CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - Reactiedocument advies stadsdeel Noord.pdf

RAAD 12 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Investeringsnota (Ontwikkelkader) voor deelgebied Winkelcentrum, (Buikslotermeerplein Amsterdam Noord) en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet (VN2024-016064)2.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactiedocument advies stadsdeel Noord Datum

dinsdag 17 september 2024

Bijlage

Advies stadsdeel Noord

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord heeft op vrijdag 19 juli 2024 haar advies vastgesteld (zie bijlage) en heeft ervoor gekozen één integraal advies op te stellen voor de investeringsbesluiten voor deelgebied Winkelcentrum en deelgebied Centrumplein. Het stadsdeelbestuur is in hoofdlijnen positief over de investeringsnota Centrumplein en de investeringsnota Winkelcentrum, en kan zich vinden in zowel de inhoudelijke als ruimtelijke kaders. Wel zijn er in het advies een aantal zorg- en aandachtspunten opgenomen. Het DB adviseert het college om, met inachtneming van onderstaande punten, de investeringsbesluiten vast te stellen. Het advies is onderaan dit document opgenomen. Het advies is hieronder samengevat en voorzien van een antwoord.

1. Integrale gebiedsontwikkeling Hoewel het DB de praktische afweging begrijpt om te ontwikkeling vanuit de drie deelgebieden (Centrumplein, Winkelcentrum en Olof Palmeplein) vorm te geven vraagt zij om een kader waarin de samenhang van de ontwikkeling en relatie met de omliggende gebieden wordt geborgd. Antwoord: Een integrale benadering van de ontwikkeling blijft uitgangspunt. Dit was ook het startpunt voor de in 2021 vastgestelde Projectnota waarin de kaders voor het gehele gebied en relatie met de omliggende gebieden zijn opgenomen. De investeringsnota’s zijn een vervolgstap en worden inderdaad voor drie separate gebieden gemaakt. De samenhang blijft. In zowel ruimtelijke als programmatische zin. Denk hierbij voorbeeld aan de programmatische keuzes om detailhandel te beperken tot het winkelcentrum en maatschappelijke voorzieningen juist te realiseren in de gebieden Centrumplein en Olof Palmeplein waar de gemeente meer regie heeft. Ook de ruimtelijke criteria kennen samenhang, denk hierbij aan de keuze om qua beeldkwaliteit aansluiting te zoeken bij de sterke architectuur van het Plan van Gool. Investeringen in omliggende buurten zijn geen onderdeel van dit investeringsbesluit. Dat geldt wel voor buitenplanse sportvoorzieningen en daarnaast worden de ruimtelijke verbindingen met Plan van Gool en de Kleine Wereld versterkt.

Gemeente Amsterdam

17 september 2024 Pagina 2 van 8

2. Transformatie Het DB ondersteunt de ambitie om het Buikslotermeerplein te ontwikkelen naar een gebied met een woon-, werk- en winkelfunctie maar vraagt aandacht voor kantoorontwikkeling en adviseert vraag en aanbod in realisatiefase te monitoren en adviseert het mogelijk te maken panden te transformeren van kantoor naar woningen en andersom. Antwoord: In het programma voor het Centrumplein is, naar aanleiding van marktonderzoek en -consultatie een beperkt minimaal aantal m2 kantoren opgenomen. Dit betreft een minimum en kan per tender worden bijgesteld afhankelijk van marktsituatie en de m2 kantoren in de al gerealiseerde kavels. Na realisatie is van kantoren naar woningbouw minder complex dan andersom. Van woonfunctie naar kantoren vooraf vastleggen is kostenverhogend (en ook een eis die verder gaat dan wettelijke eisen). De flexibiliteit die wordt gevraagd in de Vuistregels van het winkelcentrum gaat met name om de koppelbaarheid van de woningen en invulling van de eerste twee lagen. Die flexibiliteit is ook aanwezig in het Stedenbouwkundig Plan voor het Centrumplein. Het DB vraagt aandacht voor de effecten van de langdurige transformatie op de omgeving. De kwaliteit van de leefomgeving moet gedurende de uitvoering worden geborgd met expliciete aandacht voor verkeer, bereikbaarheid, tegengaan van bouwoverlast en ruimte voor tijdelijke voorzieningen.

Het DB vraagt extra te investeren in de inzet van omgevingsmanagement en BLVC. Antwoord: Het college deelt deze zorg, zeker gedurende de lange tijd die transformatie van het winkelcentrum wordt gemaakt. Daarom wordt er gewerkt aan een zogenaamd schuifplan waarin inzichtelijk wordt waar en wanneer er ruimte is voor tijdelijke voorzieningen, dit doen we samen met de CV die op haar beurt ook kan bemiddelen voor vraag en aanbod in het winkelcentrum. Voor zowel Winkelcentrum als Centrumplein wordt een BVLVC kader opgesteld. Voor deelgebied winkelcentrum is (ondanks dat de openbare ruimte in erfpacht is uitgegeven) extra budget opgenomen voor omgevingsmanagement en een ruim percentage kosten voor voorbereiding en toezicht. Het DB verzoekt om het grasveld op het Centrumplein in de definitieve situatie geschikt te maken voor het faciliteren van kleinschalige evenementen met behoud van de groene inrichting. Antwoord: Het College deelt deze ambitie en dit kwam ook naar voren in de participatie over dit plan. Daarom wordt dit uitgangspunt bij het ontwerptraject van de openbare ruimte. Ambities op dit vlak krijgen ook een plek in het nieuwe locatieprofiel voor evenementen waarbij zal worden voorgesteld om dit profiel uit te breiden van alleen horecaplein naar zowel horeca- als centrumplein.

Het DB vraagt om aandacht voor de (omgevings-)effecten bij transformatie en verzoekt om nog explicieter in kaart te brengen waar windhinder te verwachten is en wat er kan worden gedaan om dit zo veel mogelijk te beperken. Antwoord:

Gemeente Amsterdam

17 september 2024 Pagina 3 van 8

Voor definitieve besluitvorming is het windhinderonderzoek geactualiseerd. Dit onderzoek laat zowel voor bebouwing als de openbare ruimte een aantal plekken zien waar het windklimaat moet worden verbeterd. Dit gebeurt bij het ontwerptraject voor bebouwing en openbare ruimte en zal dan ook weer worden onderzocht. De Vuistregels en het Stedenbouwkundig Plan bevatten ook nu al maatregelen om windhinder te beperken. Denk hierbij aan terugspringende gevels. Maar ook het toepassen van bomen en beplanting is een belangrijk instrument bij het verbeteren van het windklimaat. 3. Groen Het DB vraagt om een concretisering van de gedeelde wens om het Buikslotermeerplein aanzienlijk te vergroenen. En verzoekt hierbij om dit niet als sluitstuk te zien maar als een constante factor gedurende de ontwikkeling. Het advies is een groenplan op te stellen waarin als uitgangspunt is opgenomen dat er extra wordt geïnvesteerd in kwalitatief hoogwaardig groen, waar mogelijk plekken eerder te vergroenen en volwassen bomen te planten. Voor wat betreft de groenambitie (lees: het minimaal halen van de groennorm) in het winkelcentrum heeft het DB enige zorg en vraagt naar de mogelijkheid om samen met de eigenaren meer concrete uitgangspunten over vergroening van het plangebied winkelcentrum te maken zodat (minimaal) aan de groennorm wordt voldaan.

Als laatste vraagt het DB te onderzoeken wat mogelijk is de huidige groenbeleving van het Centrumplein te behouden, ook als deze plek kleiner wordt als gevolg van de ontwikkeling van de A1 kavel. Antwoord: Voor het Centrumplein wordt, op basis van de uitgangspunten uit het Stedenbouwkundig Plan, een plan voor de openbare ruimte opgesteld. Dit plan wordt gemaakt van grof naar fijn waarbij een groenplan een belangrijk onderdeel is. Hierbij is de kanttekening dat dit plan gefaseerd zal worden uitgevoerd. In het Stedenbouwkundig Plan is toegelicht dat er drie locaties op het Centrumplein zijn waar onderzocht wordt of bestaande bomen ondanks de slechte groeicondities en de opgave om de grondwaterstand te verbeteren kunnen worden behouden. Daarnaast wordt er getracht vooruitlopend op de ontwikkeling te vergroenen. Hierbij wordt gedacht aan een plek op het horecaplein (pilot door RAN en gemeente en zullen mogelijkheden op het Centrumplein in beeld worden gebracht. Het college deelt om waar mogelijk een grotere aanplantmaat van bomen te planten. Hiertoe zijn middelen opgenomen in de grondexploitatie voor het Centrumplein. Voor het winkelcentrum geldt dat de openbare ruimte in erfpacht is uitgegeven aan de CV met uitzondering van het horecaplein.

Daarom is er gekozen om voor dit gebied allereerst te starten met een gezamenlijke visie op de openbare ruimte en van daaruit keuzes te maken. Hierbij is echter op voorhand het vergroenen van de winkelstraten een gedeeld uitgangspunt. In de Projectnota is opgenomen dat gezien de beperkte mogelijkheden in het winkelcentrum minimaal 50% van de groenopgave binnenplans moet worden ingepast en de overige 50% wordt geïnvesteerd in omliggend groen (nieuwe aanleg of investering in kwaliteit). Uit de voorlopige berekeningen blijkt dat op basis van 3.000 woningen (max. plancapaciteit) is de totale groenopgave op het Buikslotermeerplein ca. 55.000 m2. Uit de groenstudie blijkt dat circa 37.000 m2 groen binnenplans kan worden ingepast, dat is circa 67% van de totale groenopgave. Het tekort is afhankelijk van

Gemeente Amsterdam

17 september 2024 Pagina 4 van 8

hoeveel woningen er in het winkelcentrum worden gerealiseerd. Om aan de totale groennorm te voldoen wordt rekening gehouden met een bovenplanse investering vanuit de grondexploitatie winkelcentrum op het moment dat er afsprakenbrieven worden gesloten voor de woningen waarbij het niet meer mogelijk is groen binnenplans op te nemen. 4. Openbare ruimte Het DB onderstreept het belang van een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte op en rondom het Buikslotermeerplein. Specifieke aandacht wordt gevraagd voor speelruimte voor kinderen in het winkelcentrum, kwaliteit van de openbare ruimte tijdens transformatie, toegankelijkheid voor mindervaliden en aansluiting op de omgeving. Ook adviseert het DB om een toegankelijkheidsonderzoek te doen bij veranderd gebruik van dit gebied. Antwoord: Op dit moment wordt er ook gespeeld in het winkelcentrum, dit uitgangspunt wordt meegenomen bij de visievorming. Om de toegankelijkheid te borgen wordt gebruik gemaakt van het BLVC kader maar ook overlegd met bewoners en belangengroepen om dit goed in beeld te houden. Het college deelt het belang van een passend gebruik van de nieuwe openbare ruimte en zal hierbij in het bijzonder aandacht geven aan de stallingsruimte voor fietsers en afwijkende voertuigen. Omdat de openbare ruimte gefaseerd worden aangelegd behoeft dit ook tijdens uitvoering monitoring. 5.

Mobiliteit Het DB onderstreept het belang van een mobiliteitsplan voor het Buikslotermeerplein dat een duidelijke relatie heeft met het Noord-brede plan. Bereikbaarheid te voet, fiets en OV staat hierin centraal met extra aandacht voor verkeersstromen tijdens transformatie. Antwoord: De uitgangspunten op het gebied van mobiliteit zijn onderdeel van de investeringsnota’s en sluiten aan op het mobiliteitsplan Noord. Het college stelt voor de borging van de bereikbaarheid tijdens uitvoering onderdeel te houden van het BLVC kader. 6. Wonen De woningbouwopgave op het Buikslotermeerplein met ca. 3.000 woningen (incl. Olof Palmeplein) moet in relatie tot de aangrenzende buurten worden gezien. Het DB wenst een concretisering van kansen op het gebied van doorstroming of wooncarrière voor bewoners uit de buurt. Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor ouderenhuisvesting. Het DB adviseert de effecten van wonen in het een winkelcentrum in kaart te brengen en waar nodig te anticiperen. Ook wat betreft de woonfunctie benadrukt het DB dat de gemeente Amsterdam met de woningcorporaties samen zal moeten blijven inzetten op het verbeteren van de kwaliteit van de woningen in aangrenzende buurten. Het DB begrijpt de voorgestelde afwijking op 40/40/20 voor het winkelcentrum maar vraagt het college ook in dit gebied in te zetten op zoveel als mogelijk woningen in het sociale als

Gemeente Amsterdam

17 september 2024 Pagina 5 van 8

middensegment. Een flexibele opstelling wordt gevraagd als dit ten gunste komt van het betaalbare segment. Het DB adviseert in tenders in te zetten op klimaatadaptief en natuurinclusief te bouwen en wenst te worden meegenomen in de totstandkoming van de tenders. Antwoord: Binnen de mogelijkheden van het woonbeleid zal er worden ingezet op stadsdeelvoorrang. Het college deelt de kans voor ouderenhuisvesting op deze locatie. Dit zal verder vorm worden gegeven in gesprekken met eigenaren en corporaties. Afdwingen is niet mogelijk. Wonen in een winkelcentrum gaat verder dan alleen het bouwen van woningen, aandacht voor gebruik en woonkwaliteit is essentieel. CV en gemeente hebben dit op het vizier en zullen tegen die tijd ook een bouw- en beheeroverleg instellen om deze aspecten te monitoren. Het verbeteren van de kwaliteit van woningen in aangrenzende buurten is geen onderdeel van deze investeringsbesluiten. Ook in het winkelcentrum is blijvend aandacht voor het betaalbare segment. Met ontwikkelende partijen wordt er constant gekeken wat de optelsom is van alle programma’s waarbij gewaakt moet worden dat er ruimte blijft voor sociale en middeldure woningen. Het stadsbrede uitgangspunt om 30% van de criteria in tenders toe te kennen aan duurzaamheid zal ook hier worden toegepast.

Per tender zal worden bekeken waar de focus moet worden gelegd gezien de variëteit aan ambities in dit gebied. Het stadsdeel zal op voorhand worden geconsulteerd bij het opstellen van de tenderstukken. Voor het winkelcentrum geldt dat er een aantal specifieke eisen tot stand zijn gekomen tussen CV en gemeente op het gebied van duurzaamheid. Dit betreft de hoge kwaliteit van de groene daken en de flexibiliteit in de koppelbaarheid van de woningen. 7. Cultuur Het DB is blij met het metrage aan culturele functies in de plannen. Het DB vraagt het college om garant te staan voor een haalbare businesscase voor het cultuurgebouw. Dit sluit aan bij ongelijk investeren in gelijke kansen. Verder onderstreept het DB de waarde van lokale partijen zoals de DAT!School en de Modestraat. Antwoord: Het College deelt het belang van cultuur op deze locatie en neemt kennis van het verzoek om mede te investeren in het cultuurgebouw. De functies zoals de Modestraat en de DAT!School hebben beiden een tijdelijke gebruikersovereenkomst op het Buikslotermeerplein maar inmiddels een belangrijke positie op het plein ingenomen. Voor dergelijke functies is er in het Stedenbouwkundig Plan ruimte opgenomen. Voor beide functies is er vanuit K&C en Stadsdeel hulp bij de zoektocht naar een tijdelijke locatie en organisatieontwikkeling om straks een definitieve plek te huren onder marktconforme huurcondities.

De voorliggende investeringsbesluiten zien alleen op de realisatie van ruimte voor dergelijke functies.

Gemeente Amsterdam

17 september 2024 Pagina 6 van 8

8. Sport Het DB begrijpt de sportambities zoals opgenomen in de investeringsnota’s. Deze sluiten aan bij de verdichting en het karakter van het gebied. De afweging om het behalen van de sportnorm te koppelen aan het realiseren van extra m2 veldsport buiten het plangebied lijkt inhoudelijk logisch. Het DB heeft hierbij echter twee verzoeken. Enerzijds een concretisering van deze ambitie (qua locatie en kwaliteit) en anderzijds onderzoeken of er andere mogelijkheden zijn dan urban sports voor plangebied Centrumplein. Antwoord: Het College zal beide verzoeken uitwerken bij verdere planontwikkeling. 9. Maatschappelijke voorzieningen Voor wat betreft de maatschappelijke voorzieningen is het gegeven dat deze in fysiek opzicht vaak lokaal gebonden zijn. In dat opzicht onderstreept het DB het belang van het investeren in maatschappelijke voorzieningen in de buurten Plan Van Gool en de Kleine Wereld: bewoners hebben vaak bij voorkeur een locatie in hun eigen buurt. De voorzieningen op het Buikslotermeerplein zijn in dat opzicht een aanvulling op het aanbod in de wijk zelf. In het verlengde daarvan ziet het DB graag verder in kaart gebracht of een clustering van de maatschappelijke- en culturele voorzieningen (verdeeld over kavel A1 en A2) in kavel A1 de voorkeur verdient boven een spreiding over de twee verschillende kavels.

Tenslotte verzoekt het DB om te onderzoeken op welke manier de voorzieningen het beste gepositioneerd kunnen worden als het gaat om de logische (fysieke) aansluiting op de omliggende buurten. Antwoord: In het Strategisch Huisvestingsplan Jeugd, Zorg en Basisvoorzieningen (SHP-JZB) d.d. januari 2024, opgesteld door directie Maatschappelijke Voorzieningen is de opgave voor zowel Jeugd, Zorg als Basisvoorzieningen voor de wijken Kleine Wereld en Plan van Gool apart opgenomen. De in het SHPJZB opgenomen opgave voor Buikslotermeerplein is primair bedoelt voor de buurt zelf. Daarnaast is, in het kader van de ongedeelde wijk, voorgesteld deze voorzieningen, door hun positionering binnen het Buikslotermeerplein, bij te laten dragen aan de verbinding met en aansluiting op omliggende focusbuurten. Er is voorgesteld de maatschappelijke voorzieningen te clusteren op drie grote locaties: • Kavel A1, Centrumplein, 1.800 m2 bvo voor Dagbesteding en een Culturele wijkvoorziening • Kavel A2, de Wieden, 800 m2 bvo voor Buurtkamer en Broedplaats met ruimte voor sport in de aangrenzende openbare ruimte. • Kavel A5, Buikslotermeerplein Zuidzijde, 1.000 m2 bvo voor een gezondheidscentrum De omvang varieert van 800 m2 bvo tot 1.800 m2 en zijn daarmee van voldoende omvang om te zorgen voor combinaties van functies die elkaar versterken.

Gemeente Amsterdam

17 september 2024 Pagina 7 van 8

De voorzieningen op Kavel A2 en A5 zijn zo gepositioneerd, dat zij een rol vervullen bij de verbinding tussen ontwikkelgebied Buikslotermeerplein en omliggende buurten. De buurtkamer en broedplaats op kavel A2 aan fiets- en wandelverbindingen tussen de Kleine Wereld en Buikslotermeerplein en het gezondheidscentrum aan de zuidzijde van het Centrumplein voor verbinding met het Plan van Gool

10. Branchering Het DB adviseert om samen met de vereniging van eigenaren en winkeliers te verkennen wat er nodig is om tot een kwalitatief goede en toekomstbestendige branchering te komen. Antwoord: Het College deelt dit belang en hoort dit ook terug in de participatie. Het college zal dit verzoek ook bij de CV neerleggen en dit vraagstuk verder met hen verkennen. In de Projectnota zijn hier de eerste uitgangspunten al over gedeeld. De voortgang van de transformatie is echter ook van cruciaal belang bij een succesvolle branchering van het winkelcentrum, evenals de ontwikkeling van de publieksfuncties op het Centrumplein. Meer massa, loop en draagvlak in het winkelcentrum zorgen voor meer kansen op het gebied van branchering. 11. Ontwikkeling en participatie DB adviseert om een participatieplan op te stellen dat specifiek ingaat op de vraag hoe je met elkaar in een proces van transformatie ervoor kunt zorgen dat er op een constructieve manier een stadsdeelcentrum wordt ontwikkeld. Antwoord: Het College deelt dit belang en zet de werkwijze om jaarlijks een participatieplan op te stellen door. 12. Aanvullende tekstuele suggestie We waarderen een toekomstvisie op 2031, helaas herkennen we ons niet in de namen van de gekozen Amsterdammers. Een inclusieve samenleving begint bij het gebruik van namen waarin Noorderlingen zich kunnen herkennen.

Antwoord: De suggestie wordt overgenomen.

Gemeente Amsterdam

17 september 2024 Pagina 8 van 8

Bijlage: advies stadsdeel Noord op IN Centrumplein en Winkelcentrum, d.d. 19-072024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938160/1