CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Inspraakreacties afwegingskader.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 12 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen paraplubestemmingsplan Darkstores (VN2023-007817)21.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeenteraad College van burgemeester en wethouders Postbus 2758 1000 CT Amsterdam Indiening uitsluitend per e-mail: remie.klaassenPamsterdann.nl

Datum:

15 februari 2023

Betreft:

Ontwerpbestemmingsplan Darkstores - zienswijze Ruimtelijk afwegingskader flitsbezorging vanuit een darkstore - inspraakreactie

Geachte raad, Geacht college, Hierbij ontvangt u namens Getir en Gorillas een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan Darkstores en een inspraakreactie op het Ruimtelijk afwegingskader flitsbezorging vanuit een darkstore. Het ontwerpbestemmingsplan en het Ruimtelijk afwegingskader hangen dusdanig nauw samen dat wij hierbij een integrale reactie indienen. Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in een verbod op de vrije vestiging van zogenoemde "darkstores". Wij noemen onze vestigingen zelf city stores en zullen daarom in onze reactie ook deze term gebruiken. Met een omgevingsvergunning kan een city store alsnog worden toegelaten wanneer dit - kort gezegd niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden. In het Ruimtelijk afwegingskader, dat overigens geen onderdeel uitmaakt van het ontwerpbestemmingsplan, heeft het college de voorwaarden nader uitgewerkt. Wij begrijpen de wens van de gemeente om city stores nader te reguleren. Vanaf eind 2020 heeft de gemeente te maken gekregen met de snelle opkomst van city stores in de stad. Al snel kwamen bij de gemeente meldingen binnen van bewoners die zich zorgen maakten over de drukte bij de vestigingen, de uitstraling ervan en de verkeersveiligheid op straat. En terecht. Wij hebben in het begin te weinig oog gehad voor een goede inpassing in de stad. Dat spijt ons.

Wij hebben ervan geleerd, de kritiek ter harte genomen en er snel en passend op gereageerd door wijzigingen in onze bedrijfsvoering door te voeren. Zo hebben we vaste gedragsregels opgesteld waardoor de bezorgers binnen in de city stores wachten op een volgende bestelling. De bestickering is van de ramen verwijderd en er is kunst van lokale kunstenaars voor in de plaats gekomen (art stores). En door een eigen distributiecentrum in gebruik te nemen (Getir) of met Jumbo samen te werken (Gorillas) hebben wij het aantal leveringen aan elke city store met wel 70% kunnen beperken.

1

Inmiddels is de situatie structureel verbeterd, wordt er hinder voorkomen en staat de kwaliteit van de operatie voorop. In 2023 zetten wij deze lijn onverminderd voort, waarbij Getir en Gorillas, thans onderdeel van hetzelfde moederbedrijf, intensief samenwerken. Omdat nieuwe, innovatieve concepten niet als vanzelfsprekend in een bestaand kader passen, begrijpen wij de wens van de gemeente om een helder kader vast te stellen zodat voor iedereen duidelijk is welke regels er gelden of aan welke voorwaarden moet worden voldaan. Hierbij geven wij graag onze reactie op het ontwerpbestemmingsplan en het Ruimtelijk afwegingskader, om samen te kijken naar een juiste inpassing van onze dienstverlening in de stad. Wij vertrouwen erop dat een kader kan worden vastgesteld waarbij tegemoet gekomen wordt aan enerzijds het belang van de bescherming van het woon- en leefklimaat van omwonenden en anderzijds het belang van de dienstverlener om met name in gemengde gebieden city stores te kunnen blijven exploiteren. 1.

Introductie Getir en Gorillas

Voordat wij inhoudelijk ingaan op het ontwerpbestemmingsplan en het Ruimtelijk afwegingskader introduceren wij onszelf graag. Getir en Gorillas zijn beide een snelle bezorgdienst van boodschappen voor consumenten. Via onze eigen apps kunnen klanten een bestelling bij ons plaatsen, waarna wij de boodschappen bezorgen op de door hen gewenste locatie, zoals thuis of op het werk. In een deel van onze vestigingen zijn klanten ook ter plaatse welkom om hun boodschappen te doen en/of een bestelling of te halen. Wij leveren boodschappen, maar eigenlijk geven wij onze klanten tijd. Zodat het koken eerder klaar is om samen met het gezin te eten. Om spontaan een borrel voor de buurt te organiseren. Of om rustig aan te sterken, wanneer iemand door ziekte niet in staat is om zelf naar de winkel te gaan. Zoals de komst van de supermarkt destijds een revolutie betekende voor het boodschappen doen - met name vrouwen hoefden niet meer lang in de rij te staan bij de verschillende winkeliers, maar konden voortaan zelf in een winkel al hun boodschappen uitzoeken en betalen - zijn wij onderdeel van een nieuwe revolutie: het op afstand bestellen van boodschappen die vervolgens nog eerder bezorgd worden dan wanneer je zelf naar de supermarkt zou gaan. De wijze van verkoop van boodschappen aan de klant is continu aan verandering onderhevig.

Van de aan huis komende melkboer, via de eerste kruidenier, naar kleine supermarkten en de SRV-wagen, naar een zeer diverse palet aan grote en kleine supermarkten, naar online supermarkten als Picnic en Crisp die de volgende dag bezorgen, en naar online supermarkten die aan snelle bezorging doen. Hoe een supermarkt haar klanten bedient, verandert dus continu. Onze innovatieve wijze van dienstverlening past bij deze trend. Daarbij is er ook een trend zichtbaar van boodschappenbezorging via vrachtwagens en bestelbussen naar e-bikes en e-scooters zoals bij ons.

2

Het laten bezorgen van boodschappen past daarbij binnen een bredere trend van het laten thuisbezorgen van artikelen en maaltijden. Reeds voor 2000 waren bezorgpizzeria's - waarbij de pizza's met scooters werden bezorgd - al een gangbare verschijning. Vrijwel elk bedrijf - groot en klein - speelt hier tegenwoordig op in. Omdat zowel bij pizzeria's als bij ons sprake is van bezorging met e-bikes en e-scooters, wensen wij vergelijkbaar behandeld te worden. Wij vestigen ons op locaties waar vraag is naar onze dienstverlening. Dit is altijd dichtbij onze klanten. Een groeiende groep consumenten maakt gebruik van onze dienstverlening: van jong tot oud, en van studenten en gezinnen tot alleenwonende oudere inwoners. Onze voornaamste doelgroep is jonge gezinnen. Inmiddels plaatst meer dan 40% van de Amsterdammers wel eens een bestelling bij een city store. Door onze locaties, technologie en eigen bezorgers zijn wij in staat om boodschappen ook snel en veilig te kunnen bezorgen. Wij geven mensen gelijke kansen. Volwaardige arbeidscontracten zijn bij ons de norm. Dit betekent dat onze werknemers recht hebben op ziekteverlof en vakantiedagen en pensioen opbouwen. Daarbij bieden wij een kans aan een grote groep mensen die anders niet of moeilijk aan het werk zou komen. Als bezorger zijn opleidingsniveau en werkervaring minder van belang.

De veiligheid van onze bezorgers staat vanzelfsprekend voorop. Zij krijgen intensieve trainingen in verkeersveiligheid, met een combinatie tussen theorie en praktijk. Dit doen wij samen met Veilig Verkeer Nederland en TeamAlert. Onze bezorgers krijgen per uur betaald en er zijn geen financiele prikkels om tijd te winnen in het verkeer of voor gehaast gedrag. Wij zorgen voor goede en veilige e-bikes en e-scooters en bezorgers krijgen beschermende en weersbestendige kleding, inclusief een helmplicht (ook op de e-bike). Duurzaamheid is een belangrijk thema voor ons. We beperken de CO2-uitstoot en leveren geen negatieve bijdrage aan de luchtkwaliteit in de stad, omdat we alleen met e-bikes en e-scooters bezorgen. In tegenstelling tot hetgeen soms gesuggereerd wordt, beperken wij het aantal verkeersbewegingen en zorgen we voor verdere verduurzaming van het logistieke proces. Onze bezorgers nemen namelijk tot wel vier bestellingen per rit mee. Wat normaal zou leiden tot acht verkeersbewegingen (van vier klanten) is er nu een geworden. Door daarnaast met vaste distributiecentra te werken is het aantal dagelijkse leveringen aan een city store met wel 70% beperkt tot slechts enkele keren per dag. Tot slot proberen we voedselverspilling tegen te gaan. Consumenten die bij ons bestellen lijken minder voorraden aan te leggen. Hierdoor wordt minder voedsel verspild.

Daarnaast zijn wij een actieve partner van Too Good To Go, waarbij klanten tegen kleine prijzen producten die de houdbaarheidsdatum naderen in onze city stores kunnen afhalen .

3

Juridisch kader bij vaststelling bestemmingsplan voor de regulering van city stores

2.

2.1.

Dienstenrichtlijn

Het bezorgen van boodschappen vanuit een city store kwalificeert als een "dienst" op grond van de Dienstenrichtlijn. Uit artikel 15 van de Dienstenrichtlijn volgt dat enige kwantitatieve of territoriale beperking voor de uitoefening van een dienstenactiviteit slechts onder specifieke en strikte omstandigheden kan. Eisen, zoals een vergunningenstelsel, kunnen enkel opgelegd worden wanneer zij: •

Geen direct of indirect onderscheid maken naar nationaliteit of plaats van statutaire zetel;

•

Gerechtvaardigd zijn om een dwingende reden van algemeen belang (noodzakelijkheid); en

•

Geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken, niet verder gaan dan nodig om dat doel te bereiken en dat doel niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt (evenredigheid).

Eisen kunnen slechts worden opgelegd nadat de noodzakelijkheid en evenredigheid met deugdelijk onderzoek op objectieve wijze onderbouwd is. Bij een stelsel van voorafgaande administratieve toetsing, zoals bij een volledig verbod op rechtstreekse vestiging behoudens een omgevingsvergunning, moet voorzienbaar zijn onder welke voorwaarden de omgevingsvergunning verleend wordt. De bepalingen die de beperkingen opleggen moeten duidelijk en ondubbelzinnig zijn. Er mag Been ruimte zijn voor willekeur. Het gebruik van bijvoorbeeld dubbeizinnige definities is niet toegestaan. 2.2.

Wet ruimtelijke ordening

Op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening legt de gemeenteraad in een bestemmingsplan de bestemming vast van de gronden in het plangebied. Daarbij geeft zij regels ten behoeve van het gebruik van die gronden. Leidend is een goede ruimtelijke ordening. Enkel ruimtelijke effecten mogen worden gereguleerd in een bestemmingsplan. De nadelige gevolgen van het plan mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. 2.3.

Gelijkheidsbeginsel

Op grond van het gelijkheidsbeginsel - dat zowel een nationaal als een Europees rechtsbeginsel is dienen gelijke gevallen gelijk te worden behandeld. Het regime dat voor snelle bezorging van boodschappen geldt, dient voor elke vorm van snelle bezorging te gelden, ongeacht het specifieke product dat bezorgd wordt. 3.

Verzoeken bij het ontwerpbestemmingsplan en het Ruimtelijk afwegingskader

Sinds eind 2020 hebben wij een grote groep Amsterdammers blij gemaakt met onze dienstverlening. Wij willen dat nog lang kunnen blijven doen. 4

Voor onze bedrijfsvoering zijn met name city stores in gemengd gebied belangrijk, zodat wij de boodschappen snel en veilig bij de klant kunnen bezorgen. Het ontwerpbestemmingsplan introduceert een vergunningplicht voor vrijwel het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam. Volgens de toelichting is geprobeerd om een regeling op te stellen waarbij zowel aan de vraag kan worden voldaan als het goede woon- en leefklimaat in de stad kan worden gegarandeerd. Tegelijkertijd bevat het Ruimtelijk afwegingskader zeer strikte regels. Met name gemengde gebieden lijken weinig tot geen ruimte te bieden voor city stores. Hierdoor wordt het moeilijk zo niet onmogelijk om in delen van de stad onze diensten te kunnen blijven verlenen. Het nieuwe kader heeft hiermee voor onze bedrijfsvoering verstrekkende en onevenredige gevolgen. Wij hebben dan ook onze vraagtekens bij de juridische rechtmatigheid van het ontwerpbestemmingsplan en het Ruimtelijk afwegingskader zoals thans voorzien. Deze lichten wij hierna toe. Een uitgebreide juridische analyse van Hemwood is separaat bijgevoegd (Bijlage). 3.1.

Ontwerpbestemmingsplan: volledig gebruiksverbod is onevenredig

Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in een specifieke regeling voor city stores. Er geldt een volledig verbod op vrije vestiging binnen het plangebied, ongeacht het type omgeving - woongebied, gemengd gebied of bedrijfsomgeving. Daarbij heeft het plangebied betrekking op vrijwel het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam. Dienstenrichtlijn Een volledig gebruiksverbod zoals voorgesteld staat op gespannen voet met de Dienstenrichtlijn en de daarop gebaseerde Afdelingsjurisprudentie, die een inbreuk op de vrijheid van bedrijfsvestiging slechts in specifieke gevallen toestaat. Een algemeen verbod met de bedoeling pas op basis van een verzoek om binnenplanse afwijkingsmogelijkheid te bezien of in een concreet geval kan worden ingestemd met een nieuwe bedrijfsvestiging is daarmee niet in overeenstemming. Op grond van de Dienstenrichtlijn kan een eis, zoals een vergunningenstelsel, enkel opgelegd worden wanneer het gerechtvaardigd is vanwege een dwingende reden van algemeen belang, noodzakelijk en evenredig is, en dit met deugdelijk onderzoek op objectieve wijze onderbouwd is. Geen dwingende reden van algemeen belang Blijkens de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is bescherming van het stedelijk milieu van algemeen belang.

De toelichting stelt in dat verband dat nadere regulering van city stores noodzakelijk is, omdat gebleken is dat deze negatieve effecten kunnen hebben op de woonomgeving. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving, zo stelt de toelichting, staat onder druk door de komst van city stores. 5

Het ontwerpbestemmingsplan introduceert een nieuw regime voor "darkstores". Op grond van artikel 1.3 van de planregels is een "darkstore" een "vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op de verkoop en bezoraina binnen zeer korte termiin (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een opslagruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek". Het ontwerpbestemmingsplan maakt aldus een onderscheid tussen bedrijven (winkels) die in hoofdzaak zijn gericht op de verkoop en bezorging van offline aangeboden producten versus online aangeboden producten. Het ontwerpbestemmingsplan expliciteert niet wat onder "in hoofdzaak" wordt verstaan en dus ook niet waar het omslagpunt tussen beide bedrijfsvoeringen zou zitten. Het is de vraag of het enkele verschil in verhouding tussen de offline en online aangeboden goederen het thans voorgestelde regime met een volledig gebruiksverbod rechtvaardigt. En dus of dit specifieke onderscheid gerechtvaardigd is vanwege een dwingende reden van algemeen belang.

Meer concreet wordt de wijze waarop winkels mogen worden geexploiteerd beperkt, omdat wel de verkoop aan het winkelend publiek is toegestaan, en op zichzelf ook de snelle bezorging na een online aankoop vanuit die winkel, maar niet wanneer die snelle bezorging na een online aankoop "in hoofdzaak" plaatsvindt. Het is de vraag wat precies het ruimtelijk relevante verschil is. Ook maakt het ontwerpbestemmingsplan onderscheid naar de duur van de levering. Wanneer de bezorging na een online aankoop vanuit die winkel "binnen zeer korte termijn" plaatsvindt kan de bedrijfsvoering onder het ontwerpbestemmingsplan vallen, maar niet wanneer de levering buiten deze periode plaatsvindt. Het is de vraag wat precies het ruimtelijk relevante verschil is. In het licht van de Dienstenrichtlijn gaat het dus om de vraag of een verbod van "darkstores" op gronden waar thans winkels zijn toegestaan gerechtvaardigd is om een dwingende reden van algemeen belang. Relevant is dat de aanwezigheid van een winkel vaak negatieve effecten heeft op nabijgelegen woningen. Zo worden winkels bevoorraad met (grote) vrachtauto's, is er parkeerdruk van de bezoekers (auto's, fietsen en scooters), is er rumoer van het winkelend publiek binnen en buiten de winkel, kan er geluid zijn van winkelwagentjes (die bovendien buiten de winkel kunnen worden achtergelaten), lawaai op straat, etc.

Al die negatieve effecten van winkels zijn kennelijk aanvaard wanneer in een bestemmingsplan aan gronden een winkelbestemming is gegeven. Wanneer in hoofdzaak snelle bezorging vanuit een winkel plaatsvindt, leidt dit niet tot extra overlast of meer nadelige effecten in vergelijking met de situatie dat vanuit de winkel alleen in hoofdzaak verkoop aan het winkelend publiek plaatsvindt. Ingeval van bezorging vanuit een winkel zal er immers sprake zijn van minder parkeerdruk van auto's, brommers en fietsen van bezoekers, minder winkelwagentjes buiten en is er minder lawaai op straat.

6

Bij de vergelijking tussen een winkel waar wel sprake is van snelle bezorging maar niet in hoofdzaak, of wel van bezorging in hoofdzaak maar niet van snelle bezorging, versus een winkel waar sprake is van snelle bezorging in hoofdzaak, kan moeilijk worden volgehouden dat er een dwingende reden van algemeen belang is om de snelle bezorging in hoofdzaak te verbieden. Er is geen sprake van ruimtelijk relevante verschillen. Uit de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan blijkt bovendien niet dat de vermeende overlast uitsluitend door snelle bezorging van boodschappen veroorzaakt kan worden. Ook andere vormen van bezorgdiensten raken aan het belang van de leefbaarheid van de omgeving, maar deze diensten vallen niet onder de reikwijdte van het ontwerpbestemmingsplan. Hiermee is het de vraag in hoeverre het algemene belang - op grond waarvan in het bestemmingsplan beperkingen op grond van de Dienstenrichtlijn voorgesteld worden - daadwerkelijk wordt gediend. Het is dan ook sterk de vraag of het ontwerpbestemmingsplan gerechtvaardigd is vanwege een dwingende reden van algemeen belang. Geen noodzakelijkheid, evenredigheid en objectieve en deugdelijke onderbouwing Indien al een dwingende reden van algemeen belang aanwezig moet worden geacht, moet vervolgens voldaan zijn aan de eis dat de bestemmingsplanregeling evenredig moet zijn met die dwingende reden van algemeen belang.

Hiervoor is vastgesteld dat het verschil tussen een winkel met trage bezorging en een winkel met snelle bezorging waar het gaat om de effecten voor het woon- en leefklimaat verwaarloosbaar klein is. Dat verschil rechtvaardigt niet een diep ingrijpen in de bedrijfsvoering van city stores. Dat betekent dat de bestemmingsplanregeling onevenredig is met het (vermeende) belang om "flitsbezorging" te weren. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven dat gebleken is dat de nieuwe bedrijfsvoering van city stores wezenlijk meer overlast teweegbrengt dan ruimtelijk aanvaardbaar is ten opzichte van bestaande, meer traditionele bedrijvigheid. Vanwege de gestelde overlast zou een vergunningplicht noodzakelijk zijn. Verder wordt in de toelichting gesteld dat het voorgestelde kader evenredig is en geschikt om het nagestreefde doel te bereiken, niet verder gaat dan nodig en dat het doel niet met minder beperkende maatregelen zou kunnen worden bereikt. Het ontwerpbestemmingsplan onderbouwt in het geheel niet met enig objectief onderzoek waaruit dit zou blijken. De noodzakelijkheid en evenredigheid van het absolute verbod op vestiging van city stores behoudens omgevingsvergunning, welk verbod een zeer ernstige beperking van de vrijheid van vestiging inhoudt, is op geen enkele manier aangetoond.

Bij het ontbreken van een analyse van een door de raad genomen maatregel en het ontbreken van specifieke gegevens, kan niet aan de Dienstenrichtlijn worden getoetst. Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de Dienstenrichtlijn.

7

Wet ruimtelijke ordening Ook op basis van het Nederlandse systeem van ruimtelijke ordening is een algemeen verbod niet snel aanvaardbaar. In een bestemmingsplan dienen keuzes gemaakt te worden met betrekking tot al dan niet toegestane bestemmingen en functies. Die keuzes kunnen niet verlegd worden naar het moment dat over een verzoek tot binnenpianse afwijking moet worden beslist. Ook het rechtszekerheidsbeginsel verzet zich hiertegen. Op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening legt de gemeenteraad in een bestemmingsplan de bestemming vast van de gronden in het plangebied. Daarbij geeft zij regels ten behoeve van het gebruik van die gronden. In het ontwerpbestemmingsplan heeft de planwetgever nagelaten om aan te geven waar city stores wel toelaatbaar zijn en aldus nagelaten aan gronden een passende bestemming te geven. Een goede ruimtelijke ordening laat niet toe om bepaalde functies in vrijwel de hele stad te verbieden en de beslissing over de toelaatbaarheid van een dergelijke functie te verschuiven naar een later afwegingsmoment, te weten bij een aanvraag om omgevingsvergunning. Daarbij kan een bestemmingsplan alleen ruimtelijk relevante aspecten reguleren. Het ontwerpbestemmingsplan introduceert echter een onderscheid dat planologisch niet relevant is.

Het ontwerpbestemmingsplan maakt namelijk onder meer onderscheid naar de duur van de levering ("binnen zeer korte termijn" of daarbuiten) en de verhouding tussen de offline en online verkoop (of er sprake is van "in hoofdzaak" verkoop en bezorging van online aangeboden goederen of niet). Maar het is planologisch niet relevant of bezorging vanuit een winkelvestiging op zeer korte termijn plaatsvindt dan wel op lets langere termijn. Evenmin is ruimtelijk relevant of een groter of een kleiner deel van de omzet van de winkel door middel van een snelle bezorging wordt gerealiseerd. Het ontwerpbestemmingsplan is dan ook niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Evenredigheid De nadelige gevolgen van het bestemmingsplan mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. In dit geval is er echter geen sprake van een evenwichtig regime. Woongebied Het ontwerpbestemmingsplan introduceert allereerst een vergunningplicht voor woongebieden. Onze city stores zitten niet in een volledig woongebied. Wij achten dit ook geen geschikte omgeving voor een city store. Naar onze mening is het goed verdedigbaar dat city stores planologisch ongewenst zijn op gronden met uitsluitend een woonbestemming.

Voor die gronden is een verbod tot gebruik als city store geoorloofd, maar overigens ook overbodig omdat binnen een woonbestemming een city store al niet is toegestaan.

8

Gemengd gebied Het ontwerpbestemmingsplan introduceert ook een vergunningplicht voor city stores in gemengd gebied. Het is allereerst de vraag of deze vergunningplicht evenredig is. Wij hebben sinds onze entree in Nederland grote stappen gezet. Er waren opstartproblemen, maar die hebben we zeer snel verholpen. Zo hebben we vaste gedragsregels opgesteld waardoor de bezorgers binnen in de city stores wachten op een volgende bestelling. De bestickering is van de ramen verwijderd en er is kunst van lokale kunstenaars voor in de plaats gekomen (art stores). En door met vaste distributiecentra te werken hebben wij het aantal leveringen aan elke city store tot een minimum kunnen beperken. Er is dan ook geen sprake meer van specifieke hinder bij onze city stores, laat staan van meer hinder dan thans gebruikelijk is bij de bedrijfsactiviteiten die wel rechtstreeks zijn toegestaan in het gemengd gebied. Een strenge aanpak is dan ook niet meer nodig en achterhaald. Het standpunt van de gemeenteraad is dan ook objectief gezien moeilijk te begrijpen, nu de effecten van onze city stores niet anders - of zelfs geringer - zijn dan die van bijvoorbeeld de vele bezorgpizzeria's in Amsterdam. Volgens de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is een city store "echt anders" dan de bedrijfsvoering die thans gangbaar is in het gemengde stedeljk milieu.

Een city store zou leiden tot andere effecten dan bij reguliere bedrijfsactiviteiten die thans gangbaar en toegestaan zijn in Amsterdam. Richtinggevende elementen zouden zijn transportbewegingen, bevoorrading, parkeren en rumour. Maar deze kenmerken zijn juist niet uniek voor city stores. Dit zijn zeer algemeen aanvaarde ruimtelijke gevolgen van zowel detailhandel, horeca als publieksgerichte dienstverlening en kantoren. Het gemaakte onderscheid en de specifieke regeling voor enkel city stores is dan ook onevenredig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Daarbij herkennen wij ons niet meer in de gestelde overlast. Gelet op alle maatregelen die wij reeds getroffen hebben, is er niet langer sprake van bijvoorbeeld een hoge frequentie van bevoorradingen en rumour van bezorgers buiten de vestigingen. Het is dan ook extra problematisch dat er geen objectief onderzoek aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag ligt. Voor een vergunningplicht voor gemengde gebieden - zeker als die niet ook geldt voor vergelijkbare conventionele concepten - bestaat dan ook geen rechtvaardiging en is onevenredig. Bedrijfsomgeving Naast een vergunningplicht voor woongebied en gemengd gebied, introduceert het ontwerpbestemmingsplan zelfs een vergunningplicht voor bedrijfsomgevingen. Wij achten dit onevenredig.

De vermeende gestelde hinder kan in geen geval een gebruiksverbod bij bedrijfsomgevingen rechtvaardigen. In een bedrijfsomgeving zou het dan ook mogelijk moeten zijn om

9

vergunningsvrij een city store te openen. Een praktische oplossing zou zijn om de bedrijfsactiviteit "city store" aan de Staat van bedrijfsactiviteiten toe te voegen als een categorie 2. Daarbij is relevant dat bepaalde bedrijventerreinen thans reeds uitgezonderd zijn van het plangebied. Binnen deze gebieden blijft het dan ook mogelijk om vergunningvrij een nieuwe vestiging te openen. Voor bedrijfsomgevingen binnen het plangebied zou dit niet antlers hoeven zijn. Een volledig gebruiksverbod voor alle gronden met een bedrijfsbestemming betekent een beperking van de gebruiksmogelijkheden voor vele grond- en gebouweigenaren. Een dergelijke beperking is alleen aanvaardbaar, als daarvoor zwaarwegende gronden zijn aan te voeren. Dergelijke gronden zijn in het ontwerpbestemmingsplan echter niet te vinden. Een dergelijke beperking leidt voorts tot vermogensschade. Te verwachten is dat het beoogde bestemmingsplan tot veel verzoeken om schadevergoeding zullen leiden. Met een volledig verbod op vrije vestiging van city stores binnen alle bedrijfsomgevingen gaan de planregels verder dan nodig is in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan komt dan voor vernietiging in aanmerking.

Verzoek: heroverweging van het volledige gebruiksverbod: er dient sprake te ziin van een evenwicht tussen de vriiheid van vestiging en de bescherming van het woon- en leefklimaat in de stad. 3.2.

Ontwerpbestemmingsplan: voorwaarden voor vergunningverlening ontbreken

Het ontwerpbestemmingsplan bevat slechts in algemene zin de randvoorwaarden voor vergunningverlening om of te wijken van het gebruiksverbod. Zo kan het college een omgevingsvergunning verlenen voor een city store mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van i) het woon- en leefklimaat, ii) de gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte, en iii) de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Deze criteria zijn erg algemeen en vaag van aard. Zij zijn niet omschreven in de definities van het bestemmingsplan. Zo is op voorhand op geen enkele manier vast te stellen wanneer er sprake is van een "onevenredige aantasting" van de drie genoemde criteria. Hetzelfde geldt voor de begrippen "woon- en leefklimaat", "gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte" en de "gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden". Op basis van deze criteria is op geen enkele wijze vooraf duidelijk wanneer de omgevingsvergunning zal worden verleend. De invulling van die criteria van geval tot geval door de vergunningverlener leidt tot willekeur. Ook de toelichting bij het bestemmingsplan bevat geen verdere uitwerking van deze voorwaarden en verwijst hiervoor naar het Ruimtelijk afwegingskader. Het Ruimtelijk afwegingskader maakt echter formeel geen onderdeel uit van het ontwerpbestemmingsplan; er wordt in de planregels niet naar verwezen.

Het is voor de beoordeling van het ontwerpbestemmingsplan dan ook niet relevant. 10

Een planregel moet dusdanig duidelijk zijn dat vooraf een nauwkeurige inschatting kan worden gemaakt van de uitkomst van een mogelijke vergunningaanvraag. Op dit moment voldoet het ontwerpbestemmingsplan daar niet aan. De voorwaarden zijn dusdanig algemeen en een uitwerking ontbreekt volledig. Het plan is hiermee rechtsonzeker en in strijd met de Dienstenrichtlijn. Ook voor het aanhuren van nieuwe locaties is het voor ons van groot praktisch belang dat wij zo goed mogelijk vooraf zelf een inschatting kunnen maken van locaties waarvoor potentieel wel en niet een omgevingsvergunning kan worden verleend. Op dit moment is dat echter niet mogelijk op basis van het ontwerpbestemmingsplan. Verzoek: voorwaarden voor vergunninaverlening opnemen in het bestemmingsplan. bijvoorbeeld door een koppeling te leggen met het Ruimteliik afwegingskader. 3.3.

Ontwerpbestemmingsplan: objectieve onderbouwing voor volledig gebruiksverbod ontbreekt

In het ontwerpbestemmingsplan worden vergaande beperkingen opgelegd aan de dienstverlener van city stores. Er wordt immers een volledig gebruiksverbod behoudens omgevingsvergunning voor city stores geintroduceerd. Deze beperking kan alleen rechtmatig zijn, wanneer zij noodzakelijk en evenredig is en deugdelijk en objectief onderbouwd is. Op dit moment is er geen enkele onderbouwing bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Er zijn in het geheel geen stukken, onderzoeksrapporten of wat dan ook bij het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. De toelichting verwijst enkel naar algemene ervaringen die binnen de gemeente zijn opgedaan. Genoemd worden enkel ontvangen klachten, handhavingsverzoeken en eigen waarneming. Dit is geen deugdelijk en objectief onderzoek. Het college en de gemeenteraad hebben geen enkel onderzoek gedaan dat redelijkerwijs vereist is om een volledig gebruiksverbod te rechtvaardigen. Er is geen economische impact analyse opgesteld, geen arbeidsmarktanalyse, zelfs geen verkeersrapportage. Deze stukken zijn evenwel noodzakelijk voor een beoordeling naar de rechtmatigheid van het ontwerpbestemmingsplan. Er is thans geen enkele aanwijzing dat er sprake is van impact op het woonen leefklimaat en het onder druk komen te staan van de leefbaarheid van bewoners en ondernemers.

De gestelde overlast en aanleiding voor het ontwerpbestemmingsplan is dan ook niet objectief en deugdelijk onderbouwd. Het ontwerpbestemmingsplan kan dan ook niet juridisch rechtmatig zijn. Verzoek: met objectief en deugdelijk onderzoek onderbouwen dat het volledige gebruiksverbod noodzakelijk en evenredig zou ziin; en anders versoepeling van de verregaande beperkingen.

11

3.4.

Ontwerpbestemmingsplan bevat ten onrechte geen regeling voor huidige city stores

Nieuwe wet- en regelgeving kan alleen van toepassing zijn op toekomstige en nieuwe gevallen. Het is niet toegestaan om een nieuwe regeling terugwerkende kracht te geven. Duidelijk is dat het ontwerpbestemmingsplan voor nieuwe city stores een vergunningsplicht introduceert. Uit het Ruimtelijk afwegingskader lijkt te volgen dat dit ook voor huidige city stores zal gelden. Daarmee heeft het thans opgestelde ontwerpbestemmingsplan de facto terugwerkende kracht. Dat is rechtens niet toegestaan. Het bestemmingsplan bevat ten onrechte geen regeling voor huidige stores. Enkel voor vijf city stores zoals opgenomen in Bijlage 2 van het ontwerpbestemmingsplan wordt duidelijkheid gegeven. Voor de overige adressen is geen regeling opgenomen. Het ontwerpbestemmingsplan kan op verschillende manieren de gewenste duidelijkheid bieden. Zo kan de lijst met adressen in Bijlage 2 uitgebreid worden. Ook kan aangegeven worden dat alle huidige city stores onder het overgangsrecht vallen of via een uitsterfconstructie geexploiteerd kunnen blijven worden. Daarnaast kan het ontwerpbestemmingsplan expliciteren onder welke bestemming een city store thans rechtstreeks is toegestaan, waaruit afgeleid kan worden welke city stores onder het overgangsrecht vallen.

Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen city stores waar klanten ter plaatse welkom zijn om hun boodschappen te doen en/of een bestelling of te halen en city stores waarbij dit niet het geval is. Wij willen in ieder geval graag voorstellen om drie adressen toe te voegen aan Bijlage 2 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan. In Bijlage 2 staan thans vijf adressen opgenomen. Deze city stores worden positief bestemd in het bestemmingsplan. Vier van deze vijf adressen zijn gelegen op een bedrijfsbestemming. Gelet op de criteria uit het ontwerpbestemmingsplan en de adressen zoals thans opgenomen, is de lijst zoals op dit moment voorzien in Bijlage 2 te beperkt. Zo zijn onze city stores op bedrijventerreinen zonder enige twijfel ruimtelijk inpasbaar en in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Het betreft de city store van Getir met adres Jan Rebelstraat 12 en de city stores van Gorillas met adres Danzigerbocht 21a en Slijperweg 16c. Wij verzoeken u om ook deze locaties op te nemen in de Bijlage 2. Op dit moment lijkt uit de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan te volgen dat de gemeenteraad city stores in het geheel niet onder een huidige bestemming vindt vallen, dus niet onder detailhandel, dienstverlening, een bedrijfsbestemming of welke bestemming dan ook.

Dit zou alleen betekenen dat wanneer een city store op dit moment al nergens rechtstreeks mogelijk is, er ook geen nieuw bestemmingsplanregime met een volledig gebruiksverbod zou hoeven te worden geintroduceerd, want dat zou dan immers al geldend recht zijn. Verzoek: oonemen van een regeling voor alle huidige city stores van Getir en Gorillas, 12

3.5.

Ruimtelijk afwegingskader dient meer ruimte te bieden voor city stores in gemengd gebied

Het is voor ons essentieel dat onze vestigingen in de buurt van onze klanten zitten. Door onze locaties, technologie en eigen bezorgers zijn wij in staat om boodschappen ook snel en veilig te kunnen bezorgen. Voor onze bedrijfsvoering zijn dan ook met name city stores in gemengd gebied belangrijk. Voor de locaties van onze city stores hanteren we zelf al strenge criteria: • • • • •

Niet in voetgangersgebied; Niet middenin een winkelcentrum; Goede bereikbaarheid voor logistieke leveringen zonder hindering van doorgaand verkeer; Bij voorkeur mogelijkheid tot parkeren van e-bikes en e-scooters op eigen terrein of in de vestiging; Niet naast scholen.

Verder hebben wij reeds verschillende maatregelen getroffen om eventuele hinder voor het leef- en woonklimaat van omwonenden te beperken. Zo hebben we vaste gedragsregels opgesteld waardoor de bezorgers binnen in de city stores wachten op een volgende bestelling. De bestickering is van de ramen verwijderd en er is kunst van lokale kunstenaars voor in de plaats gekomen (art stores). En door een eigen distributiecentrum in gebruik te nemen (Getir) of met Jumbo samen te werken (Gorillas) hebben wij het aantal dagelijkse leveringen aan elke city store met wel 70% kunnen beperken tot slechts enkele keren per dag. De bezorgvoertuigen (e-bikes en e-scooters) worden daar waar mogelijk binnen gestald. Met de sector hebben we bovendien een "Gedragscode Sector Snelle Boodschappen Bezorging" opgesteld, met ook specifieke regels voor city stores en gedragsregels voor bezorgers. Inmiddels plaatst meer dan 40% van de Amsterdammers wel eens een bestelling bij een city store. De gemeente kan niet om deze ontwikkeling heen. Er moet dan ook ruimte zijn voor city stores in gemengd gebied. De voorschriften uit het Ruimtelijk afwegingskader lijken het evenwel moeilijk zo niet onmogelijk te maken om in gemengd gebied een omgevingsvergunning verleend te krijgen voor een city store. Dit verbod staat in geen verhouding tot de te dienen doelen en is dus niet proportioneel.

Het Ruimtelijk afwegingskader houdt te weinig rekening met locatiespecifieke kenmerken en gaat veel verder dan strikt noodzakelijk. De huidige 'nee, tenzij'-benadering in combinatie met onhaalbare criteria creeert rechtsongelijkheid en is disproportioneel streng. Bijvoorbeeld doorgaande straten, waar de activiteiten in en rond city stores weinig aan het drukke straatbeeld en geluidsniveau veranderen, kunnen een geschikte plek voor onze city stores zijn. Een vestiging van ons legt dan geen grotere druk op de omgeving. Zo heeft de city store van Getir aan de Overtoom geen negatieve effecten op de omgeving. De buurt is al gewend aan een hoge mate van functiemenging, diverse functies, veel geluid van de tram en het overig verkeer, etc.

13

Het feitelijk verbod uit het Ruimtelijke afwegingskader gaat veel verder dan nodig is, terwijI niet is aangetoond dat hier ook een noodzaak toe bestaat. Wij kunnen deze strikte kaders bovendien niet rijmen met de thans gangbare en reeds rechtstreeks toegestane bedrijven. In gemengde gebieden zijn immers ook bedrijven zoals conventionele detailhandel, supermarkten en bezorghoreca (pizzeria's, sushiketens) gevestigd en rechtstreeks toegestaan. Wij betwijfelen dan ook of de voorschriften uit het Ruimtelijk afwegingskader noodzakelijk en proportioneel zijn, zeker voor zover die zien op de gemengde gebieden waar conventionele detailhandel - ook in combinatie met bezorgdiensten - wel is toegestaan, terwijI het Ruimtelijk afwegingskader snelle boodschappenbezorgdiensten in beginsel uitsluit met als motivering dat in gemengde gebieden ook wordt gewoond. Daarbij bevat het Ruimtelijk afwegingskader elementen die reeds door andere wet- en regelgeving uitputtend is geregeld. Zo schrijft het Ruimtelijk afwegingskader voor dat geluidsisolatie van onnliggende woningen relevant is. Dit aspect is echter al uitputtend geregeld op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer en zal in dat kader beoordeeld moeten worden. Verzoek: 'Nee. tenzii' voor gemengde gebieden te vervangen door 'ia, mits'.

Verzoek: Het kader voor het verbod OD city stores bij 'overwegend oublieksgerichte functies' te vervangen door obiectieve normen met betrekking tot representativiteit, verkeersveiligheid en het voorkomen van geluidsoverlast. 3.6.

Voorstellen voor Ruimtelijk afwegingskader

Het Ruimtelijk afwegingskader bevat al veel ruinntelijk relevante elementen in het kader van een goede ruimtelijke ordening en om specifiek de gevolgen voor het woon- en leefklimaat en de gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte en omliggende gronden ten gevolge van een city store in kaart te brengen. Graag zouden wij nog een aantal elementen willen voorstellen om aan het Ruimtelijk afwegingskader toe te voegen: 1. Rekening houden met herontwikkeling. In Amsterdam zijn er veel herontwikkeling locaties. Omdat onze city stores (juist) niet op A-locaties gevestigd hoeven te worden, kunnen wij een oplossing bieden door panden tijdelijk te huren in afwachting van verdere herontwikkeling. Wij stellen voor om een separaat regime te creeren aan de hand waarvan tijdelijke vergunningen verleend kunnen worden in gebieden die herontwikkeld worden. 2. Rekening houden met leegstand. Ook Amsterdam heeft te kampen met leegstand. Omdat onze city stores (juist) niet op A-locaties gevestigd hoeven te worden, kunnen wij een oplossing

14

bieden door leegstaande panden te huren (al dan niet in herontwikkelingsgebieden). Wij stellen voor om een separaat regime te creeren aan de hand waarvan tijdelijke vergunningen verleend kunnen worden in gebieden die kampen met leegstand. 3. Ruimte voor pilots. Wij hebben laten zien dat we ons snel aan kunnen passen om ons zo beter in te passen in de stad. Het is mogelijk dat er nieuwe vormen of samenwerkingen ontstaan met synergie voor de buurt. Wij stellen voor om ruimte voor tijdelijke experimenten of pilots op te nemen in het Ruimtelijk afwegingskader. 4. Meewegen huidige/laatste functie. Het Ruimtelijk afwegingskader houdt ten onrechte geen rekening met de huidige of laatste functie van een gebouw. Dit aspect is wel relevant om mee te nemen in de beoordeling, met name als dit gebruik meer negatieve impact - denk bijvoorbeeld aan een nachtclub of meer industriele functie - op de omgeving heeft dan snelle boodschappen bezorging. 5. Beoordeling op blokniveau vervaneen door een beoordeling van omliggende gronden. Op grond van het ontwerpbestemmingsplan kan een city store worden toegestaan wanneer dit kort gezegd - niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden. Op grond van het Ruimtelijk afwegingskader vindt deze beoordeling plaats op blokniveau.

Een beoordeling op blokniveau kan onevenredig zijn wanneer sprake is van een groot blok. In dat geval worden ook gronden beoordeeld die niet kwalificeren als omliggend of waar in het geheel geen gevolgen voorzienbaar zijn voor het gebruik van een specifiek pand als city store. Wij stellen voor om de verwijzing naar de beoordeling op blokniveau te vervangen door een beoordeling van de enkel direct omliggende percelen, zoals ook bepaald is in het ontwerpbestemmingsplan. 6. Particioatie in de buurt. Op dit moment is participatie geen verplicht onderdeel van de vergunningprocedure. Wij stellen voor om participatie in de buurt verplicht te stellen. In het participatieproces is er ruimte voor onder meer het informeren van de buurt, het organiseren van een buurtbijeenkomst en worden afspraken gemaakt met de omgevingsmanager vanuit Getir en Gorillas. Hiermee wordt verzekerd dat de buurt te alle tijde op een zorgvuldige manier op de hoogte is van alles rondom de city store. 7. Ook gebruik van eigen terrein benoemen. Het Ruimtelijk afwegingskader beschrijft dat het inladen en parkeren van de bezorgvoertuigen in principe inpandig moet plaatsvinden. Wij stellen voor om ook het gebruik van eigen terrein (zoals een niet-openbaar parkeerterrein) expliciet te benoemen in het Ruimtelijk afwegingskader.

Het belang van de gemeente is er immers in gelegen dat er geen onevenredig beslag wordt gelegd op de openbare ruimte.

15

8. Gebruik van term "city stores". De term "darkstores" is geen passende term voor onze veelzijdige bedrijfsvoering. Er zijn vestigingen met enkel een bezorgfunctie, met tevens een afhaalfunctie en ook met de mogelijkheid om ter plaatse je boodschappen te doen. De meeste vestigingen zijn openbaar toegankelijk. Er is niets "dark" aan onze vestigingen. Wij stellen dan ook voor om de term "city stores" te gebruiken in het Ruimtelijk afwegingskader (en het ontwerpbestemmingsplan). 4.

Afronding

Wij begrijpen de wens van de gemeente om een helder kader vast te stellen voor city stores zodat voor iedereen duidelijk is welke regels er gelden of aan welke voorwaarden moet worden voldaan. Wij begrijpen immers als geen ander dat nieuwe, innovatieve concepten niet als vanzelfsprekend in een bestaand kader passen. Voor onze bedrijfsvoering zijn met name city stores in gemengd gebied belangrijk, zodat wij de boodschappen snel en veilig bij de klant kunnen bezorgen. Inmiddeis plaatst meer dan 40% van de Amsterdammers wel eens een bestelling bij een city store. Deze ontwikkeling - en de bredere trend van snelle bezorging van allerlei producten - zal alleen maar doorzetten. De gemeente Amsterdam kan niet om deze ontwikkeling heen. De gemeente zal dan ook met deze ontwikkeling en de behoefte van haar burgers moeten meebewegen. Er moet dan ook ruimte blijven voor city stores in gemengd gebied. Het thans voorgestelde Ruimtelijk afwegingskader maakt het evenwel moeilijk zo niet onmogelijk om in delen van de stad onze diensten te kunnen blijven verlenen. Wij hebben dan ook onze vraagtekens bij de juridische rechtmatigheid van het ontwerpbestemmingsplan en het Ruimtelijk afwegingskader zoals thans voorzien.

Wij vertrouwen erop dat een kader kan worden vastgesteld waarbij tegemoet wordt gekomen aan enerzijds het belang van de bescherming van het woon- en leefklimaat van omwonenden en anderzijds het belang van de dienstverlener om met name in gemengde gebieden city stores te kunnen blijven exploiteren. Graag kijken wij samen naar een juiste inpassing van onze dienstverlening in de stad. Graag lichten wij onze zienswijze en ideeen ook mondeling toe. Met vriendelijke groet, Namens Getir Netherlands B.V. en Gorillas Technologies Netherlands B.V.

16

F.R. Brunsting

A. Dellis

General Manager Getir Netherland

General Manager Gorillas Netherland

Bijlage

17

BOlage

18

MEMO

Van:

Iskander Haverkate

Dossier:

Analyse ontwerp Paraplubestemmingsplan Darkstores Amsterdam

Datum:

14 februari 2023

Betreft:

dossiernummer 20234159

In dit memo wordt ingegaan op de rechtmatigheid van het ontwerp van het Paraplubestemmingsplan Darkstores, dat door de gemeente Amsterdam met ingang van 5 januari 2023 tot en met 15 februari 2023 ter inzage is gelegd voor zienswijzen. Tegelijkertijd is de beleidsregel "Ruimtelijk afwegingskader flitsbezorging vanuit darkstores" ter inzage gelegd voor zienswijzen. Deze beleidsregel maakt geen onderdeel uit van het Paraplubestemmingsplan, maar wordt volgens de publicatie toegepast bij de beoordeling of een darkstore planologisch aanvaardbaar is in afwijking van het bestemmingsplan.

I.

Het ontwerp Paraplubestemmingsplan Darkstores

1.

Op grond artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad bestemmingsplannen vast ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Eenvoudig gezegd moet een bestemmingsplan regels bevatten die betrekking hebben op het gebruik van gronden en gebouwen en bevatten bestemmingsplannen ook bouwregels.

2.

Op grond van de wettelijk voorgeschreven voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), moet de gemeente eerst een ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage leggen voor zienswijzen, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp.

3.

Nadat er zienswijzen zijn ingediend, worden deze beoordeeld. Met inachtneming van de zienswijzen stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vervolgens definitief vast. Het bestemmingsplan treedt -kort gezegd- in werking na publicatie van het vaststellingsbesluit.

4.

Het ontwerp Parapluplan Darkstores is ter inzage gelegd, maar er zijn geen stukken ter inzage gelegd die daarop betrekking hebben en die redelijkerwijze nodig zijn voor een beoordeling van dit ontwerp. Op dit punt wordt later verder ingegaan.

5.

Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe initiatieven of ontwikkelingen mogelijk, het bevat in artikel 2.2 van de planregels in wezen alleen een verbod voor het gebruik van gronden als darkstores. Een darkstore is in het bestemmingsplan gedefinieerd als "vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op de verkoop en bezorging binnen zeer korte termijn (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een opslagruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek".

KA NA/ C c rD

6.

Het bestemmingsplan voorziet wel in artikel 2.4 in de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen waarmee van dit verbod kan worden afgeweken indien dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van:

7.

a.

het woon- en leefklimaat;

b.

de gebruiksmogelijkheden van de open bare ruimte, en

c.

gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Tot slot zijn in Hoofdstuk 3 overgangsregels opgenomen. Het gebruik als darkstore dat is toegestaan voor de inwerkingtreding van het bestemmingsplan dat nu als ontwerp ter inzage ligt, mag worden voortgezet.

II.

De toelichting op het bestemmingsplan en de onderzoeken

8.

In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt in de eerste plaats ingegaan op de "Aanleiding en het doel van het paraplubestemmingsplan". Er wordt gesteld dat de vestiging van een flitsbezorgdienst vanuit een darkstore een grote impact kan hebben op het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van de darkstore.

9.

Ook wordt aangegeven dat de komst van darkstores ertoe kan leiden dat de "leefbaarheid van bewoners en ondernemers onder druk komt te staan door o.a. de (combinatie van) transportbewegingen van de koeriers, het laden en lossen (bevoorraden) van de distributiecentra, het parkeren van (brom)fietsen op straat en het rumoer van de flitsbezorgers op straat".

10.

Zoals eerder in dit memo aangegeven zijn er in het geheel geen stukken, onderzoeksrapporten of wat dan ook ter inzage gelegd bij het ontwerp bestemmingsplan. Deze stukken zijn absoluut noodzakelijk voor een beoordeling van het ontwerp bestemmingsplan. Er is geen enkele aanwijzing dat er sprake is van impact op het woon- en leefklimaat en het onder druk komen te staan van de leefbaarheid van bewoners en ondernemers. Het ontwerp bestemmingsplan is om die reden niet volgens de wettelijke regels onderbouwd en gemotiveerd.

11.

Bovendien kan niet worden vastgesteld of de gemeente zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de noodzaak en de gevolgen van het verbod op darkstores in het bestemmingsplan. Als het bestemmingsplan definitief wordt vastgesteld zonder de benodigde onderzoeken, dan is het zonder meer in strijd met de wet en onrechtmatig.

III.

De Dienstenrichtlijn en de afwijkingsvergunning

12.

In de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan wordt terecht aangegeven dat de Dienstenrichtlijn ook van toepassing is op de bedrijfsvoering van Darkstores. Vervolgens wordt in de toelichting stilgestaan bij de criteria "Noodzakelijkheid" en "Evenredigheid". Op deze criteria wordt hieronder ingegaan.

-2-

a KA vvco co co

13.

(Noodzakelijkheid) In de toelichting wordt aangegeven, dat gebleken is dat de nieuwe bedrijfsvoering van darkstores wezenlijk meer overlast teweegbrengt dan ruimtelijk aanvaardbaar is ten opzichte van bestaande, meer traditionele bedrijvigheid. Ook voor dit standpunt geldt, dat het niet is onderbouwd met enig objectief onderzoek waaruit dit blijkt. De noodzakelijkheid van het absolute verbod op vestiging van darkstores, welk verbod een zeer ernstige beperking van de vrijheid van vestiging inhoudt, is op geen enkele manier aangetoond.

14.

Het standpunt is in zoverre objectief gezien ook moeilijk te begrijpen, nu de effecten van de vestigingen van Getir op de (directe) omgeving niet anders -of zelfs geringer- zijn dan die van bijvoorbeeld de vele bezorgpizzeria's in Amsterdam en het verbod niet voor hen geldt.

15.

(Evenredigheid) In de toelichting wordt gesteld dat het bestemmingsplan evenredig is in die zin dat het ten eerste geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken, ten tweede niet verder gaat dan nodig is en ten derde dat doel niet met minder beperkende maatregelen kan worden bereikt.

16.

In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de ABRvS van 20 juni 2018, in de zaak van Visser Vastgoed (ECLI:NL:RVS:2018:2062), rechtsoverwegingen 12 en 13.2. In die zaak had de gemeente Appingedam ook geen deugdelijk onderzoek gedaan naar de gestelde effecten van vestiging van ondernemingen die zij wilde verbieden. De ABRvS overwoog daaromtrent, dat bij het ontbreken van een analyse van de door de raad genomen maatregel en het ontbreken van specifieke gegevens, niet kan worden beoordeeld of de raad redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat de gewraakte bestemmingsregel geschikt is om het gestelde doel te bereiken.

17.

Ook heeft de ABRvS geoordeeld, dat bij het ontbreken van een analyse en specifieke onderzoeksgegevens niet kan worden beoordeeld, of het gestelde doel niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt, zie rechtsoverweging 13.3. uit eerdergenoemde uitspraak.

18.

De conclusie is ook hier, dat de evenredigheid van het vestigingsverbod op geen enkele manier Is onderbouwd en daarom niet kan worden getoetst. Het bestemmingsplan is in strijd met de Dienstenrichtlijn.

19.

Het bestemmingsplan heeft in artikel 2.4 de mogelijkheid om bij omgevingsvergunning of te wijken van de gebruiksregels, i.e. het verbod van artikel 2.2. Ook een dergelijke voorafgaande administratieve toestemming, wat een vergunning nu eenmaal is, is aan strenge eisen gebonden. De criteria op basis waarvan de vergunning wordt verstrekt moeten op voorhand duidelijk zijn en geen enkele ruimte voor discussie laten. Er moet immers worden voorkomen dat de beoordeling van de vraag of aan de voorwaarden wordt voldaan geheel wordt overgelaten aan de discretionaire bevoegdheden van de vergunningverlener. Aileen op die manier kan willekeur worden voorkomen, zie voor dit alles: Hy] EU 20 februari 2001, zaaknummer C-205/99 (Analir), punten 37 en 38.

-3-

a NA NA/CD CD ID

20.

De criteria voor de afwijkingsvergunning in artikel 2.4, zoals eerder in deze analyse omschreven zijn erg algemeen en vaag van aard. Zij zijn ook niet omschreven in de definities van de het bestemmingsplan. Zo is op voorhand op geen enkele manier vast te stellen wanneer er sprake is van een "onevenredige aantasting" van de drie genoemde criteria. Die beoordeling wordt geheel en al overgelaten aan de vergunningverlener.

21.

Hetzelfde geldt voor de begrippen "woon- en leefklimaat", "gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte" en de "gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden". Op basis van deze criteria in de afwijkingsmogelijkheid van het bestemmingsplan is op geen enkele wijze vooraf duidelijk wanneer de vergunning wordt verleend of niet en de invulling van die criteria van geval tot geval door de vergunningverlener leidt tot willekeur. Dat maakt dat de ontheffingsregeling, die is aan te merken als een stelsel van voorafgaande administratieve toestemming, in strijd is met de Dienstenrichtlijn en de vrijheid van vestiging.

22.

Het "Ruimtelijk afwegingskader flitsbezorging vanuit darkstores" tenslotte maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan en er is ook in de planregels niet naar verwezen. Het is voor de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestemmingsplan niet relevant. Een verwijzing naar het "Ruimtelijk afwegingskader flitsbezorging vanuit darkstores" in het bestemmingsplan zou een mogelijkheid zijn.

IV.

Conclusie

23.

Gelet op het feit dat er geen enkel onderzoek is gedaan naar de gestelde gevolgen van de darkstores op de omgeving, is de conclusie dat het bestemmingsplan onzorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is onderbouwd. Het bestemmingsplan voldoet verder bij gebrek aan een analyse van de gevolgen en gedegen onderzoek naar de gestelde gevolgen zeker niet aan de eisen van de Dienstenrichtlijn.

24.

De opgenomen afwijkingsmogelijkheid tenslotte is ook onrechtmatig, want in strijd met de Dienstenrichtlijn en rechtspraak van het HA EU inzake de vrijheid van vestiging.

Iskander Haverkate Advocaat iskander(ftemwood.n1 +31 6 120 64 642 www.hemwood.n1

-4-

Gemeenteraad van Amsterdam Directie Ruimte en Duurzaamheid t.a.v. Remie Klaassen Postbus 2758 1000 CT Amsterdam Betreft: Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Darkstore Amsterdam Amsterdam, 14 februari 2023 Geachte leden van de raad,

Introductie

1. Flink heeft kennis genomen van het ontwerp paraplubestemmingsplan Darkstores (hierna: het ontwerp) en het Ruimtelijk afwegingskader flitsbezorging vanuit darkstores nr 339902, 26 juli 2022 (hierna: afwegingskader). Met het ontwerp en het afwegingskader heeft de raad de intentie om de vestiging van nieuwe darkstores in het stedelijk gebied van de gemeente Amsterdam te reguleren. 2. Volgens de kennisgeving in het Gemeenteblad 2023, 3658 eindigt de termijn van inzage en het indienen van een zienswijze op 16 februari 2023. Zoals nader zal worden toegelicht, hebben het ontwerp en het afwegingskader verstrekkende gevolgen voor Flink. Vandaar dat Flink hierbij haar zienswijze deelt. 3. Deze zienswijze is digitaal verstuurd op 15 februari 2022 en is daardoor tijdig verstuurd. Achtergrond Flink

4. Flink is actief in Amsterdam sinds de zomer van 2021, gedurende COVID. Het businessmodel van Flink bestaat uit het aanbieden, verkopen en bezorgen van boodschappen en andere producten voor dagelijks gebruik. Klanten kunnen hiervoor een app of internet gebruiken of ter plekke een bestelling plaatsen. De app vereenvoudigt het winkelen aanzienlijk en stelt klanten in staat om snel en betaalbaar boodschappen en andere producten voor dagelijks gebruik aan te schaffen (bezorging vindt plaats op emissievrije en stille elektrische fietsen). De Flink app is gratis te downloaden, registratie voor deze app is technisch eenvoudig en binnen enkele ogenblikken mogelijk. De app koppelt een gebruiker aan een Flink-vestiging op basis van het opgegeven adres. Klanten kunnen via de app door het gehele assortiment bladeren, net als in een supermarkt. Hiermee komt Flink tegemoet aan de groeiende behoefte van consumenten om contactloos en drempelvrij te winkelen. 5. Flink biedt de consument niet alleen veel gemak in productkeuze en een prettige winkelervaring, maar ook een hoge mate van toegankelijkheid voor alle groepen burgers in de samenleving. Vooral voor ouderen en voor iedereen die om bepaalde redenen de deur niet uit wil of kan, wordt het winkelen een stuk eenvoudiger. Op verzoek van de buurt biedt Flink in enkele vestigingen zoals Westerpark pakketophaaldiensten aan.

Op deze manier vervult Flink, net als andere traditionele levensmiddelenwinkels, ook een belangrijke buurtfunctie.

Dit betekent dat de winkels dichtbij de klanten zijn gevestigd, waardoor klanten snel bediend kunnen worden. Flink voorziet in een belangrijke behoefte bij veel klanten. Tijdens de coronacrisis 6. werd de toegevoegde waarde van Flink nog duidelijker. Flink stelde grote groepen burgers in staat om tijdens de crisis op een veilige en duurzame manier boodschappen te doen, en Flink blijft dat doen nu een heropleving van COVID niet geheel kan worden uitgesloten. Daarbij heeft Flink oog voor de omwonenden van haar winkels. Per medio januari 2023 hebben 168.254 unieke klanten in Amsterdam bij Flink besteld. Ondanks deze duidelijke en grote meerwaarde om grote groepen burgers op een 7. veilige en duurzame manier boodschappen te laten doen, wordt Flink geconfronteerd met het ontwerp, dat beoogt bedrijfsactiviteiten in de vorm van het leveren van flitsbezorgdiensten van (alleen) dagelijkse producten uit te sluiten van alle locaties met een planologische woon-, gemengde- en bedrijfsomgeving. De gevolgen hiervan voor de bedrijfsvoering van Flink zijn aanzienlijk, zoals hieronder nader zal worden toegelicht. Voorgestelde situatie over ruimtelijke impact van flitsbezorgers is achterhaald De 8 locaties van Flink in Amsterdam vervullen een buurtfunctie en zijn open voor 8. publiek. Klanten kunnen bij Flink op locatie kopen en/of hun bestelling ophalen.

Flink draagt bij aan een autoluwe binnenstad, door te bezorgen met elektrische fietsen. De entree en de uitstraling van de vestigingen is transparant. Er bestaan geen afgeplakte winkels anders dan gedeeltelijk transparante folie zoals gebruikelijk bij traditionele supermarkten of detaillisten. Door samen te werken met lokale leveranciers (zoals slagers, bakkers en leveranciers van (andere) verse producten) krijgen deze ondernemers de kans om hun omzet via de Flink app te vergroten. Verschillende locaties van Flink bieden pakket ophaaldiensten hetgeen een uitkomst biedt aan buurtbewoners. Net zo biedt Flink het gebruik van fietspompen aan. Op deze manier komt Flink tegemoet aan de wensen van haar klanten en wordt de beoogde buurtfunctie van de Flink-vestigingen verder versterkt. Fietsen van bezorgers worden in de filialen gestald wanneer deze niet voor bestellingen onderweg zijn. Bezorgers pauzeren en wachten binnen tussen de bestellingen door en krijgen verkeersveiligheidstrainingen. Flink heeft de bezorgmomenten door haar leveranciers drastisch teruggebracht: momenteel 1 algemene leverancier per dag en 1 maal de bakkerij en wekelijks een lokale ondernemer. Wat betreft de openingstijden van haar filialen volgt Flink de Winkeltijdenwet. Flink betaalt haar bezorgers niet per afgeleverde bestelling, de werknemers hebben een vast uren contract.

Flink hanteert geen 10-minuten bezorging als uitgangspunt. De tijd die een bezorging in beslag neemt is athankelijk van de afstand van klant tot filiaal, het aantal bestellingen en het aantal aanwezige bezorgers. Ipsos onderzoek In opdracht van Flink, Gorillas en Getir heeft Ipsos onderzoek gedaan onder 601 9. Amsterdammers van 18 jaar oud en ouder in de periode van 23 september tot 3 oktober 2022 om antwoord te krijgen hoe Amsterdammers naar flitsbezorging kijken. Resultaten: 62% van de Amsterdammers vindt dat bewoners de mogelijkheid moet hebben om flitsbezorging te gebruiken, 41% maakt zelf gebruik van de boodschappenservice, 66% staat positief of neutraal tegenover flitsbezorging en 62% is neutraal of positief over de locaties. De meest genoemde nadelen betreffen verkeersveiligheid (42%) en arbeidsomstandigheden (28%). De uitkomsten van het Ipsos onderzoek verbazen Flink niet. Het online bestellen van 10. producten en thuisbezorgen is immers geen nieuw fenomeen, maar sinds enkele jaren stevig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12570607/1