Bijlage A Rapport Bureau Goudappel Coffeng Evaluatie en Aanscherping MJP Fiets (1)
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam
Tussentijdse evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets 2017-2022 Rapportage
.
Gemeente Amsterdam
Tussentijdse evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets 2017-2022 Rapportage
Datum Kenmerk
www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl
30 oktober 2020 007316.20201013.R1.02
Documentatiepagina
www.goudappel.nl
Opdrachtgever(s)
Gemeente Amsterdam
Titel rapport
Tussentijdse evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets 2017-2022
Kenmerk
007316.20201013.R1.02
Datum publicatie
30 oktober 2020
Projectteam opdrachtgever(s)
Wouter Haver, Roosmarijn Lindemann, Corinne Kooij
Projectteam Goudappel Coffeng
Nico Dogterom, Aart de Koning, Stijn van der Slot, Leonie Zengerink
Inhoud
Samenvatting
5
1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Doel van het onderzoek Aanpak Leeswijzer
11 11 12 12
2 2.1 2.2
Meerjarenplan Fiets Over het Meerjarenplan Fiets Organisatie
14 14 16
3 3.1 3.2
Onderzoeksopzet Onderzoeksopzet Indicatoren evaluatie
17 17 19
4 4.1 4.2 4.3
Resultaten evaluatie per pijler Pijler Comfortabel doorfietsen Pijler Gemakkelijk fietsparkeren Pijler Het nieuwe fietsen
21 21 28 36
5 5.1 5.2
Evaluatie Programma en doelstellingen MJPF Programma algemeen Voortgang en reflectie op de indicatoren
42 42 44
6 6.1 6.2
Overig beleid, trends en ontwikkelingen – meer kansen voor de fiets? Gemeentelijke ambities en koppelkansen met ander relevant beleid Trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor het MJPF
49 49 50
7 7.1 7.2
Conclusies en aanbevelingen Conclusies Aanbevelingen
53 53 57
Bijlage Evaluatie per maatregel Comfortabel doorfietsen Gemakkelijk fietsparkeren Het nieuwe fietsen
www.goudappel.nl
Pagina
64 64 90 116
Samenvatting
Aanleiding De gemeente Amsterdam heeft in 2017 het Meerjarenplan Fiets (MJPF) 2017-2022 opgesteld. Het programma Fiets is verantwoordelijk voor de uitvoering van de 54 maatregelen uit het plan. Binnen het programma Fiets zijn drie onderscheiden pijlers verantwoordelijk voor één van de drie hoofddoelstellingen van het MJPF: Comfortabel doorfietsen, Gemakkelijk fietsparkeren en Het nieuwe fietsen. In het huidige MJPF zijn succesvolle maatregelen uit het vorige MJPF (2012-2016) voortgezet en zijn nieuwe kansrijke maatregelen toegevoegd. Ook hebben experimenten en pilots met nieuwe technologieën een prominentere plek in het plan. Het huidige MJPF zet naast het fietsparkeren sterker in op het verbeteren en nieuw aanleggen van infrastructuur. Ook is het thema gedrag als nieuw speerpunt toegevoegd. Nu het MJPF fiets drie jaar op weg is, wil de gemeente beoordelen in welke mate de activiteiten uit het plan op koers liggen wat betreft de ambities. Ook wil de gemeente op basis van deze evaluatie komen tot een aanscherping van het MJPF wanneer dit wenselijk is. Goudappel Coffeng heeft dit onderzoek uitgevoerd voor de gemeente. Conclusies evaluatie Het programma Fiets boekt goede voortgang als het gaat om het uitvoeren van de maatregelen uit het MJPF. Wel zijn er verschillen tussen de pijlers als het gaat om de voortgang.
De tabellen op de volgende pagina’s tonen een samenvattend overzicht van de resultaten per maatregel. De voortgang van de infrastructuuropgave, waar de pijler Comfortabel doorfietsen verantwoordelijk voor is, ligt over het algemeen op schema. Bij de meeste grotere herinrichtingsprojecten en gebiedsontwikkelingen is het programma tijdig en naar tevredenheid betrokken, al is extra inzet gewenst om de aansluiting te optimaliseren. Een risico voor de realisatie van verbeteringen door herinrichtingen is de grote afhankelijkheid van actoren en processen buiten het programma. Onder andere de realisatie van nieuwe fietsverbindingen en het Groennet kent vertraging, mede vanwege de lange doorlooptijd. Uitvoering van de Tweede fietsring op kortere termijn is niet voorzien omdat eerst het autoverkeer op deze route zal moeten afnemen.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
5
De pijler Gemakkelijk fietsparkeren pakt de uitvoering van de maatregelen voortvarend op. Er zijn goede routines ontwikkeld om samen met de stadsdelen en andere stakeholders knelpunten gericht aan te pakken. Er zijn aansprekende en innovatieve fietsparkeerconcepten ontwikkeld, waarmee maatwerk te bieden is voor locaties waar knelpunten zich voordoen. De parkeerdruk op de hotspots neemt duidelijk af en het rapportcijfer over de kwaliteit van fietsparkeren is tussen 2016 en 2019 met 1,0 punt toegenomen. Over de hele linie zullen de maatregelen van deze pijler grotendeels gerealiseerd zijn aan het eind van de programmaperiode. De pijler Het nieuwe fietsen, gericht op het nieuwe thema gedrag, kende een vertraagde start. De maatregelen van de pijler zijn erg divers en gefragmenteerd. Inmiddels is een integraal werkplan ontwikkeld. De pijler verwacht daarmee de meeste maatregelen grotendeels gerealiseerd te hebben in 2022. De pijler heeft een overkoepelende visie ontwikkeld op het belang van het veraangenamen van de fietsrit. Deze visie is kansrijk met het oog op het verhogen van de fietstevredenheid. Meerdere maatregelen uit het MJPF zijn niet smart geformuleerd en kennen een open invulling. Dit maakt het lastig om uitspraken te doen over de mate van voortgang en effectiviteit van de maatregelen.
Tegelijk biedt de open formulering van deze maatregelen het programma ruimte om deze naar eigen inzichten in te vullen, gebaseerd op eigen creativiteit, voortschrijdend inzicht en kansen die zich op het moment voordoen. Dit lukt bij de ene maatregel beter dan bij de andere. Er zijn een aantal belangrijke risico’s voor het behalen van de doelstellingen uit het MJPF: ■ Er is grote afhankelijkheid van andere partijen in het realiseren van grote infrastructurele maatregelen. ■ De belangen van het programma botsen met andere belangen (andere modaliteiten, openbare ruimte, andere uitvoeringsprogramma’s); ■ De mogelijkheden voor het creëren van extra ruimte voor de fiets in de stad zijn beperkt; ■ Het aantal fietsers blijft toenemen. Dat zorgt voor blijvende druk op de infrastructuur en fietsparkeervoorzieningen; ■ Er is sprake van weerstand van omwonenden als het gaat om maatregelen voor de fiets; ■ COVID-19 zorgt voor vertraging bij de uitvoering van maatregelen (o.a. pilots). Aanbevelingen De opgave van het programma is om verder te werken aan de zichtbaarheid en aansluiting bij projecten in de stad, om zo de belangen van de fietser nog beter te borgen. De grotere infrastructurele opgaven blijven vragen om een slimme inzet van capaciteit en middelen om voortgang te behouden.
Tegelijk dient het programma de pilots uit het MJPF niet uit het oog te verliezen, die nu minder prioriteit dreigen te krijgen. Met name is aandacht gewenst voor pilots met technologische innovaties. De groei in het fietsgebruik vraagt om het verder verkennen van mogelijkheden tot meer sturing en regulering via slimme oplossingen.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
6
Wat betreft het fietsparkeren is het, na het behalen van quick wins, zaak om verder in te zetten op projecten bij hotspots die meer inspanning vergen. Ook wordt aanbevolen om quick wins te behalen op knelpunten buiten de hotspots of zelfs buiten te Ring. Hier ontstaan in toenemende mate knelpunten, waar de reeds geleerde lessen en routines eenvoudig ingezet kunnen worden. De focus van de pijler fietsparkeren ligt sterk op het ‘oplossen van problemen’. Het is aan te bevelen om, samen met Beleid, een visie te ontwikkelen op de toekomst van het fietsparkeren en nader te verkennen waar structurele verlichting van de problematiek met meest kansrijk is (meer stallingen, meer inzetten op regulering met technologische innovaties, meer inzet op deelmobiliteit?). Wat betreft Het nieuwe fietsen is aan te bevelen om meer focus in de pijler te brengen en daardoor een hoger rendement te bereiken met de maatregelen die effectiever zijn. Aanbevolen wordt om nader in te zetten op de fietsbeleving en het veraangenamen van de fietsrit als middelen om de fietstevredenheid te vergroten. Deze aanpak zou niet beperkt moeten zijn tot de maatregelen van Het nieuwe fietsen, maar verweven moeten zijn door het hele programma. Tegelijk is het belangrijk om nader in te zetten op fietsstimulering. Dit heeft tot nu toe nog niet de gewenste aandacht gekregen.
Dit rapport doet aanbevelingen voor extra of juist minder inzet voor specifieke maatregelen vanuit het programma. Tegelijk zijn er ook maatregelen waarbij extra bestuurlijke en politieke aandacht nodig is, omdat realisatie anders in het gevaar komt door het ontbreken van de juiste randvoorwaarden. Het gaat dan onder meer om de Tweede fietsring en realisatie van inpandige of ondergrondse stallingen in de centrumgebieden. Verder volgen nog enkele algemene aanbevelingen ten aanzien van de uitvoering van het MJPF en een doorkijk naar een volgend MJPF: ■ Aanbevolen wordt om meer lokale metingen uit te voeren tijdens en na het doen van een ingreep. Een generiek tevredenheidscijfer, zoals die nu is gesteld als indicator, zal moeite hebben om het effect van kleinschalige ingrepen te vangen. Lokale metingen zijn beter in staat om de waarde en effect van deze ingrepen te tonen, om daarvan te leren voor volgende ingrepen. ■ Aanbevolen wordt om in te zetten op een betere kennisdeling. Er wordt binnen het programma veel data verzameld, maar nog onvoldoende centraal ontsloten. Er zijn kansen om deze binnen, maar ook buiten het programma vaker en beter te benutten. ■ Het huidige MJPF is vrij unimodaal gedacht.
Het toenemende belang van ketenmobiliteit en de toenemende conflicten tussen modaliteiten en verplaatsen en verblijven in de beperkte openbare ruimte in de stad vragen om een meer integrale benadering. ■ Daarbij wordt aanbevolen om in het vaststellen en uitvoeren van maatregelen nog duidelijker de gebruikers centraal te stellen, met hun wensen, ervaringen en diversiteit daarin. Dat vraagt om meer kennis van wat gebruikers nu echt willen en een voortdurend toetsen van maatregelen aan de gewenste uitkomst voor de gebruikers.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
7
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
8
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
9
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
10
1 Inleiding
Amsterdam is internationaal een fietsstad bij uitstek. De fiets heeft een prominente plek in de stad. Tegelijk liggen er nog uitdagingen. De ruimte in de stad is beperkt, het fietsgebruik groeit hard, de fiets heeft niet in alle buurten en onder alle groepen een sterke positie en de vele ruimtelijke- en mobiliteitsontwikkelingen vragen om een continue doordenking van de rol van de fiets. In 2017 heeft de gemeente Amsterdam het Meerjarenplan Fiets (MJPF) 2017-2022 opgesteld. Het MJPF vormt de basis om gericht actie te ondernemen op knelpunten en uitdagingen op het gebied van fiets in de hoofdstad. Dit plan bevat drie hoofddoelstellingen: ■ Comfortabel doorfietsen ■ Gemakkelijk fietsparkeren ■ Het nieuwe fietsen Rond elk van deze drie hoofddoelstellingen zijn concrete maatregelen geformuleerd. Het programma Fiets is belast met de uitvoering van de maatregelen. Binnen het programma Fiets zijn drie onderscheiden pijlers verantwoordelijk voor één van de drie hoofddoelstellingen. Nu het MJPF drie jaar op weg is, wil de gemeente een oordeel over de algemene voortgang. Ook wil de gemeente in een evaluatie de maatregelen tegen het licht houden en bepalen welke maatregelen, gegeven de huidige omstandigheden, het meest kansrijk zijn om nader op in te zetten en welke dat in mindere mate zijn.
Het komt namelijk aan op een verstandige inzet van middelen om het fietsen in de stad naar een (nog) hoger niveau te brengen. De gemeente heeft aan Goudappel Coffeng gevraagd om deze evaluatie en aanscherping van het MJPF uit te voeren.
1.1
Doel van het onderzoek
Dit onderzoek behelst zowel het uitvoeren van een evaluatie als het doen van aanbevelingen voor mogelijke aanscherping van het MJPF.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
11
1.1.1
Evaluatie
De gemeente Amsterdam heeft behoefte aan inzicht in de aanpak en inzet van de drie onderscheiden pijlers. Ook wil de gemeente inzicht in de resultaten die tot nu toe behaald zijn per maatregel, met daarbij een evaluatie van de effectiviteit en de kosteneffectiviteit van de maatregel. De evaluatie van de voortgang en effecten van de pijlers en de maatregelen geven een antwoord op de vraag in welke mate de activiteiten uit het plan op koers liggen wat betreft de ambities uit het plan. Twee vragen staan in de evaluatie centraal: ‘doen we de goede dingen?’ en ‘doen we de dingen goed?’
1.1.2
Aanscherping
Op basis van de evaluatie wil de gemeente ook graag een vakinhoudelijk advies met een handelingsperspectief om het huidige programma bij de stellen en aan te scherpen. Daarbij dient ook aandacht besteed te worden aan externe trends en ontwikkelingen, die kunnen bijdragen aan de doelstellingen van het MJPF of daar juist afbreuk aan doen. Het voorstel voor de aanscherping is een antwoord op de vraag ‘Welke aanbevelingen zijn er om het huidige MJPF te herijken zodat recht gedaan wordt aan de ambities van het college?’ Op basis van de evaluatie en gesignaleerde trends en ontwikkelingen bevat dit rapport aanbevelingen voor aanscherping. Deze vormen input voor een nader gespecificeerd voorstel voor aanscherping dat door de afdeling Kennis & Kaders zelf is geformuleerd en dat als oplegger bij dit rapport is toegevoegd.
1.2
Aanpak
Er is gebruik gemaakt van een zelfevaluatie. De verantwoordelijke managers en projectleiders hebben als experts de activiteiten en de voortgang van de pijler en de maatregelen beoordeeld en zijn allen geïnterviewd. Daarnaast zijn interviews met betrokkenen buiten het programma Fiets uitgevoerd, zowel binnen als buiten de gemeente. De bevindingen uit de zelfevaluatie en de interviews zijn gepresenteerd en bediscussieerd in twee ambtelijke werksessies. In de werksessies hebben de betrokkenen vanuit het programma Fiets voorstellen voor aanscherping van specifieke maatregelen gedaan. De in dit rapport gepresenteerde aanbevelingen en voorstellen voor aanscherping zijn zowel gebaseerd op de opbrengst van deze sessies als op de eigen oordelen van de onderzoekers naar aanleiding van de evaluatie.
1.3
Leeswijzer
Het volgende hoofdstuk geeft een korte beschrijving van het MJPF. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksopzet in meer detail. Hoofdstuk 4 presenteert de resultaten, waarbij achtereenvolgens de drie pijlers en hun maatregelen aan bod komen. Het gaat hier om enkele algemene en bijzondere bevindingen; een gedetailleerde toelichting op de activiteiten en voortgang per maatregel is te vinden in de bijlage. Hoofdstuk 5
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
12
presenteert enkele bevindingen die het gehele MJPF aangaan en gaat nader in op de voortgang op de indicatoren en de monitoring. Hoofdstuk 6 bespreekt relevante trends en ontwikkelingen die van belang zijn voor de toekomst van de fiets in de stad en waar het huidige of een volgend MJPF nader op in kan haken. De conclusies en aanbevelingen volgen in Hoofdstuk 7.
Figuur 1.1: Situatie voor en na ingreep fietsparkeren, De Hallen (gemeente Amsterdam)
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
13
2 Meerjarenplan Fiets
2.1
Over het Meerjarenplan Fiets
De gemeente Amsterdam heeft als hoofddoelen om de stad gezonder en aantrekkelijker te maken en de economie te versterken. In het realiseren van deze doelen heeft de fiets een belangrijke plaats. De fiets is een gezonde, schone en ruimte-efficiënte vorm van transport, die bijdraagt aan het bereikbaar en toegankelijk houden van de stad. Tegelijk wordt het steeds drukker in de stad. Fietsers ervaren knelpunten in het gebruiken van de infrastructuur, het stallen van hun fiets en in hun verhouding met andere fietsers en overige weggebruikers. Het MJPF signaleert belangrijke opgaven die er voor de fiets liggen en heeft 54 maatregelen geformuleerd om de stad fietsvriendelijker te maken. Het huidige MJPF bouwt voort op het MJPF 2012-2016. In de uitvoering van het vorige plan zijn belangrijke resultaten behaald, vooral op het gebied van fietsparkeren. In het huidige MJPF worden succesvolle maatregelen voortgezet en zijn nieuwe kansrijke maatregelen toegevoegd. Ook hebben experimenten en pilots met nieuwe technologieën een prominentere plek in het plan. Het huidige MJPF zet naast het fietsparkeren sterker in op het verbeteren en nieuw aanleggen van infrastructuur. Ook is het thema gedrag als nieuw speerpunt toegevoegd, onder de pijler Het nieuwe fietsen. Het MJPF bestaat uit drie pijlers die elk hun eigen doelstellingen, aanpak en indicatoren hebben.
2.1.1
Comfortabel doorfietsen
De pijler Comfortabel doorfietsen zet in op het behouden en creëren van royale, directe, snelle, egale en herkenbare routes. Belangrijke speerpunten zijn het breder maken van fietspaden, het comfortabeler maken van het wegdek (onderhoud, o.a. van tegels naar asfalt), het verhogen van de oversteekbaarheid bij kruisingen en het realiseren van nieuwe verbindingen. De nieuwe verbindingen moeten zoveel mogelijk aantrekkelijke routes worden. Daarom is er een belangrijke inzet op het Groennet: een netwerk van aantrekkelijke, autoluwe en emissiearme fietsroutes door de hele stad. De pijler kent twee formele doelstellingen, met bijbehorende indicatoren om de voortgang te monitoren:
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
14
Doelstelling Comfortabel doorfietsen
Tevredenheid fietsers over de kwaliteit van het fietsnetwerk
Indicator Percentage fietspad waarvan minimale breedte 2,5 meter is (Plusnet fiets, binnen ring A10 en ten zuiden van het IJ) Rapportcijfer kwaliteit fietsnetwerk
Doel 50%
7,0
Naast deze twee zogenoemde doelindicatoren, heeft de pijler een tweetal outputindicatoren. Dit zijn: Indicator Het aantal ontbrekende schakels die zijn gerealiseerd Het aantal kruispunten waar verbeteringen zijn gerealiseerd met kleine infrastructurele maatregelen (KIM’s)
2.1.2
Doel 20 10
Gemakkelijk fietsparkeren
Het parkeren van fietsen blijft een forse uitdaging in de stad en geeft veel overlast in de publieke ruimte. De pijler zet in op fietsparkeervoorzieningen die herkenbaar zijn, meer centraal gebundeld zijn en tegelijk dichtbij de bestemmingen van fietsers gelegen zijn. Daarbij hoort niet alleen het realiseren van meer fietsparkeerplaatsen maar ook extra inzet op handhaving. Ook zet de pijler in op experimenten met nieuwe technologieën. De pijler bestaat uit twee deelpijlers. Eén deelpijler richt zich op fietsparkeren op hotspots, in het MJPF geselecteerde locaties in de stad die de grootste knelpunten vormen. De andere deelpijler richt zich op fietsparkeren bij OV-locaties. Hoewel het OVdeel maar een relatief klein aantal benoemde maatregelen kent binnen het MJPF, ligt hier een relatief grote en complexe opgave, die veel inspanningen qua kosten en capaciteit van het programma vergen. De pijler kent drie formele doelstellingen, met bijbehorende indicatoren: Doelstelling Toegankelijke openbare ruimte Voldoende beschikbare fietsparkeervoorzieningen Tevredenheid fietsers over de kwaliteit van de fietsparkeervoorzieningen
www.goudappel.nl
Indicator Parkeerdruk hotspots Bezettingsgraad hotspots
Doel 125% 85%
Rapportcijfer fietsparkeren
7,0
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
15
De pijler kent daarnaast nog 5 outputindicatoren: Indicator Parkeerdruk OV-locaties Bezettingsgraad OV-locaties Percentage fietsen buiten de voorziening hotspots Percentage fietsen buiten de voorziening OV-locaties Aantal gerealiseerde fietsparkeervoorzieningen (inpandig en op maaiveld)
2.1.3
Streefgetal 125% 85% 32% 30.00040.000
Het nieuwe fietsen
De pijler Het nieuwe fietsen zet in op het stimuleren van fietsgebruik door de fiets sterker als alternatief voor de auto te positioneren, met name in de stadsdelen waar de fiets nog niet zo’n sterke positie heeft. Daarnaast zet de pijler in op het stimuleren van ‘passend gedrag’. Hoe meer verschijningsvormen de fiets krijgt, hoe meer uiteenlopend gedrag fietsers vertonen. Dit leidt meer dan eens tot ergernissen en conflicten op straat. Door middel van pilots moet de pijler een beter inzicht krijgen in welke gedragsstrategieën werken om ‘passend’ gedrag te stimuleren en om de fietsrit te veraangenamen. Goed werkende strategieën worden vervolgens breder uitgezet. Het nieuwe fietsen draagt eraan bij dat Amsterdam de goede naam die het op het gebied van fietsen heeft behoudt. De pijler kent twee formele doelstellingen, met bijbehorende indicatoren: Doelstelling Kiezen voor de fiets Het nieuwe fietsen
Indicator Aandeel fietsverplaatsingen in Nieuw-West, Noord en Zuidoost Fietstevredenheidscijfer
Doel 35% 7,5
Daarnaast heeft de pijler één outputindicator: Indicator Aantal pilots
2.2
Doel -
Organisatie
Het programma Fiets is als Uitvoeringsprogramma verantwoordelijk voor de uitvoering van het MJPF. Het programma zorgt voor integrale sturing op het realiseren van de doelstellingen en coördineert de taken rondom de uitvoering. Het programma Fiets is onderdeel van de directie Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR). Bemensing van het programmateam wordt gedurende de programmaperiode betrokken vanuit verschillende directies, naast V&OR met name het Ingenieursbureau en het Projectmanagementbureau.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
16
3 Onderzoeksopzet
Dit hoofdstuk beschrijft de onderzoeksopzet die gebruikt is in het onderzoek.
3.1
Onderzoeksopzet
Er is gebruik gemaakt van een zelfevaluatie. Pijlermanagers en andere verantwoordelijken hebben zelf de voortgang, effectiviteit en bijdrage aan de doelstellingen beoordeeld aan de hand van een vooraf opgestelde vragenlijst. Vervolgens is met de pijlermanagers een interview gehouden waarin zij hun antwoorden konden toelichten. Ook zijn met andere betrokken binnen en buiten de gemeente Amsterdam interviews gehouden over hun visie op de voortgang, effecten en aanscherping van het MJPF. In de volgende paragrafen beschrijven we de methodiek in meer detail.
3.1.1
Vragenlijst
De vragenlijst bevatte vragen over verschillende onderwerpen. De vragen bestonden uit een mix van open vragen en vragen waarbij een antwoordcategorie geselecteerd kon worden. De vragen per onderwerp zijn de volgende:
Activiteiten en resultaten ■ ■
Geef een korte beschrijving van de activiteiten die tot nu toe zijn uitgevoerd. Geef een korte beschrijving van de resultaten die tot nu toe zijn geleverd binnen de maatregel.
Voortgang ■ ■ ■ ■
www.goudappel.nl
Hoe evalueert u de voortang in de uitvoering van de maatregel tot nu toe? Zijn er toekomstige risico’s voor de uitvoering van de maatregel? Welke zijn dit (intern of extern)? Hoe schat u de voortgang in de uitvoering van de maatregel vanaf nu in? Is er kans op vertraging of versnelling? Welk deel van de maatregel is gerealiseerd in 2022?
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
17
Effectiviteit en kosteneffectiviteit ■ ■ ■
In welke mate draagt de maatregel volgens u bij aan het realiseren van de doelstellingen uit het Meerjarenplan? Hoe beoordeelt u het belang van de maatregel in het realiseren van mogelijk andere doelstellingen dan vastgelegd in het Meerjarenplan? Hoe beoordeelt u de kosteneffectiviteit van de maatregel in het realiseren van de doelstelling?
Ook voor het bepalen van de effectiviteit en kosteneffectiviteit is gebruik gemaakt van een zelfevaluatie. Dit zijn indicatoren die in het geval van de maatregelen uit het MJPF lastig objectief en kwantitatief uit te drukken zijn. Veel maatregelen dragen bij aan de doelstellingen, maar het is in veel gevallen onmogelijk om de objectieve bijdrage van één maatregel aan de doelstelling vast te stellen. Dit is echter ook niet nodig voor een goede evaluatie. Het gebruik van de inschatting van betrokkenen – als expert judgement – volstaat. De betrokkenen kunnen zelf een nauwkeurige inschatting maken van de (kosten)effectiviteit van de maatregelen gebaseerd op een jarenlange kennis en ervaring, kennis van referentieprojecten en hun bekendheid met de context en ontwikkelingen in de stad. Hun oordelen zijn vervolgens getoetst door de onderzoekers. Pijlermanagers waren zelf verantwoordelijk voor het ophalen van de benodigde informatie. In veel gevallen heeft de projectleider van de betreffende maatregel de vragen ingevuld. Deze werkwijze kan een eenduidige beoordeling van maatregelen hebben beïnvloed. In de bijlage is een uitgebreide toelichting opgenomen op de scores per maatregel.
Figuur 3.1: Fietsstraat Sarphatistraat
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
18
3.1.2
Interviews
Na het invullen van de vragenlijsten zijn interviews gehouden met de pijlermanagers. In de interviews zijn onder andere de volgende zaken aan bod gekomen: ■ Aanvullen van nog ontbrekende informatie per maatregel; ■ Duiding van informatie uit de vragenlijst; ■ Reflectie op algemene voortgang van de pijler (wat gaat goed/wat kan beter?); ■ Reflectie op externe invloeden en andere ontwikkelingen die positieve dan wel negatieve invloed hebben op de uitvoering of het resultaat; ■ Huidige trends, ontwikkelingen en kansen, en hoe hierop in te spelen met het MJPF in de komende jaren. Naast interviews met de pijlermangeres zijn ook interviews gehouden met andere betrokkenen, zowel binnen als buiten de gemeente Amsterdam. Ook aan hen is gevraagd naar hun visie op de voortgang, effecten en aanscherping van het MJPF.
In totaal is met de volgende personen een interview gehouden: ■ David Gelauff (programmamanager); ■ Martijn Simons (pijlermanager Comfortabel doorfietsen); ■ Maaike Nicolai en Sietske Voorn (pijlermanager Gemakkelijk fietsparkeren, hotspots); ■ Liezelotte Nagtegaal (pijlermanager Gemakkelijk fietsparkeren, OV-knooppunten); ■ Koen van ‘t Hof en Corinne Kooij (pijlermanager Het nieuwe fietsen); ■ Geert Prins (Ping if you care-pilot); ■ Wouter Haver (Kennis & Kaders); ■ Iris van Scheppingen (Ambtelijk opdrachtgever); ■ Martijn Sargentini (Vervoerregio); ■ Florrie de Pater en Marjolein de Lange (Fietsersbond). Ook zijn interviews gehouden met externe experts, te weten Marco te Brömmelstroet (UvA) en Otto van Boggelen (Fietsberaad).
3.1.3
Sessies
In de laatste fase van het onderzoek zijn twee ambtelijke werksessies gehouden met de pijlermanagers van het programma Fiets en betrokkenen van Beleid. In de eerste werksessie zijn de resultaten van de evaluatie gepresenteerd en bediscussieerd. In de tweede werksessie zijn gezamenlijk voorstellen voor aanscherping geformuleerd.
3.2
Indicatoren evaluatie
In de presentatie van de resultaten van de evaluatie staat een aantal indicatoren centraal. Allereerst hebben de pijlermanagers in de vragenlijst de maatregelen gescoord op de indicatoren. Vervolgens zijn deze door de onderzoekers beoordeeld en in de gezamenlijke sessies bediscussieerd. Daarna zijn de uiteindelijke scores vastgesteld. De indicatoren die in deze evaluatie gebruikt zijn, zijn de volgende:
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
19
Indicator
Toelichting
Bijdrage aan
De mate waarin de maatregel
doelstellingen MJPF
bijdraagt aan de doelstellingen
Scores
uit het MJPF.
Bijdrage aan andere
De mate waarin de maatregel
doelen
bijdraagt aan doelen die niet in expliciet in het MJPF zijn geformuleerd, zoals leefbaarheid, verkeersveiligheid.
Kosteneffectiviteit
Hoe groter de bijdrage aan de doelstellingen en hoe lager de kosten, hoe hoger de kosteneffectiviteit van de maatregel is.
Voortgang
Voortgang in het realiseren van de maatregel, ten opzichte van de planning.
Verwachte voortgang
Inschatting van de verwachte voortgang tot het einde van de programmaperiode. Het gaat om hoe het er op moment van de evaluatie voorstaat. De voortgang kan sneller verlopen door mogelijke aanscherping.
Realisatie in 2022
Deel van de maatregel dat naar verwachting gerealiseerd zal zijn bij het einde van de programmaperiode.
Gewenste inzet
De mate waarop bijsturing gewenst is, gegeven de voortgang, verwachte realisatie, bijdrage en kosteneffectiviteit.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
20
4 Resultaten evaluatie per pijler
Dit hoofdstuk presenteert de bevindingen van de evaluatie per pijler. Per pijler worden allereerst bevindingen over de activiteiten en de voortgang besproken. Het gaat hier om de belangrijkste conclusies op basis van de scores op de indicatoren per maatregel en de achtergronden daarvan. De scores op de indicatoren van de maatregelen worden in dit hoofdstuk in een overzichtstabel getoond per pijler. Een toelichting op de scores per maatregel is in de bijlage te vinden. Hier wordt ook nader ingegaan op de indicatoren die omwille van de overzichtelijkheid niet in de overzichtstabel getoond zijn. Na de presentatie van de belangrijkste bevindingen volgen aanbevelingen. Bij het vergelijken van de scores per maatregel dient opgemerkt te worden dat de maatregelen verschillen in de doelen waaraan zij bijdragen, in grootte en in schaal. Het is daardoor lastig om maatregelen onderling met elkaar te vergelijken en om aan te geven welke maatregelen meer bijdragen aan de doelstellingen en meer bijdragen per geïnvesteerde euro (kosteneffectiviteit) dan andere maatregelen.
4.1
Pijler Comfortabel doorfietsen
De pijler Comfortabel doorfietsen houdt zich hoofdzakelijk bezig met infrastructurele maatregelen. Onder de pijler zijn 20 maatregelen geschaard, die onderling soms overlappen. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de resultaten per maatregel. Allereerst worden enkele algemene bevindingen beschreven. Vervolgens worden aanbevelingen gegeven, waarbij nader ingegaan wordt op de maatregelen waarbij extra, of juist minder inzet gewenst is.
4.1.1
Activiteiten en voortgang
De meeste maatregelen van de pijler Comfortabel doorfietsen kennen een goede voortgang. Het gaat hier om enkele grote en voor de pijler beeldbepalende maatregelen, zoals Bredere routes bij herprofilering (1), Binnenring (3) en Fietsbereikbaarheid gebieden (15, met name onderdeel 15B (Zuidoost) en 15D (Sportas)). Deze maatregelen zijn complex, maar zijn tot nu toe voortvarend opgepakt. Ook de maatregelen rondom het Centraal Station liggen goed op schema (maatregelen 4, 5 en
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
21
6). Deze dragen bij aan het beter verwerken van de drukte op deze route en een grotere toegankelijkheid van het Centraal Station. De integrale herinrichting van de Prins Hendrikkade (maatregel 6) start op zijn vroegst in 2023, maar vooruitlopend wordt hier een aantal maatregelen voor fietsers gerealiseerd. Het lukt het programma goed om werk met werk te maken. Het programma vindt doorgaans goede aansluiting bij reeds geplande herinrichtingen of grote onderhoudsprojecten om daarin verbeteringen van de fietsinfrastructuur mee te nemen. Dit zorgt voor lagere kosten om de maatregelen uit het MJPF te realiseren en veroorzaakt minder hinder dan wanneer het programma zelf nieuwe projecten zou starten. Grotere verbeteringen worden veelal buiten het programma georganiseerd, waarbij de adviserende rol van de pijler effectief en efficiënt lijkt te werken. Bij de meeste grotere projecten en gebiedsontwikkelingen is het programma tijdig en naar tevredenheid betrokken. Hier lukt het goed om de belangen van de fiets in te brengen en deze om te zetten in concrete infrastructurele verbeteringen voor de fiets. Er is een aantal projecten en gebiedsontwikkelingen waarbij de aanhaking vanuit het programma beter kan. Onvoldoende aansluiting kan ertoe leiden dat de doelen uit het MJPF onvoldoende mee worden genomen in de herinrichting.
De pijler weet niet altijd dat deze herinrichtings- of onderhoudsprojecten spelen, om daarvanuit zelf actief de aansluiting te zoeken. Ook wordt vanuit projecten niet altijd het programma gevraagd om inbreng. Een risico voor de realisatie van maatregelen die een herinrichting beogen is de grote afhankelijkheid van actoren en processen waar het programma weinig invloed op heeft. Herinrichtingen of grote aanpassingen in de openbare ruimte/aan de fietsvoorzieningen vragen om een langdurig voorbereidingstraject, met daarbij de benodigde onderzoeken en planvormingsprocessen. Daarnaast leidt de wens om zo veel mogelijk aan te sluiten bij groot onderhoud of al geplande herinrichtingen tot afhankelijkheid van beschikbare tijdvensters. Wat betreft de planning van uitvoeringen heeft het programma weinig sturingsmogelijkheden. Het programma is terughoudend in het zelf initiëren van herinrichtingen (maatregel 2) omdat dit een zeer tijdrovend proces is dat veel capaciteit, draagvlak en budget vraagt. De realisatie van nieuwe infrastructurele verbindingen verloopt tot nu toe langzamer dan gewenst. Het gaat hier om de maatregelen 16 (Aanleg nieuwe fietsverbindingen) en 19 (Uitvoering van het Groennet). Deze kennen een lange aanlooptijd.
Er is veel afstemming nodig met partijen en er moet voldaan worden aan wet- en regelgeving, onder andere op het gebied van flora en fauna, wat veel tijd vraagt. Uitvoering moet bovendien worden ingepast in de integrale planning van infrawerken stadsbreed (stadsregie). Daarnaast is er op een deel van de routes sprake van weerstand van omwonenden.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
22
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
23
De voorbereidingen voor de Tweede fietsring (maatregel 9) kennen een lange doorlooptijd. Onder de huidige verkeersomstandigheden is realisatie van de Tweede fietsring niet voorzien. De realisatie van de Tweede fietsring is sterk afhankelijk van de uitvoering van de Agenda Autoluw. Eerst zullen de autointensiteiten fors teruggebracht moeten worden, alvorens tot een realisatie van royale fietsroutes kan worden overgegaan. Slechts een beperkt deel van de tweede fietsring zal in 2022 gerealiseerd zijn. De uitvoering van de maatregelen met een meer experimenteel karakter kan beter. Het gaat hier om de maatregelen 13 (Pilot Fietschips) en 14 (Innovaties in Amsterdam, is nu bij pijler Het nieuwe fietsen belegd). Deze maatregelen vragen om relatief veel inspanningen. Ook de bijdrage aan de doelstellingen is bij deze maatregelen minder zichtbaar. Daardoor wordt aan deze maatregelen tot nu toe minder prioriteit gegeven. Niettemin draagt het ontwikkelen van experimenten bij aan kennisopbouw en het imago van Amsterdam Fietsstad. De pilot met ‘intelligente’ verkeerslichten (maatregel 13) is een waardevolle pilot met het oog op het toekomst. Interactieve fietschips of -apps kunnen in potentie effectief zijn in het reguleren van het fietsgebruik en fietsparkeren in de stad.
De pijler maakt reeds gebruik van dynamisch prioriteren bij het vaststellen van de locaties waarop inzet gewenst is (o.a. maatregel 2, 11 en 16). Locaties zoals genoemd in het MJPF (zowel infra als parkeren) worden niet als een statische lijst beschouwd. In plaats daarvan wordt de lijst steeds opnieuw bepaald aan de hand van de doelstellingen. Vanuit het oogpunt van effectiviteit en efficiëntie is dit een wenselijke aanpak, die waar mogelijk uitgebreid dient te worden. COVID-19 zorgt ervoor dat sommige maatregelen versneld en met minder hinder voor het verkeer kunnen worden uitgevoerd. Het gaat hier onder andere om de werkzaamheden rondom het Centraal Station (maatregel 5) en de aanpak van kruispunten (maatregel 11).
4.1.2
Aanbevelingen
Algemene aanbevelingen De zichtbaarheid van het programma kan verhoogd worden, en daarmee de kans dat het eerder bij herinrichtingsprojecten aangesloten is. Er zijn nog herinrichtingsprojecten en gebiedsontwikkelingen waarbij het programma niet aangesloten is. Vooral kleinere projecten staan niet altijd op het vizier van het programma. Ook staan het programma en de doelen van het programma niet altijd op het vizier bij de projectteams. Een centraal ‘loket’ waar projecten zich kunnen melden kan helpen de zichtbaarheid en de doeltreffendheid van het programma te vergroten. Aandacht voor de pilots binnen de pijler is nodig. De pilots dreigen minder prioriteit te krijgen vanwege aandacht voor de grotere infrastructurele maatregelen. Vooral de pilot met fietschips wordt echter waardevol geacht vanuit de reflectie op de toekomst van de positie van de fiets in de stad. Daarom is aan te bevelen dat het programma de pilots met intelligente verkeerslichten, fietschips en apps (maatregelen 13, 40 en 48) bundelt en deze gezamenlijk oppakt vanuit de pijler Gemakkelijk fietsparkeren, zoals nu het voornemen is. Het is zaak om kritisch na te gaan of er mogelijkheden zijn om meer ruimte te maken voor de fietsers. Daarbij is het van belang om de kansen die Agenda Autlouw biedt te benutten. De toenemende drukte op de fietspaden en COVID-19 benadrukken de
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
24
noodzaak hiervoor. Tegelijk zijn de mogelijkheden om extra ruimte voor de fiets te maken beperkt, vooral in de centrumgebieden. De onderzoeken die in het kader van maatregel 8 zijn uitgevoerd onderstrepen dit. In de centrumgebieden kan alleen een schaalsprong gemaakt worden in het faciliteren van de fiets wanneer andere modaliteiten aan ruimte inleveren. Dit vraagt om een fundamentele doordenking van de rol van de fiets in de openbare ruimte en in het gehele mobiliteitssysteem en het maken van bijbehorende politieke keuzen. De Agenda Autoluw schept voorwaarden voor het meer ruimte geven voor de fiets. Maar er zijn beperkingen aan de uitrol van maatregelen uit de Agenda. Dit wordt bijvoorbeeld zichtbaar in het geval van de Tweede fietsring. Het terugdringen van het autoverkeer op de Tweede fietsring loopt tegen grenzen aan omdat dit leidt tot een toename van het verkeer op andere routes en dus tot potentieel meer congestie en overschrijding van luchtkwaliteitsnormen op deze routes. Aanbevelingen per maatregel Naast de bovengenoemde algemene aanbevelingen, vormt de evaluatie aanleiding om ten aanzien van enkele maatregelen specifieke aanbevelingen te doen. Het gaat om de maatregelen waarvan is aangegeven of hier extra en juist minder inzet gewenst (zie tabel 4.1). Extra inzet is gewenst wanneer de maatregel effectief is maar achter loopt op schema.
Extra inzet is ook gewenst wanneer een effectieve maatregel al wel goed loopt maar met extra inzet nog meer uit de maatregel te halen is. Minder inzet is gewenst wanneer de maatregel veel inzet kost maar weinig bijdraagt.
Maatregel 1: Bredere routes bij herprofilering Zoals reeds aangegeven is het programma bij veel herinrichtingen en gebiedsontwikkelingen goed aangehaakt. Dit kan echter nog beter. Niet bij alle projecten is er een tijdige betrokkenheid en bij vooral kleinere projecten bestaat er risico dat er helemaal geen aansluiting is. Extra inzet vanuit het programma is nodig om de aansluiting op relevante projecten te optimaliseren.
Maatregel 2: Slimme maatregelen voor nieuwe ruimteverdeling Het uitvoeren van herinrichtingen buiten regulier onderhoud of reeds geplande herinrichtingen om is erg tijdrovend en kostbaar. Met de huidige capaciteit en middelen vanuit het programma is dit weinig kansrijk. Kleinschalige maatregelen om de ruimte voor fietsers beter te benutten leiden veelal tot geringe verbeteringen voor de fiets. Beschikbaar budget vanuit programma Fiets is niet voldoende voor grotere werken, bovendien zouden deze tegen dezelfde complexiteit aanlopen als een aantal andere maatregelen in deze pijler (afhankelijkheid van en afstemming met andere partijen, draagvlak omwonenden, wet- en regelgeving). Het is daarom aan te bevelen om de inzet op deze maatregel te verminderen of op andere wijze in de organisatie te zetten en extra in te zetten op de aansluiting bij regulier onderhoud of reeds geplande herinrichtingen (maatregel 1).
Maatregel 9: Tweede fietsring Ceintuurbaan – Bilderdijkstraat Formeel is in het MJPF opgenomen dat deze maatregel slechts zou worden onderzocht en daarmee kan de maatregel ook als (grotendeels) afgerond worden beschouwd. Echter, gezien de politieke prioriteit die is gegeven aan het daadwerkelijk uitvoeren van deze
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
25
maatregel is de voortgang als ‘enigszins achter op schema’ en het verwachte deel gerealiseerd in 2022 als ‘gering’ beoordeeld. Dat komt door de lange voorbereidingstijd en de vele onderzoeken die nodig zijn. Veel onderzoek is reeds uitgevoerd. Maar aan een belangrijke randvoorwaarde om de Tweede fietsstraat daadwerkelijk te realiseren wordt (nog) niet voldaan. Eerst zal de intensiteit van het autoverkeer op de route sterk verminderd moeten worden. Dit ligt niet binnen de mogelijkheden van het programma Fiets. De voortgang van de maatregel is daarmee sterk afhankelijk van maatregelen buiten het programma en mogelijk aanvullende politieke keuzes die nodig zijn voor het scheppen van de juiste randvoorwaarden.
Maatregel 10: Oversteekbaarheid van de Stadshouderskade Om de potentie van de Binnenring en op termijn de Tweede fietsring optimaal te benutten moet de oversteekbaarheid van drukke verkeersaders omhoog. Alleen bij een verbeterde oversteekbaarheid van bijvoorbeeld de s100 is het voor fietsers aantrekkelijk om van deze ringen gebruik te maken. De maatregel focust zich in het huidige MJPF op de oversteekbaarheid van de Stadshouderskade ter hoogte van het Vondelpark en het Rijksmuseum. Het is aan te bevelen om de scope van de maatregel uit te breiden en daarmee ook op andere locaties de mogelijkheden voor het verruimen van de oversteekbaarheid te verkennen.
Maatregel 15: Fietsbereikbaarheid gebieden De voortgang van de deelopgaven 15B (Zuidoost) en 15D (Sportas) gaat naar wens. Er zijn goede relaties met het programma Sprong over het IJ (15A) en Zuidas (15C). In potentie is dit een zeer effectieve maatregel met het oog op de doelen van het MJPF. Voorstel is om de scope van deze maatregel uit te breiden naar andere grote gebiedsontwikkelingen, zoals IJburg tweede fase en Buiksloterham. Met extra inzet en een betere aansluiting op gebiedsontwikkelingen in de focusgebieden is een grotere bijdrage aan de doelen te realiseren.
Maatregel 16: Aanleg nieuwe fietsverbindingen Het aanleggen van nieuwe fietsverbindingen kent vertraging. Benodigde technische onderzoeken, wet- en regelgeving en maatschappelijke weerstand leiden tot lange planvormingsprocessen. Extra inzet is gewenst om de beoogde doelen met deze maatregel te realiseren.
Maatregel 17: Fietspaden asfalteren De maatregel is erg kosteneffectief en wordt voortvarend opgepakt. De ambitie is om in 2025 alle fietspaden (uitgezonderd op bijzondere en beeldbepalende plekken (Puccini en UNESCO)) van (rood) asfalt te voorzien. Dit is een erg hoge ambitie en afgevraagd kan worden of het asfalteren van alle fietspaden nodig is. Met extra inzet kunnen kansen voor een versnelde uitvoering van de maatregel worden benut, waarbij wordt voorgesteld om vooral in te zetten op het Plusnet.
Maatregel 19: Uitvoering van het Groennet Er is inmiddels een masterplan voor de uitvoering opgesteld. Ook zijn inmiddels de kleinere, makkelijkere opgaven gerealiseerd (laaghangend fruit). Daarmee verloopt Fase 1 goed. Het realiseren van nieuwe groene schakels (Fase 2) zal naar verwachting echter
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
26
moeizaam verlopen. Uitvoering van het Groennet wordt wel belangrijk bevonden vanwege de verwachte hoge bijdrage aan de doelstellingen. Daarom is meer inzet op deze maatregel gewenst.
Maatregel 20: Betere verwijzingen bij wegwerkzaamheden In het kader van deze maatregel zijn reeds enkele pilots uitgevoerd. In de tweede helft van de programmaperiode worden hieruit lessen getrokken en een toolkit voor betere fietsomleidingen voorbereid. Er is extra inzet nodig om tot een effectievere aanpak te komen voor het verminderen van overlast van werkzaamheden op fietsers.
Figuur 4.1: Fietsers en andere weggebruikers op de Binnenring (gemeente Amsterdam)
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
27
4.2
Pijler Gemakkelijk fietsparkeren
De pijler Gemakkelijk fietsparkeren bestaat uit twee deelpijlers. Eén deelpijler richt zich op fietsparkeren op hotspots, in het MJPF geselecteerde locaties in de stad die de grootste knelpunten vormen. De andere deelpijler richt zich op fietsparkeren bij OVlocaties. Er is nauwe samenwerking tussen de twee deelpijlers. Projecten uit de verschillende deelpijlers raken elkaar, bijvoorbeeld wanneer een OV-locatie tegelijk een hotspot is. De deelpijler OV houdt zich dan bijvoorbeeld bezig met de realisatie van stallingen terwijl de deelpijler hotstpots dan bijvoorbeeld de wayfinding voor zijn rekening neemt. Hoewel het OV-deel maar een klein deel inneemt van de in het MJPF benoemde maatregelen (4 maatregelen), vormen juist deze maatregelen een grote opgave voor het programma en vragen deze om relatief grote inspanningen qua capaciteit en kosten. De volgende paragrafen beschrijven de voortgang, relatie met de doelstellingen en de aanbevelingen voor de pijler Comfortabel doorfietsen. Tabel 4.2 geeft een overzicht van de resultaten per maatregel.
4.2.1
Activiteiten en voortgang
De maatregelen van de pijler Gemakkelijk fietsparkeren liggen over het algemeen goed op schema. Van de meeste maatregelen wordt verwacht dat deze helemaal of grotendeels gerealiseerd zullen zijn aan het einde van de programmaperiode. Grote maatregelen, zoals maatregel 21 (Gebiedsaanpak fietsparkeren), 30 (Meer fietsparkeerplakken in de openbare ruimte) en 36 (Voldoende vindbare fietsparkeerplaatsen bij grote OV-locaties) laten duidelijk effect zien. Bij NS-stations zijn in de periode 2017-2020 10.000 extra fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. In het stadsdeel Zuid zijn meer dan 12.000 fietsparkeerplaatsen bijgeplaatst (exclusief OV-locaties), in stadsdeel Centrum 500, in stadsdeel West 1.000 en in stadsdeel Oost 300. Wel is er vertraging bij enkele complexe projecten met een sterke afhankelijkheid van anderen. Bij maatregel 31 (Fietsparkeren integraal onderdeel van herinrichtingsprojecten) heeft het programma enkel een adviserende rol. De pijler signaleert dat zij onvoldoende is aangehaakt bij herinrichtingsprojecten. De ambitie om in al deze projecten voldoende en geschikte fietsparkeeroplossingen te realiseren heeft de pijler nog onvoldoende kunnen verwezenlijken. Maatregel 35 (Gebouwde stallingen) blijkt een complexe opgave, waarbij het programma sterk afhankelijk is van actoren en processen buiten het programma.
Bij deze maatregel is onlangs besloten niet verder door te gaan met de ontwikkeling van een fietsenstallingen onder het Rembrandtplein, waardoor nu weer onderzoek is gestart naar een andere oplossing in de omgeving Munt/Rokin/Rembrandtplein.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
28
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
29
Binnen de pijler zijn innovatieve en aansprekende concepten ontwikkeld, zoals popup fietsparkeren, Parkeer & Loop-voorzieningen, dubbelgebruik laden/lossen & fietsparkeren, lokfietsen en fietsvlonders. Maatregelen zoals pop-up fietsparkeren, dubbelgebruik en fietsvlonders maken optimaal gebruik van de schaarse beschikbare ruimte door gericht, op flexibele wijze, extra parkeerplaatsen aan te bieden op momenten en locaties waarop deze het beste passen en de vraag naar parkeercapaciteit het hoogst is. De Parkeer & Loop-voorzieningen en de nieuw ontwikkelde bewegwijzering zijn inmiddels aansprekende en herkenbare concepten geworden die bijdragen aan de zichtbaarheid van parkeeroplossingen in de stad en fietsers stimuleren om omgevingsbewust te parkeren. De pijler werkt goed aan haar zichtbaarheid en haar netwerk. De innovatieve concepten worden opgemerkt, de contacten met de stadsdelen en andere actoren zijn goed, en de pijler draagt actief haar visie uit. Stadsdelen en andere actoren weten de pijler goed te vinden met vraagstukken over fietsparkeren. Het Werkboek Fietsparkeren, waarin de pijler adviezen over praktische uitwerking van fietsparkeren heeft gebundeld, draagt bij aan de zichtbaarheid van de pijler. Dit werkboek helpt ook om stadsdelen, en andere betrokkenen, zelf actief oplossingen te laten realiseren, waardoor bespaard wordt op capaciteit binnen de pijler.
De pijler weet op succesvolle wijze gedragsinstrumenten in te zetten die onder fietsers het omgevingsbewust fietsparkeren moeten ondersteunen. Het gaat hier onder andere om het opzetten van campagnes en het inrichten van voorzieningen op een dusdanige wijze dat deze het wenselijke gedrag stimuleren. De pijler Het nieuwe fietsen is bij meerdere maatregelen aangehaakt om vanuit het gedragsperspectief mee te denken over parkeeroplossingen. Dit is een goed voorbeeld van samenwerking tussen de verschillende pijlers en maatregelen. De (online) campagnes die het programma ontwikkelt om nieuwe fietsstallingen onder de aandacht te brengen zijn aansprekend en lijken aan te sluiten bij de beoogde doelgroepen. Gedragsinstrumenten lijken echter onvoldoende krachtig te zijn om problemen structureel aan te pakken. Gedragsinstrumenten zijn het meest geschikt in een ondersteunende rol, als aanvulling op infrastructurele maatregelen. Met de meeste partijen waar de pijler mee samenwerkt is een goede en effectieve samenwerking opgebouwd. Het contact met de stadsdelen ervaart men als prettig. Knelpunten kunnen door jarenlange samenwerking snel en doeltreffend worden opgepakt. Wat betreft de OV-locaties is er een intensieve samenwerking met partijen als NS, ProRail, Vervoerregio en de gemeente.
Hier is soms sprake van conflicterende belangen, maar de inmiddels langdurige contacten en een effectieve stuurgroep leiden ertoe dat doeltreffende resultaten geboekt worden in het realiseren van meer fietsparkeerplaatsen bij OV-locaties. Vanwege de reorganisatie van de handhaving ervaart de pijler minder sturingsmogelijkheden op het behalen van haar eigen doelen ten aanzien van de handhaving op fietsparkeren. Sinds het begin van de programmaperiode gebeurt de handhaving niet langer door het programma zelf in samenwerking met de stadsdelen, maar is dit een lijnactiviteit geworden van Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
30
(THOR). Tussen het programma en THOR is de afspraak gemaakt dat de begrootte jaarlijkse €500.000,- voor deze maatregel naar THOR zou gaan in ruil voor (mee)sturing op de inzet. De uitvoering door THOR heeft erin geresulteerd dat de handhaving zelf beduidend efficiënter is geworden: voor minder geld kunnen meer fietsen geknipt worden. De bijdrage uit het programmabudget blijkt lang niet in zijn geheel nodig. Wel kende de reorganisatie van de handhaving gebruikelijke opstartperikelen in een nieuwe samenwerking en ervaart het programma minder sturingsmogelijkheden om handhaving ook snel en efficiënt op de vanuit het programma gewenste locaties in te kunnen zetten. De samenwerking verloopt inmiddels beter maar nog steeds is er vanuit de pijler behoefte aan een nauwere uitwisseling van informatie over de handhaving om resultaten en nieuwe knelpunten beter in kaart te brengen en daarop te sturen. Stadsbrede uitrol van enkele parkeeroplossingen werd belemmerd door concurrerende richtlijnen voor de openbare ruimte (bijvoorbeeld Puccini), maar inmiddels zijn de mogelijkheden verruimd. Stadsbrede uitrol van bijvoorbeeld Parkeer & Loop-palen en streetprints dragen volgens de pijler bij aan de zichtbaarheid en het gebruik van parkeeroplossingen in de stad. Deze oplossingen werken namelijk het best als de concepten herkent worden en over de hele stad consistent zijn.
Ook het inzetten op campagnes rondom deze concepten heeft grotere kans van slagen als de oplossingen stadsbreed zijn te vinden. Inmiddels zijn de fysieke elementen van deze oplossingen in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte opgenomen.
Figuur 4.2: Parkeer & Loopvoorziening (gemeente Amsterdam)
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
31
De pilots die bij de pijler Gemakkelijk fietsparkeren horen kennen enige vertraging. Het gaat hier om de maatregelen 40 en 41. In het geval van maatregel 40 (Chipparkeren) heeft het programma te maken met een aanbesteding die trager liep dan verwacht. Begin 2021 worden er 10.000 fietschips geleverd. Samen met NS wordt deze pilot geëvalueerd en komt er mogelijk een bredere uitrol van de fietschips. Daarmee verloopt de maatregel nu wel naar wens. Wat betreft maatregel 41 (Fietsparkeerregulering op hotspots) zijn diverse simpele en werkbare oplossingen voor fietsregulering gerealiseerd: dubbelgebruik, pop-up met diaprojectie en een pilot met één-uursvakken, maar is het lastiger invulling te geven aan de hierbij specifiek benoemde oplossing voor bewonersparkeren en betalingsbereidheid. De pijler is nog volop bezig om tot een concept te komen dat hier invulling aan geeft en ook daadwerkelijk getest kan worden. De subsidieregeling voor buurtfietsenstallingen is later tot stand gekomen dan gewenst. De voorbereidingen voor de uitvoering van maatregel 39 (Subsidieregeling buurtfietsenstallingen) duurden langer dan verwacht. De subsidieregeling wordt naar verwachting eind 2020 vastgesteld. Uitvoering van maatregel 38 (Toolbox voor ondernemers) is in grote mate afhankelijk van de subsidieregeling, vandaar dat deze maatregel ook achter loopt op schema.
4.2.2
Aanbevelingen
Algemene aanbevelingen Tot nu toe zijn veel quick wins behaald binnen de hotspots. Het is nu zaak om verder in te zetten op projecten die meer inspanning vergen binnen de hotspots. Ook is het kansrijk om de quick wins te behalen op knelpunten buiten de hotspots uit het MJPPF (juist ook buiten de Ring). Enkele complexere maatregelen waarop extra inzet gewenst is zijn hieronder beschreven. Daarnaast zou het veel winst opleveren als de geleerde lessen en de ontwikkelde concepten ten aanzien van de quick wins ook buiten de hotspots ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een scopewijziging in het MJPF (zie concreet voorstel bij maatregel 30).
Figuur 4.3: Fietsvlonder (gemeente Amsterdam)
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
32
Locatiespecifieke oplossingen die het programma ten aanzien van parkeren voor gehandicapten (maatregel 26) en scooterparkeren ontwikkelt lopen tegen beperkingen aan. Deze oplossingen worden ontwikkeld omdat er nog geen stadsbreed beleid is voor deze onderwerpen. Het is aan te bevelen om deze thema’s bij Beleid te beleggen. De focus van de pijler ligt sterk op het ‘oplossen van problemen en knelpunten’. Er zou meer aan visievorming gedaan kunnen worden ten aanzien van fietsparkeren in de toekomst van de stad. Daarbij gaat het om verder kijken naar de toekomst en fietsparkeren als integraal onderdeel zien binnen mobiliteitstransties en de toekomst van de stad. Het is aan te bevelen om de gebruiker meer centraal te laten staan, bijvoorbeeld door middel van design thinking, en om vanuit dit denken te komen tot een betere integratie van fietsparkenen met nieuwe gebiedsontwikkelingen. De groeiende diversiteit in type fietsen vraagt om aandacht voor de toegankelijkheid van stallingen. Zwaardere elektrische fietsen en fietsen met afwijkende afmetingen maken een steeds groter deel uit van de fietsenpopulatie. Juist voor deze fietsen is het wenselijk om voldoende plekken in gebouwde stallingen aan te kunnen bieden. Aanbevelingen per maatregel
Maatregel 24: Handhaving ‘foutparkeerders’ & Maatregel 27: Meer plek in het rek: opschoonactie Beide maatregelen worden nu formeel uitgevoerd door THOR. De samenwerking is na enige opstartperikelen verbeterd, maar nog is er vanuit het programma behoefte aan meer informatie-uitwisseling over de inzet van handhaving en de resultaten. Hiermee kan het programma resultaten en nieuwe knelpunten beter in kaart brengen en daarop sturen. Het is daarom aan te bevelen om de samenwerkingsketen in de handhaving verder te optimaliseren.
Maatregel 28: Betere vindbaarheid van fietsparkeerplekken Inmiddels zijn de beoogde bewegwijzering en dynamisch verwijssysteem gerealiseerd. De genoemde acties uit het MJPF zijn daarmee uitgevoerd. Een onderzoek naar de effectiviteit van deze systemen is wenselijk, en voorzien. Het is aan te bevelen om dit onderzoek ook onderdeel van de maatregel te laten zijn.
Maatregel 30: Meer fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte De uitvoering van de maatregel loopt op schema en is succesvol. De gebiedsteams uit de stadsdelen leveren nieuwe knelpuntlocaties en waar mogelijk worden hier nieuwe vakken/rekken/nietjes geplaatst. De maatregel heeft tot veel nieuwe fietsparkeerplaatsen geleid tegen relatief geringe kosten. Het programma richt zich, naar de formulering in het MJPF, op de knelpunten binnen de hotspots. De intentie van het programma is om ook in te zetten op knelpunten buiten de hotspots. Stadsdelen hebben na de aanpassing van het bestuurlijk stelsel minder geld en capaciteit beschikbaar voor het aanpakken van knelpunten. Het programma neemt nu al veel opgaven van de stadsdelen over. Het is aan te bevelen deze uitbreiding van de scope op te nemen in de maatregel.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
33
Maatregel 31: Fietsparkeren integraal onderdeel van herinrichtingsprojecten De aansluiting bij herinrichtingen en gebiedsontwikkelingen vanuit fietsparkeren is een quick win en kan beter. Voor deze laatste periode wordt extra inzet gepleegd om de samenwerking met projectteams te intensiveren en nog eerder aan te haken in processen om benodigde aanpassingen te kunnen inbrengen.
Maatregel 33: Slim gebruik van parkeerruimte auto’s en fietsen Op dit moment worden nog maar op kleine schaal autoparkeerplaatsen omgezet naar ruimte voor de fiets. De parkeerdruk van de auto is momenteel nog leidend in het vrijgeven van locaties, terwijl het streven zou moeten zijn om ruimten in te richten naar (toekomstig) gebruik met speciale aandacht voor verblijven en actieve vervoerwijzen. De Agenda Autoluw biedt kansen voor versnelling en voor grootschaligere omzetting van autoparkeerplaatsen naar ruimte voor o.a. de fiets. Hierin is het programma afhankelijk van de uitvoering van de Agenda en mogelijk aanvullende maatregelen, die om politieke keuzes kunnen vragen.
Maatregel 35: Gebouwde stallingen De uitdagingen zijn groot in het zoeken naar mogelijkheden voor en het en realiseren van inpandige of ondergrondse stallingen in bestaande of nieuwe gebouwen. De mogelijkheden om deze voorzieningen vanuit het programma alleen te bereiken zijn beperkt. Dit kan een significante bedreiging zijn voor het MJPF en de doelstellingen. De behoefte aan stallingen in de centrumgebieden blijft groot. Realisatie van deze stallingen is van groot belang om in de centrumgebieden een prettig en aantrekkelijk openbare ruimte te creëren. Daarom is politieke aandacht voor deze maatregel nodig.
Figuur 4.4: Verwijzing naar fietsparkeerplaatsen door middel van projectie op straat (gemeente Amsterdam)
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
34
Maatregel 36: Voldoende vindbare fietsparkeerplaatsen bij grote OV-locaties De maatregel ligt op koers. De realisatie van de output van de maatregel (40.000 fietsparkeerplaatsen bij grote OV-locaties in 2030) ligt op schema. Het is echter van belang om realisatie van deze output niet als eindstation te zien. Het faciliteren van de fiets-OV combinatie is van cruciaal belang voor de stad. Het is daarom van groot belang om te blijven investeren in deze maatregel en om een strategie voor de langere termijn te ontwikkelen voor de toekomst wat betreft de plaats van de fiets en het OV in het mobiliteitssysteem dat Amsterdam voor ogen heeft. Dit vraagt om politiek aandacht.
Maatregel 37: Fiets- en scooterparkeernorm nieuwbouw Advies is om dit onderwerp geheel bij Beleid te beleggen.
Maatregel 39: Subsidieregeling buurtfietsenstallingen De voorbereidingen voor de subsidieregeling vergde veel tijd. Voor de komende 2 jaar is extra inzet gewenst om de regeling onder de aandacht te brengen in buurten, om daarmee optimaal gebruik te maken van de regeling.
Maatregel 41: Pilots voor fietsparkeerregulering op de hotspots. Diverse pilots voor het flexibel gebruik van de openbare ruimte zijn uitgevoerd: pop-up op de Albert Cuyp, dubbelgebruik laad- en losplekken & fietsparkeerplekken in diverse stadsstraten en één-uursvak in de Warmoesstraat. Een oplossing specifiek voor bewonersparkeren en betalingsbereidheid heeft plaatsgevonden in inpandige stallingen in aanwijsgebieden. In de openbare ruimte is dit een lastige opgave. Een verkenning naar de mogelijkheid van fietstags wordt opgepakt. Extra inzet vanuit het programma hierop is dus gewenst.