Bijlage 9 - Monitor informatie Amsterdamse financien_ Observaties bij het Jaarverslag 2024 en de Voorjaarsnota 2025 tav gemraad.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam T.a.v. de gemeenteraad Postbus 202 1000 AE Amsterdam
Datum
28 mei 2025
Ons kenmerk
RA_25_075
Behandeld door
J. Kooij
Cc
-
Onderwerp
Observaties bij het Jaarverslag 2024 en de Voorjaarsnota 2025
Bijlagen
▪
Eén bijlage met daarin: ▪
Bijlage B1. Actualisatie figuren voorspellende waarde van de begroting
▪
Bijlage B2. Overzicht van baten en lasten per programmaonderdeel
▪
Bijlage B3. Lessen uit eerder onderzoek naar bezuinigingen
Geachte leden van de gemeenteraad, Deze brief stuur ik u in het kader van ons lopende onderzoek Monitor informatie Amsterdamse financiën. In deze monitor volgen we de financiële ontwikkelingen in Amsterdam aan de hand van financiële stukken zoals de begroting en de jaarstukken. In deze brief delen wij onze observaties bij het Jaarverslag 2024 en de Voorjaarsnota 2025 met u. Wij hebben voor deze brief het Jaarverslag 2024 en de Voorjaarsnota 2025 niet uitputtend geanalyseerd, maar we hebben ons gericht op zaken die ons zijn opgevallen. a Vorig jaar hebben wij ons onderzoek Voorspellende waarde van de begroting gepubliceerd. In dit onderzoek constateerden we dat ramingen vaak afweken van de uiteindelijke realisatie. Het college heeft naar aanleiding van dit onderzoek toegezegd aan de slag te gaan met verbeteringen om ramingen in de begroting realistischer te maken. In deze brief actualiseren we een aantal analyses uit dit onderzoek op basis van het Jaarverslag 2024. Het jaarverslag is niet alleen belangrijk als verantwoordingsdocument, maar biedt ook waardevolle aanknopingspunten om te leren voor de toekomst. Het jaarverslag is een belangrijk document om de voorjaarsnota en de actuele ramingen voor het lopende begrotingsjaar te beoordelen.
Daarom hebben we er in deze brief voor gekozen om ons te richten op de ramingen voor begrotingsjaar 2025 en hoe de resultaten uit het Jaarverslag 2024 doorwerken op de actualisatie van de ramingen met de Voorjaarsnota 2025. Aanvullend richten we ons op de realisatie van bezuinigingen uit het verleden. Want ook dat kan waardevolle lessen opleveren voor de toekomst. De onderwerpen die in het vervolg van deze brief aan bod komen zijn hierna opgesomd. Daarnaast hoort bij deze brief een drietal bijlagen waarin we bepaalde aspecten van deze onderwerpen ter informatie meer in detail uitwerken.
a
De accountant (Auditdienst ACAM) controleert de Jaarrekening 2024 van de gemeente Amsterdam (onderdeel van het
Jaarverslag 2024) en brengt ook een verslag van deze controle uit. Onze waarnemingen bij het Jaarverslag 2024 zijn aanvullend op die van de accountant. Ons perspectief is een reflectie op de informatie in de jaarrekening en de ontwikkelingen en vraagstukken die daarin zichtbaar zijn.
1
1.
Actualisatie beeld voorspellende waarde van de begroting;
2.
Doorwerking realisatie in Jaarverslag 2024 op begrotingsjaar 2025:
3.
a.
Betekenis realisatie 2024 voor ramingen van programmaonderdelen 2025;
b.
Betekenis realisatie 2024 voor begrotings- en investeringsruimte 2025;
Leren van bezuinigingen uit het verleden.
We formuleren bij een deel van deze onderwerpen ook vraagpunten voor u. Een vraagpunt is een onderwerp waarover wij u adviseren om het college om extra informatie te vragen. 1. Actualisatie beeld voorspellende waarde van de begroting In het najaar van 2024 publiceerden we ons onderzoek Voorspellende waarde van de begroting. In dit onderzoek gingen we onder meer na in hoeverre de ramingen in de begroting (en navolgende ramingen) in de buurt kwamen van de uiteindelijke realisatie volgens het jaarverslag. We constateerden dat er sprake is van grote verschillen tussen raming en realisatie. Ook vonden we deze afwijkingen moeilijk navolgbaar. In reactie op dit rapport heeft het college aangegeven verbeteringen na te streven bij het ramen en te werken aan het beter navolgbaar maken van afwijkingen. Bij het Jaarverslag 2024 zien we hier al de eerste positieve resultaten van. Het gaat dan vooral om de resultaten van inspanningen om meer inzicht te geven in de afwijkingen van de realisatie ten opzichte van de oorspronkelijke begroting via het digitale dashboard.
Het dashboard maakt deze verschillen tot op programmaonderdeelniveau cijfermatig inzichtelijk en draagt daarmee bij aan het verbeteren van de navolgbaarheid van de planning- en controlcyclus.1 Het Jaarverslag 2024 gaat over het begrotingsjaar 2024 waarvan de planning- en controlcyclus ruimschoots startte voordat we ons rapport publiceerden en voordat het college is aangevangen met het werken aan verbeteringen in de ramingen. Dat betekent dat het nog niet voor de hand ligt dat de ramingen al dichter bij de uiteindelijke realisatie liggen. Het is daar nog te vroeg voor. En dat zien we ook in de gerapporteerde resultaten en verschillen met ramingen: het beeld is grotendeels vergelijkbaar met ons rapport. Wél valt het ons op dat het aandeel programmaonderdelen waar sprake was van een omvangrijke onderschatting van de baten, verder is toegenomen tot 46% (figuur 1). Ook het verschil tussen de geraamde en gerealiseerde structurele exploitatieruimte is flink toegenomen in 2024: er was 2,20% geraamd en er is 5,55% gerealiseerd (wat overeenkomt met een structureel begrotingssaldo van € 394 miljoen).2
Figuur 1 - Aandeel programmaonderdelen met grote over- en onderschatting van baten 50%
46%
45%
42%
40%
39%
39%
33%
35% 30%
22%
25% 20%
14%
15% 10%
13% 6%
8%
10%
3%
5%
0% 2019
2020
2021
Onderschatting van meer dan 20%
2022
2023
2024
Overschatting van meer dan 20%
Bron: Begrotingen en jaarrekeningen gemeente Amsterdam 2019-2024, bewerking Rekenkamer AmsterdamZaanstad.
2
In bijlage 1 bij deze brief hebben we, ter informatie, een deel van onze analyses uit het rapport geactualiseerd op basis van het begrotingsjaar 2024. Net als in ons rapport, is zichtbaar dat geraamde totale baten en lasten (zowel inclusief als exclusief mutaties van reserves) aanzienlijk hoger uitkomen dan oorspronkelijk begroot (rond de € 8,1 miljard gerealiseerd ten opzichte van € 7,1 miljard begroot (inclusief mutaties van reserves)). Ook zien we dat het saldo van baten en lasten (het financieel resultaat exclusief mutaties van reserves), net als in de afgelopen jaren, positief is in plaats van het oorspronkelijk negatief geraamde saldo (2024: € 114,8 miljoen positief gerealiseerd ten opzichte van € 11,1 miljoen negatief geraamd). Verder zien we, net als in ons rapport, dat de gemeente er wel in slaagt om de ramingen voor totale baten en lasten (exclusief mutaties van reserves) met tussentijdse bijstellingen in de voorjaarsnota en najaarsnota dichter bij de uiteindelijke realisatie te laten komen. 2. Doorwerking realisatie in Jaarverslag 2024 op begrotingsjaar 2025 De financiële resultaten uit 2024 kunnen waardevolle inzichten bieden voor het lopende begrotingsjaar 2025 en mogelijk ook voor de verdere toekomst.
Hierna gaan we eerst in op onze observaties bij de realisatie in 2024 op het niveau van programmaonderdelen en de betekenis daarvan voor het lopende begrotingsjaar 2025. Daarna volgen onze observaties bij de betekenis van de realisatie in 2024 voor de begrotings- en investeringsruimte in 2025. 2a. Betekenis realisatie 2024 voor ramingen van programmaonderdelen 2025 Zoals te zien in figuur 1 wijken de ramingen uit Begroting 2024 op veel programmaonderdelen met meer dan 20% af van de realisatie in Jaarverslag 2024, met name voor de baten. Deze verschillen met de oorspronkelijke begroting worden toegelicht in het nieuw ingevoerde dashboard: per hoger dan wel lager gerealiseerde post van baten en lasten wordt de oorzaak daarvoor genoemd. Hieruit is echter lang niet altijd duidelijk of deze oorzaken incidenten betreffen, of dat het gaat om verschillen die ontstaan door oorzaken die zich ook nog in komende jaren zullen voordoen. Ook in het jaarverslag, waar wordt ingegaan op het verschil tussen de ramingen uit de Najaarsnota 2024 en de realisatie, wordt vaak niet expliciet gemaakt of de oorzaak van een afwijking incidenteel is, of dat hier ook in komende jaren rekening mee moet worden gehouden. Het bovenstaande onderscheid is van belang omdat we verwachten dat de niet-incidentele oorzaken voor afwijkingen in 2024 worden verwerkt in de opvolgende ramingen voor 2025 en daarna.
Deze bijstellingen kunnen doorgevoerd zijn in de Begroting 2025, of later in de Voorjaarsnota 2025. Voor sommige programmaonderdelen zien we inderdaad dergelijke bijstellingen, maar er zijn ook programmaonderdelen waar dit niet duidelijk is.b Hierna lichten we dit toe aan de hand van vier programmaonderdelen: ▪
1.3 Erfpacht. In het Jaarverslag 2024 wordt gemeld dat er € 79,6 miljoen meer opbrengsten uit eeuwigdurende afkoop van erfpachtrechten zijn dan verwacht in de Najaarsnota 2024. En hierdoor zijn ook de lasten van gedeactiveerde, eeuwigdurend afgekochte erfpachtrechten hoger dan geraamd: € 100,9 miljoen hoger. Daarnaast is er sprake van een wijziging in de wijze waarop deze lasten van gedeactiveerde erfpachtrechten in het Jaarverslag 2024 worden gepresenteerd.c In de
b
We zien ook een aantal afwijkingen in de vergelijkende cijfers die de voorjaarsnota presenteert voor de Begroting 2025
en in de cijfers uit de Begroting 2025 zelf. Dit speelt voor programmaonderdelen 2.4, 2.5, 2.6 en 6.1. De grootste afwijkingen doen zich voor op programmaonderdeel 2.4 Beheer en onderhoud openbare ruimte (de lasten in de Begroting 2025 zijn € 13,9 miljoen lager dan de begrotingscijfers in de Voorjaarsnota 2025) en op programmaonderdeel 2.5 Water (de lasten in de Begroting 2025 zijn € 12,9 miljoen hoger dan de begrotingscijfers in de Voorjaarsnota 2025). c Deze wijziging in presentatie leidt, zo wordt gemeld, tot baten en lasten die elk € 80,2 miljoen hoger zijn dan geraamd in de Najaarsnota 2024. Bron: Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2024, p. 42.
3
Voorjaarsnota 2025 lijkt echter weer min of meer van dezelfde (aanzienlijk lagere) baten en lasten te zijn uitgegaan als in de Begroting 2024 en de Najaarsnota 2024.3 ▪
1.4 Bouwen en wonen. Uit de realisatie van 2024 blijkt dat de baten voor dit programmaonderdeel dat jaar te hoog waren geraamd: er is € 22,2 miljoen minder gerealiseerd dan oorspronkelijk begroot.4 Dit wordt grotendeels verklaard door tegenvallende aanvragen voor WABOvergunningen (€ 17,3 miljoen). Daarbij wordt benadrukt dat de aantallen aanvragen voor WABOvergunningen moeilijk zijn te ramen en dat, onder meer, veel projecten zijn uitgesteld naar 2025.5 In zowel de Begroting 2025 als de Voorjaarsnota 2025 wordt verder niet uiteengezet of en hoe is omgegaan met deze onzekerheid rondom de baten voor WABO-vergunningen en het effect van uitstel van projecten naar 2025 bij de ramingen voor 2025.6
▪
2.2 Openbaar vervoer. In 2024 was hier sprake van een substantiële onderbesteding van bijna € 25 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk begrote lasten van € 93,7 miljoen.7 In het Jaarverslag 2024 staat dat dit vooral veroorzaakt wordt door vertragingen in projecten, zonder dat duidelijk wordt of dit een incident is of iets waarmee ook in de toekomst rekening moet worden gehouden. De meest recente raming voor 2025 zet echter in op nog hogere lasten dan de Begroting 2024: in de Voorjaarsnota 2025 wordt in totaal bijna € 130 miljoen geraamd.8
▪
B.2 Horizontaal thema Digitale stad en overheid. De lasten zijn 35% te laag geraamd in de oorspronkelijke begroting (€ 19,2 miljoen lager dan gerealiseerd) en ook aanzienlijk te laag geraamd in latere bijstellingen van de begroting, zoals de Voorjaarsnota 2024.9 In het Jaarverslag 2024 wordt vooral benoemd dat de realisatie van “digitale opgaven” € 7,3 miljoen hoger uitvalt dan begroot.10 Het is niet de eerste keer dat deze post een substantiële overschrijding kent; dit was ook al het geval in 2023.11 In de Begroting en Voorjaarsnota 2025 lijkt het alsof wordt uitgegaan van lasten die min of meer op het niveau van de Voorjaarsnota 2024 zijn geraamd.12 Dit is substantieel minder dan gerealiseerd in 2024.
Ter informatie hebben we in bijlage 2 een overzicht opgenomen met daarin per programmaonderdeel de geraamde en gerealiseerde baten en lasten (exclusief mutaties van reserves) voor 2024 en de huidige ramingen voor het begrotingsjaar 2025. In lijn met de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek Voorspellende waarde van de begroting willen wij de raad nog een specifiek vraagpunt meegeven om zeker te stellen dat in de huidige ramingen voor het begrotingsjaar 2025 rekening is gehouden met inzichten op basis van de realisatie van het begrotingsjaar 2024.
Vraagpunt: we adviseren de gemeenteraad om het college te laten verduidelijken hoe afwijkingen zijn verwerkt van ramingen in de realisatie van 2024 in het lopende begrotingsjaar. Het gaat dan om afwijkingen die omvangrijk zijn en een niet-incidentele oorzaak hebben. 2b. Betekenis realisatie 2024 voor begrotings- en investeringsruimte 2025 In het Jaarverslag 2024 rapporteert het college ook over financiële ontwikkelingen aan de hand van verplichte financiële kengetallen. Twee van deze kengetallen spelen een rol bij de begrotingsruimte en investeringsruimte. Het gaat allereerst om het kengetal structurele exploitatieruimte. Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de structurele baten en lasten van de gemeente. In het Jaarverslag 2024 wordt een positieve structurele exploitatieruimte gerapporteerd van 5,5%. Dit betekent dat de gemeentelijke structurele baten aanzienlijk hoger zijn dan de gemeentelijke structurele lasten: € 394 miljoen hoger.13 Een dergelijk structureel overschot is positief voor de financiële positie van Amsterdam. In de Begroting 2024 was het positieve structurele exploitatiesaldo ook nog aanzienlijk lager geraamd: 2,2%.14 Voor het lopende begrotingsjaar 2025 wordt een structurele exploitatieruimte van 3,4% verwacht.15 De positieve exploitatieruimte alsmede de hogere uitkomst ten opzichte van de raming biedt desgewenst mogelijk
4
ruimte om meer structurele lasten te dekken (of structurele inkomsten te verlagen).d Dit roept de vraag op of deze verwachting, gegeven de gerealiseerde structurele exploitatieruimte in 2024, naar boven moet worden bijgesteld en of dit nog leidt tot extra begrotings- en investeringsruimte in de Voorjaarsnota 2025.
Vraagpunt: we adviseren de gemeenteraad om aan het college te vragen of de positieve gerealiseerde structurele exploitatieruimte in 2024 aanleiding is om de raming voor het lopende begrotingsjaar bij te stellen en of dit gevolgen heeft voor begrotings- en investeringsruimte in de Voorjaarsnota 2025. Het tweede kengetal betreft de netto schuldquote voor de standaardschuld. Dit kengetal geeft de verhouding weer van de gemeentelijke schuld ten opzichte van de gemeentelijke baten (met correctie voor schuld die samenhangt met het erfpachtbezit van de gemeente). De gemeente stuurt erop om dit kengetal op de lange termijn niet uit te laten komen boven 110%. Dat doet de gemeente door de investeringsruimte dusdanig te beperken dat de schuld niet te snel oploopt en boven deze signaalwaarde uitkomt. 16 Voor het begrotingsjaar 2024 was oorspronkelijk geraamd dat deze schuldquote uit zou komen op 69%.e Uit het Jaarverslag 2024 blijkt dat dit kengetal aanzienlijk lager is uitgekomen: op 58%.17 Aangezien de gemeente de investeringsruimte mede laat afhangen van dit kengetal, roept dit de vraag op of vanwege de lager dan verwachte schuldquote in de komende jaren meer ruimte zal komen voor investeringen.
Vraagpunt: we adviseren de gemeenteraad om aan het college te vragen of de lager dan verwachte netto schuldquote voor de standaardschuld meer investeringsruimte oplevert voor het begrotingsjaar 2025 en latere jaren. 3. Leren van bezuinigingen uit het verleden De afgelopen jaren is de gemeente Amsterdam geconfronteerd met economische tegenwind, een pandemie en diverse andere uitdagingen en onzekerheden. In reactie daarop heeft de gemeente Amsterdam ingezet op omvangrijke bezuinigingen. Sinds 2019 zijn, voor zover wij kunnen nagaan, in de begrotingen bezuinigingen verwerkt die oplopen tot ruim € 380 miljoen in 2025 (zie tabel 1). Het gaat om uiteenlopende soorten bezuinigingen. Van bezuinigingen op de eigen organisatie tot het verminderen van taken, het inzetten op meer efficiency en ook het verhogen van tarieven.
Naast structurele baten en lasten kent de gemeentebegroting ook incidentele baten en lasten. In het geval er wordt gekozen om meer structurele lasten te dekken (of structurele baten te verlagen) dan leidt dit, bij gelijkblijvende incidentele baten en lasten, tot een incidenteel tekort in de begroting. e Met het vaststellen van de Begroting 2025 is de verwachte netto schuldquote voor de standaardschuld voor het begrotingsjaar 2024 overigens al tussentijds aangepast naar 59%. Bron: Gemeente Amsterdam, Begroting 2025, p. 287. d
5
Tabel 1 - Overzicht ingeboekte bezuinigingen in de begrotingen sinds 2019 Bezuiniging (x € miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
2026f
20
35
51
51
51
51
15,2
27,1
115
188,8
191,3
191,3
38
60
129,4
142,5
109,5
100,1
226
369,2
384,8
351,8
Voorjaarsnota 2019 Samen sterker uit de crisis (2020) Coalitieakkoord 2022-2026 Totaal ingeboekte bezuinigingen
35,2
Bron: Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Monitor realisatie besparingen (17 mei 2021) en Begroting 2023 (22 september 2022, p. 17), bewerking Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad. Uit tabel 1 blijkt dat in 2024 de ingeboekte bezuinigingen vrijwel geheel moeten zijn gerealiseerd. Voor de bezuinigingen ingeboekt met de Voorjaarsnota 2019 en de verwerking van Samen sterker uit de crisis in 2020 was aanvankelijk een monitor bedacht om de realisatie te kunnen volgen. Deze monitor is één keer uitgebracht (in 2021). In deze eenmalige monitor gaf het college aan dat de realisatie van de bezuinigingen in het vervolg deel uitmaakt van de rapportage in het jaarverslag. Daarbij merkt het college ook op dat “Voor de monitor van de realisatie […] financieel gezien [het] vooral relevant [is] of de besparingen meerjarig zijn verwerkt in de budgetten per programmaonderdeel.” Voor de realisatie van de bezuinigingen uit het Coalitieakkoord 2022-2026 is voor zover wij kunnen nagaan geen separate monitor aangekondigd of uitgebracht. Dit impliceert ook hier dat de rapportage in het jaarverslag de belangrijkste bron is om de realisatie van deze bezuinigingen te kunnen volgen. Wij constateren echter dat in het Jaarverslag 2024, maar ook in voorgaande jaarverslagen over 2022 en 2023, slechts beperkte en sporadische informatie is te vinden over de realisatie van de ingeboekte bezuinigingen.
Daarmee is het moeilijk tot onmogelijk om de realisatie van deze bezuinigingen te kunnen volgen. Deze informatie is belangrijk, omdat in het verleden regelmatig is gebleken dat het niet vanzelfsprekend is dat ingeboekte bezuinigingen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd.g In tegenstelling tot het standpunt van het college, zoals verwoord in de monitor uit 2021, waarin staat dat het inboeken van bezuinigingen de belangrijkste stap is bij het bezuinigen, is het inboeken van bezuinigingen namelijk slechts het begin van het daadwerkelijk bezuinigen. Het is gebleken dat er tal van redenen kunnen zijn waardoor ingeboekte bezuinigingen uiteindelijk anders blijken uit te pakken. Vaak gebeurt dat als de bezuinigingen onvoldoende uitgewerkt of doordacht zijn. Dan blijkt de financiële ruimte die de bezuiniging had moeten opleveren, tegen te vallen. Maar het gaat ook om meer dan de financiële effecten. Want bezuinigingen kunnen (bedoeld of onbedoeld) doorwerken in de samenleving en voelbaar zijn voor Amsterdammers. Het is daarom belangrijk dat ook de gerealiseerde (maatschappelijke) effecten van de bezuinigingen in beeld zijn: zijn deze niet meer dan bedoeld of hebben zich onbedoelde neveneffecten voorgedaan? Verder biedt het volgen van de daadwerkelijke realisatie van bezuinigingen ook een goede mogelijkheid om lessen te verzamelen voor toekomstige bezuinigingen.
Wij adviseren de gemeenteraad daarom informatie in te winnen over de daadwerkelijke realisatie van de ingeboekte bezuinigingen, de opgetreden
De ingeboekte bezuinigingen uit de Voorjaarsnota 2019 en Samen sterker uit de crisis hebben we naar 2026 geëxtrapoleerd op basis van de ingeboekte structurele bezuinigingen voor 2025. g In ons rapport uit 2020 over de financiële positie van Amsterdam hebben wij een reeks ervaringen en knelpunten bij eerdere bezuinigingen op een rij gezet. f
6
maatschappelijke (neven)effecten en de lessen die hiervan zijn geleerd. In bijlage 3 hebben we een aantal lessen op een rij gezet uit eerder onderzoek naar bezuinigingen.
Vraagpunt: wij raden de gemeenteraad aan om het college te vragen om een overzicht van de financiële realisatie van ingeboekte bezuinigingen, de opgetreden (neven)effecten en eventuele geleerde lessen ten aanzien van bezuinigen. Afsluiting Met deze brief hoop ik u voldoende te hebben geïnformeerd over onze vraagpunten naar aanleiding van het Jaarverslag 2024 en de Voorjaarsnota 2025. Indien u nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met mij. Deze brief en al onze eerdere brieven in het kader van de Monitor informatie Amsterdamse financiën kunt u op onze website terugvinden. Met vriendelijke groet,
A.L. Daalder directeur Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
7
Eindnoten
Website: Dashboard Jaarrekening 2024, geraadpleegd op 13 mei 2025. Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2024, 24 april 2025, p. 297. 3 Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2024, 24 april2025, p. 42; Gemeente Amsterdam, Voorjaarsnota 2025, 22 mei 2025, p. 26. 4 Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2024, 24 april 2025, p. 47. 5 Website: Dashboard Jaarrekening 2024, geraadpleegd op 14 mei 2025. 6 Gemeente Amsterdam, Begroting 2025, 19 september 2024, p. 51; Gemeente Amsterdam, Voorjaarsnota 2025, 22 mei 2025, pp. 28, 29. 7 Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2024, 24 april 2025, pp. 82, 83. 8 Gemeente Amsterdam, Voorjaarsnota 2025, 22 mei 2025, p. 42. 9 Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2024, 24 april 2025, pp. 275; Gemeente Amsterdam, Voorjaarsnota 2024, 16 mei 2024, p. 80. 10 Website: Dashboard Jaarrekening 2024, geraadpleegd op 14 mei 2025. 11 Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2023, 25 april 2024, p. 250. 12 Gemeente Amsterdam, Voorjaarsnota 2025, 22 mei 2025, p. 100. 13 Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2024, 24 april 2025, p. 16, 261. 14 Gemeente Amsterdam, Begroting 2024, 28 september 2023, p. 339. 15 Gemeente Amsterdam, Begroting 2025, 19 september 2024, p. 288. 16 Gemeente Amsterdam, Begroting 2025, 19 september 2024, p. 392. 17 Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2024, 24 april 2025, p. 297. 1 2
8