigerende maatregelen worden getroffen. Om die reden kunnen festivals niet worden uitgesloten in een locatieprofiel. Na een korte pauze, worden vervolgens de bezwaren behandeld gericht tegen de verleende omgevingsvergunning ten behoeve van het No Art Festival. XXXXXXXXXXXXXXXdraagt deel 2 van zijn pleitnota (bijlage A) voor.
XXXXXXXXXXXXXXX legt uit dat de omgevingsvergunning een beperkt toetsingskader kent. In dit geval bestond er strijd met het bestemmingsplan, in de vorm van strijdig gebruik van de gronden. Het houdt geen specifiek verband met het op- en a ouwen van het evenement. Vervolgens is bekeken of een afwijking mogelijk is. Als voorwaarde geldt dat een plan in overeenstemming is met het criterium van een goede ruimtelijke ordening. De afdeling Ruimte & Duurzaamheid toetst dit, o.a. aan de hand van de plannen van een vergunninghouder, en adviseert het college van B&W. De APV vormt geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Het rapport van TAUW is wel meegenomen in de ruimtelijke onderbouwing.
XXXXXXXXXXXXXXX vraagt waarom de omgevingsvergunning is verleend voor de locatie Valentijnskade 130? Is dat het adres van het Flevopark? XXXXXXXXXXXXXXX stelt dat het adres op de vergunning te maken heeft met hoe de aanvraag wordt ingediend. Meestal wordt bij parken een adres ongeveer ter hoogte daarvan genomen, omdat deze geen adres kennen. Bij een omgevingsvergunning kan ook een plaats-indicatie voldoende zijn. XXXXXXXXXXXXXXX heeft nog vragen over de strijdigheden die worden genoemd in het besluit. Hierin worden een aantal artikelen aangehaald, maar er vallen ook een aantal artikelen weg. Het is niet helemaal duidelijk op welke strijdigheden de vergunning betrekking heeft. XXXXXXXXXXXXXXX vraagt of zij deze vraag later schriftelijk mag beantwoorden. XXXXXXXXXXXXXXX vraagt waar in het besluit de gemaakte belangenafweging is te lezen. Ten aanzien van verschillende onderwerpen, zoals milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid, heeft een beoordeling plaatsgevonden. Echter, zij mist een concrete afweging van het individuele belang van de aanvrager tegenover de aantrekkelijkheid van de woonomgeving en de rechtszekerheid van omwonenden. XXXXXXXXXXXXXXX antwoordt dat de belangen van omwonenden zeker zijn meegewogen. Met de uitvoerige behandeling van de diverse onderwerpen is bedoeld een belangenafweging te maken.
XXXXXXXXXXXXXXX protesteert tot slot tegen de gang van zaken. Hij noemt als voorbeeld het niet aanwezig zijn van de belangrijkste mensen, die nu middels een krakkemikkige scherm waar delen wegvallen aanwezig zijn. Hij acht dit stuitend. Verder heeft hij met eigen ogen geconstateerd dat op de ochtend van de behandeling van de voorlopige voorziening bij de rechtbank geen mitigerende maatregelen waren genomen. Daarbij zijn de vrienden van het Flevopark eind februari benaderd om te overleggen over het Flevopark. Dit is om nog onduidelijke redenen geannuleerd. Daarnaast hebben zij geen inzicht in de QuickScan en de mitigerende maatregelen, omdat deze geheim zouden zijn. XXXXXXXXXXXXXXX stelt dat de uitnodiging van de hoorzitting is verstuurd naar het in de aanvragen om de vergunning vermelde e-mailadres van vergunninghouders. Er is ook een ontvangstbevestiging retour gekomen. Daarin staat ‘Bedankt voor je bericht. Onderstaande mail wordt doorgezet naar een van de mijn collega’s binnen SKILLS Crowd Management. We komen zo snel mogelijk bij je terug.’ Dit gaf geen aanleiding aan te nemen dat de uitnodiging niet in goede orde ontvangen was.
XXXXXXXXXXXXXXX wijst er verder op dat gegeven de situatie dat vergunninghouders om wat voor reden dan ook geen kennis hebben genomen van de uitnodiging voor deze hoorzitting, met de voor handen zijnde technische middelen, naar vermogen is geprobeerd vergunninghouders alsnog bij de hoorzitting aanwezig te laten zijn. Dat de techniek daarbij niet perfect heeft gewerkt is erg jammer. Afgesproken wordt dat vergunninghouders de gelegenheid krijgen om hun standpunt alsnog schriftelijk in te brengen. Andere partijen mogen daar uiteraard ook schriftelijk op reageren. Dit zal naar verwachting een aantal weken vergen in welke tijd de behandeling van de bezwaarschriften noodzakelijk stilligt. Partijen stemmen daarom mondeling in met aanhouding van de behandeltermijn met ingang van vrijdag 20 oktober a.s. tot alle schriftelijke reacties zijn binnengekomen, dan wel de daarvoor geldende termijn is verstreken.
Bijlage A
Bijlage A
Bijlage A
Bijlage A
Bijlage A
Bijlage B
Bijlage 2 Toepasselijke wet- en regelgeving Algemene wet bestuursrecht (Awb) Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ingevolge het derde lid van artikel 1:2 van de Awb worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Artikel 7:1, eerste lid, van de Awb bepaalt dat degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar dient te maken, tenzij (…). In artikel 8:1 van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Ingevolge artikel 1.7, aanhef en onder c, van de APV kan het bevoegde bestuursorgaan een vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk wijzigen of intrekken als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nagekomen. In artikel 2.40 van de APV is het volgende bepaald ten aanzien van de vergunningplicht van een evenement: 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te houden. 2.
De aanvraag voor een vergunning wordt ingediend uiterlijk tien weken voor de datum van aanvang van het evenement. 3. De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van het evenement van deze termijn afwijken of voor bijzondere, periodiek terugkerende evenementen afzonderlijk bepalen op welk tijdstip de aanvraag wordt ingediend. Ingevolge artikel 2.43 van de APV kan de burgemeester de vergunning weigeren als naar zijn oordeel: a. het evenement gevaar oplevert voor de openbare orde, de gezondheid, de veiligheid, de brandveiligheid of voor het ontstaan van wanordelijkheden; b. een onevenredig groot aantal bezoekers te verwachten is; c. het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de plaats op waar het wordt gehouden; d. het evenement een onevenredig groot beslag legt op de beschikbare ruimte of tijd dan wel de inzet van hulpdiensten; e. het evenement een belemmering vormt voor het verkeer of het scheepvaartverkeer; f. van het evenement een onevenredige belasting voor het woon- of leefklimaat in de omgeving te verwachten is; g. het evenement verontreiniging tot gevolg heeft, afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de omgeving dan wel schade toebrengt aan groenvoorzieningen of voorzieningen van openbaar nut; h. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement, gelet op de hiervoor genoemde belangen of i.
de organisator onvoldoende waarborgen biedt om schade aan het milieu als gevolg van het evenement te voorkomen of te beperken. In artikel 2.44, eerste lid, van de APV is bepaald dat de burgemeester aan de vergunning bedoeld in artikel 2.40, eerste lid voorschriften en beperkingen kan verbinden ter bescherming van de in artikel 2.43 genoemde belangen.
Wet natuurbescherming In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is het volgende bepaald: 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.