Bijlage 9.Nadere motivering 17-2-21 bij eerder raadsadres 5-2-21 over bevoegdheid Gemeenteraad erfpacht
Tekst van het document
Nadere motivering bij raadsadres dd 05-02-2021 mbt gezag gemeenteraad inzake erfpacht Geachte leden van de Raadscommissies KDD, RO en WB, Op 5 februari 2021 mailde ik u mijn raadsadres over een door mij op 04 februari 2021 bij de gemeente Amsterdam ingediend burger- of volksinitiatief, nummer 7505-4786. Mijn tekst voor een buurt- of volksinitiatief diende ik toen op 4 februari 2021 in ontwerp in bij de gemeente Amsterdam in de verwachting, dat er eerst contact zou komen over aan wat voor criteria, zoals formaat, dit moet voldoen en in onderling overleg de tekst definitief zou worden gemaakt om uiteindelijk gepubliceerd te worden. Op 05 februari 2021 belde Jurien Korzelius, juridisch adviseur,Juridisch Zaken van Bestuur & Organisatie, me echter op om te zeggen, dat bij haar weten een volksinitiatief over erfpacht niet mogelijk is, omdat de gemeenteraad niet bevoegd zou zijn inzake erfpacht, dit een exclusieve bevoegdheid van B&W is.', Dit concludeerde zij uit een precedent.
Eerder bleek een referendumverzoek van Erfpachtersvereniging SEBA over de in 2013 door B&W voorgestelde erfpachtsherziening in de loop van 2014 referendabel met 36.000 ondersteuningen, maar werd destijds in de ijskast gezet, omdat het College van B&W het voorgenomen besluit, waartegen het was gericht — over de introductie van eeuwigdurende erfpacht met de toen voorgestelde rekenmethodiek van residuele grondwaardeberekening — had teruggetrokken, de voordracht bij de raad tot vaststelling van de Verordening door de gemeenteraad daartoe introk, ter heroverweging. In 2017 kwam het gemeentebestuur (onder leiding van wijlen burgemeester Eberhard Van der Laan) met een nieuwe versie van eeuwigdurende erfpacht met een andere residuele grondwaardeberekening. De initiatiefnemer van het eerdere referendum, Koen de Lange e.a. namens SEBA, herkende echter veel van het oorspronkelijke voorgenomen besluit, waartegen zijn referendum was gericht. Hij had in 2014 bij motie de toezegging van de raad gekregen, dat hij zijn referendum door mocht zetten, als er binnen een jaar door B&W een vergelijkbaar besluit ter vaststelliing in de gemeenteraad zou worden ingediend en dat de gemeenteraad dan haar besluitvorming over herziening van de erfpacht zou aanhouden tot de uitslag van het referendum bekend was, opdat de raad deze uitslag in haar oordeel kon betrekken.
Daarop volgde in 2017 echter advies van de initiatief- en referendumcommissie, welke stelde, dat het referendumverzoek niet ontvankelijk zou zijn, omdat besluitvorming over erfpacht niet (langer) tot de bevoegdheden van de gemeenteraad zou behoren, ondanks de vele eerdere besluiten over erfpacht, die door het College van B&W ter goedkeuring en vaststelling aan de gemeenteraad zijn voorgelegd. Daarop stelde de initiatiefnemer Erpachtersvereniging SEBA (o.l.v. Koen de Lange) kort geding in bij de rechter. De rechter in kort geding erkende, dat de motie in beginsel een rechtsbetrekking, een verbintenis tussen de gemeente en de initiatiefnemer had doen ontstaan. Maar hij wees het verzoek om een voorlopige voorziening van de initiatiefnemer af, omdat er meerdere jaren zaten tussen de toezegging bij motie tot 'aanhouden van een nieuw raadsbesluit tot de uitslag van een referendum bekend zou zijn — onder handhaving van de geldigheid van het referendumverzoek uit 2013 met erkenning van de al ingediende 36.000 steunbetuigingen — en het hernieuwde verzoek tot voorzetting in 2017 van ingangzetten van een referendum in de stand, waar het zich toen beyond, omdat deze toezegging blijkens haar bewoordingen
1
slechts voor een periode van rond een jaar zou zijn gedaan. De tussenperiode tussen de opgehaalde steunbetuigingen en de behandeling in de raad van de nieuwe erfpachtregeling in 2017 was te lang. Al bleef ook in de nieuwe erfpachtregeling sprake van een vorm van residuele grondwaardeberekening, waartegen het referendumverzoek zich ondermeer richtte, stelde de rechter dat er toch sprake was van significante verschillen. Om deze beide redenen konden de in 2013 opgehaalde 36.000 steunbetuigingen niet meer als grondslag voor het doorzetten van het referendum en aanhouding van besluitvorming in de raad over de erfpacht dienen naar het voorlopig oordeel van de kort geding rechter. Die uitspraak is op woensdag 28 juni 2017 gedaan, dezelfde dag, waarop de gemeenteraad direct nadien de Verordening Gronduitgifte met gebruikmaking van Erfpacht vaststelde, haar besluit dus niet 'aanhield' en besloot. De rechter sprak zich NIET uit over de grenzen van de bevoegdheden van de gemeenteraad, zei NIETS over ontbreken van bevoegdheid inzake erfpacht. Integendeel, er was sprake van een rechtsgeldige verbintenis tussen de gemeente en de indiener, tot stand gebracht door de motie in 2014 van de gemeenteraad.
Was het hernieuwde referendumverzoek het eerdere verzoek binnen een jaar gevolgd en waren er minder inhoudelijke verschillen tussen het oude voorstel voor een nieuwe erfpachtstelsel uit 2013 en het nieuwe erfpachtstelsel, zoals dat in 2017 ter besluitvorming voorlag, hoe luidde dan het oordeel van de rechter? Liet hij voorlopig oordelend in kort geding de hoofdzaak buiten beschouwing? De gemeenteraad besloot zelf tot vaststelling van deze Verordening, op voordracht van B&W, maar zou niet bevoegd zijn om op de geschilpunten, waar het referendumverzoek op zag, een besluit te nemen? Op deze gemeentelijke Verordening Gronduitgifte met gebruikmaking van Erfpacht van 2017 ga ik hieronder uitgebreid in. lk acht de conclusie van de gemeenteraad en het College van B&W op advies van de juridische commissie destijds ongerijmd en onhoudbaar en bestrijd, dat dit als precedent kan dienen. Vanwege het risico, dat mijn burger- c.q. volksinitiatief door uw raad op deze grond niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat u zichzelf als gemeenteraad niet bevoegd acht te besluiten over erfpacht, diende ik op 5 februari 2021 bij uw raadscommissies KDD, RO en WB alvast mijn raadsadres in, via toezending aan u per email. Dit raadsadres zal ik zo snel mogelijk officieel bij de gemeenteraad indienen met deze nadere motivering.
Bestuurlijke besluiten over erfpacht - Gemeente Amsterdam De gemeente Amsterdam gaf een document uit getiteld "Bestuurlijke besluiten over erfpacht" en plaatste dit op de gemeentelijke website (zie bijlage). Dit document somt een reeks besluiten door het College van B&W over erfpacht op. In de aanhef wordt gesteld: "In Amsterdam wordt het erfpachtbeleid vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Dit erfpachtbeleid geldt voor alle grond die eigendom is van de gemeente Amsterdam, met uitzondering van het havengebied. De belangrijkste besluiten treft u hieronder aan." (einde citaat) Enerzijds wordt hier geclaimd, dat een gemeente zelf kan besluiten, welk bestuursorgaan inzake erfpacht bevoegd is: het College van B&W of de gemeenteraad Het College van B&W Amsterdam stelt met deze aanhef van dit document exclusief beslissingsbevoegd te zijn tot het erfpachtbeleid voor alle grond die eigendom is van de gemeente Amsterdam.
2
Anderzijds stelt de gemeenteraad al minstens sinds 1896 de Algemene Bepalingen inzake Erfpacht vast. (ziet u daartoe document "Algemene Bepalingen voor erfpacht, Verzameling van de algemene bepalingen waaronder erfpachtgrond is uitgegeven door de gemeente Amsterdam sinds 1896", gepubliceerd in februari 2017 door G & 0) Op 28 juni 2017 stelde de gemeenteraad van Amsterdam op voordracht van het College van B&W (B&Wbesluit dd 2 mei 2017) een verordening vast, inwerkingtreding 1 juli 2017, publicatie in Gemeenteblad nr. 140580 dd 10 augustus 2017, getiteld: "Vaststellen van de Verordening gronduitgifte met gebruikmaking van erfpacht Amsterdam 201Z (2017, NR. 199/425)" (agendapunt 45 op de gemeenteraadsvergadering 28 juni 2021) Verordening gronduitgifte met gebruikmaking van erfpacht Artikel 1 Structuurvisie 1.Ter uitvoering van artikel 2.1 Wro is door de gemeenteraad op 17 februari 2011 de structuurvisie: "Structuurvisie Amsterdam 2040" vastgesteld geldend voor de periode tot 2040. 2. In de structuurvisie is verankerd dat de gemeente een actief grondbeleid voert om middelen te genereren om de gemeente Amsterdam te ontwikkelen. 3. Indien de structuurvisie of de omgevingsvisie als opvolger in het kader van de Omgevingswet, wordt herzien, zal het grondbeleid onderdeel zijn daarvan en wordt indien aan de orde deze verordening aangepast.
Artikel 2 Actief grondbeleid Het college geeft grond in erfpacht uit ten behoeve van een actieve gemeentelijke grondpolitiek. Na uitgifte in erfpacht voert de gemeente het actieve (erfpacht)beheer over deze gronden. Hiermee wordt beoogd zorg te dragen voor de behoefte in de gemeente Amsterdam aan gassende ruimtelijke (de) ontwikkelingen, onder meer door: (..) De gemeenteraad beoogt het in de Structuurvisie Amsterdam 2040 door haar vastgelegde grondbeginsel, "dat de gemeente een actief grondbeleid voert om middelen te genereren om de gemeente Amsterdam te ontwikkelen" met de deze verordening in 2017 nader vorm te geven. Hier staat 'de gemeente'. Is dat de gemeenteraad als hoogste gezag en/of het College van B&W? Deze verordening verwijst voor het uitoefenen van deze bevoegdheid naar de Structuurvisie, opgesteld vanuit de verplichting daartoe vanuit artikel 2.1 Wro. Daarmee suggereert deze door B&W opgestelde verordening, dat het hier om MEDEBEWIND gaat, geregeld in de Gemeentewet, artikel 147 DERDE lid jo. artikel 108 TWEEDE lid Gemeentewet. Dit beschreef ik u al eerder in mijn raadsadres dd05 februari 2021 met bijlagen en nadere stukken. Maar het voeren van een actief grondbeleid om middelen te genereren om de gemeente Amsterdam te ontwikkelen is niets anders dan de AUTONOME bevoegdheid van elke gemeente tot bestuur van de eigen huishouding.
De erfpacht is één van de voornaamste inkomstenbronnen van de gemeente. 3
Bestuur van de huishouding van de gemeente is primair een bevoegdheid van de gemeenteraad en volgt uit artikel 147 TWEEDE lid Gemeentewet jo. artikel 108 EERSTE lid Gemeentewet. En bovenal uit de Grondwet, artikelen 124 en 125 (hieronder nader) Artikel 108 Gemeentewet 1. De bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente wordt aan het gemeentebestuur overgelaten. 2 Regeling en bestuur kunnen van het gemeentebestuur worden gevorderd bij of krachtens een andere dan deze wet ter verzekering van de uitvoering daarvan, met dien verstande (...) Regeling is materiële wetgeving, de verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad krachtens artikel 147, EERSTE lid. Bestuur zijn alle overige bestuurshandelingen door het gemeentebestuur, autonoom en in medebewind. Het bepaalde in lid 1 betreft de gemeentelijke autonomie, het bepaalde in lid 2 betreft medebewind, zowel in artikel 147 Gemeentewet hierboven als in de Grondwet artikel 124 hieronder. Grondwet, artikel 124 1 Voor provincies en gemeenten wordt de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen overgelaten. 2 Regeling en bestuur kunnen van de besturen van provincies en gemeenten worden gevorderd bij of krachtens de wet. Grondwet, artikel 125 1 Aan het hoofd van de provincie en de gemeente staan provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad.
Hun vergaderingen zijn openbaar, behoudens bij de wet te regelen uitzonderingen. 2 Van het bestuur van de provincie maken ook deel uit gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, van het bestuur van de gemeente het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. De Grondwet bepaalt, wie het gemeentebestuur is, in artikel 125. Dat zijn de gemeenteraad met onder zich OOK het College van B&W en de burgemeester. Het College van B&W als 'deel' van het bestuur. De preambule van de Verordening Gronduitgifte met gebruikmaking van Erfpacht verwijst naar 'artikel 147 Gemeentewet' als wettelijke grondslag, maar verzuimt te vermelden, of het hier gaat om het eerste, tweede of derde lid. Dat is een cruciaal verschil, hierboven aangegeven en hieronder geciteerd: Gemeentewet Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad Artikel 147 1 Gemeentelijke verordeningen worden door de raad vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet
4
bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of de burgemeester is toegekend. 2 De overige bevoegdheden, bedoeld in artike1108, eerste lid berusten bij de raad. 3 De overige bevoegdheden, bedoeld in artike1108, tweede lid, berusten bij het college, voor zover deze niet bij of krachtens de wet aan de raad of de burgemeester zijn toegekend. Meent het College van B&W nu zelf als enige 'het gemeentebestuur' te zijn? Ten onrechte. De gemeenteraad is bevoegd tot regeling EN bestuur, heeft in die zin meer bevoegdheden dat het gedualiseerde parlement. Het dualisme is op gemeentelijk niveau maar gedeeltelijk doorgevoerd. Deze verordening laat dit in het midden door de bevoegdheden van 'de gemeente' nader te benoemen, uit te oefenen door het gemeentebestuur in plaats van hier ronduit van 'de gemeenteraad' te spreken. B&W geeft grond in erfpacht uit, maar 'de gemeente' voert het (erfpacht)beheer en wijzigt het beleid. Artikel 2 van deze Gronduitgifte/Erfpacht-Verordening vervolgt de hierboven al geciteerde aanhef, met: Artikel 2 Actief grondbeleid Het college geeft grond in erfpacht uit ten behoeve van een actieve gemeentelijke grondpolitiek. Na uitgifte in erfpacht voert de gemeente het actieve (erfpacht)beheer over deze gronden. Hiermee wordt beoogd zorg te dragen voor de behoefte in de gemeente Amsterdam aan passende ruimtelijke (de) ontwikkelingen, onder meer door: a.
Actief invloed uit te oefenen op het gebruik van de grond door middel van het opnemen van bestemmingsbepalingen in erfpachtvoorwaarden; b. Het tegengaan van speculatie met bouwgronden door onder meer het opnemen van een bouwplicht in erfpacht voorwaarden; c. De waardevermeerdering van de grond bij veranderend gebruik ten bate van de gemeenschap te laten komen; d. Het actieve grondbeleid van het college vanuit een regisserende rol. e. De toepassing van een residueel en functioneel grondprijsbeleid door het college om optimale omstandigheden te sche(p)pen om maatschappelijk gewenste doelstellingen te realiseren op het gebied van onder meer wonen, werken, recreatie, milieu en sociaal- culturele voorzieningen. Artikel 3 Wijziging actief grondbeleid 1. De gemeente is bevoegd tot aanpassing van het actief grondbeleid, waarbij de gemeente zorg draagt voor een passende overgangsregeling. 2. Het college voert door de gemeente voorgestelde beleidswijzigingen uit en rapporteert daarover aan de gemeenteraad. Met 'de gemeente kan alleen 'de gemeenteraad' zijn bedoeld. Want de gemeente, publierechtelijke rechtspersoon, wordt in al haar handelen vertegenwoordigd door gemeenteraad en het College van B&W. Het is 'de gemeenteraad' die 'regelingen' vaststelt, bij verordening.
Het kan ook slechts 'de gemeenteraad' zijn die krachtens eigen verordening een bevoegdheid heeft tot aanpassing van beleid. Het College voert de door 'de gemeente' — de gemeenteraad — voorgestelde beleidswijzigingen uit. 5
Het gemeentebestuur zijn de raad en B&W gezamenlijk, met het laatste woord aan de gemeenteraad. De gemeenteraad benoemt en ontslaat de wethouders, controleert al hun bestuurshandelen. Het College van B&W beroept zich op zijn bevoegdheid tot het voeren van het dagelijks bestuur vanuit artikel 160 Gemeentewet, maar staat daarbij steeds en in alles onder controle van de gemeenteraad op grond van artikel 169 Gemeentewet. Al is bij de bevoegdheden van B&W uit het eerste lid, onderdelen e,f en g van artikel 160 Gemeentewet sprake van het 'uiten van wensen en bedenkingen' door de gemeenteraad , gaat het daar alleen over het voeren van juridische procedures en houden van jaarmarkten. De bevoegdheden van B&W uit het eerste lid, delen a, b, c en d van artikel 160 Gemeentewet, betreffen het dagelijks bestuur, voorbereiding en uitvoering van besluiten van de gemeenteraad, ambtelijke organisatie, met uitzondering van de griffie en besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen. Het College van B&W is bevoegd, maar niet exclusief. Want het College van B&W is hierover verantwoording aan de raad schuldig, artikel 169 eerste lid Gemeentewet. Dat gaat heel wat verder dan het geven van inlichtingen. De gemeenteraad kan ingrijpen, beleidskeuzes van B&W intrekken, wijzigen en aansturen.
De gemeenteraad kan in concrete gevallen ook het besluit tot een privaatrechtelijke rechtshandeling aan zich trekken, bij een groot of controversieel project, het College of de betroffen wethouder opdracht geven anders te handelen. Artikel 169 lid 1 impliceert de vertrouwensregel: als B&W opdrachten van de gemeenteraad weigert uit te voeren, kan ontslag volgen (Gemeentewet artikel 49, zie ook artikelen 46 en 47). Dat gaat verder dan een motie van wantrouwen van het parlement! De vertrouwensregel, dat een minister of de regering dan ontslag moet indienen bij de Koning is de fundamentele, maar ongeschreven grondregel van de nationale constitutie sinds 1848 en hangt af van standvastigheid van de Kamer. Hoofdstuk X. De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders Artikel 160, Gemeentewet 1 Het college is in ieder geval bevoegd: a. het daaelijks bestuur van de gemeente te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet de raad of de burgemeester hiermee is belast; b. beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de organisatie van de griffie; d.
tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de aemeente te besluiten; (e-g...) De ambtelijke organisatie behoort de gemeente, dus primair aan de gemeenteraad ten dienste te staan. 6
Gemeentewet artikel 169 1 Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2 Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. (..) Erfpacht is wezenlijk, als voorna(a)m(st)e inkomensbron, voor voeren van de gemeentelijke huishouding. Bovenal mag de gemeenteraad eigen bevoegdheden, die wezenlijk zijn voor haar taak als hoofd van de gemeente, niet overdragen aan het College van B&W. Het gaat in elk geval om de begroting, het voorzien in de middelen van de gemeente om in haar huishouding te voorzien. Erfpacht speelt hier een primaire rol, temeer als een actief grondbeleid geacht wordt in de middelen te voorzien tot ruimtelijke ordening. Het heffen van belastingen is een kerntaak van de gemeenteraad. No taxation without representation/ Belastingheffing kan alleen door de volksvertegenwoordiging bij verordening worden ingesteld. Dat geldt ook de baatbelasting van artikel 222 Gemeentewet. De gemeentewet gebruikt hier de passieve vorm: "wordt geheven" en de term "gemeente".
Bevoegd is het gemeentebestuur: primair de gemeenteraad: Artikel 222 Gemeentewet 1 Ter zake van de in een bepaald gedeelte van de gemeente gelegen onroerende zaak die gebaat is door voorzieningen die tot stand worden of zijn gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur, kan van degenen die van die onroerende zaak het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, een baatbelasting worden geheven, waarbij de aan de voorzieningen verbonden lasten geheel of gedeeltelijk worden omgeslagen. Indien de aan de voorzieningen verbonden lasten ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn of worden voldaan of met toepassing van artikel 6.17, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening zijn of behoren te worden voldaan, wordt de baatbelasting ter zake van die onroerende zaak niet geheven. (artikel 6.17 Wro = exploitatieplan en exploitatiebijdragen) 2 Voordat met het treffen van voorzieningen wordt aangevangen, wordt door de raad besloten in welke mate de aan die voorzieningen verbonden lasten door middel van een baatbelastinq zullen worden verhaald. Een besluit als bedoeld in de eerste volzin bevat een aanduiding van het gebied waarbinnen de gebate onroerende zaak is gelegen. Het besluit wordt bekend gemaakt overeenkomstig artike1139.
De gemeenteraad besluit bij verordening over heffing en algemene regels en normen voor heffing van baatbelasting, maar bestuurt ook in concrete gevallen. Dat blijkt bijv. uit artikel 222 Gemeentewet. Krachtens artikel 156, eerste lid Gemeentewet kan de gemeenteraad alleen bevoegdheden delegeren aan het College van B&W, zover de aard van de bevoegdheden zich tegen deze overdracht niet verzet. Artikel 156 Gemeentewet, lid 2, sluit uit, dat de gemeenteraad bevoegdheden overdraagt inzake vaststelling of wijziging van de begroting, de jaarrekening, bij verordening vaststellen van de uitgangspunten van het financiële beleid en financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie en controle op het financiële beheer en organisatie (artikel 212 en 213 Gemeentewet).
7
In de Verordening Gronduitgifte met gebruikmaking van Erfpacht verklaarde de gemeenteraad in 2017 B&W bevoegd tot actief grondbeleid met gebruikmaking van erfpacht, maar hield de gemeenteraad als hoofd van 'de gemeente' de bevoegdheid tot beleidswijziging, mits met passende overgangsregeling. De initiatief- en referendumcommissie, die over het referendumverzoek over erfpacht in 2017 negatief adviseerde, stelde, dat erfpacht exclusief tot de bevoegdheden van B&W behoort, reduceerde besluiten door de raad tot vaststelling van een verordening nog slechts tot informele 'instemmingsbesluiten'. lk houd staande, dat deze adviescommissie de term 'de gemeente' en 'het gemeentebestuur' of 'het bestuur van de gemeente' in deze Verordening onjuist uitlegde, ten onrechte inperkte tot het College van B&W, in een ver doorgeslagen, niet op de geldende formele wet gefundeerde dualistische uitleg van de democratische gezagsverhoudingen in de gemeente, die in de gemeentelijke bestuurlijke verhoudingen niet past, onder miskenning van Grondwet en Gemeentewet, die deze verhouding uitdrukkelijk regelen. Of kende de commissie de inhoud van de verordening nog niet? Onderstaand citaat doet dit vermoeden: "Artikel 26 van de Referendumverordening bepaalt dat de mogelijkheid tot het houden van een referendum beperkt is tot een 'beslissing'van de gemeenteraad.
In artikel r sub] is beslissing gedefinieerd als'een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht'. De toelichting, die spreekt over een 'besluit', maakt ook duidelijk dat hiermee bedoeld is aansluiting te zoeken met het besluit begrip uit de artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, te weten 'een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 'Wil een besluit zo'n'publiekrechtelijke rechtshandeling' zijn, clan moet het orgaan dat zo'n besluit neemt een (aantoonbare wettelijke) bevoegdheid hebben voor die handeling. Eerder kan het beoogde rechtsgevolg ook niet intreden. De gemeenteraad van Amsterdam is in juridische zin niet bevoegd tot het vaststellen van welk besluit over de erfpachtvoorwaarden of het erfpachtstelsel dan ook. Erfpachtvoorwaarden worden aangemerkt als privaatrechtelike rechtshandelingen van de gemeente. Op grond van artikel 160, eerste lid en onder e, van de Gemeentewet is het college daartoe bevoegd. Omdat erfpachtbesluiten dus geen besluiten zijn van de gemeenteraad (ze zijn door de Gemeentewet voorbehouden aan het college en ook eff-ectief door het college genomen) kunnen ze daarmee ook geen voorwerp zijn van een referendum onder de Referendumverordening. Die maakt alleen referenda mogelijk van beslissingen / besluiten van de raad.
Dat de besluiten zijn voorgelegd aan de gemeenteraad ter'instemming'doet aan deze constatering niet af." De initiatief- en referendumcommissie maakt ten onrechte geen onderscheid tussen het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling — bestuurlijk handelen, dat ook onder het dagelijks bestuur van een vereniging valt — en het besluiten, dat een privaatrechtelijke handeling moet worden verricht, waartoe de gemeenteraad het College van B&W opdracht geeft — zoals de algemene ledenvergadering van een vereniging aan het verenigingsbestuur doet. Het miskent totaal, dat besluiten van algemene strekking, bestuurlijke besluiten over het te voeren beleid, de vaststelling van beleidsregels, richtlijnen en bovenal materiële wetgeving bij verordening, zoals een erfpachtverordening, of Algemene Bepalingen voor Erfpacht, zoals de Amsterdamsde Gemeenteraad sinds 1896 vaststelde, raadsbevoegdheden zijn. lk verzoek uw Raadscommissies om mijn betoog in uw overwegingen over uw bevoegdheid inzake Erfpacht en breder te betrekken en de gemeenteraad aan te sporen het eigen gezag te hernemen. Met vriendelijke groet,
8