CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8. Meerjarenonderhoudsplan (MOP) en verantwoording.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 2 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2025-2028 (VN2023-021652)957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 8 - Meerjarenonderhoudsplan (MOP) en verantwoording De richtlijnen voor het meerjarenonderhoudsplan en verantwoording zijn voor de periode 20252028 in het kader van het Kunstenplan als volgt: 1) Actueel MOP Bij de indiening van de aanvragen voor vierjarige subsidies in het kader van het Kunstenplan, moet het daarbij in te dienen meerjarenonderhoudsplan (MOP) voor het onderhoud waar de huurder conform het huurcontract verantwoordelijk voor is, actueel zijn. In de MOP, conform NEN 2767 en met minimaal onderhoudsniveau 3, dient het onderscheid tussen huurders- en verhuurdersonderhoud duidelijk te zijn. Om de MOP’s zoveel mogelijk gelijk te laten lopen met de fasering van het Kunstenplan, heeft het de sterke voorkeur dat een MOP -op het moment van indienen van de aanvraag- niet ouder is dan 1 jaar. Een MOP mag ouder zijn dan 1 jaar, maar niet ouder dan 4 jaar. Als een MOP -op het moment van indienen van de aanvraag- tussen 1 en 4 jaar oud is, dan moet bij de aanvraag in een inhoudelijke toelichting de actuele situatie én een vooruitblik naar het verwachte onderhoud voor de Kunstenplanperiode worden beschreven. Uitzonderingen hierop zijn alleen mogelijk als er sprake is van ingrijpende renovaties en/of verbouwingen gedurende het komende Kunstenplan en de periode waarop het MOP betrekking heeft.

Er dient dan een uitgebreide onderbouwing te worden toegevoegd waarom de MOP niet actueel is en/of niet kan worden nageleefd en wanneer het onderhoud wel uitgevoerd gaat worden. Alleen met schriftelijke toestemming van deze onderbouwing door de gemeente kan afgeweken worden van bovenstaande actualiteitseis. 2) Verantwoording MOP-subsidie In het jaarverslag gaan instellingen uitgebreid in op de onderhoudsstatus van het huurders-deel, MOP-bestedingen of uitstel van bestedingen van het desbetreffende jaar alsmede doteringen aan de voorziening/fonds/reserve. Als onderdeel van de jaarlijkse verantwoording dient een toelichting te worden opgenomen over de wijze waarop een instelling de MOP heeft nageleefd en hoe de op de lange termijn benodigde middelen worden gereserveerd. In de toelichting wordt ingegaan op de verschillen tussen de in de MOP begrote uitgaven en de werkelijke uitgaven. Hierbij wordt ook ingegaan op welke werkzaamheden op een ander moment uitgevoerd worden dan in de MOP stond opgenomen. 3) Welke kosten kunnen verantwoord worden Met ingang van het Kunstenplan 2021-2024 is het niet langer mogelijk om schoonmaakkosten, investeringen in de inventaris en/of afschrijvingen ten laste te brengen van het MOP budget. Alleen het onderhoud waarvoor de huurder conform het huurcontract verantwoordelijk is, mag ten laste worden gebracht van het MOP budget.

Welke uitgaven die als onderdeel van het MOP geactiveerd worden, is aan de instelling en de accountant van de instelling. Als er gekozen wordt om uitgaven -die onderdeel uitmaken van het MOP- te activeren, dan worden de middelen die in het MOP zijn opgenomen voor deze investering toegevoegd aan een kapitaallastenreserve, waarmee de toekomstige kapitaallasten van het activum worden gedekt. De afschrijvingen in de exploitatie worden gedekt uit deze balanspost.

De kosten voor leges, advies- en/of architectenbureaus etc., mogen niet ten lasten worden gebracht van het MOP. Hiervoor dienen instellingen apart budget te reserveren. Tevens attenderen we op de huidige trend van fors stijgende kosten.

4) Intern uitvoeren onderhoud Indien een instelling zijn onderhoud laat verrichten door een interne onderhoudsdienst dan dienen deze kosten, de werkzaamheden en de daarvoor benodigde uren specifiek verantwoord te worden aan de hand van een urenregistratie of urenplanning. 5) Voorziening of reserve De in de beschikking geoormerkte subsidiebedragen mogen niet anders ingezet worden dan voor de in het MOP opgenomen werkzaamheden. De bedoeling is om de lasten voor het onderhoud zoveel mogelijk gelijkmatig te verdelen over de jaren. Om deze redenen is een instelling verplicht om gebruik te maken van een bestemmingsfonds en/of onderhoudsvoorziening. De gemeente laat instellingen vrij in de keus om de MOP-subsidie te verantwoorden via een reserve en/of voorziening zolang dit binnen de voor de instelling geldende verslaggevingsregels past. 6) Monumenten of monumentaal binnenwerk Als er sprake is van monumentaal binnenwerk of binnenwerk van een monument dat vraagt om specifiek onderhoud, dan dient dit ook door de instelling in het MOP te worden opgenomen. Mochten instellingen gehuisvest zijn in een monument dan moeten ze daarvoor voorafgaande aan de werkzaamheden een vergunning aanvragen en kunnen ze hiervoor ter voorbereiding op de vergunningaanvraag kosteloos advies inwinnen bij Monumenten en Archeologie.

Op de website van de gemeente Amsterdam staan de mogelijkheden voor financiële ondersteuning: www.amsterdam.nl/kunst-cultuur/monumenten/financiele-steun/. 7) Indexatie / nominale verhoging van subsidie De Kunstenplansubsidies worden verleend voor een periode van 4 jaar. Onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad, kunnen subsidies geïndexeerd/nominaal verhoogd worden. In dat geval dient de instelling deze verhoging ook toe te passen op het MOP bedrag - als ‘geoormerkt’ onderdeel van de totale subsidie. 8) Duurzaamheid Instellingen dienen in hun MOP te streven naar verduurzaming waar dit mogelijk is, en hier zoveel mogelijk het natuurlijke moment van onderhoud voor aan te wenden. Om goed zicht te krijgen op de energiebesparingsmogelijkheden kunnen instellingen via de Gemeente kosteloos een energiebespaarplan laten opstellen door een deskundig energieadviseur. Sommige maatregelen verdienen zichzelf redelijk snel terug. De overheid helpt instellingen via de subsidieregeling DuMaVa met een financiële bijdrage aan verduurzamingsplannen. De Gemeente beschikt over een Duurzaamheidsfonds waar instellingen een laagrentende lening kunnen afsluiten voor bijv. het plaatsen van zonnepanelen op daken, het installeren van warmte-koude opslag of gebouwen verduurzamen door energiebesparing.

Leningen worden verstrekt voor projecten en maatregelen die staan op de Maatregelenlijst Duurzaamheidsfonds.1 1

Meer info: Lening Duurzaamheidsfonds - Gemeente Amsterdam

9) Advies Gemeentelijk Vastgoed Gemeentelijk Vastgoed is altijd bereid te adviseren over het opstellen van het nieuwe/geactualiseerde MOP en mogelijkheden tot subsidieaanvragen bij Rijk en/of provincie ten behoeve van monumentaal onderhoud van het binnenwerk aan instellingen die huren van Gemeentelijk Vastgoed

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13380068/1